hs^
-^^^z^^?
<.m
7^ V#^-"
»W» «I -»■»■■
J^>
i-iif
:' .;\'ïfc'"4A_~^. .
m
^-^^'■/"4" i
,,jïilJwTüi;..^
xSSI;^
.ji;.; , X I. I
•I
J
\/y['^-^Y'AA
DE GODDELYCKE
VOORSIENIGHEYDT.
UYTGEBEELDT
IN
OSEPH
ONDER-CONINCK
VAN EGYPTEN,
VERCIERT
Met Sinne-bcelden ende SedeJeeringen
DOOR
F. Franciscus Nerrincq
Priefter der Societeyt Jesu.
•t ANTWERPEN
By Ignatius Leyssens
Bocck-vercooper op de Jcfuite pleyn
in S. JosEPH.
MDCCX.
Met Gratie ende Privilegie,
AEN DEN SEER EERW . HEER ,
M YN HEER
ARNOLDUS VERMEULEN
OPPER-PASTOR
VAN HET GROOT ENDE VERMAERT
BEGGYN-HOF VAN MECHELEN.
%^'ij^i^ö Et was hier voortycits ende noch heden de gewoon-
te, dat de treffelycke Perfoonen om haer cloecke
ende weerdighedaedcn tot ondcrfcheydt van haeren
(lam, ende tot den lof ende eere van haer e^tflachte
ceiic wapen creghen van dcnConinck . Hetgefchiedtoock fom-
wylen
vy-Ien, dacterSommi2;e hebben ecnegelyckenifTeoftceen deel van
dé wapen van icman die anders, oock om treffclyckewerckcn: Dit is
dan ickmcrcke inde wapen van u'^'eEcrweerdigheydc, de welckc
"iet heeft van de wapen van de, lladt van Mechclen , ofie van de
Hceren van MechcLn, de Weke. .hun (chryven .
Bep.thout VAN Mechelen .
Den grondt defer wapenen fyn eenighe recht-llacnde ftaec-
ken, gclyck U. L. oock in iyne wapen dracght, doordewclc-
ke men verbeeldt eene lof-baere vaftigheydt van manieren eiide
deu2;hden . " -
Df wapenen vanU. L. Eerwerdighèydts voor- ouders, die van
die gloriciile wapen een deel mede-gedeclt hebben, llreckt ion-
der twyfel tot lof ende eere van delelveU. L. voor-ouders, en-
de oock tot eere ende lof vnn U. L. Eerweerdighcydt, temeer
om dat fy oock door haereeyghene trelïelyckedeughden, ende
wetenfchappen de felve wapen vereert ende verdient heef t j ge-
lyck het heeft beginnen te blycken in de univeriiteyt van
Loven 5 aldaer onder alle de Philolophen crygende de tweede
plaetfe, als wanneer oock veele oordeelden, dat uwe Eerwer-
di<^hcydt de eerlle plaetfe alsdan weerdigh wierdc gehouden.
Dies volgens wierdt daernaer vervoordert tot verfcheyde weer-
dighe ampten :
Eerft te S. Pieters Ronfen . •
Daernaer te Marie Horenbeeck .
Oock te Mechelen , ende te Steynockerzeel ende ten leden
tot het beftieren van het groot ende vermaert Beggynhof, al-
daer e;cllclt van den hooghwcerdighllcn Ardcs-Biflchop van
Mechclen tot opper-Paftoor j wclck ampt U. L. Eerweerdigh-
cydt nu boven de vyf-en-twintighjaeren welbcdienthebt, trach-
tende alle de Godtioeckendefielen te vervoorderen in dendienfl
van Godc , cndc van fyne fiyvere moeder Maria, door foo veele
deugh -
deughdelycke vcrmaeniiighcn ende ondcrwyflnghcn , getrockcn
uyc vedchcyde gedlelycke boeckcn, die den lefer verlichten ,
om de andere daer van mede te dcelen. Om het welck ick mee
reden magh icgghen , dat uwe Eerwecrdjgheydts wapen neffens
de itaecken verciert fynde oock met eene claerbhnckcnde iter-
re ende dry onltekendc torlcn ofte fackels voltrocken is tot
een teccken U. L. EerweerdiL^'ieydts iever^ met de welcke dien
(al blyven branden tot lof des Heeren ende van U. L. Eerweer-
digheydts geflachte, om de ondervyimge ende leeringhe van
{oo veele godtvrachtige fielen , die U. L. getracht hebt te ont-
fteken in de liefde Godts ende daeroni (al uwe Herwecrdig-
lieydt by Godt alrydt blincken. Nacr het (eggen van defi H.
Geeil by den Prophcta Damel.
Fulgehimt , qui adiuflitiam erudiimtmuïtosquaft Jlellce in perpetuas
éBtervitates . Dan. 1 1. Dat is: Dieder veele ter rechtveerdig-
heydc (uilen leeren, fulien blincken gelyck fterren ia de eeu-
■wighe ecuwighedcn.
Alle de(e voordcelen hebben my verweckt, om de(en my-
nen boeck aen uwe Eervecrdigheydt op te draeghen , ende dien
te ilellen onder fyne befcherminge tcghcn alle oplpracck
ende beletfeif, op dat hy met meerdere rufte dienllic^h mao;h
wefen aen veele , oock onder andere aen uwc ecrweerdif^heydts
heylige ende groote gemeente van (bo menighe Godt(-minnen-
de iideii van dé Beggynkens, niet anders (oeckende alshaeren
hcmelfchen Bruyd^gom JhSUS ende fyne H. Moeder te bchae-
ghen ende naer te volghen haeren fuyveren Patroon den H .
Alcxiüs, ende hacre vercoren PatrooncnTe de H Maghet Ca-
tharina.
Gelieh din in danck te nemen dcfc myne opdracht , cndo.
door uwe goedertierentheydtde fclue te vervoorderen ter eeren
Godts ende van fyne Heylige Moeder, de welcke ick fal bid-
den
den , dat Cy U. L. Eerveerdigheydt' etide alle de ficlen van u-
we bcftieringe willen vervullen met hemellche benedidicn ,
ende ten leften gcruftelyck Icydcn tot het ecuwigh leven , Scx^
venft den onderfchreven
SEER l EERWEERDIGH HEER
VWE EERWIERDIGHEYTl
Ootmoedighen dienaer
FRANCISCUS NERRINCQ.
VAN DE SOCIETEYT JESU,
DE GOD-
DE GODDELYCKE
VOORSIENIGHEYDT
UYTGEBEELDT
IN
J O S E P H
ONDERKONINCK
VAN ^GYPTEN,
Verciert mee Sinne-beelden ends Sede-leeringen.
VOOK-KEVUN
Van de Goddelycke Voorfienigheydt ,
die alles beftiert.
a
Ck en ii/il hier niet veel fpreken van de FhilGfophen ""'* Prouge.
" Protagoras en Diagoras met hunne luttele naervölgers , J^^^J^*', ^''"
van de welke den eerflen fejde ^ niet te hljcken ^ darter es- CAvit, v pc-
i^^s^ nen Godt was ; h Diagoi'as ejuam voor der , feggende , dat- fteADiagcns,
ter geeiicn Godt en was , en daerom ivierdt hy genoernt Atheos , het 5"' ^^■■'"T'r •
welk te feggen it ^ eenen Icochenaer van Godt; en noch heden ^ die feg- jj^ Or'^in
ghen^ datt3r geenen God.t en is ^ worden genoer.u Atheiften . errorU Lac-
Defe twee met alle himne aenhangers wierden t/jtge/pot van die van tantiusFinui-
Athcncn,!?/; hunne boechen oock verbrandt ^ ojn d.at d.efe leirinie (ireedt te- "'■'"'^^•^'''/'•^ •
; ; !i j , j c r 1 Jwem/. I. de
gen het ge?neyn gevoelen Van alle andere geleerde mannen, boo Jpreeckter ir,ic,tti. g.
van Laftantius Firminianus /. i . de ira. €af. p. c
Ben Phtlofoph <: Himerius ïf'.ï/ verwondert, dat Epiciirus, die oock Himcnus /»
feyde^ datter geene goden en ivaeren ^ vanden hernel met gefiraft emvierdt iu,,:t,ntr.i'Z-
fffet den blixern . Voorts andere waercnder, (e weten Deojocritus Hera- picmuai.
A ' clitus,
a a DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
tor c?* /To-p;- clitus , Empedoclcs, met hunne naervolgcrs .^ dewehke^ al is'' t dat ff
fer omnium, jyckendra^ datter eenenGodt ti-'.is^ die alles hadde gefchapen .^ feyden ?ioch'
Trifinegi us, ^^^^^ ^ ^^^ ^^ ,^-^^ njoorjtchtig oft niet voorjienig en was , ende geen de minfie
Eft magam in fii'ge en droeg van de ditigen defer wereldt j maer dat alles gefchtede ujt
{£lo 'Jufiter,de cracht van de nature, te iveien door eene natureljke famenvoeginge van.
qiiii'^If '"',''' Jcerkens, die in het griex Atpm'ï genoemt worden ^ gevende defe reden y
"""'i' Sopho- '^'^^ het foade mifiaen aen de verheven Ma)eflejtGodts , oj> alle dingen de-
clest EUi^rii. fir wereldt in het bepmder te letten , Aiaer dit waeren al leeringen van
c bertnecktge en veerkcerde herfettcn , de weclke van de andere heydenfche
Quovtodoji^rt pfjUgrgpiygfj verftooten tuierden . endeteaen de welcke fy eenramelykttytvielen
poteCr,at De- ^ , r- i i i "^ ■'/■> 7/
»«/ii arutye- ^^t vervloeckinge hunder leeringen .
ro ;>(/»/? / ^- Meefl alle de geleerde mannen , als t Trifmegidus , b Sophocles , c Ci-
nimeftDew, cei'o, ?net ontallyke andere bekenden de voorficnighcydt Godts ^ feggcnds
a^et '^_"i .^ dat Godt, die de wereldt gemaeckt hadde , voor alle dingen der felveoock
"' prs'uri- forghe droeg ende aenlejde tot het eynde . Hoort Trifinegiftus dien vermier-^
env
KI mundi ai- den Sophifi eerft fpreken .' Godt^fegt hj j is fchepper envoorjïendervan al,
minijlratio- . Sophoclcs fpreekt aldns: in den hemel is den opperlJen Godt Tupitcr,
ut ? Cicero ,. ^,, . r ^ f J / /' ■''^ J f i
j die alles tnjiet , gebiedt eti Uejtiert .
Quji potcj} Den geleerden en wslfprekendenc Cicevofegt, dat hetgeenjins tegeloove
tjjc tam.ifer- ^^ ^j ^ ^^f Qgdt niet het min[le doen enfovide Jigh geenjms bemoejende met
tmn,tiimq.i de dingen deT^erwereldt . l^el hoe , Teqht hy ^ falder eenenGodt %vefen ~ die
cam ocidos iii Jigh nergens mede en'bernoejt ? Ijforeenen Godt, hjfal Jigb immers bejighow
cilumfrfi^l^- den met iet treffeljckz.;en wat ijfer trejfelycher als de bejïicringc des wercldts?
rifO'ciiiifrut^ ^gf P^lJg ^y,j-, zveerdt fjny hier noch te hoor en de fchooneivoordenvari
Uihlyerii \ <{ Miiiutiüs Fclix , eenen hejdenfchen fchrjver : wat cander , fcght hj , foo
q»amej]ea.li- oVenbaer , en foo claerhlyckelyck ■wez.en? foo gy d.en henzcl , en dat onder
qiiod ^numen ^.^ rondtfom den hemel is , maer en ftdt doorjïen hebben , als te kennen,
fr^sfiatijj''" ddtter moet weCen eene verheven ende ^oduiehcke macht , die heel de nature
mcntiiiq'!"" Il/-,/ -^ I a
mnii nituTJ. doet leven , die de Jelve beweegt , voeyt ,. en bejtiert .-
inj]>iretur » JV"» aen^aende de Chr ijlene fchryvers : Jy [eggen een^acrelyck , dat men
moycitar at- ^^^n jj^.,^^-_, g^^ qelooven , dat Godt voorjtenizh is,, forqe drae^ende
/<♦,■. Minuti- -voor alles, dat hj gefckaefen heep,
us FeUx . Voor eerft eLactantius Firminianus eenen ouden Catholjckcn Schryver .'
^ zi^at tjfer foo weerd.ig, feght hj , en foo eygen aen Godt als de Voorfienig-
^id t.intdf Up..Atp rf.^g ^y ^.j pjüde ceene-n Godt fyn, als hy ner(rens voor forqhe en
<!n.x:n,tapro- ''^/ '■ J J / r ■ i j i -^ 1 1 J jij i
fr'rim Deo , foüde draegen, ende voorfemgheyat hebben; en de godtheydt en can hem
c^tiAin Proyi anders niet toe^reeygent' worden , want men het een fonder het ander niet
iT'^ ''''"!,' ^^ ^-^^ begryfen'.
hl'Zo'jdè't', Den f ld'. Auguftinus fegt, dat het een ttytjinnigheydt foude zvefen,
ttmifit omncm te bekennen, datter eenen Godt is , ende te fegghe-n , dat hynietvoor-
diyiuitiiiftn , pf;„iij en is, leer.e kenn:jfc hebbende- van de toekomende dingen, daer
altcrf.m Olim ^ p^ i , ;.. ,„„„■„ J-,
fneyuuocir. "^'oorgeene frghe d.aege,d,'.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 'J
Den oH. Ambrofius leght het aldus wat breedcr uj/t: Het fortde
fchandcljck fjn ^ jae onredehck te feggen^ dat Godt ^ die men ^i'eet alle non petejt- nee
dingen gefchapen te hebben ^ "Voor de felve niet en finde beforght fyn ^ en '?[''. ".S'-^^'
die ver onacht faemen , en op haer felven laeten j en aldiu fy,T fctoepfcls , ge- , c_ g. cj- 1 . . f
lyck een fchip fonder 7~eyl en jiierman op de ivoefle en ongerujle z.ee lae- Confiten De-
ten fwieren , en door de draeyende winden en tempeefien hier en daer ""' ^ negAtè
gedreven te worden^ en dacrnaer ergens van de rotfen en z.ec-clip2en in fJ*/^^^,„(^^
fiakken gebroken ten leflen ellendelyck te vergaen . Eenen Jiierman en laet «/df/f.S.Au,
fyn fchiP niet vaeren op haer eygen felven , maer is forghvtddigh , om het guftiaus .
felve wel te beflieren tegen alle ongevallen , en van alle peryckelen te be- * ,
u^aeren . dijf^Hm "f,
Salvianus ende den h H. "Dimz^ccViUS gebnr/cken de fslve gelyckenijfe . duere. Deunt
Hoort maer de woorden van den H. Damafccnus : Is'' t dat een fchip ^ qtudtmomni'
feght hy Jondsr jlterr/ian niet en kan beflaen , maer haeji komt te verjin- „Jum auift.
ken ende te vergaen^ ende eencleyn huys fonder beforgher ^ hoe foude de we- dt,nuüamha-
reldt foo lanck konnen in fiandt bljven , fonder de forghe ofte voofïenig' ierecitra,ye'
heydt Godts ? om dit alles vafl te flellen hoorter maer van fpreken de god- "'' ^^ ""*
delyke wyfheydt , ofte den Sone Godts , d.e wypjcydt fyns Vaders , die niet lernatcre de-
faelen en can . O Vader ^ feght hj ^ ' mue voorjienighejdt befiiert van het flitatamacó-
henlnnfel alle dmrren . {''""" ''•"•''*
compelli , fco-
fulifq; CT* rufilus aïïifatn ccnfing'i . S. Ambrofius. /. I. cffic, c, 14, b Si »4t« fine ^uter-
natore non potefl fubf.ftere , V mox fubmerg.ttiir C modrct domus fine frorifcre , taundus quomcdo
coj'./f.it t.mto tempor^ fine glor:ofa quadam V admiralili Dei frofidentia ? S . Datnafcenus in I ijleria
BarLum cap.iy . c Tu:i Patir ProytdeatiA omni.i giiberuAt , Sap, l^. y. 3.
Voorwaer dcTc goddelycke Voorftenigheydt foude men coniicn vcr-
gclyckcn met de Son, die alles verlicht enbeftraeltj foo dat men met
recht de fonne foude moghen noemen een waerachtigh Sinne-beeldt
van de Voorficnigheydt Godts , daer by iïellendc htt volghende
Sclirift ofte Devies op alle beyde paCende -
lïr.
f
A 2
^4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Sy doet bloeyenlj
Ende groejen .
Het Sinnebeeldt wordt uytgeleydt ^
Aetijtet die wonder Son , dat groot vjerck i'an Godts handen ^
Die d' aerde foo verlicht , of alles tnoefi gaen branden y
Doch niet; de fon maer dient. tot alle fche^Cels goedff
Het is de helder fun^ die alles leven doet.
Dat eerjl was in den dr nek ^ en fcheen Jlch te begeven y
Wel haefi door 't fonnelicht wêrom begint te leven;
De fon op alle flaets'' by dagheti en bj nacht
In alle fckepfels werckt met haer verholen cracht.
Men fiet op fynen tjdt de teete cryy ekens groeyen^
Door V crachtigh fonnelicht , de boomen weder bloeyet!
Geheel de luereldt rondt. Al wr.sr de fonne fht'icrt ,
j^lfk fihepfel naer fyn flsrdi recht tot (yn eynde fliert.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ;
^ae onder ef aerde felf door d' ingcdrongheit flraclen
Tot in het die^jle toe , weet fj daer m te d.ielen j
Al waer van enckel fiof , van fandt , en van het fljck
De aerd' haer luyfter cryght ^ en maecit de wercldt ryck .
Het Jilver en het gof.dt met andere jnetaelen
X>e fonne groejen doet met enckel cracht der Jlraelen .
Met is het fonnelicht , waer door elck fchejifel leeft ^
IVaer door aen al de aerd' en jeugt en groeyen geeft .
Codts oogh oock al hefliert : weet alles /■' onderjchcyden ,
£lck fcbe^fel tot fjn befl , en tot Jjn ejndt te lejden ;
Jae niet het min f gefchiet op etnigh jlaets'' of- tydt^
Of gy voorjïenig Codt daer van bef ter der fjt .
iVilt gy tmfinnigh menfch of''t enckel lot betroufiven ^
Cy tl bedriegen fult , en 'f fal « haefl beron-wen .
Kan Godt het alles hangbt ^ ^tis Godt^ die ''t al bejliert^
En dat op d^ aerde leeft , en door den hemel fn'iert .
Codt weet het wereldts cjf/aedt^ en daer »yt goedt te treckeHm
JDtis moet een Chrtflen menfch tot Godt Jich opwaers trecken .
£n in verlaetenthejdt ^ tn fleckten^ dritck en Pyn^
Dm fal hl naer Godts wil altydt in rufle fyn .
Siet Job foo wyt vermaert ^ een fpteghel voor de menfchen
Van voorfpoedt en van deugdt , vernoeght in al fyn wenfchen '.
Eerfi die als eenen Prins heel op het hooghfe Jhndt ,
■Die moefl naer Godts beleydt haeflt liggen in den grondt .
DsiS wilde Godt fyn vriendt een meerder feghen geven:
Eerft- wierdt hy neergedruckt ^ daer naer te meer verheven,
Siet echter diën rnan in al fyn ongheval ^
Stondt vafi en onberoert in Godt , de rufi van al .
Dit vremt en diep geheym - van Godts verholen wercken ;
En van fyn foet beleydt , fal ick in Jofeph mereken :
^ Godt liet hem- in den drnck voor allen menfch ten toon.
Om hem op fynen tydt te brenghen op den throon .
IN defer voeghen met vervolghingén en tegcnfpoedt heeft Godt
gchandelt met Jofeph , den wekken hy daer nricr door den Co-
ninck Pharao liet ftelien onder-Coninck van heel t/Egypten > den
felven daer en tuflchen in al fyn ongeval vertroollende , ende voor
hem altydt forghe draegende, het welck ick in defe hillorie breeder
fal trachten te betoonen :
Godt voorfien hebbende eenen aldergrootllen hongherby gebreci;
van graenen in het Ryck van ^yEgypten, en in de naeiHiggende Pro-
vinciën, aliOück in't verre gelegen landt van Ql^anaan ( ;üwaer Jac^b
A 3 '" " den
6 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
den vader van Jofeph woonde met heel fyn huyPgeiin) Godt feggc
ick , hadde vaft geltclt , defen vricndt Jacob met alle lyne kinderen
in fynen hongers qoodt by te ftacn door fynen fone Jofeph , den welc-
ken hy daerom door veel wondere gevallen ten leilen liet komen ia
v^gjpten , om aldaer cooreu en graencn te bereyden tegen den hon-
ghers noodt, ende daernaer fynen ouden vader ende broeders te hclr
pen, ende te voorfien van het ghcne fy fouden van noode hebben.'
» Den Propheet « David fprccckter van: Godt, feght hy, heeft voor
Mifit Deu! hen lieden eenen man gefonden , tot eenen knecht is Jofeph vercocht
^;^^ .;" l;,^ geweeft.
^■vZumdlms' Den geleerden Cardinael h Bellarminm leght defe woorden aldus wat
efh^cfefh. breeder uyt: Godt, feght hy heeft naer Qy£gyfte?2 eenen grooten ofte
/>ƒ 104. 6.17 trefFelyken nian gefonden, te weten lofefh ^ 'den wekken fynen vader
Trimifit De'. ^'^^"^ oock Israël genoemt, met heel fyn huyfgefinvan deu honghcrs
tis in Mgyf- noodt foude verloflen .
tiimt'irhma- Doch niemaudt en foude oyt geloovcn, op wat cene wondere ma-*
■foiTh 'ii'ü- "'^''^ Godt alles uytgewerckt heeft , ten waer het Itondtin de H ,
i^rlf-ctVb L Scrifture.
fitne Jfiacië Godt haddc To/èph te voren door fyne broeders laeten overvallen met
cum omm ft- menige groote moeyelyckheden , en vcrvolghingcn , de welcke ten
MUnninu's . liften geitelt hadden hem het leven te benemen, hem daerom vvor-
pende in eene diepe cifterne,doch daeruyt verloll fynde doorGodts
beftieringe , wierdt vercocht aen de voor-by-gaende Ifmaèlitefche
cooplieden , om naer zy£gypten geleydt té worden , ahvaer hy opck
ten onrechten gefmeten wierdt in eenen kercker, waer uyt hy oock
door Godts beleydt vcrloll wierdt, om van den Coninck Fhamo ver-
heven te worden tot het onder-Coninckfchap van heel zy£gypten. Soo
handelt Godt feer dickwils met fyne lieflle vrienden tot gevoelen en
verwondcringe van veele menfchen , om dat fy fomtydts niet en
dcncken,dat hier opdeaerde niet het minlle en gefchiedt Ibnder de
vaderlycke en fbetevoorfienigheydt Godts.
Defen wonderlycken handel van de goddclycke Voorjlenigheydt can
men befonderlyck bemercken in drye manieren:
Ten eertien dat Godts Voorjtenighejdt haei'e vrienden foo oeffent
tot hacre fiele faligheydt, felfs door middelen en weghen, die heel
onbcquacm , jae contrarie dacr toe fchynen te wefen ,
Ten tweeden , dat de felve Foorjïenighejdt Godts in alles voortgaet
niet ftercktè en foetigheydt.
Ten derden, dat fy altydt onfeylbaer is , en ten leftcn fekerlyck
geraeckt tot haer voorgeltelt evnde .
Dit falmen in de dry declcn" van dcfe hiflorie van lo/èj' h cohncii
bemercken , maer id\ l;il ecrll de iuleydingc u.icr toe hier voorilcllcn .
Jnlg-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 7
INLEYDINGE TOT DE HISTORIE.
P^au het gejlachte Ijan lofeph den "^mdiohjlcn
m lief ^671 Jom yan lacob .
i
O
Nder aTle de hiftoricn vnn-de H. Scrifture en fuk gTiy niet
ccne vinden nacr het fcgghen van de uytlegghers en van dó
HH. Vaders , die foo wonder is , als de hiltorie van lofeph
onder-Coninckvan £xyptc?7; eenc hiftoric, dieacngenaemis, curieus,
ende profytigji , ende vol van verfchcyde dcughdcn , daer den haet
cnde liefde tuflchen fpeelt, de onderlinge liefde tuflchen lacob en fy-
nen lieven fone lofèph, maermeell den haet ende nydt van de afgun-
llige broeders teghen hunnen onnoofelen broeder Jofepb^ ende oock
de liefde van lofeph tot fyne plichtige broeders .
In defe hillorie fiet men noch befonderlyck den wonderen en foe-
ten handel van de goddelycke Voorfenighejdt . Welcke hiftorie als
fy met aendacht wordt gelefen , den lefer verfcheydelyek ende ten
uyterften beweeght , felf tot teere traenen. a
Dit bekent claerlyck den E. P. Bencdiétus a Femandiit-s van de ^tiflor'utmu.
Societeyt Jesu, in. fyne uytlegginge van het Boeck Genefis ofte {^„^ J""'"*
fcheppinge des wereldts in het derde deel, alwaer hy aldus ipreeckt : go,^'unll€r.
novt en lefe ick de hillorie van den vercochten lofeph, of de traenen rimcmihi Li->
vallen my overvloedelyck uyt de ooghen . <.rym.tprorn.
Om defe hiftorie wel te vatten, het fal de moeyte weerdt wefcn,{j'|us',/^(^^"[
het geflachte van lofeph wel te verftaen. To;n. ^,
Soo dan geljck het aen een ieder wel bekent is , dat ICniic dea
fone was van den Patriarch Abraha-m , foo moet men orck weten,
dat Ifaac uyt ^e^iffc/ï gewonnen hadde tweefonen tweelinghen te we-
ten Efm ende lacob .
Voorts Licob den jonghften van de twee v/ierdt daer naer vader van
twclf fonen , fes voortsgebrocht van Lia , den eerften fone Ruben , daer-
nacr Si?;icni^ Levi, I:-:das , Ifachar ende Zabalon; uyt Rachel de fufter
van Lia heeft hy gewonnen fyne twee Icftc fonen Jofeph ende Benja-
min , uyt Zelpha de dienftmaeght van Lta wacren voordtgheBrochc
Cad en Afer, ende uyt Bala de dienllmaeght van Rachel, creegh hy
Dan ende Nepthali.
Defe tv/elf fonen waercn de kinderen van lacob, die oock genoemt
worden de kinderen van Ifra'el , omdat lacob den nacm van Jfael van
Godtoock hadde gecregcn. En van defe twelf fonen kom.cn derwel-f
geflachtcn van Ifrad, van de wclckc den Propheet J/ov/t'j- fecr dick-
wils
g DËGODDELYCKEVOORSIENIGHEYDT
a wils fpreekt. Maer ick hebbe nu maer alleen gefchickt voor te flel-
i rilTT ^^" tie hiftoiie van lofeph den elfften fone van lacob, ccnen fone verxe
fepi, f,,;,er c- Dovcn ailc Ivnc andere broeders van fynen vaaer lacob bemint , ende
mnesfiiiosfu- dit om verfcheyde redenen .
üs,eo<i,,od.u, ^ Moyfcs geeft eerft defe reden : Dat lacob hem gcvv'onnen Iiadde
Sen.>,ireteim. ''^ ^VnC OUGC daghen.
Gen.ijy.^. Men fiet gemeynelyck. dat dekinders in den ouderdom gewonnen
. b van de ouders boven de andere bemint worden, miflchien icghtPhi-
7i:'n;r 'c6fiT- [° ^^''<^i^ ^'an de geleerfte fchi-yvers onder de Joden , om dat de be-
y^turas fa- jacrdc hun keten vooritaen dat fy in die kinders langher fuUen leven ,
trcm', appre- oft gelyck b Cojetamu noch clacrder uytleght, om dat aldus hun gc-
E«"^;/£ ^^^^^^ waerlchynelyck langher Cd be\vaert worden .
rus pofl pa- Sommige HH, Vaders en vcrmaerde fchryvers fcggen, dat lofe^rj
trcm. Cajet. van fynen vader Incob boven de andere bemint wierdt om fyn groot
c vcrftandt en om fyn gefchickte manieren , oock om fyn cloeck ge-
dam'Waul ^^^^^^'^ ■ Maer defe en fyn al maer menfchelycke en naturelycke redenen .
f;;it,ciH£ado- Ick vinde een verhevender reden by den <■ H. Chrypjhmns , icggcn-
hfantem v.o- dc, dat lacob fyncn Ibne Ijfef>h boven de andere meer beminde omfy-
tj."^ "'^fj'f.' ne befonderedeugdtfxemheydt, in wiens aenficht men mercktcmeer
lamwZtem ^^^ ccncn menfchclyckcn glans . Soo fpreeckt by ons den d H. Ara-
amclk prx- broj^i'-s , feggende dat fyncn vader in hem verlag claere teeckcnen van
s"c^'if'y' ^'^^^'^^^■^''"i^de deugden , van godtsdienftighcydt van fuyverheydt en
2' " ' roeer andere, om de v^•elcke hem lacob boven alle de andere lief hadde .
Luol, iiiKin Voorts tot een teecken van eene bcfondere lieKie Licob deJc \oor
l<li!s anuxhat, lofeph een fchoon rockxken maecken van veel couleuren , de welcke
■""?'"' ^'^".'■•' te famen waeren ais een voorbeeldt van fvne verfcheyde deugden ,
ftgnli pr£i,i. gclyck wel bemcrckt den gclceraea Abt « RuBenia . lacob leght ny,
(.[c'c.u.\).\m- heeft^hem een rockxcn gemaeckt ondcrfcheyden ^'an veelderhandc
br.i/eiof.f. 2. verwen, om de menighte der deughden, met dc v.-elcke /«/c'^/j ver-
jFec/f^j/ï/a»- ciert VT^as. Ende voorwaer hy ftack-uyt in deughden tuflchen alle
"'"'"■ ^°J' f/nc andere broeders, die wat beter ende deuahdelycker hadden mo-
37- T- 3« ghen ende moeten wefen; fy hadden al genoegh getoont hoedanig ly
e waeren, gelyck het dacr naer gebleken beeft ; hun leven en quam
Fctttiinrcam geenfins overeen met het H. leven van lufefh. /o,^^ /^ was als eenuyt-
■varuL'tTd!- it'ckgide fon tuflchen de andere planeten ende fterren. Hy v.'as als
ftind.r.it ei ecnen welrieckenden ƒ laurierboom , verre te boven gaende alle dc
•»/>ƒ.•>»» '««'- boomcn van de boflciicn-, als eenen alder-cofcclyckften fteen, den
Ru^'eitus"' * V-'elcken denRinck., dacr hy is ingeftek, verre overtreft, gelyck cc^
f ^' nen wj-fen fchry ver daernaergefeydt heeft van ecnen anderen heylighen.'
(^antu /,<». Het is fekcr, dat ecnen collclycken Itecn Iircckt tot vercicrfel van
na 'Il jiivis eenen sou Jen rinck, endatdenitcendickvvilsden riackte boven gaet.
naincitum , ^^~'' hcclejttijtic::! gccit hcrg^nocgh te kennen i.-ggendej dat cenen
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
carbonckel ftecn tot vcrcierfel is van het goudt . Gentmula car-
bunculi w ornamento attri . Eccli . t^z v . 7 .
Een clcyn dicht fïil ons dele gcIyckcnifTc acngaendc den deughde-
lycken lofifh uytftekende onder fyne broeders eenighfins connen voor-
llellen volgens de befchryvinge van den Rinck de.welcke ons dien
vcrmaerdcn Poet Hug'} Grothis ïxi. het latyn hccfr achtergclaeten : loo
fpreckt hy :
jinnule Vrincivii ntifcjHam ^ereurrtb imago ^
Et cui vel fiiiis npella vel i^fe tibi .
ylnnule ^ cjui tri buis ^ ejuod jm natpira negavit ^
IngenHofqite tuos folits honore facU .
^nnule , cjnem donant Reges 5 cjuem donat amator f '
Legitimi facrum ftgnm & arrba thori.
^rünile fecreti -v index ^ cuflodia veri-j
Otti terhtbes paciü^ munerihnfcjue f.dem .
jirnvile ^ cjni Sarda fulges ^ qui vtnchts Achatc;
Q_^cm decet ex Arabum Itttore veüus Onyx.
Anniile Bcrillo renitens ^ vtrtdicjue Smaragdo,
CiticjHe x'ldamas , & cm fidvm lafpis adefi .
.Annide^ qm mtftis etiam fpeBare metalUs ^
ünaqae , qtiem totnm gemma cavata facit,
uinnide materies .^ in q:io ne folti placeret ^
S.ePe tritnnnloales adjicnmtur avt .
Dit fal ick in een gedicht trachten over te ftellen.
Den Rinck , van wiens hf van oudts men weet te fprek^n'
l'^an meniqh hongh ve. (landt feer wel it/ordt vergeleken
Af et veelderhande faeck : voor eerfl tvordt uytgeleydt
u4ls voorbeeldt met van tjdt , r/rner iinn de eei^wigheydt .
Den Rinck het Recht Beioont ; men gaet een menfch begroeten
ll^eerom in flaet gepleit ^ en op fy>i vrye voeten.
De fine f dus is hner felfs , de kans is tvel verkeert^
Suo hem den Koninck roept , en met een Rinck vereert .
Den Rinck oock feer ivcL pafl op die te famen leven ^
Of fich in echten fiiict Vdn\ hoaweljck begeven:
Een teecken onder een van d' aentrenome trouw ;
Den Rinck is als een bandt van echten man en vrouw.
Den Rinck een feghel is en fleanfel van de Rechten ,
Fan eeniah Prins verifunt : den twifi oock tot het vechten
Haeft wordt geftilt j den Rinck den wegh is tot de rufi;
En al den vonck van firydt door hem wordt ujtgeblttfi .
B Den
Henric. Cani»
fiu» ex Ordi~
tn S . Aug .
^pudBeytr^
Umk $n tieit.
tro Immano
Kerb» AaaO'
lus.
^nnnle pri-
cipii niifquétm
perettntii ;-
m^go &c' , ut
fuprj .
^nruiie <jui
trilfUts ^ quoti
jus nutjir-i nc-
do:taiit I{iZ'^'
quem Aonat
Atnator
Legitimi fa-
irum pig/nii
fyarrlü tho*
Tl,
lo DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Den Rinck van ouden tydt vermaert by vele menfchen ^
Een beeldt oock is van heyl naer fiaet van teders wenfchen-.
Van Jilver of van flael , of wel van gandt gemaeckt ,
Waer door al menigh menfch tot lof en eer geraeckt .
Den Rinck wordt groot geacht van eenigh Prins gegeven ,
^iinule ,quf Jllaer dickwils om den fl een meer als om''t goitdt verheven
Sardi fitlgts j^r^gy u'eerde van V gefleeut : een cofieljck Agact ,
Of Diamant den Rinck al verr'' te boven gaet .
Den Rinck magh fjn geacht geheel van goadt gedreven,^
Afaer V coflelyek gefleent fal meerder weerde geven .
Den ingeflelden fieen den Rinck met weerde fli^Jt ■>
A'faer is veel min geacht , neemt ghy den Jieen daer uy .
De broeders onder een men oock een Rinck mocht noemen^
Doch hadden op hun dengdt en lof met veel te roemen j
Tot J o S E P H alle wreedt ( dat hebben fy beweent )
Maer J o s E P H tn den Rinck was V coflelyek gefleent .
Daer fagh men hier en daer fyn dettghden mgefneden ^
Syn flerckt'' , oodtmoedigheydt rondt fom daer tn gedreven ,
Syn liefde daer oock flondt^ fyn knyfcheydt ^ fyn gedalt ^
'/ Gefleent was rommendom met al fyn glans vervult.
Daer vondt men hy de refi noch meniah beeldt gedreven
Fan Abram , van fyn foon , en Jacob daer beneven .
Dies wierdt al menigh menfch om fjne deugdt verheaght ^
Dus J o S E P H maer en ^fos een pnckel tot de detigdt .
Siet dit gefleent voor ''t lefl om fynen Isnjier fchjnen ,
De broeders allegaer voor J o s E P H S licht verd^l'ynen .
Hiev J o s E p H s deught ick ftel voor alle menfch ten thoon ,
j . En fchenck hem om fyn denght met red t een lamvers-croon .
^mor fatrls
•i,-,idi^m tv A Ldus mocften de fonen van Jacob hunnen broeder Jofeph^ ge-
{^j^^Ji/,^^'0'. -/jl lyck hy verdiende, vereert en verheven hebben ; de wclcivc
lentia. yirtus oock in hiui conlcicntie moeftcn getuygen, dat hy heel dcughtlacm
pueri coiKili- was, cü wccrdighcr als fy, om van Jacob meer bemint te worden,
arn. opoyte- j^^^ ftondt dcbroedcrs toc , fyne deushdcnenuc eenvoudiehe manieren
bat (lloi tmit- . , 11/ ''il- 1 , 11
Uri f<\uri (jr "'i<^ï" ^^ volghen, ende hem daerom oock te beminnen j door het welck
umuUri mo- {y ooclc de liefde cndc goedtjonlltghcydt van hannsn vad.'r loudcn
res,utfic^ verdient hebben; maer den hact ende den nydt hadden hun hert te
ïl' ^tl^cufj- '''^^^ ingenomen, gelyckden <» H Chryfofiomiu wel gcfcydt heeft, ipre^..
reitf.fedcom- kende van hunnen vcrvloecktcn haet, voorwaer ccnenfchandelycken
mimt odioji- ende kinderlycken nydt ende haet > want wat grooterfchande, als dat
/«>m 4 patre jg oudtfte brocders , en nu gchouwt fynde beneden hunnen jonghltcn
f.'leTimlr'. broeder om fooecne flechtcfaecke , gelyck was een gcverit rockxkcn j
S.' Chryfoft. het
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ix
liet wekk allecnlyck en macr fomtydts en gefchiedt in cleyne onver-
ftandige kinderen, die hun broerkcns benyden oft om een fchoonder
cleedt, om eenen nieuwen hoedt , ott om iet fiilckx.
Wie foude het oyt gelooft hebben i dat in perfoonen van verflandt ,
gelyck de broeders van lofefu waeren , om lbo Hechte dinghen den
haet ende nydt fniide plaetfe gevat hebben? wclckers haet ende nydt
daer naer noch gegroeyt is, als fy van hem by hunnen vader befchul-
dight waeren van een groot mifdaedt, gelyck vvy in den volghenden
paragraef ofte atdeelinge vat breeder fullen bemercken , alwacr wy
oock fullen voorltellen de grooteboosheydt ende fchande van denfel-
ven haet ende nydt.
J^an Je groote hoosheydt van den haet encle nydt van
de afgunflige broeders teghen den onnoofelen lofeph .
BEhalven, dat de Broeders hunnen broeder /o/t'^A afgunftigh wae-
ren, ende op hem vcrgramt om dies wille dathy van /(7co^ meer
bemint wierdt, en om fyn fchoon gcverft rockxken, den haet
endeden nydt is daer naer noch meer gegroeyt, als hun /o/?'/'/? by hun-
nen Vader lacnb hadde ovcrgedraeghen , ende bcfchuldight van een
feer groot quaedt . Aldus verhaelt het Mojfes : Accufavitque fratres fu-
os crimtne 'pejïïmo . Gen . 37 . v . 2 .
Hy befchuldighdc fcght hy fyne broeders, by den vader van eene
aldcrgrootfte fonde . om niet te fprcken van eenigc al te onbefchaem-
de fonden de welcke eenige uytlcgghers daer door verilaen , fal ick
hier maer bybrenghen dry uytlegginghen van dcfe aldcrquaedfle fonde .
Ten ecrlten naer het gevoelen van Ongenes ende TheoAoretus met
meer andere can door die groote fonde verftacn worden het boos leven
in het gcneracl van de Broeders , de welcke waeren vol van fchande-
l)'cke en onbehoorelycke manieren , gcl)ck het gcnoegh bekent was j
wekkers leven hierom mocht genocmt worden een boos leven . Voorts
de verholen fonden , die quaedt fyn in hun evghcn fclven , worden
noch voor boofer gehouden , als fy in het opcnbatr comcn .
De tweede uytiegginge is oock waerfchynelyck , ende niet te ver-
worpen, te weten dat lojeph by fyhen vader over f\ne broeders hadde
geclaeght, en diebefchuldight vangrooten haet, ende van twill ende
groote kyvagien onder malckandei'en , bef^ndcrlvcV ondertuirchc de fo-
nen van Uu , ende ondercuflché de foren van de dicnllmaeghden van Lia
ende Kachl . Soo dan alle die brocderl) cke twulcn cndc verfchillcn
B i moch-
■.,:,.ra r;>-^»^
fthrutyt -v(). ^r,
flH' frctCTKa
c; 'f mum '''''-
t>-'i . :'.i: è i'0'">-
f-ittrv.m crimi
f'e''mi:iv di:i
<»r.Lyranus.
JVo» -viiletU
(!<• fxjfi J.'imit-
IntnaliCii hi-
Jixum morui'
r«r?S.Chryr.
Ho'-n. 10- "*
efiifl. I. ai
Thtff-üo" ■ •
\t DE GODDEDYCKE VOORSIENIGHEYDT
mochten oock met reden gehouden worden voor eene aldergrootfte
frindc . Gcl\'ck Lv-an'Ai aldus wel feght: hy noemt hunnen twift ee-
ne alderqi.iaedtlle fondc gclyck de broederlycke liefde genocmt wordt
p.'n aldcrmccftc gordt.
De derde uytlegginge is dcfe : te weten dat lofeph^tn fyncn vnder
overgedraegcn heeft den haet ende den nyJt, met den welcken fyop
.hem verbittert waeren, allcenlyck, om dat hy fich nieten wilde voe-
ghen naer hun boos en ongeregdt leven , deughdclycker willende le-
ven, om het wclck hem fynen vader meer beminde, niet fonderfpyt
ende gevoelen van fyne mede-broeders , de wclcke daerom oock ge-
iloort waeren op hunnen vader, ende fonder eerbicdinge tegen hem
fpraken. Doch het en was maer al te waerj of fy hadden groot on-
gclyck in al den haet endeafguniligheydtj diedaerin oock met recht
gevoelden grootc .fpyt ende fmerte ; want eenen nydighen menfch ,
als hy een ander quaedt wenll , t'famen oock fich leedt doet, ende
feer pynight .
Een bequacm finnebeeldt hier van can ons \vefen een ftcekendc
biecken. het welck, als het iemandt (leeckt , fyn fclvcn oock leedt
doet, want het alsdan fvnen anghel verheft ende het leven, naer het
fegghcn van den ^ H . ChryfijhmM met meer andere . Siet ghy niet,
feght hy , hoe dat eene bie iemandt met haeren anghel gefteeken
hebbende oock comt te fterven .
Het welck den vermaerden Poet Billius oock feer wel feght :
^'tt certe mjiar yij/is , qita caco rapta furore
Protiniis , ut fimuliim jixit , & ipfa perit .
Het welck men aldus foude connen verduytfchen .
Door (C anghel jleeck
De Bie hefweeck .
Ende voor een devies van het toecomende finnebeeldt ftclle ick
als Yülght naer de print:
kï^y-S. lïf-^/vC- ^7;=>x ^''JÈ^\C>^ ■*>>.■:',
\«;ïi«B'/" ■ ■^ ■■ --^ ^T* ^^ZP'S few . Z' '
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
i>
.Als ghy een atider byt \
Chj oock uw hert doorfnjdtl
Het Sinnebeeldt wordt uytgeleydtJ
Slet toe , myn vriendt , en Jïet het wel j
V Is hier meer als een biekens Ipel :
De biekens vlieghen in V gemeen^,
V Schynt met als blydtfchap onder een.
Doch of Jy V lieghen rommentom^
Dies u niet bieden willecom^
Sy fyn geftoort , als fy « Jien ,
Of fy oock fyn foet honwx bien .
Syt ghy maer ivys , verr'' van haer blyf^
Of cryght de biekens op het lyf .
Den goeden bloedt die fiondt en keeck j
En voeld' ejlaes den hanghel fleeck .
Bi
Doch
Sicttt aiunt ,
diluttilo illo
ipfc utero ma-
terno , in quo
coth ejit£funtt
fi/>eras na ft ,
itaC m-vidie
natura ulam
iffam AiumS
tt <ƒ.;.: < omet ta
€/l , ronJHmit
t^/jcrdit. S.
Aug.Scnn.2}.
de iemj>,
b
Inyidia fuBm
rif/x ^'irnifex
fem^tr fx't-
fiit. S.Chryf.
c
Initt^Hs alie-
ttum Innnm ,
Jitufrifaiil in-
T'dendo J»J>-
pliiium, S,
- Proip. /. i.de
fiie iontemf.
c. 5.
d
In i orde inyi-
di ml ƒ/ ioni ,
qiii ettam ex
iono alitno
haurit midta
mali . Scrip-
tor modernus
hilignis .
e
Iitfidct Sa~
thjn homini-
htis , Joiie aii-
tem uemini ,
tu Tcro licmo
atinjji ,h»mi-
Tiilms inytdes.
r4 DE GODDEL'YCKE VOORSIENIGHEYDT
Doch V horfel dier foo V maer enjiack ,
Strnx voeld' het onck fjti ongemack : '
ylls V hieken hem op _ /' aenjicht viel
Met d' anghel fleeck verloor fjn Jlsl ,
Afaer fl'iet wat flil o heven vriendty
En hoort oock , luat u feer wel dient :
- M'at voelt eylaes een njdigh menfch !
Ily niet en leeft naer fynen wènfch;
Den vronck ^ die hy een ander draeght ^
ylls eene Jlangh fjn hert doorknaeght .
Het fel f in haer ^ gehoor t^ gebeurt^
JJaer moeders hert fy eerfl verfcheurr .
Den b afgunfl^ en den hoofen haet
yili met een Jweerdt het hert doorgaet :
Het broeders hert in Jofephs nydt
Meer als het hert van Jofeph hdt .
Een c nydigh menfch is nojt gernfl y
Syn fmert is nimmer ujtgeblnft .
Vol pyn in anders hejl en goedt
Verteert , verdort en vleefch en bloedt .
O ivat al d cjHaedt fleeckt in dat hertj
Dat ujt het goedt verbittert werdt !
Een e nydigh menfch , een kelfch g?fel
Vol fmert hy is als in de hel .
Geen Dujvel fyn ge fel benydt ,
Ghy nydigh menfch noch emher fyt
Van Godt en van den f menfch gehaet
En voor het lef ve: loren gaet .
Het fal de pyne weerdt fyn eene hreedci- verclaeringhe van ^cn
haet cnde nydt hier by te brenghen.
Et is den menfch ingeboren iiyttcr nature feght g Tacitus ee-
nenhcydcnfchcnjiiftorie-fchryvcr, d:u hy het gcluckvan een
ander benydt . het weick ccne ongeregelde en grootc boos-
heydt is, fccr vcrfchillcnde van alle andere fondcn : alle andcvc fondcn
S. Ch.y,;>a. hebben hunnen oorfpronck uyt een ooghmeixk van eenigh goedt,
hom. 5i.;«i. oitcuvt eenicfhe vreupht, in teèhendcel de fonde van afcunilitrheydt
f comt uyt ccnc mwenujgc pyne om het geluck van eenander. We-
F:ig!.inn:s in- dcrom in andcre fondcn de ürafFc volght daernacr, maer in de fondc
T/a'.j tyriwi. van haet endc nvdt de ilraffe gaet vo:ir, want de bcnyders doen hun
l''"is'^''~''z' fer'^'^-'n ctrll Iccdt, eerfy leedt doen aendiefy bcnyden > endcdcfcraf-
no. ferm. do fc blyft dacvnacr noch ducrcnj altydt meer endc meer aengrocyende.
inyiilij. g bi~ Dacr
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. if
Daer en boven dit verfchil iflertuflchen den nydtende andere Tonden s ul'^^^atu^a',
dat de andere fonden connen verholen blyven , raaer niet de fonde aborum feU-
van den nydt , want men naer het fegghen van den » H. BafiUui Bif- "tatem tgrtt
fchop van Sclencien., de nydcgaerslichtclyck Ivcnt uyt hunbleeck co- ^l^^J^'i'l]
kur, droogh acnlicht, ingevallen droeve wanghen, nedergebooghde i^. ^nnal.
ooghen, ende foo voorts. Ende voorwaar de nvdighe menfchenver- a
dienen rechtveerdelyck alle defe ftrafFen ende ïmerten , de welcke ^ffi /•''«■'»"''
voortcomen uyt het geluck ende voorfpoedt van de andere . Welc- /f-,,;};., ajie-
kers afguniligheydt onredelyck is, want men aen eenander het felve Hus anéts ,
goedt moet wcntchen, het welcke men ibude wenfchen aen fyn cy- gettajubtnjUt
ghen felven , ende het quaedt niet gunnen aen een ander, dat men ^el^atumfX.
aen fy felven niet gunnen en foude. mifi^mcrcS.
Den i, H. Gregonm Bijfchof van Naz.iar}z^n fpreckt hier van ten Bafdiusje/g»-
uytcrften wel: Den nydt alleen, feght hy, is onder andere ongere- "J"^^^'- ^^'^\\
gelde paffien den alderbooilcn, ende den rechtveerdighften, den al- cumque -mli ii
derbooiten, om dat hy llrydt teghen alle de goede menfchen, ende infanamyo.
den rechtveerdieften, omdat hyde nydi^aers erelyck opeet endever- ^" homines,
teert, de Irrafte cryghende naer hun verdienlten. ^^^^
De booshcydt van den onredeiycken nydt met haere rechtveerdi- Qu,cdtilinon
ghe ftrafte beichryft ons oock feer wel den f H. Chrjfoflomns met de- ytffic'-i,,dte-
fe woorden: Soodanigh is de boosheydt van den nydt, dat fy eerft ''' "' /'''«''■'*•
leedt doet aen die haer voortbrenght, gelyck aeneenen knaeghenderi soUu ex om'
Avorm voortcomcnde van het houdt, hetwelck hy eerll vernielt, al- nibm affcüi^
foo den nydt ieo;ht hy, doet leedt aen de fiele, die haer heeft voort- *"' "nqtijji-
gcbrocht. _ fn„.se/,,L
Het en fxl, foo ick meene, niet onacngenaem wefen aen den lefer, yid.-a.-mtq:,:/.
cene befchryvinghe te hooren van den nydt in het latyn ons achter- /""'^•S'"-"*-
eclaeren van den vermaerden Poet Oviduu in fyn if. Fabel van den *"'"'" "'-
z. Boeckgenoemt Metammyhojis^ alwaer hy aldus fpreckt: hetwelck qui,ji»ms ,
ick daernaer fal verduytfchen . q-'-i" domino^
Pallor in ore Cedvt , macies in corpora toto , ^'^'" " ?*
JSlujijuam recta acies j livent nibigine dentes , • Gregor. Ksz.
PeHora felle rigent j lingua efl f>ijfiift "jeneno . c
Rifiu abefl , tüji auem viji fecêre dolores . ■ ' ^'♦'■'' 'fl f^"
ISec vntitMr tumno vtsrilafnibiu excira carts . ^,, ,- .
Scd vtdft ingratos , tmabefcitqHe videndo entem offen-
S:tcce!Jus homtn-^.m y- cnrfitque & cartiitar una , <''*' ^ ?'»'
Supplicumf'^e fw.im efl. ''nZ'ütl^T.
Het wclck ick iir een rj'm-dicht van onfe tael fal trachten uyt te ƒ«m"^r/«"','{.^
druckcn als volglit. fumn^fuv
Daer Jit de bleecke nydt ^ heel fchrael tn al haer leden -y ,nr,dia,tl'um,
Hav taiidan vat van roefl ^ als ujt het fwert gefneden-^ jè pufh-r'Jri-
De m.,:»
w
T(?DE GODDELYCKE VOORSTENIGHEYDT
W4W nr- j^g ooghen dweerfch . e/i 'r hert vol ^al en hitterheydt •.
Chryf- /.om. ^« tonghe vol vergif, en am^er fpntgheydt .
45'. <2ii Pof, u4lleen fj maer en lacht in V ongel'Ack der menfchen ^
^ntitc. ^'^^ onrufl met en jlnep om haer vervloeckte wenfchen \
En foo fi lemant /ïei in vret'.ght en groot gehick.
Jn '/■ Jien alleen fy berfl van Jpyt , van pj/n en druck .
^Is '/ aen een ander liickt in veelderhande dinghen.
Dat PerJ} haer Jiel , dat doet van fyn haer herte wnnghen .
Sy is haer eyghen firaf , en d' oorfaeck van haer cnuédtj
Dies 71,'ordr met recht gejiraft om haer vervloeckt mifdaedt .
~ Ik ghy noch rccer andere wyfe mannen hooren fprckcn van de
rcchtvecrdigc pyne en fmerte van den nydt ? hoort dit in hun-
ne gelyckeniffen .
P ^ , Den a H. Ch> yfi/fomw fcght , dat het beter is een ingewronghen fcr-
CeT'cniem m P^i^t in fyn licliuem te hebben als den nydt , die binnen in het ingewant
yifceribm cruypt , want men c.nferpent door menige remedicn can verdry ven,
broyoUcum qI^\q (jg py,^ verfo' .en, maer den nvdt en can men niet uy troeven.
intTd'iVuZ Den Philofoph b ^mhrftenes feght dat den nydt met het roell, hec
firjxntem; iL- wclck hct yfer , van het welcke het voortcomt , dooreet endé ver-
Lmtdicumeii- derft ; foo oock feght hv , een nvdigh menl'ch eet door iyn eyghen
tor.,ma.,xd.o j-^,j^^j^ j- felvcn on , dociide fich {^--Iven te niet.
creUmentio- '" VirgdiHt dicn grootcn Poct m een veritandign dicht noemt c.q\\
f e mitigari; nydt ccn uytteercnde vergit', het welcke het lichaem verteert tot de
'?'''"' J'T t>^c"'^eren toe.
W extiwi'i ^^^^ '^^^^ ^" andere geleerde mannen trachten met defegelyckenif-
nonpoufl.i. fen ons voor ooghen te Hellen de gedurige pyne ende torment, die
Chryf, hom. cje nydegaers hun felven aendoen. Is het laecke dan dat dele inwen-
39. /ij. ï. Ad jjjgg pvnen ende Ihaffen foo fcherp ende bitter fyn, jae het bcginfel
't, fchvncn te wefen van de helfche pyncn , gelyck den H. Zewslcght:
Siitt {errum Lact ons den nydt vluchten, ende met de goddelycke gratie trachten
"'ƒ""'" ƒ•«- uyt te roeyen .'
dMs'rlo'pfiH'j Evenwel fommige eylaes fynblindelyck verhert in die vervloeckte
T;//Ki(i»i.iif- afgunrtigheydt geene fchaede noch fchande , noch eenigh peryckel
//t. Amhift. ;i^(;nficnde foo van het lichaem als van de fiele , de welcke te bc-
';^J''^^g';';'';_claeghcn fyn.
* 'c * ' Als men den nvdt oft afgunfligheydt wilt bemcrcken, men faldcr
Z!ror t.ilifi- niet anders in vinden als onredelyckhcydt , wrecdtheydt en groote
cumwMu T<- f^-i•,^nde, ende ten lellen eene onverdraegelyckc ende bittere itrafFc,
itis-roratvjf.. gclyck wy nu voorder in eenighe gevallen lullen lien .
hus.ijr ti-flm leken Wil hier in het breedt niet fpreken van den grooten nydt
hlbn artuLui y.^,-1 5^^/ teghen Dand, om dat hynaer.het overwinnen van den Reu-
'e"! Ep'fjrjCT. i^ 0'oliath meerderen lof van het volck hadde gccregen fegghcndeen
d, liyi>rt. ' iill-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 17
fingcnde : Saul heefter duyfendt verflagen , ende David thien duy{êndr ,
om hec welck Saul uyt haet ende nydt Davtd hadde getracht metfy-
ne lancie te doorworpen . Heel de wereldt heeft oock altydt verwon-
dert de onredelyckheydt van den nydighcn Keyfer Juflimanm^ als-
wanner hy fynen cloecken Veldtoverften Beli fan-M ^ naer dat hy de
Wandaelen ende Perjiacnen overwonnen hadde, de ooghen hadde doen
uytitekcn, enckelyck uyt eenen nydt, ende achterdencken , dat hy
van het volck in fyne plaetfe mifTchien Keyfer foude geftelt gewecll
hebben. Hoort den blinden Belifanm felf daer van fprcken , als hy
neflens den wcgh een hutteken voor fyn fclven hadde laeten maecken,
ende een aelmolle vraeghde van het voor-by-gaende volck met defc
woorden : Fiator , d.a obi'.lum Eelifano , cjnem vtrtus extultt , excxcavit .
invidta. Geeft een aelmofTe aen BeUjariiu , om fyne cloeckmoedig-
heydt verheven, dogh den wekken den nydt van fyne ooghen heeft
berooft . Dogh den Turckfchen Keyfer Soljmannm is uyt nydt veel
wreeder geweefl teghen fynen oudtlten fone Mnjla^ha , gelyck Lip-
fius verhaelt /. ^.epijl. 22. .
Deien Alnftapha glorieus wederkeerende van de Perftaenen^ die hy
overwonnen hadde, wierdt te Conflantino pelen met eene befondereee-
re ende vollen triomph van alle het volck ingehaelt, den Keyfer fy-
nen vader hadder groot gevoelen in tot eene afgunflighevdt toe, de
Avelcke hem lbo verre vervoerde , dat hy fynen fone in fyne camer
geroepen hebbende , voor fyne ooghen terfcondt dede verworghen
tot fyne groote fchande .
Hoort nu eene fchande van eenen nydighen menfch met eenerecht-
veerdighe llraffc: Defendroegh eenen bitteren haet ende nydt teghen
Anthijlenes eenen feer cloecken V^eldtoveriten, tot wiens lof de R.c-
publiecke van Athcnen om alle fyne viftorien fyn beeldt ofte fl'tue
hadde doen oprechten . Eenen anderen benvde hem die eere met fulck
eenen haetendeafgunftigheydt, dat hy h?elc nachten lanck datbeeldt
metltockenen Aveepen geweldighlyck iloegh , om het ten leflen ter
aerdcn te worpen, in het welck hv fyn behaegen nam > maer fiet,foo
hy eens met fmyten ende flaen beögh was , het groot beeldt viel on-
verwachts ter aerden, tefamen oock verplettende dien boofen enny-
digen menfch, gelyck PaufantM verhaelt, ende den geleerden Nico-
laus Caujjln in fyne finncbeeldcn .
Maer ick moet hier noch eene andere fchande verhaelen, al is ly
foo wreedt niet ; van eenen nydighen conllenaer: Alichael Angelm
Banarotta eencn feer vcrmacrden beeldtfnyder , eens van Florenan te
Roomen gecomen fynde wierdt van een ieder geaclit om fyne uytne-
mendc confte, alleenelyck bcnydt van eenen anderen beeldtfnyder met
üAtiac Ra£hiül Urlfi»,n : DticaBonarotta by gelegenthcydt hadde eens
C ge-
i8 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
gefncden een beeldt van EaccloM fpelende met eencn Satyr^ ende dit
ten uyterften naer het leven j hy {-leghde evenwel daernaer af ecnen
crm van dien Bacch-M , den welckenhy in fyn huys bewacrde ; dit
gefneden beeldt dcdc hy daernaer in de aerde legghen , alwacr hy
wifte, dat men naer eenighsn tydt de fondamenten foude legghen
van eenen nieuwen bouw. Als men nu daernaer daer in hadde begonll
te graevn, dat beeldt van Bacchns wierdt gevonden , ende tot den
Pa!P< gedraeghen om fyne grooteen ongemeene confle, over het weick
fich niemandt genoegh en coft verwondci-en . Michad firauleerdc al-
leen, macr Rabhail prees dat beeldt boven al de reft, als een ituck
van de oude volmaecl.lle conlle, alleen beclacgende dat het van ee-
nen erm berooft was , maer Miclm'el Avgehu dat hoorende, brocht
terftondt ende toonde hem den afgefaeghden erm , paflcnde op het ge-
vonden beeldt, daer fynennaem oock was ingefnedeni alles tot fchan-
de ende bcfchacmtheydt van den afgunlHghen Ra^hncl ürbtnAs .
Voor het left, de boosheydt van een nydigh menfch is foo blindt,
dat hy niet en geeft om fyn eyghen ongeluck ende verderf , gelyck
a het bcfondcrlyck met de duyvelen gefchiedt is . Daerom feght 'den
^'*^!iead!'^°o. ^ ^' ^"/^"^^BiiTchopvan ■Sf/?«f/,7, datdennydt eene vervloeckteboof-
ii'lffeaio. s. heydt is van den helfchen geell, benydende, dat den menfch om hec
Bafii. Seleuc. menfch -worden van den Sone Godts boven hunnen Enghelfchen llaet
£/i//./frm.</e j^grnaer foude verheven worden. Om welckers nydt noch meer te
tnyi ta. ftfafFeu , Godt heeft de felve, naer het gevoelen van den b H. Ber-
Diaholiuoh nardu-i^ geilelt inde locht tuffchen hemel ende aerde, op dat fy door
pxmim futm het acnfchouwcn van de menfchen op de wereldt, ende van de ge-
Ut'.m i-taere i^jcj^.faijo-hc in dcn hemel meer fouden cellraft worden.
inedmm int er -vr ^ r- i ■ i ^ ■ i •»
ctlnm crter- ^u can men genoegn den, dattcr m den nydt niet anders en rs als
TAm fcrtitus cenc cnckelc booshevdt, gemercktfy uyt het goedt ende deughdtvan
4jt,ufvideat , ggp ander niet als quacdt en treckt , de welcke daerom van Godt in
er ;/;.. »»vi- j ht^iie eeuwelyck celtraft wordt , gelyck hier oock op defe wereldti
fwr. Süern. daer een nydigh menlch evenwel met om en geett. '
/erm ')S . in Hier op moet ick noch voorllellen het gene ons Lyra>iits verhaelt:
Cantica. Daer wa'^,feghthv,ecnen!7/fve^^/A'';? ende oock eencn »7^.'^/.i?« menfch aen
malckanderen niet het minile gunnende ; alle beyde ondcrfaeten van
eenen grooten Prins, den welcken wilde dat fy van hem iet fouden
verfoccken , het ghene fy wenften , nochtans met ót(e. conditie , dat den
ghenen , die eerlt foude vraeghcn , het fclve foude becomcn, ende
dat den anderen het felve verdobbelt foude cryghen ; geenen van twee
dit hoorende en fochteeerfl te vracghen , foo dan den prince dededcn
7ijdegaert ecrfc vraeghcn j wat foude den afgunilighen hier doen? Denc-
kcnde,datden anderen dobbel foude cryghen, hcmdit grooter goedt
benydende, ende hem liever een dobbel quacdt wenfchcnde, vcrfochtc
teil
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 19 '
ten leften van fynen Prince , eenc ooge uytgefteken te worden , liever
voor fyn felven dit quaedt verkicfende , ende een dobbel voor den an-
deren . Soo boos is de nydigheydt , dat fy haer fclvcn liever lecdt doet ,
als dat fy acn cenen anderen iet beters foude laeten overcomen . ^
lek eyndighe met den a. H. AngujimHi in het cort begrypende de uvdu tfi-^
boosheydt van den nydt . Den haet ende nydt, fcglit hy, heeft de qux ^ngc
Enf'helcn uyt den hemel gcfmetcn, ende duyvels gcmaeckt, Adam '»'" ^' "'•
en Eva gejiicght uyt het Paradys, Abel vermoert, de fonen van Ja- fj^"/,*^'^^ p^
cob opgeltockt teghen liunnen onnoofclcn broeder Jojl'^h^ befonder- radifo exuU'
lyck als hy aen hun fyne droomen verhaelt hadde, van de welcke ick -^'f. ^BeUm
in den voli^henden paragraef brecder fal fpreken . oaid,tc<>ntr<»
•^ * '-' ^ - lojeiro /ratres
?jf amtAf it , S »
" Aug.Jfrm.l8»
P^an de droomen van lofeph , de "üje/ch hy aen fynen ^ timore.
Ijader lacob , ende aen fyne broeders verhaeU .
NIcmandt en iiïèr, die de hiftorie leeft van lofefh, of hy is ten
uyterrten verwondert over-^en bitteren haet ende nydt van
Tyne broeders, den welckcn*aen hun niet de minfte reden van
gramfchap en hadde gegeven , nochteeenigh ongelyck enhaddcaen-
gedacn, gelyck den '' H. Cptllm Patriarch van Alexandmn wel feght , Huy,»;, ■?«»
jae hy was hun heel licfgeral , dienfligh in alles, goedthertigh , een- fe^h f-.itret
voudigh , endi^ tot een tecckcn van fyne rechtllnnigheydt, geen ach- ƒ»"■' »"''•»
terdencken hebbende van fyne broeders haet ende nydt, mcenende, ^"^^"ir/^J^f'
dat fy waeren, gelyck hy was, hy verhaelt hun als aen fyne vrienden s' Cyr'iUus
fviic twee droomen , die hy hadde gcha-Jt, eencn van de fonne, van Alex. •*/■»«'
de maen ende rterren, ende den anderen van de fchoovcn, de welcke i'/'/"""''"*"'
hy in fynen droom fagh nedcrbooghen ende aen fyn rechtlkende i'choof '*
gelyck eerc bcwyfcii, gelyck hy oock hadde licn gdchicdcn van de
Ibnne en maen en fterren .
Een cort rym-dicht fal ons den droom van de fchooven aldus
Voorltellen . *"
Wel wat geficht is dit? wat wilt ons d.it bedieden}
O wonder Godts gehejm ! wat fal hier vnn gefchiede» ?
Iet wonders en tet vremts dit alles ons betttyght ^
Als Jich pio meiiigh fchoof tot d' aerde nederbnyrljt .
Dit is een waeren droom van Godts %veeoh tnirei-reven
Aen Jolcph Jacobs /oo«, V recht voorbeeUit van fjn leven -^
Dat hy van fynen flam , elf broeders in 't getal
Den Ooperheer van al daernaer eens rvefyi fal .
V V?rha)l niet anders is als nydt van allegaler ^
En d" oorfacck van den anghfl van finen o;iden vader ^
C i ' Een
20 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
ien flooringh' van fjn hays , en forgh van Jacobs Jlam j
Siet , van een clejn hegm ivat fmert hem over quant .
Dit falmen in 't gevolgh met al die wondere wercken
Van een feer droef begin , maer hljer eynde mereken ,
Va}J jofcphs ongeliick , en fynder broeders haet ;
Doch al tot Jacobs vrenght ^ en kinders^ wel vergaet .
Van dcfe droomen van Jofefh wil ick nu broeder fprcken ; eerft
nochtans tot meerder verclaeringe ial ick hier wat vooritellen vanee-
nige eyghendommen van de droomen, oock vandenooripronck, ende
uytwcrckingen der fclve .
De naturaliften ende medecyn-meellers hebben veele bemerckin-
ghen op de droomen, uyt de welcke fy meenen, eenigfms te connen
achterhaelen den aerdt, de genegentheydt , ende de gellelteniflè van
.j; quli pir de menfchenj daerom vraeghenfy dickwils vandenfiecken, of hyaen
fonmy.mvde- ^.^^j droomcn ondcrworpcn is > want als hy foude gcd roomt hebben
hL'"7fendi't van vier en branden , fy hebben alsdan achterdencken , jae fy laetcr»
f.a-,'ulili<,fi hun eenigfins voorftaen nacrhet gevoelen van Hifpocrates , dat deon-
inibresM'un- mactigc gallc den crancken IccdLdoetj droomt hy van veel reghcn,
d.trefii^idum , pgeft te kcnncneenc coude vobhtishevdt; droomt hv vanfnceuw,
hiimcrcm de J O , i i . • i ^ ^ r n i ■ ,11
cUrar,ficfv>e van ys , van haghcl, het is een teecken van lyne llymachtige geitelte-
f,>,i-vem,^hi- nide? droomt hy te wefcn in eene vuyle ende itinckachtige plactfe,
demO'gran- ^.-^.^ geeft achtcrdenckeu van vccle quaede humeuren ende lbo voorts .
t'amfi^'^Mm, ^^ Philofophcn 5ro/« gcnoemt waeren van opinie, dat de droomen
ƒ■ cjuit^rnloco altvdt ict fokcrs te kennen gaeven .
fcetido ejfe f' Dcu Philofoph Plaio was van gevoelen , dat de fiele in den flaep ,
f,,tet,putrc- gj^jg -^^ ^^^ droom gelvck wech-gevoert wicrdt , ende nuvryfvnde
r«mcrc.Hip- ende ontilagen van het lichacm , bequaemer was om iet te vatten,
poe. /. 4. ende wel te vcrrtaenj ende dat de dinghen, die alsdan te vooren quae-
men, daernacrgemeenelyck waevachtigh bevonden wierden ; want hy
was van mceninge dat de fielen, eer fy ingelfort wierden in de lichae-
men, kenniiïecnde wetenfchap hadden van de verbcclreniflc aller din-
ghen , de w clcke aen de ficlcn lichtclyck te vooren quacmen , als fy van
de lichaemen niet en wierden belet.
Dit gevoelen van Plaio is daernaer van fommige gocdt gevonden
ende bcveilight met veel gefchicdenificn, in dcwclckc fommige droo-
men wierden waer bevonden.
Cicero vcrhaclt van tv/cereyfendeperfoonenvan ylrcadien ^ de welc-
ke, als fy gccomen waeren te Megara^ gonghen vernachten, denee-
ncn by \\\\z vrienden , den anderen in eene hcrbcrghcj die by fyne
vrienden v.as , droomde, dat den ancercn , die in de hcrbergc was,
fyntn toevlucht verfocht , om dat den herbergier op fvn leven uyt
was } delen in fyi:cn droom vcTfchrickt , ftondtterftondtop, maerfich
wat
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ti
vat bedenckcnde , dat het immers maer eencn droom en wns , begaf
fich wederom tot de ruil ; doch noch eens in flacp gevallen fyncie ,
docht hem, dat dien felven medegefelle opeen nieuw hem riep, dat
hy nu ten miniten , den welcken hy noch levende niet en hadde by-
gciiacn, lyne doodt foude willen wreken, fcgghcnde, dat hy van den
weerdt vermoort was, cndc nu fyn lichaem op eenenwaeghcn hadde
geworpen , ende vcrborghcn onder de vuyligheydt oFt mell , voorts
verfoeckcnde, dat hy fich heel vroegh aen de poorte der itadt foude
laeten vinden, als den waeghen foude uytryden; het wclck hy door
den droom bewceght, gcdaen heeft, ende tcrllondt vraegendc van
den voerman, die hy vondt , wat hy op fynen waeghen voerde, hy
vol vreef: geenc antwoordt gevende , begon tcrllondt te vluchten,
maer heminha.lcudc, ende het lichaem dacrop gevonden hebbende,
wierdt den voerman gevat ende geftraft .
Maer om niet alleen te fpreken van de Hejdenen : men leeft oock
in het leven van Jen H.lViUebfordas op den 7 van November , dat fyne
moeder van hem bevrucht fynde , eens droomde, dat fy inden hemel
fagh cene nieuwe maen , de welcke nu gcgroeyt fynde tot eene volle
maen, fcheen op oenen llondt te vallen op de moeder, haer ver-
lichtende. \\ elcken droom eenen Priefter cndc Religieus verltaende,
haer teritondt feyde, dat uyt haer foude geboren worden eenen fone,
die door het licht van de waerheydt de duyflernilfen der dolinghen
foude verjaeghen , ende allenskens opwaflchendc in de deught , veel
menfchen met fyne heylige woorden ende goede exempelen foude
brenghen tot het Chriften geloof; het welck gelchicdt is, als hy in
ons Ncderlandt het Catholyck geloof met fulck eenen iever ende vrucht
vercondicht heeft, eerft fynai Aerdts-biltchoppelycken ftoel itellen-
de in de iladt van Utrecht .
Wederom het is genoegh bekent , wat datter aen den Chriflelycken
Keyfer Alanntiits volghens fynen droom gefchiedt is: om in het cort
te fegghen, hy hadde gedroomt, dat hy met heel fyn geHacht foude
gedoodt worden van eenen genaemt Phocai, ende foo hy dit niet
fonder fchrick eens verhaelde aen fynen fchoon-fone Philipptcus, dede
hy onderfocckcn door heel fynen leghcr, ofteriemandt aldus genoemc
wierdt , ende men hadde ten Iclten iemandt gevonden , die eenen fchry-
ver was , ende gemecnen foldaet van flcchte afkomlte. Den Keyfer
defcn foldaet niet vrcelende , Itelde fich voortaen heel geruit, ende
buyten allevreefe, geen geloof meer gevende aen fynen droom ; maer
liet ecnighen tydt daernaer, foo de oproerige foldaeten op den Key-
fer Mam-itins verbittert gev/orden waerenby gebreck van betaclingc,
cndeandere redens , vcrcoofen fy met toeitemminge van heel den legher
delen Phociis tot Keyfer, den welcken den vluchtenden Mannti-M 'n\
C 3 de
ii DE GODDEDYCKE VOORSIENIGHEYDT
de (ladt Chalcedon achterhaelende, den felven dede raet heel fyn ge-
flacht doorliet fweerdt pafTeren , foo dat men den uytval fagh van den
voorgaendcn droom. Men leeft van gelycken van fommige Pauferiy
die volgens hunnen droom tot den Paufelycken lloelfyn geraeckt.
Gabricl ColdermariHs. te Venetien geboren gevaerelyck iieck fynde,
fagli in fynen droom de HH.Petru-s ende Paftliu^ hem toeleggende de
gefondtheydt ende het Paufdom j ende fiet nu in volle gefondtheydt
hcrltclt fynde, wierdt Patts vercoren, onder den naem van EnaeniHs
den IV.
Maer evenwel naer alle defe uytvallen en magh men op de droo-
men niet voortgacn, noch geloof geven nacrhet fcggen vanden Ec-
clefiafiiciu metdcfe woorden: Dedroomen hebbendervele doen dolen,
ende fyn bedroghen geweeil, diedaer in hopten. Mulios errare fece-
ZiL.^.dia- runt fimnta y & exciderMU Jperantes m fe . Eccli. 34. v. 7. Tot beve-
Ug.iA^. 49. ij;inge hier van hoort nu, wat den H.Püpu Gregonm vcrhaelt: Ee-
nen, feght hy, hadde gedroomt, dat hy lanck foudc leven > hy daer
aen groot geloof gevende , dede fyn uyterlle belle om grooie ryck-
dommen te vergaederen , maer vondt fich daernacr teeneraael bedro-
ghen, want hy tonder lanck gcbruyck van die vergaederde goederen
op het onverwachts quam te fterven tot vreughi ende voldoeningc
van fyne erfgenaeraen , die hun met de achtergelaeten goederen feer
vcrheughden .
Men magh dan op de droomen noyt vafl gacn ; ende alswanneer
dattcr fomtydts cenigc droomen comcnwaer te wefcn, gclyck wy te
voorengefien hebben, wy moeten dcncken , dat hetgefchiedt byge-
^liquando val, oftc doorhct toedoen van eencnquaeden ofte goeden geeft, het
^fnerantHr welck fich daemacr opcnbaert . Den H. Paus Gregorins can ons hier
/em»/j -ven- .^^^ jj^^j^j. (jgyej-j - [)e droomcn , feght hy, comen voort, ofte van
dinc,,iMcxa- overlaedmge olte ydclhcydt van de maeghe, otte door bedrogh van
nicione, all- Jen boofeu gcell , oftc door eenigh gepc>'S, ende bedrogh teiamen,
5»<i;;</o yero £■ j . (,g,-,io;e openbaerin2[c , ofte door eenigh gepevs ende open-
füufionet til- , . r ^ ^ j f ^ 1 ir .
qu'xndo cop^ bacrmgc te famen . Hier uyt canmen mcrcken dryc loorten vanuroo-
tatione i'imul men: fommige comen voort van de nature, fommige van den quae-
o- tiiufioite, (^j,j^ geeft, andere van Godts weghe .
yéunoneJlT. De cnckcle naturclycke droomen worden fomwylcn vcroorfieckt
5«.i;«/o co^i- van de dacgelyckfche becommeringhcn , ofte van de lichaemelycke
t.uione fimul geftelteniOc voortcomcndc uyt een lekcrtcmpcrcment, ende overtol-
c?" rey<Mio- jj vochticheydt ofte humeur: Die vol salie fvn, droomen dickvils
!.^.mor.iaf. vau vcchten cudc oonoghiche iacckcn . De melancolieckc menlchcn
48. worden befwaert met droeve ende vrccfelycke droomen, van ftrafFe,
oock van de doodt . De mcnfchen die vol van bloedt fyn , hebben bly-
de droonien, van voghelen, van Ichoonc Linden, fy droomen van mu-
lïcck ,
c«n»
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 13
fieck , van macltyden , fomtydts fchynen fy te vlieghen , wclcke droo- ^
men te kennen geven eene goede gefteltcnifle des lichnems . Q^'J^
Voorts de droomendie vcrooi-Gieckt worden van de boofc geeften, ^^^''/4;(^"'^
en can men fomtydts niet wel onderkennen, cnde onderfcheydcn van ,„/,^^t , i^
de droomcn van de goede geeften , te weten van de Enghelen , de crep.,T>it eum
welcke op de felve maniere voortgaen, om dat de quacde ende goede ^'^'^''^ >«^-
gecllen eene de felve nature ende'macht hebben, nochtans niet het ^"•'7''»'-ï
felve opfet, endecynde; want de goede Enghelen anders niet en foec- NumqmJ.
ken als de glorie Godts , ende de ialigheydt der menfchen , daer de »"«^<' f^ieLtt
helfche geellen heel contatrie doen. ^ ^tt 'fjft
Macr hoe falmen nu connen weten, dat dcdroomen comen van de renAo ? dicen-
goede geeften ende van Godt? De geleerde mannen geven defe ant- dumefl,iiuod.
woorde, dat Godt dit eemeenelyck te kennen geeft door fync infpra- -^"" '''"ƒ'"'"''•
ken ende verlichtmgen , die de droomendemenlchen gewaer worden, ^i?^/^^,^!^:,,
cenighllns oock meixkendc , dat fy bevveghen tot het goedt cnde ut futuraiUi-
deughdt . "'■ f'M">"it'»
Godt verweckt gemeenelyck de droomcnde menfchen , dat fy de ^J"^^^'™f,jl
nytleggingc daer van foudcn vraeghcn van geleerde ende godtvruch- fceretHr'aDea
tige mannen , gelyck de Coninghen Ndbuchodonofor ende Pharao ge- /«# promif-
dacn hebben. ^dfm°t'2'm
Nu ten leften aengaende de droomcn van Jofej>h^ te weteh vanfy- jl^dutTur
nen fchoof, ende, van de fchoovcn van fyne broeders, ende van fyncn nu kDco nA
droom van de lonne, maene ende fterren die yo/'è-^;/^ fchcenen teacn- referendum eji
bidden ; defe vcrliaelde hy cenvoudelyck aen fynen vader , oock aen y'""'^ p^t'r'p
fvne broeders, die daerom op hem geftoort wierden, ende tot hem ƒ„„,„„(/(. /70-.
met hact ende nydt meer ontileken, uyt vrecfe, dat fy hemdaernaer nanter Scnp.
als hunnen overfien eens foude moeten eere bewyfen. tnradn:t:P.x-
Dcn vader a Jacob datallesbemerckendc, ende fiende dat /o/7:;/»/j met ^,^' \ai.itus
het verhaclen fyndcr droomen aen fync broeders oorlacck haddc ge- coitfiderahat
geven van twift ende afgunftigheydt, berifpte hem, ende fy fclven taimjuamfcn-
framvertoonende, feyde hem : Wel hocmynen fone, enfyt ghyniet 'Z'lj^^^'Z'Z
elbhacmt, aen my ende uwe broeders foodacnighc droomcn te ver- tendi er fy-
tcUen, alsof wy u eens foude moeten aenbidden ende eerbiedinge bc nificin: d.ito
toonen als onfen oppcr-hecr ende ovcrften, fytghy wys, en fyt niet '^*''"''» ?'*'"*
meer foo onbedacht ende onvoorfichtigh ; wordt ghy by nacht met (."ntifim'pba.
droomen overvallen, en vcrhaeltfe niet indendagh, ende en geefter tatehujufmo.
geen geloof aen . difomnU re.
Dogh of lofe^h geloof gaf aen fyne droomcn ofte niet, ende ofthy ^Z7mmXf.i-
Ti'enfte,dat fy waer mochten wefen, ende daerom foude mifdaen heb- debat, & ,d
ben, dat en is niet feker. akfque pecuf-
Den vermaerdcn fchryvcr O ThoKOi ^rirrlictu is van pevoelen- dat '" ^^' -'""*'
T /• I r 1 IJ ■ r , '^ , ■ t • °, "*■"-'' 5 ■"""- rdt. Thomas
Jofe^o geenc Ichuldt ergens in en foude gehaat hebben , hy geeft defe f^v.^icn^ .
reden:
Z4'DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
reden: Mea moet fegghen, dat lofeph, gelyck die droomen va.n Godt
quaemen , oock van Godt wierdt verweckt , om die aen fynen vader
ende broeders te verhaelen , ende genomen , dat hy die rechtfinnelyck
en Je ecnvoudelyck verhaelde, daerom en dede hy geen quacdt, en-
de dat condc geichicden fonder fondc. Soo ipreckt den voorgenoem-
den fchryver.
Ificfii; daer en tuflchen bemcrckte defefaecke, ende ovcrpevfdedcfc
droomen alsvoortceckens vancenige waerhcydt , want cl i ft dat hy wel
wirt , dat de droomen meerderen deel niet wacr en fyn , feer dickwils
niet anders en fynde als bedriegelycke verbeeldinghen, evenwel hyliet
ilch eenighfinsvoorftaen, datfegeene verfierde vooritellingen, oftop-
getrocken dompen en waeren, ende geen bedrogh van eenigh fpoock
oft nacht-geficht vanden duyftercn geeft, maer teeckens van verho-
len dinghen, die Godto^t eencn Enghel van Cjoiiw wegen mocht inge-
druckt hebben in het gemoedt van lofeph .
Dit alles niet teghenllaende de broeders van lofeph en trocken fy-
nen droom in geenen goeden fin, maer tot voedtfel van hunnen voor-
gaenden haet ende nydt, gelyck wy nu breederin de drye deelen van
de volgende hiftorie van hfe^h fuUen gaen fien .
'%)é^
EER-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
^r
EERSTE DEEL
VOOR-REDEN.
De God^elycki • J^oorftemgheydt aehruyckt [omtydts onht'*
quaeme , Joo het Jchynt , jae teghenllrydende middelen ,
o??z de menfchen te brengen tot hun gelucht gelyck,
het hlycken jal in lofeph.
^^k:
Ommighc fyn dickwils verwondert geweeil
over den handel van de Voêrjient^hejdt GodtSy
die de menfchen op foo verfchcyde cnde moey-
clyckc manieren beftiert , om die ten leften re
brenghen tot hun geluck cnde fah'gheydt : hy
;'/, vernedert fommighe , die hy daernaer wilt ver-
heffen , ende in groote cere Hellen ; ende fom-
tydts, als het al verloren fchynt te welen, ende
buvten alle hope, dan comt hy hun te hulp ; Godt weet op fvnen
tvdt de handt uyt te fteecken, om de bcdruckte ende verketen men-
fchen, oock door middelen heel onbekent, jae.die ons dacr toe con-
trarie fchyncn te wefen , uyt alle peryckelen ende allen ongeval te
trccken .
Go^/ handelt fomtydts hierin, gelyck eencn ervaeren fchipperofte
ftierman, die fomwylen voortgaet in het beftieren van fynfchip heel
teghen het gevoelen van andere , die hun van het vaeren niet wel
en verilaen .
Men falder vinden , de welckc den opper-ftierman fuUen willen
berifpcn , ende teghen hemfpreken, alsfy lien , dathy het roernaer
den rechten cant lloot, om te doen keercn naer den llincken cant,
fy fullcn teghen hem claeghen , daer hy nochtans aldus doen moet,
van het wclcke fy geene kennifle en hebben. Wederom als hy het
feyl met veel water doet begieten, fymeynen, dat hy het fchip aldus
niaer en bcfwaert, cnde als hy het fchip wat cp fynen cant doet gaen ,
D fy
z<J DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
fy meyncn , dar hy hetfchip inperyckel ftelt, van om te keeren, en-
de als hy zydelinx vaert, fy fuUen fegghen, dat hy fynen tydt maer
en vcrqiiift , dat hy moeil recht henen vaeren ; maer fy en verftaen het
al niet. Den ftierman weet, wat dat hydocn moet, want hy vaert ter
zyden, oit hy laveert, gelyck men fpght, om den windt wat te vat-
ten, cnde aldus beter voort te gaen, daer hy anders niet wel enfou-
de v >ort geraecken, jae meer achterwaers gaen. De fchippers ende
ftiermaiiS weten, hoe men vaeren moet, cnde hoe dat hun fchipge-
ftiert moet worden, om tot de geftelde plaetfe te comen.
Soo van gclycken weet Godt oock door verfcheyde maniererl ende
onbekende middelen de menfchen tot de geluckighe haeve te bren-
ghen .
Laet ons dit als een finnebeeldt aen den Lefer voorftellen met het
opfchrift het welcke volght naer de print .
UYTGEEEELDT IN JOSEPH.
27
Dat teghen fchym 0 lieven vriendt ^
Heel nut is ^ ende beter dient.
Het Siimebeeldt wordt uytgeleydt.
Jlfen Jtet al mentgh checken maet ^
Die Jich aen '? vaeren wel "verflaet ^
die kent de diepten^ en den vloedt^
£.n door de conft fjn fchtp behoedt.
Daer ander'' berften op een clip ,
Siet onfen maet beu/aert fyn fchip .
Hy vat den windt , en vnert heel piel y
u4ls een ervaeren boodtsgefel .
JSlu teghen windt , nu met den vloedt y
Hy ïyeet , hoe hy beji vaeren moet j
Nu z-jfdlinck vaert , en dit om V befl y
En vat den windt van ^uyd^ oft weji :
Da
Matr
48 DE GODDELjYCKE VODRSIENIGHEYDT
M^aer Jtet men lazert onfen maet^
Of hy hter Jich niet wel verjiaet .•
Jn plaets" hy neemt de rechte baen ,
Jiy doet fjn fchip ter xjjd^n gaen :
't Is anders niet als tjdt v er jijt y
En is voor niet fyn arbeydt cjuyt .
Ej fwyght toch ft il gj f echten bloedt ^
Chy weet met , '. hoe men vaeren moet j
Ghji weet niet , hoe het hier al gaet ,
^en '/ vaeren ti niet wel verft aet .
Neemt ghy h eyghen werck ter handt y.
Dit is geen werck van h verft andt .
Den fchifper hter Jich %i'el verjint .^
Ter ■x.jden vaert , en vat den windt .
Jiiaer hidd" u , ft aet hier noch wat ftil ,
En hoort , wat ick u feggen wil :
I4^at fuchten , dachten en verdriet
Nm hter ^ nu daer en hoor imen niet !
Eylaes ! den goeden menfch ver gaet j
Het fchynt , dat Codt hem heel verlaet l
Den boofen leeft naer fynen ivenfch ^
Jn pyn en druck den goeden menfch ,
Die anders niet als Godt en foeckt^
Die wordt veracht , die -wordt vervloech ,
Den boofen goedt , en geldt geniet ,
Een goeden menfch is tn V verdriet \
JHen hout hem als een geck en fot ^
Wordt van een teder uytgcjbot .
Wel hoe il dit een werck van Godt ?
Is dit der deughden V droevigh lot?
O blinden menfch eti claeght-- niet meer ^^
Het fin al werchen van den Heer .
Van Godts beftter niet meer en claeght ^
Codt voor fyn vrienden fcrghe draeght :
Die Godt verdrtickt en tact in fmert ^
Daernaer te meer verheven werdt .
Wat anghft voor Jofeph in den noodt !
Geen hoof had* in d' aenftacnde doodt :
'ƒ Scheen hy de doodt gongh onderftaen y
Dus moeft hy naer de glory gaen .
Soo handelt Godt : door teghenjpoedt
Leydt fynen vnendt tot '/ meefte goedt ^
LCAP.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ip
I. CAPITTEL.
lofeph tfordt: 'ï>att fyne Broeders gefocht ter doodt , ddernaer
ge'^orpen in eme uytndrooghde cifitrm , dan verco^ht
aen de voorbygaende Ijmaélitejche cooplieden trec^-
ketide naer -Aigypten,uyt alle loeUke peryckelen hy
door Godts Voorfienigheydc 'ieierdtverlofl.
^^^^ M Ls ick nu de hiftorie van Jofeph begin , men moet hier
SAS ^'^'^ bcmcrcken vcrfchcyde gedachten van Godt , van de
^ M nvdiee fonen van ^acob , ende daernacr de gepevfen van
^^^^M^ hunnen Vader.
De Broeders van lojeph en peyfden niet anders , als hem uyt haet
cndc nydt ende befonderlyck om fyne droomen ter doodt te bren-
ghen .
Godt ter contrarie hadde volgens fyne Foorjïetnn^hejdt vaft geflclt
lofepb van de doodt te bewaeren, ende hem ten Icften nacr veel ly-
dcns, naer anghft ende vrecfe in het landt van z^^gypen in eere ende
glorie te Hellen, het welcke nicmant , door wat middelen hetmoght
welen, en foude connai beletten, gcmerckt datter geenen ra^dt te-
ghen den wyfen ende almachtighen Godt en can gevonden worden
naer het fegghen van Salomon : Non efl conJIUum contra Dominum .
Frov. il. V. 30. gelyck wy daernacr breeder ilen fullen .
Nu acngaenuc den vader //7co^.- Hy Icheenvan die fchickinge Godts
eenigh achtcrdencken te hebben, want hy de droomen uyt den mondt
van Tynen ibne lofefh gchoort hebbende, die by lyn felven quam te
overdcncken, volgens het fegghen van « Aioyfes ^ met defe woorden;
Daerom hadden iyne broeders teghen hem eenen haet ende nydt, inVi(i.\ant e',
maer den vader bemerckte defe faecke al fwygende: Den ouden man f-Mres (;«*,
hadde achterdencken, datter in die droomen wel iet wordcrs mocht ƒ>•»"'• Ttro re
fchuylen, ende datfy wel eenige waerachtighe uytcomile condehcb- ''"^"'" '^""f^'
ben , gelyck het daernaer metter daedt gebleken heeft > het welcke yT'v.""-^"*
nochtans lacob niet feker en wift.
Daer en tufichen hy dede fyn uyterfte bertc , om allen ongeval te
voorcomen, ende dien haet ende nydt te flilfenende uytteroeyen ofte
te vernietighcn .
Soo dan den Ibrghvuldighen vader vondt gcraedigh fyncn fone t' huys
tehouden, ende die nydighe broeders ergens naer het vcldt te fenden,
om de fchacpen ende het vee te doen weyden , aldus verhopende,
^at die afgunÜighcydt teghen lofe^h door het afwcfen vaa malckan-
D 5 deren.
30 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
tempus , gnj-
riii , qnod iif-
feS'tus anima
ac morhcri*m
tempus dua-
tur ynedicus.
Philodejof.
deren, ende met den tydt allenskens foude flyten ende vergeten wor-
' den, gelyck * Ph^lo dien Hcbreeufchen fchryyer wel bemerckc.
rentu^pa- ^j^ ^^ j^^^y nacf eenif'lien tydt fich liet voorftaen, dat dien afkeer
pT.tfentibus ende nydt nu wel mochte gefliftt fyn , fendt alsdan lofeph naer fyne
emnihiif ali- brocdcrs , oiT) hun van i)n;a t' Vv'eghe te groeten , ende te fien , of
qmd H"'"- het met hun al wel was, ende met de fchaepen, ende met al het vcej
Tre's'^'oriretHT '1^"^ de ücfdc hopcndc tc herftcllen.
<:xin'^rat.tfi- Lact oDs dit allcs tot minder verdriet van den lefer in hetrym ftel-
mniorum me- len , ende vcrilaCH, hoe dat den vader daerentuflchen niet Tonder vrec-
Hebrat ud f al J'^ CH WaS .
CuaSUumdo. t.^^q|3 fpreckt .
m/ fervut ad •' i.
Ellendigh als ick ben ! van forghen fchier befwehen .'
Aly lnji , jae can met meer in myne droef heydt (preken !
Ejlaes ! hen heel hejaert , verlaeten , fonder vron-w !
Ick wenfch maer naer mjn doodt tn tnynen anghji en rouw.
O Gadt , die 't al be/liert , ift alles z.y geprefen j
Ghy hebt van Abrams flam een Jïennfel -willen weren -^
O geeft »?r, bid£ ick «, dat ich « gunj} ve'^'-u/erj'^
Het leven my verdriet , o geeft my dat ick fterf.
Myn hooft heel nederbooqlit , en fosckt als eenen blinden
^l fchüdende fjn graf ^ om ptïie ruil te vinden.
Op myn veroudert hooft de doodt aüe.'sh-'ns daelt ^
Afjn Jïel is ongernj} , tot dat fy neder daelt
Tot Rachel myn lief paer , die my is ■w'gh-genomen .
O lanck gewenfle doodt , laet my oock ,tot haer comen ,
O Benjamin lief kint^ myn /«/? , en oock myn ronv ^
Den fchicht kws moeders doodt , myn atderhefjle vromv .'
Sy tn haer haerens noodt gaf echter u het leven ^
Of dat ghy leven mocht ^ fy is felfs doodt gebleven .
Hebt haer wel dier gecofi j V heeft haer de doodt geflaen ^
Leeft dan f o mocht ick maer naer myne Rachel f (Z^» /
Doch fiilt K driftigh hert j wilt u foo niet beroeren ,
En laet a fonUer toom tot onheyl niet vervoeren .
Bedenckt », wat ghy doet ^ divinght al' dïén binnen Jliydt i
Ghy immers noodigh fyt , feyfl dat ghy vader fyt . '
Ghy mooght de droeve doodt van Rachel ^l/el beclaeghen.^
Aiaer moet al-even-wel noch meerder forghe draeghen .
Jf^enfi ghy uyt ongedult foo een verhacjle doodt ^
Ghy laet heel niven flam^ uu' kinders tn den noodt.
Sprack aldus: De fon r.l eenijh tydt is nu wat ofgerefen^
Ick moefl UH naer myn plicht bj mynen vader wefsn^
Hem
lofeph Jmor-
gens -rroe^h
Jyntn Vader
temende goe-
den daghuen-
fihen
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ji
JJem troojhn in fjn fmsrt , en m-inen dtetifl aenbiê»y
Hj anders tnet en wenfl , als fynen foon te Jien .
lofeph(ynen 'k Vrees ^ dat hy Jtch beclaerht met forgh en nnghfl hevan^e»^
vader fiende, En dit den oude// man my wacht met groot verlanghen .
gaet voort: ''kjien hy Jich keert totGodt^ fjn handen heft om hooghy
/«co^iemandc 2\4et fuckn-n uyt het hert ^ en traenen in de oogh .
gewaer wordende , fpreckt aldus:
Wat hoor ick ? •u'te is daer ? -vuiéns ftem heh ick vernomen ?
Afy dunckty hy naader com! ; -ivnn pen ick tot mj comen?
7o/? (preekt: Jck ben het tot u dienjl , ben Joih^jh awen fooit j
Tot mven dienjl bereedt , /oo ick het ben geivoon .
Iac.^i^XZc\X''Sjt ghy het al myn trooft in dees myn oude jaeren?
Ghj fjt mjn liejflen foon , die Rachel cjHam te baeren .
Comt hier , rtifl o^ myn hert , comt hier myn lieffte ktndt ,
Toont oock mv wederliefd' , toont dat ghj my bemint ,
Chy fyt my aengenaem voor d" ander nytvercoren ,
tlyt myne lieffle vrouw , ttyt Rachel eerfl geboren i
Chy fyt al mynen trooft in mynen ouden tydt ^
O ''t is my trooji , dat ghy by my gebleven fyt ,
*k JVaer nu van allen druck , van allen anghfl genefen ,
Had ick met haer tn d" aerd al vroegher moghen wefen }
JHaer Jofeph lieven foon ghy hebt my noch bewaert ,
O^ dai ick tn u leef^ de doodt heeft my gef^aert ,
Ghy fyt my grooten troojl voor myne lejie jaeren j
Doch can my noch daernaer meer onheyl wedervaeren !
Ey!ues! met heel myn huys^ uw"- broeders allegaer
En ben niet fonder forgh en vreefelyck gevaer !
Wat onrufl is my niet , wat onheyl overvallen !
Afaer vrees^ noch eve'^wel van menigh"" ongevallen !
Jn een groot hmfgejin men altydt vreefen moet-.
De onrufl altydt ïi'oont tn /' vaderlyck gemoedt .
Gaet foon ^ fielt my gemfl ^ treckt verder naer de beyden^
Siet , "waer uw broeders fyn , en waer de fchaepen weyderi',
, Gaet foeckt hun overal , Jïet hoe het met hun gaet ,
Of alles is in rnfl , en in gewenflen flaet .
Soo ghy de volle iveet van alles hebt gevonden i^
Wacht niet ^ maer o^ den voet my alles wilt vereenden .
Gaet aen uyt mynen naem^ wenfcht hun den goeden dagh^
En tracht y dat ick wel haefl u weer aenfchomven magh .
ƒ«/'. Ipreckt: Stet vader uwen foon bereedt tot alle weghen ^
Eerfl worf ick my voor u , ?jeft my maer Hv^en feghen .
Jac,
51 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
/ar. fpreckt: Gaet dan gehoorfaem kindt , en dat u Godt he%vaer
Van allen ongeluck , en forghelyck gevaer .
''k Ben echter vol van vrees , de er acht my wilt begeven !
lek voel^ het gaet voor goedt ^ myn hf begint te beven!
Voorwaer .^ ick het beken ^ 'k ben even heel onflelt ^
A'ïyn Itchaem met mjn Jïel , d.at hdt e^n groot geweldt .
O Jofeph o lief kindt tck vrees voor ti.^ en cC ander'' ,
Of eenigh twifl ontflondt , de broeders met malckander .
Nochtans o grooten Godt ! myn ruft ick op tt fiet ^
Op « alleen betromv . Gaet foon en vaert maer wel .
Wie en fal hier niet pryfcn de groote lorghe van lacob voor ^"ne
fonen? het welck moet dienen tot onderwyfinge van de ouders
ende overilen, de welcke oock grootclyck verplicht iVn, icrghe te
^ draeghenvoor hunne kinderen ende onderfaeten. /«co^ wilte wel , dat
rentes "exlh- de fondcn ende gebreken, die de ouders conden voorcoinen, ende be-
r.Hf fihoriim lettcn , aen hun toegei'ch reven worden, gelyck a Oleafler ende i Gui-
gefta.v fn- Uelmm Hamerns die geleerde uytlcggers van de H. Sciifture wel ende
^ducuiL ile' wy^'cJyck oock bcmerckcn . De vaders moeten neerilelyck onderlocc-
r.i, Ht maU ken, wacr dat hunne fonen verkeeren , ende op alle hunne manieren
^efti arpiere lettcn , of fy fooitydts louder oorlof buyten huys vernachten, om al-
fojjint. ^Oki- ^ijg jjjig peryckelen te voorcomen.
Uefcribit hh Soodanighe forghe moeten oock de moeders draeghcn voor haere
Moyfes feiu- dochters , volgens hec exempel van die loffelvcke ende forghvuldige
liLitento- iu- vrouwe, van de welcke den c- IVyfeman fprcckt, de welcke de ooghe
^"^7;!) v»/a- haddc op alle de weghen ende plaetfen van het huys , lettende op al-
/;/ ahfentei Ics , gel}ck a Lapide feght, op alle den handel van de huyfgenocen,
indignum a- -wat dat fy dcdeu , of fy Icdigh waeren, genegen tot ky ven, tot on-
'"''' 'ij'j maetighevdt , oneerbaerheydt ende foo voorts .
^"Lruf/filio- Dus moetien de fonen , de dochters, ende onderfaeten altydt een
rum-fitU p.i- ooghe hebben die hun gacde floegh , dan foudender veel fonden gc-
rentibM im fj;houwt wotdcn ende gebctert .
{néms.' ^' Godt gaevc , dat alle ouders ende overften foo forgelyck waeren ,
c gelyck geweeft fyn Incob enéc Ifai de vaders van lofcph ende David.
Confidcr.iVn Xv^elcken leftenfynen fone D^ay/a^fomtydts belallede, om tegaen den,
"rT'prov""^ hoe dat fvne broeders hun droeghen, hem aldus aenfprekende : Gaet
y. i_ '' naer den legher, ende ghy fult uwe broeders befoecken, ende fien,
d of fv in goeden ftaet fyn, ende verneemt, met welcke fy geileltfyn.
Ciirre ad ca- £j,^j. ^.^^ oock dc iorghe van den Propheet lob ten opficlit vaniy-
tlTX:j;'"ul", "c kinderen , voor de welcke hy alle daeghen Godt badt, dat hyfe
ftrethug^nt, vau allc ougcluck ibude willen bcwaereri , ende vervullen met fyncn
Viumquihus fep-hen .
ad}u>,chjlnt ^^^ forghvuldioih en was oock niet die wcerdige moeder Blanca
1 . Keg . I ƒ . ö O f} r' •
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 35
Coninginne van Vranckeryck , de welcke haercn fone Ludovicus den Confeflm l-
IX. aliydt in de ooghen hadde, fiende ofte wetende, waer hy was, S'^^^^^'^y"'
ende wathydede, die oock feyde, dat fy hem liever doodt-foude fien ^/J"i^^.;^^
ligghenvoor haere voeten, als bel'met met eene doodt fonde. dAyernnt eum
Laet ons wederkeeren tot lacob , ende fynen gehoorfaemen fone lo- tunica, taUri
fevh , die nu al op den weeh was , om fyne broeders ergens te vinden . ^ j"'b"»tt,
Daer en tuiichen den vader was m hope, dat alles wel loude aHoopen, j-^.,n„
oi occur-
ende dat de liefde met defe groeteniflè onder de broeders wat foude rere fiatn o'
herltelt worden. . '''T'mul''li
Maer eylaes ! het en kickte aldus niet, gelyck hy gewenfl; ende J^^fTLlfw,
gehopt hadde: hy hadde de broeders wel voor eenighen tydt van /o- i„quirere.
/éjih atgelcheyden, maerhy en heeft den nydt niet connen fcheyden, O'^fi te/h*
iac hy was noch vermeerdert. Hun aftreckcn van den hact ende nydt H""^'""- «*»
die ly hadden tcghcn lofeph , wasalscenengryp-voghcl te willen ichey- ^„_,f, y-^^^ ^
den van eene duyf , ende eenen hongherigen wolf van een fchaepj aljilnmt. s.
welcke gedierten door hunnen ingeboren drift meer verweckt wor- Chryf. hom.
den , om die cwnoofele heeften te verfcheuren ende op te eten , als
hun de proye langhei- wordt ontrocken. b
Sco dan als nu lofeph nacr veel dolen ende vraeghen fonder cenige Merito luc
vreefe ende achrerdencken met alle eenvoudigheydt ende gencgent- patimHr,quia,
heyt iyne broeders meer ende meer quam te naederen, lbo dat fy hem P^f' •''"'""""»
nu oock van verre in de oogh crcghen, hadden fy terltondt wederom ƒ,.„„,, T,</e»-
de gepcyfen , van hem het leven te nemen , fegghende onder male- tes ö»^»/?/W
kanderen : Sict daer comt den droomcr, comt laet ons hem doodcn, <*"""■* 'i"'»
ende dan Ilil men lien , wat hem fyne .droomen fullen bacten . Ecce ^^^,.ylo7o-c.
fomr.i itor venu ^ vetiLte ^ occidamm eam,^ & tune a^^arebit^ q!t:d p-ojint Gen. ^r. ;i.
//// fumnia fua . Gen. 73. V. \f). 10.
Uyt defe bittere ende wreede woorden conde men genoegh mere-
ken hun verbittert gcmoedt. Maer broeders, waerom f)t ghy lbo
wreedt tcghen uwen broeder, die teenemael onnofel is, die u in het
minilc niet en heeft mifdaen, ende dieU. lieden allegaec'ervriendelyck
cornt groeten, uyt den naem van U. lieden vader? maer 't was alles
te vergeefs . Hoort hier van fprcken den a H- Chryfajhm:u ^ foo feght
hy : Als hyby fyne broeders gïcomen was, fy hebben hemfyn rockx-
ken uytgetrocken; ende daer fy hunnen broeder hadden moeten te-
ghen gaen, ende vrienJelyckomhelfen , ende vraeghen, hoe het was
met hunnen vader , fy vallen hem aen als blocdtgierige heeften, een
fchaepken gelien hebbende. O onbermhcrtighc ende v/recde mede-
broeders, hun ooien Hoppende vooral fyn bidden ende fmeecicenmet
fyne traenen gemengelt, jae fy willen hem aenvallen , om te dooden .
Gelyck fy hetdaernacr fel fs hebben bekent , als fy waeren in eeneuyt-
terltc bcnouwdthydt j foo fpraken fy : h Met recht lydcn wy dit , Vv-ant
É \ wy
34 DE GODDEDYCKE VOORSIENIGHEYDT
wy teghen onfen broeder mifdaen hebben , (lende de bedrucktheydt
fynder fiele &c.
Sy en wierden dan met allefyne traenen ende tcere woorden geen-,
fins beweeght, hem uyt hact ende nydt willende dooden. Occidamns eum.
Keinterfiii- Maer degoddelycke •« roor/ienigheydt (^uzva daer teghcn , ende begon
titls animum hacre partye oock tefpelen, daer toe gebruyckendeeenen van debroe-
ejtu , «fi ef- ders , te weten Rnhij den eerft geboren , den welcken fiende fynen
flnlhlem'" """"ofelen broeder in een uyterlle peryckel, wierdt beweeght, ende
Jed f>-oiu'te dedc fvn belle, om de broeders van hun boos opfet af te trccken ,
eiim ,n iifter- dc felve aldus acnfprckcnde : i O broeders en laet ons hem niet doo-
nan:,qux efi ^^^ ^ maer worpt hcm in defen put, die indewoeftyneis, ende houdt
'minHiauT-ve- ^^^^ handen ontfchuldigh . Om dele tufichenfpracck van Ruben ^ en
y?r/« feryuie hebben de broeders met het bloedt van lofeph hunne handen niet be-
innoxiM. fmet , maer alleen naer den raedt van R:iben hem in eenen drooghen
Gen. 97- "• put daer by gelegen, lacten fincken.
Hhutmom- Eer ick voortgae, het (xX miflchien wefen tot vernoeghen van den
nium laLulu lelcr dit peryckel van lofeph in een rym-dicht tehooren .
Simeon fiende hfe^h aencomen , fpreckt aldus:
Wel fien ick uel ? my dunch , dat in verbaejie fchreden
Dien dr oomend. en Frovheet tot ons comt acngetrede-n ;
IJy is het felf ; corm hier ^ ^^^fi ^J ^ broeders d' handt y
Den voghel is tn V net , hj is nu overmant ^
Schept maedt y V is nn den tydt^ den haet weer op te haelen;
Hl fal om fynen droom nu eens voor goedt betaelen :
Den droom haefl blycken fal , wat hy ons fal bedien ,
^Is wy flrax in fyn bloedt den uyt val fillen Jien .
Jck wil hem teghen grten j maer Jiet m al mjn leden
Ick voel my heel ontftelt ^ foo ick meyn voort te treden ^
lae ■ can niet voorder gaen j ick beef door heel myn />ƒ,
Het fifeet felf beft my uyt ^ de voeten worden ftyf.
Vreeji ghy ? te voren cloeck ^ eer V ktndt was aengecomen ?
Wat fchrick heeft of fyn comfl myn hert nu ingenomen J
Bloodthertigh als ghy ft^ '/ is fchande dat ghy leef y
Als ghy u foo omflelty en voor een jonghen beef .
Jldaer hy ons broeder is ^ doch evemvel fal flerven^
En door een broeders handt fal hy het leven derven,
Comt Caïn ftercht myn handt tot Jofephs ongeval
Als ghy eerft hebt gedaen , ick my oock tireken fal .
Levifprekt: Hy comt recht op ons aen^ wilt maer it gramfchap decken y
Neemt aen een bly gelaet , en wtldt hem teghen-trecken .
Simcon: V Gevoelen is te groot , van fpyt myn hert verftyf ;
V En is geen waere wraeck j die maer verhalen blyft .
Jo-
mors dareta
f'iifet , iTif
fntqiieprjeci-
fiti furore in
cxdem ü fan-
guinem inno-
xii f-alrif,ni-
ƒ Ruben »ia-
ximi fiutris
anHoritAS oh*
fiitijjet, qui
foltii fiairum
^ofepho flu-
debat . ita
Guil. Harae-
tui.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
Jofeph by fyne broeders gecomen {yndc (preekt:
3f
Simeon:
Jofeph:
Jofeph:
Jofeph:
Simeon:
Jofeph:
Simeon;
Ruben:
Codt z.y gedanck , dat ick van Jacob hier gefonden^
U allegaer te faem o broeders^ heb'' gevonden .
'k heb'' H rrn hier nu daer op alle flaets gejacht .^
Den aerbeydt was my licht , als ick h vtndeti mocht ".
O broeders ti/at gelttck , dat ick. u com' t" ontmoeten ,
En uyt ons vaders naem u allegaer te groeten .
Hy uyt een vaders hert h fynen feghen biedt ^
En is niet fonder anghfi ^ voor hy « wederjïet .
Jvïaer %vat is dit eylaes ! ick voel myn her te beven ^
En dat my in myn lyf myn er achten ganfch begeven .
Aiyn bloedt is heel beroert^ 'k en weet niet^ wat my auelt ,
Ick voel al evenwel: myn Jtel is heel ontflelt .
O wat een fiuer gejicht ^ niet als het was voor defen !
Seght broeder^ bid"" ick «, wat magb dit immers wefen'?
JFel droomer als ghy fyt , hebt ghy het niet gedroomt ,
]Vat dat het ivefen mach ^ daer ghy nu foo voor fchroomtf
\i ech met u droom-geraes , met al u dwael-gejichten ^
Als of ivy allegaer voor u eens moefien [wichten .
Waertoe met ^t fiveerdt gedreyght? Sim. Peyjiwatghy hebt gedaen!
De ftraf van uwen droom fal V « haefl doen verflaen .
O broeder 1 Sim. JlSfu niet meer , maer vyandt u wil noemen
V is nu geen tydt op my of broeders naem te roemen .
Ach Simeon ! helpt my o broeders in den noodt .
Ghy fklt M dwaefcn droom betaelen met de doodt ,
Slet nu u broeders aen met> neergebooghde fchooven ^
Stet Jlerren y T^^j ^■^ maen ^ wat %t-iaffcr te gelooven
Aen foo een fnten droom ? fiet nu , wat comter af?
De doodt is uiven loon , m wei-verdiende Jiraf.
O Simeon Jpaert my om Jacob onfen vader ^
Om Ifaac, Abraham den Jiam van allegadery
Ghy weet , ^k en heb geen fchuldt , fi'ilt , buV ick , u gemoedt ,
O kroeder treckt u handt van myn onnoofel bloedt .
Wat vreefi ghy voor een ktndti Levi: Een kindt met alfyn droome»
Doet ons , gelyck men Jiet , oock allegader fchroomen .
Dies volght li moeder nae , flrax fult ghy tot haer gaen\
Verhaelt dan unven droom , en watter is gedaen .
Doch waerom foo vertoeft f hoe blyft hy noch in V leven ?
Aia3r Simeon Jlilt u^ en tvilt hem V leven (reven.
V Is vaders lieven foon , foo hy het leven derft ^
'ƒ Is vajl door V felve fii'eerdt oock onfen vader Jlerft .
E i Wel
3(5 DE GÖDDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Wel fyt ghy. niet hnveeght door V bloedt van mi'en broeder
Foor V kifidt gloj forghen moefl^ verjlürven van fyn moeder^
■ Gelyck fyn vader doet . Siet felfs der heeften aerdt ,
Den tjger haeren neft tot in de doodt hewaert .
Wendt af» bloedighfweerdt^ Sim. mjnfweerdt ick affou wenden?
En den gefuoren eedt foo fchandelycken fchenden?
Ruben; V Is een vervloechen eedt: en 't is geen groot verfchil ^
Van een moordadigh %i'erck , of van een boofen wil .
Aïaer "'t is u meerder lof hem noch te rvillen (paeren ,
En van foo boos mifdaedt uw' handen te bewaeren .
Ker dient hj , als ghy feght , dat hy met meer en leeft ,
Jont hem een fachter doodt , en minder ftraffe aeêft .
Dtu hy niet keer en fal naer huys^ om t' overdraeghen y
Syns broed.ers hoos befleeck , noch over hun te claenloen .
Siet y dat ghy in fyn bloedt uiv' handen met en verft .
En dat hy in een fut van hongher liever flerft .
I)ees flraf is groot genoegh , om mi'e wraek te breken ^
Sïi/yghf dan^ en wilt uw'' fu'eerdt weer tn de fchecde fteken^
'/ Is minder fchtddt dat hy tn eenen put ivat leeft ,
Tot hy van honghers noodt fyn leften adem neeft ,
Simeon: uil was hy uyt myn hert voor eemnh tjdt gefloten,,
En dat ick heb'' gewenfl te Jien fyn bloedt vergoten ,
lek echter my tot hem nu meer genegen ken ,
En door h tuffchen-jpraeck voor hem gewonnen ben .
Lcvi: Daer is in V naefte hofch heel buyten alle %i.'eghen
Een diep en drooghen put ^ van hier niet verr'' geleghen^
Laet ons daer henen gaen . Joleph : Geeft my noch wat refpyt ,
O Broeders fpaert my noch , en my bermhe-rtigh fyt .
Waer is u broeders hert ? hebt ghy een hert van fteenen ?
Wilt ghy dan^ dat ick flerft laet my myn doodt heweenen.
Ver laet en als ick ben .' o droeven leften dagh !
O dat ick op u borft o Ruben fterven magh !
Ruben: Wat anght ghy aen myn hals ? Jof. O mynen liefflen broeder ,
O mynen toever laet^ myn hbp\ fyt myn behoeder.
Ruben: Ick merck! hy heel befwyckt^ hoort hoort ^ fyn ft em begeeft ^
En foo ick het gevoel , myn hert te famen beeft .
Simeon: Waer blyft ghy noch? gaet aen^ ey ruckt hem uyt fyn ermen,
Sa rat y daer is geen tydt ^ geen h'óp' van u r' ontfermen .
Ruben: Gaet -wreede broeders gaet ^ geen broeders als te voor ,
lae beulen felf^ eylaes I voor met ick my maer ftoor .
Simeon: Waer heen ? is dit de trouiv , die ghy ons hebt gegeven ?
In allen ongeval j oock in de vrees van V leven ?
Ruben:
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.. }/
a
a.item
Ruben: De tromi' en is geen trouw , die in het qaaedt bcjiaet , ^r,
^h Jofcph om tl wraeck nu foo "jerloren gaet . ii.cl.it: to-
Jofeph: Eylaei ! o Simcon Jiet my hier voor « voeten^ hm yii en-
Ey het my noch voor V leli h alleoader wroeten, /,„ ,.-,'^!,'>'J
Levi: Neen ^ V is al te vergeefs^ den ptit h nu verwacht .^ ■ recUere P.url
Droomt^ d'7t gby daer in flerft^ en in u bloedt vcrfmacht . /«o-üen. 37.
Maer foude men hier niet conncn fegghen , dat Ruben oock iecr ^"' ,
qunelyck dede , niet meer belettende de doodt van fynen on- sedentes ut
noofelen broeder hfefh , de welcke hy oock quam te raeden? Rnben comsderent
feghtd MoyCes , en feyde dit maer, om dat hy Jofeph aldus hopte ^'»«■'"• Gen,
daer van béter te verloflen , ende hem aldus beter naer fynen vader ^"' ''' ^^'
te fenden , alswanneer alle de broeders duer niet tegenwoordigh Preiipiutus
, en fouden wcfen. i» undumfit-
Den raedt van li;*ben wierdt van de andere broeders oock coedt ^f'"" J°-I-I''l
gevonden, doch niet uyt bermnertigheydt, maer meer uyt haet, op exjfeSubat
dat hyaldacr door ecne langherende pyncl)ckcr fmerlcibude ftervcn . fubmde fia-
Maer fiet hier wederom hoc dat de vaderlycke Voorjiemgheydt Godts """'" ""ƒ"?»■'-
fofèph ter hulpe quam . De nvdiee ende onbermhertige broeders ( als nu 'J"^,'**'" T"'^!
jojeph m den put neder gcfoncken was)'' vvacrcn daer ontrent gacn fitten, impUrans ,at
cm hunnen noodt-druKt te neniu'n , daer fy condcn hoorcn he: jam- illonimo/frrc-
merlyck gekerm ende fuchten van yo/è/'^ , nochtans fondcr eenigh ^^'"''""."''"'
medelyden ; van het welcke den geleerden c Hamerm aldus fpreckt; ,tiJm"'L°ry'.
Jofeph feght hy , in den put gcfmeten i'ynde, en verwachte niet an- marumfiatrls
ders als de doodt, verfocckende de bermhertigheydt van lyne broe- """■ ^^^'"*'^'-
ders, maer hunne ooren waeren door haet ende nydt verllopt, wel 'yfum mnlu-
geruil fynde in de fuchten , ende traenen van hunnen verdrucktcn unt. Hamer,
broeder, uytgenomen i ladas ^ die tot bermhertigheydt wierdt be- ^
wee<Tht, de andere broeders aldus aenfprekende : Maer wat ial'tons 9'^''\ '*"IS''"
b-(i j r 1 1-11 •< > • I 1 jr.ttribits fins:
acten, ilt dat wy onlen broeder het leven nemen? t is beter, dat men 0,,,^ „oh;,
hem aen de Ifmnchten verconpe , ende dat onfe handen niet befmet prodcjh , fi oc~
en worden, want het is onfen broeder, ende ons vleefch en bloedt, ^"^"■'""'^fi-'-
Ende voorwacr, quaclyck en hadde Jnd^ dcü woorden uytgefpro- lll"'""ijT'',l't
ken , of de broeders allegaer wierden bewceght , fynen raedt gocdt yauwtdctur
vindende, gelyck e Mo^fes feght. JjmailitM,o'
Wel wat onverwachte veranderinge wederom is dit ? maer dit was ""J^^"' '^^''''
oock het werck van de Foorjienighejdt Godts gelyck onder andere wel tar.j.dtcr'e.
benflerckt den '&\9xho f f'Li o pomani^s : Jofeph wierdt aldus getrocken «"'' ^ '«o-o
uyt den put, ende aen de Ifmaeluen vercochx ; doch dit en gefchicde '"^'■•' ^fi ■
niet by geval, maer door den wille ende beitieringe Godts, die lofeph ^"•^7-'^'--7-
daernacr wilde verhcffln, ende fyne droomen in het werck leggen. ^i.jo/cTf-
Aldusquam Godt allenskens tot fyn voornemen tcghen degedach- riiMjci-mcm-
tcn van de broeders, de welcke geene andere meeninge en hadden ^ '"'■■"J"^: ''^"i-
È 3 als A'«>
38 DE GODDELYKCE VOORSIENIGHEYDT
jSTonfonuitc, ahloref' dooralle middelen te beletten, dat fy hem volgens fynedroo-
'f"^- ", /"""" men eeene de minile ecre en foude moeten aendoen ; iae dat wa- felfs
n'u -^erelan- •''•ocn een bcfonder werck van den Voorjiemgen Godt , dat hy hunne
t:ir,cu.imLtr- gepcvfen , cndc de dinghen, de wclcke fcheenen contrarie te v.cl'cn
cA.lfma.il'tM, ^^^ lofephs verhefFinge , gebruvckte als dienllieh, om fyn coddelyclc
fidelii^n fel" opi^''^ uy^ ^^ wcrcken . De Heynge Vaders hebben hier op ioete en
cj,c7A,fUDei dicpgrondige bemerckingen : hoort die van den weevdigen Abt Rn-
yolunt^teom. ^ertfu , cn van den //. Gregortiu Paus : Waerhetfaecke feght ^ Ruper-
lt-f''^m"'Èi' ^^ ' Jofeph gelaeten hadde geweeft in de drooghe cillernc , hy
Meionenjls' ^" foudc dc doodt nict ontgaen hebben; ende waer't dat Ruben hem
in Ceitejlm. özcv uyt hadde getrockcn, gelyck hy van fin was, om hem wederte
a fendcn naer fyncn vader, de droomen en fouden nict volbrocht hcb-
fffKr7«"';?fr- ^^" gcweeftj Godt ende de boofe broeders werckten contrarie: de
n.1 'jofeph , broeders deden hun beft, op dat fy hem geeneeere en fouden bewy-
moricmnotic- fen ; ende daerom vercochten fy hem, ende lieten hem als een fiaef
tuderet,fiiH- nacr a/fT/yo/ew medc-lcydcn , ende fiet, Godt eebruvckte die felve ver-
tem i?/-.tf»,Kr .0,/ r ^ 1 • r- 1 rt- ° ƒ U
f.ucre huen- coopmgc, om lofeph Hl ^yEgjpen te verheffen, ende van hun vereert
debat , erij'e- tc wordcu tccht tcghcn hunne meyninge.
rct eum ie Hoott hier oock Van fprekenden ^ H. Gregorim den grootenPaus:
'"'Z'i^'redde'- ^"fif^ '^ vetcocht feght hy van fyne l*i-oeders, op dat fy hem niet en
rctPatri,non. foudcn acnbiddcn , ende daerom is hyaldaer aenbeden, omdathy ver-
implerentiir cocht was } ende aldus wierdt de goddelycke verholcntheydt ofte bc-
diynutiu -vi- ftiei'inge vervult , als men die vluchtè ; ende alwacr de mcnfchclycke
Rupert'us'.' wysheydt den wille Godts traclit te wedcrflaen , daer ift dat fy mc-
b de-werckt, om den wille Godts tc volbrcnghen.
renditt'.iffl Aldus geraeckt de Goddelycke Vocrfienigheydt tot haer eyndc; felf
^r'i'hi!'''i:'eTb ^°^^ middelen, die de mcnfchen heel onbcquaem, jae tegcnltrydigh
tï, "'ado'rarc mcyucn tc wcfcn .
tt'.r, fed ideo Adverfci JHV<znt . Dat teghen gaet ^ Hier conit te baet .
ejh ,tdo,atKs, J3e woorden van den '• H. Chryfoflomi:: {yn hier oock merekens weer-
llT.sTdn''- '^'gh: Het is v/onder, feght hy, ende heel waerachtigh, dat de din-
num myfleri- ghcn dic van Godt gefchieden, daer fy fchynen tcgcnttrydigh te wc-
um dam evi- fen , tcn Icilcn evenwel met een goedt eynde wel over-cen-comen .
tarur,nnple. j)g„ fdven d H.Vadcr fchryvendc OP devcrckender Apoilelen toont
wana fapicn- '^^^ clacriyck m den ConmcK Pharao ende m Jlcrfes noch een clcyn
tia dmn yo- kindeken fynde.
'"'""" -^" Deil-n Coninck hadde alle de foontjens van de Ifraëliten doen
^nem'^rcffin, verfmoorcn , endewaer't dat fy, feght hy, in het water nict cnhad-
euuimpUiio. den geworpen gcweeil:, Moyfes en foudé de doodt niet hebben ont-
ni mibtu-vn . comen . De moeder van Aïoyfes hacr foontjen nict langhcr connende
»'.3u?'/"i^' ^•■'■'-■"■'^'■S'^en , hadde het fclve ten Icflcn doen Icgghen m een wieghs-
orafl'che
p'.aetfe.
,..Tu .^. ^. j.^^^^ ^^^^ bicfen geoiacckt ; ende dacrnaer geÜeU in cene moraflche
' Mr. n!;:
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ^
p-aetfe , om met het aengroeyende water wechgedreven te worden , MiraliU U:
maer fiet dtn al-voorfiendcn Godt hctit het kindeken bewaert door efl^yerum^
de bykomfte van de dochter van Pharao wandelende op den oever l"^° J"^;^'
van de zee , cie aldacr het wieghsken vont met het kindt Mojfes ^„„ dn-erfl
da- r in, het welck fy dacr uyt dcde nemen, ende in 't ftilte opge- yideMtuuzs'
brochtf>nde. wierdt het acngenomen voor haeren fone, diedaernaer <i''U:>ic}iift~
noch io'iidc wele den aenleyder van de Ifra'diten , ende oock Pharao "^,n "Zordï^.
feit" met de fyne in de wateren der zee foude verdrincken . que fine con-
Dcn geleerden Biflchop " Lippomnfin-s fpreckrer aldus van : Het ƒ">"•»»'■ S.
kindeken, het welck den Coninck /'/jör^onefïens alle de andere foont- ^^^\^'I'^'
jens wilde doen vciiinooren , haddeOodtgeftclt, in het hof te lacten ' ^j ' *
opvoeden, om door het felve daernaer den Coninck met de fyne in Mifn pha-
de zee te doen vergaen . >-.io,»f/»/;»-
Hct felve fiet men oock gefchiedt te fyn in dien boofen ende hoo- ."'!'!f ! °'!lw-
veerdighen yiman ten opficht van den oodtmoedighen Aïardocl^tw . c^ni/ï proje.
Eencn trefïelycken t Schryvcr fielt ons dit voor met defc woor- ^l' ["^Jf'^nt,
den : De verholen Foorjter.izheydt Godx.s ^-.xct haer ooghen op het vaft- "'"' -^"^^^
geuelt voornemen door onverwachte, ende onbequacmc middelen, Atoyfes. s.
foo dat Aman door fyn forghe ende ernfl om Alardochxns te vernie- Chryi". hom.
tighen, den felven heel hoogh verheven heeft, ende vervoordert tot ^■i- '"■ ^H'*'
diegro'-^te weerdigheydt, dewelckehy fyn felven haddetoegefchickt. q^^^^^ „^
En gel)ck de Goddelycke Foorftenighejdt gehandelt heeft in het perje^iiutur
cudt tellament met Aloyfes , AlardocloAits ^ ende meer andere tot hun -"^ mcrrem,
verheffinge, aldus is deVcrryfleniflc van den fone Godts iri de nieu- '^"'" ^J'""'
v.e wet, oock bevekight door de tegcnwerclcmghcn van de Joden, „utnendum
Den c- ƒƒ. ChrjfifloTT.Hi lick het ons fecr wel voor : hy fpreckt eerit de deflin^t , «t
Joden aen: Ghy hebt ons een vall bewys gegeven ó Jode» van Chri- y'piMurtt-
fri verrvficnifie : het graf is toc2efee;ck, geen bcdrotjh en ifier ge- -l-' '■'' f^°'
fchiedt; daer-cn-tuf chen hetgrat is open gevonden, het is dan clacr- a tdmare co.
blyckelyck, dat Chrifius is vencfen, hctwelcke de vyanden teghcn s^r^eum.qiii
hunnen danck moeten gctuyghen . Het is waer, als dcmenfchen hun-^'^'"*''"^'"'''-'^-/^
teghcn de fchickinge Godts willen ftellen, dat hy hun wel fomtydrs perhq'u'ru ,"
hunne boofe voornemens lactinvolghen, maer hy gcbruyckt hun alf- ty te di^nx
dan teghcn hunne meyninge, als dienaers ende uytwerck eis van fyne """-tepinitH-
FoorjFenipl-ejdt , foo dat Godt ten leften ten eynde brenght, het welck """ ^^^'
fy fochtcn te beletten . ^nana Vei
Dit alles moet ilreckcn tot onfe Iceringhe; te weten: noyt iet te pro-vtdeima
willen teghen de fchickinge Godts, gemerckt het al te vergeefs isj f"'j"'P""*<^
want dat van Godt geilelt is , dat fü gcfchiedcn , ende het en can ^"^ °prxfi"»m
noyt belet worden , noch door de fchalckheydt van de menfchen , fiH fiopum
noch door booshcydt van de helfche gceftenj jae den goddelycken «>Kimat,.ideo
» \\ il v/ordt aUüan meer vervoordert ende voltrcckcn, als hem den menfch "''^'"^"-^' "*
olte rf«.
4b DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
declisi per- ofte den duyvel daer teghen ftelt , foo fpreckt den geleerden ,, Corne-
de^ndi fnmmos /^^^ Lapde van onfe Societeyt, het welck hy oock ten lellen be-
ir/flwr' o- toont in Jofej>h^ wiens verheffinge fynboofvvillige broeders te vergeefs
fublimitate , trachteden te beletten j verre van daer dat fy fvne droomen om verre
qtiamftbifrx- condcn ftooten , dat fy oockdeuytcomfte der felve, met hunne boo-
ml'lum ado"' ^^ cndc onbedachte teghcn-werckinge meer hebben vervoordert, en-
nitrh. Scrip! dc den wegh gebaent, als fy hem vcrcochcen , ende gelcydt wierdt
tor infignis. nacr ^j>^w?« , om aldaer verheven ende van hun aenbeden te worden:
„ *v, gelyck Vv-y in het vervolgh van defc hillorie clacrdcr fuUen lïen , naer
firaHo R^fiir. ^'it wy ccrft de volgende fede-leeringe fuUen voorgellelt hebben .
retiionis per
ea , lux TOS jpfi o Iud<ei jjrociiraflh , reddita eft;fi tnim ohji^natum fuit fepnhhrum , finiidi C dol»
nullus loens reljnqiiittir , quod fi nulla Ji-aus ad»iij],i jtterit , fephLhritm-rcro repertifn ej} Taniitm .perfj'i-
cuum efi, ^i'iod trociil duiiio refn-rTexit. fideSiqncmodoytl inyidi yematis adjufent donciijhaiionem .S.ChryC
a folimt.is di-rni.1 adeo non fotefi impeairi , Imman.t fel djimowim fnidentia , ut m&gn per ei\m prq-
mofeatur C perfutittur , dum contra eum l.omo fel ditmon tentat, uti patuit iii, IrMfihtts Jofeph , q'ii
fua mMgnitatt CT" fcnditione eum eyexentiit tn Principem JEgypti , ut Dei conjil'inn. imnUrent . Cor-
nelius a. Zapide in Prob. Citp. 21. t. 30.
S E D E-LE ERING H E.
Waerom dat de rechtveerdi'.rhe ofte zodtvriichtiibe
Tnenjchen door menighen teghenjpoeJj van Gode
joo geoe^ent leorAen ? gtlycK het oock. met dcfz
onnoofelen lofeph gefch'udt is,
E Goddelycke Voorjïenigheydt ^ gelyck wy in het voorgaende
capittel geficn hebben , gebruyckt fomtydts onbcqu.-ieme , ende
gelyck heel contrarie ende raoeyelyckc middelen om l'yne vrien-
den te brenghen tot hun geluckigh eynde. Maer waerom fal iemandt
peyfen ofte vracghen > laet Godt die goede menfchen ende fyne uvc-
vercoren foo veel fwaerighedcn ende ellenden ondcrilaen? fcer wel,
dat defondacrs, Godts vyanden vcellydcn ende gellraft worden, om
dat fy het felvQ verdienen; ende veel beter iit in dit leven als in het
ander wattelyden, want fy fomtydts door veel lydens hun ten Icilcn
tot Godt kecrcn .
Jofeph , étn wclcken van fynen vader om fyne gcoorfiemheydt,
minfaemheydt , fuy verheydt ende meer andere deughden boven fyne
andere broeders wiertit bcmindt, cndc die aen Godc lbo acngenacni
was, wat enmoellhy niet lyden? Godt wille waerom . Infgtlyx aen-
gaende andere menlclien ; maer al lact hy Ibmmige dickwils veel ly-
den, hy en laet evenwel niet het minlle toe, ten ly d.it het ftreckt
tot hun mccile gocdt . Clrijiiu
UYTGEBEELDT jn JOSEPH. 41
" Chrififts den fon^ G°'^ts heeft felf Coo veel geleden , oock fyne lie- . '
ve moeder Maria. Wat wonder dan, dat de menfchen, die litmae- chnfiamputi
ten fyn van Chnfiia oock moeten Ivden . Wy en fyn niet beter als vhaintrarei
Ch:-;fiiu y als Maria, als fyne Apoftclen ende andere fyne vrienden . "^gl'-^iamJU-
Lyden ende ftiyden is het leven van de menfchen defcr wereldc naer ^5' ^'ï^f.
het Teggcn van den Propheta ^ Job . inu tfl-vit*
Den t H.Chryfoftom:u geeft hier op eene fchoone gelyckenifie: Gelyck '"""""> ƒ',«'"*
iemandt die vacrt, feght hy, over de zee, onderworpen is acn vele ^^''^^"'^ J"''*
peryckelen, foo van gelycken die op de wereldt leeft, en can niet c'ut'n.fvi>rgns
leven fonder veel cruyOen ende ellenden, die de rcchtveerdighe ofte nonfotefljine
vrienden Godtsoock moeten onderftaen, gelyck ^ David oock feght J:^*"'" f"'^'*"
ende dickwils meer als de boofe ende goddeloofc menfchen . Soo ftact- fu°qti'hI!K
teroock in het boeck Juduh , dat alle, die Godt behaeght hebben, y'uam -x-i-vit,
door veel Ivdens hebben moeten paderen . Godt, gelyck ick terftondt '""»ƒ""<■ƒ''«"»
feyde, heeft fyn reden. >^tMth-
De HH. Vaders fcgghcn voor eerft, dat Godt de rechtveerdige ytrfiri.
veel laet lyden ofte tor vermeerderinge van hnnne verdienden, ofte Chryf. hom.
om de deughdcn van fyne vrienden aen de wereldt bekent te maec- ^7- ".'^.^/'P-
ken oock tot vcrweckfel van de andere , op dat fy die fouden naer- ^MuuK'r'iht,.
volghen, ende oock gecrn om Godt wat lyden. Soo fpreckter van Uncnesiudo.
den f H. GregoïtM Paus fchryvende op de Prophetie vanden verdiil- '''•"'• '^'' ü'
dighcn lob. Als een onnoofel menfch, feght hy, met de fweepe wordt ^nif'Ju^J
geilacghen, fyne verdicnltcn worden vermeerdert om fyne verduldig- cnmtDcÖoer
hevdt . muit AS tribu-
ben felven H. Vader betoont dit, inden fclvcn Z?/-, den wclcken '/^^Z'^T's
door hetbedryi van ^iz/Z^^w volgens de toelaetingcGodts, foo vee! heeft >.2,. f c^^
geleden, niet nochtans, op dat hy van fyne fonden foude gefuyvert "i'^xim ƒ,.,
worden, maer ora fyne verdienden te vermeerderen. gdio a mi-
Aldus toont Godt aen f5 ne vrienden fvne liefde, alshy hun occafie '"'''" P" f"*-
■' • 1 ■' t , T .. ^ tientium me-
geert, ommeer acn te groeyen ni deughden ende verdienden. Jae ma-Hm fr,,,.
hy necmter oock fyn bchiegen in, ende hv maeckt oock ten leden, '"■* chv.uLi-
d.it hunne clocckmocdiirhcydt cnJc volmaeckt'ieydt tot hunnen lof ^'""/.^ '^'''^?"
vade ende pure deught wasr-elvck het goudt in het vier ^efuvvcrt ; €i ^f'"
üaer den /, >Vypm.Tn enae don Propheet Za4:har!as van fprcken . Ee- co titumhcr-
■)phect Za4:harias van fpiLACii. jll,c- co i:-^t!<mpcr-
nrn vermaerdcn fchryver feght, dat dien cloecken ende onverwim-ie- '■"■iT"' '■^^ <"■
lyckcn lob wel mochtc vergeleken worden- met ecnen boom genoemt '" " ''';''"'
Lart.x den welcken naer de gctuygcniilè van P!i,iiu-s dien onderfoec- ^fcd^utmlrL'^,
kcr van de nature, foo hardt is ende derck , dat hv door het vier ^rafiere:,t.
noch verbrandt noch vcrllondcn en wordt. ' ^'''^S- ''''''•
4i DE GODDELYCKE VOÓRSIENIGHEYDT
r»w infcrna- "■ Calius Rodigimu feght eencn thooren gcfieii te hebben van het houdt
cc pmbayit e- yan dicn boom Lm-ix^ den welckcnden Keyfer Jiditis Cxfar door het
ProLibo eos ^^^'' "'^"^ '^^ hcctt conncn te met doen .
tamqihtm aw Ick fcggc dan wederom , dat dien onwinbaeren lob in al fyn lyden
rmn. Zachar. oock altydt vaft hceft geftaen ende onberoert, fonder oyt te' claegen
^^•J-^9;j^._ teghen Godt.
ft'i^j'. ' Al dit lyden van defen fpicghel van verduldigheydt ftreckte tot
a z. i5.Le- vcrmeerderingc lynder dcught, dieGodt wilde bekent maeckcn aen
f•^°''^•^''^ alle mcnfchen.
Zii'tetent/tio- ^^^ ^ H . Chrjfnfl omtis cn heeft die wondere deught van Jol> oock
ntsfrtcipiiM niet connen vcrfvvvgen: I"b^ feght hy, eer hy qnam te Ivdcn, ftack
ei-at, fed po- uyf in de dcught boven alle andere, macr daernaer heeft het noch
Vm' '^"^i: 1^1*^1" gebleken : hy en was niet alleen deughdelyck, als hy heel on-
t'antum'ionus gefchondcn was , macr noch meer, als hyvol wormen ende vol etter
e.-at,amiiu- was , oock nacr het verlies van al fyn goedt, ende naer het droet on-
jiim luiberet geluck van hct verpletten van fyne kinderen . Hy en is niet overwon-
wifiTo 'melilr "^'^ gewecft , fcght oock den -' //. Cjpnafnu, maer alleen beproeft,
ofleafm , lum tooncndc altydt in alle fyne ellenden eene onverwinnelycke verdul-
*x corpore dighcydt van fyn cloeck gemoedt .
ferme^fa. jj^ j^^^ eencracl oefproken feght -den </ //. Awrunimu : Allequaedc
s. chryf. de dattcr aen de rcchtvcerdige overcomt, en isgeene itrafte van londe,
conyerfiones. Daacr ecne onderibeckinge ende verclannge van de deught.
^/dff/; c Hier op paft fecr wel het ghene ons verhaelt f r7i!7o/-C//c«77{>,
rertimdamla Gcnfenctu Coninck dct Wandaclcn bcfmct met de ketterye van ^•.
poflpignorum rim haddc ter doodt veroordeelt ccnen cloecken bcfchermer van het
junerA y.dne- Catholyck gcloof mct naemc Aiafculan; den Coninck hadde in ftilte
rt UI qHocpiy belaft, dat men hem maer cn foudedooden, wacr 't dat hy in het Ie-
yiier^ffluhis, ^^ fvn gcloof foudc affwccrcn , ende hem laeten leven, als hy in fyn
nonyicfus efi, gcloof foudc ftandtvaftigh blyven. Gcnfenciu vreefde, waer't dat hy
jedprohatus, om fyn gcloofwierdt gedoodt, dat hem die van Rooraeneerenfouden
'jfli'dJotib'is' ^^^ cenen Martelaer , N'am fi gladio ^cremèrnis , Roma>ii Martrrem fru-
cr doioriLus dicabunt . Maer dcn onverwinnelycken yï/^yc«/<z» door de gratie Godts,
fuis patienti- clocckcr gcwordcn fynde als eene vafte colomme, quam uyt het pe-
""' ':^%''/^ ryckel des doodts alseenen glorieufen belyder, ende als denafgunfti-
dit. s.Cypr* S^" Coninck hem gcenen Martelaer en wilde maccken, hy en heefr
de mortaitt... oiifcu bclvdcr nict conncu tc cortdocn, noch overwinnen. Soo heeft
te.d^„d,jHid den cloecken Campioenin den wenfchvan dcmartelie ende in debe-
7tin"Lt"r' ly^cnifle van fyn geloof vi£ioricus ende glorieus gebleven voor Godt
ncii ejf pxrui cndc voor dc menfchcn.
crimiiiU , fed Lact ons nu voordct gacn bemercken den wondcrlyckcn handel»
**■'"""" ^"■" Godts in het oeffencn van dc rcchtvcerdige ende fyne uytvcrcorcn
LiJeCiynf- vrienden tot hun mcefte goedt. Ick bevinde by dc H. Vaders ende
te andcrq.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 45
, , , te Del. c. y
anderegeleerde mannen, dat Godt aldus met hun handelt, als eenen e simany.
forghvuldighcn ende voorfichtighen yl/ci^i?^;?. rem inyidm
Wat doet eenen wyfen medecyn ? Hoortcr vanfprckendiëngelcer- f£"^"
den ende famen godtvruchtighen •« Jufltu Lifjlns: Omeene fieckte, ~cnfcfforcm
feght hy, ofte quaele te gcncfen ofte te verhoeden, den chirugicn tuwennon^t-
fiil Ibmtydtsvan dcniiecken eenigh quacdt bloedt aftrecken , niet om- '«;'' y"'\''^'-
dat hy heel heek is, maer omdat hy nitthcck en (oude worden , van ,j perfemr.
gelycken, feght liy, Godtncmt fomtydts wech denvonck ende ma- mwilAiorur:
tene van de Ibnden, in de welcke wv fouden vallen , oft connen val- a Media f m-
, "' ^uinem Inter-
^^"' , , ' ^ , . , , , d»m d,mh-
Den H. Vader ^ Hieronymm heeft hier noch eenc andere bemerc- tit!>t,KOTiqui.t
kinge in den handel Godts naer het exempel van eenen chirugicn. .e^erei,fed,ie
Pelen gebruyckt fomtydts uyt eene bermhcrtigheydt het rafoir ofte ^7» ^(•*fr'«-
brandtyfer tot bewacrenifle van iemandts leven, ailnydende het be- „^ adim'it
dorven vleefch, ofte toebrandcnde de verrotte lidtmacten ; ende hy ■.n.uerutm v
en fpaert hem alfdan niet, op dat hy hem foude fpaeren j hy en heeft /»»""'"ƒ«'"-
geen medelydcn met hem, om hem fyne bermhcrtigheydt te too- r«!n."Lip'rius"
ncn. Wat doet dan den crancken? Claeghthy over den chirugicn? ,.2.de Confi.
GeenGns, maer ial hem daer voor noch bedancken . "/"• ^- t>
Is 't dat \vy dan eenen fnydenden geneef-meeiier niet en fe^ehen Q."4> '^^^'"^-
quaedt te welen, maer goedt, ilt dat wy hem danckbaer lyn ende <.„, „ladere
hem noch loon geven, waerom en fyn wy dan niet te vredcn met cutiens putri-
de medicine Godts? feght den geleerden c Simfltcms . ''•** f'''''«j^
D.n d H. AHgufltnus Icght dit alles in het cort wel uyt: Dat den '^^" adircl'e
menfch wel vatte ende verftac, feght hy, dat Godt eenen mcdccyn cauteno non
is, ende dat dctribulatie eene goede medecyne is tot de faligheydt: farctt,Htfar-
Ghy wordt alfdan gebrandt. gefneden, ende ghy roept uyt pyn en- "'^/"''""/{i'
de gevoelen, maer den medecyn en hoort u niet naer uwen wenich , „arwr.S.Hie-
doch hy hoort u naer uwe faligheydt . ron. inEfeJi.
Hier comt leer wel te paffe het ghene men verhaelt van eenen '^- 7- '^ ƒ'
fekeren Jafon van Thcfalien: Delen hadde een gefwil binnen in f)n "'^Je^^,alum
lichacm, dat ongcneesbaer w'ierdt gehouden > doch het gefchiede, notdiamut,
dat hy in een gevecht van fynen vyandt recht in dit gefwil wierdt fedb<iru<m,ji
gefteken, ende aldus alle venyncghen etter was uytgcloopen, wacr &'"'"" "<?'-
door hy in corten tydt heel gejias . Aldus fal ons Godt in alle onfe jf„, damns ,
quaelen op fynen tydt tehulpe comenj endedaer-en-tunchen moeten quare m :nc-
wy op hem gcrurtclyck betrouwen, ende niet te leer clacghen ende dutnaVem»
te onverduldigh fyn, moetende bock peyfen dat alles van Godt comt, svm^\c\as''
als van eenen goeden vader , gclyck den e H. Angujiinm oock wel fcript. doèus.
feght in de uytlcgginge vanden loz Pfalm: want eenen goeden vader d ƒ«'<■%,!ƒ
maer en wenft de "encfinee ende gefondtheydt van fvn kindt . Dat '"""" i^^^"
(jput, leght hy, Itraftelyck met ons handde, dat hy ons pyne aen- „,„,vtril»-
F i doe '•"""
44 DE GODDELYCKE VOOPvSIENIGHEYDT
urerif.jicarif, re gcfchi<;dcni{]c : Daer Wiis , feght hy, eene jonge dochter, de welc-
tUmoi, non. kc onpaOclvck fynde, hadde lisver te ftcrven, als het bloedt te lac-
axdHrncJics ten treckcH, ende fy en wilde eeenfins aenden chiriisien haeren erm
fed audii .ld geven, liet welcic nochtans met en mocht achtergelaeten worden
f.xlutetn. s. fonder groot jae fcker peryckcl van haer leven; men bidt haer, men
Auo.mf,/ulK. pi-aemt haer, men feght, datter haer leven aenhanght, maer alles te
at' oiuniZn ^'crgccfs tot grootc.drocFheydt van ouders cnde vrienden. Wat fou-
folet, fjter de den vader doen? die haer ten uyterllen beminde, ende die haer
efi. Aug. in wenfte te helpen met wat prys , dat het foude wefcn, hy neme dan
a'lnlth^'d '^cn leften defen raedt : Hy was wel eenen goeden medecyn, maer
cmore Dei. gccnen chinigien , evenwel hy nemt het lancet in de handt , ende
b Patern.t vcrfoeckt hacrcn erm, om haer wat bloedt te trecken, endefy hae-
foxhtceii-.E- J-en vader fiende fonder tèghen-fpreken was terftondt gehoorfaem ,
^e^oUnabo: oHttanghende den lleeck fonder bleeck te worden, ende fonder vree-
rer.Mis eiim fc , fcggendc, dat fy van haeren vader gecnfins en hadde te vreefen.
ut emendes , Wat dunckt u? paft dit niet v/el op onfe materie? het enckel ge-
nonutyuidi- ^,,^j^ haeren vader (lelde haer teenemael ,'^eruft, den wekken
qu.im pater Hochtans haddc coiincn miilen als wefende eenen raenfch, ende niec
KiferiLcrsf.u- crvacrön in die confte .
^eU.-u fiiium , jJq(, f,^ moctcn \vy dan ons felven niet geruft houden onder de
ftlTnitióju- handt Godts den alderbcllen cnde wyllen vader, als hy onseenighe
^ellatur,quod moeyclvckhcvdt overfendt, ende pyne aendoet? Godt is onfengoe-
■ te pa'.rem pi- dcn vadcr , dcn welcken alles kennende, ende alle macht hebbende
urn ej]e ignc- ^^^ fvneu tydt in ailc fwaeriCThcydt can helncn, en fal helpen,
rejolet ,(j'fe cndc nict andcrs toe en laet, als dat ons het iaughite is.
innoter.tem Mcn moct het allcs ncmcn van fyn handt, om dat hy onfen va-
tjfe patat , te ^^j. j<. j-^^j. yvelck al'.ecn genoegh is, om in alles geruft te fyn. Sa.-
hm,qi,iata. "^'^^ cjiumtum volet .^ qiaa parcr ejK
men bonitas Het fil dc mocytc wecrdt fyn, -hier op noch te hooren de fchoo-
tua. ei fiibye- j^jg woordcn v^n eenen geleerden ende oodtmoedighen fchryvcr, dcn
7e[h»n r'un. wc^ckcn fyn felven noemde litmn^ wiens naem onbckent is geble-
tM») -virtuti! ven , tot dat den geleerden Theophiius Raynandus van onie Socie-
t<t.ij'tntit,<y teyt heelt achterhaclt, dat defen Jdtoia gcwceft is l> R/ijmondm Jor-
*7T'e/mte7e' ^""^^ ^^'"'^ Canoniiick ReguHcr , ende darrnacr Abt van Celles., den
rt;/(I/./NÓ,;M welcken geleeft hcefc in deelfftcofte in het bcginfel van de twelf-
talifj„j'ientia ftc ecuwc , gcmerckt hy van den //. Beniardiu in fync ichriften
"ftiigii forti- mcntie maeckt . Defen fchryver dan uytleggende defe woorden van
*!''''^L^'f'^ het boeck Dentero/ior/in . PercHÜam & enofanabo c. X%. v. 30. Ick £\\,
• r.xu dijhoni: flaen, ende ick fal genden . Spreekt Godt aldus aen ai lyncn i.boecic
' ptr . vaa
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 4|-
vandewacre wvsheydt. Dit is ccne vaderlyckeftcmmc: Ickfalflaen, K" '"'' "^^
ende ick ml geneicn, want ghy llaet ons o_m ons te doen beteren, rai,<j,fod«;au-
niet om wraeckc over ons te nemen ; ghy flaet als cencn bermher- «'m"» trsbu-
tit^hcn vader, ghy caftydt uwen fone , die ghy bemindt. maer hy '''^"""^"< '^
pleeght {bogeQagenfyndc in het beginfel teghen u te claeghen, om lunll'tZ'm"'
dat hyiials eencn gocdrhertighen vader nieten kent , peyfendeoock tnbulatio o.
dat ghy wreedt fyt, fich houdende als onnoofel, maer omdat uwe l"^>'*"tr,pati.
coedthevdt hem bylbet, in de fveepe bevroedt hy de cracht uwer "'""/''■'''"'-
macht, ende begmt uwe wysheydt <met lyn vcrltandt te achterhae- j},cm,<^'t>nK
Icn , want foodanigc wysheydt door de fweepe oock ilercker raeckt, ƒ« »<"> "?«''ƒ
ende hem oock ingeeft, dat hy blyder foude moeten fyn in fyn ly- fi'"'""" \ M
den , ende wel verilaen , dat de trihulatie vcrduldigheydt voortbréngh't, 'p^lrflafeUnm
de verduldigheydt proevinge, ende de procvmge hope , ende dathy enidirljut hx-
niet geilraft en wierdt als een flaef , maer door de fweepe onder- r^d't^'tem ac-
wefen als eenen fone, om eens te ontfanscn fyne erfFenifTe . Allegae- "/"'"^- ''*''^5^-
der fchoone ende ioete woorden, ieer wel paflènde op het ghene ft,t;{j,,,.f.i;,,
ick te vooren gefeydt hadde .
Den rt 11. Augtiflmw . Wordt ghy vervult, feght hy, met eenige ^ TtiIvU-i
fvvaerigheydt , kent uwen vader, die u maer en tracht tot het bclte agnofiêpatri
te trccken, hy leert ende hy onderwyfl; u, als hy voor u beforp-ht onendtintent
uwe toecomcnde erfFeniOe. ^' • ^''■'^'^
Hier uyt can men altydt peyfcn , dat Godt eenen wyfen ende berm- "'Jdiu'tel.'s'.
hertighcn vader is, hy is eenen vader, die fynen fone bemint, ende AugMpJalm.
hem uyt liefde fomtydts flraft . Dit is, het welck ons dien vermaer- ^-f*
den ende loffelycken Poet den edelen Heer Cats ons voorftclt als ee-
ne profytige fede-lefiein het if. capittel vanfyne invallende gedach-
ten beginnende aldus .
Jck figh of eenen tjdt twee clejne jon/rhers vechten ,
Die ginghen teghen een als kryghs-verwoede hiechten :
Aiaer Jh*ax quam daer een man , die op den eerften keef^
En even van de flraet met jlaeghen henen dreef ^
Den tweeden raeckt hy niet. Dit moet den vader wefen ^
Die foo een harde les den vechter had felcfen ^
Sp-ack hier op al het volck , die by d.en handel flondt ,
En V oordeel^ foo mj dnnch ^ en was niet fonder grondt:
Dies gingh ick dit geval wat naeder overweghen ,
En vondt een groot e les daer in te fjn veleghen:
Jck vondt ^ dat even Godt dtén vader is ghelyck.
Eer , hy fyn kindcrs brenght tot fyn beflandigh Ruk .
Maer laet ons lieve fiel geen firaf maer feghsn hieten ,
uils Godt een harde pyl op ons fal comcn fchteten j
i'' l 't E.)
4Ö DE GODDELYKCE VOORSIENIGHEYDT
'/ En is geen teghenjpoedt ; V en is geen nngeluck ^
Jll is de vrome Jipl gefeten in den druck .
Oock rekent defe niet voor Godts-bemmde menfchen ,
Die Jiaegb haer wil'e doen , en hebben , darfe wenfchen j
Hier is beminde Jiel , bier is een groot verfchil .
O Godt en laet ray -niet tot mjn verkeerden ivil.
' Alles is wel ende Chriltclyck gefeydt, oock bcveltight met deH.
Schrifture, geiyck het boven gefeydt is, endc gelyckcr ftact in den
a brief van den "■ H. Paulus met dcfe woorden : Wicn den Heere lief
Quem dil'igh heeft, die caftydt hy, ende hy gecfTelt elck kindt, het welck hy
lafomnémfi' Dcfe gelyckeniiïe van vader is teer ende maer al te waer ende niet
liiim,quemre. min profytigh , maer ick moet hier oock eene gelyckenifle Godts voor-
<r/>;>,AdHeb. ftellen van cene forghvuldige Aioeder .
X2. V. 6. j^gj. jj jg gewoonte van de fuygende moeders defer wereldt, als
fy haerc fuygende kindérkens willen fpenen , ende van de borll af-
trccken , dat fy de felve bcftrycken met eenigh bitter fap van Alfcm ,
vali Aloë, van Myrrhe ofte van eenigh ander bitter ciiiydt , om de
jj kindérkens aldus van het foet moeders fogh afkeerigh te maecken,
Tamquam ü cnde hun foo allenskens tot wat fterckcr vocdtfel te gewennen .
matento iiLe- Godt van gclyckcn , feght den ^ H. A->igitjlinn-s : Als Godt fict,
reamaritudi- j^^- (jgj^ vooifpoedt , cndc foete voldocningc van de fchepfcls, de ge-
"l'^sH^iRJn Ibndtheydt of iet anders rtrccken foude tcghen hunne faligheydt,
ffibn, 43. wat doet hy.'' Hy fendt hun oock wat bittcrheydt over, ecnighen
teghenfpoedt , wat verliesvan goederen, eenmoeyelyck proces, ee-
ne moeyelycke ficckte Sec. foo dat het hun al niet en iireckt naer hun-
nen wenfch, om hun aldus van de fchaedelycke voldoeninge ende
foete aenlockfcls van de bedriegelycke wereldt af-te-trecken , endc
tot Godt den oorfpronck van alle goedt liever te doen keeren.
„ 5 . Hoort voorder de woorden van den fclven <■ H. Vader . Godt ,
male dulci feght hy , mengelt ccnighe bittcrhedcn mct hct gcluckendc foetighe-
mifcet Deus den van defe wereldt , op dat men trachten foude te becomen een
amarnudines \yQ^QY cudc gcruftcr Icvcn tot dc ccuwighe f iligheydt .
1" liu '"ql^ ^^^^ ^- ^^^^ Gregorins heeft oock hier op eene goede bemerckingè.
falubriier Hct gefchicdt , feght hy, door cene bermhertige fchickinge Godts,
duUiiefl,re- 3at het leven van 'de uytvercoren ten tyde van hunne pelgrimagie
llèmS^a' ^^^* dickwils geftoort wordt , op dat fy den wegh niet en foudcii
" beminnen voor het hemelich vaderlandt.
Om in het cort te feggen, hetbcite van al, om alle ellenden en-
de fwaerighcden, die ons ovcrcomen, wel ende wyfclyck te verdrac-
ghcn, is fyn felven altydt voeghen naer den wille van den Foorjieni'
gbefi ende alles wel bcllicrendcn Godt^ die ons maer over en fendt,
het welcke ons het falighlte is. Hier
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 47
Hier comt voor het left te paflc het ghene ons " Csilita Rodigr/im j_ .^^ \ ^^^_
verhaclr . Als Alexander èan groeten, (eghthy, eens viftorieiu was «of/.j-c. 33.
over fvne vvanden, hy hadde thicn jongclinghcn veroordeelt, om te
ftèrven; dcie niet tegenilaende ginghen cloeck ende al fingende nacr
de doodt tot verwonderinge van een ieder, den Coninck dat ver-
ftacnde, dede de fclve ftille iken, ende hun gevracght hebbende de
oorfaccke van haere blydtfchap, feyden fy , dat ly blyde waeren,
om dat fy ginghen llerven door lall ende gebodt van den machtigh-
llen Coninck van de wereldt, het welck Alexander foo behaegde,
dat hy de felvc terltondt van de doodt verlofle .
Is 't dat fy foo geruit ende blyde waeren om den wille ende ge-
bodt van den Coninck Alexander ,' die maer cenen worm en was ten
opficht van Godt den Coninck der Coninghen, hoe en moeten wy
dan niet geruft ende te vredcn fyn , aengeiïen wy fonder den wille
Godts niet het minlle en onderftaenj het wclck alleen ons genoegh b
moeft wefen, om alle cruyilen ende moeyclyckhedcn cloeckelyck Sj^idq'nd er-
ende gecrne te verdraeghen . ^oJtr "'/"''*
lek fluyte defe fede-lefle met de fchoone woorden van den i H. tatem nlflJi,
AHgufliniu . Al dat ons overcomt , fcght hy , tcghen onfen wille, «»>«•» non
weet feker, dat het niet en gefchiedt iondcr den wille Godts, ende '*"'^"' "'T»
fonder fyne Foorjienigheydt ^ ende ift dat wy het niet en vatten, wacr- z)ci,VbrXi-
om dat het gefchiedt, wy moeten het fclve laeten aen Godt, want dentU,pf,m.
hy het fonder reden niet toe en lact. <^ fi non in.
Den onnoofclen Jofeph is altydt geruft ende cloeck geweeft in al- ''%'»•«■'.
Ie fyn lyden ende vcrvolginghen , maer bcfonderlyck , omdat hyhet ImühcTprJ.
al nam van de handt Godts , gelyck hy het daernaer nu verheven tidentu ,pf,.
fynde aen fyne bloeders te kennen gnf, met defe woorden: lek en "'>1">^no„j;t
ben herwaerts niet gefondendoor uwen raedt, maer door Godts wille. '''^'^J'".'fi-^'
Non veftro cotijilio ^ fed Det voluntate huc mijfi^ fmn . Gen. 4^. v. 8. i^if'/"-^'"
Laet ons nu voortgaen in onfe hiftorie .
II . CAP-
4^ DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
II. C APITTEL.
De afoimjli^e ende moednVi/Ii^he hoeders van lofeph fert^
dm aen hunnen vader jyn rockxhn heel helloeydt ^
als of lofeph ergens '^an ecne loreeAi bcejls
vrrjchcnrt ü^as ,
^^^feEj Ofeph van fyne broeders vercocht fynde aen de voor-by-
^ j Ëi^ padercnde Ipma'eiitefche coopliedcn was nu als eene fiave
^ .* JsS J B^ wechgeleydc nacr het landt van tyEnypten , macr den
/fcvii.iHf c»;- ^'k^'kw^ h^ct: £" was noch met verdwenen Uyt hun boos endeaf-
nes fimtd , fi gunfligh hcrt : de plichtige broeders willende voor hunnen vader
qins rc^eUret ycrborscn houdcn de vcrcoopinge van Jf^fepb . doen dit op eene al
lumoa-uiennt ^^ wrecdo manicrc : Syn opper-clecdt Oii.e rockxken uytgctrocken
^hulio. Salia- hebbende, eer fy hem lieten ilr.ckcn in den drooghen put, ofte ci-
lïus i» hl fi.Ec- Iternc, fenden fy het fclvcn aen hunnen ouden vader, eerft geverfc
chfiaft.detefl. p^j^^. ^^^ ^^^^. ^^^ j^^^ blocdt vau ecucn gedooden bock . Maer wat
'b '^ ' eene wreedthcydt ende onvoorfichtigheydt isdit? En vrecfdcn fydan
ihijddecip'nk niet, dat Ruben cnic Jtidas oit icmandt anders het fclve mochteuyt-
■\-os rpfos in- béngen? Geenfins, want fy hadden onder hun valtgellclt, het le-
{'i'ft"La^eZ ven te nemen aen dien , den wekken dit aen Jacob loude openbaê-
dcupere pofft- ren.- Gelycker ftaet in het tcltament van d;e ii. I'aina/rkefi duer
til, nonfiUe- c]cn E. P. a SdiiinM van onfe Societeyt in fyne kerckelycke hÜlorie
VS t.imer. UI- ^^^ fchrvft . Do"h vv'at blinder ende groorer booshcy'dt condcn fy
quidedpi «f. bedencken! om de fchaemte ende ichande by hunnen vader te ont-
q-Mt , quem gacu , fy willcn den ouden man liever tot de doodt toe bedroeven j
mAxime om- y^-^^^y evCTiwel fy en conden dat niet doen fonder Godt ten uytcrftcn
'dl7è oi7n"t tc vergrammen, aen den welcken al hun boos befteeck heel bekent
nonignZIh,\ was ; lict wclck f^/ haddcu moeten peyfen, maer den haet endenydt
quod fciiftis, hadden hun verblindt, ende de wysheydt benomen. Hoort het uyt
vquodf;;:,o- (^g^i ,-pon(Jt: vau dcu b 7'/.Cw777'/''<'.»-''«? die de broeders aldus aenfpreckt:
p7tJ,'dn-nil- o ghy boofe onbedaclnc cndc uytfinnigc als ghy fyt! al ill dat ghy
iReoLulunü- uwen vadcr coct bcdrieghcn , ghy en (uit nochtans niet bedrieghen
qit.imdcrmi- j— ,.j „ppgrften Rcchtcr , die niet bedroghen en can worden, den
Tom.'^^^^L welcken men meell moeit vreefeuj het ghene ghygedaen hebt, cn-
Ccn, ' de dat ghy aen uwen vader wilt veri'wygncn, dat en ial aen die al-
ficnde oogh niet onbckent wefcn, de welcke noyt en llaept . Dat is
de biindtheydt van vele, als fy iet Verliolen conncn houden voorde
mcnfchcn, fv meynen, dat fy voor de rcll wdmnghen genitl fyn,
Godt daer-en-LU'uchen niet vrcefcndc , aen den welcken het alles bc-
keiais. Wat
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 49
Wat eene blindtheydt ende uytfinnigheydt .' niet te vrcefcn de
ooghen Godts, noch fyn oordeel, noch fyne ftrafFe, die eeuwigh fal ^.*^ .
dueren! Ute7l%io,
Den t H. Ambro/iits vreefde voor die hier willen verbershen, het c^ latere mn
welck niet verholen en can blyven, ende eens moet te voorichyn poiji<»i yq'*'"
komen in het leite oordeel. ^^^^^ ^^, ,„.
Maer eylacs! fommige en fchynen niet veel te vrcefen van dat friptageroii*
lefle oordeel, om dat ly meynen, dat het*noch verreis; daer iy fHore me»
evenwel weten , dat fy daer eens fuUen moeten verfchynen , daer "'""■"" '^^^*
oock hunne boosheydt al dickwils in dit leven , als iy het minll 'Itm/denHdói
verwachten, naer verdicnftcn wordt geftraft . bitur <» iU
Eene hiflorie daer van onder vele verhaelt ons den E. P. BenediEim i'^i'i' '''* «^
Fetnandiué van onfe Societeyt in den derden boeck van fyne uytleg- 1"^/^^ «
ginge van het boeck Gencfis : Daer wierdt, feght hy, iemandt te Ainb.'
Lishana de hooft-lladt van Porttigael , daer hy woonde , van moordt
befchuldight ende veroordeelt, ende nu naer de doodt geleydt fynde,
vergefelfchapt van eene groote menighte des volckx, was nu gcco-
men tot eene ftracte , by de kercke van den H. Sebnftianm Marte-
laer, alwaer teghen aen den muer eene colomme lagh , hier bleef
den mifdaedighen rtil ftacn, ende fich keerende total het volck, fev-
de : Hoort, die hier teghenwoordigh fyt : lek vreefe Godt den Rech-
ter van alle menfchen, voor wie ick fweere, dat ick in de moordt,
daer ick van befchuldight ben, teenemael onnoofel ben , maer ick
bekenne hier voor Godt , d.it ick hier eens in den nacht eenen menfch,
die ick niet en kende, fittende op defen fteen, als raefende hebbc
vermoordt , het welcke niemandt tot nu toe en heeft geweten als
Godt alleen, die mynen rechter is , ende nuvanmy wraecke neemt;
dat alle menfchen hier keren ende peyfen, dattcr acn Godt niet het
minlleonbekent en is. Dit geleydt hebbende gongh hy voort, ende
ondrrlrondt v-rdulJclvck fyne rechtveerdige doodt.
Die al-doorfiende ooghe Godts fagh oock dien gewortelden haet
van de broeders teghen Jofe^h^ ende hun afgckeert gemoedt vzx\J/i-
cob hunnen vader; aen den welcken ly fonden het verfcheurt ende , ^
bcbloevdt rockxken van Jofeph als of hv ergens van eene wilde bee- ^; '""Jf'
Ite vcrllonden was, hier in fcer gelyck acn de raefende beeilen, de umpatnscf.
welcke niet tevreden lynde met deopgeëten lichaemcn, oock daer- /"■"'» »'•'«'•
naer dickwils hunne cleederen verfcheuren . truentam
Den b H. BaJïliHi Biflchop van Seletcui Icght het uyt in defervoe- fiilne'fang^J-
ghei: Siet die wrede broeders doen het bcblocdt rockxken aen Ja- "limidiam
cob ter handt comen, als oft fy hunnen haet endenvdt fonder bloedt ".^?''"'« «•^-
niet en conden uyiblunèhen . Hunnen haet Itreckte oock teghen BafiTk'ff/
hunnen ouden vader . ^^ . ör..f . 8*
fo DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
i
Ktque parri- »■ Giiilielmiis Hamerus óVén vermaerdcn uytleggher van de H.Scrif-
tidioinfiatrè turc Icght dit Wat brecder uyt . De nydighe broeders feght hy, lie-
Znu'^lalil' '•^^ ^"" voorftaen, dat Jacol? van alle defe ftooringe demeefte oor-
\elert,ra. ^''^ecke was om fyne te groote liefde tot Jofeph boven alle de andere.
rem i
demapud pa- Hierom wilden fy hier wraccke nemen over hunnen vader, doorhec
trem arte er welck fy fckerlyck condcn dencken, dat het al foude wefen totfyn
nh/'A'I'r', uyï'^^ri^^ gevoelen ende fmerte, ende niet fonder peryckel van de
•peftem Jiqui- doodt . *
dem jtjfeph ^\s fy evcnwcl fvne verficrde doodt aen den vader wilden te ken-
flntut'^^h^. "^" g^^'^"» 'y hadden hem het felve wel connen lacten weten, feg-
imopoiUitam gende by exempel, dat 'jnfefh nergens te voorfchyn en quam , fon-
farernn oiulif dcr h'^m te fendcn fyn bebloeydt rockxken > maer fy fanden het uyt
ing^eruHt,y,o gmmfchap , ende uyt fpyt, oock tot meerder gevoelen vznjacoby
'llmm:ff>,m gc'yck hy hct betooude , alshy her vcrfchcurt ende bebloeydt vockx-
jcelui menda- ken fagh , feydc terilondt : i Jae het is het rockxken van mynen fone ,
etter amoli- ecnc wrccdc beelle heeft hem geëten, fy heeft Jofeph verfcheurt en-
«».«r, />.!- jg verflonden; ende fyne cleederen oock fcheurcnde heeft eerrhav-
tamquam in ren clecdt aengedaen, langhen tydt fynen fone beweenende.
reprsfenti ye- Den drocvcu vadcr en was niet te llillen, allen trooft verftooten-
hemeiiuK, do- ^q oock njct Willende getrooft worden , felf van fyne fonen, die nu
lore .ommoyc- ' , , . i ° > i 111" r,
rentur. Ham. ^^'^ "^'^ veldt naer huys wedcrgekeert waeren, alle hunne trooften-
in Gtnefim. dc woordcn vcrworpende, millthien (cght "^ O/c"/?/?!?/- , omdat y^zro^
b. van fyne fonen quaedt achterdencken hadde , dat fy deooi-faeek wae-
f-'-Jet f.a- ren van al dit quaedt.
ter,uit,!,:ni. De droethcydt van Jacol> fiende yo/p^/;/ rockxken van veifcheyde
cuiiiiimeiefi, verwen, nu gcverft in fyn cyghen bloedt , ea falraen niet lichtclyck
^cZmdf""" achterhuelen .
leflia deyorl. ^^^^ lecll in de oude hifborien, dat fommighc ouders ende getrou-
yit Jojepii , de fiende de bcbloeydc kleederen van hunne mans ofte fonen, ter-
/''■fijTtif,- ftondt befweken ende geltorven fyn.
dl'" "\'"e'j De Roomfche Kcyferinne Cahphamia de huvfvrouwe van Julins
jili.m fl.,i)n C&far llende maer het doorlteken kleedt van haeren man viel van
nuUo terpo. hacr fclven, om te ftcrven.
^ ,*'^'*." '7* Plmarchm feght van eene treffelycke v.'eduwe,wiëns man wreedelyck
c' c»'iXe^.t" vermoort v/as, dat fy bycans ilierf van drocfheydr, als fy maer ea
rua,,tem}Uiu fagh fvu klccdt bcbloevJt ende doorfteken, het wclcke fy Jaernaer
'''"' "■ •'""- dickwils acnfchoudc, fyiide vol traenen, ende kulle uyt cene befon-
rent o orem ^^^.^ üefdc tot haeren m.ui . V/at wonder ó-xn dat den ouden vader
tonfüUtionrm j''coh licndc het bebloeydt vericheurt kleedt van j-ofepb die hy loo
admitte-.-e , bemindt haddc, ende nu meynde doodt te wcfcn, van droefheydt
tfuia fjy.fi an jjyc-^s qu;im tc flcrveu ! als wanneer hy feydc : lek fal by mynen
leUt'iTernm ^*^^^ ^^ •,^•cencnde neder-daelen ter hcUcu.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. fi
f^ r confelatioHt,
Defcendam ad filiftm mettm tn tnfernttm . Genei . yj , V. Jf . crfutahttah
Tot voldoeninge miflchien van den lefer, fal ick defe overgroote '^'f frciHJfi
droefheydt van Jacob in een rym-dicht beweegclycker hier trachten ""«'«""•Ol"];
Voor te ftellen .
Soo haefl het bloedigh cleedt nu was ter handt gecomen^
Den heel bedaeghden man van droefheydt ingenomen-
Vol Jïeckten en vol fmert ^ geraeckt tot in de Jiel
Terflondt heel fprakeloos , ejlaes ! ter aerden viel!
Jlicr op '/ heel huyfgejtn , dienflmaeghden ende knechten
Strax waeren hy der handt ^ om Jacob op te rechten ^
Jilet vrees ^ en foet geweldig tot dat hy neder fat ^
En fachtiens wierdt gelaeft met wyn oft ander nat.
Dan d' herfenen verjierckt j door alles ingenomen
Begon , gelyck men fagh , heel tot fyn felf te comen }
Strax /iet hy rommendom j doch Jyne tongh bleef flil j
_ En foo hy naer fyn wenfch een luttel fpreken wil,
Roept Jofeph, doch niet meer, de Jiem comt weer t' ontbreken m
De droefheydt hem belet , en can niet voorder fpreken .
Eylaes-j hy vat het cleedt doordroncken van het bloedt y
Hy keert het , en 't bejproeyt met fynder traenen vloede.
Hy Jiet van welcken kant hy hadt den beet gecreghen ,
Hy merckt, en pejfi noch meer in alles /* overweghen '^
De dolingy en V geloof die firyden in fyn hert.
En tuffchen fmert en liefd' hy fiaegh gepynight werdt.
Is dtt het cleedt peyji hy , met menigh verf doorweven ,
Dat tck o lieven foon h onlanx hebb' gegeven t'
^4ch '/ is die verf niet meer , die is ntt al vergaen j
Eylaes ; een droeve verf ick over al Jle fiaen !
^IdiirS ghy wederkeert? Dm hebt my niet verlaeten !
Doch wat helpt dit beclagh ! dit can my geenjins baeten !
'^ Ben d' oorfaeck van u doodt : ick heb « daer doen gaen ,
Ghy hebt om myne fchuldt de doodt maer onderflaen .
Eylaes ? hoe leef ick noch ! am noch al meer te lyden ?
Godt weet , met wat al fmert tot nu heb moeten firyden .
O al te droeven fiaetl o leven vol van druck!
Of ick geboren waer tot pyn en ongeluck !
Doch V is van Godt geflelt , eer men Jich magh verblyden ,
Dat alle vrienden Godts op d' aerd" veel moeten lyden !
Jiliter ick eylaes '. en weet tn al myn ongeval
It'aer tck ellendigh menfch myn leedt beginnen fal !
O Rachel lieffle vrouw, 'k. helb' onlanx h verloren.
En nu oock mynen foon uyt n myn eerfl geboren l
G 2. V rer->
ft DE GODDELYKCE VOORSIENIGHEYDT
V P^erlies is al te graot ^ myn fmen is fonder maet^
Die hovefi '.r vaders hert ^ en boven maeten giet.
Een dobbel fmert ejlaes ! jae meerder als te flerven !
Soo eenen heven foon , en weerde vrouw te derven l
O Jofeph eerft myn trooft , myn alderUeffte ktndt !
lek heb «, foo ick voel .^ mner al te veel bemindtl
Beclaegeljcken droom ! ïi^>/e mocht dder op betrouwen !
Bedrtegelycken droom ! voor my een bitter rouwen !
Wel fien ick wel af niet ? %uat hoor tck voor getier ?
Wat fpringht daer nyt het bofch ^ wat beeft wat woedigh dier!
Ick Jien het in den mujl wat lanx de aerde fleuren!
Het monfler valter op , en wilt het heel verfcheuren !
JHy dunclt , het is myn fnon , tch Jien hem voor my ftaen ,
V /x Jofeph, jae hy ifl ^ ick falder tujfchen flaen,
Eylaes ! daer is geen hop , het ktndt is heel doorbeten ,
En <a!' honger ighe beeft begint het op-te-éten l
Jiy roept recht voor fyn doodt: o vader Jiet « ktndt ^
Dan Ju'eegh , mijjchien hy docht die my foo hebt bemjndt <
O Jofeph lieven foon ! noyt foeter ktndt gevonden l
J\4aer nu van eerie beeft foo ïureede/yck verflonden f
JJadt my een ivreeden leeuw of ty^er omgebrocht !
En dat ghy in myn plaets' o Jofeph leven mocht l
Siet wat de liefde doet ^ om alles C onderwinden^
Verftandigh^ om de vrees^ en droefheydt fyt te vinden!
Weent allegaeder weent , helvt my in ftorvens noodt !
Eylaes ! hy is verfcheurt ! myn liefften foon is doodt !
Had'' ick maer daer geweeft in '/ lefte van fyn leven!
Had^ tck myn foon gejien fyn leften afcm geven !
( Dat wacr my noch een trooft in al myn pyn en fmert )
Had^ tck hem voor het left f en flerven op myn hert !
IVat treurt ghy te verneef s t werft liever oock te fterven
Om foo een meerder trooft by Jofeph te verwerven^
Een groot geluck voorwaer ^ dat jofeph Rachel 7?^?,
En dat fy het gejicht van haeren foon geniet .
lek bi£ u grooten Godt , oock haefl te moghen fterven :
Dit nvaer al mynen ^fenfch , dit leven oock te- derven .
Geeft my naer al myn frnert ^ een blyen leften dagh ^
En dat ick by myn foon en Rachel wefcn magh .
DOch het en was Jacoh alleen niet , die met eene uytterflie droef-
licydc was overvallen, maer de nydige broeders hadden hier in
hun deel .
Tofta-^
' UYTGEBEELDT IN JOSEPH. fj
ü lo^ntw Bidchop van Avila in Spaignien is van gevoelen, dat '/-''. q^o<'p.t.
de plichtige broeders van yo/ê/>/- ficnde hunnen vader lotter üoo.;t ''^^^jf'^/^m
toe bc-droett, oock om hunne fchuldt eene aldermeefie p):ie had- ^x eorum nd.
den, om dat hy van hun gecnen troeft en wilde ont'arrghen, vcic- pu,a-lio.erat
ke pyne fy hielden vooreenc ftrafte van hun groot m'.fdacdt; jae (y r'j'!,1£«"ü'
wacren vol van fpyt, ende berftede van haet ende nydt, fcght den :',. f,„.Z'mpt-
* H. Clynf'JioTKHs , om dat hunnen vader meer toegaf acn de liefde n.t , ;>rc tant^
van fynen afwcfende ende gedooden foon foo hy meynde , als aen de i'-ionmpxna,
trooftende woorden van alle de andere , die daer teghcnwoordigh J'^'rJ^^'/JJ^
vaercn ; het welck Godt rechtveerdelyck toeliet tot iln.ffe van hun- t^ nolUtcoy.
nen boofcn haet ende wreeden handel , in den welcken fy foo hert- fil-ttica ad~
neckigh waeren gebleven, dat fy oock naer het fegghen van cO!e- '^'^^l^^X^^Z.
ofter, de droeve maere van alles niet alleen gebrocht en hebben , maer lejceLnt nt-
oock dacrnaer, niet teghenftaende de aldergrootlle drotfteydt huns fidiaf.ures,
vaders de vcrcoopinge van Jofeph ten tyde van zx. iacren aen hem 'i","'^ /•"^'"
met en hebben te kennen gegeven. _ •(,;,ƒ.„,« o-..-
Siet wat en doet den haet niet ende de wraeckgierighevdt , de afi^quamver-
welcke niemandtcn fpaert noch broeder noch vader, met den welc- bi'/olttn om-
ken fync boof\\'illiee fonen foo onbermhertelyck handelden , ende fulck """" i'^C"'-
een hertiweer aendeden , uat ny bycans daer van quam te iterven . c itAmnuüo
Om het welck fy alle ilrafFe verdienden, ende gcene de minfte ver- pertinAi.es,Ht
eiffenifTe weerdieh en waeren, gehck den d H. Chnfo/hma^ wederom """fi^"''"';^'-
wel bemerckt . ■'^^,„- ^„„/,.
Het ftondt hun toe als kinderen hunnen vader te ecren ende te rmtfeieti.v.n
beminnen, ende hem in alles foecken te trooftcn ende bv te llaen, ffl^"* /""f'*'
van den welcken fy nacr Godt het leven hadden ontfanghen . 'denusn7Jr7'
De reden ende de nature leerde hun dat , het welck Godt oock t,eUri,it.o)e-
daernaer belaft heeft door fynen Piopheet Moyfes met dcfe woor- after. d ic.>
den: Eert vader ende moeder . Honora fatrem tuum^ & mutrem taam. "'S'* A^""""
Ende daernacr wederom vernieuwt heeft door den ^ H. Panlns in ^„MUsfllZ
fynen brief lot die van Efhefcn feggcnde: Kinders weeft onderdae- a- ideo irxHo
nigh aen uwe ouders in den Heerc, want dat is recht veerdigh : Eert '"''^\ '^'S"'
vader ende moeder, het wclcke is het ccrftc gebodt, ende om dat- TFdl^oM-'.
ter noch fommige kinders gevonden wierden die het recht van de te p.nent,l»s
nature endede reden quaemen te overtreden, Godt heeft de weder- yfniiinDo-
fpannige kinders hier voortydts gedreyght met de. doodt felve . Soo '^IZtliiffT-
leeft men f JDe.verofwmii in het zï. capittel met dcfe woorden: Ift 7,cZ"'patrcZ
dat een man eenen fone gewonnen heeft , die wederfpannigh ende ?'•'■'" ^ »'•'-
fpytigh is, die naer ^ns vaders ende moedcis geboden niet hoorcn '!^:"";''^^;:^'.f
en wilt, ende daer toe gedwongen fynde niet en wijdt onderdaenigh prZ1-m'f''^J
fyn, {y fullen hem opnemen, ende brenghen voor de ouderlin"hen EpHef.f.i;;. ö
der ftadtj het volck van de ftadt f il hem met ftcenen Vv-orpen,'^cn- ;--^- ^ f''"-
3 ds . «-7,.
fi DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Jïlium contu- , , ^ i n
maccmiir^o- dc hy fal ftervcn .
tervum, qui In hct bocck Exodi ftaethet in het cort : Soo wiefvnen vader en-
-'""' . '""'''" de moeder vcrvloeckt, dat hy de doodt Iterve. O/a maledtxent patri
irisimpermm,!'^'' '^^ n}atrtj:!&^ morie mortatnr. cap. It. v. lort.
er^»; oheint Uyt al het welck men clacrlyck fict eene ovrrgroote boosheydt van
ontemf^erit, (je wedcifpannige cndc fpytïge kindersteghen hunne ouders, de wclc-
appyehcndent j.^ ^^^^ Q^j^ dickwils gcllrait wordcn
adjhiioresct- Dacr hetende vcrfcheyde goddclycke ftraften over foodaenigekin-
fit.itis, illum ders, fal ick hier alleen vooritellen de rechtveerdige ftrafFe Godts in
Ljndibui oh- j(;n wcderfpannighen Abfalon ^ die fynen aocdcn m'xAzx David tottei*
«■/'ff pohiilus 1 1. ^ ' 1 1 j r 1 ^ r
Zy-morietur doodt toc vcrvolghdc om lynen throon te bclitten .
Deut. 21. 28. Hy dede fynen vader vluchten uyt fyn paleys . Den goedertieren
a vader hadde medelyden met de boofe uytfinn:gheydt van fynen fo-
i'tfciM^uod ^p j^y o;aF oock lalt aen fyne Gapiteynen ende foldaetcn, dat fv
fadumefl,no,i ,iri F 4 U c / Air, i-> o -^
fnijfehnynanx ^^V'^^w^ louuen Dewacren . bervatemihivuerum AhjaLon . z. Rcg. lo.f.
indi,ftrix,jed Soodatiigh was de forge ende laft van David op de aerde voor fy-
totum fiijje nci^ foi^e ^ maer de goddejycke rechveerdigheydt hadde anders ge-
coh'i'ii'/cr'l)"' ^^^^^ '" den hemel, opgeweckt teghen dien vederfpannighen ende
B«m ««»» 4C<- eergierighen ione .
rarunt, <r Daer-en-tu(Tchen niet eenen voetknecht en'wader., die eencn pyl
irutum ant. ^^^^. yiyfaion fchoot , cnde nict cenen Ichicht naer hem wierp, niet
mal eum tra- p-', , i- r r j i_i i i^
didii-.cynitcd ecncn loldaet, die iyn (weerdt teghen hem trock, macr daeroin ea
tnirabiliuiefl, heeft hy dc ftraffe niet ontgaen; daer de lancien encie v.apencn der
im f,atrieum foldacten hem Tpaerden, Godt hadde voor hem eenen eyken boom
iipCmn'^nur. ^°^ ^'^'■'^ g''^^»^ toegefchickt , aKvaer fyn hayr dienen foude voor ee-
/■«'/(.S.Chryf. ne coorde , tot dat hy fyn mifdaedt foude betaclen . Davids Capi-
inf/ahn. 7. tcynen ende foldaeten (iighen Abfalon vluchten, cnde corts daernaer
met fyn hayr vaft hanghen aen eenen boom, niemandt nochtuns en
derfde nader comen , noch een quaedt woordt i'preken . Bcmerckthier
nu een dubbel wonder, met het welck ten leiten volbrocht wierdt
het goddelyck vonnis in den hemel gefloten . Den ongeluckighen
hadde immers fyn gevlochten hayr met fyn Iweerdt, dat hy aen dc
zyde hadde, connen affnyden, het welck hy niet en dede, daer-en-
boven den opperltcn Capitcyn Joab ^ óen welcken befonderlyck op
hem genomen hadde den Prince te bewaeren, ende die hem te voorcn
noch eens verfoent hadde met fynen vader, hy evenwel heeft Ab-
falon ^ nu verachtende Davids gebodt fonder cenige hope van loon,
iae met peryckel van flrafFe, gev eldelyck aengevallen, ende hem
"iiet herte met dry lancien doorlleken , op dat men ibudc leeren ,
fcght den " //. ChryfojlomM ^ dat het ghene dattcr was gefchiedt ,
geen v'crck en was van eenen menfch, maer een ^\'erck van degod-
(ielvcke reclitvecrdighcyUt . Syn havr cndc den boom hebben hem
valt
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ff
vaft gebonden , cnde eene onredelycke beefte heeft hem gelevert j
ende het welcke het wondeiftc noch i<, den welcken hem te voe-
ren verfoent hadde met fynen vader, heeft hem het leven benomen.
De quaetwiUige ende wederfpannige kinders teghen hunne ouders
hebben oock met reden Godts rechveerdige ftraffc vroegh ofte laet
te verwachten, gclyck het oock daernaer gefchicdt is met de boofe
cnde nydige fonen van Jacob, het welck wy in het vervolgh vaade
hiil:orie van Jofeph fuUcn bemercken .
Doch gemerckt alle delen nydt ende boofen h.indel eenfdeels fy-
nen ooifprongh genomen heeft u\t eene al te groote hcfde van Ja-
cob tox. (yncn (onz Jofeph , het fal de pvnc weerdt wcfen te gaen fien,
o? Jacol' daer in vel of qiiaelyck gedaen heeft, het welck wy in de
volgende fede-leeringe fullen onderfoecken .
SEDE-LEERIiNTGE.
Ve liefde van de ouders tot hunne ki^zderen moet gelyc\
fyti , ofte , gelyck fnen feght , fy en moghen geens
lieve kifiders maecken.
a
N' Iet en ifTer foo teer en aengenaemals de liefde, befonderlyck TcUHudim-
van de ouders tot hunne kinders, gelyck i'^ het beter konnen pt>'fiM «ma-
gevoelen, als men het m t woorden can uytlcggen. rtypraduUe;
Nochtans die foetisheydt van liefde can oock met bitterhevdt f"''"^'*^'"'
gcmenght worden . tnu,,mfm0.
Den Patriarch '^/:col> is daer van geweefl: eene claere getuygcnifle . dtr^ione te.
Defen ouden vader hadde eene teere liefde tot alle fyne kinderen /""•'' c"'/^'],"
ende befonderlyck tot Jofeph^ gelyck wy te voren gehoort hebben j d'ej'ojèph'^.i,
macrdie ongclycke liefde, die al te groot was, en verminderde niet Imingat hlc-
allecn de goede genegentheydt vande broeders tot Hunnen broeder """^ . "1""^'^
Jofeph^ maer veranderde die oock in eenen bitteren haet ende nydt, f',unxiteldem
tot groot gevoelen ende hei tfweer van den ouden vader . Hoorter «.if«i-.!. Ibid,
van fprcken den H. Vader <' Ambrojïits fprekendc van lofeoh .
Soct is het, feght hy, fyne kinderen lief te hebben, maer die
teere vaderl}'cke liefde is dickwils fchaedelyck acn de kinders , ten
zy dat fy gemaetight wordt > gelyck het heeft gebleken in de broe-
ders van Jofej^h; daerom feyde defen H. Vader, dat de liefde van de
ouders tot hunne kinders behoorde even groot, ende gelyck te \\ e-
fen } want van de felve ouders ge'boren, behoorden van de fèlvege-
lyckelyck te fyn bemint. De ouders conncn dit lecrcn van de onre-
delycke gedierten felfs, de welcke voor hunne jonghxkens gelycke-
lyck beforght fyn . \^''y
r<j DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Fxtus fuot Wy connen dit eer ft Dcmercken in de •» voghelen, aengaende hae-
sn difliii- j.g jonghxkens, fiet men niet, dat die beefticns uyt eene natuielyc-
fcTaüm^. ke indruckinge in het opvoede van haere jonghxkens even be-
tum paneer forditlyn, acn elckin het befonder , haer voedtlcl endc acs gcvcnJc,
flerimnt; ^- ^y^^ eg,-, nict meer aentreckende als het ander ; lbo fpreckter van Ssne-
yescx ^q«o ^^ Jen Roomlchen Philofoph in fynen 66.. brief.
^«'.Teneca' Oock de wreede heeften leeuwen, tygers, becren &c. ftillen ge-
epiji. 66. lycke forghc dnieghen voor hunne jonghen, ende de felve gelycke-
lyck befchermen ende bewaeren teghen allen ongeval .
Godt den fchepper van al heeft aen alle gedierten eene gemcene
ende gclycke forghe ingedruckt , ende werckt aldus gedurighlyck in
alle fyne fchepfels .
De fon heeft van Godt haeren aerdt ende cracht om alle landen
ende menfchen gelyckelyck te verlichten ende te verwermen , goe-
de ende quaede . Qtii folem fiMtn oriri facit fu^er honos & malos . Alat-
th. f. V. 4f .
De aerde brenght voort verfcheyde vruchten goede ende flechter,
haer fap gevende aen allebeyde j gelyck men oock liet in de hoven,
in de welc^ce groeyen bloemen van alleüagh, fommi'gewel riecken-
dc , oock andere van geenen geur .
Soo dient het oock te gaen met de ouders, die hunne kinders
gelyckelyck raoeften bemmnen , belbrghen ende aentrecken , om
al'.c tvviften te voorcomcn .
Hier van heeft feer wel gefchreven den E. P. Libenus in fyne eer-
fte tragedie ofte treurfpel van lofesh , het wclck hier oock can die-
nen tot onderwyfinge voor alle ouders in de opvocdinge van hunne
kinderen ,
Syn latynfch dicht begint als volght.
Mifer hen Jofefh! multorura odium
Uniiis anor , fatri nimium
Bdeüe fuer !
O nam fcccMndam trahit invidiam
Non ACjum amorl quamls emitur
Odiis parinr/f gratia dtjpar !
Quid non JimiU malefane farens
In amore loc as , ^KOi tpfa f art
^ tin "er e q^attdet natura gradtt^
Orn-nibiu' tdem Jupitcr, /Wfw »
Orn-nibiu atjuo Inmine Titan,
ISlon dtJfimiU fovet amplextt
PiTvora Tygris , nee dijparibtu
Pidlos ftttdiis educat Ales .
Telltu eadem fcugibm ^ idem Th'
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
17
Tlorihm hortta . Dijfenfat of es
Chloris gremio femper eodem,
Nee flava Ceres uni mater
Prodiga , & uni [av/i novercs .
Et Jitiemes varia campas
ISfon rtgat urna, <i.quabile Cétlum :
Quem ntea rorem bihit herhg , Oibit
Tua non pejor . Cernis , ut iccjmo
Ltbrare Themis Rondere lance
SatiHa laboret ? lumtna nuUi
Jï'ïage blanda jacit , velata caput
Nulli facties commodat arüü
Clanfas galea , pronior aures .
Dc duydtfche Poëfie fal ons dit aldus in 't lym ftellen.
Te gi'Oite liefd' is broeders haet ^
Verfchejde licfd' i^iet wel vergaet .
Chy hebt het Jofeph wel geproeft^ *
Dat tiwen vadtr heeft bedroeft .
Siet eens den forgeljcken aerdt
Van de Natur', voor die fy baert :
En d' een en d' ander vrucht behaeght y
Voor al gelycke forghe draeght .
Siet hoe a Godt forght voor ieder een^
p^oor goed'' en cjttaede in ?' gemeen ^
Van Godt den goeden alles heeft .^
En oock door Godt den c/ttaeden leeft ~
Godt door de fon de aerd' befliaelt j
De fon tot onder d'' aerde daelt :
Het go-.idt of loot y en tvat mocht fyn^
Het groeft al door den fonnefchyn .
De beeji haer jongh'xkens feer bemint
Op V een^ en V ander wel gejint y
Het een met meer als f' ander heeft',
uien V cleyn^ en 't groot haer voedtjel geeft.
Een fchoon en rvel gebloemden hof
In alle bloem heeft fynen lof.
Geeft plaets' aen d' een ^ en d' ander bloem y
In alle foort draegt fynen roem .
De aerd' voor coorn , en groen gewAi
jiltydt een goede moeder was ,
a Qutft-
lem juum ori*
rifaiit fuper
honoi C7' mA-
los Marth ^%
45" Dempro^
mifiiie omni'
hm lumen im-
f'titur. Sic
i»'tiatcTes
■DeichAritatU
'iter (ojrimti-
nicare omni-
iu! deleimu-
iy d(li(jin»m
fatitunhari-
tM , f; »( loco
tiium fucce.
dit. S.Bafil.
deinfln.Mo.
•^'^ iMril).ferm.i,
jSDE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
yils hier of daer d'' aerd'' is verdort y
De locht een foeten reghen flort .
En dit met een mildaedigh handt ,
Soo %1'el oO V een , als 't nnder landt .
De ouders liefd' oock ny gemeen
Voor alle kinders ond.er een ^
Of V is maer onheyl ^ haet en njdt
Tot kinders leedt ^ en oudere (pjt .
Ghy hebt het Jofeph ii'el geproeft^
Dat oock t! vader heeft bedroeft .
Te groote liefd' is kinders haet ,
Ve-rfchejde liefd" niet wel vergaet .
J Q Oo ongeluckighen uytval van eene ongelycke liefde en heeft men
vAt" fympho. i3 niet alieenelyck gefien iii de hidorie van Jofeph, maer oock in
«M pietatis, menige andere j want het oock daernaer gebleken heeft in denoudt-
clorr.s Jmri- {^f^^ brocder van den verloren fone wcderkecrende tot fynen vader .
«-.!(/( CAL « ,t, j-j^j^ oudtrten broeder was ialours, ende vol haet ende nydt, om
re .J f-Mrem dat den vader fynen ontuchtigen ende bedorven fone foo wel ont-
er approfim- fonck , cndc met leckerefpyle ende blydtfchap onthaeldcj hy wafler
quare domm qq(~\^ pp vergramt, ende daerom en wilde hy met fyn wedcrcom-
fo^it ratio, rtf.'^,!, • •' ■'
hum perfeni- "^ bnincn huvs by hem niet comen.
re ^e!n non Den a H. Chryfologw fpreckter van : Die goedthertige vriendt-
f.ii:,.s.C\\r\i. fchap, feghthy, die bewyfingc van liefde verjaeght den nydegaert,
lièdnn'è fa- ^'^^*^ houdt hem buytenhuylej ende daer dereden hem toonde, dat
trem dolet , hy by fyncn broeder foude hebben moeten comen, de afguniligheydt
uondolet pe- hccft het hem belet, ende den haet ende nydt en lieten het niet
riijje jubj}uji j.Qg _ Y)en oudtften broeder en conde niet verdracghen , dat fynen
vvü ' 'canfi broeder, die jonghcr was, naer dat hy fyn goedt foo fchandelyck
querrtur,fcd ende onfuyverlyck verqiiiil hadde, meerdere liefde van fynen vader
liroris. ibid. foude genieten, als hy tot dien tydt genoten hadde, om het welck
hy oock opAncn vader quaclyck gefintwas. Hy v/as droef, dat
fyncn broeder was wedergekecrt , maer niet om dat hy alle fyn goedt
verquili; hadde, hy en claeght niet om het verlies, maer enckelyck
uyt nydt .
Hoort noch , hoc dattcr veel meerder ongeluck overcomen isaen
/> Sennachenb dcnConinck \-x\\ Affyrten om eene ongelycke liefde toe
Vo(idiesjL<. ^ynefonen, den wekken naer het gevoelen van Abulenfis, gedoodt
^«^um Sen- wicrdt van fyne tv.ee foncn Sarafer, ende Adramclech , om dat hy
7yd:cribo.ci- fynen jonghilcn fone teghen het recht ende de gewoonte van die
j7s".tq\!2i '^'*^" iy£gjj>ten gcGiéit hadde op den throon, verllootende de twee
y.\, " ' andere fonen , die ouwer waergn .
An-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. fp
Andere droeve gevallen van de oude wet laet ick dacr, eene of-
te twee van de nieuwe wet fal ick maer bybrengen .
Conde Caftiglten droever trcuripel ficn , als van haeren Coninck
Alphonfus den X?
De blinde vadcrlycke liefde hadde den jonghften tot de croonc
verheven met uytiluytingc van den oudtftcn, maer dat en bleef dacr
niet j om het ongelvck dat hem gcichicdt was, hy liet fich foo ver- '
re brenghen uyt afgunlt endc wrueckgicrighcydt , dat hy niet alleen
acn fyncn jonghllcn broeder nu (Joninck gcftclt fynde het leven be- Seyerlimk !»
nam , maer oock acn fyncn vader die hy in den kercker dede ftel- «''<■•""ƒ"'"'•<-
Icn, ahvacr hy van fpyt cndc van droefhcydt quam te llerven . ■mo°enitüs!'"
Het is noch droever, datter volght. De H. Clotlnldis eerfteChri-
flcnc Coninginnc van rrar:ckeryck^ die hacrcn man Clodov,tu-s door
hacr crachtigc woorden endc H. leven brocht tot het Catholyck ge-
loof^ heeft oock in hacr bloedt geproeft een ongcluckigh ongeval
om ecne ongelyckc liefde .
Sy hadde uyt Cloclovans den Coninck gewonnen dry foncn Cloda^
TKtriis , Childebeniu , endc , Clot'anus . Clodomirns was dacriiaer doodt
gebleven in cencn ilagh tcghen die van Borgoigmen ^ achtergelaeten
hebbende drye foontjens Theobaldm , Gontanus ende Clodoaldiu . Clottl-
ttldls hadde noch eenighen trooft in de doodt van haeren fone Clo~
domirm met defc dry neefl<ens, die fy ten uytcrllen lief hadde, endc
met alle forghe trachtede op te brenghen in princclyckc manieren .
Maer fiet den nydighcn hclfchen geelt was op de been, opllokende
de twee andere lonen vanClotildis ^ die hun lieten voorilaen , dathae-
re moeder Clotildis meer liefde drocgh acn defe dryc neefkens, als
acn hun, die liaer twee foncn waeren j ende metter daedt waercn
fy nu door den haet ende nydt foo ingenomen, dat fy fekerlyck hun-
ne neefkens het leven foude nemen, ten wacre C/otildü (oude toelae-
tcn , dat fy tot het cloofterlyck leven foiiden gefchoren worden , het
v^clck als fy hetabfoiutelyck weygerde, twee van dicneeflccns vier-
den v;m de ooms door hun eyghcn handt vcrmoort, alswanneer C/»-
do.ddiu den jongden, van cenen vriendt wierdt verborghen , fich
dacrnaer vrywillighlyck begevende tot het gceilclyck leven .
Hoc en hcett Franckryck v/cderom niet in vlam gellaen ! Hoc en
is heel het Ryck niet verfchcurt geweell: door den inlandtfchen oor-
loghl als Ludovtcus écn godtvruclitigenfone \^n CeiroliM Magims door
den raedt ende oprtol?^n van de Coninginnc yW/'/A fyne huyfvrouwe
tot Coninck verclaert hadde fyncn fone Cavclm ^ hem llcUende voor
fynen eerft geboren fone Lotharim . De droeve gevallen ende onge-
lucken worden in het breedt ende jammcrlyck befchrevcn in de hi-
iloric van Vranckcryck .
H i Het
U 3.
60 DE GODDEL'YCKE VOORSIENïGHEYDT
s.sXmbroj;. Het befte dan vooralle ouders end e geraedtfaemfte is, hunne kin-
usde jofefh. ders , die in de nature gelyck fyn, oock gelyck te maecken in de
liefde . <t Jungat liberos aqualis gr at ia , (^ms junxn nquahi^ natura .
Vo»r ktnders van den felven flam
Van eender liefd'' meer rufle quam \
Oft anders ' is maer hoiet en njdt
Tot ouders leedt , en ktnders fpjt .
Eenen vader moet fich in het midden houden tuflchenalle fyne
kinders , even naer ende verre tot allegacder , gelyck eenen ftyl in
het midden van eenen ronden cirkel, daer den midden- ftyl even ver-
re ilaet van den omloop .
Het was het ghene, dat lob eens feyde van fyne kinders, tot de
felve gelyckelyck genegen fynde, foo fprack hy : In circuitu meo li-
beri mei. Job. ip. v. p. Dat is, myne kinderen fyn rondtfom my,
als willende feggen : Sy fyn my even naer , even lief
Eenen Italiaenfchen fchryvcr van onfc Societeyt den E. P. Pau-
lus Segneri ^ langhe jaeren predicant van den Paus, over luttele jae-
ren in opinie van heyligheydt geftorven , geeft aen de voorfeyde
woorden van lob defen fin: lob, feyde hy, wilde hier mede de Chri-
ftene ouders onderwyfen, dat fy hun in het midden van hunne kin-
deren moeften houden gelyck eenen ftyl in het midden van eenen
cirkel, gelyck ick terftondt feyde, even verre van de uyterfte ronde,
om anderfins geenen haet ende nydt te vcroorfaecken .
Waer 't dat lacob gelyck lob daernaer gedaen heeft , fich oock in
het midden van fyne foncn hadde gehouden , ende de felve liefde
ende genegentheydt tot hun gedraegen , noch hy noch fynen fone
Jojeph en foude in alle die moeyelyckheden niet gevallen hebben , ge-
lyck wy nu voorder in het volgende tweede deel fullen gaen bemercken.
TWEE.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH,
<Ji
TWEEDEDEEL-
Van de (lerckte ende foetigheydc van
de Goddelycke Voorfienigheydc .
VOOR-REDEN.
GoJt kenniffe hthhende van alles , handdt met de menfchen
met (ierck.te ende met [oetigheydt y hun altydt laetende
volle vryheydt in het "^erck hunder faeligheydt ,
E voor-reden van het eerfte deel heeft ons voorge-
ilelt ende uytgeleydt de verheven macht van de God-
delycke Foor/ienighejdt , beüiercnde alle dinghen de-
ler wereldt door alle Ibortcn van middelen , oock
door onbequaeme nacr het goedtduncken van vele
menfchen, jae 'die heel contrarie ende teghen-ftry-
digh fchynen te Vv'efcn , de welcke nochtans ten lellen comt tot
haer eynde .
Nu in defe voor-reden van het tweede deel wil ick voor ooghen
gaen itellen den tweeden eyghcndom van Godts Voorficmgheydt ^ te
weten , dat fy alle menfchen foeieljck ende cmchteljck belHert tot
de faligheydr .
Als den Wyfeman gefeydt hadde, dat de boosheydt, Godts wyf-
heydt niet en can overwinnen Sapientiam non vindt malitia : befluyt
in het beginfel van het 8. volgende capittel in defer voeghen: Hier
om ftreckt de wysheydt van Godt, van een cynde tot het ander eyn-
de flei-ckelyck ende befchickt alle dinghen foeteljck .
Attingit ergo a jine ufcjue ad finem foniter , & dijpo'.iit omnia fitavi-
ter . .Sap. 8. -y. i.
Defen foeten ende ftraffen handel Godts in de befticringe der
menfchen is naer het goddclyck goedtduncken wel den aldcrbeflcn,
ende den bequaemllenj ftraf en foet op fynen tydt is v/el het beft.
Dit fiet men verbeeldt in den bermhertighen Samantaen ten opficht
van den gcquetiten menfch 3 die hy op den wcgh naer lericho vondt
H3
lig-
61 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
f^ulnus Itiii-
•vit oleo , ut
fini acredi-
ftem ac moy^
du.itateni olci
pin'^ficdlneC?'
lenit.iie tfm-
fxraret . S.
Greg. b
X'üliil excipi-
liirafiiiiyit.i-
lc ipjius , oni'
}ii.t diJ}oiiit
Jiia-viteriytil-
tis f.ire quo-
r)t«do?fine yi-.
clentiAadyer~
f.i fishjiLit in
regno fuo ,
qucd jitfiitiu
iiitus tenet ,
}>iaU qiioqiie-
C üdyerj-m-
tium yiliorü
mct:is f->ieco-
aciione jeire-
toordtnefapi-
entijjlmuque
dijj'ojltioiie
feryire fiicit ,
Hugo Vict.
hom.j.z.111 £Vi'
ani.iiido tr.thi
ligghen ; in wiens wonden hy inftortede olie ende wyn . ^lUgavit
vulnera ejtu ^ fundens olettm & vinunt . Luc. lO. v. 24.
Den t H.Grejioriits Paus leght het aldus wat breederuyt. Hy heeft
de wonde, fcght hy, met olie vcifoct, op dat hy de fchcipheydt
vanden wyn met de foetigheydt van de olie foudc matighen.
. Laet ons nu eens gaen beinercken de Ibctighejdt van de Goddclyc-
kc Voorjiemgheydt^.
Ick en kanfc niet beter uytlegghcn als met de woorden van den
geleerden ^> Hugo Viclorir.Ks . Niet het minllc, feght hy , en wordt-
ter uytgcnomen van den Toeten handel Godts , hy bciiiert alles met
foetigheydt > al dat hacr teghenllandt doet, overwindt fyfondergc-
weldt, ende al dat haer teghcn is, gebruycktfy op eene verborghen
mani-re met ecne alder-wyfte fchickinge tot haercn dienrt.
So ) fpreckt Hugo uytleggende de voorden van den Wyfeman.
Difpontt omnm fitaviter : Hy befchickt alle dinghen foctelyck . Defe
foetighcvdt blyckt oock fccr claer by den Propheet Ofe^ ahvaer hy
feghti Tniham eos in vmculis charitatis . c. II. v. 4. Dat is: Ick falie
trecken met de banden van liefde; gelyck men fonder gcweldt tree-
ken foudc een lam ofte fchaep met een groen tackxken , oft een kindc
met een noot, met eenen appel oft met wat fuycker Het is hcc
fegghen van den <^ H. Auguflintu . Het kindt feght hy, wordt aldus
aengelockt, ende comt uyt liefde fonder bedwanck, maer uyt vry-
en luft.
Laet ons dit eens voorftcllcn als een finne-beeldt van de focte /^oo;--
Ji?niaheydt Godts, met het opfchrift het welckevolght naer de print.
. c I{ii;tir<vi yiriJem ofirn-di< cvi , cr trahis ill.tii, nucesputro dtmonjlrantur , V tr.il-hu/}
ttir , f:r.e Ltfii/iie trahitiir , S.Auguft. tr.iü. 2.6, in lo.
iV/>/
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
<J?
Niet ujt geii'eldt oft t4yt hedwanch^
Aiaer comt nyt vryen ivtl en danck .
Het Sinncbecldt wordt uytgcleydt , als volght ."
V TT 5 een vreught te Jieri de fchaepen
X Met een Itifl haer voedt fel raeVen
Jn het iieldt of tn het wondt ,
Daer men vindt geblaedert houtZ
Doch fy drcku'ils in de heydetj ,
Daer fy eerfl te vooren weyden ,
voedtfel foecken hier en daer ,
Adaer en worden V niet ^eivaer-j
"Tot haer herders groot gevoelen ^
Die fyn fchae^kens foo Jïet woelen :
Doch , daer V vee is vol van fchroom ,
Clavert f!f oi eenigh boom :
Daer
ü'4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Daer beq^itit hy cf te hacken
V Gitljigh groen de hejie facken^
Dan met dte gefneden fyn
Help fyn becfiiens uyt de pyn i
Strax fy comen aengelooven
Heele troepen^ heele hooien
Naer haer lufl en vryen danckj
Gants verhenght met geen bedwanck .
'Jae men Jiet de fchae^kens Jpnnghen ,
£.n den herder hoort men Jinghen j
^l de beejitens fyn verhettght ^
En den herder is vol vrettght .
Soo moet ghy den Heer daer boven
jiils een goeden herder loven:
Noyt o menfch van Godt enclaeght ^
Die voor « meer forgl^e draeght,
J\^enigh fchaepken als verloren
Buyten wegh en bttjten fporen
Siet men dwaelen van de baen^
Schie r eylaes I verloren gaen l .)
Wel wat doet Godt met die menfchen
Heel verleydt in al haer tvenfchen ?
Miffchien flraffen^ met de doodt f
Neen , fyn liefd^ is al te groot .
Siet van liefd'' heel ingenomen
Js van d'' hem" len afgecomen
In dit vremt en aerdtfche dal^
Wtltfe brenghen in den Jlal .
Soeckt die fchaepkens t'' alle weghen ^
Tot ■ die allegaer genegcf! ,
En met foetheydt aengelockt
Heeft dte in den Jlal gehrocht :
Soo fyn liefd^ haer comt ie raecken^
Sy hun boosheydt flrax verfcecken ,
Sonder floot ^ en fonder fyn.^
Door de liefd'' gevangen fyn .
Goeden herder als een vader ^
Op HTv fchaepkens allegader
Door tiui' liefde heel verjint
Haer voorwaer te feer bemint .
IVilt oock myne fel vert^-ecken ,
Door H foethejdt tot n trecken ,
Brenght'
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 6f
Brenghtfe , bid ick , in den flal
Lieven herder , heer Z'an al .
GElyck cenen herder een hongerigh fchaepkcn Tonder gewelde
te doen tot hem can trccken met eenigh groen , ofte geblae- ^^^yj*,^, ^
dcrt taxken, aldus weet diën hemeHchen herder alle menlchen „st/«,„ t,^,„,j
met fyne ingcftorte loete gratie als met een teer taxken van genacde homnmm in-
acn te lockcn , om de fclve met haeren vrven wille Tonder bedwanck <?"'"* "'".'"-
1'^^ lil j I ' foruti r.itioiie
loetclyck tot hem te doen komen. . naaat nml-
Voorts defe foeti^hejfdt Godts is befonderlyck hier in geleghen , dat tMadjalutem
hy fich weet te paflcn op den aerdt Van de menfchen, fich naer de ■>''" aperit,
felve watvoeehende, niet alleenclyck lettende oii Tyn goddelvck we- '"""!'"•>» ■?<■-
ien, maer oock op een ieders nature, de welcke hy teghen haeren admod„mmc.
vryen wille niet alleen geen geweldt acn en doet, maer gebruyckt dicomm ofii-
oock de middelen, die nu en dan aen de menfchen meeft dienlligh '"' ■'-■irioj tex.
Tyn tot hunne Taeligheydt. ' >^'nru,iones,
Het IS wacr, dat Godt de eerfte ende pnncipaelltc oorTaecke is e.\p„pie„t,fïc
van, al het ghene, dat de menfchen doen, maer even wel hy gaet ^"''«s /">""-
in alles voort Tonder icmandts vrvhcydt te crencken, fich oevoege- """'. ■f'^"''
lyck ichickende naer een legelyck, hjcr in eenigüns voortgaende afque yatiits
met de menfchen naer de fiele , gelyck de doftoors ofte medecyn- coij^Uatus a-
meeftcrs met het lichaem j het is dcgelyckenifle van den " H.BaJï- "'"^^orur» t.-
luu Biflchop van Seleucia. Godt, Teght hy, als hy bcmerckt ver- fur'maz^ ih.
fcheyde gellelteniflen ende genegcntheden der mcnTchen, hy gt- feheni^iitatis
bruyckt bequaeme middelen tot hunne Taeligheydt , ende gelyck de ƒ"•« <irgHmr,i~
medecyn- meefters de remedien bv hun Telvcn ovcrdencken, om de '"-Z^/'' '""-»'-
ficckten te overwinnen, Toodat Godt van gelyckenals den Tchepper „"^ ^,'/Iif«
der menTchen ficnde hunne fieckten ende geeilelycke quaelen, die /■fr/umj . s.
Ty hun ielT vrywilligh aengedacn hebben, hy gebruyckt alldan van EjüI . jj/ (•»(•.
Tvnen cant daer teghen bequaeme geneeT-middelcn van Tyne berm- "'*■'!>• ' "'•
hertigheydt, om hun aldus Taligh te maeckcn. Alwaer den H. Va-
der in het beTonder noch voorllelt verTchcyde tecre ende heyligebc-
weginghen, de welcke Godt de menTchen ingeeft, elck naer de ge-
Icgentheydt , niemandt praemende ofte dwingende maer een ieder
Toetelyck naer Tyne gencgentheydt door Tyne vaderlycke Foorjïenig'
hcydt beftierende tot lyn eeuwigh geluck .
Ick vinde hier op eene Teer wel paffende ende verflandige geTchie-
dcniffc, ons voorgeftelt van den hiftorie-Tchryvcr h Codtmi-s in debe-
Tchryvinge van de ftadt Conflamtm^elen , van de welcke oock Tpreckt codinus in
den geleerden Theophtlm Rajnaudfts vzn or\k Societeyt . defn j-time
Den KeyTer Cov.flantinm wenfte , Teght Codinus^ dat Tyne kevTcr- ">-l>'^Conflan-
lycke ftadt Confianttmpelen, mochte bewoont worden van de princi- '""'ƒ'''"■•"•'•
I paelfle
66 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
paelfte heeren ende Princcn van de fladt Roomen , dacr fy van oudts
wnonachtigh waeren , ende datfy met heel hun huyfgefin, met vrou-
wen ende kindeixn hunne woonllë fouden wiDen comen nemen tot
Conftantinopelen^ als in een nieuv/ Roomen. Maer de Princen toonden
hier in groote tcghenheydt , omdat fy hunne fchoone paleylen ende
vermacckelycke luiihoven te Roomen hadden, de welcke ly geen-
lïns en fochten te verlaetcn . Hoort nu wat dat den Keyler üccie,
om hun daer toe te verwillighen: Hy dede twelf van die groote
Hcercn naer Conjlantinopelen comen op pretext van eenen ooiiogh
teghen de Perjiaenen . Als die Princcn nu te ConflannnopeLen ende by
den Keyfer gecomen waeren , fondt hy de iclve om fyne leghers te-
ghen de vyanden te gebieden, ecrll: van hun gevraeght hebbende
hunne ringhen met hunnen feghel daer op.
Daer-en-tuflchen dede ConfiamimM den Keyfer volgens de afteec-
keninghen van hunne Roomiche paleyfen, andere heel gelycke op-
bouwen op de bequaemite ende aengenaemfte plaeticn van LonJlanti~
napelen met gelycke lutthoven daer nefFens . Die paleyfen nu eenigh-
fins volmaeckt fynde fondt hy terftondt eenighe van iyn volck naer
Roomen tot de Princelycke huyfvrouwen met de ringhen ende 1'eghels
van haere mans, aldus haer laetende weten, dat ly terilondt haere
paleyfen ende erven foudcvercoopcn, ende alle dinghen effen geitelt
fynde, met heel haer huyfgefin in fyne keyferlycke lladt otte nieuw
Roomen ibuden comen woonen in dcnieulte paleyfen aldacrvoor haer
opgebouwt, gelyck fy oock deden foo haelt als fy conden.
De Roomfche Princen daernaer van den Perjiaenfchen üorlogh vi-
ótorieus tot Conflantinopelen wedergckecrt fynde , Itonden in aiies ver-
wondert vindende aldaer hunne huylvi ouwen ende kinderen, die nu
woonachtigh waeren in de nieuw opgeboude paleyfen, meynende
bycans dat het al droomen waeren , maer de rechte v. aerheyut van
alles verllaen hebbende, ende verwonderende des Kcyürs v. )sheydt
ende vernurthcydt, fyn iy allegaedcr feer gcerne ende met voidoe-
ninge te Conflantmopeien gebleven . daer fy hun eerlt lbo teghenllel-
den . Wat datter van de waerhcydt is ofte niet, het dient ons even-
wel tot onfe materie} want hier fietmen, hoe dat men icmandt er-
gens toe ibetelyck ende fonder geweldt can verwillighen .
In deler voeghen handelt Godt volgens fyne l'oor/semgheydt metde
mcnfchen, die hy ergens toe wilt brenghen, op eene loéce manie-
re hun daer toe beieydende, nochtans fonder bedwanck, maer vol-
gens hunnen eyghen ende vryen wille.
Nu gcnocgh gehoort hebbende van de focte beüieringe van de
goddelycke Voorjiemgheydt.^ laet ons nu oock wat fegghen van hae-
re Jlerckte ende cracht, van de welcke den Wyfeman aldus oock
fpreckt :
a
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 6j
fpreckt: Atüngit a fine ufjue ad finem fortiter . cap. 8. v. r. dat is •
De wysheydt Godts ftreckt van een eynde tot het ander flerckelyck .
Het is maer -A te waer, dat Godt in alles met fterckte crachte-
Ivck voortgaet , lekerlyck ten leften uytwerckende het ghene hy
eens vaft gellek heeft, het v^elck door de boosheydt der menfchen
noyt en can belet worden . Sapientiam non vmcit malitia . Sap . 7 .
V. 30.
Om nu te verftaen , ^vaer In dat die fterckte ende macht van Godts
Voorjienighejdt beftaet, hoorter van fpreken eenighe Heylige ende
Avyfe mannen . ^tt»lit (or-
Den a H. Bernardiu leght dit uyt in defer voeghen, te weten dat titer-Mmni.
den Fcojienighen Godt fyne fterckte'betoont , alfer niet het minfle en l^ileorumeye'
gelchiedt folider fyne macht , ende alles doet uytvallen, gelyck hy pS"°":
het gellelt heei't ende begeert. tenti-uf^ior-
Deni //.C/jny»/?ow;«feght, dat de ^oo)7f^w«^/:'e)'<// Godts haercracht dinet Prori-
vertoont, ah fy de menfchen foo weet te beweghen, dat fy de fel- ''"'"<»• S.Ber.
ve wyfmaeckt al dat fy v/ilt , fondcr nochtans eenigh geweldt acn- KulLxfortitu.
tedoen . ■ doHU par,qi<x
Het is het ghene, dat den <" Rechtfgeleerden feght, te weten, dat 1'»"'^"""» ■>">-
het voor ftercker wordt gehouden, iemandt iet wys te maecken, fZTou7^7cll
als met geweldt hem daer toe te dwinghen. domat. s.
Soodanige cracht gebruyckte den H. Honoratus in het beflieren Chryf. /icw.j.
van fyne onderficten, van den wekken den ^ H. Hilarius feyde, dat "'^^' ""^f'''
dien H. man Honcratus naer fyne gewoonte alles uytvoerde door Perfnade-
ecn foet bevel, fyne onderfaetcn wysmaeckende al dat hy van hun re,dnitcon-
bcgeerde. fuUtu, fcni-
ivlacr iemandt foude hier connen peyfen ofte feggen: En ftrvdt "/^„lliulTi!
dandefen handel Godts niet teghen den vryen wille van denmenfch? i.ff.defe,yo
want ift dat de Voorflemghejdt Godts feker is ende onfevlbaer, hoe iorrupto .
can den wiile van den menfch vry wefen? ende irt dat den menfch ^ . _^
in alle dinghen eencn vrven wille moet hebben, hoe can Godts ^e,M Irltm',
Voorjienighejdt in haere fchickinge altydt feker ende vaft gaen, fon- togdat hUn.
der verandert ofte belette connen worden? Om dat wel te verflaen, ''" ''''»'ƒ""■
men moet ecrlt weten, datter in Godt verfcheyde kenniffen ofte we- ["a^imperió
tcnfchappen fyn, naer het feggen van de Godtsgeleerde . S.Hibnus.i/*
Teneerfien moet men weten, datter in Godt is eene wetenfchap , S.Honoraw.
door de welcke hv eene fekere kenniHe heeft van alle dinghen, de
wclcke noyt en fuUen gefchaepen woerden, die hy nochtans hadde
connen fchcppcn, als het hem belieft fiadde, ende die kennide heeft
Godt van menighe andere werelden die hy hadde connen maecken,
maer die hy evenwel volgens (ywtn wille noyt fcheppen en fal . Die
kcnniiic wordt i^vnoemt Scientia jTm^hcis tnte/ügentij: , dat is eene wc-
1 z ten-
68 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
tenfchap van cnckele begrypinge .
Ten tweeden iffèr in Godt eene kennifTe ofte wetenfchap van al
het ghene, dat de menfchen foudcn doen in alle ge'tcldc voorvallen,
ofte gheleghcntheden ofte op alle conditien , dier geitelt fouden con-
nen n-orden : By Exempel: Godt weet, waert datter iemandt van
daghe buyten de ftadt foude willen gaen, of hem alfdan eenigh ge-
luck ofte ongeluck foude overcomen, of hy op den wcgh B. E. fou-
de vinden eene borfemet geldt, ofte iet anders, ofte wel, of hy fou-
de vallen in de handen van de llraet-rooovers , de welcke hem alle
fyn geldt fouden afnemen, foo weet Godt al het ghene, dat aen
a elckcn menfch in het befonder in alle gelegenthcden ende gefielde
Dixitu; D.i' gevallen ofte conditien foude connen overcomen, ende die wcten-
yid,Jltr.ide:tt j-^j^^p vordt gcnocmt Scientta conditionaluim . Eene wetenfchap van
^Vmlmii'sa.- ^1 het ghcuc op ccnigc conditie foude gefchicden. Dit heelt claer-
»/? er iix'<t lyck gebleken in den vluchtenden " David van het geficht van den
Domlnwitra- Coniuck Saül . David gecomenfynde inde fladt Ce/Z/ï , vraeghdevan
^""'Dayida- Godt , of de borghers van die ftadt, waert dat hy daer bleef, hem
'yfrieiM'ii*.i- Icvcrcn fouden in de handen van Saiil. die hem vervolghde, ende
Jlfexcenti,(s- Godt antwootdc dat fy hem aen Saiil fouden overleveren, waer op
ecrelfdeCei- p^yjj fj^^ terftondt op de vlucht begaf, uyt het welck blyckt, dat
Godt op die conditie wille, dat David gelevert foude hebben ge-
wecft, waert dat hy daer hadde gebleven.
Dit blyckt oock uyt het ghene Chnftiu eens feyde aen de boofe
inwoonders'van b Coroz.atn ende Bethz.aida: hy fpreckt aldus : Wae-
renin Tyro ende Sydon de mirakelen gefchiedt, die in u gefchiedt
f^n, fy fouden hier voormaels in een hairen clecdt ende in aflchen
penitentie gedaen hebben 5 waer uyt m-en oock fict, dat Chriftus
flalflwlyo- wille, wat die van Tjrw ende van Sjdc» fouden gedaen hebben op
b,uoi.mini.i- dcfc volbrochte conditie, waert dat fy gefien hadden alle diemira-
Aldus volgens die conditionele wetenfchap Godt fict ende weet,
hoe de menfchen hun fouden draeghen naer hunnen vryen wille met
de eene oft andere goddelycke g-acie, die hun Godt geven foude.
Nu genomen dat Godt voorfagh door foodanige wetenfchap , die
niet flielen en can , dat fy die gratie wel fouden gcbruycken ; wat
dunckr u? als Godt nu eene van die gratie hun gave, foude men alf-
dan niet moeten bekennen, dat Godt die gratie hun gevende, hun-
nen vryen wille geenfins en foude krencken ? gemcrckt hy foude voor-
fïcn, dat fy die gratie vrywilligh wel fouden gcbruycken. Dat fchynt
heel claer.
Den H. ^■/gujlmmfpreckteroock vanl. ï . ad S!r/!pUci,j>7.'!r» a'\x(ï. z.
Godt, feght hy, en toont aen niemandt fyne bermhertigheydt te ver-
geefs
la 1. Reg. 1.
b .
f^ttihCoro-
z.aim,yitibi
Bethuud'i '■
qiiia fi hiTy-
ro Cr Sydone
fuïU eJJ'eiit
paenitentiiVn
e^iJJhit.hlM.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. €9
gccfs, want aen den wekken hy bermhertigh is, hy roept hem al-
dus gclyck hy weet, dat hem dienftigh foude welen, ende dat hy
fynen bermhèrtighen roep niet en foude vertlooten, ofte verachten:
dit fyn fyne woorden. Nullius Dens frnflra miferetur^ Jic eum vocat,
^Homndo feit ei con(rrne>-e , m vocantem non refpnat .
Door die wetenfchap fiet Godt, dat dien menfch fyne gratie fou-
de aennemen, ende vrywilligh die gebruycken , ende niet verwor-
pen: uyt het welck menclaerblyckelyck fiet, dat Godt den menfch
den vryen wille lact, als hy hem foodanige gratie foude geven. a
lek moet hieroock bybrenghen defchoone woorden vanden <« H. ly'n'inA Prc-
Dionyjitu Areopagita . De Goddelycke Voorfienigheydt , feght hy, '^"'"""' "'-
is dé bewaerftcrflè van alle fchepfelen, vanelck inhaere nature, foo 1/ 'wér'vl!
van die beweeght worden door haer eyghen felven , als van die be- m>,f«,^K.e
weeght worden vanhaeren vryen wille, die bequaeraelyck van alles p^r femoTcn.
voorfiende, ende oelyck haer wefcnofte nature vcrevfcht, haer me- ""''^ ''""
1111 1 jTj I ii/.t-i arbitrto ,<.o!i-
dedeylende van hacrc goedtheydt , op haer bequacmelyck paOcnde . -i^enicter pro-
Ten derden bemcrckt oock , datterin Godt eene kennifle ofte we- ridens onmi-
tcnfchap is, door de wclcke hy van der eeuwigheydt alle fchepfelen l""^J;"S"^"
a'enfchouwt, de welcke van het beginfcl des wereldts tot het eynde ^mnhZ^J-'/n-
eens fuUen gefchaepcn worden; welcke kennifie genoi rat wordt 5«- guhnon na-
eritia vijionis ^ dat is, eene wetcnfchap ofte kennifle des gefichts. tKr.ii.ii?it,pro
Uyt al het welck, dattcr gefeydt is, can men genoegh mereken "p°oride,ltMl
den foeten ende crachtigen handel van Go its Foorjienigkeydt in het -.nMlowtates
kiefen ende gebruycken van de' bcquaeme middelen, door de welcke tmi>ertiens.
hy fckerlyck geraeckt tot fyn voorgeftelt eynde. ^- Dionyfius
Wy fuUen daernaer fien in de hillorie van Jofe^h, dat de Godde- diymis MnJ.
lycke Voorfienigheydt altydt mer hem gehandelt heeft met foetig- mbm fea. ^.
heydt ende met llerckte, fonder nochtans aen iynen vryen wille er-
gens in te cort te doen, den felven ten lellen brengende in het landt
van iEgvpten, om hem aldacr op fyncn tydt met eere ende glorie
te verheften . •
Eerlt lullen wy toonen in de volgende fedeleeringe, dat de over-
ftc van vcrfcheyde ftaeten in de bellieringc van hunne onderfaeten
oock met focti iheydt ende ftraft'igheydt ofte fterckte naer gelegent-
heydt hua behoorden te draeghen .
1 3 SEDE-
73 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
SEDE- LEERING E.
Het is geraedtfaem , jae noodigh , dat alle overeen , oU'
ders ^ ende meejltrs hunne onderfaeten ende kiiideren
natr gelegentheydt van tydt regeeren etide bePtieren
nu 7)iet foetigheydt nu met jlrajhgheydt ,
K
Mlfen a f/f -«-^ i^n v.'yrcn ende voorfichtigcn handel Godts in alles te bcftie-
ycr!ute,fa^i- | l i'CH mct ItercKte eoue loctigheydr : Dijjio/^ens omnia jorttter
endum qiiod- jl._-^ & ftmviter ^ behoorde naergevolght te worden van alle ovcr-
dam temfer.i- ftgn , ouders cnde mcefters, ten opficht van hunne onderdacnen .
'trociuTyutne'- ^et is de bemerckinge ende leeringe van den geleerden Comelim
cj,<em»haex. k Lapide van onfe Societeyt , uytleggende het 8. capitcel van het
acerbit.iteex- bocck der wyshcydt j ende daerom hebben fommige overllen aen-
uhercturfu - p-gnomen voor hun devies: Fortner & fttaviter^ fterckelvck ende foe-
miafereritate tclycK , ende dat, otn uici Wille dat ly oordeelden, dat men mee
fol-vaiuitr. S. fterckte ende foetigheydt de onderfaeten behoorde te regeercn : de
Creg. 2.f>ane. j-g^jgj-i jj ^ q,^-, j^j- jg ftercktc otte eeni-ge ilraffigheydt met ibstig-
b 7ta "f.llne beydt het onderhouden der geboden vervoordert , daer ds ioetig-
/•» bonirecio. heydt alleen het felve niet en doet, cnde cene Itraffe regceringe al-
ra peüore fi \(-cn de gemoederen van de onderdacnen Hoort ende verbittert ,
%-UliI'nU 'll't ^'^^ ^^ verre de befte rcgeeringc, alfer de liefde en Je de vreefe
crmaiiiiadid- tufichen fpcclt, Diacr noch meerdelietde ende foetigheydt, als llraf-
ccdmii , fit a- hcydt ciidc ilucrhcydt : want naer het fpreeckwoordt : Eene foete
morfidnone- i-egecringe heeft groote cracht : Blandnm imperium imperiojum. Ten
^TorCedndex- '"ninllcn moct de foetigheydt ende ftrafheydt gemenght worden.
aj^enms , fit Soct cndc fucf , als mcn feght , is de befte foufle . Den « H. Gregori-
z.elits fed non ns Paus vcrvat hct met dcfe woorden: De foetheydt moet gemen-
immoder^te pj,|jj wordcn mct ilrafheydt ; men moet ecneyetempertheydtmaec-
f(.M, fed nvn ken van alle bcyde, op dat de onderdacnen met verbittert en wor-
fhis qu.im ex. dcn door al te groote rtrafhcjdt , ende niet verfwackt door al te
fediM , fuT- gi-oote goedtheydt . Welcke leeringh hy meent verbeeldt te f\ n in
/«"!'"/ r""v- ^^ ^ Arcke des verbondts, in de welcke de roede van Moyjes^ ende
m'iiiK jiiftnia hcmelfch manna wierdt bewacrt . Aldus moet in het herte van ee-
ilementraque nen overftcn , fcght Itv , gevonden worden eene Roede van ftrengh-
pcrw,j,e,u,,s JCThev'dt, cndc fimcn lict J/(7?wtf vanfoeti^hevdt ; hetwelck hy ducr-
dujidtdiumc^ naer breeder aldus uytleght. Dacter eene liefde zy, maer niet al te
leuendo de- i^Achi i Dactcr oock ccnc flrat hcydt zy, maer niet al te llraf, cenen
tmsLeut , Y icver, maer niet al te wrcedt, cene goedercicrentheydt, maer niet
tlani'lm 'de- ^^ ^^ ^^^^' ^'itcndej eene mcnglielinge van rechtveerdigheydt ende
m:,l- berm-
UYTGEBEELpT IN JOSEPH. 71
bermhertigheydt, met een woordt gefeydt, dat den overften de ge- J";tl"f ibS!
moederen der onderfaeten houde in vreefe endc liefde. iidurcönem-
Denfelven a H. Vader, om deoverrten dit noch beter in te druc- fe jfiritm s.
ken, feght, dat defen handel felf den' geeft Godts is, den wdcken '»-'>''""i"C^
hy getoont heeit m de geuaente van een duyve over iynen lone , als jir^Ztr, 'luia
hy gedoopt wierdt , ende in de gedaente van vier over fyne vergae- fideii.et om.
derde Apollelen ende difcipelen , want door het vier de fterckte «".5»""»-
ende ftratfigheydt, ende door cie duyve defachtmoedigheydt betcec- / J„,i^' /^„,//°'
kent worden. Dielvolgens moet men fcggen, dat dien overften niet ciLitea-mig.
vervult en is met eenen goeden geeil, maer meer met ecnen quaeden "^ ardentis
geeft, den welckcn in fyne ftille fachtmoedigheydt laet vaeren fy- «•«''""■'"*<'"»«-
nen cloecken brandenden iever, ende in de clocckhcydt van fynen jhmlTpUnus
■ iever verlaet de deught van faghmoedigheydt . e/i-,quiuutin
Defen iever ende ibetigheydc is den geeft van Godt in het re- "'anq»,i!nate
geeren ende beliicren van heel de wereldt, den welcken hy wilde Zryo""m'"".
mededeylen aen de Apoftelcn, de welckc moeften wefen de Over- mulaiiomsdc-
llcn van heel de wereldt ; ende Godt oordeelde dien noodtfaecke- /^'■'^' *^'''"^"
lyck te wefen, om alle mcnfchen wel te bcfticren tot haere fulio-. -^".'" "**•'""/'''
|- , ü tioiiis ardure
neyclt . ^ yirtutem ma •
Den l H.ChijfologHs foo uytftekende in alle fyne fchriften, ftclt ƒ"'""/'"■" "'f-
het ons oock in het cort voor . In Godt, fcght hy, en wortcr gec- /'^"'•^•^reg.
ne goedtheydt gevonden fondcr rechtveerdigheydt , ende gccnc recht- l'lZn. lyf "
veerdigheydt fonder goederticrentheydt , want ift dat dele twee wor- b Poes De-
den gcfchcydcn, de deughden gacn te niet • de gerechtigheydt (on- "'""<■';««/./«.
der goedtheydt is onbermhertigheydt , endc de rechtveerdigheydt *tu!'t)'ni"'''^'r'
fonder de goederticrentheydt is eene u-reedt heydt. nepie"au hï-
Defe foete ende ftraffe regecringe Godts fchynt den Propheta Da- jhtia.rinu-
vtd bemercktte hebben als hy Godt aldus acnfpreckt: Uwe roede ^^■'f'f^P'^'^'^i'^
endc uwen ftock iiebben my gctiooft : Vtrga ma & baathis tims t^fa buhn jtoui'.
me co>ifolata fum . pf. 22. welcke woorden den geleerden c IJidorm t.u Jlne bmi-
/"e/ff/^wa aldus uytleght : de rcgeeringe Godts, feght hy , wordt '"'^ j^yttia.
van David genoenit eene roede ende ftock , om dat hy op fynen //I/f^^"/'"'"
tydt gebiuyckt de ftraftende roede, ende op fynen tydt den ftock, 'crudcihT.s.
om alle mocyelyckhcydt ende f\'-arighcydt te onderfteunen. Cliryf. /f^w.
lek en magh hier niet achterlaeten een volmaeckt voorbeeldt van ^"^^^ ''
D,.
yinum reri-
ayi~
ccnc foodanige ende lofbaere regeeringe> het is geweeli; dien lof- mZI ü^
wcerdighen man den H. AlaximiM , eerlt Abt van Lenn ^ ende daer- de yirga o-
naer Billchop van Reggw , gelyck eenen fchryver met naeme Faujliu , '''"^"^"* ''«»<'-
verhaelt: Dien H. man, fcght hy, was Godt in alles weerdish : O '"'"'"'"'^'J"','^
T^ ;■ ,r r n i f , .~ • r- P opportune tn
•virum per omma Deo digtnm l In hem ftack uyt, feit m fyne cleedin- tèm^wre , er
ge een clocck gcmoedt, in fyne uytwendige gefteltenifle fagh men -i"r-gam percu.
een cla<rr beeldt van.heyligheydt, in fynen ganck was onfaghbaer, '"'""'"• ^.
"•^ V4-I D_7 Oaciitiim fiil-
in
cien.
7i DE GODDELYCKE VOORSIENÏGHEYDT
dentem , Jive
icnfcUiiones in fy^ geficlit vol vati cerbiedigheydt , eerweerdigh om fyn ftrenghcydt,
per Umuium ^^^^ goedcrticrigheydt , den welcken volgens fyne macht de berif-
Peuleui!;»/.;; pinge wift te maetighen met de faghmoedigheydt fynder oodtmoc-
22. a Oti- dighcydt. De flrafheydt van fyn aenficht was dreygelyck , maer de
mmperomma. (l^iuighaydt cnde foetighcydt des herten was vriendelyck llreelende ;
T>eo di^nmn! ^ ^j^- fm-,ien.gevoeghde gaven hy was als eenen Panltis in fvn aen-
iffohMtna- ficht, ende als Petriu m iynen geelt, eenen naervolgher van de itral--
nimi foi-thii- heydt van Pauhts^ ende van de goedertierigheydt van Petrm , foo
do, in jfeue ^^^ ^^^^ qualvck vooi' hem en derfde verfchynen, ende nochtans {wn
firn piiuij'es atwefen en conde men niet wel verdraeghen . 1 ot hier toe fyn het
exprejfum i- dc woorden van den hillorie-fchryver Faufliis , de wcicke hy wat
tna^inemfin- brccdcr bybrcnght , op dat alle overlten dien wonderenende uytfteec-
f:buu)a^m- kenden man in fyne regeeringe foude naervolgen , foetelyck ende flerc-
lejpureTeren- kclyck altydt voortgaendc .
d:,s a(}ectii, Ecncn andcrcn weerdighen Abt met naeme <« PhiUpfus befonder-
niHuendiufe- j^^j, fpj-gj^cnde van de plicht van de geeilelycke overllen, van Pre-
ViZTut'e re- laeten ende Biflchoppen, feght, dat fy felf door hunnen ilaf geleert
>inaiidus,au- worden , hunne onderfaetcn met foetigheydt ende ftraffigheydt tebe-
aoritatitiin' ftigrcn . Door den ftaf , feght hy, word, den Prelaet al fwygcnde
y«i-.u» mma- ye,.fj^jei-it cndc gelecrt , hoe dat hy de felvc moet regeeren : Decrom-
ititatii man- , ^ -, t n r r i j i- i <* i
fuetudiiie tem- heydt op 't bovcnlte vanden ital: geett te kennen de noodighe iagh-
fer.ibat,min.i. mocdigheydt van den overften, door de welcke hy fyne onderdae-
hatur qiiidem ^^^ j^^j. ^^^^^ vadcrlycke liefde tot hem moet trecken ; voorts door
tl'fed ior'dl de rechtheydt van den Itock wordt men gelecrt , dat men de onder-
jereniioi bH- faetcn moct houden in de rechte weghen derdeughden. Ten lellen
diebutur. ^c Jqoj. jg fcherpheydt van onder den ilaf , wordt beteeckent de itraf-
fic con-venien- [ j^ jg welcke de ovcrllen fomtydts teghen de on^ehoorfaemc
te in uno ai- J ^ . . ■' '-'
yerjiutte^ra. cndc ongewiUige moctcn gebruycken .
tiarum Pau- Den geleerden Birrandus \eght dit uyt met dit latynfch dicht.
liisapparebat Cwva trahit^ quos reEla regtt^ f ars ultima fungit .
ZTst'fpiriZ Eenen anderen fpreckt in defer voeghen.
aiiuidifreti- Attrahe per fnmmitm^ medto rege ^ fntige per imnm.
onii ,hii;Hs e- j^gt vvclck men aldus can verduytfchen.
rut pietatu n-
midator , it.t Den flaf van boven erom den vader aen can ivecken^
ui,cumpr£- 2),ï^ hy fyn onderfaet^ met eene liefd' moet trecken.
_/f«(rfm \ix ^ midden (iar/i hem leert ^ dat hy ten rechten doet.
fentiam ferre En V fcherp van onder toont dat hy oock jirajjen moet .
F°auftus"p«<i Dcfe maniere van regeeren met foetigheydt ende oock met ftraf-
Thep. Ray. heydt vindc ick ons achtergelaetcn by die van Ajfjnen . Sy ftelden
de é^imine. jj^ hunnc vcndcls ccnc witte duyve met een fweerdt in hacren beek ,
/^°""'^y,7j van hetwelck den propheet y«-ew;<ïffchynt te fpreken,^lshy feght,
iur- dat
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 75
a
dat men fich moet myden van eenc duy ve met een fweerdt . A fa-,. Patres nollte
cie gladit coltfinba . ]erem. if. V. 38. "'' iraa,ndi£
Den E. P. Comeluts k Laptde die woorden uytieggende Teght, dat ^J°'^^ealli M
dit feer wel uytdruckt de ftraflieydt ende foetigheydt in het rcgee- educate cottK
ren , die men moet famcn voeghen , de itraf heydt tot de ongehoor- rlc^ttmta ir
faemc ende moedtwillige , ende foetigheydt tot de foete onderfac- '^"Jllll"^^
ten. phef c.6.->'.4.
Dcfe foete ende ftraffe regeringe en moet niet alleen plaetfe heb- . *> . .
ben in de gceftelycke ende wercldtfche overlicn, maer is oock tce- ^«l'te imre
nemacl noodtfaccKelyck in mecftcrs ende vrouwen ten opficht van J^^'l^ZTyaaTs
hunne dicnftboden^ ende in de. ouders aengacndc hunne kinderen. del>ctK de»
Men moet ftraf ende foet wefen op fynen tydt , men magh niet al "■"^jo"" per-
te quaedt fyn , ende te fpy tigh , ende oock niet altydt te goedt . ^p"fe7f,'hi"nT
Den H. Apollel <» Paulm fchryvende tot die van Efhefws , geeft ^mm laque-
dcfc vermaeninge aen de vaders des huyfgefin : Ghy vaders en wilt »'". «"« rui-
uwe kinders niet verwecken tot gramfchap, te weten met gedurigh "'""• M '^
te fpytigh ende te Ibier te fyn , maer voedtfe op in onderwyfinge , ta!^''"^""J^lt
ende berifpinge des Heeren. ^uammcriLut
Den voorgenoemden ^ Abt PhHippus , fchryvende op defen brief, '''" ^^^^rina ,
feght, dat de vaders hunne fonen niet en moghen verbitteren, noch /tt/?;'"»^^*
fcnyn van grammoedigheydt hun inftorten, die fy beter met olie columbinam.
moeften overgieten , dat is die opvoeden met eene foete ende ftraf- ^""'liietudi-
fe onderwyfinge des Heeren . Eenen vader en moet niet alleen een "^7" J^'^j^?-
cloeck ende fchalck beleydt hebben van een ferpent in de beftierin- (.^d, c. Iz."'
ge fynder fonen, maer oock daer by voeghen eene faghmoedigheydt c
van eene duyve . .5"' /""• 'f
Maer evlacs het eefchiedt maer al te dickwils , dat de vaders tot a7£*' '"^"■^'
Iiunne fonen al te foet fyn, de welckein alles door de vingeren fien, tem d,i,n-ite.
ende de fclve niet en derven vermaenen , maer dit is ten uy terflcn "'" > 'nfiamer
berifpclyck ende fchaedelyck ; ende foodanige ouders fyn dickwils '" ' • ^'■°^-
het verderf ende verdoemcnifle van hunne kinderen . " *j ^^'
Tcghcn foodanige ouders fpreckt den f Wyfeman met dcfe woor- NoUteahflra.
den: Die de roede fpaert haet fynen fonc, maer die hem liefheeft, ^'^^^. '" fii'ero
onderwyft hem neerllelyck. Ende dat is fyne kinders ten beilen on- /^"(' """" •
xierwyfen , als menfe door de roede foeckt af te treckcn van het quaedt jent c«m i-ir-
^nde te brenghen tot de deught. g,i,!ianmori'
Ende al waert dat fy daer over clacghden ende cenige pyn gevoel- f"!"-^" '•"'■j:'»
den, fy en fullender niet van comen tellerven, fciiht den felvcn C "!!,"!!!'!'
d Wyfeman, ende daernaer van het eeuwigh ongeluck hewTien jus de inferno
Worden. l:l.e;-ah<.
Maer hier is wel te bemercken, dat de roede, daer den wyfeman ^'^'^''•^i-'''-^3'
tier van fpreckt , gecne roede van verbitteringc olte ongeregelde
K gram-
74 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Zeyher crtflt- gfamfchap en is, maer van eene vaderlycke ende redelycke ftraffe^
gatui exhibet dc wclckc, als fv gcfchiedt fonder paffie, met profyt wordt geno-
rewentiAm ^q^ ^jj^ dcn ghencH, die wordt geftraft, jae de foo geftrafte kinde-
'^'ü'ernatt ^'^^ fullcn de handt van foo eenen vader van felf kuflen . Gelyck fcy-
auttvi nimia de dcn " H. Projper handelende van defe materie.
c? tn.rep.iti- Dc kiodcrs dan moeten gcregeert worden met liefde ende met vree*
ene offenfM, Q, ^ „^ j^^t focthcydt , nu met ftrafheydt.
r/cltmmf/;* ^c onrcdelycke gedierten felf, foo men fiet, moeten aldus belcydt
nf5-/rf/»(em. worden.
S. proip./.a. DidacKs Saavedra eenen verftandighen fpaenfchen fchryver ftelt
•»'f'« "»- Qj^5 dat voor in fyne fcdeleeringhen in het 38. finnebeeldt van een
' *" jonck ende deriel peerdt, het welck van den ftal-knecht met ecnc
handt wordt geftreelt, ende met de fweep in de andere handt ge-
dreyght, met het fpacnfch devies het welcke volght naer de print j
ÜYTGEBEELDT IN JOSEPH,
Con alago , y ton rigor ".
Dat is:
Met /weep en foete handt ^
Men brenght het in den handt.
Het finnebeeldt wordt uytgeleydc.
Er» perdt vol vier en vlam volmaeckt in al fyn leden
Geteelt irf eenigh hofch ^ en van geen menfch bereden^
Een jongh en wildt gediert, dat loopt, dat Jpringht en Jlaet ;
IVat hier gedaen ? V is 7toodt , dat V in de rybaen aaet .
V Wildt dier moet in den toom, de beefi moet fyn gedwongen^
Om fjnen wilden aerdt , end"" ongetemde Jpronghen ;
Door toom , door cave^on , en met de fweep in d' handt ,
Het jeerdt moet fyn getemt , het feerdt moet op den bandt,
Maer hoe het tngeioomt met al fyn flaen en jpriighen ?
Ghy f/ilt het met de fweep , en V ftreelen connen d%vinghen.
^j6 DE GODDEL'YCKE VOORSIENIGHEYDT
_ " . . Dg Jweepf temt de beefl , en oock een fireelend'' handt j
tnitui eyadit -D/« 7i^ordt een dertet ^eerdt ten lejien overmant.
durHs.z^jili- IVaer fagh men fjns geljck^ als V f^erdt van Alexander,
usrrmijfuse^ Qgjjggl ^^n ^jiam en vier ^ als eenen Salamander,
Eccllfroi-vfs! ^^^^ r«jre>- het verdroegh , flrax wierf het hem daer af.)
b ^en 'j Coninx foete handt alleen jïch overgaf.
SicMfiiperb/A £g.^ yj^^ beleydt alleen van atderhande heeften
*'!"!",'!"'!. Noyt diiin<rhen lal 't geweldt van d' ongeiemde peellen^
pron^ieir , Jlc De ruede oock noodigh ts^ of t ts verloren fjn,
Ujiiyla filil Het fel en '/ ^i,'oedigh f^erdt felf fal den meefler fjn.
tniijafUnati. j^^ moet men een boos ktndt van aerdt en van manieren
tnpeüatirHt' r n r ■ ia
nam prcxavi /Vo}'/ wefen al te Joet , of Jtraj tn te vejtieren .
r/?.Rabanus, Q vaders op fjn tydt befiraft u der tel kindt ^
»»<jp. jo.Ec.- 2)rt« Cal het Crn van Godt ^ en qh van hem bemindt ',
clefiaft. -v.^. ■' •'■' ' ei /
Dominicogtit x^^ Elyck men beftierenende temmen moet de onredelyckegedier-
t<iiioriim_ do- ff ^^y^_^ foó moetcn dc ouucrs handelen mct hunnc kinderen , alsfy
'd"cf:hnf''''7- ^-^ ongebonden ende wederfpannigh fyn , cft ander^ die al te fachte
qKos fitos do. ouders fouden de felve noch ergher maecken , cnde doen loopen in
mhe,if,neque hun ccuwigh ongcluck.
"*■'"■'•' '""'^ Het is het fegghen van den a Ecclefïajlicu^^ hoort fyne woorden:'
jirnnorem in- E^n ongctcmpt peerdt, Icghthy, fal htrdt worden, ende eenen on-
dcmnos £t.i- bedwonghen lone fal roeckcloos worden . ^ Rabamu fchryvende op
temferrenire (jgf^ -woordcn , IcgHt die aldus Wat brceder uyt • Gelyck de trot^
su^d'''7iUs heydt van een ongetempt peerdt in peryckel is, van erghcns in te vallen
ep:ti tft. nul- ende te vcrongelucken,van gclycken is de ongebondentheydt van eenen
fiuni .tdl.ibe- fonc fecr naer by acn hct ongcluck van fyn lichaem ende van fyn fiele .
re.Lilercsau- Waer 't faecken dat de ouders tracbtedcn himne moeyclyckc ende
*pn)yecios'atj- dcrtelc kmdfrs van jonx met forghc ende eenigh gewcldt onder te
t^Hc .ai}iguti- houden, ende hunnen moedtwillighen aerdt te breken, fy fouden-
oni< fi-xnone- jgj- -yvyfe endc lofwcerdigc kinders van maecken tot hunne vreught,
tènn'^a-^di- ^^^^ '■°'- g^l'-"^k ende blydtfchap van de kinderen felf , voor het welck
vnLt:mt jr- fy hunne ouders oock ibuden bedancken.
ciniiire,fcorti( Den i-' H. Chrjfoftomiis beclaegcude alle fwackc ouders, fpreckt al-
aUna-ohj,(t- ^^^^ j^^gj. yerwondcringhc ; De groote Heeren geven aen de Italle-knech-
TnhtanlTs" S, ^^^ dcu kil, dat fy mefralle forghc hunne jonghe peerden wel fou-
Chryf. /.om. dcu bcrydcn ende temmen i ende die knechten en laeten door on-
6ï.inM'Ut. achtlacmheydt die dertelc beeflcn niet comen tot ecncn ouderdom,
maer van als fy noch jonck fyn , llellen fy hun den breydel in den
mondt, endc oock den cavegon op den neus, ende dacr-cn-tuflchen,
feght hy, veele ouders laeten hunne kinders ouder worden, fonder
de felve te vooren in te binden, cnde naer verdienften te ItrafFenj
aldus
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. -jj
a
'ixi f»
aldus geven fy hun den vollen toom tot alle vryheydt ende dcrtcl- Tnl
heydt tot onecrlycke fchouwfpelen ende foodaenigc vergaederin- ?'*"' ;«</««.
ghen. - '/oZmetf
Dit is eylaes te beclaeghcn! het welck fonder twyfel moet ftrcc- Jt'enZT" Ta
ken tot een verderf niet alleen van de kinders, maer oock van de q/iod noylrat,
ouders , die oorfaeck fyn van al het ongeluck ende hunne kinders '""^'^"f «^^o-e
verdoemenifle, ende daerom befonderlyck gcftrait worden, gclyck JfripTerh""-
het genocgh gebleken heeft in den opperlten Pricfter a Helt , den os. i. Reg. 3,
vvelcken Godt overviel met de doodt, om dat hy met fyne fonen '^-^S-
Ofhni ende Phinees al te foet gehandclt hadde, ende niet gcnoegh j.-, • \. j.
vermaent, ende fcherpelyck berifpt ende geibaft, als fy plichtigh e/w/é«,er
Waeren. <:»n,« eos ai
Soo dan om wel te doen , en vaders ende moeders moeten op fy- /""''■'"^•EccI.
nen tydt nu foct , nu llraf fyn, ende de foetigheydt ende de.ftraf- ^' '"' '^*
heydt famcn menghclen, naer den raedt wederom van den j Eccle-
/lajficM feggende , dat de ouders hunne kinderen foetelyck , ende vol-
gens de reden moeten onderwyfen , ende van jonx af die beginnen
te booghen, ende de fclvc oock naer verdienften ilraiFen.
Defen handel Godts van foetigheydt ende Itrafheydt met de men-
fchen , daer ick tot nu toe van gefproken hebbe , fal ick in het vol-
gende capittel in jfofeoh gacn bemercken .
I. CAPITTEL.
De Goddelycke Voorfienigheydt hadde den ofinoofelen lofeph
laeicu vercoopen als een Jlave , eerjl aen de Ijmaè'liten ,
ende daemaer aen Putiphar eenen Prime van den Co- ^
72wck. Pharao , het leelck fcheen eene ^rafhejdt en-
de onhertnherthheydt te 'tfcfen , tnaer dit en Ipos
met jondiT reden , viet hem daemaer han»
delende met foetigheydt,
^ „, gY hebben naer het gevoelen van de HH, Vaders ende
§ W £> uytleggers van de H. icrifturc in de'voor-reden beginnen
<3i:>:3.se--sal! "v£ te leggen dé ftcrckte ende foetigheydt vande Godde- ^tt!»=-!t .'^
lycke Voorilenighcydt in de befticringe der menfchen tot hunne /«f «/fae n'd
faiigheydt, . fincmfoniter.
De Stercbe bcftaendein eene fekere ende onfevlbaere uytwerckin- '^ ^'1}°'"^ "-
ge voor alle haere voornemens: De Soctighe^dt haer voegende naer «frSapSvï.
K 3 De °
78 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
de genegentheden ende naer den aerdt der menfchen , fonder noch-
tans ergens in te crencken hunnen vryen wille.
Laet ons nu voorder in dit tweede begonfte deel bemercken de
fterckte ende foetigheydt van de fclve Voorjïenighejdt Godts in de
fkvernye, in de gevangenide , ende in de volgende ongevallen van
den onnoofclen Jofefh , die wat fuers en wat foets geproeft heeft,
wat azyn verfoet met olie, die evenwel altydt boven fwemt. Aldus
heeft de deught van Jofefh door Godts fterckte ende foetigheydt
geoefFent, altydt boven gefwommen, gelyck het volgende finne-
becldt fal bctoonen .
De olie ende Jofephs deught fouden aldus connen fpreken, liitnen
dienende voor een devies gelyck als volght naer de print .
N
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
79,
Of ghj my druckt en keert rondtfoM
Jck even altjdt hoven com .
Het Cnnebeeldt wordt uygeleydt.
'k "T7 ^ "^'^ ^^t foete fap der crttyden niet befchryven ^
,1 y Fan d^ oly ick maer (preeck , van d' uytge^erjl olyven t
De oly nntttgh is , heel foet , en %engenaem
Voor e n gefonden mondt ^ en Jï e eken heel bequaem.
Doch dat my beter dient , en nu heb'' ovgenomen :
De oly , foo men Jtet , fal altydt boven comen :
Jlls ghy met ander nat de oly famen Jlaet,
Sidt echter altydt Jien dat d" oly boven fiaet .
Het lichfle treckt om hoogh , en V vet fal famen hlyven ,
Dm d' oly van haer felf fal altydt hoven dryven .
Veorwaer op Jofephs deught dit wel en wonder (peelt ^
£n voor hem wefen ma^ een foet en aerdigh beeldt .
Olèam c$tT
nuüi Immori
mi f:tri patin-
aturfquiJileti'
turn , crafftm
coitintni, nee
uUm inparttf
tenues confici'
tiir ; ideo nul'
lum locum dat
humor/kus
mifiendil. A«
lexand. ^n>-
throd. Prtb,
Wie' 2. n, 8.
^ojejih ditclui
ej} in E^yl>-
tum ,emnqi'.e
eu-mPitiifhar
Trina^sexer-
citas , -etr E-
gyptiiisdema.'
n:f Ij'ma'clita-
riiirt,a quihiis
Jterdiiaiis e-
rat. Gen 39.
r.,1.
b
ZJhiiio-rifteil-
iationib:iS
teiu.itiir,atiii
iiicrchrefce-
hnnt ijMif-ii-
^iit,nec tarnen
J'uhmcrgeha-
tiir "-"berna-
tor,cny>','vaii^
da infurgeret
temfeftai ,
quaJJ ad gu-
lieriiatula fe-
dens nayim
re<!-ebat. S.
Chryfoftora.
^nimi'.m ita
Comfaremus ,
tit fit aptmad
enmia CT* ido-
neus, nam qtii
dojjin'/ti £dïji'
CalyticneoJ^e-
é}at,7ieq;tit in
eandctn no ca-
d.it plH\'ia,ne-
que; ut ad eam
/loycmat ful-
Viir , lioi entm
Jieri neqmt ,
(cd ut ad om-
nta fcienda
tipta ft Zy i-
donea; CT" qHt
Hayitn sdiji-
fat , non ali-
qmdagit , ut
in eam non e-
rnmpant fu-
'üüf
80 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
IVie fa! der Jofephs deifght tiaer ti'eerdeii oyt z'erconden?
Waer ijjer fyns geljck tn fjnen tydt gevonden l
Des vaders Itefjien foon , 0^ Jofcph heel verjïnt ^
Tot (pyt van al de reji , van hem te feer bermm .
Sy ivaeren vol van mdt van btiyten en van binnen^ -
Het kindt eylaes ! niet cond' Jyns broeders haet verwinnen ,
Od Jacob oock vergramt, den njdt was al te groot -^
'/ Krndt fond" het 0^ fyn tydt betaelen met de d^odt .
Maer doet vry , ivat ghy condt , de moeyt" fal fjn ve. lor en j
Codt hem bewaeren fal als Jynen uytvercorcn .
P'erdrtfckt kern foo ghy wildt naet uwen boofen aerdt^
Daer is voor hem geen vrees ^ voor hem ^ die Godt beii'aert ,
Dreyght hem oock met de doodt , ^vilt hem een Jlavo maecken ,
Sal even tot niv" jpyt noch boven al geraecken , ^ .
De deught noyt heel ve. druc^-t ^ daernaer fal hoogher gaen^
En haer verdienden lof tn r/teerder glory jtaen .
Dm Jofeph naer fyn druck daernaer fal hoogher clemmen ,
En foo de oly doet ten lef en boven fu'emrrtcn j
Godt hem verlof en fal van al fyn ongeval ,
En door fjn vajt beflier verheffen boven al ,
SOo heeft hem Godt daernaer door fyne vaderlycke Voorfienig'
heydt verheven .
Het fal nu de pyne weerdt fyn , defe foetc ende ftrafte han-
delinge Godts te veritaen uyt het boeck a Genejls befchrevcn van
den Propheet Mo\fes^ al waer heel het vervolgh van de hilloriever-
haelt wordt, hy fprtckt aldus: JoJet>h is gelejdt naer ex£^jp/fw, en-
de Piitifhar ecnen Prnice van de legher heeit hem gecocht uyt de
handen van de Ifmaelnen^ van de welcke hy daer gebrocht was.
Alwaer, gelyck den i H. Chrjfoftomm feght, den godtldienihgen
Jofeph met nieuw lyden geoefFent wordt , caer hy terftondt menige
tempeeften van vervolgingen, ende veelmoeyelyckhcydt moeil on-
deritaen, fondcr nochtans te vcrfincken; maeralllèr een nieuw quaedt
weder opftondt, hy b.'troude altydt op Godt, ende als ecnen wy-
fcn ftierman aen het roer fittende bcflicrde hy het fchip .
Aldus leydt de Voorfemgheydt Gopts fyne dicnaersdoor vcele moey-
elycke weghen ; Godtbeproei't hun geloof, hy fcherpt hunne deught,
défelve daer in onc'erwylende ende vcrlici-ckende, op hetwelck i^icn.
felven <^ H. Chryfuftomn.! ons wederom eene goede Icv^ringe gedt, fcg-
gende : dat wy aldus ons gemöi-dt bereyden, dat het heel bequaem
foude fyn tot alle gevallen 3 want die een huys bouwt, het en is fy-
ne meyninge niet , datter geenen reghen, noch blixem op en vallen,
( das
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 8i
^ dat men niet en can beletten) maer dat het heel bequaem ende ^'*s,ntt}utut
üerck foude fyn, om alles te ondcrftaen . Z"/eTe/J'
Wederom die een fchip macckt, hy en is niet belbrght, dattcr /ed „t ««>»'
gecne baren op en vallen, nach ecnigh tcmpceft open ftae, het latuiat^.ipta
welck hy oock niet voorcomen en can , maer hy doet alleenclyck -^^ '"^ """"" •
fyn beft, om fyn fchip valt ende fterck te maccken teghen alle on- ,' ^/J i."^
gevallen ende peryckelen . Men leefc hier niet op de wcreldt Tonder Corinth.
vcranderingc van iochr, ende van tydtj dacrom magh men valleen- ^ Qucmoda
de v/cl begoten huvTen bouwen teehen de winden , reehen ende "T "* '"'-^
Inccuw, ende teghen alle Itoot . Cvc. ta-nt,„e,j;/,x.
Aldus moeten wy, van Godt altydt genoegh geholpen , clocck f"'i-vit jhum
fyn tcahea allen teshenfnoedt . ■?'"'" • ^'
Laet ons nu comcn tot onien fo/èph : Godt Iiadt hem met fyne deceptie, ,ji,£
gratie verlicrckt teghen al, dat hy moeft onderllaen : Hy diende nti tniiumgicri-
'Futiphar iynen meefter als eenen knecht, hy was hem gehoorfaem """^o^et; cue
als eenc flave,' ende hy dede al den dienfl van heel het huys in llil- '"' ^r ^'""'
te iyns gemoedts . u- jeryans
Het was voorwaer een groot verichil tufichcn dcfefiavernye, en- ,?»■'"">. A";/m-
dc den llact , in den wekken 'Jofbph celceft hadde in het huys van f'"^ ''erelmh
iyncn valer, van den Iclven opgcbrocht tufichcn lyne ermen , als q„am ccntem-
.(}.'n lictlte kindt: Iraer ub^ra fatris eiucaim: gclyck feght den •*. H. ftia gratta?
■Chryfoflomm^ die teenemael verwondert is, dat hy fich daer in niet ^'^ ''"'^ "^^f:
het minfte geiloort en heeft, ende by fy felven niet eens aepeyit en ^"f/;"'^"'!'
neeit, noch uytgevallcn en is m dele ofte ioodanige ciacnten : Hoe (j-jt,aiucr.s.
bedrieghen my nu myne droomcn , de welcke my foo groote ecre C'uyi: b Sf
ende glorie voorfcyden ? v.-ant fiet , tot nu toe en ider my anders '"' '^''■"^'"'^^
■ ^ , 1 1 ,T T-> • I ■ "' ""n (''I-ere
niet ovcrcomen als eene moeyelycke llavernye . Ben ick dan van ,rf„„^ „,.f«,„
Godt verlactcn , ende veracht van fyne goddclycke gratie? hy en '^jnomam riU.
heeft niet het minlle daer van gedacht, maer alles cloeckclvck ende '" » "«•"■""'X-
faghmoedelvck vcrdraechen. ' »'<^j-oient„.
Wacr t dat hy iyn edel geliachtc hadde wihcnte kennen geven, 12. Puit:,irc.
hy foude mifichien van fyne ilavernye vcrlofl. gewceit; hebben; maer 'ip»dyA\M.in
gelyck men leeft in den boeck van de tcftamenten van 'de 11. Patri- '''■^- •'-"'• <=
„ , ï 1 I ^ / ■ ril IC' 1 Serym ci'ad/e
aicnen daer i Salin:iiu van iprekt, hy en heeit met een woordt ge- ^ „-/.oi-f , . «/«
fproken vanfyncn ftam , noch van fyncn vader Jncob^ als of hy niet tmmus mdU
en hadde willen ontilaghen wcfcn van fyne Ilavernye. Dogh hy was Jerytutipoie.
wel eenc flave naer het lichaem, maer'heel vry naer den geeft, in /fj '^s ' BTnf
fyne moeyelycke dicnften iich vocycndc m:-t de'dcught , hy was een Ep'. sèutu'u',
ilave, lbo nochtans, dat fyne iicle aen geene ftavcnV. e onderworpen
en was ,^ gclyck den c H. BafiUits Biifchop van Seïencia bemcrckt .
In dcfen ilaevclyckcn ftact van Jofeph^ condc men ficn , hoe dat
Godt met hem oock foetelyck handelde, hem in den geeft verfterc-
L ktnJt,
n
82 DE GODDELYCKEiVOORSIENIGHEYDT
kende , ende allenskens den wegh baenende tot fyne verheffinghe.
„ . ," .. Den a H. Ambrojim ftelt ons dit foetelyck voor met defe woor-
Jeftfbyendi' 1 •'
tuiinfer-vitu. ' *
tem<^ eUcliti jofeph IS wel vcrcocht voor eenc flave, maer wierdt {amen ver-
4idpote/tatem, corcH tot cenc toecomendc eere , om eens de overhandt te heb-
"'us^imVrü- ^^^" ^^^"^ ^^^ ^^™' h'^'^'J'-'''' vercocht . Hy en toonde geene teghen-
ret;nondedi- 'icydt in fyncn dienft, behoudende fynen vrydom in lyne onnoofel-
gmtUtitr ta- hcydt . 'Jofeph ^ feyde David ƒƒ 1 04. is wel vercocht , maer evenwel,
tnen ohfeqm ^y ge jj \^ jyj^ gemocdt gecnc flave geworden , fyne handen ende
unebMrirtit- voeten fyn wel verootmoedight, maer niet fyne fiele.
tis f^/Hx"»» . -En al waert dat de flavelycke wercken aen Jofej>h hadden moeye-
confervahat lyck gcvallcn , gclyck het nu gcfchiedt in andere Turckfche flaven,
Lbertatemiii- ^jj^, (jacgelyckx treurcu ende claeghen om hunnen ellendisen ftaet,
de puhhre ^^ Lroddclycke roorjiefjighejdt quam Jofefh Ce gemoedt, met haere
Pfilmiihi ait foete bermhertigheydt, hem cloeckcn moedt gevende in al het ghe-
in-fervum ye. n^ aen hcm mocyelyclc ende verdrietigh hadde connen wefen .
TfèphJcdnS ^^" Heere, ieght Afoyfes, was met hem, ende hy was een man
' fervu! fadiis, m allcs geluckelyck handelende. Fmtt^ue Dammm ctim illoy & erat
hitmili.iye- vir in cmjElis projpere aqens . Gen. jp.V.i.
rnntftdes e- pg^ f.j ChryfoflomM \e2bt dckwoovdcn ( Den Heer is ',»et hem) al-
■ JUS, led non a- , _^- >-'.■' ,- "^ , , ■, • ^ , •» t-^ ■ 1
nimam ey-ts. ""s uyt : VV at IS tc leggen den Heer is met hem ? Dat is , de gra-
S^Ainbrofius. tie Godts vergcfelfchaptc hem , ende maeckte hem licht endegemac-
kelyck, al dat fwaer ende moeyelyck was. De goddelycke gratie be-
ilierde foetelyck al dat hem aengonck .
Jofeph aldus verflerckt fynde vas een man, niet van ouderdom ,
■want hy noch jonck was, maer een man in vooriichtighcydt, cloeck-
heydt, ende in andere fedelyckedeughdeu; die voorts alle fyne oodt-
moedighe ende flavelycke wercken foo wift te beleggen, dat alles
ftrcckte tot Godts glorie, tot profyt van fynen meclter , ende tot
"^ fynder fiele faligheydt . Hoort hier op fprekcnden godcvruchtighen
. Dion. Carthufianus. Defen getrouwen, dcfen flandtvalüghen lèght
hy,ende profy tighen dienfl: vanjofeph viel teritondt in de ooghen van fy-
nen meelrcr claerlyck merckende, dat Godt met hem was,enQe dat alles,,
hetwelck hy ondernam, van Godt door fyne handen wierdt beiliert.
Maer hoe conde Putiphar^ die een heydenfch menich was, ende
ecnen dienaer van de Goden, hoe conde hy Vs'cten, datter maeree-
ncn Godt en was ? Dit kende hy , feght den geleerden Biflchop
Tojlatiu^ uyt de wondere dinghen, die hy in fynen dienaer Joje^h
bcmcrcktc, de welcke foo uytllekcnde wacrcn, dat fy niet en con-
dcn voonscomen, als niet van eene menfchclyckevernuftheydt, maer
alleen van een hoogher macht, de welcke hy feyde Godt te wefen.
Door defe goddelycke gratie in alle veranderinge van üact bleef
hy cloeci; en onberocrt . Uyt
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
85
Uyt al het welck men can leeren , dat de dcught niet alleen en
on gcoefïcnt worden, in eenen vrycn cnde ongebonden iliaet, maer
oock in ccnen gebonden endc verworpen ftaet van e ene flavernye
iclf s .
Jopph en was alsdan geencn meefler meer van fyn felven, maer
als een flave onder fynen meefter j daerom nochtans en bleef fyne
dcught niet heel vcrdruckt cnde verborghen , jae fcheen daernaer
veel meer uvt, ende betoonde fich crachtigher als een befloten vier,
het welck (yn cracht daernaer veel meer opcnbaert .
Voorwacr een wacrachtigh finnebeeldt van J'^feph meer ende meer
uytllckendc in de deught binnen den tydt van fyne flavernye.
Het fchrift ofte devies het welcke volght nacr de print can op
alle beyde paflen.
Lt
§4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYD T
Wanneer ick fchyn verfmacht ,
Dan toon tck meerder er acht .
Het llnnebecldt wordt uytgcleydt .
HEt vier ^ gelyck men V rueet ^ can alles doen verbranden;
En fche^en op de z.ee , e« htqfen op de landen j
l^an alles meejier is: niet can het wederflaen ^
Daer V vier maer aen en raeckt , dat fal en V moet vergaen ,
Dat crachtigh eletnent doet alles gantfch vernielen ^
De berghen fel f van flecn door V vier ter aerde vielen;
Het vier al overwindt , en flael en yfer fe!f\
Oock hfij/en half van Jieen ^ en menigh trots geti'elf.
Doch 't vier Jyn cracht meer toont van binnen als van btfjtsn^
^Is ghj het neder druckt ^ en in d.e aerd' ^vilt fluyten:
Dan alles berften doei ^ en door fjn groot gewei dt,
yils men het minfte meent^ dan al ter airden velt.
h'i
UYTGEBEELDT IN JOSEPH,
Sr
Is V niet V gefloten vier , dat heel de aerd' doet beven ?
If /ler doiir nl menigh fladt Jich haeft comt te beneven?
Het ingegoten vier ^ dat in de aerde woont ^
Aleer als dat bujten blaeckt ^ fjn wonder cracht betoont .
t Is Tvaer oock Jacobs foon in 't ht-iys van fynen vader
Van teder wel gejien ^ en vriende*) nllegader
H as een foeta'h-digh kindt ^ oock van fjn eerfle jeught y
By Godt en hy den menCch een (pie?hel van de deught . \
Alaer Jiet ^ het de-ighdigh ktndt naer eenigh tydt verhopen
Dat moeft om fyne deught V ellendelyck becoopen :
JFierdt van fyn broeders felf verjlooten en verfaeckt ,
Jae tot een zt'-reede doodt was in den haet grraeckt :
Godt danck , wierdt maer vercocht , om eene jlaef te ivefen .
Eylaes ! o heyligh kmdt in deaghden tiyt^elefen
Hoe fiilt ghy -nu voort aen ga'en dienen uwen Heer ?
V vrydom fyt ghy ^tiyt , (rhy fjt tt felfs niet meer .
Alaer neen , al fchynt de deught verborgheii in het duyflcr ,
Sy niet verholen blyft ^ maer conn in meerder ktyjier :
Of Jofcph niet als voor ^ inaer als eene jlave leeft y
^l evefj fyne deught een claerder luyfler geeft .
Syn meefler Putiphar figh niet als glans en flraelen
O^ fyn verworpen faef van d' hem' len neder daelen ,
J'i'aer door hy wierdt geraeckt , en heel op hem verjint ,
Gehandett niet als ftaef^ maer als fyn foon bemint .
1^ Eten wasgccnfins te verwonderen , dat dien nccrüighen cndc
"l getrouwen jongelinck,cnde van Godt foovoorcomen de gratie
■•- won van •« Putiphar hncn hccrendc mecllcr,nen den wcickcn hy
nu heel fyn huvs betroudc , cndc aen hem van alles den vollen lalr gaf >
te meer om dat hy mercktc, dat heel fyn huvs om fynen dienaer
vervult wierdt met gcluck cnde leghen, gelycker llaet in de ^ H.
fcrifture.
Een alder-grootfce geluckvoor vrouwen endemeefters in fooecncn
getrouwen endc deughtfaemcn knecht te vallen , om den wekken
men dickmacLs comt te genieten cenen goddclycken feghcn voor heel'
het buyfgehn> gelyck leght den eerweerdighen cnde meer genoem-
den c Lippomanm BilTchop van Metona, daer by oock voegende, dat
Iirt huys van P:!tiphar om Jofeph veel bcncdiftien heeft genoten, ge-
lyck het te voorcn oock wel gekickt Vv'as met de familie van Laban
om de tcghenwoordigheydt van Jacoh.
Daer-en-tuflchen can men bcmerckcn met den d H. Chi-yfojlomns ,
dat gclvck Putiphar om fynen dienaer gebenedvdt v/as , oock Jofeph
niet alleen van fynen mecfter bemint was, cnde van de andere die-
L 5 naers
3 Jnyenltq
^ratiam co-
r.ini Domino
fito^ci quo prts-m
pofitKi criiiii'
bus f «/ ern.1-
b^t Jibi doihH'
Gen. ;9 t-^-
b Be?ict{:.\~
itq; Vominns
<lom:imJ£^yp.
tii prcpter lo-
fepJi , 0~ nii: U
tipliinyit tuju
in Jidibns qiiA
i'f "gr ir ci:n-
jf-i'Hi.tm. v.j.
c Felixnimi-
>''',']»ifun<ta
lituiijlrii iC!i-.
ffquitnr!)nuU
t'! f.ripiiira
txplnal,qiii-
tii bona ttae-
perit propi.i-
luis dominus
itreligii.fcfef-
-i'ilo , feilt
pi-opier^acohi
Laban </;><! (;<y
cj} . Deniqtic
Jnfeph eii.im
in adyeijït.i-
tiliis U" hro-
jperti p.itn
fiio Jacoh fit
Jimiti^, Lipp,
d Confcri'us
C7" captiyns
Jitu manu jii.i
liaLelntt ot/ini-
a , qii£ erunt
domini, itj'if'
TH ohinihiis
lionorutiir , ut
<;:i.iiilK?n er
dc'nïiniiSft.ir.'
tirmipfe f.c,\!-
h i irnpcïd.'it
rcctoi- Cr pi «.-
pcjilits , J^t
Cun-Slis hvpe-
8^; DE GODDELYCKE VOr>RSTENICHEYDT
Dijit::hit!:r nacr^ vcrccrt, mier oock daernaer v.in Godc om (ynt pjroorc vcr-
'Jcfiph crdc- diildighcydt iii al fyn lyden bv den Coninck Pharao boven alle de
f"'ï^,'rf'- ^"^^''^ ^^''^^'^^ verheven.
"cpttirtK tot)- f ck nuyte met de woorden van den felven <» H. Vader . Jofeph ,
«ƒ Prov.vn/.e fcght hy , wordt naer ^,^rj^ten gevoert, maer die daern.ier Ibude
Trindfatum, becomen het Prinfdorn van heel het lande .
aèui'^-Ttniui Eerft vercochc fynde als eene flavc, hy a'^nveert het tcecken van
cr:idel}t.'.< c- flavci-nyc, cnJc aldus wicrdt hy van den Heere bereydt tot de glo-
fn:inir. Siif- j-ie > hy wordt vcrootmoejight voor ccnen tydt, om daernaer voor
apnfcirvitH^ j j , j^ heerichappve te voeren .
Vomiiiinprx. 'Soo handelt Gout met Ivne vrienden volgens lyne l oorfieyughcjdt ^
parabat ad nu mct ftrafhcydt nu mei; f^ctigheydt, die verootmoedighcnde, om
gloriam, hu- ^Jaemaer hoogher te verheffen, niet alleen naer het lichaem, maer
7e'n',p,',",'i,nm,. oock naer de iielc, welcke verheffinge daernaer in het vcrvolgh van
nentttempore dcfe hiftoric noch meer fiil blyckcn .
re^nniiinii. Ecrli lal ick hier voorllellen de volsende fedeleerins-e.
S. Chryf. /« ° ^
"^,0^^"' SE D E-LEER I N G E.
Van de onderlinge tndo. vvedcrzydige
plicht van de dienil-boden, ende \aa
de meefters ende meelterllen tot
malckanderen.
I. §.
Van ds verhinteniffe van de dien^-hodm tot hunm mcc»
fiers ende Tneee^erjjen .
IN verfcheyde ftaeten defcr wereldt van rycke ende arme men-
fchcn, van edele ende onedele, wyfe en onwyfe &c. can men
bcmerckcnGodts wondere ('''oorjienighe^dt ende voorfichtigheydt,
want waert dat alle menfchen gelyck waeren in ilaet ende conditie,
ende in eere ende ryckdommen , het foude teencmael Itrecken tot
een gemeen ongcluck ende verderf, gemerckt dat noch den cenen
noch den anderen aen malckanderen en fouden willen dienen, noch
ergens in wyckcn . DieiVolgens fy fouden allegader aen groote
moeyelyckheden ende ongemacken onderworpen wefen , ende feer
veel foudender van ellenden vergaen .
Maer
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. S7
Maer Godt heci'*: dit alles voorcomen door Tync vaderlycke Foo;-^
rtemojoejdi j hy heeft de rycke ende arme mcnlchen gelklt tot malc-
kanders gocdt ende gerief, wetende wat aen den eenen , wat acn
den anderen het befte was tot fyne filigheydt , famen oock ficnde,
dat de eerc by exempel ende veel gocdts aen dien verworpen cndè
armen menfch dienen foude tot fyne verdocmcnidc, ende dat eenen
flechten ftaet hem dienftigh foude v/cfen tot fyne faligheydt.
Den Rycken vreck ende duyfendt andere met al hun goedt ende
welluftcn fyn verdoemt, die 'm acrmoedc ende gcbreck faligh con-
den geweell hebben , gelvck het met den armen Laz^at-us ende
Biet menige andere gefchiedt is.
Het befte dan ende het gerufte voor een ieder is te vreden te fyn
met fynen rtaet , hoc flecht hy mocht wefen volgens het fchickcn
van de VoorJieni<yheydt Godts .
Voorts Godt heeft aen alle foortcn van flaeten aen een ieder foo
aen overllen acnga'^nde hunne dicnft-boden, ;üs aen defe aengacnde
hunne ovcrften regels ende wetten gellclt, de welcke van wederzy-
dc moeten onderhouden worden .
Laet ons eerft fpreken van de plicht ende verbinteniflè van de
dienll-boden tot hunne meefters ende meefterflen .
Eenige geleerde mannen hier voortydts willende verbeelden cen-
nen onderdaenighen ende getrouwen knecht, deden fchilderen ee-
nen jongelinck met eenen rooden hoedt op het hooft, ende met een
Hcht opper-cleedt, bequacm tot het werck , voorts met twee luy-
llcrende ooren , ende met voeten van eenen hert , ende met de rech-
te handt plat uytgcfteken.
Door den rooden Hj.'dt wici^dt betoont , dat eenen dicnft-bode
van een vry ende geeftigh verfrandt moet wefen . Het hcht Opper-
cleedt betceckcnde de vlytigheydt vaneenen knecht, diealtydt moet
gereedt fyn tot den arbeydt van het huys oft anderlïns . De lay/^e-
rende Osrew gaven te kennen, dat een dienii-knecht verduldiorh moet
verdraeghen herde ende fpvtige woorden , endclaftcrendctoenaemen,
die fomwylcn fondcr reden vallen uyt den mondt van onbedachte
overften . De Voeten van eenen hert dienen tot leeringe , dat de knech-
ten altydt moeten fnel ende vlytigh fyn, om den wille van de over-
llen te volbrcnghen .
Ten leftcn de rechte ende flatte uytgefirec'kte Handt was een tccc-
ken van deughtfaenrighcydt ende gctrouwigheydt, om te bewaercn
en gaede te llaen de dinghen van het huys , ende al het ghene dat
den meefter aengaet.
Dit foudc men ineen rymken connen uytleggen, als volght. '
Dub
88 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Dien fnfch en cloechen knecht , een jemelifick ter eeren
Der onderfaeteii plicht fal ons feer aerd'gh leeren :
Seght da» , ivnerom hj d.' aeght op V hooft een rooden hoet ?
Hj met een irj gemoed.' f)n meefter dienen moet .
Dat vloeyend'' licht gexi/aet ^ dat leert hem vlytigh 'ivefen ^
Dm -u-'ord.t een dalper knecht van fynen heer geprejen ,
Doch fegg' -ii'aerorn het ii •, hy open ooren drneght 'f
Aiidts hy veel hooren moet , foo dat hy nnmner claef^ht .
Jlfaer dat het wonde -fl' fchynt ^ wat fjn die herifche voeten ^
Dat hy zy piel m '/ werck , en om fyn heer ie groeten-,
a Die uytirefbannen handt fyn denaht en trosnu betoont,
scpn jMai.i jp^j ^^^j. fjg.^^ fynen heer met lof en prys beloont.
ejtotein oiiini -»■ -w- r-^ r ;- /- i r i ^ ' r i
tinwre dir.iii !_T ^^ v" 5 om loo tc fcggeii , 06 icive wetten ende ondcrwylin-
i.Pci. 2. ITjLghcn , de welcke den H. Petnt-s ende den H. Pa.ilas voorde
ScryosDo
b knechten ende maerten in hunne brieven gedelt hebben .
Domi- \r n J_„ ri- 1 . ,-. 1 ._ . ir i _ •_ . f
,"^T,.fTu Voor eerft den a H. retrtu ü:ceft hun dele Iceriniic : Ghv dicnfl-
toscjjeinom. knechtcn, lyt onderdn.enigh met alle vreele uwc hccren .
}iibns pUiCz. Den l' H. Paulm^ die de felvc lecringe aen de heydenen ende an-
tos, non ^ on. j(,,.g yoltkcrcn üoor fyn felven ofte door fyne difcipclen mocilevcr-
>ion'f.Ld.in- condighen, Icghtfe wat brecder uyt, Ichryvende aen fynen difcipel
nsfedinom- Titiii . Ghy mocft , feght hy , alle dicnltboden vermatncn, dat fy
lubia fidcm hunne heercn onderdaenigh iyn, hun in alles bchaegcnde , hun niet
',""'"" "^'""fj tcghenn-'ix-li'endc, niet bedriegende, macr in alles goede tictrouwitr-
r:uwn.2.y.9. '^O'^J'^ bctoonende.
Den H. Apollcl fpreckt hier feer clacr van de deugden ende de
gebreken der dicnllboden.
De dienaers , feght hy eerll:, moetca aen hunne ovcrflcn bctoo-
nen de deught vanonJcrdaenigheydt, gecrne met liefde ende gcwil-
ligheydt ende die gehoorfaem fyndc Srd'dnos ejfe . Daer-en-bc.VLn moe-
ten hun in alles foeckcn te behaeghen, ende eere tebew)f(;n. fn
o-rnnibi^ó placentes . Sonderteghen te fprekcn , liever llilhvygende, of-
te mefeene ftillc antwoordt hunne fchiüdt bckenncniie , olte lich
met rtille oodtmocdigheydt ontfchuldigcnde tot verfoctinge van de
gclroorde overltcn . Nm comr'adacentes .
Daernacr feght den felven Apollel, dat de knechten ende macrtcn
hunne heeien ende vrouwen nergens in en moghen bediicghcn, iet
ontreckcndc van hun m.ccflers oite mccllcrilens gocdt , van ipys en
di-anck, oft van iet ai^dcrs, gelyck fommige kindcrs doen, de vvclc-
ke niet dervende alles nemen , een weyr.igh maer en ontrcckcn van het
een, en v;in het ander. Nnn fa-^dantes . Sy moeten oock alle hunne
wercken van dicnll 'en aci-be\'dt bededen tot het prof}t van het huy?,
gelyck of alles hun acngonck, dacr van niet het minftc verquiiien-
de,
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. Ss>
•
óc, oft afnemende tot hun gerief, mier in alles dienrt ende getrou- ^anjprunt
Avigheydt acn hunne ovcrften betooncnde : /« omnibus bonam fiderr "^ """ J'*'''_
ai T III- j 2 r A ']"> ^ loiut^
ojtendentes . In wclcke Iccnnge ende vermaeninge van d:le twee A- Lni ehPater
poftelen ick befonJcrlvck bcmercke drye eyghendommen van de ver eifirem^r.tn-
binteniflb der dienftboden tot hunne overften . Tc weten eene Eer- ^^"' ^""B^i^
bicdnige ^ cenc Getrotiwigheydt^ ende eene Gchoorfaem'zeydt . Lcere^èhie-
Aengaende de EerLvedinge ^ die demaertcn ende icnechtenaen hun- ras , qiuinto
ne meeitcrs ende meefterflen fchuldigh fyn . m^^^, qui<*
Den H. Paulm behalven dat hy dacr van fchryft tot fynen ,difci- ^J"/^^*"^^
pel 7/««, hy fpreckter noch van in fynen eerilen brief tot fynen an- mundlhlrU.
deren dSfcipel Timothcm met dcfe woorden : Alle de dienfl-boden, 4- Reg. f.*.
die onder het jock fyn, die fullen hunne heeren alle cere weerdigh ^^' *^ H'
houden: Ojucumque fuAt fnb jugo fervi ^ dommos fms omni honore dta-
nos nrbifrenti'.r . I . ad Timoth. 6. V. I.
Daer is eene twcederhande eerbewyfinge , eene Inwendige ende
eene Ujtwendtge .
De Inwendige beftaet in eene herkentenifTe van fynen overften,
ende in eene eerbiedige vrcefe van hem te vergrammen .
De IJynvendige eere beftaet in uytwendelyck niet het minfte te
doen teghen die Inwendige eerc , geenfins voortsbrengende eenige
woorden van teghen-fprekinge, van verwytinge teghen fynen over-
ften , gelyck die dienft-maeght van Sara de huyfvrouwe van den
jonghen TuiJ/.w, de welcke met recht vermaent fynde over haere ge-
breken van haere meefterfle terilondt aen haere vrouwe ftoötelvck
verweet haere onvruchtbaerhcydt, haer oock opleggende de doodt
van hucr izvcn njans , de welcke den boofen geelt Afmodxus door
Godts toclaeten geworght hadde, om hunne overgroctc ongeregelt-
heydt. Dit was ee'ne groote verwytinge , omdat op dien tvdt de
onvruchtbaerhcydt tot groote fchande ftreckte , ende gehouden wierdt
voor eene malediftie .
Wat eene injurie en was het oock niet voor Sa^-a , van haere
maerte gcnoemt te worden de vermoorfters van haere feven mans /
W^at en foude eene grammoedige ende colcrycke meefterfle hier niet
gedacn hebben .'
Maer die faghmoedige Sara vertrock haer in haer camer, haere
clachte doende by den Heere, ende hem biddende, dat hy haer van
dicverfmaedinge wilde verlofien ; Peto*Donnne^ mdevrnctdo im^rope-
rii hn'jHi abfolvas me .
Veel beter wacren de <« dicnaeren van Naaman ^ eenen van de Prin-
ccn van55v-/(?w.- Den Propheet Ehftiu hadde aen dien Prins, die met
de melaetsheydt befmet was, belaft, dat hy hem feven-mael foude
wailchen in de rieyiere Jordune : om aldus yan fyne lleckte genefen
M te
rpo DE GODDELYCKE 'VOORSIENIGHEYDT
te worden; die diierom geftoort fynde, het felve niet doen en wil-
de , alswannccr Iiem lyne knechten met beleefthey.dt ende medely-
den feyden : Maer vader , waert dat u den Propheet iet groots belail
hadde, ghy moell het gedaen hebben, hoe veel te meer, als hy u
maer gefeydt en heeft, wafchtu, ende ghy fult gefuyvert worden.
Waer iiyt men clacr cnn mereken , dat hier voortydts de hecren
ende meeilers van hun dicnaers uyt ecrbiedinghe vaders genoemc
wierden, gelyck fy fyn, al ill dat fy felf geene kinders en hebben,
ende noch heden fy worden genoemt P^n-es-fiifKihas Vaders des huyf-
gefins, omdat fy moeten van hunnen cant hebben eene vaderlycke
genegentheydt niet alleen tot hunne kinders, maer oock tot hunne
huyfgenoten; uyt het welck volght, dat alle dienitboden oock eene
kmderlycke afFedic ende eerbiedinge moeten draeghcn tot hunne
pverften .
Wederom het isteghen de eerbiedinge, die de dienft-boden fchul-
digh fyn aen hunne overftcn, dat ecnen knecht den naem vanlynea
heere misbruyckc tot fchande, ende teghen fyn eere. Gelyck dede
dien boofen ende onrechtveerdighcn Girji den knecht van den Pro-
pheet Elife^a; Defen dicnaer fiende, dat fyncn meelkr verllooten
hadde de giften ende gaeven, die hem den Prince Naaman geoftert
hadde, is dien Prince nacrgeloopcn, leggende, dat £/;/?■/*( fynen mee-
,1 fter die giften nu (al onttanghen , de welcke hy hem terÜondt voor
LtfraKaa. Ehfetii wildc gcvcn; Macr dien boofen " knecht met fyn geilachte
tnin adh^re. wicrdt voor altydt met de melaetsheydt van Godt geflacghen , foo om
itti i,<srfe. £y,^p pieiia;heydt, als om fyn bcdrogh, dathy gebruyckt hadde te-
in fembiter- ghcn dc tcxe van iynen meelter Eltfenj .
num.^cgref. Bchalvcn de eere, die de dienit- boden moeten beroonenaen hun>-
ƒ«) efl al> eo ne ovcrflcn , f)n fy oock befonderlyck verbonden, hun met üAro;i-
ril'!i"\'VTr, ivin-heydt te dienen hun noyt te bedrieghen, noch te bcichacdighcn
5.27. met woorden or anaeihns, noen in hunne eere noch m nun goeue-
^ ren . Daerom en moghen de knechten ende niaertcn gcenfins open-
Viffamatw b-id-gn \^f.^ ohcue moct verholen blyven , ende firecken foude tot
tfl at,Hd illnm 1 j , ^ r il
quJfidiffi'Aj. achterdeel van vrouwe ofte metltcr.
fet iwnu.hiic. Sy en moghen hunne meefters ende meeüerflen oock noytverlae^
X5.T.I. j.(.p noch in voorfpoedt noch in teghenfpoedtj fy moeten met een
^u;.!^,f lu woordt, alles foccken te doen toniun meciters ende racelterflêns
in tcrrau, o- proiyt , niet van al da: hun- ter handt geitclt is, verquiltende, ge-
alfondit /><•- lyck dede dien hofmeeiler, daer den'^ H. Lucas van fpreckt , deu
cHmamdon,,. ^,erckcn befchuldight wierdt van fynen meefter, dat hy fyn goedt
af, iS. verquiit hadde; ende gelyck dien anderen knecht, den welckcnhet
geldt van fynen meeitcr verborghen hadde in de aerde, daer hy me-
de profyt ha.dde moeten doen, gelyck den f H. Matthmi feght.
Op
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. pi
Öp diergclycke knechten foiide wel paffende vraeghe van Ch-ifltu Q,,;sp4,tM,efi
by den <j //. Mntthms : Segg', wie meent ghy, dat is cenen getrou- fiidu jemut
v/en ende vooiTichtighen knecht? <^^frudeni.
Den //. Thomoi vza u4t^i:irien antwoordt: Die fynen heer dient om " '^b ^'^^
fvnen heer , te weten tot fyns meellers profyt : ^^ dom-.no p-o^ter Serri oMite
dominum Cervh . dommtt car-
'7acol> den vader van onfen Jofeph heeft ecncn getrouwen dienaer "'"'"'['""
gewecrt alle den tydt , dat hy Laban n-nen fchoon-vader gedicnt more m fim-
heeft, den rvdt vanveerthien jaeren j alsoock lynen fone Jofeph den pn^i'ate cor-
knecht ofte il.ieve van Pnnphar^ die hem ten uyterrftcn getrouw is jl'''^fl'^'f''<*
gcweed, gelyck wy te vooren gehoort hebben, altydt'gocde for- «(/«„Lm/J"
ghe draeghcnde van het huys van fynen mecilcr , ende van al dat yientej.fiatt
hem raeckte. Iwminibui
Eenen lieydenfchen fclf fal hier in genoegh wefcn ons voorgcftclt ^,!^'fl"y,a{ri-
van Appia>/its Civil. 4. ende Macrohiiu Sat. i. fli,fadente»
Den knecht van VrbtnAs Pcüiopion^ ^fcggen fy, verftaen hebbende, yoluntatem
datter ecnige foldactcn ende rechts-dicnaers gecoraen waeren, oril ^^'^^ """"<>'
jynen meellerte vanghen, ende te dooden j hy trock felf fyn mee TiZtateferti'.
iicrs cleedercn aen, oock fynen rinck, den meefler in het heyme- enta , fuut
lyck uyt den huys wechgeraeckt fynde , den- knecht gonck in fyn -^'""""' er
flaep-piaetfe ligghen, fich aldaer oock lactcnde dooden, om fynen "nihJ"'ki'"tê
mceller van de doodt te verloHen . ^,^ ' „„„^.
Eene ongehoorde getrouwigheydt ! tot leeringe ende fchande van quifq"e,e;itod.
menige Chrillenc dienaers, die, al ill dat fy voor hun niet en lier- """'i'"' («'"''■'*
1 ,' 11 j 1- , bonnm.hcc re*
ven , evenwel geenims en voldoen acn de g^etrouwe plicht tot „<,,„ -^ /)^.
hunne heeren ende meefters, tot de welcke dereden, de rechtveer- «i«o. adEph.
dighevdt, ende de goddelycke wet hun verbindt. <J- ■>•• 5-
Daer rcftecrde noch te fpreken van de Gehoorfaemheydt , de welcke
de dienlt-boden oock fchuldigh fvn aen hunne meellers . \'an defe
fpreckt oock den ^ II. Panlus : Ghy knechten, feght hv, fyt on-
derdacnigh aen uwc heeren, met vreefe ende anghlt, met nmpel-
heydt uwcs herten in Chrifto, niet alleen voor de ooghen dienende,
als de menfchen behncgcnde, macr als dicniers Chiilti, doende den
wille Godts uytter herten, met cenen goeden wille, dienende als den
Heere, ende niet de menfchen, wetende, dat een ieder, wat goedt
dat hy doet dat van den Heere ontBmghcn lal . Men moet defe woor-
der. oock m het befondcr wat bemercken. De knechten, fe^htden
Apollel, moeten hunne heeren ende mecilers gehoorficm wefen in
den Heere, In Domino ^ om Godt aldus befondcrlyck te bchacrrhen,
ende gelyck aen Chrifliu felf, als hunnen ovcrden dienende ^ Sian
Chnflo . De meefters niet dienende , om dat fy het fien , ofte om ge-
uen te v.'ordcn , Non ad octtUtm fervtevtes j noch om hun mce<lers
M i goaie
PI DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Strvi fMiti g^ede genegentheydt te winnen, maer om Godt te believen , Godt
efiote'momni mccr dienende als de menfchen. Dat waer a! wel, fal iemandt fcg-
^nTZ,!""!'; ^'^'^ ' ^^^ '"y ^°'^^ '^^^ '°"'^^ belaften . Maer waert dat ick eenen
tlmTom^'^ knecht waere van een n goddeloofen meefter, van eenen barbaer,
rmden-» , fed die met my handelde als met eene flaeve . Wat dan gedaen? Moet
etumdiuolu. men hem alfdan gehoorGiem fyn?
i.Pet.2.v.i8. Y)en a H Petrus feght evenwel, dat men aen den felven moet on-
Sirvi oiedite derdacnigh fyn, als hy niet op en Icght teghen Godt. Hy fpreckt
ferom,i:ado aldus : Ghy knechteii weeft onderdaenigh met alle vieefe uwe hee-
tmn^s 'J-C. ad j-g,-, ^ „jgt alleen de goede cnde beleefde , maer oock de onbeleefde .
o.j.^22. Q^ dienacrs moeten dencken , dat hunne gehoorfaemheydt te vol-
Sitni . media maecktcr fal wefen, hoe hunne heeren ende meefters moeyelycker,
q.iüUm, ;i,£ ftucrdci" , fpytighcr ende ftiaff^er fyn, ift dat fy de felve om Godt
frcnodcioo „ehoorfaem fyn.
feriona , -vel Den l> H Paulm tot de Coloftenfen feght bycans het felve , hy
vida fojfimt voeghter maer by, dat de knechten hunne heeren in alles moeten
tlff'ielhon.t, onderdaenigh fyn Per .om-ma ^ om welcke woorden fommige heeren
fofiMffl-ohe- ende meefters fouden fomtydts hunne macht comen te misbruyckenj
dientitytam- maer om dat te voorcomcn, alle overften moeten wel vcrftaen, dat-
quaminliino ter ceu vcrfchil is tuflchen geboden : Dacr fyn geboden dicencke-
yd'mlli ql'od ^•^''^^ gocdt fyn , ende gelyckformigh aen de goddelyckc wetten ,
er^itin méd;o acHgaendc het geloof, hops ende liefde .
Paradifi; in Andere gebodenen fyn noch goedt noch quaedt van hun felven,
hu profeSlD j^^gj. fy conncn goedt ofte quaedt fyn volgens de verfcheyde mey-
/r"mfe„pZ ningheu , die men can hebben.
fenieiiti^prx. Andere geboden fyn enckelvck quaedt, als van dieverye, van leu-
jf^iberemap- gheu , vau ficrilcgie, van hcyligh-fchenderye ende van meer andere.
JmmUfVrL ^e knechten volghens den Apoftel fyn verbonden hunne heeren
latorum nee ende meefters in alk-dinghen onderdaenigh te fyn. Per omnifi ; doch
yiifio.necpro- allccnelyck in alle dinghen, die goedt fvn naer hunnen ftact, ende
hihitio con- j^^^j. j^.|..j ampt, al ift dat fv in hun felven onbefcheydcn oft indiffe-
temnend.i f/?. - '^ ' -i •'
S.Bern. ep.7. rent fyn. ^
Het is hel fegghenvan den c H. BenmriHs^ dat men aenfoodaeni-
ge geboden verbonden is , te gehoorfaemen . Soodaenigh gebodt ,
feght dien H. Vader, washetgoddelyck gebodt in het aerdtfch Para-
dys aengaende den boom van de kennifle van het gocdt cnde quacdtj
in foodaenige dinghen en is het niet tocgclaeten fyn oordeel te rtellen
voor het oordeel van den overften ; men raagh hier in noyt vcr-
fmaeden het ghene de overfte belaftcn ofte verbieden .
Maer als het bevel van den overften opentlyck ftrydt teghen Godt,
dan en magh men hun gecnfins gehoorfaem wefen, want de heeren
cnde meefters en hebben daer toe geene macht j ende de dicnft-bo-
den
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. p3
den en moghen foodaenigh gebodt noyt volbrenghen. \'^''ant wat ^,id enim,
ift, dat den menfch gebiedt , feght den •* H. Bernardns ; als het Godt <i:--odu,hetho-
vei-bicdt? ^ "^cJ'SlZ
Sx\ ick eenen menfch hooren, ende (lom blyven voor Godt? In ^J'l'. rf^'.
geender maniere feght hy. De Apoitclen feyden > beter is het, Godt nem funhs
onderdaenif^h te fvn als de menfchen . Godt felve feyde teghen Adam: ^" ^ nonJTc
Om dat ghy geh'oorfaem fyt geweeft aen uwe huyfvrouwe meer als '^'"fdiunus
aen mv , vervloeckt zy de aerde in u werck . Mdius e/} o-
Soo dan men magh het gebodt van wat overften, dat het mocht heJtre v>eo,,
wcfcn, noyt volbrengen, als het in fyn felven quaedt is, anders het ï'-'-""'"""""-
foude meer eene ongehoorfaemheydt fyn als gehoorfacmheydt . Soo /tiam'ad !!<-
fprcckt den H. Bern ar dm . dam: Pro eo,
Uyt al het welck men genoegh can fien , dat de knechten ende 1'""^ obedifli
maertcn hunne meellrcrs ende meeltcrnen noyt en moghen onderdac- 7,!^\;„^,^J^
nigh fyn m het ghene dat opentlyck fonde is ; ftreckende teghen mex,»t.iiec{i'.
den wille ende eereGodts, die men voor alle menichen gehoorfaem- cUterr.tino-
heydt moet betoonen 5 noch hy en fal alle goede ende getrouwe ^'."f"l'J^'^
dienft-boden niet ongeloont laeten . Gelyck den * H. Paidm boven /,'',„ cjnoüL-et
aldus feyde: Ghy knechten fyt onderdaenigh &c. wetende, dat een e Lvnv-hentc
iegclyck, wat eoedt, dat hy doet, dat van den Hecre fal ontfan- coiifi.it non ef-
Up fi chedientt-
& amfci inohe-
Diën getrouwen dienaer van den honderften man geefter oock ge- 4icnt,am. s.
tuvgenillè van : Defen knecht, die van fynen meeftér om alle f)nc ^e-.utfupra.
getrouwe dienllen feer bemindt wierdt , was ongeluckelvck eeflagen ^ , j-,
met ecnegcraecktneydt, den meeiter haddc met hem een groot mede- d,mini< car-
lyden , foo dat hy felf tot Chnfiam gonck , om voor fynen dienaer n.ibbui a^:.
fynegcnefingeende gefondtheydt te vcrfoeckcn , endefiet, die wierdt /"«f" >'?'"'-
hem gejont, jae Cbriftm felf quam hem beloecken ende genefen, ge- "n^Jfc,-, q',i"d^
lyck het ftact by den H. Alatthóim . aimi', feccrit
Ick fal hier voor het lelr noch bybrenghen de lofïelycke getrou- t">mim,hocrt-
wigheydt cerbewyfinge ende gehooriaemhcvdt van eene dienft-maesht "^'^'a-c^Lc
1 1 ^ 1 r 11' « n < 1 p ?»o. aa t-pnei.
tot haere vrouwe, de welckeleer edel was. Alle beyde gevanghen 6. -». 5-.
fyndc van de IVandaelen , waeren voor llaeven vercocht aen eene ^
barbacre vrouwe, ende meefler: Als wanneer defe gevangene dienft- J'''^"^-"""",
maeght haer barbaere vrouwe feer wel diende, daerom en liet fy niet exlmpü'^Vo.
hertelyckende oodtmoedelyck te dienen haere mede-gcvangenc mee- -td Enfl^itium
fterflc, ende aen haer alle andere dicnflen met liefde ende cerbicdi,n- ■£>'ƒ"/'• ^50-
ge te bev/yfen, gelyck fy dcde voor de flavernye ; om het v,'elck
fy door Godts beiiieringe met eenrandtfoen van goede menfchen uvt
de ilavernye wierdt verloft , gelyck het oock dnernaer met haer
edele vrouwe gefchiede door de 'milde goedcjonfUgheydt van den
feer ecrweerdighen c- Theodorenu Bifichop van Cyfras^ den welck en
de hiiionc felf verhaelt . ' M '5 Dit
rum .
P4DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Dit cort dicht fiil ons de hiftorie oock voorfteUen .
Het is maer al te waer dat cnfch oft oorloghs facclcen
Heel fwyfelnchiivji /)» om tot den crans te raecken j
Den crygh heeft hop'' en vrees ^ V is feker en gewis ^
Dat een begonnen crygh heel wankel haerio-h is .
Men vecht van wederi.-\dts , elck een de cans wilt waeahen ■
Her van getuygen is V onwtnneljdk Carthagen j
Al/ier dat onwinbaer fcheen met al hasr fterckt'' en macht ,
Daernaer des vyandts handt ten leften onderbracht ^
Beclom het met gcweldt; dan van des vyandts handen
Gejilundert en berooft van al haer befie tanden;
Het oorloghs volck vermoort j de refle vol van ro^i^v
Gevanghen , of vercocht met mentgh edel vrouw .
Alen hoorden anders met , als fuchtcn ende kermen ;
Alaer alles was voor >net , geen hof van te ontfermen 'j
Dan van het oorloghs vu lek voor V claeghen onberoert ^
Een maert met haere vrorni/ eylaes wierdt ivechvevoert ,
Jf at droever flavernj ! van fiaet foo te veranderen !
Sy fpreken met een woordt^ maer fuchten met malckan''ren !
De dienfl-maeght met haer vrouw van droef hcjdt fchier veraaet y
Te meer als elck op een een ii/eenend' ooghe Jlaet .
Ej/laes ! die edel vrouw moet als een Jlave wercken j
Doch met een teer gemoedt die maeght comt haer te flercken :
O weerde vroim' , feght ff , tn u d.roef ongeval ,
lek hope ^ ^^^ goeden Godt ons haefl verlojfen fal ,
Voorts tot haer grooten lof^ heel weerdt te fjn geprefen;
De maert heeft aen haer vronii- en dtenfi en plicht beivefen;
Een ieder cond' het Jien , dat in den d.rnck en noodt ,
De een^ aen d^ ander flacf den dienfi en d' eere boodt .
Jae V avondts aen haer vrouiv , om V hertfweer te verfoeten^
De mejt by wjlen wtefch haers vrotni's beflaefde voeten .
Haer bedd^ oock wierdt gemaeckt . Aldm tot V morghens vroegh '
Als d^ edel vrouw wat fliep ^ de maert goe forghe d?begh.
Veel^ die dees wonder liefd^ tot haer meefierfe faghen ^
Daer waeren in verhlydt , Godt felf h.idt fyn behaeghen :
'k En west niet ^ wat foldaet^ een cloeck en dapper hcldt
Heeft defe maeght ii.'el haefl op vryen voet geflelt >
Maer tot hasr fmert ^ %vanneer de vrot'.w noch bleef in d" handen^
Tot dat niet lanck daernaer een Bifchop dier landen ^
Daer aengecor/ien tvits ^ en foo veel heeft gemaeckt^
Dat oock de edel vroni^' wel hacfi is vry gemaeckt.
Dtii
UVTGEBEELDT IN JOSEPH. j)f
Dus ii'ierdt de macght beloont van Godt en van de menfchen
A'Iet hner beminde vrouw , den ivenfch van al haer ivenfchen ,
In vrydom nu geflelt , verlojl ujt jlaverny ,
Godt fraven allen lof ^ en ivaercn famen bly .
It fal genoegh fyn van de verbintenillè van de dienft-boden tot
hunne overlten . In den volgenden paragraei ofte afdeylinge fal
jck fpreken van de fchuldige plicht van de meellers ende mcelterP-
fcn tot hunne knechten ende maeiten .
2. §.
Van ds verhintenijje van de meejlcrs ende tneejlcrjjiii tot
himm knechten ende dienjl-maeahden ..
GElyck den Apoftel de dienft- boden leert , wat fy fchuldigh £^,,,^^„ • •
f/n aen hunne meeiters ende meeilerflen, foo leert hy oock, cxdem fucne
hoe de meellers ende vrouwen hun draeghen moeten tot hun- iiiti,remntei\.
ne dienll-boden . Soo fprcckt hy : Ghy heeren doet hun lieden ( uwe '" »"«.".
dicnll-boden )"dcfgelyckx, achtcrlactende de drcygementen, weten- \^^'ïii"rumu'
de , dat den Hccre van hen lieden , ende van U. L. in den hemel is, yefier Dcmi-
ende de uytneminge der pcrfoonen by Godt niet en is. uusmcxiuefi
In het generael gefprokcn, meefters ende mcerterfTcn moeten in ^un/lae'^io
het beftieren hunder dienft-bodcn, knechten ende maerten redelyck „on e/ apui
voortgaen , niet te goedt fyn, ende niet te 11: r af ofte quaedt , anders Df«»;. ad E.
oock handelende met de goede, ende met de quacde > fy moeten phel. 6. r.9.
altydt vermacnen, die plichtigh fvn .
ïn het cort gefeydt , fy iyn verbonden voor hunne dienll-boden
forge te draeghen in het gliene, dat het lichaem ende de Hele aen-
gaet .
Aengaende het Lichaem: De reden vercjfcht, dat de overden aen
hunne knechten ende dienll-macghden noodigh voedtfel moeten ge-
ven .
Den a Ecclejtaiiicjts fpreckter aldus van : Voedtfel , roede , ende a
den lall de werckende becfl , broodt, callydinge , ende het werck '^''""•^ • ''•" -
den knecht. 'j:no,panlsa'
Het is maer al te waer , dat de dienfli-boden , die men hunnen dijcipima o-
noodt-druft niet en geeft, veel meer onder de handt f.illen wcchne- '""' fi'">'o-
men van fpyfe ende andere dinghen, als hun voedtfel coften foudc. " '" ^ ^''
Dacr-en-bovcn foodaenige fchrockheydt wordt gemcenelyck oock
bekent gemaeckt van de dienll-boden aen de andere menfchen, aen
de wclcke fy hunnen noodt claeghen, het welck tot fchande ftreckt
van' die fchrocke ende fchacrfche racellcrs ende vrouven.
Pen
96 DE GODDELYCKE VOORS I EN IC H'IL YDT
a Den a H. yltrJjrof:^ heeft hier op dele bemerckinge teghen foo-
Sunt qm ma- dacnigc overften, die dickvvils meer Ibrgedraeghen voor hunne jacht-
S" "»'»»'". honden; Sy willen, ieghthy , -.illc daghen ielts teghenwoordigh fyn,
rwm"' 'cZlm cndc fien , of men die honden goedt voedtfel geeit, foiider te letten,
gerunnjitoti. of de dicnll-bod^n honghers noodt lyden, ofte niet, daer voor niet
diMum illii feer beforght fynde . Dit is voorwaer Ichandelyck , ende onredelyck,
abim in fui feg^t Jen felven H. Vader, dat men honden in hceren huyfcn vet
^MflrlTd^i- ende wel.gevoedtfiet loopen , daer de dienft-boden flauw ende bleeck
tes.qiii Ktmm fyn, cnde q-iaelyck connen voortgaen by gebreck van voedtlel.
fci-viftmemo- j^ teghendccl den ^ IVjfeman leght, dat mende dienlt-boden niet
rianturypo- j lecker en maeh opvoeden, die men anderfins foude bederven,
ram. rides in , • ,, ^ ' ° ^ '^ ,l j- i i ) 1 i u
Konmitlorum cndc UI alles louje tegiienltrydigh maecken, ende quaelycK aen het
fiom!bM,niti. werck cryghen. Sommige van die knechten fuUen eten voor leven,
dosKjy cra/fos c^ide quaclyck wercken voor eencn : ALiniiam f er feite ^ e non fervj-
rere , hommes »» ƒ"'' »«» ï gclycK h.'t Uahacnfch Iprceck woordt leght.
üKtem palief. Men moet de knechten rcdelyck voedtfel geven , om hun werck
cere C7" tn:-.. te conncu docn . noyt en magh meufc oock ledigh laeten , maer al-
tT's'hL^i. ^y^^ ''^ ^^^ werck houden voig-ns het feggen van den '■ Ecdejïajh'
ferm' II. <^^ ' Want de ledigheydt veel quacdts voortbren^hE.
b Men magh oock de dienll bodrn niet te veel opleggen, alles met
Q^i deiiMe m.^etcn, Necj'tid fiimis . Men fpaertfelfde ilaevcn, enae de beellen ,
t/ir2'mll'im ^^^ anders befwycken tot fchaede enJcfchande vanden meeller.
fuum, poflea Ecncn Chriltcncn behoort oock bermhcrtigh te wefcn met fynen
fentiet eiim dicnaet, die oock eencn Chrilten isj al is hy knecht van cuaduie,
conMmuem. , -^ brocdcr Hacr de gratie fei^ht den <^ H.Ami?,ofiM. ende het
c waere ecne Ichande, hem geenlins te Ipacren, daer liy oocxc eenen
Mittc illum dienil-bode foude connen geweell hebben .
inoperMionr, Hicr dicut oock gclcydt dat de meelters cnde mecfterflen niet te
""TJm»!rt- rtrafPïT^e te wrecdt en moghenwefen teghen de dienlt-boijen, hun
l'ituim doiiih geene quaede naemcn gevende , oock niet llootende ofte flaende,
otiojit.té.^cc. daer fy geen recht toe en hebben, gclyck de heydencn hadden over
^^"T^ff^"^ hunne llaeven, nochtans oock niet alle recht van wreedtheydt, het
domvli'sChri- wclclc hier voortydts oock berifpelyck wasj dit fal blyckcn uyt het
fliaiiofervonö volgcudc gcval , dacr e Seneca v.xn fpreckt : Als wanneer, leght hy,
parcit, mini- j^j- ^t^gujttij Cxfar Kcyfer van Roomcn eens te galt: was by Poduis
merejpiaens, p„//^o eeneu wTccden hccr , het ecbeurde, datter eenen van fvne dic-
etji lervus Jit , , -^ <-',._.■' , , ■'
coititiione, uaci's quani te breken eenlchoon chrutaiyn gelas j Poduu fynen heer,
gratia tarnen als of iiy lict iiict cn haddc geficn, gaf liilkkens Uil: aen eenen vau
f:xter f/- S" lyiig andere knechten , dat men hem foude worpen in eenen vyver,
e "scnc'ca lil. °"'' ^'^^^' ^^" ^^^^ iooYtc van vifTchcn opgectcn te worden . Defcn
3. (/t;>.i.f.40. knecht geraeckt fynde uyt de handen van de andere knechten , quam
fich worpen voor de voeten van den Keyfer, niet biddende om de
doodt
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ^f
idoodt te ontgaen , macr om niet opgecten te worden van die
v.'reede vidchen. Den Keyfcr hier ten uyterflen verwondert, ende
alles verftaen hebbende , nam feer qiiaelyck de wreedtheydt van
Tollio , ende ontilocgh teriiondt den knecht van de ilavernye ,
cndc dede alle de chriilallyne gclafen , die daer waerea in itucken
breken , ende den vyver met aerde vullen .
Eylaes I fict mca 'nu oock niet Ibmtydts in de huyfcn van de groo-
te hceren ende in de hoven der Princen , alwaer de dienaers gecne
flaven en fyn, nochtans foo quaclyck gehandelt worden, ergens ora
een gebroken gelas , dnerom worden fy oock uyt denhuyie gcjaeght,
rnet wcygcringe van hunnen verdienden loon, het v/elck voor Godc
ende voor de menfchen onrechtveerdigh is, over het v/elck Godc
cp fvnen tydt wraccke lal nemen j ten fy dat fy hunne dienll-bodcn
voldoeninge geven. a
Dit wcygeren vanarbeydts loon wordt gehouden voor eene alder- S<:c( mercts ai
grootfte fonde, jae cenefonde die om wraecke roept tot Godt, a Merces '"^'^TJT'
oferartortnn defi-a'tdata . Den H. Apoftel 7'^r»/'»« fprcckter aldus van; eflayoblfif.
Siet den loon der werck-lieden , die van U. L. onthouden is , die >r>at,z?i:iamor
roept, ende den roep van die, is eecomen in de ooren des Heeren *"'■''»'""=»-
der hcyrcrachten: Wic en fiet hier niet, ot het roept wraecke te- salhuotl, /«-
ghcn Godt, als men den aerbeydts loon afrrcckt van de dien(l-bo- «roiTv/.jac.y.
den ofte werck-lieden, die in bet fweet huns aenfchyns mctgrooten ''•4-
aerbeydt hun beftecdt hebben ten dienfte van hunne meelters. , „^ ,, .
De heeren otte meefcers fyn altydt in contcientie verbouc'cn naer revjufthia.
het i^evoeienvan de '' Godts-geleerde aen hunne dicnit boden de vol- l-i.c-z^.dub.
ie verdiende huere te bctaelen, cndc niet te verminderen , om er- 7'^l'*'f^^°'
ge'ns by ongeluck een gelas oft iet fulckx gebroken te hebben, het cftii.'on"'.
weick acn de meeftcrs i^'-s hadde connen overcomen. Sy moghen dip.^^jeci.}.
de dien [l-bv9den daer over v/el Itraftelyck vermaenen, op dat fy daer- ^'^"^ lom.i.,
naer voorfichtigcr fvn, maer de huere daerom niet verminderen. j^" '^"^
Men magh de dicnil-bodcn oock niet wcchfcndcn fonder groote c
reden, voor den volcomen tvdt, dat i'y ingehuert fyn, of men falfe ^P'"' ^ ■^•
de volle ■ huere betaelen . ' uT.^K''Tdi
Men flct boven dien , dat dien onrechtveerdighcn handel oock Fwj-.rèi, ca-
dickwils ftrcclct tot oneere endefchandc van foodaenige overlcen. 'f»''" /'"«<«.
Hoort hierop een geval van e^enonrechtveerdighen '' Edelman, '""• §• 4- "'-/ï*
4'is den loon van den <e?rtïïei^idcn arbeydt aen fynen knecht ten on-
Tcchte wc}-gerde, ende geenlins bctaelen en wilde. Den Edelman
v.'icrdt hierom van des knechts vader in het recht voor de heeren
getrockcn , daer vcrfchyncnde fcyrfe aen de heeren, dat hy geenen
'anderen dienft van fyncn knecht genoten en hadde als dat hy hem
-lanx-dc ftraéten' hadde. gevólght j den knecht bekende het , feo-gende ,
N "" dar.
p8 DE GODDELYCKE VOORSIENIokEYDT
dat hy het wel 6 jaeren gedaen hadde, het welck de heeren verftaen
hebbende, gaeven ten lellen dit vonnis teghen den edelman; Is 't
dat ghy dit achtervolghcn van uwen knecht wel 6. jaeren lanck gee-
nen dienft cnfeght te wefen , feer wel ; ghy fult dan oock 6. jaerea
achter uwen knecht gaen , ofte ghy fult hem fynen vollen loon be-
taelcn, het welck den edelman hoerende vertrock terftondt met
groote befchaemtheydt , fynen knecht wel haelt fyne volle huere be-
taelende, niet fonder groote mifachtinge cndc verminderinge van fy-
nen naem . Maer het principaelfte is , dat die onrechtveerdige mee-
fters Godt moeten vreefen dien opperden heer ende meeiler, wiens
ftraffe fy eens te verwachten hebben j den wekken oock fomtydts
wraecke neemt, door de knechten felf.
i" aFi-ancifcw Senenfis vcrhaelt hier van eene droeve gefchiedenifTe.'
francSenen- Eenen fekcren knecht in dienft fynde van eenen grammoedigheti
(ul.ieK^p. gjjjjg moeyelycken mecfter, die altydt heel'fpytigh was, doorgaens
claegende teghen al , dat den knecht dede , ende hem beter met
ftocken betaelde, als met verdient geldt, delen knecht om dierge-
lycke voorvallen was eens geraeckt in eene raefcnde gramfchap , en-
de fich niet anders connende wreken, hy vat de twee cleyne foont-
jens van fynen meeiler, het een van een, het ander van twee jae- -
ren, climt met de felve op eenen hooghen tooren, van dacr fynen
mecfter om leegh toeroepende ende feggende , dat hy fyne twee
foontjens met open ermcn foude vatten , ende llrax hunne hoofde-
kens teghen den muer geplettcrt hebbende, worptfe alle beyde van
boven neder, ende ten lellen fyn felven daer by , om niet levendigh
te vallen in de handen van fynen boolën meeiler, ende niet gellraft
te worden .
De heeren ende meefters en moghen alleen den meefter niet fpe-
len, maer moeten Godt oock vreelen, ende hem voor ooghen heb-
ben, gelyck den ^ H. Cypnams wel feght , foo fpceckt hy : Ghy
focckt van uwen knecht wel gedient te fyn , ende ten zy hy u wel
b dient naer uwen wenfch , ghy lloot hem , ende ghy flaet hem, en-
Iffe de f-rya dc als ghy foo den meefter fpcclt, ghy en vreeft uwen Godt, uwen
tuoe.xigiffir- opper-meefterniet, dicugrootelyckx icralïencan. Dat is eene rccht-
Vró1"ol"ll veerdige vermaeninge.
trrj ferviAf.ir Hicr moct icK oock ccn WO ordt leggen , van dic heeren ende mec-
fiageiiK -ver. fters , dc wclcke voor hunne fiecke dienll-boden foo luttel forghe
lerM,tr,icn ,jf^Qg[-iQ^^ ende als wanneer fy teroorfaecke van hunne cranckheydt
ani"?,mVrum Wat bctct fpyfc cndc dranck van noode hebben , dacrnaer dat van
tn,um,uimex- den prys van hun geldt afcortcn, het welck ten uyterllcn quaelyck
erccu dvmi. gedacn is , ende noch fchandelycker, als fy dic uyt denhuyfe lenden ,
pdanu's."/.4' 0111 huo fclvcn crgens te helpen in een gafthuys, oft op een ander ,
- tpjïja $. het
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 9S>
het welck oock ftrydt teghen den eerlycken handel ende gemeene
liefde, de Chri'lelyckebcnTihertighcydt verhe)'fcht , dut de meefters
ofte vrouwen voor hunne crancke dienll-boden , bclbnderlyck als ly
hun ncerllelyck ende getrouwelyck gcdienc hebben, meer forghc
ende liefde draeghcn , ende uyt hacr huvs niet en lenden .
Da: fy hunne ooghen flaen op dien foldacc van den honderftea ^
man , den welcken fynen fiecken lanck in fyn huy^ hadde gehouden , Domine pun
daernaer oock fclf gaende, tot Chnfins, om voor hem fyne gefondt- '"(•«s jactt in
hevdc te verfoecken . Hy badt den SalijTmaecker in defer voeghen: «'■''""""/'*•
" Hcerc mynen knecht light m myn huys gichtigh , ende wordt „^U torque-
fwaerclyck gepynightj hv light, feght hy, in myn huys, Jacet m »«>-. Matth. 8.
domo men^ niet ineen gafthuys, alsof hy wilde feggen: Om fynen ■*•^•
getrouwen dienll:, ick en heb hem uyt myn huys niet gefonden, CummuUiai
maer'hcbbe hemby my gehouden, ende voorden van alles j ick bid- chn/iitm ac~
de u , dat ghy hem gelieft te genefen . Dit groot betrouwen op cederent, tU»
Chrijiit-s , ende fyne bermhertigheydt tot fynen dienaer was den Sa- ^il'J^'Jn ^'''
lighmaccker foo aengenaem , dat fynen knecht niet alleen en wierdt fiUo,aUH,^pra
genefen, maer fvnen heer creegh oock voor fyn felven het geluck ami.o defre.
van de faligheyd't fynder fiele <are.,.r,'i»UKt
Den geleerden ^ Ongenes heeft hier op eene fchoone bemerckin- iul /oU^cr!i.
ge: Als wanneer, feght hy, datter veel by Chriftus quaemen,den yit,c^hocef
ecnen om de gefondtheydt te crygen voor fynen broeder, cenen an- ""^ augnun-
dcren voor die van fynen fone , den derden voor die van fynen vriendt 'j^"*- pt"/""-'
ende niemandt voor die van fynen knecht alsdefen honderften man, erat. óngin.
dat heeft Chrillus foo behaeght, dat het hem gedient heeft tot fy- liom.^.exya-
ne laligheydt. '"!"■ ^
Dit is nu ï^enoetrh aeneaende de forche van het lichaem, de welc- ,„ ' /"IT/T
ke behoorden te hebben de heeren ende mcelleri tot hunne dienll- ƒ rationem
boden. froanimahm
Ick komc nu tot de verbintenifTe die de overften befonderlyck ''/Jlj'^aiffb
moeten hebben voorde Helen van hunne knechten cndedienll-maegh- 13^.17.
den, van de wclcke fy aen Godt rekeningc fullen mosten geven, d
gelyck feght den ^ H. Paulus . Mand.iyltu.
Den d Ecclejï,i(irci^ feght , dat Godt aen ieder een bclaft heeft, "LoLumoruo*
forghe te draeghen voor de faligheydt van fynen evennaeltcn ; hoe Euli. 17.12.
veel meer vanlvne huyigenoten, dat is vonr fyne kinders ende dicnft- e
boden , om wclcke leiïe de heeren ende mccfters des huv-fgefins 00c' - ^' J"" ^"°'
1 ,- , ,- , , ^ , - , . , , •' f , ram C5- maxi-
moeten belorght lyn aengaende haere fiele laligheydt als voor hun- mf </««<•/««.
nC kinderen iclfs. rummram nS
Den e H. Apoflel Patdm fpreckter noch van in fynen i. brief tot Ifl^]/''"^
Ttmotheum: Is 't dat lemar.dt , feght liy voor de fyne , ende meeil ZfidJlT%u.
voor fyne huyfgenoten gcenc forghe en draeght, die heeft het ge- ncr.i. <f</Ti.
IS i loove moth.5.8.
100 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT \
loovc gcloochent, niet met de woorden, maer met de wercken en-
dc met de daedt, want Godt ende het geloove leert ons , dat den
ghenen die fyne huylgenoten veronachtlaemt, oock veronachtfaemt
het geloove, het fondament des Chriilendoms , ende oorfaccke geeft
aen de ongcloovigc, datfy dacrom het geloof Ibuden comen te ont-
eercn, gelyck het uytlcght den geleerden a Lapide
Den H. Apoilei vocghtcr noch by, dat hy ergher is, als eeneii
ongeioovighcn, Eji injideli detenor ; gemerckt dat de ongeloovige
door eene indruckinge vande nature forghe draeghen voor de ghe-
ne, die hun arngacn, v-ant de Hefde, oock naer de nature gefpi'o-
ken; dat verhtyfcht, het welck befonderlyck in der fielen beforgin-
ge moet plaetfe hebben.
Soo dan de mceflers ende meeftcrflen fyii verbonden hunne huyf-
genoten ende dienlt-boden te doen onderwyfen in deChnltelyckc
lecringe , ende hun oock tydt te geven , om op de fondaeghen ende
heyligh-daeghen miflè te gaen hooren > hun oock verweckende tot
de HH. Sacramenten van de Biechte ende H. Communie.
Sy moeftcn hun boven dien fon^tydts laeten gaen naer de fermoo-
nen, naer het lof, ende andere kerckclycke dienllcn. Het is oock
ten uyterllen prysbaer dat de overlten des huyfgclins hunne dienfl-
boden , maerten ende knechten 's avondts re lamen roepen , om te-
ghenwoordigh te fyn in de Litanioi van alle Heylighcn, ofte van
onfe lieve Vrouwe. Dat-menfe oock verwecke, om eer fy gaen ru-
ften , hun gcbedt te Horten , ende hunne confcientie te onderfoec-
ken , ende van Godt vergiffenifie te vraeghcn met een rouwigh hert
over al haere fonden .
Met een woordt gefeydt dat de ovcrflen , mccflers ende vrouwen
hun befte doen , foo veel als hun ampl het toelaet , dat hunne on-
derfaeten onderhouden de geboden Godrs ende die van de H .
kercke, ende inhct ócfonderm.oetenfy beletten alle oneerlyckheydt,
dronckenfchap , ende andere fonden \ oock niet toelaetcnde, noch leu-
ghentael, noch vloeckcn, oft iet fulx.
Om hier in pi'ofyt ie doen, de ovcrften moetcii hunne dienft-bo-
den met gocdt exempel voorgaen, het.^welck meer cracht fal heb-
ben, als veel woorden. Ter contrarie quaede exempelen vanheeren
ende meeficrs fyn ten uyterilen ichadelyck . Den H. Hieronjmm feght ,
dat men uyt de quaede manieren van de hcercn meeftendeel can oor-
dcelen van de dienft boden . Ende het en is niet te verwonderen
feght fcer wel den //. Chnfoftomtu ^ dat de dienfi-boden aen de fon-
den onderworpen fyn , gemerckt dat hunne mecfters ende meefterf-
fen hun befte met en doen, om de felve te vcrmaeuen, ende hun
oock door een gocdt exempel te verwecken .
Wacr
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. loi
Waer uvt men penoef^h can verilacn, hoe d;.r alle meeftcrs cn-
de meelleincn hunne dienll- boden moeren traciucn tebelHeren met
foedghcydt , ende oock fomtydts met feiingheydt , Godt hier in
nacrvolgendc, den wekken hier op uc wereldt alles aldus belliert :
Dijponetis omnia foritter & fiavuer: endc met gewicht ende maete :
Jn Rondere & menfura.^ om lbo alle menlchca bequaemelyck te bren-
ghen tot de faligheydt.
II. CAPITTFL.
lo[tph tot quaedt verfocht [yiide van [ym meeflerffe , de
hnyforoJiloe van Putiphar , ver[Ioot de jelve , fuh
bcoevsmle op de l^lucht , fyneu mantel laete nde
in haere handen.
^fi^lW.-^^n haet ende den nydt is niet alsboosheydtgelyckhet ge-
*;ÏV^'^'if-fe bleken heett in de broeders van Jofeph^ maer de lietde,
^5 ^ ^. als fy niet reyn en fuyver en is , gaet noch voorder , en is
i^k^!^^^^ meer te vreelen: inden ftrydt van "jofeih met fyn ontuch- ^ .. ^'^trum
tigc meelterfle lal hetblycken. wuUerhMns
Naer den haet ende nydt der broederen , feght den <» H. BaJlUiu amores impo-
\z\\Sele:tcia^ volghde de vuyle liefde van ecne vrouwe, die debroe- f"'*" » "''''<
devs inboosheydt verre te boven gonck, teghen welcke liefde Jofe^h ''^,'^X"r"m u.
heeft gellreden niet fonder eere ende glorie. fe/,!, een amen
Hier is wederom een fpcl van de Goddelycke Voorjïenighejdt ons [uit non nl f)-,
voor oo-'hen Hellende , nu haere fterckte ofte ib'afhevdt, nu haere "'■'""«• s.Baf.
_ . , ö ' - -' S elcuc.or.it. ^.
loetigheydt. _ de ]ok^h.
Jofeph was cerll van fyne broeders gcfocht ter doodt , het welck b O'.m a-go
deii Voorfienighen Godt door Ruben belettede, daernaer doov jfud.tf Afpacevx^-
cenen anderen broeder wierdt hy vevcocht als een flave, aen de voor- '4'^/-//''"^,',".
by-gaendejfmaëliten, ende corts wederom vcrcocht in Egypten aen 'ijoi'.li'pr'^pl.
PutiBhar eenen Princevan den Coninck Pharao, daer hem wederom rataraX/om.-.
de roor/iefiiffheydt Godts om fyne dcuï^hden ende getrouwe dieniten "■''l"''^f^-
, ■'. P •■ . J , '-' j 9) in.^f.ii ad ma-
de gratie dede wmnen van iyn:n heer ende mecuer. jcr.ipromoye.
Dus wierdt hem eene beproevinge van Godt bere)'ut, om naer rcf.-.-r. Lipp.
de oefFeninge endc cloecken Itrvdt , tot meerdere glorie te gcraec- EpifcT^emi.
k-cn, gelvck bemercKt den Biiichop '' Li^pomamt-s . U'd-ne'jorti.'i
Door Godts toelaeten den duyvcl quam in het fpel , den wekken diaLo!uii,cu:~
gebruvckte de fchoonheydc wn'jofe^h^ om hem te verderven. Ge- f»""" funüt
iyck den c H. Chrjfofiomm feght . s Chyf''^
N 3 -'■ De /,;„,. cC'"
a
roi DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
De ic'hoonhcydt moet dan fchacdelyck iyn , jae Cv h peryckelcus
endc ongcluckigli , feyde ceitydts Eimpcdes : Ptilclrntudo ejl res
infeliv . Endc naer hoc gevoslen van Tljfophra'^o's , [y is c:n ibet
aenlockendcbcdrogh : Pt/lchrüudn efi tacttn deceptw . J'indarM Icy de,
fy is een uycroepllcr tot de oneerbaerhcydt : Ptilchritudo eji pntca
venerls Door defe fchoonheydt van Jofeph wierdt fyne meellerfTe
aengclockt, cerfb van den duyvel opgcftockt : fy hadde te voorcn
dickwils verwondert fyne andere deughden, fyne voorHchtigheydt,
'fyne vlytigheydt, behendigheydt, vcrnuftheydt in allcfyn werck ende
beiHeringe van heel het Iniys, fy hadde oock haerbebneghcn in fyne
fcbaerheydt , ccnvoudigheydt, gevoeghfaemheydt ende foo voorts ,
maer daer by tot haer achterdeel, was fy befondcrlyck vervallen op
Jofeph, om fyne groote fchoonheydt.
Hier begon den ibvdf Syne meefterfle trachtede hem op alle ma-
nieren te trecken tot hacren ontuchtigen wille, gclyck het feerwel
uytleght den a H. Efhrem. Sy hadde nu Jofefh eenige daghen bly-
Domhia ipfii ygj^ aenfchoLiwen , haere ooghen quaelyck van hem aftrcckendc,
%"ofèpir'exi- endc als fy gefien hadde, feght hy, dat dicin fuyvercn jongclinck
mia pidhri' bcgaeft was met eene ongemccne fAoonhgydt, foo dcde ty haer
tudine orn,t- uytcrftc beltc, om hem tot haer te trecken .
*'!"''.',°M[f. ï^cn boven genoemden b LtppomnnM itclt ons dit oock fecr wel
cZumtnUj- voor ooghcn: Syne meefterfle, feght hy, haeren dicnaer Jofeph c\i-
c;v;« CT* '" - ricufclvck , aendachtelyck , ende met eene vlecfchclycke be_,ee4te
fitdicitia ft- gedurclyck acnfchouwcnde wierdt gewonnen van fyne overgrootcen-
7eV,l'tdaLr'. dc acnlockcndc fchoonheydt.
S.Ephrem. Wacr't dat fy haere ooghen beter bcwaert hadde , fy en foiide
trail.de lof. noch haer ficle noch haer eere eenigh leedt atngedaen hebben . De
.. ,. '^ • ooehe comt dickmaels de fiele te befchaedigen .
Muller curio- R^ , ■ ■ j u j i r t -
fe,atte>ue,v i:>^wrf IS met menige andere gevallen, om dat hy iync ooghen niet
cArnali affcc wcl bcwaett cn hadde, hy bekende het dacrnuer , dat hem de ooghen
tH,iiinm jugi- fyj^g {^eie hadde geftolen, op het welck heel wel paflen de woor-
terinuxuca- j dcn Proühect Jerewtoi : Myne ooghe heeft myne fiele be-
\rantlafor»i£. rooft : OciüH-s mem depr^datm ejt nntmam meam . 1 nren. 3. v. f i.
Lippuman. Van gelycken Holo^hemes wierdt gewonnen door de ooghe op
de fchoone J:td!th., ende de twee boofc ouderlinghen door de oo-
ghen op de fuyvere Sufanna .
Het is wel waer , ende maer te waer , dat de ooghe van eene
vrouwe eene bcfondere cracht heeft, om het hert van eenen jongc-
linck te trecken, ende te f aceken, gemerckt, gelyck-^enen gefeydt'
heeft, dat de ooghe van eene vrouwe eenen fchicht is' voor de jon-
gelingen: Ocidm rmdieris fpiculMm e(l jnve'r?t»tis .
Infgelyckx de ooghe van eenen fchoonen jongclinck en heef: oock
UYTGEBEELDT IN |OSEPH. 103
gcene mindere cracht , om het hert van ecne onkuyfTche vrouwe
te verv^'eckcn .
De ooghen, feght den Poet Profertiy^,{yn de aenlcyfters tot de
liefde : Si nefcis , ocith ftmt in amore d-Mes .
Het en was dan niet te verwonderen , dat de huyf-vrouwe van
Tutifhar haere ooghen flacnde op Jofej>h^ ende fyn minfaem geficht
bemcrckcnde, tot den felven foo wierdt genegen , dat fy het felve q^; lej^a.
aen hem te kennen gaf. qu,im accj,,/.
Maer hoe heeft hem hier den eerbaeren Jofej>h gedraeghen? foo ^f^^"' ''P;"}
verre van daer was hy, van haer ergens in te volgen, dat hy haer "J'-Ji^^^'^''^
oock cloeckelyck verltoetede, geenfins willende hooren nacr foo Dommmme-
ecne onbctaemelyckc vracghe . a< cmmbus
Hoort, hoe datter vanfpreckt den Propheet <» Mo)fes inhetboeck ""'•' "-.idnit
Cjcnelis . iZuit ,n do-
Siet, feyde Jofeph teghen haer: Mynenmeefter Putiphar en weet mo fuu, nee
niet wat hy in fyn huys heeft , want hy heeft my alles overgege- qmd.'i'i.imef},
ven, ende daer en is niet, of het is in myne macht, hy heett my '^"" A" '7*
alles betrouwt uytgenomen u Sfleen, die f)ne huyf-vrouwe fyt. Hoe y?.j,f, o-no,t
foude ick dan moghen dut quaedt bedryven , ende teghen mynen tr.td.-demmi-
Godt fondiehen? yils of hy feyde : Soude ick foo onbedacht fyn van '" P'"'"- [''
um te volghen? Sal ick dat toeftemmen ? lek? Die uwen knecht en- ^^^ quomodo
de flave ben? fal ick iet doen teghen uwe eere, teghen de getrou- fojjlm l,oc
wigheydt ende goedtjonftigheytvan mynen meelter ende uwen man? >»-'^«">/'^'«i'.
Sal ick mynen opper-heer fyn recht benemen? Noyt en wille ick, ^je»,» ";«»';".
of en fal foo een fchandclyck werck toellaenj het welck oock fou- Gen.ig.S.g,
de wefen teghen mynen GoJt, die alles weet ende doorliet, ende b c«»a.i e-
my op den oogenblick foude connen Itraffen . jmyerb.i l.tf-
Het faldepvne weerdt fyn hier noch te hooren de fchoone woor- 'iJ auatlLe-
denvanden b H. Ephrem. jofeph^ fcght hy, verftootede haere woor- lat honeftMe
den met alle ecrbatrheydt ende zcbaerheydt, haer met heylige en- ^ modefti.i;
de aoddelycke woorden afv/ecrende ; Ick en maeh in eeender ma- IfJ^ • "' ^
.0 J 1,1-11 j- ° ° r ^diytn.iyc
nieren uwen oneerbaercn luit involghen, die myne opper-vrouwe iyt, bu a fe nr.eLu
want ick boven maetc Godt oock vrcefej ende het foude te onrecht- dicens-.Om:^-
veerdigh , ende onredelyck welen, te verilooten eene foo grootclief- 'j'''" ""l'".""-
de ende goedtjonftigheydt van mynen meeller, die my foo vereert, ,^\Z" a^'ere
ende foo bemint heeft. Hoe foude ick oock foo een quaedt der- ^eaöw™ 't
ven doen in het acnfchyn Godts , die alles doorfoeckt ende door- ?«•« damhn
ilet de harten van alle menfchen . Soo fprack geduerelyck ende al-T''"' "j,''Jl
Ie uren dien eerbaeren jongelinck teghen fyne meefterfie, haer oock ,'!"^'eJl t ;»■(<,
vermanende, ende biddende, overgaendc ende bsrifpende. -,;i!de,vii:i-
Was dat niet fpreken als eencn Enghelj le\ ende bu) ten het vleefch ? 9'""" ^ "^
Jofeph wcdcrllondt haer itandtvaüclvck u:et Gewichtige redenen;^"''''""/-''.;*
maer ai
o
ro4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
p'r'hTo'a»- i'-^s-i''^^'"^ begeerte. Want men meer gedreven wordt lot het
div^mtamun iic , dat men weygert j ibo dat men claer fiet, feght den ^ H, ^Im-
fcetiu coram bvojiiu dat de onkuvfchcydt niet alleen cnecrbaer en is , maer onbc-
Dcocorcium, {q\yxq:^i ende ougebondcn , cndc dat eene ovcripeeÜler gcenedc min-
frutat'orc'c^. ^^ Ichaemtc noch vrcefc en heeft. Soo fpreken allede HH. Vaders
equi? Hxco- ende uytleggers van de H. Icrikure.
"5" '/'1 r'^^n ^^^ onlüy vere meefterfle gcbruyc kte voorts alle bedenckelycke mid-
a!!,,'/;, 1 S.' delen, om conde het welen, tot haer boos voornemen te eeraecken, nacr
üd>r.onens,ob- hct fegghcn van den ' H. BafuvM v^n^ela::cie>7 . Wat (oude fy doen,
fecvans,inLre. feght hv , van de goedthcvdt qiiam fy tot de boosheydtj fy toonde
p:i)-.iVi-e^;-e- j^^|,j, ^,^j ^,^^^ fframlchap ende furie , hem aenvallende met croote
S. Ephrem. dreygemcnten van de doodt iclve . Maer even wel jofefh verwierp
trail. de lof. hct al fonder iet te vreefen, fclfs fondcr haer eens te willen aenfien.
a Domm.1 |_[gj. jj i^gj- fcCTgen van den d ƒƒ. Ephrew handelende van óen lof
»//.! ad prima .... ^ rr /- ; r-\' 1 r ' i
fetnioncmpu. '^3° '^i<^''> niyvcvcn fofeph . Die oneeroaere vrouwe, icgnt hy, meen-
d.Ua yerccmi- dc door hacre aenlockfels het gcmoedt van haeren dienacr te bewe-
diamperdtdit ghen , macr hy heel veriterckt door de goddelycke liefde, en wilde
r /, A.,...» haer Idts niet eens aemien .
pulf.i wajm Den f H.Chnfojhm'.M feght hier op met verwonJcringe, dat het
defdcrhim is ecn aldergrootPcc mirakel , te ficn eenen jongeUnck in het fleur
nafeh.itur, ^.^^ ^ levcn , in hct irddaen van het oniliy ver vier, ende daer on-
qiiia muller ^ , ■ i , r i j i r j ■- i
ifl brona rel gefchondcu tc blv vcu . lachet en duncKt my loo wonder niet, leght
qH£ prohiLe- hy , dat de drve jonghclingen in hct tornc)'S van Bnhytomen niet en
tnr e;. Toilar. wierden befchacdight , als het wonder is, dat den fuyv.eren Jofeph
bihn-afcdeü. foo cciien ftrydt heeft onderllaen tullchen alle die aenlockfels, cndc
amfroiax,i,!:- dit iiict in ccnc bccorlnge allccu , maer in verfchey de voorvallen, uyt
jioniina peiK- jir.)- y.xlck men can bemcrckea eene uvtnemende ende ongemecne
dTi-Me't ^Liyverheydt van Jofeph.
J:'ody'ci'èJti!r Men fondc tot lof van dien onbcvleckten cndc triomphcrenden
addiera. ö. Jofe!:h moghcn fcggcn hct gl-.ene de heliche geeilen in eene iooda-
Ambrofius. iv.gc victoiie ccns uytriepen ter ceren van cenen Hevlighen genaemt
d.:l.::io!,"s "' Dommta^^ , niet den H. Inllclder, maer eenen aiidcren H. Religieus
perpetaas ta- vau het fclf Orden .
ceo , exlci-'i-is ^ /'}.
miiIiiriiAi-tcs, ' ■ -i,' '
fitc:im,-\'irl::, cinhrumpeiiilj'ntiam.S.BiCiL Sehitc. CT.U.Z.de[jof. d CreielKit Je hlf<-è tiiaiif iit^',)lle£ehris
f.incH ji*ve:ni a;;i,i(!:m f.t.ile itlaqueAri foj]e;citternmjofepli '.imore doinini mmihHS ne /ïmpifd nitideni afhecli*
tntiieh.ttiire.tm.S .Eplirem.i/c laud:lns ^of e i^oiitamj/urnhileniihi (jji'vi;}e:if.r,lii{o;',i,ii;e B-tbyhim ires ĥ;<-
cros el]c ilixjcs, utir.ir.tliU cft Cjr rar:;m,'j:iod lam 'i>'ni.crl. ttr.cn j^.j}::sjiijf,'!t:itnt,:il difi.iiin:is ciigynjiilri e.x.e!-
Iriittiii t iriutew, qi:sd lu/ifcnai ae.^'i 'oii.jfd CP'J,-^j>iii4(cri.ü!n:>il;ii:fiij"rn:teyit, S.Cli:yf. hom. 62. i.-i CcncJJm,
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. lo;
Ficifli, vicifii, quia in igtie ftUfli & non arjtfti.
Draeght vrj de la'twers er arts in d' handt y 0
Die in hit vier met fyt verbrandt .
Het fclve heeft dien boofen geeft gefeydt van den Ji. Vincentim
Fen-eriiu; naer dat hy oock eene onbefchaemde vrouwe cloeckelyck
haddc verftoo:en , als wanneer men den duyvel uyt fpyt in haer li-
chaem gaende hoorde roepen:
Hic ejl vir , cjiu m medio igne non eft afiuattis .
Dit ü den man heel rejn bevonden ^
Die in het vier bleef ongefchonden .
ende voorwaer het is wat ongemeens , jae een mirakel , in het
vier niet te branden.
lek foude hier neffens die twee fuyvere ende heyHge mannen on-
fcn fuy veren Jofeph wel moghen vergelycken met den Salamander ^
die men feght in het vier niet te branden .
lek fal hier op de dnytjcbe Poëjie aldus laeten fpreken.^
Wat wonder ii-'erck is dit ? nojt ijfer iet gevonden^
Of't wierdt in 't vinnigh vier in ajjchen haefi verjlonden.
Dit crachtigh element door heel het aerdtfche dal
Heeft verr'' de overhaudt ^ het vier verjlindt het al.
Doch , foo men ons verjiert , alleen den Salamander
In '/ vier, bljft ongefchenfy fy leven met malckander '.
De fabels laet ick daer . Maer tvel in Jacobs fiam
'lè Sien Jofeph fonder leedt in V midden van de vlam.
Dtes -wenfch m veel geluckx o nieuwen Salamander,
Voorwaer ghy overtreft den grooten Alexander :
Dien Prins haat over d" aer£ ^ en z.ee de overhandt;
Doch Jofeph heeft Jlch felf, en V vier heel overmant .
V Forneys van Babyion van boven en van onder
Dat bobbeld' m fyn vier , en dommeid'' als een donder ,
Dat blaeche fonder vier door Godes enckel macht j
jMaer Jofeph in het vier toond" noch een meerder er acht .
Laet vry d' onkuyifche vromv' haer vier noch meer ontfleken^
En Laetfe met haer flaef meer dertel woorden ff reken ;
jr' Is echter al voor niet , hy fal tot haere fyn
In V midden van het vier een Salamander fyn .
Soodaenige fuyvere fielen foo indewereldt als in de Religie, jon- ^et,am>mm*
gclingen ende reyne dochters fynder eertydts ende noch heden ge- muitii{ei,gio'
vonden feght den geleerden " a Laptde^ de wclcke hier als Enge- ƒ <-^'>">S"'*-f.
ien eeleeft hebben, ende noch leven, ende door deeoddelycke era- '"' '" '^r*
*- ^ tie g,.
loöDE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
gelkè , qui tie verfterckt tuflchen het onfuyver vier als Salamanders onbefchae-i
9»"^ ."^"f"' digkt blyven .
7-^Z ftr"g'rZ ^^er eylaes! hoc veel en fynder oock niet in foodaenige becorin-
tiamDefdt- ghcn cndc gelcgcntheydt vafi het onfuyver vier verbrandt ! Dejong-
gunt integri hcydt , de fchoonheydt, de eenigheydt, de aenlockfelen , de foete
Zdem'm^a. woorden , ende foo voorts , fyn al te gevaerelyck endc te crachtigh !
tap. 25-. T 2. Om meer andere daer te lacten , hectt het niet gebleken in a Sam-
a Cum<j; mo- fon den fterckflen van alle raenfchen , maer evenwel is van Dalila
Ufla{dM3 ) overwonnen geweeft, gelyck het llaet in het boeck der Rechteren
Lhcs Ls aen het lö. capittcl.
jugiter adhi. Maer onCen Jofej)h is ftandtvalHgh gebleven, ende heeft alles over-
reyt,jfaüum wonnen door den byftandt Godts, ende door fyne mede- wercken-
'triiuénsMc ^^ ^cught tot fpyt cnde groot gevoelen van fyne meefterfle, even-
citaniwMjtii. wel Hoch volherdcndc in haer boosopfet, tot cene andere gelegent-
Lib.judic.i6. heydt, met hope van het felve noch uyt te wercken.
lurC \vülr ^^" duyvel hielp haer , ende gat haer de handt , haer voorftel-
diahimfeflt. Icnde eencn aenftaenden feell-dagh der Afgoden , op den wekken
yitatcminye- een icder , oock haeren man Putijihar naer gewoonte by naer met
xit. s. Bafil. hej heel huylgefin geftelt hadden te verfchynen. Soo fpreckter van
dV'uftph. ' ^^^ ^ ^' ^"f'^"^ BifTchop van Seleucien . Ende het gebeurde alfdan,
c "" ^uiiir gelyck i MoyfisCeght, dat Jofeph t' huys quam , ende eenigh wcrck
quadam die, dcdc fondcr iemandts byzyn: Defe occafie nam fy waer, hem daer
utintrarctic ^ drevgende; 6cc. Wat foude hier doen den fuyvercn jongeHnck?
Cfoper^quid- "7 heeft wcderom gedacn als te vooren , wiUende liever alle tor-
piamaljq;ur- mentcn , jac dc doodt felve onderllaen, als haer in te volghen, vafl:
turn faieret . blyvende als eene fteen rotze , ende fyn gemoedt ftercker als eenen
A^^Jid^l'ic 'l'^mant daer tcghen ftellende , gelyck feghtdcn d H. Ephrem.
nie Upidif a- De onbelchacmde vrouwe haer veritooten fiende , als raefende
dumanthii in, yalt hem mct allc geweldt aen, ende grypt hem vaft metfynenman-
jïarjtmmoi^ tcl , geU'ck het ftact in de H.Scrifrure. Gen. 39. v. iz. Q^i reltüo
V iityifliu *" manibHs ejm fallio , jugit O egrejTm cfl . Hy heelt den mantel in
perfifin. s. haer handen gelacten, ende is gevloden ende wechgeloopen .
Ephrem. de j^j^ ^^^^ ^^^ ^^^ ^^^^ levendigh voor den hoogh-vermaerden
roet den Heer JacobM CatT..
Sy roevt , dtt btft een Jlaef in mwen dieyifl gebonden :
Hy antwoordt : Niemandt jinet ten dienfte van de fanden ,
Sy (pont als vier en vlam^ en is gelvck verwoedt ^
Hy antwoordt : Geen verdriet en cjuelt een reyn gemoedt .
Sy tiert , iy btyft gefet , fy kyft , hy wilt het lyden ,
Sy vloeckt^ 'hy bidt den Heer^ fy dreyq^ht ^ hy gaet ter j^yden^
Ten leflen gryptfe toe . Siet wat een flout bef uyt ,
Hy laet fyn mantel daer, en loo^t ten httyfeii uyt.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 107
O eerlaer 'pngelinck , die midden in ie baeren ,
Die midden in de cracht van uwe jonghe jaertn
Het vleefch hebt overheert . O haeve' van de deught !
O rader van de tucht ! O Jpieghel voor de Jeu^ht !
Wte can, gelyck het d.'e?:t, u weerden lof vermelden ?
O rots van eerbaerhejdt ? O Jofeph heldt der helden i
lV4e Pryfe nae den ejfch h vorfletj/ck gemoedt ?
O rechten Campioen ! O Ridder weeft gegroet .
Het isvoorwaereenenvoorfichtighen, eenen fuyveren, endenoyt tamZ"/'^'".
genoegh gepiefen raedt ende keus van jofeph geweeft : hy heeft lie- tam perm't'
ver gehadt lynen mantel in haere handen, alsfyn felven in een open- '^"i.iihidiait
baer peryckel te laeten . jfj'lf"/'^',
Hy en wilde oock met geweldt fynen mantel niet weder nemen, af'mi^.s.Vil'.
cnde uyt haere handen trecken gelyck hy hadde connen doen , meer- SeUHc.orat.% .
dcre macht hebbende als fyne meefterflè , maer hy was meer geruft ^ I/o/'M-
in het vluchten, hy gebruyckte de vlucht voor fyne befte wapenen -^ tal'lr»
naer het fegghen van den <» H. Bajilim BifTchop van Seleucia . mum yoübae
Hoort noch den l H. Hteronymiu : Den fuyveren y#/*^^ , feghthy, J^gyftia,fii.
omdat hem fyne meefterfTe wilde aenvallen, is uyt haere handen ge- |^*^ manibui
vlucht, gelyck van eenen raefenden hondt, op dat hetfenyn allenf- morjumrahi.
kens niet en foude voortloopen, heeft hy het cleedt, dat X'^ aenge- dijfm,£ canU ,
raeckt hadde, wech geworpen. "' pauUtim
Meeft alle de HH. Vaders , ende geleerde mannen , niet alleen ^'^it'^Zd.
Chriftene , maer oock andere Joodtfche cnde Heydenfche fchryvers tetigeratVab-
hebben dien fuyveren jongelinck Jofeph altydt feer verwondert , en- j'cit. s. Hier.
de ten uyterften verheven om fyne cloecke ftandtvalHgheydt in den '•!•"'»"•<«/<'-
ftrydt teghen fyne oneerbaere meefterfTe . c '"rudTmi„e
Wat hadde hy meer connen doen? Hy heeft haer altydt cloec- nondefpcxiftp
kelyck wcderftaen , op alle goede manieren verftooten , oock fyn Joftph . »>>»
cleedt gelaeten in haere handen , aldus door Godts beftieringe fich !""'"'"■' •
werdigh maeckende om met een purper cleedt van eere cnde glorie flr-vUulri-
daernaer gecleedt te worden. Het is het fegghen van den H. Paus mmmiedifti,
c Clemens^ . Soo fpreckt hy Godt aen : O heere, ghy en hebt Jofeph "t 'H't jE^^p,
niet mifacht, jae ghy hebt hem om fyne fuyverheydt, de welckehy '^cpu'^^oJ'mc'-
voor u heeft bcwacrt , den loon gegeven, te weten, dat hy foude retur/uperu-
worden den Prins ofte onder-Coninck van heel Egypten. Maer die ''" (JJe, <jui
overwonnen is van de onfuvverJievdt , en verdient geen bevel over f'<^'^fl J_'>"'i'-
de andere te hebben . _ P^^^. /,/,. g.
Soo vermacrt is defe eerbaerheydt ende fuyverheydt in de wereldt Co„,K,^poj}.
geworden, dat alle cerbaerc perfoonen, die haere reynigheydt foo hfcphumcu-
cloeckelyck voovltaen, den wecrdighen naem cryghen van tenen tin- ^''^'J^"^"^'
dcïcn Jofeph. 'UuyfNoi'
O i Den ,n ^dagi',1'
io8 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Den H. Gregorim Nat^tam,. fchryvende van eencn die fuyverlyck
leefde , fpreckt aldus : Jofephim cajhtate referehat , dat is : Hy toon-
de, dat hy was om fyne fuyverheydt ecnen anderen hfefh .
^ \Vederom, den vcrmaerden fchryvcr « Petrm Del-^htmn in eenen
situtinam van fvne. brieven wenll aen eenen jongelinck , dat hy eenen ande-
futitrui ei'tf- ren lofeph in fuyverheydt magh wefen .
mcdi , qiti i" Het fal,fooick meene, aen den lefer aengenaem wefen, dat icic
^tfa ZlèlTt"^ hier eenige loffelycke naervolgers van /a/ê/'/^i luy verheydt bybrenge.
Per. Deiphin. de welcke oock den naem van /ofej}h verdienden. ^^
lib.z.epifl.2.0. Het is genoegh bekent, hoe dat den b H. Thomas van A^inne)?in
,, , '' fy"^ jonckheydt fich gedraeghen heeft, alshyeene oneerlycke vrou- "
qitx ad u!e. we , die by hem gecomen was, met eenen brandt-ftock , wecii ge-
faStandam e- jaCght hc'eft.
jtü conll.ii.ti- letfulx leeftmen gefchiedt te fyn aen den H. Bemardm^ denwelc-
"iia erM^it^ö- ^^^" °^ ^Y"^ uytncmende fchoonheydt van eenige oneerbaere doch-
nefug.i^-h.tn ters verfocht fynde tot quaedt, fich terftondt op de vlucht begaf.
ej^<r s.Thom. Somtydts heeft hy diergelycke by nacht van hem gejaeght, metluy-
iii Breyuirio. ^^ j^^j^ rocpendc Latrones ^ latrones . Dieven, dieven.
shcitie Alter Noch meer is te verwonderen het ghene ' Bravonna eenen Reli-
Jorephm;<^«- gieufen fchryver verhaelt van den H.Vulftamu : Als wanneer, feght
riiUfivium, ^y ^ datter een vrouw perfoon edel ende ryck tot hem gecomen was,
tn'mlniiiom. ^'""^^ ^^'^ hacre quaede genegentheydt te kennen gaf , wat dedc
fefiith ha VuUlanus .' Haere onkuyllche woorden niet langher willende ver-
BravoDius in draeghcn , eerll; maeckende het teecken des H. Cruys, fprack haer
tita S.Fiilfi. ._ji(jus aen: Gaet van hier ghy brandenden llock van onkuyfcheydt,
dochter desdoodts, vat van den duyvel, aen de welcke hy terftondt
daernaer gaf eene onverwachte kaeck-fmeet, ende dat met fulck een
geweldt , dat den ilagh van alle canten gehoort v/ierdt > ende in het
leil, feght den fchryver, heeft delen H. man als eenen anderen lo-
feph metter herten de onkuylcheydt van dele vrouwe verworpen,
ende met de handc gellut ende overwonnen .
Eer ick dit capitcel eyndige, ick fal hier noch bybrenghen ee-
ncn anderen lof-ph^ lyn waerachtigh beeldt ende afzetfel, te weten
den eerbaercn Keyfer Bdénwus , daer verfcheyde hillorie-fchryvers
vim Ipreken, heel wonder, ende weerdigh om te hooren.
In het jaer ons Heeren i ic6. den Barbaenllchcn Coninck Joan-
nixM- hadde defen Keyfer in eenen llrydt gevanghen, ende nu meer
als een j.ier in eencn duyfteren kercker gehouden . Balduinm noch-
tans en hadde daer om noyt de rufte fyns hertc verloren , noch iet
verandert van fyn fchoon en foet gela'et . Men bcmerckte altydt in
fyn vervuylt lichacm iets verheven ende aenficnelyck, endefyn ilecht
cleedt ovcrdeckte meer fyn lichaem , als de Ts^eyferlycke groote acht-
baer-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. lOir
baerheydt ofte majefteyt -, noch fynen ongcfchoren bacrt noch lanck
hayr eii belettcdc niet fyn fchoon acnficht ende levendige ooghen.
Voorts het gefchiede fomwylen , dat dcConinginne de huyf-vrou-
\vc van Io,inniz,a , in het atwefen van haeren man den gevanghen
Kcyfer hcymelyck quani betbeckcn, eerfl:, foo het fch'^en, om hem
in fyn ongeval wat te troollcn , gelyck de vrouwen medelydigh fyn ,
maer allcnskens bewccght wordende om fyne fchoonheydt , ende
llandtvalligheydt des gcmoedts , goncjc fy dickwilder naerden kerc-
logr, hem by tyden door eenigc getrouwe dienfii-raaeghden wat be-
''tere fpyie ende dranck toefendende: Sy vraeghde hem oock fbmtydts
iet van verfcheyde dinghen, nu van Nederlandt ^ nu vart Franekryck^
nu van den oorlogh , nu van den llrydt van Adnanopelen , het wclck
haer alles den gevanghen Keyfer met eene ftaetigheydt in hetbefon-
der verhaelde ; daer-cn-tuflchen wierdt fy aller;skens bevanghen met
het fenyn van eene onfuyvevc liefde, het welck fy niet en belette-
de, maer fyncii gmck liet nemen; ten leften alle eere ende fchaem-
te afleggende, fonder dat Ba/dnixw ergens van achterdencken fchecn
te hebben, geeft hem op ecnen dagh haer hert ende meeninge recht
iiyt te kennen. Het iuyver gemoedt van Ba/dm>ius ilondt hier ver-
llelt. Maer om dat haere Ipraccke was van trouwen, by heeft f/ne
gramfchap ingehouden, ende aen defe Princefic die machE hadde o-
ver fyn leven vriendelycker , als haer onfuy ver gemoedt verdiende,
liever willen antwoorden
lek wenfte , feyde den Keyfer, dat ghy Keyferinne waert , niet
Meen va.nConJ}aminopele>7 , maer van heel de wereld<; maer dat ghy
my verfoeckt voor uwen'man, dat en magh immers niet fyn, veel
min mooght ghy my trouwen , om dat de Chrillene wet dat ver-
biedt ; maer fcght de Coninginnc , men is gccne trouwe fchuldigh
aen die de felve breekt . Doch nacr veel woorden tuflchen malckan-
deren , de Princcflè heel geiloort, lek weet, fcght fy, wat my te
doen iVaet ; ofick quaeJt doe, ofte niet, daten is uwe iorghe niet,
maer de myne ; ghy die van huyf vrouwe ontftorven fyt , mooght
eene andere kiefen , voerders ghy fyt mynen gevanghen ende my-
nen dicnaer, de reden niet alleen mier den noodt, die geene wet-
ten en heelt, dwinght u te gchoorfacmen aen uwe meelterfle; dan
als racfende , ende uyt den kercker haer vertreckende , dreygde hem
met de doodt, ten waer hy haeren wille toeftemde .
BaUmnm dit alles hoorcndc en was niet fonder vrecfe van de doodt,,
ende niet fiende , hoe hy het gevaer mochtc onccomen j evenwel
Helt vaft , liever te derven , als haeren vuylen lull: in te volghen .
Hier om badt hy Godt dca hcelcn nacht , op dat hy hem in iyn
cerbacropfct wilde verftercken , ende haer van fin doen veranderen .
O 3 Dea
HO DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Den dagh was quaclyck vcrfchenen , of de Coninginne was wede-
rom in den kercker, van finnen noch niet verandert fynde, als dat
ly nu meer tot wraecke genegen (cheen ; iy en gaet hem dan niet
aen met bidden en ImeeckeYi, maer met de alder-wreedtllc drcyge-
menten, doch al te vergeefs, den Kcyfcr Balduinm blyvende ftandt-
vaftigh , ende cloecker als te voorcn. Wiens ftandtvaftigheydt de
Princefle weder bemerckende, nu met meerdere wraecke ontllekea
loopt als raefende uyt degevangenifle, om haerboosbefteeck teghen
hem uyt te wcrckenj fy loopt met langhen hayr recht by haeren
man loannit^a , crytende ende fterck roepende, ende van den Co-
ninck ge vraeght fynde, watdatter gefchiedt was, feghtfy hem recht
uyt , dat den gevanghen ende goddeloofen Baldmtnu haer met ge-
•weldt was aengevallen , om tot oncere te brenghen , ende dat fy
quaelyck uyt fyne handen was geraeckt . Het was genoegh voor ee-
ncn wreedea ende barbaeren Tyran . Ende hy was nu noch meer
aengeweckt door de jalourfie , om hem te ftraffen met de doodt ,
gelyck BaldutnHs oock vreefde , ende fiet op den ftondt wordt hy
veroordeelt om te fterven , ende eerll tot fpot ende fchande geftelt .
loanniï^a nooól eenige van fyne principaellte hovelinghen aen fyne
tafel , alwaer hy hem uyt den kercker doet verfchynen . Den ge-
vanghen Keyfer met ketenen gebonden wordt van alle de ghene,
die aen tafel faten, uytgelacchen , ende tot fpot geftelt, het welck
gevoelycker was aen het keyferlyck gemoedt als de doodt felvc .
Evenwel Baldmnus verdroegh alle defe bcfpottingen ende lafte-
ringhen met eene wonderlycke cloeckmoedigheydt, llch noch ver-
weckende, om noch meer te verdraeghcn-, iteunende op Godt en-
de fyne onnoofelheydt , maer de grammoedigheydt ende wraeckgie-
righeydt van den boofen tyran en was hier mede niet voldacn : want
Baldmnus fich te vergeefs veronUchuldighende, ende al het mildaet
op de Coninginne felf leggende, wicrdt wreedelyck omgebracht:
Eerft dede hem loanm-^a voor fyne ooghen handen ende voeten af-
cappcn, dan fyne armen endcbeeuen, endedaernaerfynellendigh en-
de noch levende lichaem met de afgccapte litmaetcn voeren tot ee-
ne llinckende valleyc daer de doode honden ende peerden wierden
geworpen , om noch te dienen tot fpyfe van de heeften en van de
voghels. Drye daghen lanck heeft alduerdencloeckmocdighen ende
eerbaercn Keyfer gcworftelt, niet met de heeften , die gelyck uyt
cerbiedinge tot hem niet en quaemen , maer met de doodt , vol
van hooe fynder faligheydt, de welcke hy wel wille, dat Chriftus
fvnen v^rlolTcr door fyne heylige doodt ende ftoiten van fyn dierbacr
bloedt, voor hem hadde verdient, daer om oock gccrn opdraegen-
de 'i'^jw leven, het welck hy cyudighde in het 2 f. jaer iyns ouderdoms .
Den
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ut
Den Tyran Ioanniz.a fyne doodt vcrftacn hebbende, dede hy ter-
llondt-hct vel van fyn hooft aftrccken, endehet hooft by hem bren-
ghen, het welck hy met goudt bertacghcn fynde in vcrfcheyde mael-
tyden placht te gebruycken als eenen beecker, uyt den welcken hy
voor fyn felven niet veel goedts en conde Avaer-fcggen , jae veel quaedts,
immers niet gclyck den eerbacren Jofe^h uyt iyncn beker gewoon
was te doen .
Hier fict men in defen Keyfcr Baldatnus een waerachtigh beeldt
van onfen iuyveren Jofeph, jae als ccnen anderen Jofeph , die oock
defc ontuchtige Coninginne foude gevlucht hebben, waer het in fy-
ne macht gevvcert, maer evenwel Baldmntu heeftfe metter herten
gevlucht fclf totter doodt , den welcken daer om met Jofeph altydt
lal blyvcn in cere ende glorie bv Godt , ende by de menichen.
Voorts nu fiil ick van die uytnemende deught van fuyverheydt,
die noyt genocgh en can gcprefen worden , wat breeder handelen
in de volgende lede-lcermge, ende daernaer in de naervolgende van
de overgroote booshcydt van de onkuyfcheydt ter oorfaecke van de
onku}lche meelterflè wzn Jofe^h , diehy cloeckelyck hadde verftoo-
ten.
S E D E-L E E R I N G E.
I. $.
P^an den verheven lof 'ijan de deu^t
der juyverheydt .
E weerdighcydt van de fuyverheydt ende maeghdelycke rey- ^ ^'^ """
nigheydten wordt gcmeynclyck vande wereldtfchemenfchcn ^y^'re^'nol
foo feer niet geacht , nocli verheven , als fy wel verdient, te
terrenti Tit.t
D
principaclyck om dat fy van de fclve geene kcnnifie genoegh en heb- ^Z' M '^'^^'-
ben, hier om fal ick hier trachten haere cere ende lof wat breeder ^-'''' ^•^^^)'^^
ji 11 Jerm. 145.
voor te itellen . . bay?;>.«.i
Defe deught, om dewaerheydt te feggen, enfchynt gcene aerdt- "^«^^ nefio
fche deught te wefcn, fcghtden " H. Chnfologns ^ want te leven in V'^'fi^f"-
het vleefch, ende boven het viccfch, is meer een hemelfch leven. TÈMbbliè-
Soo dat men feggen mag met den '' H. Brfilius ^ dat de luyverhcydt yhg.^^o ^«.ï
ecne befondere verheventheydt in haer felven bcfluyt , ende boven p'M'rieflca
de nature der menfchen fchynt te wefcn , die hier om alleen lof- -'''' ^""""""^
wecrdigh is, ende met reden altydt feer groot geacht in den hemel Tmmoru'lTJj'h
en op der aerdcnj naer dcgetuygenif]'e van den c IVyfemnn feggendc, memonu iii,.
dat een fuyver geilachte ten uvierftcn fchoon is \ ende haere ee- "* • •j»"»''"»
oach-
• 112 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
'*''d 1'^.!^ e' '^^'^^^tehiflc onflerffelyck by Godt ende by de menfchen.
5" '".'!)""'. Siet eerft, hoe die wccrdige ende onll:eiifel)cke fuyverheydt van
.1 Pnmayir- der eeuwighcvdt vereert is , ende geiicylight m de H. Dryvuldig-
^h,'n.ts,pnr>u heydt feit', in de welcke altydt niet als fuyverheydt en is geweeft .
^m"è'-..hnuu. ^'^" ouden .1 Tertt'.!lt'.in:u noemt defe dcught met reden de eerlle
cnedecaftiti. deught , als Van der eeuwigheydt van Godt comende, ende het eer-
te.c.z.h ci,ri. fte cude verhevenllegeluck van de Enghelen, die inden hemel voor
^Tl^Ifi'^'oV -^^^^ ^" fuyverheydt gefchapen fyn .
ii.imentum''Xt Macr daernacr is dcfe deught befonderlyck oock vereert ende ver-
qui non modo hcven gewecll van AcnSone Godts, die in lliyvcrheydt van fynen f«-
ex pairccitra ^g.. comcp.dc, hecft oock door de uytwcrckinge van den H.GheeJl
TenUtl'''fède. foiïder vader nyt eene fuy vere moeder willen geboren worden , ge-
tmm airnem lyck wel bemcrckt den h H. Damafce-ntu ^ die Chriftus daerom noemt
exVnpne ft- Jg eerc ende het vercierfel van de fuyverheydt. Chrtfiia virginnatii
jentli/fe"m- Den c H. Ambrojitu feght van gelycken,*dat dit is den eerftenen
nthitinunmis den meellen lof vau defuyverhcydt , te weten, om datdenfone Godts
abfoiiiur» menfcf\ wordende uyt eene maeght wilde geboren worden .
Tijéipfolfté- Van dien tydt af is den ftaet der fuyverheydt ende maeghdclyc-
derit.s.D-im. kc reyuighcydt op dele wereldt befonderlyck verheven ende t^chey-
iib.^.dejidec. light gewceft vau Iefi4i ende van fyne moeder Maria voor aiie de
'I' '^ceUb^'tn g'""^"^» '^'^ h'J" '" fijyverheydt wilden naervolghen; ibo dat den fo-
"damyh^n'ii. ne Godts op de wsrcldt comende, gelycic den d. H. Hie, onymi-^ i'cght^
tatK glmam eenc nieuwe familie ofte vergadennge heeft ingellelt , om , gelyck
plus conferre j^y -^^ jgj^ hemel Van Engelen wierdt gebeden , oock fyne Engelen
^,u"'neiT'Te ofte maeghden foude hebben , om van die oock in de werelut geëert
-virgmenafe- tC Wefen .
m«)-.S.Amb. jyjen j-nagh dan met reden fegghen met den e H. Cyp-iarms , dat
itinflit -vtTg. j fuYverhevdt der menfchen hier op deaerde als eene llifter is van
minm y'irgi- dc fuyverhcydt der Engelen , gemerckt dat ly gerekent wordt van
nit.ium m de familie der Engelen .
po-,H!>,atre |^gj. j^ fekcr , dat de menfchen op defe wereldt in de bedorven na-
Toluii'jfanm ture tufTchen het vleefch in fuyverheydt levende oock Engelen fyn ,
JjilmsVe, feght den f H. Baftluu ^ jae geene gemeene Engelen , maer van de
-• fitper tcrram yerhevcnfle cndc edeltle gecilen.
„oyam fam,- -p ^ Bemardw feght het noch claerder met defe woorden :
ti<it,:ftqiiiub De fuyverheydt maeckt van eenen menlch eenen Engel > ende lit dat
^ugeluado- Jg fuyvcrhcydt van eenen Engel geluckiger is, men moet evenwel
raUtnr /» fpggen , dut de reyni<2;heydt van eenen menfch tuflchen alle de pe-
f<£/«, halier el öO 7 .( cj j i
^ngeloi(jrin . . ^ .... ^)'C-
terris. S.Hieron. ep.-iijti £iiJlocliium. e F'irginna-sforor ^ngelorum quhijam in term non mibendo defumi.
lia ^n,reli,adtpHt.u,<r.^.CypT.l.deyi;j. t Qui yirunitutcm fery.iiit , ^tigeli jhnt iinjrne , ^ngeliq;
fitntnonchj.uri, jcdfiint illitjhes V miilijfmii.^Alii.deyirg. g C.tftit.u ^ngehon ^de homine JMit, C/~/
\ ■ingUiiAplOf feli.ior , hemi/iff ttunm fvriiar ej]c iogiiojatur. 6. Hem. cpijlvU 42.
3
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 113
ryckelen des vleefch , veel cloecker ende flercker is , van weickc
aenftooten de Engelen vcrloll fyn .
Ende dien luyfter ende vcrcierfel van fuy verheydt , fcght den Cel-
ven a H. Vader, is foo verheven, dat dchciucllche geellenlicc hey-
lighlyck benyden . " Y^ngeUn l,a-
Het getal van de fuyvere ende Engelfchc fielen was hier voor- ^"l^'"^'"""'
tydts ontelbaer , ende noch heden hoe veel en fynder niet, die de- nem.Omatus
Ccn (laet acnveerden, ende in den felven door Godts gratie met vol- tHepetefl^n-
doeninge ende vryen wille volherden. geltscjje odia-
Hoort maer ecnige HH. Vaders van het groot getal der maegh- i"j_ ^™ ^^'
den fpreken in de eerile kercke j dit fyn de eyghen woorden van b
den b H. Cyprianm : Dc wereldt is vervult van de ghene, die in fuy- -^« /;.ii;'(«
verheydt leven'. yirgmK.
Den c H. vfw^-o/?»^ fpreckt aldus : Alle jaeren fynder veelê maegh- i_a<. i.de
den, die hacr in de kercken van Alexandrien ^ van Afriketi ende van yirgmit^ite.
heel den Oojtcn aen Godt opgedracghen hebben . ^
Den d. H. AumjliuM getuyght , dat den ketter Fanflits de Catho- i i' "'"'''*
lycken verweet, datter loo veel maeghden, jae meer maeghden als e
vrouwen waeren, ende datfy vandeBiOchoppen tot dien flaet wier- •^'» Bibüothe-
den verweckt . "''• 3*^-
Den oudt-vader «■ Theodoretiu Biflchop van Cy^ria fpreckter oock
aldus van : Oojlen, Paleftynen^ Egyften^ Afien^ Pontm ende heel
Etropa is vol van maegliden , want naer dat Chriilus den maeghde-
lycken rtact heeft vereert , foo heeft den maeghdom aen haeren
fchepper geoffcrt welrieckende bloemen , die niet en verflenfTen .
Soo groote mcnichte van maeghden moell fonder twyfel aen Godt
ten uyterden aengcnaem welen , gemerckt,oock , datter fommge
van den hemel tot de fuyverheydt verweckt fyn. Snnm in de le-
vens der Heylighen verhaelt op den f- van de maendt November van
è,c\\ H EmmericM fone van den H. Stephanm Coninck van Hongarj-
en^ dat foo wanneer hy eens befigh was met bidden in de kcrcKC
vanden H. Gvegonm ^ om teverftaen, wat hy doen moeft, om Godt
meell te behacghcn, hoorde terftondt dcfe ftemme : Pritclara res efr
virgïnttas : Itacpte mentk & corporis virgineam tntegritatem a te exiqp j
hanc ojferdi Deo , & in ea conjianti animo perfevera . Dat is : De rey-
nigheydt is eene treffelycke ende verheven faecke: Soo dan ickver-
foeckc van u eene maegdelycke reynighcydt van fiel ende lichaem >
offert die aen Godt , ende tracht in de felvc te volherden . Wclcke
llemme hem foo het herte raeckte, dat hy terllondt voor hem nam,
altydt in fuyverheydt te leven ende Godt te dienen ; doch f )o den
Coninck fynen vader hem verweckte om het houwe yck te acnveer-
den j was hem daer in wel gehoorfaem , trouwende cenc feer edele
P ende
114 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
ende deughtfaemc Princefle, maer leefden daernacr te famen in eeu-
\\ige fuyverheydt.
A'Ien verhacit oock van den H. Gregorins Na-^iatr^enus , dat twee
fchoone macghdcn uyt den hemel connende, hem openbaerden van
de welcke de eene hem feyde , dat fy demaeghdclyckc reynigheydt
was, hem oock verweckende, dat hy dien luyveien ftaet foude be-
leven , gelyck hy oock dede, den wekken oock daernaer menige
andere met woorden ende wercken daer toe heeft verweckt .
Defe reyne deught is felf by de heydenen altydt in groote weerde
geweelf , de wa^lcke hun lieten voorftaen , dat de fuyverheydt iet
goddelyckx in haer mocile beüuyten, ende aen de Goden fcer aen-
genaem w^efen j oordeelende ter contrarie, dat de onkuyfcheydt verre
vervremt moeite lyn van den dienlt der Goden, volgens het gemeyii
ge.'.enck-^preuck van alle natiën .
AD DEOS GASTE ADEUNTO.
Dat is ; Gaet fuyverlyck tot de Goden .
Eenen latynfchen Poet fpreckt aldus: Cafta ^lacent fu^erU .
Het welck men aldus can verdu) tfchen .
Het leven van een fijver maeght
Oock aen de Goden feer behaeght .
Naer het verhael van Clemens Alexandr'mus lasmen op den ghevel
van den tempel van de Afgoden in Epdawus defe woorden :
EJfe decct ^urum^ fanüi qut limtna tem^li
Innreditttr .
Aldus can het verduyO; woorden .
Dat teder een dtt wel verflaet :
Een reyne Jiel maer binnen gaet .
Maer nergens meer en heeft de fuyvcrheyt in weerde geweeft als
by die van Ronmen . Numa Pompilius naer Ror/mlns Coninck geftelt
van het Roomfch ryck hadde bevolen, dat het heyligh vier opge-
dracghen aen de Gndmne l'efla altydt branden foudc tot voorfpoedt
ende bcwaerenide van heel het ryck > hier toe hadt Jiy gcftclt ecni-
ge feer edele dochters, die altydt daer voor forge foude dracghen,
maer die moeften altydt leven in reynigheydt , de welcke naer den
narm van de Goninginne Vefia Virgmes Veftales genocmt wierden ^
de maeghden van Vef.a.
Men moet nu voorts weten, dat defe maeghden door Coninckx
bevel van alles wel wierden voorfien ende prmcelyck onderhouden .
Sy waeren boven dien begacft met menige voordeden, ende feer
geëêrt van een ieder, oock vanGonmgen ende opperlk Magiltrae-
ten , enckelyck ten opficht van haere fuyverheydt .
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iij-
De Roomfche Borghmeefters ende bevel hebbeiis van heel het ryck ,
ende verwinnaers van 's ryckx vyariden, als fy in vollen triomph haer
teghen qiiaemen, weken voorde felve, haer plaetfe maeckende, om a
te paderen, met bewyfinghe van alle eere. Soo getuyght den '^ H. ^^'^'^ populiu
HieronyrrtM , qua^^'*'h
Voorts op alle de theaters hadden fy de eerfte plaetfe , ende fiilck re ■\-irgin't
eene macht ende autStoriteyt , dat de ghene, die de doodt plichtigh yeftaUstabu'
waercn » fekerlvck door de vooripraecke van defc maeehden daer ^''"' '''"•: "f •
van verloit wierden. Conj„ies er
Jae als den broeder van Clandia eene weerde maeght onder de imperatores ,
J'eflales teghen het gcbodtdes volckx fich in triomph dcde voeren ^'""'mbut
naer het Captolmm den opperften tempel der Goden , ende Clatidia f^'X^^TJ""-
op haeren waghen hacren broeder volghde, niemandt van het Ma- derefolmjïni
giftraet heeft den triomph van hacren broeder derven .ftooren ofte s.Hier./;i.i,
beletten , ende dit om de teghenwoordigheydt van fyne weerdige 'i,"""^ ru'f'
1 U leer . -virgo 'i-efi.ilit
A/Iaer dat de glorie ende majefteydt van die maeghden boven mae- <«»' "vfuj^i.
tenverhefte, was, dat de edelfte dochters van heel het ryck met '"""'^ ft"py
alle neerftigheydc hun uyterfte belle deden, om de plaetfe te be- wl /"'«ct
comen van die maeght, die geftorven was. nuarts idt»
Jae volgens de getuygenilTe van Smtonim , den Keyfer Augttflm '"■■'•''doTybe-
hadde gewenft, datter eene van fyne nichten in de plaetfe foude ge- 'p"ob7ndlm
fteit geweeft hebben van eene overledene. fuam pudiciti-
Wedcrom alle de twillen tuflchen de fteden ende gemeenten, "m fertur cm.
dier voorvielen, wierden tcrftondt eeflifi door de voorfpraecke van ^"^'' '^"'^'Jf"
dele maeghden . «,;7/M/riw«
Ende als fy uyt haeren tempel ofte uyt haere gcheylighde woon- nequiyerant,
ftedc te voorfchyn qiiaemen ergens willende gaen, wierden fy van S. Hieronym.
menigh trcffelyck volck vergefelfchapt, ende veelc tceckens van ee- /f„^z./ir"^
re ende glorie wierdender voor gedraeglxen . qi<.m.'m injlg^
Jae Godt felve fchvnt haeren lof met mirakels vereert te hebben, »« yirgmuM
gelyck feght den ^ H. Ihcronymus . 'fi.' ^ ■*"■£"
lierit moetmcn weten , dat die maeghden op itraitc van de doodt umdmn.itio.
in fuyverheydt moeden leven, ende foo het eens gefchiede, leght s.Hier./ii.i.
dien H. Vader, dat Claudia eene van die maeghden in achterdenc- """'"'' Jo"»"»-
ken was gccomen van onfiiyvcrheydt, fy heeft tot beveftinge haer-
der iuyverheydt, een groot fchip met het beeldt daer in van de Go-
dinne Id.Aa^ het welck inde diepte van den Tyber hadde blyven vatl
liggen, alleen met haeren riem voortgetrocken, het welck veel duy-
fendt menfchcn niet en hadden connen verroeren .
Den felven c H. Hierofiympu , den H. Augtijimits ende meer andere
feggen datter behalven é^tVejlaUs noch cenige andere maegRdcn ge-
P z wceit
115 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
PerfidtM Sy- weeft fyn , Sybillen genaemt , endè om haere reynigheydt van Godt
*'"'' Qs"" ^^ö'^^'^'^ met den geeft van Prophetie. Dit fyn fyne \voorden : Wat
xXva iQöj. ^^^ ■'^'^ feggcnvan de Sjbillen , wekkers lof-tecckcn is geweeft de
j.:mM ^469. reynigheydt, endeden loon des felfs, de wetenfchap van veel dinghen
Ciimana 3Ö- jc vooricggen , dc welcke in verfcheyde ecuwen ende landen veel
^li/m'XÓ'it gsfpi'ok^" hebben van de comfte ChrilH , van fyne geboorte uyt ee-
tMid'3840. nc maeght, van fyn leven, van fyne doodt cnde ven-yfleniire , ende
Fhrypa ... van veele andere waerheden van ons geloof, als of alles uyt het H.
TjWf/jMip- Evangelie waere getrocken. Eenige van die voorfeggingen fyn ge-
yfl s7byloM- fchiedt ontrent twee duyfendt jaeren voorde geboorte Ch tl fti . Uyt
crt289i De/- al het welck feght den H. Hie.-onjmiu dat de fuyverheydt by ver-
fhica...Cym- fcheyde natiën onder de heydenen van Godt is vereert geweeft ver-
T''l"b/ea'. ''^ ^°^^" ^^^" fedelycke deughden.
titaieDi-i.c.6 Voorts die eerbiedinge van de reynigheydt en is van Godt niet
b i{ex Per. alleen ingedruckt geweeitin de gcmoedn-en der menfchen, endefeer
famm inten- gj-Qot gcacht van dc hcydcncn ten opficht van de ref?a/es ende Sy-
ciirijfUnóV/- ^^l^e» > maer oock ten opficht van veele andere maeghden tuflchen
tucultu di-vi- haere vyanden felfs.
no fuiratas, Hoort , wat den a H. -^«^«y?/>7/« metverwonderii\ge feght van het
'£t^reü^'. loffelyck werck van Alaru^ Marcelhis ^ als hy de iladt Sjracnfa in-
cni fervire gcnomen hadde , eer hy de ftadt in triomph foude intrccken, hadde
morefHo,imUo hy op grootc ftraffe aen fyne ibldaetcn verboden, geen het minfte
yetante prtce- jg^^ j.^ (joen acn alle de maeahden, ende belaft de felve in haere eer€
*;f.Ainmian. , ^
lih. 18. tc bewaeren .
c rngines Niet min prysbaer en is het ghene , het welck b Ammianni ver-
prerebquHo- ^aelt van cencn Coninck van Perjien , den wekken overmeeilert
memc^Ji/pa- 'icbbende eenige veftinghen vjn die van Roomen ftrafielyck aen fyn
ter tuut Con- volck bclaftcdc , datmco alle de Chriftene maeghden aen Godt op-
fiatinm ^«- gcdraeghen , in haere volle eerè ende rufte aenguende haeren god-
^lohlCdtS. delycken dicnft foude laeten .
Athanafius'.;» ConflantinM den Keyfer nu Chriften geworden fynde hadde oock
apoiogia ad alk de maeghden in eene alder-meefte ecre, gelvck het blyckt uyt
Coitfi.tntiiim . gg,^ fchrift van den c H. Athanajiiu gefondcn aen Conjlantttu nu Key-
hcnonimn""- ^^'' "'i'^'" "^^ doodt van ConJiantiuMi fyncn vader, den wekken voor iy-
gines perfe- ïxt doodt ikh liet voorftacn , gelyck EufcbttM khryfr j dat Godt fynt
queb-itur , woouftc hadde in de ficlen van de fuyvcre maeghden , de welcke
quodiiie.inim | ("elven acu dc eoiidelycke maiefteyt hadden onsedrae^^hen .
vtfn.i ,is De- . & / J .' tö o
Hmiffim,i:ii Het en is dan gccnlins te verwonderen , datter ioo menige verihm-
feconjeLrur^t den gcfpeslt hebben op den lof der maeghdelycke reynigheydt, en-
tnhahit.tre ^^ getracht defe hemelfche ende engellche deught met veeldcrhan-
'öTus! ^V"(/f de finne-bcelden ende gelyckeniflen te vercieren eude te verheften.
c
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 117
Ten eerden den -^ H. CyrUliu heeft eene reyne ende fuyverc maeght ^andiL» "'^
vergeleken met den Phe?nx^ diemeafcght alleen ende fonder pacr te 'generare me
leven, alleen vruchtbacr wordende in fyne doodt , als wanneer hy ipl"i",^cum
uvt fvn cvchen adchen 'comt te verrv'en ende te herleven;- ende dat ■y''/" -"l^""!^
is alle lyn vreught ende geliick , dat hy fyn felven aldus wederom yerm^femper
can voortbrenghcn, als een waerachtigh beeldt van fuy verheydt . yivo-, cinh»-
Den H. Cyrt/i'm dede den voohel'Phenix aldus fpreken : Inmvata *''"* "'" "'
r- r^ ■ ■ *■ Jiirreciionis
;v/«;;go . Dat IS : C . ji„cnej}yhi.
Siet hoe ick tveder leefj ■ fiatm-ritx no- ,
En my het leven geef. yx,o'fiimj1o.
Aldus leeft in volle blydtfchap eene reyne maeght fonder gefel- '' '"/'""f"
fchap, ieght den lelven H. Vader, de welcke als eencn brandt-ofter Cyrill. lib.^.
aen Godt opgedracghen iynde , ten lellen in het vier van fuyvere '^f'^l- moral.
liefde ftcrvend;-, ploncufer haer felven voortbrenght ende verryll, om ^ in^omijt-
altydt gcluckelyck te leven . Innovata refurgo . fcrxt<esfi<r„,.
Andere fchryvers vergelycken de maeghden met de fuyvere Bien ^ /i.uiur, quiA
de welcke oock met rsden een fuyver voorbeeldt van de fuy verheydt 'Pi" '^'""'»"
^ en genoemt worden . , ,, .. ..rner ' ode-
h Pliitarchus eenen heydenichen Ichryver fprcckter aldus van: De nr.u. Plut.'
ongefchonde fuyverheydt worc^te kennen gegeven door de Biën , '» /"•■«'^» '"»ƒ•
om dat fy eenen naturelyckei^flveer hebben van alle onkuyOche <^^^2''^'■•'•-^•
mcnfchen, ende de fjlve vluchten, ende in tcghendeel gcdient fyn c hi<rna-vir~
met de fujvere, volgens het ghene datter verhaelt wordt te ren-o- ^mitM, ^ȣ
füi gefchiedt te fyn in cenige bicckens, de welcke door- eene cleyne •'p'l"i"-'<""p'>-
openinge van eencn muergeraeckt fynde, gevonden v;ierden by twee brofius ""'
lichaemen van geflorven maeghden , daer maeckende haeren loeten a ^'pes ex
honinck-graet ; het welck 6. jaereii nacr de begracvenKTe in het o- diyerfffimif
pcnbaer quam , als het graf door den blixem om verve wicrdt ee- ^''''"'jif*'"
,- Ia ] 1 r JJ1-- <.'-' niUiirh;dep.i-
Imeten. Met reden niagh men leggen, dat de bien eene naturelyc- fl, tant:immo-
ke genegentlieydt Hebben tot de fuyverheydt > ende die dacrom al- doficresinal-,
tvdt fe.er bequaemelyck fyn gehouden gewecft als voorbeelden van '>"''"■''« "»_»<■-
de fuyvere lïclen, het welck oock wordt bevelticht van den ' II. Am- 1"''/""^' V"
brofua., leggende, dat de reynigheydt daerora verdient met de biec- m.ibnibe>Hji.
keus vergeleken te worden . '<<> "pes exe~
Den oudt-vader d Cr^'/^ww verclaert dit feerfrav uvt het wefenen-. ""y- 1"/''.'^-
de voortbrengen van de bicn. De bien, feght hy, orenghen uyt de anitnantib,:.?
bloemekens het foet fap naer den biccorf , uyt welck lap ten lellen f-'brkAurhri.
andere bieckens voortcomen , daer nochtans de minfle overecnco- ""'f"'"'""^'.
min2:e niet en is van de cruyen ofte bloemen met de biën ; maer men 'l-, c^cr,"„[i' '
can lichtelyck verltaen , wie datter den Ichepper van is , te weten m p/.d. 5-.
den fuyveren ende almogenden Godt . Men fict hier niet anders als
uytwerckinge vau enckele fuyverheydt.
P '5. Dea
ii8 DEGODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Den vermaerden Poet Fi>^27/V« fpreckter öock van in defer voeghen.
Illiim adeo placnijfe apibm mirabile morem^
Qjtod fjeo coiiCHbitii indsdgant , nee corpora fegnes
hl venerent fokümit^ a-.tt fcetns fiixtbm edtint :
Ventm ivft foliis natos ^ aitt fttavibiu herbls
ore legmn j i^fi regem , parvofqae qtnrites
S^jficiunt , anrafqne^ & cerea regna refigian ,
Het welck ick in een duytfch ryin fal trachten over te ftellen .
V Is vremt voor ieder een , meefl voor d^ onnoofeï' Itekens j
Te Jien het fi-tyvsr ri'erck van al die fijvre biekens.
Elck leeft ^ doch fonder paer , en d'' een brenght d" ander voort -y
Een faeck niet veel gejien , een faeck niet veel gehoon ,
Siet eens ^ ie rc^ne bie het fa^ der bloemen rae^en ^
En daer ujt op fyn tjdt veel and" re hien gefchaepen .
Van V bloeme fap de bie en van den damx/ oock leeft ^
Waer nyt fj door Godts wacht aen ander 't leven ^esft ,
Daer ü geen minfle liifl , blyft ftqver als te voor en ,
IJjt d' ongepaérde bie fyn d' ander nytgebnren .
Siet hier het eyghen beeldt van el^ reyne maeght^
IVi'ens Jiel in Godt maer rttfl , en heel aen (Jodt hehaeght .
Een fchoonen glans des maeght is V ongefchonden leven ^
En V wefen fonder vleck van Godt haer vigegeveu j
Den arbe'ydt is de vrucht van haeren maeghden flaet ,
Een vrucht^ die altjdt bloeyt ^ een vrucht^ die noyt vergaet .
De vrucht is fonder fmert ; niet can de maeght vervoeren ,
In Godt fj '/ al verwint , die met als vreught can haeren .
Voor 'r left de fitjver dracht van cC onbevleckte maeght
Haer fuchten fjn tot Godt , die fy in V herte draeght .
Gelticlzigh is de maeght , uyt fuyverheydt gedreven ,
Die als een bie voor Godt haer Jiel hem comt te geven ,
Oock Godt fyn bruydt bemint , die als een hieken leeft ,
En met haer rejnigheydt aen Godt haer overgeeft.
Laet H van V wereldts hifi o maghet niet bedrieghen ^
Wilt liever '.f hemels hof als eene bie door-vlieghen ,
Leeft daer van V pnver fap , en dat tt reyne vrucht '
Uw' fpraeche zjy met Godt , dus ghy nacr d' hemelen vlucht .
In defen fin fprack den H. Ambrofuu de maeghden vergclyckcndc
met de fuyveve bieckcns, beter als Plttarclau , Falerms ende Virgtlms ,
die den aerdt van de biën wel getracht hebben te bcfchryvcn, maer
niet gehouden voor eene engeliche dcught .
Om
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iip
Om de weerdigheydt der fuyvere maeghden noch meer te ver-
heffen fommigc minnaers van de cngelfche lu) verheydt hebben de
felvc verciert- met leli-cranjj'en , ende met de lelie vergeleken .
De lelie, fegghen fy , is onder de bloemen van alle tydenfeer ge-
acht geweell: om haer uytllckende wit couleur, aengenaemen geur,
ende fchoonheydt .
De oude Poëten hadden vcrfiert, naer het Teggen van den E. P.
Benedict. Perrerms van de Socivteyt Jefu in fynen j-f. bocck , dat de
lelie-bloem om haere fchoonheydt genoemt wierdteene conincklyc-
ke bloem, voortscomende uyt het Ibgh van de Godinne Juno, maer
die fabels ende verfieriels daer laete'nde come ick tot myn opfet .
De fchryvers feggen'datde leliën altydt gehouden fyn geweeft
als voorbeelden van de reynigheydt, foo om dat fy voortbrenghcn
hcele witte bloemai , als om dat fy niet en moglien aengeraeckt
worden, want fy door het acnraecken riet alleen en vcrilen(]èn, ge-
lyck de andere bloemen, maer oock vcrlief.n hacuen foeten geur.
Nu moeten wy de HH. Vaders van üe luyverc ende witte lely-
blocm hooren fpreken . ' ^. ^^^'^'-^ IP^-
Voorcerft den .> H. Amhrojlm ajtydt foet-vloeyende in fyne woor- ^^Irl'^esJuL
den, feght, dat door de leliën befonderlyck verilacn v.'orden defuy- ri,mej} jj^ien-
vere maeghden aen Godt opgedraeghen , wekkers maeghdelyckc '('dai^imma'
reynigheydt heel fay ver ende onbevIccKt is, ende dat fyn maeghden, ^"j^j'^s^Tf"
die heel fuyver fyn naer fiel en lichacm , lUchtigh in haeren han- hioüehi/nt.
del ende manieren, cock wel geichickt in haere cleederen . tó;»/?/. c 15-.
Den l- H. Grei^ontu i\-\(renm le"ht ü^i^ eelvckenilTe oock fcer wel ^ /^crLtli-
uyt: Eene lely, leght liy , u)t den wortel vogrtsccmcndegroeyt heel ^i,„mfi ^or-
om hoogh, aldaer eene Ichoone witte bloci^ voortbrengende, verre nrcnuitade.
van de acrde , op dat haere fchoonheydt niet en fouue vermcnght ""^^ /"'■<''" 'J
worden met eeniehe aerutichc vuyli,'i;heydt . -i-ertue^ pro-
,^ , J ^ -^ ^ jert , n term
Soo verheft haer de reyne licle der maeghden veiTe boven al dat dijhans „imi-
aerdtfch is tot inden hemel ,^ lot het wit fuyver lammeken haeren '""»'' «f;-»/-
bruvdcgom 7f?/7^ niet willende de minde gemeenfchap hebben met ""'''.'f" *'''**
de ünnelyckheden deler wereldt. ,, „,.,„(,^t -^
Ick lluyte defe gelyckeniffe met het ghene, datter overquam aen tcrrxiommrx.
den broeder '!,4Lgidim , derden difcipel van den H. Franc.Jcm . Een "'""■»''»"'«-
fekcr eelecrt Reli2;ieus uyt het Orden van a&w H. Domnncus en con- '^^!^!v"} '''
de niet wel vatten, hoe dat de H. moeder Godts Ma, ia raaghet ge- ;« du.
bleven was in het baeren, ende naer het baeren . Broeder i/£_«/<af//*f
door Godts befiieringe viel in defamen-fpraecke van djen geleerden -^" '';"'' ^-
man, twAz ontiteken lynde met den goudelycken geell feyde hem, '^'J; [■ '^
dat hem GoJt defe waerheydt met iet wonders foudc betoonen : Soo
dan broeder s^^Eaidins floegh met fynen Hoek dry-maei op de acrde,
feg-
lio DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
feggende op den eerfte Hagh defe woor len : Maria Virgo ante far-
tnm dac is: Maria M:icg'nt voor het bacrcn, endc tcrftondt fiighmen
daer voortcomen eene witte lely , ende feggende op den tweeden
^^^ Maria Vir go in farm: Maria Maghet in het baeren, quam daer
oock uyt de acrde eene tWeede lely , gelyck oock op den derden
flagh naer dcfe woorden : Aiana l'irgo j?oj} partum : Alana Maeght
nacr het baeren. Door welck mirakel den geleerden maer twyfelach-
tigen Religieus foo vcrfterckt was, dat hy vaflelyck geloofde, dat
de H. maghet Mana altydt maeght was gebleven , wiens maegde-
lycke reynighcydt door dcfe drye groeyende leliën betecckent wierdt .
Den E. P. Remondm eenen vermaerden latynfchen Poet van onfe
Societcyt fielt ons noch voor drye andere fchoonc fïnne-beelden ofte
gelyckeuiflhn tot lof der fuyverheydt.
Soo fpreckt hy:
Corporis intaüi fpecies , meniifque fadicte
JVix , IpecuLum , & mo'lü dicitur ejfe rofa .
Quid nive ca/ididim ? jpeculo qmd piirnti ardet ?
QMtdve. potejl ten era mollms eJfe rofa?
Mors rofa in attaüpt e/?, jpecalttm levis inquinat aura^
Et nix vel minima labe notata ntgra eji .
Quam f ac il is labes ^ facilipjue attaÜM & aura eji;
Tam Jit magna tud cura pudicitifS. .
Het welck men aldus in het rym foude connen verduytfchen .
ll'ildt ghy de Reyntghejt in vollen glans verhejfen^
Een Sinn" beeldt twee of dry can haeren lof betreffen :
JVat lift ter als de fneetnv? Wat fchoonder aen V ge/ichty
^Is eene furfre 'roos ^ en als een fpicgbels Itiht?
Doch om u met den geur en V aenjlen te vermaecken ^
Wacht u de teere roos in V mtnfien niet te raechen ;
De roos wel haeft verfenfl^ door '/ raecken haefl verderft^
Den foeten geur .vergaet ^ den glans oock. heel verflerft .
De fneiiw , die %vitte fneeifw gefujuert in de hemden ,
Daer d^ ooghen van den menfch verdnyfieren en op fchem''len ,
Oock door een iveynigh flyck , en door onfuyver (lof
De uutheydt haeft verliefl met al haer fchoonen lof ,
Doch eene reyne Jiel om haere 'deught gevrefen
Geacht van allen tydt , Joo nu , als oyt voor defen
Een fptghel , fneeuw , en roos al verr'' noch overtreft ,
Die Godt en boven d" aerd^ en d'' hemelen verheft .
Dies moet de reyne maeght geen cleyne forghe draeghen;
'/ Js al te qreot gevaer m V mmft hier Jich te waeghen .
Ee-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. izt
a y'irdiütu
^en fnyver hert moet fïch met forgh hier qaede jlaen ^ oh iiuoncu-jfam
Daer oock de mtnfle vleck den luyfler doet vergaen . yir^imtuum,
Eencn foo fclioonen fpieghel van fuyverheyd:, cene foo bloevcn- nlurlu^ex^
de loodtvcrvigc roofe , ciidc fon fuj'veren witten friceuwvan revnig- hit„ent >;-
heydr, was dien wvt ende novt genocgh qeprefcn ionpelinck Jo- rLni , qm n,,-
jeph den welcken clncrom met een Iciy-cvoon naer verdienlten iouct fun.n mulieris
moghcn gecroont wo'dcn, om den uytnemenden lof fynder tuyver- fxperaVn.
heydt, ende bcfonderlvck om de behaelde viftorie over deonkuvfch- ^"pcrtus in
hcydt. Alfdan heeft J nfc p h gcwont , fcght den geleerden *> ^bt Ru- i'o' '''^''^,^/^'
jrertiis ^ dat hy ótn naem vevdiende vsn een cloeck man, als hy de ainèeosyiru.
teere acnlockills van fyne oneerbaerc mceilernb qnam te verftootcn, b 'jofrphica.
door het welck hy oock daernaer foo vermaert is gewccll: by alle .'''""""•<«<""-
,• 1 a j nii^m ad iio-
"l'^^'^'hvn. Jtnr,.morum
Het welck nacr het fcggen van den i, H. Ambrojiiu niet en foude peryemgn,
gefchiedt fyn, waert dat hem fyne opper-vrouwe niet en hadde co- >"J' domma e-
mcn aen te vallen, ende te trecken tot het quacdt. Aldus is de fiiv- ^'" '"""//«'
verhcydt van jojeph vermaert geworden , den wcICKen die voorge- qKoiLnoref~
ilaen heeft felf tottcr doodt . jntaflimonut
Maer den lof, van een foodanigh mnnte wefen, en was niet al- '^•|''. ;?'" »«'-
leen den loon van Jofephs glorieufen lliydt, maer dat heeft hem oock uu{7,itei!p'.
den wcgh ^ebaent om daernaer by den Coninck Phnmo van Godt fent.s.Amh.
verheven te worden tot het hooghllc Prinsdom van heel oy£gyften; '-(^^ p-'>-.td.L.z.
ende boven dien is hy eellelt boven alle de andere, om dat hy fich '^ V*''';'!/'*
getoont hadde eencn loo grootcn overwjnnaer van de onkiuich^'dt, ejhe^m, nui-
als ecn?n Cnninck van de ecrbaerheydt , gelyck wel gefeydt neef t "'J'^'^" Af*
cenen vermaerden (chrvver '" BrJihaz^ar Fa^z.^ van het Orden van de T" '"T/."'
H. i)rvvuldlgheydt. r zarPaezO,i.
Het waerc nu te ^^•enfchen , dat een ieder in alle fvne onfuyverc s.Tt,n.ml,£c
bev/eginghen onder andere fich oock voor-fteldc het lofFelyck cxcm- ''■^'■'^•'•■J'«"«
pel van diënfuy veren Jofeph, volgens den raedt van den d U.Grego- '^'fj^^ "^'c^
)-;/« Paus, fcggende : Is 't dat wy de aenlockfclen des vleefch willen ^i. t. 40. *
overwinnen, wy móeten Jofeph gedachtigh fyn, den welcken oock ^ Cenemu.r
met peryckcl van fyn leven de fuwerhevdt van fyn lichaem "ctracht V'™" '''''''"
j ■ 1 ' '1- i' ri " r j ■ 1 uil 1 '"■•im Tin: ere;
neett te bcwaeren, cnoe liever het kive loude verloren hebben, als Jcfejibudmc-
in te volgen den wille van fyne oneerbaere meerterfle . iKvnam rede.
Eer ick fil ficyten, fal ick hier noch voor ooghen ilellen cene ge- "'•3""^f'"'!«-
{• y ■ t ■ n' r ' ■ • i J J- 1 ■ teiomin.i lar-
icnieacnille otte twee van ceni2;e maei^hdcn , die om hacrc reynic;- ,„ „„,,,,
heydt te bewaeren, ten uytcrlten cloeck iyn gewceit, ende fommi- tum euam
ge met verlies van haCT leven. t'-.myi-.xpin.
Voor eerib den E. P. e reronms van cnfe Societeyt in fyn handt- p"^,^f'"''s
boeckxken van de Sodaliteyt verhaelt , daiter te Ltfbo»a de hooft- Greg/«'j7;.ij!
ftud: van liet ryck van Ponugael eenc lècr weerdige maeght was , '■' t-<.ed>.
CL geen "^ ^^
»
lil DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
partej.c.io. geen het minfte gehoor willende geven aen eenige vryers > eenen
92. ex Tatre jonghman nochtans was op haer ten uyterilen vervallen, trachtende
d»»»'rVr'I- alwaer hy conde, in haer gelelfchap te wcfen > fy van den anderen
yinci£ litfi' cant dcdc haer uyterile beite, om hem tefchouwen. Denjongh-
tanit. man was tot haer genegen om haerc ongemccne fchoonheydt j loo
hy eens de gelegentheydt hadde , viel hy haer ^en met vleycnde
woorden ende met alle foetigheydt , maer foo het bidden en imecc-
kennict en l'uckte, met grammoedige woorden ende oreygementen j
maer het was evenwel al te vergeefs ; De occafie diernaer noch eens
gccregen hebb mde, comt onverwachts gewapent fynde in haer camer.
Wat foudc eylaes hier doen de eerbaere dochter? Wat raedt ibude fy
nemen? Daer-en-tuflchen hy geeft haer fyn lietde te kennen, alles
haer belovende, om de felve tot hem te brenghen ; maer het was
al voor niet} de ftandtvaftigheydt haers gcmoedts bleef onberoert .
Soo dan haer foohcrtneckigh fiende, met het fwteratindehandt,
feght haer , dat hy haer het leven fal nemen , ten waer fy fyne
vraeghe toeftemde , maer dit alles niet teghen Itaende blytt onbe-
weeght , liever haer leven willende verliefen als haere reynigheydt
denckende oock by haer fclven , dat fy noyt gloritufer en conde itcr-
ven als voor de fuyverheydt; ó wat eene clockmoedigheydt in een
dochters g^moedt ! In foo een gevaer waer foude de maeght anders
haer keeren ab tot Godt , verloeclcende oock den byitandt van de
H maghet Maria, den welcken fy oock terllonJt gcwacr wierdt,
voelende in haer felven een mannelyck gemocdt ; foo dan met eene
onverlaeftheydt valt den jongelinck aen, ende hem fyn fsveerdt ont-
weldigende, geeft hem daer mede eene gevacrelycke wonde, die iyn
felven hierom terftondt, foo hy belt conde, vol vanpyn enuelchan-
de op de vlucht begaf, heel verdvvelmt, endebycans berooit vange-
fichc ende finnen , den welcken ooci; ecnige daghen d;iernaer ibnder
eenige Sacramenten fyne oneeibaere verwaentheydt met eene ongc-
luckigc doodt quam te betaelen.
Het waere te wenfchen , dat alle de dochters in foodanige gele-
gentheydt haer oock cloeck ende manaftigh toonden ! Dat ly im-
mers altydt haeren toevlucht oock nemen tot Godt ende fyne luyve-
re moeder Alaria .
Doch men hccfter al veele oock gevonden, die haer leven met-
ter Uaedt liever verloren hebben ais nacre fuyverheydt . Het is leer
wonderom hooien het ghene gedaen heeft eene fekere maeght van
Nicomedien ^ te Avetcn de H. Eu^hrajta volgens het verhaelvan Nice-
^hoviu ende Baromm : DeCc was geleydt tot eene oneerlycke plaeclc y
ende nu fiende , dar fy de hanucn van den oai<.uylicncn joagejincn
niet en cjnde outgacn, feyde fy hem, waert dat 'hy haere eere wil-
de
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. izj
de bewneren , dat fy hem eene falve geven foude , om' daer mede ge-
falfc fynde in den Icgher ofte elders tcghen alle peryckelen ende won-
den bewaert te worden, ende fy badt hem felve dat hyin haeren per-
foon de prcuve daer van wilde nemen, het welck hy tocftemde : Ew
fhrajifi dan hadde nu met die (lilve haeren hals bcilrekcn , dan (eg-
gende aen den jongelinck , dat hy nu vryelyck met fyn fweerdt op
haeren hals foude llaen, het welck hy doende, haer met den eerften
flagh het hooft af i]ocgh tot fyne uyterfte verbaeftheydt, doch tot
meerdere eere van die fuyverc maeght , die liever hadde , aldus te
fterven, als haere reynigheydt te verliefen.
Den H. AmbroftM fchryit oock , dat de maeght Telagia met hae-
re moeder ende fufters vrywilliglyck in de riviere fyn gefprongen,
om van de aencomende foldaeten niet onteert te worden .
Voor het left men verhaelt van So^hronia , dat fy haer felven het
leven benam , om de oneerbaere handen van den Keyfer Maxentius
te ontgacn .
Maer fal iemandt dencken , magh men fich dan het leven wel be-
nemen
?
Den H. AugHdinm antwoordt daer op feggende , dat defe maegh-
den fonder fchuldt dat gedaen hebben door het ingeven van den H.
Geeft.
Dat blyckt immers dat fy haere fuy verheydt meer beminden , als
haer eyghen leven .
Soo maghmen oock feggen van onfen Jofefh^ dat hy oock liever
foude geilorven hebben , als te voldoen aen fyne oneerbaere meefterf-
fe, ende toe te ftemmen haere onbetaemelyckc onkuyfcheydt , wek-
kers overgroote boosheydt ick in de volghende paragraef oft afdee-
linghe breeder fal voorftellen .
2. $.
Van de over groote boosheydt van de fonde van onknyjch-
heydt , de Ife/c.^e mm befonderlyck moet l^lmhten naer
het exempel van den fuyveren lofeph
NOyt en fil iemandt genoegh connen uytleggcn ende befchry- ^ LuxurUeJt
ven de grootc boosheydt, fchaede ende grouwel van de on- „f^,"^'/»! 'Td.
kuyfcheydt, de welcke eenen ongeregeldcn drift ende luftis, -roinptates
tot de vleeichelycke genocghten, ons tot ItrafFe ingedruckt om de ctrmties. ita
fonde van onfe eerfte ouders Adam ende Eva . "r""!"^'"'
Dit is maer al te waer, dat alle menfchen genegen ende gelyck
Q^i ge-
definitw.
114 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
a gedreven fyn tot die fonde . Soo feydeGo^f felveinhet " bocck Ge-
i'nünch "" ^^^^'^ '" ^^^ ^ capittel: De finnen ende de gedachten van des men-
^n^'^ordTTn ^«^^i^ns hcitc fyn tot het quacdt genegen, van haer jonckheydt af.
mahm fmna Door dit quacdt wv.ev het gevoelen van de uytlcggers word: vcrltaen
junt al ,idc:h- ds londc vun onkiiylcheydt , om de weicke Godt den menlch dreyg-
^Gèn'z'y'zi ^' '"'^'- '^^ doodt ,'feggende : Mynen geell en ial ecuwelyck in den
b " mtnfch niet blyvcn , want hy vlcefch is , ende een wcynigh daer-
Non t-ermu- naer volghen dde Avoorden : Godt fiende , dat der menfchen boos-
uetit jj,!ritM heydt veel was op der aerden, ende dat allen de gedachten des her-
ne, OKiacaro ^^" ^°^ quaedt genegen waeren ende ioo voort ; 1 oo leght hy ten
tfl Fi- lellen: lek fal den menfch die ick gelchaepen hebbe te niet doen.
deus autem Uyt al het welck men üet dien grooten diitt der menlchen tot
fX' rjf. ^'^ '°"^^> ^^^ ^°^^ ^^i'^e Ih-affen.
tia hcminum ^cn ' H. Ambrafiw fyn oog-merck nemende op de genegentheydt
cjfetinierru, van den menfch tot dat boos quaedt van onkuyicheydt fprtckter al-
c^ cioiiia ic. ^j^s breeder van : Van de ionckheydt eroevt de boosheydt, ende nu
jinenta effet Wat oudcr gcwordcH iyndc , m.en tracht te londighen, ende daermeii
admaliim. .. het quacdt noch jonck fynde niet doen en can , ouder geworden
Delebo , in- fyndc fondightmcn uyt boosheydt, de gelcgcntgeydt dacr toe noch
V.ÜJ'"""'^"' foeckende, ende in de fonde oock clorierende. Hitr toe verweckt
Gen. ö.v. 5^.7. ons feer veel den onkuyfchen geell denduyvel der hellen, den welc-
c ken wetende , dat onie bedorven nature feer genegen is tot die fon-
<tL//Vf'r"' '^^' ^" ^°"'' ™'^'' "P ' ^'^" ^^'^^ menfchen dacr toe te ver(veckcn,eii-
malitia ina'm '^^ ^^^ ^^^ vuyle fonde trachten te brenghen j den vvelcken daerotn
dili^enti.1 CT- van c Cajfiodortif genoemt wordt den opiloker tot de onkuyfcheydt,
ftuaium pet- Jrjcentor Ubidinis . Het waere te wenfchen , dat wy foo groote ken
k"iu-vénu!'i'e ^"'^^^ hadden van die ongemeene boosheydt , gelyck dien hellbhen on-
ut fittr quajl lliyveren geefl ; ende dat een ieder die traclitede foo te vluchten, ge-
infirmui pet. jyck hy fyn bfllc doet, om die in alle menfchen te verwecken .
itt juyenu j^|. j^^pg j-jj- ^^^ kenniOe van defc fonde, die ick nu fal trachten
tamimprcbus , { ' ,, ,, , ', i j r \
tjiii jLdio/e wat brecdcr voor te flcllen ende op te weghen , oock dienen kil,
capuipeciata om dc fclvc mct allcn ernll ende forghe te vlieden ende te fchoi>
iö>nntere,0- wfj-^ ,
"lori'u.,7. 's ^^ ^^ darter vccle trcffelycke mannen wel ende crachtelyck ge-
"^inbrofuis. ' fclireven hebben teghen die ovcrgroote boosheydt van deonkuvfch-
d heydt, fy en hebben evenwel die noyt genocgh conncn uyclcggen,
Immundui jjoch het en fal oyt "erjocgh 2;edaen worden.
ianonu id'i- Laet ons nochtans hooren , v»^at datter hier en dacr van de lelve
dhiisylux'iri- ge fch reven is.
tqxe dicnitr Sommige feggen, dat iy den wegh baent tot alle foorten van fon-
ÊJ^i^'us. ^' '^cn , ende alle andere fonden cleyn acht, ende lichtelyckvolbrenght .
£ima}-ckiu noemt hucr eencn afgrondt van het quaedt: Ahjjl'ü, mainrH,
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iif
Aienander ecne vergaederinge van alle ongeluck : Calamitatis ch-
mulum .
a Cicero feght , dat de onkuyfchcydr fchaedelyctcr is als de pcftc, a
de welcke als fy begint voort te loopcn , alle menfclien vernint5 al- q^J|./|" ^^^
foo de onkuvfcheydt , ioo wanneer fy eens de overhandt becomcn cjpiulh
licrem
heeft over de reden, loopt oock voort tot alle boosheydi, die als peiiem ,qu.im
ommoaelvck fchynt om overwonnen te worden. yo npute-n _
Seneca \n lyne p. tragedie Iprcckter aldus van : Totam per orbem ,„^/ y,„,<,«,j
maximum exorium ejl malum , inxuries ^ feJlU bl.i>:d,i Door heel de (rxnu u.\en-
wereldt, feght hy, ifler opgeÜaen een aldcr-grootlle quacdt, te we- ""■'. "n"""*
ten de onkuyfcheydt, die als cene pelt foetelyck bcdrieght. ^omnutm Vm-
Anftateles noemt de onkuyfchevdt eene wreede ciide feer quacde orinn yor,igi-
beeilie, ALüam befluim^ die alles verfcheurt. nemlAf,[„'.jK*
Wat fe^o;en nu de HH. Vaders ende Chriftene fchrvvers van de- Y-"""^'"''j-
^ oD , ^ j •> ■' ben queuni:
ie grouwelycke ionder Lih.defenea.
Cifjiodorm eenen ouden fchry ver noemtfe eene verdcrffter der men-
fchen , HominurK deooPulfitruem .
Den H. Vader Chrjfofiomitf gceftfe den naem van alle boosheydr,
Omne malnm . Ofte, gelyck den II. Grtgoruis feght, fy is de opper-
fte boosheydt v;m alle boosheden, Aïalnr,t mainram .
Den H. AugH^inus feght met een woordt, dat fy hactelyck is acn
Godt, endefchaedelyck aen de mcnfchcn, Deo immica & boimnibus .
Die grouwelycke fonde is de princijxielfte oorfiecke gev.'eell:, dat
Godt de wereldt geilraft heeft met den water-vloedt . Sy is famcn
oorfaeck geweelb van de doodt van foo vcele onnoolcle kinders, die met
de plichtige verdroneken fyn in de wateren van de goddclycke wraecke.
Om de felve fonde is hetgeOachte van Behjannn te nictgegaen , en-
de bey-.e de fonen van Heh op eenen dagh in den flagh doodt gebleven .
David is daerom oock vervolght van fynen foae Ah fa, on .^ ende
van hem verjaeght uyt fyne ftadt, ende b)'can5 berooft van fyn le-
ven . Den wyfen Salomon fvncn fone is oock door de onkuvfcheydt
foo verblindt geworden , dat hy de af-goden van fyne concubineii
heeft aenbeden.
En is oock dien cloecken Samfon niet overwonnen gewecft van de
onkuyfcheydt als hy door het befteeck van Dalila., door wiens on-
kuvfche liefde hy gewonnen fynde wierdt verraederlvck van de
'Pbiliflinen gevangen ende verblindt , ende dan ten fpo: gellelt van fy-
ne vyanden?
En is Amnon oock niet vermoort door den laflr van fvnen broeder
Ahfjlon ?
De feven mans van Sara , daemaer de huyf-vrouwe van den jon-
ghen lohiMi-jw oock van den onkuyfchen geeft verworght ; selvck
Q^l" " 'di£
116 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHE YDT
die twee ontuchtige ouderlinghen om hunne, vlccfchelycke luften tot
de ibyvcre SnfMfi-i van het vo'.ck iVn gcilecnight.
V^oorts vier-en-cwintigh duyl'cndt van de Hebreetnven fyn om hun-
ne ongcregclye onkuyfcheydt gedoodt , ende heele familien di'.erom
onteert , cade ilcdeti ende landen ende rycken verwoell .
De helle is vervult met millioenen van onkuyfche menfchen, die
brandende in hun oniiiyvcr vier door hun fchuldt voor eeuwighrecht-
veerdclyck fuUcn branden.
Dat boos volck van Sodoma ende van de andere vier fteden Gomor'
rha^ Sehrim^ Adama^ ende Segor fyn oock van Godt om haeren on-
kuyfchcn brandt overvallen met het vier, vallende uyt den hemel,
om corts dacrnaer gcftratt te worden met het ecuwigh brandende vier
der hellen .
a Hoortcr van fpreken dien ouden vader <« Salvianus in fynen bocck
■ Flagitiofijfi- van de Goddelycke Voorfienigheydt . De onkuyfche Sodomite» ,
m»j populus fcght: hy, volbrocht hebbende hunne onbetaemelyckc quaede luiten,
'pUti's'liuTi!,'- hebben gebrandt door de vlammen hunder fonden , op dat fy de
tMil,Hs fiiis ftrafie fouden onderftaen in dit leven, gelyck fy het in het ander le-
arfit flamnüt ycu voor altydt foudeu doen.
mm;«„»,y«o- j-j^^^ ^ Hieronymiü (cghlhitr bequaemelyck van de onkuyfcheydt,
Jisni'am, n,i.e ^^t fy 'S ccn hclfch vier, IgfJii infernalü htxayia y niet alleenelyck,
in futuro dn- om dat fy dc vleefchelyckc menfchen leydt tot den helfchen brandt,
iur,etiiim m macr om dat fy hier oock op defe wereldt begnuen te gevoelen de
fiincrn SalT Py"en eudc de tormenten van de hel , olt oock , gelyck het aeratfch
£;>ifiJeproy. vicr alles verbrandt , lbo oock het vier van de onkuyicheydt alles ver-
■^«'' llindt ende verderft, dat de onkuyfche menfche belitten, al hungocdt
ende bloedt met hun iiel ende lichacm .
Hier op paden leer wel de woorden van den Propheet Jol> fpre-
kende van dele fonde : De onJ<.uyfcheydt, feght hy, is ecnen brandt
, ofte vier der verdcrffeniflc, alles verilindende , j^»^ eji uf^ue ad^er-
Sl cnro domi- '^'tion<^»^ devoram .
ntitiirixneU- Op wclckc woordcn den l H.Gregoriw Paus fchryvende , fcght,
xurii ommü. ^^■^ ^^ onkuyfchcydt als een vier de overhandt heeft , ende alles ver-
comrcniatur . n- j^
S Gu- / 21 '1'"'-''^ •
m«.'/.^4-9* ^"^ ' ^- ^"g"fl'"^ feght in het cort, dat fy ftrydt tcghen Godt
c ende tcghen de menfchen, ende alles dat de menfchen raecktnaerliel
Z'tximn nu- gj^j^ lichaem teencmael vernielt .
'mul -villuii- Aengacnde het lichaem : Dj onkuyfche menfchen comen allens-
liii perdit o- kens tot gcbreck ende aermocde ; fy vatecren al hun goedt , niet al-
vmemf'il'lia- leen in éten ende drincken met onecrelycke perfoonen, maer met
'lt"i'" de d'fi g'^^cn "^""^c fchencken , die fy wech-gcvcn in hunnen onkuyCchen
thr:j}ixn.i. ' liandel . W'clcke giften van den H. Clrnfoftomus genoemt worden de
clip
D-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 127
dippen ende rotzen van de oneerbacre jongelinghcn, Patnmoniorum j
fyrtes . in ep. ad Rom. : gelyckmen alle daghen fiet. .■?'>''/"''"*
' Den veiloren fone is hier' van eene claerblyckelycke getuygeninè , ■'J-'/l^ '",['"" j^
om van andere tefwyghcn, van den wclcken den " H. Lucas feght, i:(x„nofé.L\i-
dat hy alle fyn erf-goedt in onkiiyfcheydtichandelyck hadde verteert; ex. cap.i'^.v.
ende als hy nu al het fvne verq'uiil h.idde , den ongebonden jonge- ^3- .
", . , -' , -, ,,-11 1 j r ; F.tciiliich.tt
Imck was nu eylacs gedwonghcn üch by ecnen landil-man te vci- ,„,.;,r/ ><•,•«.
hucren, om de verekens te dryyen, ende die gaedc te flacn, als wan- tremfdiqmts,
neer hy dickwils, geen eten genocgh crvgcndc, om fvnen buyck te <?«■« /""-r»
vullen , fich mocir verfaeden met den draf van, de verekens. ïdan'v't'T'
Den geleerden fchyrver ^ f^ <g'> f-^'^iortm^s ilelt ons voor noch ee- (,'
ne andere bemerckinge van de vuylefonde van onkuyicheydt, fpre- Oexirem.tli-
kcnds aldus : O uyterfte vuyle Ichande van onkuyicheydt, dewelc- ^'^""' '«'"/"'-
ke niet alleen een cloeck gemoeJt en doet verfwacken , maer oock ]^.i,°^l'^^„",^^
het lichaemkrenckt, de lielebefmet, ende oock den fondaerbefchae- effcmi,Mt,fci
dight . Alle anJere fonden die den ibndaer doet , fyn buyten hem , "'/"« ener-
maer eenen onkuyfchen menfch doet oock lecdt aen fyn eyghen li '^'^"""'/^"j^lf^
chacm , het welck overvallen wordt met veel veifcheyde quatlen, mamfcieü-
als met het verlies van de gefondtheydt met clcyn hope van dicoyt am per/onam;
weder te cryffhen, ende met vreeie van over fyne fonden geen leedt- """"^ ».i»<'j«e
welen te hebben. (c^cmhLo,
Den onkuyfchen Keyfer Til^erim naer fyn beeftclyck leven, als fyn extru corpus
■ lichaem quarn te befwy'cken, feyde fomtydts dcfc woorden: lek ge- ƒ«'""<•;? . 5"*
voele alle dashen dat ick befwycke ende vergac, Penre me nuotidie 1"""' f"""'
femto. pus fif^mpe,.
Wat ifler dan claerder hier in, als dat den Ecclejlafticus feght, dat i:ui,jemper,l.
eenen vleefchelvcken menfch foo verre comt, dat fyn lichaem ten '""'/"•*"''•'"»
leften oock m dit leven van de wormen wordt opgeeten . Umujcmper
PaüddiM tot onfen propooll vcrhaelt , dat eenen oneeriycken menfch comitaturfa;.
tot rtrafFe van fynonruchtigh leven met eenen vuylen cancker in fyn toro-immm^
hooft foo was uyteeëten, datmcn het bloodt beckenheel f'.eh, maer ''"^''ryy
die daernaer als hy lyn Iclven voor goedt beterde, door Cjodts ocrm- c^ im}arfti,t.
hertigheydt ende het aenraccken van den H. Macarim wierdt gene- HugoViccor.
fen.
Om eene foo mocyelycke ftrafFe te ontgaen , ofte te voorcomen ,
moetmen fich met alle forgbe van alle onku\fcheydt trachten te be-
waeren, oock naer het fcggen van eenen Poet:
S^erne voluftates , nocct em^ta dülore voluptA! .
Dat is;
F'erworvt de vuyle /.';/?, die altydt ivcedo}» doet ,
Tot naedeel ■van u Jïel y en van ti gocd.t en bloedt.
W;it
liS DE GODDELYCKE VOüRSIENIGHE YDT
a Wat grootcr blindthcydt ende uytfinnigheydt cander dan gcvon-
TsTBicatio c jgj^ worden.^ liever alle defe fmerten ende ongemackcn met fchaede
l^crntfLinn, '^^'^'^ Ichatide van ficl ende lichacm te vcillen ondcrftacn , als iyne
.tmmmnj'-.iie- vuvlc cndc onrcdclvckc luiten te laeten?
L;ln.it, a-ite KLurdcnvlccrchelyckeii drift verblinde foo denonfuyveren menfcli ,
*■",""■■"'/' '"" ende verduvitert IboTvn verltandt, dat hy veel ergher ende Ichandc-
rmne brutum i ,- i i ' .1 J i i j j ■
f<ut aitim.ll. lyckcr leeic als ecnc bceite, ende gc!\'ck verandert worde m een on-
sHiev.ialutL rcdelyck gedierte, ende ten lellen nacr fyne ontuchtige onkuyfch-
ycrb.i ojea: |,gyj,- fonJer aciiterdcncken comt te vallen iii fyne eeuwige vcr-
buimciim in , -' . ,- ■' "^
honüi-e crc. docmenilie.
b Hoort hiervan fprekcn de HH."\''adcrs.
itixtiriaficit Den vuylcn ende onkuyichen lufl fcght den '' H. Hiefonymiu , v-cr-
hominem pe- j-Qf-rt cndc verduvttcrt de finnen, vcrcrenckt het gemoedt , ende van
uittil brutttU, 111 ' r 1 1 i j i i i ,i
iatetleüum c^n rcdelyck mcnlcn maeckt het een onredelycke becite .
obniibil.u,a' Het fcive feght oock met andere woorden den ^ //. Tbomof a Vil-
bnicum fMit i^.fjgy,-[ ; Qc onkuyfchcydt maeckt den menfch hcd bceftelyck , vei-
ThomasTvil.' j^eght ende verblindt de reden, verduyllcrt het verfkndt Scc. : Soo
fe;-;i. 2. tUs. dat dcn menfch verandert in een onredelyck dier.
ïldefJionjo. Js 't dan nict redclyck, dat alle de onkuyfche menfchen nu als on-
p .^ . . redelyckebeellcn uyt den hemel gcfioten worden, die macrgemacckt
f>e.Zti<m"jw. en is voor de redelyckeende fuyvere fchcplrls?
w;o ejji:ity.r Soo fprcckt den c H. Bsmardr/iM : De opene'plaetfcn des hemels
hcftta, crbe- ^^ Hjljen niet vervult worden niet onredelycke fchepielen, de welc-
fiiuZinï '^^ '^'^^'' t^=n'eï gcfchaepen en fvn.
^ternjin. s. Veclc HH. Vadcrs behalven alle dcfe ongeluckige uytwerckin-
BernarJinus. geji van de onkuvfchcydt , ende menige pcryckelen van de lielc,
„ ^^ ■, ^ fcircen, dat de ycwoonte van oniliyverheyt het alder-ïrrootlle pe-
On.th qinbll'f- 07 , '. 1,-1 j 1 ,1 , 1 ■
Jl/« cU-vn ryckel is voor de hele, om dat het ten uyterlten moeyelyc.s. is, en-
j,i]p.giiura,ii- de bvcans onm.ogelyck , om daer uyt te geraecken.
mi corporas j)^.,^ ./ f-f ^^[rroJiHs fcght , dat cciie oakuvfche fielc met de li-
Zf^ik-Ticmcl chamelyckc geiioeghten als met nagels valt geh.cht is j ende
adl,.ij\-rn,de- als fv cciis dacr aengecleeft is, foo blyft fy door de ibete aenlockfels
bu.u-um iV.e- foo valt, dattcr geen: hops meer en fchynt te v.'efcn , van los te
lehmchnoxui „ .,.^j„(;ken , endc dicfvolgcas ecne uyt.'rile vreeie is vim de verdoe-
S.Ambn.r./i» menille .
tap. 2. Lu^^, Y)^'^<\\ H. Vader fchynt hier de ged-achtcn gchadt te hebben van
de aenclevcndc vevlc, ofte climmtr-bnom, die om hooyh wail lanx
de boomcn, cndc lanx de niuercnopclimtj ende lich heel vaft maeckt.
A\''ant .gclyck ecncn fcliryvcr bcmcrckt , het latynfch woordt Hs'
ncr,j , het welck in onfe taele l'efl'hoo??^ gcnoemt wordt, fchynt gc-
maeckt te fyn van het lat)ulch v.oordt lurcre, het wclck te leg-
gen
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
izp
gen is, vaft houden oft aencleven, van het welck miflchien comc,
dat den veyl-boom gehouden worde voor een waerachtigh finne-
bceldt van de aenclevcnde onkuyfcheydt . Want gelyck de veyle
lanx eenen anderen boom opclimmende , het fap van dien boom
famen uytfuyght , ende den wasdom belet , ende den boom doet
vergaen ; van gelycken doet de onkuyfcheydt , als fy ergens eene
flele begint aen te cleven , de welcke alsdan daer vaft blyft , alle
de jeuglit van eerbaerheydt allenskens te niet doende , foo dat Cy
ten leilen die tot den grondt comt te verderven .
Laet ons dit iinne-beeldt in een rym voorftellen met het devies
als volght naer de print.
330 DE GODDELYCKE VOORSIENICHEYDT
Soo V groen eens aenhecht en rnaer w.ijl^
V Verderven fal ^ en houden V vaft.
Het fïnne- beeldt wordt uytgeleydt.
V T^ nvaer ^ men Jïet de vcjl om hoogh van alk canten
JL Lanx mueren ende boom Jich met fjn fcheatcn planten :
Went Jich daer roncmendom , en maeckt fjn felven vajl^
En cleeft noch vafler oen , hoe hy maer langher %i'afl .
Jae , dat het wonderfl'' is , hy fal meer inwaers dringhen ,
£n weet foo door een boom fjn fchenten in te d,ivinghen ^
Of door het mueren kalck^ daer hy foo vafl aen cleeft y
Tot dat den boom verjlerft, en Jich den muer begeeft .
Laet hier o Jonge jettght uta/^ ooghen eens op vallen ;
__■ V Js meer als tjdt ^ houdt op van al u dertel mallen %
Siet als V ontuchtigh groen eens vafl is acn de Jiel y
I'fjfty dat al mamgh rrfenfih aldxs ter hellen vieU
Ce*
UYTGEBEELDT IN JOSEPH: ijf
CeUichigh ii den menfch befet met lely-bloemef} ^
JSliet me: V onfnjver groen , dat doet een Jïel "verdoemen ]
Celuckigh is de Jiel^ die leeft in fnyverheydt^
uien Godt behaeghen moet tn alle eetiwtgheydt . ^
Ex quo luxu»
nEn onkuyfchen ende ongeluckighen drift begint, ende gaet "'^ »"■«'"« rf-
nllcnskcns voort , feghr den <« H. GregoriKi ^ hoort hoe dat hy "*y^' ^"^"^'
-^ — ^' fprcckt: Soo haeiir, fcght hy, als de onkuyfcheydt iemandts umhtna co'ri.
hert bcvanghen heeft, en ket het quaelyck iet gocdts peyfen, want f^repermmit
alle onkuyfche luften ilerck aencleven : want van het ingeven comt ƒ"""'""ƒ<■-
iiet gepeys, van het gcpeys de bev/eginge, van de bewegmge het j:tq„,iexju.
behaeghen, van het behaeghen het "confent, van hetconfent de uyt- x^y?/<"?i?om/,r
wcrckinge, van de uytwerckinge de gev.'ocnte, van de gev/oonte '"S^"''", 'x
de wanhope van bcternifTe , ende ten leilcn van de wanhope de '^"^'J''"""
verdoemenifie j ioo dat de onKiiylcjieydt aie veroudert is , niet en f^cliene dele.
fchynt te conncn overwonnen worden. (f.itio,exde.
Hier uvt lietmen, datter cleyne hope is van de faligheydt voor (f^"!"""''^''"-
J r ' I-I ■ Ji/^j ^ J » Jeiil»i,cx con-
oe oniuyvcre menicnen, ten wacre, dat hun (jodt voorquaeme met ƒ„,ƒ„ o-yera-
cene befonderc hulpe van fyne goddclycke gcnaede . ^ u^lgen-i^ ccncn tto, ex opera'
ouden fchrvver feght feer wel met dcfe woorden : De onkuyfchevdt """* 'onfue-
die alle mentchcn is ingeboren , lockt ons aen ende ontfteckt ons: fl/„'/''"j"
d.iernacr lioor "het gcbruyck vailer aenclevende, tulTchen de voldoe- fier.iiio , ex
Jiinge mishacght fy fomtydts , ende wederom tullchen het mishae- dejperat-iene
hen behacght fy, foo datter cleyne ofte geenc hope van leedtwcfcn "^'""'"'<>- S.
en is ; ende gemeenelyck de onkoyHche mcnfchen gaen ten leften '^S- ^'""<'»••
verloren, ten waere fy door eene ongemecne gratie van Godts ge- Zibido apte.
nacde geholpen wierden. Soodanige jonde ofte gratie hebben ge- ""^JhoaiUdt
ViOKcn A-fcna Aiaidalena^ yjHfiiiJlima ^ Alaria van z^^LiyPten met lut- *^ "«W"»
<N 1 ■S> J ^ d.'i. 11 Ju lubt IC At
tLlc andere. ^ ^ ilUqueat,
y1'/.j?^/?/V;7rf di-e 2[roote fondacrcfle was peracckt, foofommi^e mee- •^dvoutpLuê-
nen , door de crachtige woorden van den lieven Saligh-maecker^ jni i"*'
rnaer bffondcrlyck naerhet gevoelen van andere, door de bermher- pLunis'lii^^
lige ooghc van ] v. s c s , gelycl: oock Petrus in het herte wierdt ge- dlem.tinn»!-
raeckt, als fyncn beminden meeiter nu gevanghen fvnde hem rnaer en '•"" /«^»'>«/-
bL-figh,hct welck was een goddelyck ende crachtigh aenfchouwen, un'linr"'-'
een acnfchouwen van bermheitighevdt . lidlimarMriJ.
AKgujlinm voor fyirc bekeeringe oock heel verflond;n in {«/ne fon- firkc>dixi>,i
den v^r-ordt bekeert door dcfe crachtige ende bcrmhcitige liemme f-'^'^"""»')»-.
Godts comcnde uvt den hemel: ToHa le^e^ Jolle Ive : Neemt ende 7,"i^l'^''!'S,,''
-Jceu , Neemt ende leeft. Hv hadde by hem de H. Scrifture , hy ra fios per-
doctfe dan open , vallende in defe woorden vanden H. Paul::.' tot die ''*'• Aigerus
van Roomen ; A'on ia comme ffai tont bus CT' ebrietaiibia , non in c::l'ili- """"■ ^ "'
* „ / '7'" ""'"•" "''•
K 2 bits 1,^0.
iji DE GODDELYCKE VOORSIENïGHEYDT
aJ Rom, 13. bii^ & impudicitiü , fed indHtmini Dominttm Jefnm Chriftum . Dat is :
•''•Ï4- Niet meer in bnifleryen ende dronckenfchappen , niet in flaep-ca.-
Mihri hut "^^'^ ^"'^'^ onecrbaerhedcn , maer doet aen den Heerc Jefum Cbn-
nua"ulnó'rdu ft^rm . Eudc liet in fyne iicie geraeckt fynde, wierdt bei-mhei-telyck
carauli (omif bekcCrt .
fiftenttafr.itt j^^g wonderlyck en is oock niet eeweeft de bekeeiinge van Mu-
i^ JrnM ria van Egypte»?
mergmnur Sy vacrdc nict vcele andere nacr de ftadt van JcruCaïem^ om tc-
tenercu. S. ghenwoordigh te fyn in de jaerige fcefte van het H. Cruys , niet
Augu!l./<nn. aodtvruchtiaheydt , maer alleenelyck om daer met occafie hae-
b re oneerbaere luiten m te volghen, ende eenige jongelmghen daer
yofefh, ut toe aen te locken . daer gecomen iynde, fy meende eerft uyt ciiri-
imj-dnum eushcydt in dckercke te gaen, maer fiet, ly wordt door eene onlle-
fe7'ey"/crl', nclvcke macht in het portael tcghcn gehouden, als onweerdighy
pallium, ^«0 om te Hen het H. Cruys , het wclck diende om in haer felven ic
apprei-en'Hi g.^^,-, ^ gi^jc te bcmcrcken haer onkuyfch ende onbefchaemt leven y
^^7un'''h"'l ""'•^«^ by geval haere ooghen om hoogh ilaende , fagh fy daer het
coJ"i'iir!f°- *beel(Jt van de H. Maghet Maria , aen de welcke fy haer terftondt
nu impetHtn opdrocgh mct bcloitevan /laer onluy ver leven te beteren, waert dat
Appre>,eiide jy jj^ jg kcrckc conde binnen gaen , het welck foo het gefchiede ,
imbére'-vJh- ^ het gcluck ctecgh van het H. Cruys te aenlchpuwen .
Wdm. s. Aug. Als wanneer fy h;ier tot Godt teenemacl bekeerde , haer corts vcr-
Dom ^i-pofl tixckende in eene woeltyne, in de welcke fy dcde eene itrenge en-
Trimfuem. ^^ hnghdurige penitentie tot eene geluckige doodt .
Doch luttele Ibodanige bekecringhen fyndcr geichicdt, maer on-
tallycke llraffen van de eeuwige verdoemeniHe .
Het feggh.n van den ,i H. Augnfirnus naer fyiK; bekeeringe is maer
, al te waer, te \\etcn, dat alle deghene, die hun heite tcenemael
op de onkuyfchcydt geftelt hebben, ten lellen gemecnelyck comen
te vallen in hun verderf ende eeuwige duyllerniflen . MergtmtHr tn
atertuis tetieh-a-s .
Maer evenv/el foolanckals die onkuyfche ende ongeluckige men-
fchen lev.n, daer is noch hope van faligheydt, als fy eens voor goedt
en.ic u}ter herten hun wcnfchen te beteren , ende bequacme mid-
delen daer toe willen gcbruycken .
Eenen fecr goeden middel onder andere is , hier in te volghen
dien cerbaeren ende voorfichtigen Jofeph , den wekken in het pe-
ryckel van fyne fuyverhcydt het befte oordeelde, fich op de vlucht
te begeven, daer ick boven noch van gefprokcn hebbe.
Den l> H. Aitgiiftirius geeft ons hier in oock den Iclven raedt. Jo-
feph . feght hy , om fyne onbefchaemde mcellerfTe te ontcomen ,
Jaceft fyncn mantel daer hy mede vall wierdt gehouden , in haere
han-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 135
handen gekctcn , cnde gevlucht : Soo dan feght den felven H: Va- a riSlori,*
der , nioetmen teghen het geweldt van de onkuyfcheydt de vlucht """ J]"^>-atitr
acnnemcn. caj},ut.un,fi
In foodanigh pcrykel en maghmen op fyn (elven niet te veel be- exfu^a, mfi
trouwen , feght den " H. Hicron-pniu , of men foude lichtelyck co- ci'ofugi^t^d-
men te vallen , de viftoric in den itrydt van de iliyverheydt en crygt- ^"M""'^"^-
men niet , ten zy in de vlucht, endc die niet en vlucht, fal haeil^j^j^rj. '"''
overv-onnen worden. b Fateorim-
Dcn felven l' H. f'ndrr beveftight het felve fchryvende teghenden %'"'''•'"■'«
ketter Ftgilamiw ^ fcheldende ccnen Religieus, die fich vertrock in ^'","^/^ "^^
de woellyne om het groot peryckel van ongclyckc perfoonen, al- -wWor;^, m
waerhybybrenghc deantwoorde van diënReligieus teghen dien ket- /'"•'''"« •^''-
ter, aldus fprek-!ide: lek kenne mync cranckheydt, dacrom en wil- 7'^"""'' 7''/°-
Ie ick niet vechten op hope van te winnen, om de viólorie niet te ^o <ri.,d,:tm,
verlicfen , al vluchtende ontcome icl<. het fwecrdt, maer vechtende deyn.tyi , fi
ende blvvrndc liuen, moet ick vx innen ofte verlicfen > als ick vluch- fi^''ero,caden-
■'. •!■ j-iii^' -11» aiim itut yin-
te , en wmne ick met , om dat ick viuchte , macr ick vluchte om f^,,^,,,,, w?.
niet overwonnen te worden. cumfi^ionon
De befte waepencn van foo een gevecht is de vlucht , de welckc '*'""' ioq»oi
denvoorfichtigi-n jfc/è^/; gcbruycktc, ende dacr mede fich verilcrck- -^"1'"' ^^^^"^
te, gelyck feght den ' H. Bnfiltm van Seleucia^ geern fyn cleedt ach- s.Hicr. *
terlaetende, om fyne fuyverheydt te bewacren . ^ c KetenMm
Behalvcn het exempel van den vluchtenden Jofefh^ den II. Paulm ^^T"'77v-
heeft cock defe vlucht acn een ieder aengeprefen, als eencn alder- n^la-'J" ''
iiZit iXn-
beften ende fekerlten middel voor de fuyverheydt : Hy Ifeltons voox f.i>iufi,g,\ufm
alleen tweewoorden: Fugite fomicatio-nem^ Vliedt de onkuyfcheydt . /■'■'"''■'"«( er
Hy geelt in het cort den ïaeftcn middel , geene andere v/oordcn ,X){r7J/f'vr
gcbruyckcnde, als willende fcggtn, dat den belten ende als den ec- jiem ,\it tem-
nigcn midck'1 de vlucht is. , per.iiuiamte-
Hoort, hoe dat den </ //. ^;/^^»/?i««/ defe woorden nytleght : Ecrft ''T\^'^^ '!"
gcfpi'oken hebbende van den vluchtende endc lliy veren Jofeph^ den ^^ 'j^y-^'X '
H. Apollcl, feght hy, als hy fprack van andere fonden, verweckte <i ijofejyh re-
een ieder, oni de felve cloeckelyck te wcderllacn, macr fpiektnde ^'^~'<>p--^'''oJ"-
van de onfuyveihcydt, feght hy allecnelyck, datmen die vluchten ^,"/J,"L^|^'"
foude . Fngm foriucattanem . dam ejjf'f^Z
e Ljramu dien vermaerdcn uytlegger van de H. Scrifture geeft genmMyVuu.
hier aldus de reden van: De fonde van onkuyfcheydt en wordt niet '»*-'y/'"''<'
overv-onnen als door de vlucht , de andere fonden maghmen wel o- ° ,^ " om,ubils
verdencken, ende ovcrloopen met hetgepcys, de welckc alsdan door •>'//;/</>riu,..(.
bet bemerckert haerderboosheydt Hchter overwonnen worden j Ynaev^'''^".^J^""^'''
het gaet anders met de fonde van onkuyfeheydt, de welcke , hoe f ■T"""'^''/'"
mccrmen met de gepeylen daer op blytc , meer ende meer aenneemt , <j.«rc(fcr >«o»
R 3 ona '''«-
154 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
dixir.reffiite, om dacr in ten Icftcn te befwycken . Daerom moctmen alle foorten
fedfi'.gnefor- y^^i onkuyfclTeydt vlieden, ende alleoccafien ende pepeyfen daer vaa
s.Auguih»: terllondt verftooten ,,,.,,
ferm. qi, olim Doch mcn moet hier weten, dat al dit vluchten ende vechten ia
dom. 2v/io/ een ieder placcfe grypt, hoort hier eerft op de vcrfieringe der Poc-
1""hoc .■Ui- ^^" ■
umnoitv'ii.'i- Eene maghet ofte Nymphe Dajil-nis genacmt op de jacht wefen-
tiirnifiperfii- de viel in het geficht van Phthns fich oock daer vindende in dun
gum; in uliii j^ofch . Dc zcvbxcve Daphnis fagh PLibiu recht op haer aencomen,
'qnlntum'piils '^^'^ foudc fydosn? Sy en bevondt niet geraedtfimer, als haer tebe>-
defcnd'n ho- gcvcn op dc Vijcht, het wclck de Goden uide Godinnen foo be-
mo ,id <o»/- haeghde, dat fy de maeght in dat peryckel fynde, terllondt veran-
t.!iirf»myid'j^'- (je]-j(.[j;n ccncn laurierboom, tot teecken , dat fy om haer vluchten
voaes, tinto tot bcwaereniiTe haerder fuyverheyt, eenen lauwers-croon wel had-
piiis iinenn, Jp verdient, foo datmen van haer met reden wel gefe}'dt heeft;
mi.le tCiW^iiifo ,~ ' I r n i
übitvli'ii.citi ^'^^^ taunjei'os Varit tlia trinmphos .
i,ifor,uCM:o. TiSLt \S'.
ne.iutem '-i't-i' i ^ i- i • i i
loplmdcj.cu.' Aaet recht fy iveerdigh is den loon',
dnaicogiCi- J)e vlncht haer geeft een lauwers-croon .
717c/'o"diii- Om met een woordt te feggen, de vlucht is nut ende noodigh
enes ni, t.'Mi- in het gcvacr van de deught van fuyverheydt.
Lhsc^ fmiti- Bemcrckt dit volgende dichtjen.
b:iS,taiilol>LuS °
inyaleiin ten- IJtlt "hy o Chnjlen menCch aen ira'en Godt hehae^hen .
taiio tir^ier Vlncht aller 'vroi'iven hji met al haer foete laeuhen^
<.p,odhocTiti' j^^ vrouw ü te doortrapt, die tnenioh menfch hederlt, ■
vu.iflonei ft- Siet, dat door haer geficht a fieie niet en Jterft .
giendo<y ^0- Dies vlucht haer ^ fytge wys ; d:is fult tijtel bewaeren-^
^it.itioiies. Die forgkeloos hier leeft .y is nLr/:mer tvcl gevaeren .
i ^"^^.""L • -^"^ '^ ^^^' beflen raedt . Doch eerfl op Gsdt betromi't .
I-ugite luiiii- Slet diii, dat ghy V geficht der vroHiven niyt aoifchomvt .
a Ick uuyte met de fpreuci< van een .t Gclccrt man, handelende
ficlorU f-r- van de voorfichtige vlucht van jofeph, op d;it ghv hem n-icrvolgen-
"'"",""•;"'"'" de over de onfuwerhcydt moogt triumphcren . De viftorie overdc
f„?.j,,:t,fhit onluyvcrnevdr, fcght hVi i^ pnncipaclyck gcicgen m de vlucht, gc-
•Jojtpb .<♦'« lyck liet gebleken heeft in Z?/?,'/? vluchtende fyne onfuy verc ende on-
ji^mma fu-t- betaemcl) ckc mceftcrfiè . Hier mode is het genoegh .
ameron. r-- [ ge^ qus HU voorts ü;icn llcu in het voljTcnde canittcl , hoe dat
dcniuvvei'cn ende onnooiclen j"J^/--j ^'an lyne onku^irhc oprer-\rouw
valfcliclvrk van ontuchtighcyJt wierdt befchuldight by haeren man
J'diiphar, dic liaer te lichtclyck geloofde.
III. GAP-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 13;-
III. CAPITTEL.
lofeph Ifordt valfchelyck l^efchtddight van fym majlerffe hy
haeretz man Puüfhar^ den "Geleken haer te licht gê.
bollende ^ den /elven doet fmytcn in de)i hrcker,
altpae'r hy teenemael op Godt hetroulvcnde ^ ten
Iepen de gratie tcindt van den overflen
des kerc^ers .
^i
::r^w:
Elyck wv terftondt geficn hebben , dat deboosheydt van de
is van foo vee! quaedts , loo magh
"W, onkuyfcheydl ooriiieck
,^^j ick oock fcggen, dat ecne ontuchtige cnde oneerbaere
^1 vrouwe alle boosheydt dickwils comt te bedry ven , om
haere viiyle luften in te volghen, verltootcndcalle dcughden, oock
riet fpaerende het leven van een ander ; het welck inuiicrs blyckt
in de viouwe van Putifhar .
Als fy nu lagh , dat den fuyveren jongelinck haer hadde vcrftoo-
ten, ende nu ontvlucht vas , fyneri mantel laetenJe in haere han-
den , fy dacrnaer vol van furie ende rafernye vcrvloeckt hem ., den
Welcken fy corts te vooren met foo eenc fotte ongeregeltheydt had-
de bemint. Hier {aghmen, dat het naer het gemeen fcggen, acn ec-
ne vrouwe teenemael eygen is, ofte te beminnen, ofte te hacten. rroyerilum -^
De gequetftc liefde is grammoedigh , macr belonderlyck de on- ^"t 'im^t ,
fuyvere liefde, ende hoe grooter de onfuyvere liefde is, hoe groo- //^'. "'"^ """
ter is den haet ; jae niet en iflcr lbo crachtigh ende geweldigh
als den haet van eene ontuchtige vrouwe, als fy van haere hope be-
rooft is, ende in haere vuyle liefde bedroghen . Voorts ill dat fy in
de daet, oft in den quaeden wille plichtigh wordt bevonden , niet
en iller verlkndigher , om haer daer uyt te maccken, ende oock
niemandt ftoutter , om fonden op fonden te doen, gelvck wasdeie
meefterfle van JoCe^h : In vollen haet cnde furie fynde neemt fy ec-
nen goddeloofen raedt, heelgelyck aen den haet, dacr Phadra daer-
naer in de volgende tydcn mede ontilekcn was teghen Hypfoljtw
haeren ftief-fone van de wclcke fencca mt haerennaein aldus iprack?
jjeprenfa eul^a efl . Anime quici fegnis fiiifes ?
* Reoeramm ipfi ci'imen ; atqne idtro im^iam
Venerem arguamm j fcelere velandum efl fcelni .
Het welck men aldus can verduvtfchsn:
1^6 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Het e^Haedt Is achterhaelt, maer waer om dies ontftelt f
Dringbt hem het fchelmfluck of met Itfl ^ oft met geweldt .
En of gbj wordt beticht^ gelafiert^ en begech ^
Siet , dat ghj V ejttaedt met quaedt en booshejdt overdeckt ,
% MuUerft- Defe boofe ende onfuvvere huyf-vrouwe van Putiphar door ecne
yi([im.t i«ot ] j(-^],g fm-j^ ontllekcn om haerc verftootino;e cnde mifacluin^e ver-
ioif:idor.td. lint by hiicr lelvcn eene vervloccktc wnicclce van de dooüt Idvc,
moTiTf.juvrea, t;x\ci de wclckc fy haercn onnoofclcn dienaer Jofeph wilde overval-
b ƒ«(«• q'<.i- j^,j^ gQ(^ jjQ,,3 jj j(^.,^ I^^g^ y^[^ ^e^(, ontuchtige vrouwe, fe^ht den
lerribdiiu U- P'-i=c '' J'--vendlis , als ly worut aengedrevcn door ccne oncerlyckt
ciie,autinter lietdc .
reptilia dra. Den 6 H. Ephrem Syrtis feyde, dat eene onkuvfche vrouwe Telfs
7"dnln't"- '•^^ v/reedtlle becfte te boven gaet : Onder de viervoetige gedierten,
„lenadmuUm feght hy, en ifler niet fchrickclycker als eenen leeuw, ende onder
mttlierem. S. Jg cruypcnde gedierten en ifler niet gevaerlycker ende wreedei als
Ephiein. ^ genen fenynigcn draeck , maer evenwel fy en fyn noch niet te ver-
felwnun'cldo- gclyckcn jjy ecne qiiaede ende boofwillige vrouv/c.
tnu) fix.Gen, Wat heeft dan die boofe ende onkuylche mceflerne van J'-^f^fh
J9.T.14. gedaen? Voor eerft merckende , dat hy was wech geloopen , ende
\ c/e/'jo 1^ felven alleen vondt met den mantel in de handen, fy roept
mnUer ad:d- terltondt by haer met een groot getier alie die in huys waeren, ge-
tcriifuitenta- lyck ' Moyfes fcght . Waer op den ^ H. ^mbro^iu a.\óus fpreckt : Als
mentawlgn- Jofeph vcrtrockcn was , die oneerbaere vrouwe heeft terltondt het
"yoLem'ftllm, acugcdacn geweldt van het overfpel met luyer ftemme bekent ge-
eoi-jitod relic- maeckt , feggende , dat den hebreeuwfchen jongelinck fyn clcedt
t« yeftibus achterlaetcndc , wech was geloopen. Maer wat voor eene uytfinni-
y/eWW"- „e blindtheydt? Sy brenght felf te voorfchyn het ghcne fv hadde
'\nur,ifuodie- luocten verlwyghcu ende verborghen houdai , om haerc eere met
'iaredc-Ouei-xt, tc cort tc doeu ; macr het was haer genoegh , den onnoofeleh te
frodebat, ut befchacdighcn , hem te betichten ende te overvallen ifiet een mif-
;r'&::; dacdt , dat ly felf gedaen hadde.
innoientem. Waer het fxccke dat fy eerbaer hadde gewecft, feght den geleer-
S. Ambr. ub. Jen e Ole/ifler , fy foudc het fchandigh werck verholen gehouden
Jeinf,fh.c.^. j^j-i^ben; om dat fy het vercondighr , fy maeckt haer felven plich-
fjpet, alfon- Hgh •
deret oppro- Sy trachtcde evenwel by de dienft-boden , maerten ende knechten,
brium fiiiDii, jjjj Qp }-)^g,. gefchrecuvv aengecomcn waeren, haer felven te beclae-
yiih.u'!fei'p- ghen over het fchelm-ltuck van Jofeph haeren dienaer, die nu ge-
/jwjrf.i«;( OH- vlucht was. »
/'"""■•Okaft. Wie foude hier nu connen , jae derven dencken , dat fooeen fchan-
digh werck het beilecck was van haer oppcr-vrouwe felf?
Maer
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 137
Maer dat heeft de booshe3'dt in haer felven, feght den '^ IJ. Chry- a
foftamui .^ datfy haer altydt llelt reghcn de dciighr, cndc haer quaedt ^^ocmodo fe
op een ander tracht te leggen; den jongelinck befchuldigende van 'rf^Z^fj,'J^^
het ghene, daer fy felf plichtigh in was, haer willende verlchoonen firtmcmfug.
door fynen mantel. Wie foude hier foo eene onbsfchaemtheydt van n-ity&eiju»
eenc vrouwe verwacht hebben? Sy is eene vrouwe fonder fchacmte p^<:"y''/'ffi'-
j /- 1 1 7 », „ „ 1111 .■ cureC tmt>i>t-
ende londcr eere roept den " H. Pfo(j>er overdenckende haer Itout c-a-eyult td,
bedryf , fy brandt van vuyle liefde ; fy bemint , ende fy vervolght qucdl>.ufu:i.
hem, fy heeft gci^cgcntheydt tot hem, ende is vol wrcedtheydtj *■*'''' 'x^'l^f-
cnde om dat hy niet en vilt toellemmen ?.en haer onbehoorelyck ^""J"(^-'T",^'
verfoeck, fy wilt hem verderven, ende doen ftervcn, die ly ecril nocemi^ lar-
fchcen te beminnen . yainduit, ct*
Uvt al het welck ccnoeaih blyckt, datmcn niagh feggen, dat de f'-'" p'^"!""
onuiyvere lietdc gecnc lierde en is, maer eenen v/aei-achtigen haet; ,fy?„ „;y.
want alfmen een ander fchynt te willen wel doen , men wilt hem qtiijj'to' fe re-
■quaedt doen ; ende men is uyt tot fyne fchande ende verderf. Dief- ''"^(^^ f-"'
volgens die onfuyvere huyfvrouv/e van Panphar ■A'i fy hacren dicnaer " ^\° '
Jofeph wilt brenghen tot fchande, tot den kerckcr en tot de doodt, Jmpudiatmie-
fy geeft claer te kennen, das fy hem geenfins en bemint, maer ten ^'"" •""iet a-
uytterften haet; hy en bemint 'my oock niet, maer hy haet my, die '"3^''',"'^"^
my acnlockt tot fonde , ende my verweckt om Godt te vergram- 'oncnpifóllr
men, ende foo eeuwelyck verloren te gaen . f^yit^K^quiA
Voorts die onbctacmelycke liefde verblinde ende verduyfterde haer "'^ l^»frnm
foo feer , dat fy niet en wilte , wat fy dcde , ende wat fy feyde : Hoort, "ZalndZT'
fy en befchuldighdc niet alleen hacren knecht, maer beticht oock iiu,r,: flatuU ,
haeren man f.-lf bv die van den huyfe. Sict, ieght fy, mvnen .- man -v^riiquepe-
heeft dien hcbreeufchen jongelinck hier ingebrocht op dat hy my //".'§ p^^/'
tot fpot ibude Iteücn; jae hy is oock plichtigh , ende het is fync '^ c
fchulJt, om dat hy foo onvoorfichtelyck eenen v/olf voor een lam Eta'nad eos:
ende foo voorts, in ons huys heeft laeten comcn ; v.'ie en foude dan ■'"«'"''««-•»■'«"
met recht niet leggen, dat mynen man 'Je oorfiecke is van alle de- „,„"«£ ,7/„ai«'
Ie airrontcn ende fchandaelen? hy heeft defen vremdclinck , ick en ^t nohis.
v/ect niet, wie, ende van waer geboren, laeten incoopcn ofte felf Gen. 29.T.X4.
gecocht, om ons aldus uyt te fchelden, ende in fchande te bren-
ghen, want wat illèr meerdere fchande ende verfmaedinge , als dat
eenen knecht ende ilaeve fyne meefterirc, eenen gevangen fyne op-
per-vrouv\'e , cndc huyf-vrouwe van eenen prince van 'i Coninckx
huys fil'derven niet alleen aenlocken, maer met gewelde aenvallen,
ende tot oneere willen brenghen?
Doch eer ick voordcr gaen, wy m.oeten hier ecrfl: eeiic corte lee-
ringe hoorcn . Dit is even wel al te waer, dat Veel getrouwde mans
feer dickwils oavoorlïchtclyck hunne vrienden ende heertn van ken-
S nilTe
138 DE GODDELYCKE VOüRSIENIGHEYDT
a
Jpfimet marU niflc met hunne knechten binnen huys brenghen, cnde foo fomwy-
'y'*"™'",'*" len occalle geven vnn groot peryckel acn hunne huyf-vrouwen endc
ter'ia. lil'il- clochters , cnde acn de dicnll-macghden , het welck gel'chiedt niet
lu/}riJi.Epiji. londer fchande van de mans ende van de vrienden, over het welck
Injliuiiu. jg huyf-vrouvven ende de dochters fouJcn moghcn claeghen, om dat
In arTHtnen- ^^^ '''^'^" ^"'^'^ vadct iii den huvfc gcbtocht heeft eenen pcribon lot
tume?gopiei Ichanüe van fyne famihe.
ret ■ntuni pal- Dus clacghde macr valfchclyck die Egvpïcfchc vrouwe over hae-
//«?« ojiendit j.^,^ knecht 'Jofeph , maer andere huvl-vrouwen ende dochters fou-
tc.iti domum. den hier over lomtydts met meerdere reden connen claeghen over
Gen.39.T.i(ï. hacrc mans ende vaders.
cOimer^oe- Ecnen godtvi uchtigcn cnde treffclycken fchryver feer vermaert
\m)iis°mlrnus ^°°'' *V"'^ boccl' cn in het derde deel uytlcggende het 39. capittel
adi'e,iiffei[no- van hct bocck Gcnefis, te weten den E. P. Boiedtcim J-erdtnandim
ti:m <jHid f«.. van onfe Societfyt getuyght gehoort te hebben uyt den mondt Van
V"r /^'"""' eenen van de nrincipacllle Biflchoppen in Portugael , den welckcn
lu eft iniqiii- ie}«-ie5 dat volgens de dachten acn hem gcdaen , de mans meeiten-
i.uju>,:f.iija deelde oorfaeck fyn van de misbruyckcn ende ongevallen, die over-
{■roferiiüjfir- comen acn de vrouw-pcrfooncn van den huyfe, om dat ly lomtydts
avi'dnn'^öer- "^^dc brcnghcn andere hcercn, die allenskens al te groote keniuflê
fcjjum i-jf/c, maccken .
qi,amfc,e,at. Mact om wcdcrom te iprekcn van de arghliftighcydt van die on-
. roper. fuyvcrc huyf-vrouwc van Puti^hiV,- : u Mo;/es in liet boeck Gencfis
AfjritHs ex- Tcght , dat ly aen hacrcn man van buyten t' huys comende den be-
cxcanie s.eio- houdcn mantcl vau hacrén gevluchten knecht terllondt toonde, als
O?"» ƒ«!■'■'•<• tot preuvc van haere getrouwigheydt .
'ylm ,"^!ih's Maer ilet wat eene vallche belchuldingc cnde onbefchaemtheydt!
nimirumi/ra- dacr noch bv met roepen cnde licghcn ioeckt ly haer te onticlml-
tjoiuu-urj- d'ghen, endc haer boos bclleeck op den onnooielen Jofè^h te leg-
?/!/.< miiicrh, crhci-\ . Hicr can mcn llcn wateene ontuchti''e vrouwe fal uytw crc-
(T!bi,f,is,„-,!,iJ. ken roept den "^ //. /';v^'/)(?,-.- ioolpvccia hy : De booshcydt gebruyckt
j'4 ajiijilivTi oock deleughencn, ly brcnglit de vallcheydt voor in de plaetfc vart
j^riuu! in- j(, vvacrhcydt , fc^t!;cndc , geweldt onderllaen te hebben, dacr ly
coiu.uU,,! ^ li'-^ï ic.ve haudc gcJuen .
pnui lixorli Maer ho;: mcghr hier P«//^'W haeren man gcllclt fyn? Soo rtaet-
/uh, auduii, {cr in de H.Schrifture: Dele dinghen gehoort hebbende , cnde te
nem"dlwna fecr gcloovcnde lync huvl-vrouwc, is hy fccigellooit geweeit.
\ii;olu,.crK " jojey:iiu eenen joodtfchen fchryver verhacltdit wat breeder :
puciiatiam Hacren man fcghc hy door de jaloursheydt verblindt, heelt teghen
i-"i,'tflil>l.f (j^.j^ knec'.ic bcKinr.en te racfen , gewonnen door de woorden ende
(owr.rri.//^. traenen van lync hu) 1-vrouwe , de lotte blinde lictde te veel toege-
tiri-ai,... j^^j- vende i ecrfl gcpiefcn hebbende haere trouwe fondcr voorder on-
l*^Ms. ' der-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. rjp
derfoecldnge heeft den knecht als niifdacdigh , foo hy quaelyck
meynde , in den kercker geimeten , nu grooter bchaeghen nemende
in de gctrouwighcydt van fyne huyt-vrouwe, endc nu oock getuyge
(yndc van haere eerbaerheydt .
Maer dit was een blindt endc onbedacht oordeel van Pmifhar\
den onvooifichtigen oordeelder en merckt niet eens , dat het ach-
tcrgelaetcn clecdt ofte mantel een c'.aer tceckcn is, dat fyne huys-
vrouwc fclffchuldigh is, ende dat fy felf den mantel hcetl afgetroc-
kcn, den wclcken Jofe^h uyt eerbiedingc liet volghen. a
Wel hoe feeht hier wvfelyclc den voor-cemelden '«. Ph:!o naer de r ^"""'''"^
waerneydt geiproken, waert dat den jongehnck ecnigh geweldt acn mt adoUfcem
fyne mccllerfiè hadde willen doen, hy hadde lichtelyck iynen man- folwffn in~
tel conncn wcch nemen , oft hadde hem connen vail houden , ge- f^"'y f''"^'
merckt hy Itercker was als iyne mecllerde . Hier uyt condc cnde Z'mü^^'lum 'rt-
moerte haeren man claerlyck achterhaelen de onbeichaemde. leughcn tmuijj'et, at
van fyne huyf-vrouwe ende onnoofelheydt van Jofeph . /'■'""' Jfolia,-
Boven dien waerom en onderfoeckt Puttvhar alles niet met meer- '"' "/>/'''"''>
dere forge? ^V^aerom en ondervracgnt hy met den ghenen, die be- /„btrahem ,
fchuldight was? Waerom hem niet gehoort? die lïch condc vcro.nt- Hluineglexit.
fchuldighen? Nicmant en maghmen oyt veroordeelcn fondcr den -'^'"^ "•'"■"«'
fclven te hooren volghens de fpreuck van alle de Rechtf-geleerde: 'dliuifimum'
Qni fiatuït aliqmd var te inaiiditii altera , dCjuum Itcet flntuerit^ hand mendMium
ncjum fmt . Dat is: Die iet gellelt heeft fonder partye te hooren, «*<"■«. 5^ "»-
al waer het gcfchiedt naer de rechtvcerdigheydt, hy en is evenwel ""',;,«' ,^///!
niet rcchtvecrdigh , ende hy heeft teghen de rechtvcerdigheydt ge- ^«-r. idem
fondight, om dat hvconde misdoen, /'a?//'^/?»- hadde misdacn teghen Wi'1"-
de rechtvcerdigheydt, om dut hy Jofgph te vooren niet en hadde
gehoort, den wclcken hy, alles wel ondcriotht hebbende, onnoo-
fel foudc hebben bevonden .
Oboosheydt! O onrcchtvcerdighcydt! O ilechte Hacve als ghv
fyt van uwc vrouwe. Verachtclyckc mans, die uyt blinde liefde,
ende bcrifpclycke cranckheydt -onder haere vrouwe ilaen .' van de
welckeden Propheet 7/7;;^^ tot hunlchande fcyde: De vrouwen heb-
ben haere mans overhccrt: Afnlieres donnnntic flfnt eis . cap. ^. v. 11.
afnd a Lapide ; het welck nocli meer fchandigh ende plichtigh is,
als het llreckt tot achterdeel van ccn ander, gclyck het met Jnfiph
gcfchiede.
Endc Pttiiphar hadde immers kcnnifle van fyncn getrouwen dic-
naer Jofeph , den wclcken hcni wel eU jacren lbo getrouwelyck en-
de eerlyck hadde gedicnt, die hy oock noyt in leugen-tacl, nocli ia
dicverye, noch in valfcheydt en hadde bevonden 5 diën nochtans fon-
dtr
S z
140 DE GODDELYCKE VOORSIENIÜHEYDT
a imudita der dcn felven eens te hooren, op de eerfte befchuldinge van fyne
caur.t , inex- huyC vrouwe, wiens dertcle on^eresekheydt bekent conde welen,
ta.u}'<.i>n re- coHit hy loo hchtclyck te veroordcclen
Ui Lrimr.m in Voorwiicr djit WAS al tc bündclinx, endc al te lichtveerdelyck ge-
c.ir.eron 'Jo- \qo['i ; in jgt [e ecloovcn , moetmeii akydt traei^hfaem ende wyle-
r.f^.S.Ambr. ^'^^ voortgacn.
de jojepiQ, Den Roomfchen Philnioph ^«•wMhectt hier van eene wyfe fpreuck
b si.jihiem achtergclactcn in fyncn 3. brief: Alles aen een ieder te gelooven,
"°" "'r^-^' fcght hy, is cene foute endc gebreck , ende het is oock quaelyck
re:oncge,non ", •',-111 , ° ■ 1 • ,1 j^ -i
opr.r- eb.it eam ^^'^'^^ onvoorlichtclyck gedacn , niet het minite acn lemandt te wil-
in- car^e'em Icn gclooven : Lkrim^He vittum efl omnibus credere & nutit . IV'Ien comt
cciji.ere, ji dickwils bedroghen te worden , alsmen terftondt aen een ieder gc-
^rL' effe\vi'o'd It^ol^" gseft , ende nlsmcn oock aen niemandt en gelooft.
jE^yj^ua dl- AjfterM dn Coninck van Perfien hadde te licht voort gegaen op
xerc.t, tu.nc hct woordt Van Amin , cnJc aldus hadde hy alk de Joden ten on-
ntyie carcere ^echt laetcn veroordeclcn ter doodt, die onnoofel waeren, gelyck
at"-nHf erat , , , , , ,^ . . \~^i ,111 j i ^
jr'Lapiteple- "Y "Ct dacmacr uyt de Coningmne EJiher verllondt, het welck A-
üi er extre- man daernaer met de doodt moeite becoopén. Futt^har tn moeit het
mum bx nam oock foo licht nict gclooft h'bbcn.
s^Chry oit"^' D'ier-en-tuirchcn leght den a H. Ambrojïm wordt den onnoofelcn
hom. (Ji. /;» Jofe^h fondcr gehoorc te worden in den kcrcker geworpen als plich-
Gtnefim. tiyh van de doodt .
c S'iperna ^^Ixov hlcr Is iet wondcrs te bemercken , tc weten waerom dat Pu-
^.>.ei..>-i..)-.jn> t'J> '^>' lynen diender Jofe^h loo plichtigh, gelycK hy meyndc, niet
detimut , 07- tcrltoiiJt cn dcüc itcrvtn, maer alleen in den kercker worpen, en-
non pcrmific jg j^ ecncn kcrckcr die foo fchandigh met en was, ende die maer
'fei'lhil'r'ejjm- ^^ dicndc voor trcfFjlyckc perfoonen , die ergens in plichtigh wae-
nipotens Deiii leil .
t,iitt.,m ilh Als P:!tipbar geloofde, fcght den h H. Chryfofiomiu^ dat Jofeph niif-
feat exhibcri dacüi"h was van overfpel , waeiom en deuc hy hem n.ct teritondt
uinijciiuf lil itcrvenr Lnde waert dac hy hem met piichtigh en kende, waerom
(ariere;» tun hcm dan gcltclt iu dc gevangcniflc ?
tumiiinjiiam Q^,,^ fclven ' H. f'adtr fcght daernaer, dat het een wcrck was van
■Jn-tutein'. ^^ Goddciyckc l'oorjïenia^he^dt , de welckc Puttfhar ophiel , om Jo-
Idcm S. y^,'/-'? die onnoofel "vvas, niet ter doodt tc brenghen . Den gcnadigen
Chryf. hom. ende almachtigcn Gout, fcght hy , heeft maer alleen fyne bermher-
6i /» <^"'- tigheydt aen 'jofeoh laetcn overcomen, om als hy in den kercker
no.eitii'im v-'us, lync onnooicihcydt endc lyne dcught te verclacren .
fuamPeoiQ- Dit is nu oock ten uyttcrlten te verwonderen , dat den onnoofc-
viitie.:sne.jue j(,j^ Jjf.'j^h 'm al fyn ongciuck ende onrecht noyt in het minite en
air.!-viini^'-!c 'i^'-'i''^ geclacght , ciidc lïch niet verontfchuldight, gelyck de andere
rem in'i üf/Z'i gcv.ingcncn pleghen te doen, belbnderlyck als iy onuoolcl lyn.
'er At Jj^
UYTGEBEELDT IN JOSEPH,
141
Jofeph liet fyne onnoofelheydt tecnemael aen Godt , denckende,
dat hy machtiger Vvas, als die hem in den kercker hadde doen ilel-
len . Ende voorwaer hy en is in fyne hope gecnfins bedroghen ge-
weeft, want hy terllondt de i'onrfientghcydt Godts gewacr wierdt,
gelvck den ouden joodtfchen ichryvcr Jofe^hpu in de hiflorie van
Jofeph verhaelt .
De rf H. Scrifture feght het oock in het cort met defc woor-
den : Den Hecre was met Jofeph , ende heeft fyns ontfermende ,
hem gratie verleent in de ooghen van den ovcrlicn des kerckers .
Dit wacren de vruchten van iyn betrouwen op Godt, in den wek-
ken hy fvnen vollen trooll; hadde. In degevangcnille vondt hy den
vrydom fyns herten, ende was altydt in rufte ende volle blydtfchap
met Godt, in de gelyckcnifle van de gefloten voghelcn , bv exem-
pel van ecnen Pape^ney in fyn huysken, den welcken als in vryheydt
ende vrcught fchynt te leven.
Dit finne-becldt van den Pafegney fal den lefer , foo ick hope,
in danck nemen , het welck ick hier wat breedcr uytgelcydt liil voor-
ftellen .
Het opfchrift can wefen als volght naer de print.
er.it tnilicii-vit
un.thacjpecc'
foUbatur C?*
fi:J}entdliat ,
poieiitiorcm
DeumeJJciii,
qiii Je -vinci'
ratt, iyf^ne
fuA Jpe mini,
"ie fiuj'lr.ttHS
fox fingaia-
rem er^.i fe
Froy/deiiiia>7t
expertH-s efl.
Jolephus. /. I,
imiq.juAji^.
a Fuit uutem
Domin-m ch tn
Jofpphcr mi-
fertui ,11, „f
dedft lil, r^Tj.
tium in (,on-
il-eiU Prin,;.
ƒ'"• Gen; 29.
'D
1.
m
yw^k
Sj
145 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Sondcr forgh hier hen gerufi^
lek hter leef tn volle lufl .
Het finne-beeldt wordt uytgelcydt.
HOe wonder is dien Godt in fji verholen ^vercken ^
Soo ieder op de aerd" en m de /' 'n can mereken :
Siety hoe aen het ge dier t ^ dat op de -iijreldt leeft ^
Hy door fyn vaders forgh het aes en voedifel geeft .
De viffchen in het nat , de voqhelen daer hoven
Jn alles wel gerufl altydt den fchepper loven
A/et haer ge/wier en fanck en vreught en volle lufl ^
Van alles fyn voorjien altydt in vrye rttfl .
He fhvalmen in de locht^ oock in de felle winden
Jn V midden van de vlucht voor aes de vlieghskens vinden ,
Voov.i/aer een foet gepejs^ hoe Godt het al heflicrt^
Of dat op ^' aerde leeft , of door de hemlen fU'iert ,
De
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 143
De beeftjens /' alle cant^ oock van den vroeghen morghen
Door V foet heftieren Godts gants leven fonder forghcn;
De voghels tn de koy ^ de Ifeeflen in het kot
Elck naer fyn aerdt en macht bcdancken hoeren Godt.
Den Papegacy ver'Ajdt een ieder met fyn finyten^
En tveet Jyn fueten claj> met klyen fsnck te jltijten ;
En of fyn hnysken Jluyt , rondt fom iiel toegernfi ,
Js echter met onifteli , 7naer leeft tn volle ruft .
Aien hoort de foeie heefl heel daghen ende iveken
Gefloten in fyn koy als oyt te vooren fpreke» ;
Aien geeft den vollen lof aen onfen Farroijuèy
Van dat een teder heeft men deelt den voghel mè ,
Hoort bidd^ tck , hoort hem ivel , hy f il fyn deuntjen feggen^
En foo hy is geleert Jich fueten uyt te leggen :
Hoort , Piipegaeyken roept : dies wordt hy wel voorjien ,
Strax hy wat noetjens cryght Van al de goede lién .
Of hy in V hnysken Jit , en ho:idt niet op van Jinghen j
En weet in fjnen fanck oock door den rinck te fpringhen .
Soo is hy heel gerufl , en fonder forghe leeft j
Een teder voor hem forght , en dranck en voedt fel geeft .
}Vat dmickt «, die dit leefl? ghy moet de faeck ontbinden^
Chy fult tn 'r Jinne-beeldt hter onfen Jofcph vinden :
Hy fat , dogh fonder fcht^ldt in fyncn kercker vaft ,
Siet hoe het voorigh beeldt feer wel of Jofeph pafï .
Sat daer niet als te voor bemfrit van fynen vader
Verr' boven al de refi , mier nti als een verrader
fan V recht van fynen heer , en fchender van fyn vromi'y
En ^ fjonicn dencken mocht in '/ midden van den rouw.
Doch echter foo geflelt en laet den moet met vaercn ^
Godt wild'' hem om fyn denght in fyne g!*nft bezvaeren .
Jn Gódt is al fyn rufl , tn V minfle niet benondt ,
Aïidts hy o'^noofel is,, alleen oa Godr betrouwt,
fae voslt f.ch heel verferckt in 'r midden van fyn (Iryden ,
Dies hoon men hem den lieer en Godt gebenedyden ^
Of hy daer f;t ^ na:r Jiel hem Godt den vrydom geeft ^
Van fyuen Heer bemint , m volk vreught daer leeft .
IS 't dar wy met fommige fchn'vers ende met " Salianus in (yv.t '. '^"="'''^*"
kci:ckciyckc hirtorie geloof -vviilcn geven aen ócn bocck van de reZ'.VoZTe
teftamenten van de 12. Patriarchen, ick lioore Jofeph daer aldus hiUn'^ -poer
fpreken : ]ck ben geworpen in eencn kercker, maer ick hcbbe in s-^'j'^"» s^"-
vollc' vrcu':rht iVndc met blvde Hem mynen Godt gecertcnde ffelooft. '''l'"''*' ^'"J
144 DE GODDELYCFLE VOORSIENIGHEYDT
li.
TdtrUrc, Voorts eeucn geleerden man a Lttdovicm Cajianem Bifichop van
ap»i Salian. Pottiers in Franckryck fprekcnde van de henghe gevangeniHè van Jo-
nhift.Ealef. ^ f feght dat hy evenwel daer was gelvck in het paradys van den
ceruanxuflin grootcn hcmel, dieivolgens in groote blydtichap ende voldoeninge .
il.iudit)ir,cj- Hy en conde niet droef" welen, daer hy Godt met fich hadde in den
la.tnudmcfit- ];ercker feght oock den l' II. Bajihw Sele^'.cienfis : Daer Godt is, daer
Luiov! ^Caft! ^* ^^^^ vreughtj in Godt vondt Jcfefh alle riifte , aen den welckcn
Fpif.ricla-v. hy fich geheel overgaf.
injüii (xer.i. Bchalvcn dcH inwendighen trooft , den wekken hem Godt gc-
tation:Lui in ^^^Q^■Q\y^~\^ mededeelde , heelt hem fyne Goddelycke Foorjiemaiieydt
b Tr.idiJit doen winnen de gratie otte de gunlt van den opper-overlren van
jofeph inuir- dcn kcrcker .
cerem,fcdam y^g] tj-effelycke maiiHcn bemerckcn hier noch eene wondere berm-
'cirdit"" c'um hertigheydt Godts in defe ibete beitieringc van den onnoofclen ende
tali comiie fuyvercn jofeph .
wJLim'niinr- Wy ^vas uyt dc gi'atic gevallen van (ynen heer ende meefter Ph-
icrerrn'lcjham ,,-p/^^. q^ ^^ vallche b'Mchuldingc van iyne huyf-vrouwe, ende daer
BaViL J'w'fHc" otn heeft hy Iicm doen llcilen iu den kcrcker, macr liet, Jofeph
Bi-M. 10. de cryght v.'cdcrom eene andere ende nieuwe gratie, ende windt de
Infej)],. ^ vrindtlchap van den overflen van de gevangeniflc, den welckcn ge-
^;pu"d"pfrd','- fi'-"'"' h<^bbende den ibeten aerdt van Jof-th, {ync getrouwigheydt ly-
ta ^r.itia ui. ne behendighcvdt ende ncerlngheydt hem den vollen lalt geeft over
tcniiiil'-me't- alle de gevangene , ende als meeiler daer overltelt, alles aen hem
tumnivemi: ,-ocbetrouvcende . Die Godt byibiet, wie fal hem fchaedigen, feïjhc
aircndo f.tyo- "'cn gclccrden Biilchop c L!ppomfi>/>7ia uyticggendc dele volgende
rtmcomiliat, woordcn van het Genelis : Hy heelt hem fyns onttermende, gratie
f»(" Dominus verleent, in de ooghen van den overften des kerckcrs, den weicken
ejiisa ]utor, j^ • j^^^^j^^j-, hcefj; pelcvcit alle de 2;cvancrcnen , die daer in den
^•erdat; hipp. kci'cker waeren , ende al datter gclcluede , dat was onder Jofcfh ,
tn Gen. i.ip. ende dcn Hccr was met hem, ende belHcrde alle fyne weicken.
^9-J' -^' Het lal oock de pyne weerdt fyn, daer van te hooren fpreken dien
ierhfdemeh's o'-'Jcn fchryvcr d JofephM : Dcn overllen van den kcrcker, feght hy,
er diligenif bcmcTckendc de getrouwigheydt van Jrfeph., ende de necrifighcydt
" •'''Z"^- in nlle fyne dinghen wel te doen , ende de weerdigheydt van lyn
iim
'idif ojt'
yendif opPrum
.perum j-,[^ qj^ {jelact , hccft hcm de banden doen los maeckcn . ende di^.
r.tns,aLflrm£ moeyclyckheydt heelt hy wat verioet, ende hem betere,lpyie als aen
di^nhaiem, (Jc andei'c gcvangcncu doen geven.
foh-n eitmde jy^^ ^ j^ AmbroJrM ipreckt noch van andere ontfanghcn jonften,
qne"mTfernim fcggcndc; Jofeph \\cc(i foodanigc gratie gevonden by den bcvel-heb-
-aliqiianto Ie- her van den kercker, dat hy oock gevangen fynde de Üeutcls van
■^■[orem Tiuidi- ^^y^ kcrcker moelle bcwacrcn, ende alle de gevangene in fyne han-
am^onim/d'i'ó. ^^^ llclde . Dicfvolgcns J'-pj^h cn vocldc gcene moeyclyckheydt,
„,•; ende
UYTGEBEELDT IN JOSEPFl. 14^
ende vcrfoete felf het verdriet van de andere mede-gevangene , de orlquaMrelt-
felve dienft doende ende vertrooftende . ?«"' yjnnot
lek nuyte dit capittel met den voorgemelden Biflchop a Lippo- ""^ "'' ff'
manriM : Delen jongelinck , leght hy, is geboren tot het Kyck, om i,h,^,Jintia,
alleen onder fyne broeders te gebieden in het huys van den Prince, a luyemt
hy gebiedt oock in den kercker, ende voorv^■aer met alle neerflig- ^jfif!'(j'<f»tv-
heydt, cloeckhcydt ende getrouwigheydt ; voor alle de gevangene ^'t , aüffl^ral
foo lorgendc, dat hy de felve in eenige droefheydt niet fien en con- cUufusincar-
de, Ibnder die te vcrtrooften, ende te helpen, foo veel als het hem cere,tj>fepoti-.
mogelyck was. Hy hadde van Godt gecregen fynegoddelyckc gra- "/ (nrcerit
tic, als eenen fone van de Patriarchen} hierom hadde hy geluckigcn ,,«>•«, zs- m-
voorfpoedt door de jonlle van de Goddelycke Foorjiemgheydt . Aldus dufos omnes
en can heel de wereldt niemandt fchaedighen, ilt dat hy fyn felven '" pofft^tein
niet befchacdight en heeft; aen den welcken Godt fyne gratie ^al J^|"^ .""'"'^^
gejont hebben , gelvck het maer al te claer in Jofe^h heeft geble- jofeph »o/»
ken , den welcken foo dickwils uyt foo menige peryckelen door >'«'« '"'"■<-<■-
Godts bermhertige bctlieringe verloll is, wiens llcrcke cracht ende '^j^"r"/'?/^'J
foetigheydt wy nu dickwils voor geftelt hebben, in hem aldus meer ^,^o<^«, ^J".
ende meer door foet ende fuer te leyden tot cene onverwachte glo- risievabat £-
rie ende verheffinge boven alle fyne broeders , door wekkers haet ']('"?''% f"
ende nydt hy foo verre geraeckt was, datter menfchelyck fpreken- lo'^p^'/"^
de geene de minde hope meer en fcheen te wefen, om daer uyt te b skadim-
geraeken . Macr dat was alsdan, ende het is noch hedendaeghs den per'ium natus
handel Godts met de menfchen, oock met fyne belle vrienden, de ^■^„^/'' '^/ '"'
w^elcke hy fomtydts laet comen in den uytterfben noodt ende fwae- diyerüijlt »-
righeydt buyten alle hope van 's menfchen hulpe, als hy ten lellen biqne rcg-.M-
de felve nacr eene langhe oefteninge van deught met meerdere ver- ret,,nterfiA-
dienllen ende glorie daer uyt comt te verloffcn , gelyck wy nu brec- Pr,'„V|L,7ïc
der in de volgende fede-leeringe fullen gaen betoonen . quoq-, m car.
cere magi/ha-
turn (^erit , Cy qiiidem ddiircnter ZS" flrenue , fnmm-iiue fide capthii Jtc omni.t fitf/pedit^iulo necejfar/a , ut
etiam non ferre lilos f>oj]'st iel triftiori yiiltu evrgilaittes . GratLtm divinam fiierat afjeCHtusyere Patriar-
.Ihinim JiliHS , ideo Dei profidentia proficrel-at in omnibus. I\'emi>ic>n ludire poiefl yel totits niHndus,citf
Deus per ^rati.im adjlitc-it, Lippomannus ia Gencfim.
f
SEDE-
i4<JDE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
SEDE-LEERINGE.
Jn de 'Si>elcke getoont Ipordt ^ dat Godt fomloykn de men-
jchen , oock [yne z r lenden alletnelyck. co})2t helpen , als fy fyn
in den uytterjlen noodt , vreeje ende benoudtheydt ,
DEn Prophcta David hadde dickwils geweeft in groote fwae-
righcdcn peryckelen ende incenc uyttcrfte vreefe, maer Godt
heeft hem altydt op i)ncn tydt bygeilaen , ende daer uyt gehol-
TOr./,^/. , [. j^ felf bekent in fynen-» p.'Plahn. Godt is my, fcght hy,
adjinor in gcwordcn eenen helper op den bequaemen tydt mtnbulatie.
«bportunitati- Soo handelt Godt iomtydtsmctfyne vrienden. Eer ick datbetoo"
lm in trdu- ne in verfcheyde gevallen, hoort eerft, hoe dat Godts wysheydt dit
*g!'irio gf toont heeft in b Jofe^h^ den wekken hy evenwel ten lellen niet
b verlaetcn en heeft, maer van fyne vervolgers vcrloft, ende met den
l/atyendi. wclckcn Godt nedcr gedaelt is in den put , ende in den kcrcker ; in de
«'"de Jr'^y" banden en heeft hy hem niet verlaeten, tot dat hy hem aenbrocht óen
fidrpe7feoi'- fcheptcr van hetryck. Het welck alles van Jofe/h, gclyck hctblyckt,
:or.'tus libc- claerlyck gefeydt wordt , die nu verfcheyde kecren gelyck wy gelioort
raviteum,de- hcbbeu foo vcrrc gecomen was, datter voor hem gcenehopc meeren
■it" ^'f''""' fcheen ie wefen, befonderlyck alshy vanfync onfuyverc mecfterfle by
O- in-vitKidis haeren man Pueiphar van het Ichandigh overlpel belchuldight was,
nondcreliquit cnde dacrom in den kerckcr gelmctcn .
ez-m,dontc aj- ^ Soudemcu nict fekerlyck gedacht hebben , dat hy om dit groot mif-
trüm 're-rni' '^^^'^^ door laft van P»n^^ffr -tcrilondt met de doodt foude gellraft
Sup. lo.y.ï^. gewcell: hebben 5 nochtans hy en dede hem maer allcenelyck m den
c^ 14- kercker cnde in de banden ftellen. De Goddclycke/'fl'^'yw//^/;^'^'/' heeft
hem daer in dit uytterfte pcryckel fynde te hulpe gecomen : In vm-
cidls non dercliquit enm : Jn ofVortttnitatibus , //; trtbahuwne .
Voorwaer den Foorjienighcn Godt en verlaet noyt de fyne , al ift dat fy
fyn in een uytcerfte gevaer , want hy falie op het onverwachts de handt
geven, hyfilfcverlterckcncndevertrooften, cnJedittotfvne meerdeie
glorie, tot oefi-'cninge van vcrduldigheydt, tot vermecrdchnge van de
vcrdicnllcn, cnde tot hunne meerdere eeie ende geluck . Het fchynt
dat Godt hicrvoortgaet , gclyck eenen Coninck ottc fouvercynenPrin-
ce , den wekken geltelt hebbende om het bidden van eenigc fynder on-
derfaeten , eenen mifdaediglien van de doodt te vcrloficn , nochtans foo
lanck wacht, tot dat hy op den wech i»;, gacnde nacrde plaetfe des
doodts , oft verfchynt op het fchayot . Geen onbequaem iinne-becldt ,.
foo my dunckt, van den handel Godts..
Dit lal ick voorltellen in een rym-dicht met het opfchrift het welck
volght naer de print.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH; 147
Een gmfi heel onverwacht
Van teder meer geacht.
Het Sinne-beeldt wordt uytgeleydt 1
ETlaes ! daer is geen hof ^ van '? leven te verwerven^
De doodt is vafl gefielt , den ^lichtigen moet fierven }
Geen tjdt meer van genae-j den Prins geeft geen rejpjt^
Daer is geen bidden meer ; hy is fyn leven quyt :
Hj moefi eerfi voor den Raedt al menigh-mael verfchynefly
Naer hy hadt uytgefiaen de alder-Jwaerfie ^ynen^
Was echter noch al cloeck ; doch fyne ^yn fier groot ,
Voor 'r lefi hy moefi het haefi betaelen met de doodt ^
Ellen digh als hy is ! midts V vonnis- is gefireken ,
If^enfi nu maer fyne fchuldt voor fynen Godt te /preken j
. Hier me is hy gerufi , en in fyn Jtel gefiilt ,
Met al fyn hof in Godt , voor af z> hy fierveil wilt .
T i
Dtn
148 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Den beul is bj der haiidt^ flrax wordt hy vafl gebonden^
Schier doodt wordt voartgelejdt ^ nu heel in vrees verjlondcn^
En als hy op V fchavot , en onder V fweerdt nu Jiaet ,
J\Jen hoort heel onver^vachts een Rem: Niet voorder 2:101,
Staet (lil ^ daer Is genae ^ de Jlraf is hem "vergeven^
Den Prins hem gracy doet ^ den Coninck jont het leven.
Het volck ftaet heel verjlelt, doch meer V mifdnedigh menfch^
Als hy iveer leven maql] in ritfl naer fynen wenfch .
Wie can die vreught verflaen van die gaet om te Jterven^
En buyten alle hop' fyn leven moet gaeti derven ?
Voortvaer foo een gehtck tn de aenftaende doodt
En d' onverwachte vreught hem brenghen cond' ter doodt.
Het %vaere beeldt hier van condt ghy iti Jofeph mereken :
Heel wonder is dien Godt in fjn verholen wercken:
Godt wilde lacobs foon bevryden van de doodt;
Doch ivaerom fynen vriendt gebracht in Jlervens noodt ?
Alleen om fynen droom fyn' broeders te verhaelen
Atoejl fonder fyne fchuldt fchicr met de doodt betaelen j
De Jpraeck gonck onder hun : daer comt den droomer aen,
Seer wel , hy fal daer voor de doodt haefi onderjiaen .
Doch V was van Godt ncjlelt , hem voorder te beti'aeren :
Eerfl Ruben voor hem jprack , oock Judas wtld' hem jpaeren ;
Dan uyt den' put geraeckt; en foo hy was vercocht^
Dorr Godts befiier wierdt hy tn vryen flaet gebracht.
Jifaer als de opper-vrouw haer knecht hadt mentgh werven
Van echtbreuck vnljch beticht V fcheen hy fond' moeten fierven y
V Scheen , dat hem fynen heer gonck flrajfen met de doodt ,
Afaer Jiet , Godt door fyn cracht helft Jofeph 'tyt den noodt .
Als hy gevanghen fat ^_ d-e doodt mocht hy veriv achten .y
Doch Putiphars gemoedt wifl Godt heel te Verfacliten^
Als Jofeph was in drttckf in V liytterfla gevacr ^
Stra.v buyten V men f hen hop' Oodis hulp' ti'ierdt hy gewaer .
Siet hier den handel Godts : Hy laet fyn vrienden firyden ,
Hji laet hun in V verdriet veel yan de menfchen lyden ^
Oock fonder fchuldt of phcht^in 't bitter traenen dal ^
Jï-faêr even' op fyn tydt hun Godt ■V.crlofen fal.
Syt ghy op t' hooghfi gebracht van druck en van ellenden.,
O droevigh menfch ^ tot Godt moet ghy ti hert maer %venden .,
Betrouwt maer op dien Heer^ die. tiiemandt en verlast j
Hj helpt ti., als ghy vreeft^ dat ghy verloren gaet ,
Dc-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 149
DEfeh wonderen nochtans bermhcitigcn handel Godts gcfchicdt, ^, , S^''"^"
Ceght den " H.Chryfoftomm ^ om aldus te tooncn lyne godde- 2fi>erat"m"
lycke macht ende wysheydt , oock tot oefFcninghe van de ejh, tune po.
deiight, endc tot meerdere verdienllen van de bedruckte. teniiamjuam
Den felven ^ Vader handelt hier van, befonderlyck in fynen eer- cntUmltda-
ften brief gefchreven tot die rreffclyckc matroone Oljmfias . Nu we- «f. s.Chryf'.
dmve geworden fvndc wierdt iy van veele quacdtwilligc leer gcqucit '"""• 3-- '•'»
ende vervolght ende naerhet verliefen van haer goedt in ballinfchap u'^'^J^V;//,
gefonden , in het welck defen H. Vader haer trooil , fcggende dat ,et d', "on.
fy nu in cenen feer grooten druck geftclt fynde op Godt meeftmoc- fnetiidc^ti-e.
lie betrouwen, wiens gewoonte het is, de ellenden van iVne vrien- '"'"" "'^'^^"J'-
den in het beginiel ende terftondt niet wech te nemen, als fy noch ['"ilapiT Jx.
cleyn fyn, maer als fy grootcr fyn geworden, ende gecomcn tot het //»-«;u , fid
uytterfte, alsdan comt Godt ten lellen te hulp, heel tcghen de ge- """ireyer,,,/:
woontevan demenfchen, aldus toonende fync macht, enije famentot "''2; "'*>'"'"»
oeffeninge van de bedruckte , hun daer-en-tulichen vcrmaencnde , j.t,n>j"e j}e's
dat fy fouden voortgaen, in Godt te dienen, altydt hun betrouwen °»'.,.:s fuLUnt
op hem (lellende, alleen bcibrght, 0111 hem niet te vergrammen. C'-'-T'^mdeni-
De volgende woorden van den felven ^ H. Vaader fyn merckcns TbTommnm
Wecrdigh . ^ op'niionealie-
Ecne gewichtige faecke alleen , feght hy , ificr maer te vreefen «•'ƒ'■'»«■•«<-
op defe wcreldt, te weten, de fonde, wantmcn alle de andere din- *'■^-'"'■'"•"'-
ghen maer en magh houden voor eene enckele fabel ende veruerfel, fu^m ojien.
of ghyfe noemt lillen of bedrogh , vyandtfchappen ofte lalleringen , <l''>'i,<^<:anim
befchuldinahen , openbaere vcrcoopin2;en van goederen , fwcerden '?"'•''■"■■''"""-
otte eenige andere ellenden van den oorlogh ; want alle dele dmghen p.,tie,itiam
fyn tydclycke ende verganckclvckc, allecnclyck dienende voor den exenens. $.
tvdt van ons llerffelyck leven, de v/elcke allegaeder gccne de minllc S'^'^'" ''^: ^'
fchaede en conncn acndo.n aen ecne \vyfe ende verheven fiele. 2i, d"'/''^'
Den felven << H. Vader met (yne groore welfprekentheydt handelt £>anicll 14.
noch op andere plaetfen fynder fchrifrcnvan dele materie > fchryven- '^ Unadutn-
de op den i ly. Pfalm , fprcckt aldus van de dry jongelinghcn in het '^■'.■^'" '"''■' ?''•'-
forneys van Babj lonten^ ende van Daniël in den kuyl der leeuwen: Jé'jae'?!''iem'<'e
Godt feyde hj , wilde hier toonen fyne macht: Die dry jongelin- piaat,'m,re.
gen wacren vanden Coninck KahHcbodonopjr veroordeelt, om inden ^"l-"' <""'"•>■
gloeycndcn oven gefmeten te worden, de welcke nochtans dien op- Ty" mij'di]^
periten Coninck gellelt hadde daer uyt te verloflen ; maer waerom </;»•«■«, /!\e
' l' 2 gfj ininiii.ni.tsf:.
• ft calumin.is ,
ft-ve accuf.itióntJ , JiTe bonornm frcfiriptionfs , fye cxilium , p^c gLidios prsacutos , fi-ve mare, Jïve i<it:ns
orlis helium, nam cj^scumque tandem Intc 0Ki»ia fint , certe Imc oninitiaduca CT" tempar.ili.i f,iiit,atij!:e i.t
mortah iOTporc exiftuiit , nee priidenti Vinexperreci.t annnsdamnumafferunt S.Chryf. iHdem. d Deus
tiijxime fuam oflendil fotentiam non i primordio ,fed quando rei fuerant plane de/herati . Hoi efi diyiniatixi -
/;;, ey ideo ntc pueros eripuit a prir.iipio , fcd pcftquam fiitraytt ionjeili in fornacem , n:: Diinieitm;'aa-
tequam ejj'el immijfiti , fed fsptirn poft diehii:. S. Cliryf. Inm. lij. in Pf.dmos .
ifo DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
a ideoexifil- Cfi hccft lict Godt niet gcdaen voor het worpen in het vier, gelyck
niM te a Deo j^y hgt Joen condc , cndc alleenlyck als fy daer in waeren ? Hy lictfe
ie^eri, qi^'t j.^^^. jj^ "vvorpen , oD dat alsdan meer foude blycken fyne goddelycke
non, qitando , .*. .i-ri ir t_ J o j
■vh", eribh. macht, nict in het beginlel, inacr aller geen hope meer en was, als
Eni):iit tres wannccv het den tydt was van Godts byllandt . Godts macht bleeck ,
jiueros de i^- [^ j^^,j^ dacmacr te vcrloflen , te vooren in het vier fynde fy loofden
'" ^^' 1^' Godt , daer-en-bovcn als fy uvt het forneys gctrocken waeren , den
luil.idHniio- C^oninck met het volck verhefte de goddelycke macht , hem oock
perfcqueMi- _ gcbcnedydendc , cndc door fyne gelbndcn brieven groot maeckende
lus JEgyi-nts^ by andere menfchen , het welck niet en foude gcfchiedt fyn, waert
mlrc:<:j!- ho^ dat fy in het vier niet en hadden geworpen geweell. Om de felve
p^es 'inter «-il- reden en is Daniël niet terllondt verlolt geweell uyt den kuyl der
'dj.s^ gt'idi- leeuwen, mier alleen naer 7. daghen , om datmen alsdan meer fien
yb'ütn'aT,"ïnde loudc dc almogcnthcydt Godts , ende de onnoofelheydt van den
nrma Loruf- godtvruchtigcn Daniel.
tant, l.hu. a- Dgn « ƒƒ. ^Hn^uflinM uytlcggende defe woorden vanden p. Pfalm."
quArum >i:ic ^^^^ .^ r^^ ^^ tfibulattone : lek ben met hem in de verdruckinge ,
aiinoi-tim pre- / i • j r ■ i- i J i i • i
piiHi.Stiope- macckt oock mentie van delo. j. jongehnghen, de weicke nu m het
r.rr/ mm jiin uytterlle pcrvckcl gccomcn fynde, van Godt maer geholpen en wier-
X>ei'.s lonjue. j^^^ .^ hy fprcckt aldus : Meynt ghy , datghy van Godt verlaetenfyt,
TnUmlimm omdat hy u niet tcrftondt by en ftaet , gelyck ghy foadt wen-
coiijlliioi, it- fchen ? Hy en hecftfe maer uytgetrocken als het tydt was, te we-
/; mtenedat j-^n als hct foudc wcfcu tot fyue mcerderc glorie ende hun ge-
'''■*"""'" ,"jl luck . Ende het is öock te bemercken feght den felven ^ H. Vader,
i'L yi'j^s'p^'- hoc d .c Godt de handt gegeven heeft aen de Jfraelnen vluchtende
pulus formi- van dcH Coninck Pharao: Sy hadden voor hun de gevaerlycke zee,
duUt, quibns ..ehtcr hun n^cihen fy dc wapenen van de aencomende vyanden , fy wae-
fliff'mKs^it : i'^i"» tuüchen twee gelloten , geltelt in ccnuytterlte perykel, maer in
2^'e formi del ':s hct nacftc , oiTfi van Godt geholpen te worden, den welcken de be-
■v!ri,eJl-oteyi- Jruckte op fyncu tydt, als hct bell is, te hulp comt, alfler van de
d''"yUh'rUm mcnfchen gecne dc minlte hope van byftandt te verwachten en was,
jumproperare, als het vluchtendc volck foo bcuoudt was Adojfes feyde hun : En
V p^onth /«- vrcelt niet mannen, fyt gewapent met het geloof, ende laet u voor-
rf/r/« '"'"'^^ llaen, dat de viftorie voor dc handt is, ende de ncderlaghe ende on-
!//W»o ;'#• '^''"S'^'i'^'^ ^''" '1^^ radende volck van de E^yptenaeren ; ende dat ge-
tirgs /".i". fcvdt hebbende volgens het gebodt Godts A-foyfes met eenen flagh
rampitm-iTc, y.j,^ (yy^ ^^jgy ^lciQl dc watctcn der zee van malcanderen affcheyden,
y,''^ ,L'/"o'j, pi"C'^'"s gevende aen de Ifraeliten ^ om de handen van de volgende
.,.,« tidiur.i vyanden te ontgacn, gelyck het gefchiede, als wanneer Pharao den
itoit ;»i'T''>"'>. Coninck met al A'n volck in het midden van de wateren, die weder
exhihuit, V ]^y m.ilcandercn ciuaeinen, wierdt verdronckcn.
„^''^^ul.rlm Ailbo weet ucii bctmhertigheii ende alles voorfienden Godt, als
oj>' het
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. i;i
het den bequaemften tydt is, als de meefte glorie Godts dat ver- oppreif,. s.
eyft, ende hec falighfte is, de ellendige menlchcn in hunnen druck Aug.Vfi-m.S9.
te helpen ende by te ftacn . lUionpcic.
Hier op dient leer wel het oudt fprceck-woordt : Deiu è machina :
dat is te leggen: Godt fiet het al aen, van eene hoogheplaetic, hec
welck befonderlyck pail op de Foorjïentgheydt Godts, die ahydt gc-
lyck van boven uyt den hemel cene ooghe geflaghen hccti; op de ver-
druckte nienichen , om die by te llaen op lynen tydt . a
Den " ƒƒ. IJidorm Peleajiota maeckt nicntie van dit Ipreeck-woordt e,"^//".'/-.^
in fynen eerften brief van den cerften boeck : Laet vry ons, door het viur , ut u'tri'-
gcbedt ende wentchen keeren tot Godt, op dat hy lyne ooghen van «ƒ;«<• rf/j-zc/-
den hootrhen hemel op ons wildt llaen , ende ons de gratie eeven ""''•"'/'""»-
om altydt tot hem met onie gcpeylen weder te keeren. Deiu e ma- jM<dtuti ye-
chi/ia . Godt fiet ons van boven. lHiem.uhin.i
Godt wifle wel, dat S:ifa/itia onnoofel was, ende van die twee ''<'#''''«»/«o^.
ontuchtige ouderlinghen valfchelyck bcl'chuldight , de welcke hy dacr- f!,f"s^]r"'\oT
naer gellelt hadde , onnoofel te verclaerenj macr wacrom foo lanck PeUufiuui i
gewacht? Sy wierdt nu als phchtigh naer de doodt gcleydt j Godt f/"/- <■/>. i.
evenwel wilde het op het uytterlte laeten comen, om te toonen ly- ^-f, *"'"' ^'
ne macht, ende fyne kcnniilb van alles, ende om de fuyverheydt ^xdinóT^a.
van Safamia Hitcïbckcni te maeckcn, ende om plaetfe te geven aen K. /'^Aloyfii
fyne rechtveerdigheydt in het ovcrtuygen van die twee oude ende Novjrin;C7f-
onkuvflche oudcrhnphen in hunne vallche befchuldin^e, de welcke ""te'^-"'-
Banicl ten lellen van Godt verlicht in hunne woorden vattede, en- 13^. "^
tlacrnacr met de doodt v. ierden geilralt . Dem e ir.aclnna . Godt van
boven fiet het al, ende op lynen tydt weet hy ons te helpen.
~ Godt haddc hec oock op het uycterlle laetea comen met l> Ifuac ,
die nu knielde onder het Iwccrdt vanr)ncn vader, allen oogenblick ^ ^
verwachtende den ilagh , macr Godt fondt in tydts lynen Enghel , „''JiZm'hïlm
roepende tot Abrahan:^ dat hy fyn Iwccrdt ophouden Ibude : A> ex- c^ aru/unt
teildas man'.'.m tuam fnper pMers'im . Godt W'illc de reden, wacroni dat S^'^^""" ' "f
hy foo lanck jrewacht hadde Ivnen Enghel te lenden . i>m..Uret ji^
(jodc v.iIueoock alüu, bekert raaecKen de befonuere ende uytfte- cae^if^ehis
kende hope van Abraham^ hopende teghcn hope, ende voor ooghen ^""i""" de
llellcn f.ac wondere gchoorfacmhcydc. Dsm e maclnna . Godt had- ^'^'"'('""''■^"'
de op alles fyne oogiien geflaegen ende hy wiite den uycval . Hoe uTu>'ml,l!!'n
verre en was het oock niec gccomcn met de ftadt BethnUa^ die be- '««»' fiper
legert was van Holo^henies den \'cldi:-overften van den Coninck van f""""'- f^f^i.
Ajjynen t De Itadt was nu gecomcn tot het uytterite , de wateren "^•'''••^°*
waeren afgetrocken , de üadt Ibude haer nu moeten overgeven , gee-
ne menfchclycke hope en walTcr over, maer htt was van Godt an-
ders gcllclt : hy gcbruycktc dacr toe die doccV.Q Juduk ^ fy cicede
haer
ifi DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
haer op hetcoftelyckfte, treckf met haere dienft-maeght uyt de ftadt
als vluchtende, om haer leven te bewaeren, fy wordt van de Ibl-
daetcn wacht by Holophemes gclc}'dt , iy wint (yne gratie, aen den
welckcn fy by nacht, als hy ilicp, bevanghen fynde door den dranck ,
met lyn eyghen fwcerdt lyn hooft afkapte, ende foo wicrdt Godt
gelooft, endc Jrsdith ten iiyttcrllcn by alle volcken verheven. Deiu
e machina. Canmen beter gctuvgeniflc hebben van den handel Godts,
den wekken de fyne comc helpen, als fy nu fyn buyten alle men-
fchelyckc hope ?
Dit hebben wy nu gefien in de oude wet, benicrckt dit nu in de
a nieuwe wet, in Martha ende Magdalena.^ ende in Peiriu ^ om andc-
M'ifenmt fo- re dacr te lacten .
roresejHi ud ^ Martha cndc Ma^dalena de fufters van La7.arm hadden "JeHu
eum : Jt-cce , , jri 1111 1 -^ ,
qiiem anm , '^cten weten,dat Laz^ams hacren broeder heel cranck was, ende
iiifirmutur. 'm llcrvcns noodt, hem biddende, dat hy den fel ven ibude willen co-
loan. ii.-i'.5. men helpen, maer Chnfit-a rtelde het uyt, in die plaetfe noch twee
>na'n/l^"in co'- '^'^ghcn blyvcndc, ende daernaer gonck hy noch naer Judea^ ende
demloco.T.-;. naer alle die uytllellinghen i trock hy naer Bethanten ende naer La'
b ^nriis toe, doch hy was nu al vier daghen doodt ende begracvcn,
remt itaqiie j^jj ]^y j.j^^. acnquaui . Maer waerom en quam Chnflia niet vroegher ?
yeiu' e"m WaerofH hadde hy Laz.arpim laeten fterven? Jefit^ hadde fyn reden ,
qii.uiior dies om dat hct was tot fyne meerdere glorie , want daernaer als hy wiirdt
»" "'*"«'»<?«- verweckt van de doodt, veel Joden, die gecomen waeren, om de
loan' "^"T"' ^'^^^ fullers in haer broeders doodt te troolten, fyn met dcfe gele-
■V. 17. " gentheydt tot C/)r//?«w bekeert , die waerfchynelyck anderfins in Ciiri-
Ito niet en fouden gelooft hebben ■■, van de welcke oock fommige de
fe verweck inge des doodts aen de P ban [een tot Chrijli glorie quae-
men te vercondighen .
Wederom hoc heeft Chriflut met T'^'/rKj gehandelt, die uyt laflvan
P Herodes in den kercker fit, in de bewacringe van eenige ioldaeten?
X>//>.e h'mc, Daer-en-tudchen heel de vergaedcringe der gcloovige badtGodt ge-
Deum finere ducrlyck voor hem , maer bleef evenwel daer gevanghen tot naer
Tcinmo-Ji- p^gfFf-f^gfi jj]s wannccr hem Herodes geftclt hadde voor het volck te
extremti^, «t brenghen endc te doen rterven. Folens pfl ^nfclia producere eum ^o-
prcbet eorr.m -pulo . Maer wacrom niet vroegher verloll;? Hoort hier op de ant-
tiijeconfiden- ^voordc Van den geleerden ' k Lapide . Leert hier uyt, dat Godt ly-
'iiu!jinor'"ope "dl ApoiW Petnu, cndc dc gcloovlge liet comcn tot het uytterile,
1U0S iilcret, om hun betrouwen op hem maer te beproeven ende te vermeerde-
etutmfcrnu. ycxi ^ ende hcm alsdan met eencn meeruytilekenden byftandt te vcr-
rMuli,m. a lof]^,-,^ oock door mirakcl van de comfte van eenen Enghel, die hem
^Acta^po'n. Jn den nacht door de opengaende deuren , ende los fpringhen der
i-jjC. li. T. J-. banden uyt den kercker leyde.
Eenen
UYTCEBEELDT IN JOSEPH. ifj
Eenen trefFelycken fchryver vergelyckt hier Godt met eenc moe-
der, die haer foontjen willende verlichren van fyne pynelyckc apo-
Ituyme , evenwel om een beter de fuecke wat langher uyttreckt.
De moeder roevu dan eenen chirurgicn, den welckcn eene plaeiler
daer opleght , ende de moeder feght hem : Sone als de plaefter te
ftcrck lal trccken , ende te groote pyne vcrooriaecken , roept my,
ende ick M de fclve terftondt afdoen : Het foontjen eenigen tydt
dacrnaer begint te roepen ende te kermen , de moeder hoort het
wel, maerfy vertoeft, tot dat de apoituyme begint open te bcrflen,
ende dan trcckt fy de plaefter af. MaÉr wacrom niet vroeglier? Te
weten om een beter, ende tot verlichtinge van het kindt, want het
alsdan dient tot verfoetlnge van de pyn , ende van de volgende genc-
ünge van het quaedt.
Aldus handelt Godt met fyne bcdruckte vrienden , hy en helptfe
niet terllondt, maer laetfe noch wat in druck, tot dat het hun het
bed is, ende meer flreckt tot iyne eere ende glorie. Hia* moet ick *. . ^""^
noch bybrenghen het ghene <» Enfebiw verhaelt: Philo^ feght hy, ''j^ll'^^xilium
xiiën geleerden fchryver onder de Joden was van hun gefonden c»m Jeefih,*-
met eenigh volck tot CaJKs Calig»la Keyfer van Rnomen , om van hem «"«"'".Philo
te verfoecken, dat hy de Jodeti niet en foude willen dv^^inghen, om ''/'iTija^J
fyne Majcfteydt als Godt te moeten aenbidden j den Keyfef hier over
feer gclloort doet hem met de fyne uyt het hof jaeghen , als wan-
neer Philo terllondt tot fyne mede-gefcllen feydc : Nu moeten wy
allcg.ieder moet fcheppen , als den Keyfer op ons foo vergramt is ,
want alsdan is dengoddelycken byilandt by der handt, als den trooft
der menfchcn ons comt f. ontbreken , het welck corts daernaer bleeck,
want Cfijxs den Keyfer niet lanck daernaer quam te llcrven .
Dcfc materie fal ick iluyten met eene wonderlyckegefchiedenifTe,
die ons ^erh:'.eU- v/ordt van den H. PauU/uts fchryvende aen cenen
fekeren Macamu : Daer was feght hy, eenen ouden man noch Icer-
linck in de Chriitene Religie, ende daernaer Vühr genoemt in het
doopfcl, den welcken eens op een fchip vaerende in een opgecomen
tempccll fonJer roer fonder fpyfe ende fonder menlchens huipe door
de zee nu cenige weekcn wech gevoert was, ten leften van Clmfim-
ende de EaghclenbciHert-wicrdt, gevocydt ende bewaert. Chnfim ^
feght PtitilmiK ^ hccifblinckende van aenficht fit in ^n^l achrerllc van
het fchip, vviciidclyckhcydt toonende aen den ouden man. Hv fagh
oock dickwils de Enghelen forghe dracghen \'oor het fchip, alle de
dientlcn doende van eenen fchipper, de wcicken het fchip beitier-
Jen met Chiuftit^ den bcllicrder van heel de \\ercldt.
Aldus was dien menfch 23 daghen afgeweken niet alleen van de
aerde , maer oock gedreven van de winden door verfcheyde zeen ,
V tuf.
if4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
tuflchen de baeren ende de ftecnrotfen van hongher bycnns befwyc-
kende. Wie en fiet hicrnict, of hy leefde door eene befondcre loor-
fiemgheydt ende macht Godts? Het fchip wierdt ten leftcn aengedi e-
ven naer de aerde toe, fiende eencn thooren van de Roomfche haeve,
daernaer vervoert lanx de flreeckcn van Campnnten , dan volghens
de draeyende ende veranderende winden naer Sictlen , als of het had-
de geweeft een goddelyck fchip voor gediert door cenen hemelfchen
windt, mydende de zee-clippcnj ten langhcn leften naer alle dolin-
ghen ende peryckelen is het Ichip geraeckt in de gerufte haeve vaa
Lucaiia^ aldacr Godt ten uytterften danckende, ende het H doop'el
ontfanghen hebbende heeft daernaer een feer Chriilelyck ende godt-
vruchcigh leven geleeft.
Aldus beitiert Godt fyne vrienden , hy laetfe fomtydts comen in
den uytterften noodt, pcrykel, ende benoudtheydt, maer de wclcke
hy op fynen tydt byftaet, als het meer ftreckt tot fyne glorie, ende
als het befte ende lalighfte is, foo die ten leften brcnghende tot de
Q^lregKj. eeuwige faligheydt, g'élyck het oock gefchiede met den bcdruckten
Qui '"dc'iliici, J^fiF^ ■> vcrlaeten als een dolende fchaepken , aen den welcken Godt
fetiit oyem op fynen tydt als cenen goeden herder de handt quam te geven , en-
Jo/eph piai. de gelyck David van fyn felven feyde, den fclven brocht op lyne»
79- '"■ 1. wech tot- fyn geluck ende glorie .
IV. CAPITTEL.
Jcfiph verclaert aen de tloee gevanghen Holffdinnen hmi'nc
droomen , aen den eenen tot fyn ongelmk. van de doodt
Je/ve , aen den anderen tot jyn geluck met herjïellinge
in [yn voorigh ampt, den iPcUkm jymn gelnckigcn
nytlegger lojeph f^ne jaeren lanck. by den Co?iinck
ondanekkaerlyck, vergeet .
cxr.raö5f^'|'-KJ En onnoofclen ende heel fuyveren Jofc^h , den welcken
^j -j-^ B evenwel als plichtigh in den kerckefr-'-it niet fondcr vree-
% \y l> ^'^ 'i^s doodts , hadde daer-en-tudchcn , gelyck het gefeydt
S'50'5«l'5£)0§is, door de bcftieringe van de Goddelyckc Voorfiemghejdt
de goedtjonftighcydt gewonnen van den overften des kerckers .
Godt beftierde het al met fterckte ende met foetighcydt . Forttter
& fuaviter om-ma dijponens .
Het was fondcr twyfel een groot geluck ende trooft voor Jofej>h
in
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ifj*
in de vriendtfchap te wefen van dien overflcn , ende famen in de a ^cdditt
goede gcnegentheydt van alle de anJerc gevanghen, daer hy dcfor- "j P"'^'"'^"^^
ghe ende lalt van hadde, die hem oock feer achteden ende bemin- fincerlTsef^'l
den , om fyncn foeten aerdt , ende getrouwen dienft die hy hun be- JF.^ypti^'pi^
Daer-en-boven Godt liet toe , dat hy oock den laft cvecgh van ''iZ't'ra""'^'i"ol
twee hecren van het hof, de wclcke van den Coninck om ccnigh Pha}:ti, mift
.1 mifdaedt in den fclven kcrcker gellelt waeren; den ccncn was den «<» in carure
overflcn van de fchcnckers des Coninx, den anderen den ovcrilen f ''""'ƒ« ""-
van de backcrs . . . - «ni/c-iofeph
Die allebcyde naer het gevoelen van b Toftatm Biflchop waeren c^cujfoscar-
groocelyckx plichrigh vanongetrouwigheydt in groote faecken, mil- "'"'* '^^ii'd't
fchicn oock in hunne rckenin^hen. 'au;'rv{7'^
Maer hoe mocht dat gcfchiedcn , dat fy geftelt wierden in den niflralatiiiit
felvcn kcrcker, daer Jufeph in was? MilTchien by geval? Geenfins Gen.^o.T. i.
feght t Oleafter, maer door eene fchickinge Godts, die dit alles foo X^'^^Pd
beilierdc tot gckick ende voordeel van Jofeph . Daer en was niet aen dicendijuod
gelegen, of die hovelingehn bleven leven , ofte geftraft wierden. iUifuermtac-
Hy droegh befondcrlyck ibrghe voor fyncn vriendt Jofefh , jae hy <:<i-f'it>de mfi.
hadde die in de felve gcvangcnifle laeten comen , daer Jofe^h was , h.fc'pexrepe-
op dat Jofeph daernacr met die occafie by den Coninck Pharao fou- rit cos m ra-
de bekent worden . tiodniii ali-
Sulcke wondere vonden gebruyckt fomtydts Godc, om fyne vrien- ?»;"«'" "'V-
den op iynen tydt van hun ongeval te verlollen , e^de d:ckwils te c o qua»*
doen verheffen , gelyck wel bemerckt den Biflchop '^ Lippoman-M : mirMhs -vi-
Den goedthcrtighen jongelinck , feght hy , diende de twee hovelin- -» "/«fml^o-
ghen met alle liefde ende beleeftheydt , hun van alle noodtfaecke- "JZZs fJo's'i
lyckheden wel voorficnde, ende hun oock in alle ongeval moet ge- m.i/xV , ct- c.v-
vende ende trooftcnde . Ende voorwacr her en was niet te verwon- "itandos cos.
deren, dat die gevanghen heeren trooll van doen hadden, fich vin- d''"!-^^'^.}^^ ,
dendc in eenen foo droeven flaet , ende in eenen kercker , daer ;.?« j^y;.;,//,-;,
iy te VQoren aitvdt hadden geweeil in het hof van den Coninck. omnihui «,»-
Sy wacrcn fomwylen vol van fwaere gepeyfcn binnen den dagh, "IT'Y'"^, ^
ende oock in den nacht. Het gebeurde eens, dat fy alle beyde op ee- %d'aLtur''eó.
nen fclven nacht eenen droom hadden , elck volgens fyn ampt ende rum memes,
officie, dat fv in het hof bedient hadden, gelyck het ^ Moyfa feght, ^'^onf^mtit-
om wekken droom fy heel bedroeft waeren , vreefende , 'dat hy iet \ ^"'/"i'
,,,,■' ' ' ^ : ben trijiitict.
quaedts betceckende. Lippom. Ep.
Jofeph merckende defc benoudtheydt vraeghdc hun de reden daer e ridemnt
van , feggendc : Waerom is U. L. aenilcht heden droever als het *""^'' /l"""'\
placht? Cur tnfli'ji- eji hoéie fulito facies veflra ? de wclcke hebben ?'", 'T ^ ','",'*
gcantwoordt : \\ y hebben eenen droom geiien ; f'idiWmj fommtim . praationerr.
(jin. 40. V. 7. V z Ia «»-
if(? DE GODDELYCKE VOüRSIENIGHEYDT
ctngrnamfhi. In cicfc dvoomcn fpeelde wederom mede de Goddelycke Vom-fte-
Gen 40. T. 5. riighe'tdt^ die naer het gevoelen van « Toflutus ^ hun van Godt wicrdt
3 scaMm, ingegeven, op dat Jofeph door de felve foude bekent ende verheven
quoR lira lom- j ' J ^ i.
ni, h^nnt i worden .
Deo tmmiffj, Hoort nu de droomen, die fy terftondt vryelyck aen yo/é-^^verhacl-
ipi JuoLm (Jen , om dat fy hem foo goedthcrtigh ende gcdicnlbgh faghen .
Tx7ls'".i',ifJ- Eerft begonft den overften van de fchcnckers des Coninx , het
jianiur jo- welck den anderen toeliet, om dat fyn ampt treffelyckcr was, ge-
feph e?- exal- lyck i Tojiatiu feght .
h"i^'^ii^-a-^t ' ^'^'^ ^^S^ ^'°"' '"y' ^^y^^ ^y? eenen wynftock, dacrdry ranckcn
prior pimcr- ^^" waercn , allcnskcns waden tot bottens toe, ende naer de bloe-
n.irHtnPr4e mcn de dniyvcn ryp worden, ende den copvan Pharao inmyn handt,
flits ,qri ia ifie (j^j ^am ick de druyven , ende douwde die uyt in den 'cop , den
eraralLTje- welcken ick hiel, ende g2.i Pharao den cop . Jofeph antwoorde : Dit
ditiili honorë is dc bediiydenilTe van den droom : De drye rancken lyn drye da-
inlaquendo. ghen, naer de wclcke Pharao uwen dienil fal gedachtigh fyn, ende
Pd l 1 ^'^' ^ herftellen in uwen eerften ftaet , ende ghy fult hem wederom
contra me 'yi- den cop geven naer u officie , gelyck ghy te vooren plecght te
tem, in qua. e- doeu, allccn wilt myndcr gcdachtigh wcfen, als het wel met u gaet,
rant propagi- endc doct bermhertisheydt met my , dat ghy P/j/zr/ïo aengceft , dat
nes, creUcre , , tl 1 n" ■ 1 J • A- 1 1 I
pai'latirn in "7 '''"'y "-^y^ '^*^" kcrckcr verlolic , want ick dieitelyck wech gcvoert
V ben uyt het Hebreeufch landt, ende hier fonder myne fchu^tinden
en droom
oom ge-
nif meu , tuli fien , dat ick dry corven meels hadiie op myn hooft , ende dat ick
ergoi,ty.is& j,^ ^^^-^ ecncii corf; die den opperflcn was, drocgh aldcrhande ipy-
k!™ ' „"' fen, welckc men maecken niagh naer dc backeis conlte , ende dat
teneLim , er dc voghclcn dacr uyt aten . e fofeph heeft geantwoordt, dit is de be-
tradidi poiti- duydeniOc des drooms: De drye corven dat fvn noch drye daghen,
lm>, Pharao nt j^.^^j. ^^ welckc Pharao u hoof: fal wech nemen, ende hy fal u han-
.•y.io.cr/M«! gkcn aen een cruys, ende de voghelen fuUcn u vlcefch verfcheuren.
ti ndens fi- Laet ons uyt dcfe verfcheyde droomen , ende uytvallcn van defc
jforim, mugi. j,. hovelinghcu met den E. Aht Rupertit-s ^ ende uyt hem met den E. P.
/en'^è'r''iom>',7- f S^enedithii Fernandiiis van onfe Societeyt , gaen bemercken de on-
«w d.jfihif- be-
fel,ait,Z^e^o
yidifotiufiiim, qucd tria caniflra farinie h^iheremfupcr capiit meum. Ci', Gen. 40. t. 16. e J{cJJ'ondit jofeph :
/Ixi cjl inlerfre .triifvirnii: Trut ianijlr^i tris ''dhi.c dieif:int,pcj} qiios PhJrao auftret Capnt tH'i"' , Cf J^Jpin-
dct ie i;i criiie,V l.iici .d'unt yoliicreicarnes tuM Gcn.40. T. iS-ü" 19.' i' In Gen. i.j^o.jed.z.n. ^ BeneJ.
Fcman.'liiis. F.rani qmdem ifri eunmlii Regii nniiis ejiijdemqueferfi, Peaarunt .iti!>o in eiimdem 2\e^e?n,>nurtrJ'm
qi:i titnho fifipiuium >i;crueri:nt ; at j(ex ^ratiam uni iir£j}iiit; alten fuppiii ium trrogayi t. Itaq.ie neuter grai ia
Rririi di^^nmeratifedJ^i/iplicii'.maniLo mercl'.iiitnr.l\t-'X tamcncuiyclnit^ratiam,ijr nn libuit jin^pliium trilut-
tt,iieqiie ineo qnifqiiammeritoRegem t-ftej?reprel/endere. Siinili r.iiionecum omnesjilii ^dani propter Ori^i-
r}/tlep^i.iatum.ejfeiitpeccat<ire5f inimiu i^.-,Jilii irn &r re; mortii xienix > eotiim tarnen quojdam ab jsterno Dcia
P
UYTGEBEELDT IN" JOSEPH. ifj
begrypelycke oordeelen Godts aengacnde de vcrkiefinge ende de clill^ens eU.
verltootinge van cenige mcnichcn , teghen de wclcke fommige git,<i^ fr^de.
onwetende niet en vreefen te fnreken . Hoort eeilT: ibreken den •/'""";""*'"'-
E. P. Fernatidim : Defe twee hecren , icght hy , wacren alle beyde ^/,„ „^„ ,„
dienacrs van den felven Coninck , fv hadden alle beyde geiondight ilUfe,d.iionü
teghen den lelven, ende alle beyde de doodt verdient, doch den Co- '"^J]'"-'l"i»'t
ninck heelt aen den eenen het leven gegeven, ende den anderen ver- ^if;l[l,",uhZ
oordeelt ter doodt, gecnen van twee en verdiende de gratie des Co- dehehuturfuf.
nii)X , nochtans hcert het leven gegeven aen die het hem beliefde > fliaum nuiu
ende hy gact noch voort: Bemerck't hier oock , dat alle de kinde- f"/,"'„„^";*
ren van Adam om de crf-fonde fondaers geworden iyn , ende vyan- tordudmm,
den Godts, kinderen der gramfchap-, ende de verdoemenille fchiil- qt:or„mdatn
ditih, eeni£;e nochtans van die heeft God t van der ceuwighcydt ver- '"'/"-tn ,f:iu
o ' j r 1 • 1 j • ,-!• 1 1 J J J 1i<J>iti.e,a!ios
coren , ende gelchickt tot de eeuwige ialigheydt , ende de andere dereihicucre ,
heeft hy laetcn verloren gaen . Sy \\aercn alle beyde Godts gram- er jJiiere ;»
fchap weerdigh, ende niemandt en verdiende de gratie Godts j het perditionem
is dan gewceit een werck van de bermhertigheydt Godts j fommige '^.^^'^'■'""
te fpaeren , ende het is geweed een werck van Godts rechtveerdig-
hcydt, fommige te laetcn verloren gaen , doch niemandt fonder fy-
ne fchuldt.
Laet ons dit felfs hooren uyt den Abt RHpertPU , cap. j. in Gcnejïm. ^
Dit fyn fyne woorden: Men moet vraeghcn , fcght hy, van de gee- Btmiferehor,
nc, die derven onderfoeckcn de oordeelen Godrs, gelycker van Itaet «" '»''"'«<'>-<'i*^~'
by den Propheet " Moyfes : lek fil bermhcrtitrhevdt doen , die ick '^:!'TlLZ'!i';
J i .,-' O. ■' ,,"^ Ouem /Hint
ïviUe , ende goedertierigh wefen aen den ghcnen , die het my ial pigment. Ex.
believen. Ende by den ^ H. Pö^///« tot die van Ro(jmen: Daeromont- od, 33. T.iQ.
fermt hy die hv wilt ; ende wie hy wilt , dien verh.rt hy. Men ^ .
moet vraeghcn, icght ^ Rupertnó, van die onderfocckers van de oor- y,h,niferetur,
dcelen Godts, of iy oock den Conmck tharao willen berifpen ct- ^«eOTT»/;,
om het ghene , dat hy gtdacn heeft met lyne twee hovelin- ""^'"""t- a-1
ghen? Sy hadden alle beyde gcfondight , op alle beyde was hy <''"-9'^-^
vcrgramt , de welcke hy oock in den kercker hadde geftelt , ^h^q, di-
datrnaer op alle beyde dcnckendc , den ecoen heeft hy hcrl'telt in yinornmjyj,-
lyn voorigh ampt, eadc eere , ende den anderen doen ilervcn aen i-iorumfa-iit^i-
^ vendu rtt ej}, tUi
Pliixr.'.oiiem
quoque de eo , qnod feiij]} dnitiir iliis eumahis , ref-rehendere ytliiit f ar\lo quippe in eiim peaayeraiit ,
amlubui tratiis ille f:in , ambos ni carcercm m.'ju, deinde reïordans amlor::m , alicrtim ecrum rtflttuit in
priftiniim gradum, uliemm in patibiilo fujjendst. Eice ü" hic J\ex mifeiius e/f- iui -voluit. Fcierat utri-
qne pe.iatum coiidcncire , quoniam adverfum ipfum utcrque peccdferat , hoc ai:lein jiidiii conccdit i:ifiiti^
ut faciarn fiii injmium condonet , cm fohfrit . Et l,sc condonatio non fohim rcprehenjiiiin , -vertim etiam
yalde Uudabilii. CTT. Nam f l ut ilementiu Jionor tfl Prniiipi: , f.c hcnor I{egis jiiduii.uidtlfrit. Pjabn.
9S. Siquidtm, ubi lotum pi-.iutKr, re'^ra fei-erit.ts criidelit.ite pjünitiir , itbi ycru totum remnt'kur , fi.iej
a'ujejfutii fine tnetit difiiplinu ierHemiiitHr. Rupcrtus Abbas.
ifS DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
a Tene me- dc galgcj fict, defcii Coiiinck heeft bermhertigheydt getoontaen die
dmm, ft non i^gt; Iiem beliefde -, hy mochte, endc hy conde aen alle beyde het mif-
Inoiitm" "'s. '^'^^'^^ vergeven, cnde de (IrafFe verminderen, om dat fy alle beyde
Bern. /. 2. de tegheu hero gelbndight hadden i want de rcchtveerdigheydt dat toc-
ConjJder.itio- laet aen den Rechter, dat hy alle ongelyck hem aengedaen ma'^h
iie.idEtigeii.1. vepgeyeii j en Je Jje vergiffeninb en is niet allcenelyck te berifpcn ,
maer oock te pryfen. Niemandt en can dele bermhertigheydt en-
de rcchtveerdigheydt mifpryfen , want gelyck de bermhertigheydt
. de eere is van eencn Prins , aldus de eere des Conincx bemint hec
b Domine, oordecl , cndc rcchtveerdigheydt, want daer het al wordt geitraft ,
pater mem es jjer wordt dc conincklyckc ilrengheydt met wreedtheydt befmet ,
iit.c^iiosu- gj^j^ daermen het al veraeeft, dc coninclycke maielleyt wordt ver-
noftcr,cjr ope- acht . Aldus dcn Abt Rupertus .
r.i mamium Dcn Prins cn magh niet alleen flraf fyn , ,ende niet alleen berm-
tuarumomnes Jiertigh , macr nu het een, nu het ander, het welck eene goede re-
c". 64. y. 8.' geringe is voor die in ovcrheydt fyn , ende eenigh bevel hebben ,
gelyck den '» H. Bemtirdiu fchryft aen den Paus Engemm den !II,
die te vooven in het clooiler fynen onderfaet was geweeil : Soo fpreckt
hy: Houdt u in het midden , wilt ghy de goede maniere van regee-
c ^tfigii- ren niet verhelen.
lm iiihil bito jy/j^j^ moet in de middelmaet bermhertigheydt cnde rechtveer-
dlfmt.jlexip- digheydt bctoonen, op dat de bermhertigheydt niet al te groot en
j'o }\iJt T.a zy , ende dc ilrafheyt niet onmaetigh .
conuinuli.e , Q,^ jgn toom van een peerdt wel te beftieren, men magh diij'n
Into dto-nita- "'^'t tc Itcrck mtfeckcn, noch niet te veel toegeven, wantte Iterck
tiiioiifm, ft intreckende, ghy quetll: het peerdt, ende doet het niet fonder ge-
<juos effe yaft Doch op dat nicmandt Godts oordeel en bcrifpe, dat hy den Pro
co)u:'.mch£ pheet l' Jfiuat hoore ipreken : Ghy Heer, feght hy, ghy fyt onfen
^firil'uo^''h- Vader , ende wy en fyn maer llyck . Ghy fyt onlen fchcpper , ende wy
tnmfttiijunf. allegaedcr uwer handen wercken . Den menfch door de fonde is llyck
Facit a:uem^ gcwordcn, Icght den voorgemelden c Beneduhis Fematidnu : Dit iVn
gratis <ji:odno r^^^ woordcn : Godt als eenen pot-backer can van het flvck maec-
debuit, arm ex J c r \. i rr 1 1' '
■^utfisi-antiimc- kcn ccn vat van eere orte van ichande, Vas tn honorem, aliua vero in
li£.iliqi(acÖ- contKmelinm . ad Rom p.v. il.
■pertat myafa. Ecncn goudt oft filvcr-fmit cn can van goudt oft filver geen vat
zlTri'J. Kw. ^'^" fchande maecken , omdat het goudt cnde (ilver om fyne weerde
daer toe niet dienen en can, maer eenen pot-backer, feght wederom
f Rupentü en treckc van het flyck geene weerde ofte weerdigheydt af,
ill dat hycr van maeckt een vat vanfchande, macr hy geeft veel weer-
de
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. i j-p
de aen het flyck, iil: dat byer van maeckt een vat ter ecren,daer-
nacr befluyt hy aldus : Godt en ontreckt niet acn de menfchen, de
wclcke hy laet blvven vaten van Ichande, om dat iy door hun Ton-
den flyck iyn geworden ; maer hy doet het gunllelyck ende vry wil-
lighlvck, het welck hy niet en heeft moeten doen, als hy van va-
ten van Ichande , eenige verandert in vaten \ an eere .
Doch op dat niemandt hier te veel lich ontltelle in dit onbegry-
pelyck ende vrceiclvck oordeel Gcdts aengaende de verkiednge van
Ibmmige tot de laligheydt , den Abt AV^f//;.y feght , dat een ieder
volgens den racdt van wyfe mannen het exempel van godtsdienftige
perioonen moet aenfien, ende ill dat het niet quaedt en is, het lel- a
vc naervolghen , gclyck den <» H. Petrus ons vermaent , ende ver- Pxnitemini
weckt tot penitentie, opdat uwc ibnden moghenuytgedaen worden, •^"""•j""'"-
Men magh iïch Jofe^h oock voorltellen tuilchen die twee gevan- Zr peccaia'Z'.
ghen heeren , den wekken aen den eencn voorleggende fyn gekick , ftru. A;t. i.
ende aen den anderen fyn ongeluck eene figurc is gcweeft van Chn- ">'■ ^9-
Jha hangende aen het Crays tuffchen dengoeden.ende quacdcn moor- p^-^^^ ^^^^^ _
denaer, aenden goeden beloovcnde het geluckigh Paradys, endeden Ti»nni,m d»-
anderen laetende Iterven in fyne fonden ; den ongeluckighcn quae- r.ica-i'Keitn-
den moordcnacr moet ons voor ooghen Hellen de goddelycke recht- temnn,repen-
veerdighcydt, ende het geluckigh eynde van den goeden en moet ons niet'lnuri'ui'.
geen te groot betrouwen doen nemen , om in fonden te blvven lle- c
ken, onvooriichtelyck verhopende in het lefte van ons leven ons tot -^«f«»«"«/'«-
Godt te keeren, ende ons dan te beteren > het welck een eroot voor- ZZ '"../;»
teecken is van de verdocmeniuc. ad mfernum
Ach hoe veel en f\ndcr niet, die hier in hun felvcn hebben be- '/-/""/«-f.
droghen gevonden, ei;de noch dagelyckx vinden j dewelcke fcolanck ■'°^' "j ^■^*
uyrgcitelt hebbende hunne bekeeringc, cllendclyck ten lellen geval- s.ipe,i, qui
len iyn in hun eeuwigh verderf. W^mt Godt fendt hun dickv.ils dmm inij:,.-
over eene onvoorlieni^e ende haeftiiie dcodc, foo dat i\ geenen tvdt 'f'^ "^'''V".
en hebben, orn penitentie te doen over hunne lenden. mme lij/;»»!-
Aldus dreyght hun Godt in verfchtyde plactfen van de H. Scrif- j»r , ut nn
ture : Hoort defc luttele woorden van ^ Sdomm uyt fyne fpreuckcn. f^^e aiemor-
Die methertneckigheydt vtiimaedt, dcnghcnen, 'diehem vermaent , 'pZarfrllT'
aen die lal eene haciiige verderifenifre overcomen . s Greg. /.ij.
Wederom den Propheet ^ Joi feght , dattcr lonmige hunne da- «""■j/. i. 2.^.
ghen overbrenghen in groote weelden , eudc in eentn oogenblick ,
eer fy het weten, daelen iy in de hel .
VVclcke plaetfe den d H.Grej^onn-i den Grooten uytlcggcndc , fpreckt
aldus: Die Godt langhen tydt heeft verdracghcn in hun boosheydt,
worden dickmaels met eene haeftige doodt wcchgenomen , foo dat
fy hunne fonden voor hun dcoat niet en conncn bev/eenen.
Leert
i<Jo DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
a
L',l. ih ffnU f-ceit ons dit niet de dn^^hclyckfche onden'indingc ?
pi-^rleltmutio- Ecncn vcnriaerdoii T'hcoiogant van onfe Socictcvut den E. P. 7-*-
""^rejiroba- ^^^j C^fir Rer»p rtips icght , gckcnt tc hebbcii cenen jongelin-'k , den
Il '", I " welcken in iyn onkuys leven gediierlyck feyde , dat hy met cene
't» ' ure of twee in hét leftc van fyn leven gcnocghfoudc hebben, om fich
5«y?o Dei ju- tc keeren tot Godt, endc aldus loiidc connen comen tot fyne ialig-
diLio fit , ut heydt, als wanneer hy hopte te verwecken een volmaeckt berouw
^■n'^-l-hltoUutu °^'^^' ^^'^ '"y"^ fonden ; maer ongeluckigh als hy was , eens naer Ivn
efl Dei ■, in avondt-macl iïch wüleridc begeven tot londen, fiet, door eenen on-
msrtc fita obli- verwachten val den hals brekende, lecFdc hy niet een ofte twee uren,
y!fi.it!(rj:ii. geivck hv maer gewcnil en hadde, maer p. oFio. uren, doch fon-
èXrtfiJffi'ro'v. ^^^' ipi'aeck ende gevoelen , ende corts daernaer fonder het minfle
f. T. Ij. teecken van berouw quam ellendelyck te iterven .
c Met reden ieght den H. Apoilel : En wilt niet dolen , met Godt
SupMia ftf. ^^ jj j^^gj. j.g ipotten . Nolite errare , Dem non trridetur . ad Gal. 6. v. 7.
finaiii, (arms ««ij- i--j 11 '
fHx-poliipt.it'!- Maer al waert dat icmanut nieten wierdt overvallen met cene on-
Lm fnbditHs, verwachte doodt, het gefchiedt oock dickwils, dat den fondaer door
V adextre- qqj^q oudc vcrlteentheydi des herten tuflchen de benoudtheydt van
mumyfniens, ^ (]eckte op ccn lecdtwefcn fvnder fonden niet en comt te pcvfen,
tetros c ni- alleen forghvuldigh lynde voor iyn lichaem, ende niet eens voor ly-
go-rimos j})- nc ficlc, gclyck den '' H. ^ugtijlinn-s feght, dat den fon.laer, die in
ritus coramfe n,^ leven Godt vcrecten heeft, oock infvnc doodt door Godts rccht-
„,j„„„ ,,„,,-. vecrdigh oordeel iyn Iclven comt te vergeten . linde ot hy noch peyf-
hvf d.tmare : dc , om fich alsdan te willen beteren , endc tot Goct te keeren, den tydt
l>id:ia.ts ufi; f^j [^p^-^ alsdan van Godt millchien gewcygert worden , gelyck het
mancfed.nm „gf^-j^j^jt jj acu dicn ongeluckighcn ' Chryfaonw daer den H. Gre-
in lp/is yoii- goHUS van vcrhaclt, die naer Iyn lanck boos leven Uodt, om noch
hindch.thitA. -wat tydt te genieten, gebeden hebbende, van de duyvels getroci;ca
^''^'r^'f li ^"-''^^^ -*'''■ "^^'' '"'^'^ helfch vier.
l'imindHJas Het fal miirchienacngenacm wcfen aen den leler defe IlrafFcin een
petiiij'i ,qnid rym te verlhien, als volght.
pffiHtyiJiii e- , r lilt
jujdéinditii.is M^er fondaer ^ %i'ie ghy fyt ^ irat blumt beraet ^ te tvaeghen
Hon.uiepit. V Bekreren van m Jiel in ni'.'e lejle dtieghen l .
S. Greg. l.^. ■, j^ ^^jH. ^^^^ Q^^^ aoflelt ^ dat phy eirns jlerven moet ^
dialo'!-. e. 2.Z T^ / / / ;' L . J a j
•^ Doch eer .f als qhy het ii'e3t^ oock 0^ den jtaenden voet,
Ghy leeft ^ en flrax niet meer; pilt ghy t: Jïel bnro-.iivsn
Op fao oyifeker tydt? 't f/il rt te laet berouwen.
Dencktf dat » los gepeys van hop'' niet vajl en fiaer^
En dat u weerde Jiel aldw 'verloren gaet .
Aijn Jiele vreefl en fchroomt ! als ick nst om' te perfen ^
Hos een rampfaligh nienfth vol Jchrick en vrees moet re\fcn ,
ReclK
;UYTGEBEELDT IN JOSEPH. t6ï
Recht naer het oordeel Godts ^ die heel vervloeckte /ïel ,
Eer fy het hadt gedacht , ;w d' hel voor eeirwigh viel .
Spraech ghj haer van Godts ftraf^ ofi eemvigh vier der hellen^
Gongh echter airydt voort , met langher ujt te flellert ,
Te keer en heer tot Godt met een roawfuchttgh hert ^
O^ dat fy in Godts liefd" weerom ontfieken werd' .
Doch V was al te vergeefs verhert in al haer fanden^
Sy in den afgrondt lsgh,y in boosheydt heel verfonden.,
O ongelucktgh menfch hoe kijft ghy foo verdooft ,
Wat Jïen ick voor een wolck tt hanghen over V hooft!
£ilaes h wordt ontfelt ^ van vrees heel ingenomen^
' Hy ro;ft^ hy fucht ^ hy flet veel helfche geeflen conten
Van fchroomelyck gejicht ^ met grouwel en getier ^
En .ovcrdeckt rondtjora met vlam van V helfche vier,
JVreed' tygers van gedaent'' ^ fermenten ende leeuwen^
Van alderhand' ge dier t^ ^ die huylen ende fchreeuwen^
En roepen met getier comt hier vervloeckten menfch ^
Ghy lanck ons toe behoort , een p-oy naer onfen ivenfch .
Aiet yfers dreynhen hem te flaett m dnyfendt ftacken^
Om fyn verdoemde Jïel naer cC helfche vlam te rucken j
d'' Een valt hem op het lyf^ en feyd" hem in het flaen :
Geen tydt meer van genae , nu firax naer d hel moet gaen . Iniiiciiu «A-
Siet hier dïén boofen menfch vol vrees .^ vol anghji en forghen^ v.une.
Die jammert^ huylt^ en roept ^ ^^^f ^J rejpyt tot morghen\
Neen , neen roevt'' helfch gejpuys , geen tydt meer geen rejpyt ,
/// V vier , mtdts ghy V verdient , fult branden voor altydt .
En flrax een helfch ferpent , het alder'wreedtf van allen
Heef dien vervloeckten menjch , heel rafend' overvallen ,
En de verlaeten Jiel met pyn en fmert verdruckt ,
En met een groot gefchreenw recht naer de hel gerucht.
Hllt hier fondaerigh menfch uyt defe flraffe leeren ,
ü vroegher op fyn tydt tot unven Godt te keeren .
'/ Gevaer is al te groot; hier van te veel belanght ^
Daer V eeuwigh goedt of qnaedt van uwe fel aen hanght .
VOor hetleft brenghe ick hiernoch by hctghcne Beda verhaelc ^n^l. c.t^.
in fyne Engdfche hiftorievan ecnen ibldaet fccr acngcnaem aen
C(7«/W/<.( Coninck vanE>7gelandt , den wekken gevallen fynde ineene
doodelycke rieckte,ryne biechte gcducrclyck uytiteldcj den Coninck
quam iiem befoccken , den felven vevweclccnde tot cene goede biech-
te, maer te vergeefs, feggende, dat het' wefcn foude teghen de eer
van ecnen Ibldaec , aldus de doodt te vrcefcn , dat hy noch liever
X Wach-
i<5i DE GODDELYCKE VOORS lENIGHEYDT
a Stuhilft' wnchren foiide , tot dat hy wat herftelt foude wcfen ; doch fieeker
vu:m efl ut ^ndc ficckcr wordende (als wanneer hem den Coninck ten uytter-
caiift,q».~ t ^ praemde) fcvde recht uyt, datter voor hem "ecne hope meer
kienw axn»T cn was van tyne ialigheydt , want tot ncmgcorocht was cenen boeck ,
vm'.AlihhM in den v-elcken gcfchreven ftondcn alle fyne londcn van gcpcyfeoy
•viiK dsfiaen- ^yoordcn ende wercken . Jae feyde hy , twee boofc gecllcn hebben
l" r'eTir'emu. ^Y '""^ bittcrlyck gel]acghen, den eencn op myn hooft, den ande-
S Eucher. £ƒ>. ren op mvnen voet , endc tcrilondt fiil ick gctrocken worden naer
jcrtri de Uu: ^jj,^ braofit der hellcn , foo iprack den rampfalighen vol van wanho-
b ^^fo^;-*- j j^jgj. jgrick daernacr wierdt fyne fielc van de diiy velen ver-
nneiitt,:m ad l ' tii-i-
ubtmum, re- vocrt naer het helich vier.
a,!Kiliatus fi Is het dan niet eene beclaegclycke verbllndtheydt, fyne bekeerin-
exrern,a!ife y^,j. j.^ ftellen tot Iict lacftc van fyn leven? Den H. " Eucheritu Bif-
'^cli'! ncn fHm fchop fchryft hier op in defer voeghen : Het is eene uytterfte dwacf-
jeatriis.oxnt- heydt endeuytfinnigheydt, datmeneenefaccke, vande welckehanghc
teiitiam dare „ns ccuwigh ongeluck , derft betrouwen, endelact uytcomen op ee-
TlIè'r'dsrTnl ^^ onfekere wanckelbacrhcydt van ons befwyckende leven .
p»j):,m,yiste Het ïs wcl wacr , dat alle urebequacm is tot de faligheydt, ift dat
• a di<L-jö lihe- eenen fondaer fich waerachtelyck wilt bekeeren, macr hier in is al-
rarK, Agepx- j^ ^^ fwaerigheydt , van in het lefte van fyn leven met een goedt be-
'-"''"'"■' ^^. rouw Hch tot Godt te keercn, van het welck ons den ^ H. ^mbro-
yéf»- ƒ/*.' eene mcrckelvcke fententie heeft achtcrgelaetcn : foo fpreckt hy:
. .juiae. £enen menfch penitentie doende in hel leltc van fyn leven, ick en
.xiiiten- ^^ niet, of hy wel comt te ftcrvcn . Ick can wel eene penitentie
: ■ ' eo tem' ' J -i-ii ■ rtii m
■ e,quofec- gcvcn , maer gccnc gevuüigheydt , endc gecne venekerneydt j wilt
üirepotmfti, ghy van alle tv.'yfFelachtighcydt ontflagen fvn , doet penitentie, als
fiaMcmtunc gj^'y „efondt fyt . Endc v.'ilt ghy weten > vraeght den felven H.
1f"entJ",/,'^' Vader , waerom dat ghy alsdan mooght geruit fyn ? Hy ant-
^tiur.do pe'ua. woordt : OiH dat ghy penitentie doet op diën tydt, als ghy hebt
reno» poiej, nonnen fondighen, maer als ghy wilt penitentie doen, als ghy niet
fccatateae. condt londighen, dan hebhen u de fonden verlaeten, cnde
tit ,'ja. s ghy en hebt die met verlaeten , gemercKt ghy alsdan met meer en-
Amb. in ex-, condc fondighcn.
hori.depxmt. Voorwact uicn mocfldefe gcwightigefpreuck geduerclyck indach-
Icefbofiai'l- tig^"" fy" •> ^"'^^ penitentie doen over onfe fonden , als wy noch wel
j'4m/utime- gcfondt fyn, de welckc wy alsdan niet meer doen en willen, als men
jecit, ton dl- QIC loude connen docnj ende aks wanneer men door een ongeluck
J^l^j^'t'fidfia- ^|g [^Yvc gedaen heeft, tcrllondt daer over eene drocfhcydt verwec-
TdetTj-rta- ken, ende door eene haeilige biechte die afleggen cnde uytroeyen.
ge.-etpeniu^ Het wclck ons Godt gelcert heeft, feght den felven c H. Ambrofem ^
r/rt/B.s.Amb. in onfcn eerilen vader ^r/^w want Godt heeft hem terftondt met de
'i^p. i'/'^""' foude gejaeght uy t het Paradys j hyen heeft het niet uytgeltclt, maer
heeft
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. töj
heeft hem afgcfcheydcn van de welluften van het Paradys , otn
penitentie te doen j foo datmen terftondt naer de fondc fynen toe-
vlucht moet nemen tot eene falige boetvcerdigheydt ofte peni-
tentie, met een betrouwen op Godt, gelyck Adam ^ foo haeil; als
hy hadde gcfondight code gcjaeght was uyt het Paradys, terltondt
heeft gedaen. Men moet de occalle oock laeten naer de fondc, cn-
de met Adam ilaen buyten het Paradys > dat is buyten de occafic.
Alsdan buyten de occafic, was Adam ten uytterllcn bedroeft over fy-
ne groote fonde, niet fonder fuchten cnde weenen .
Wy moeten naer de fonden oock tcrftondt bedroeft {)'n ende trae-
nen Horten, om dat wy foo goeden Godt vergramt hebben , wy
moeten hem oock bedancken dat hy ons niet tcril:ondt en heeft ge-
ftraft , gelyck hy met duyfcndt andere heeft gedaen ; wy moeten
doorgaens op onfe fonden peyfen, om die te bewccncn, om die felf
te ftraffen , de felve voortaen met alle forghe ende neerftigheydc
trachten te fchouwcn .
Dit is de leeringe getrocken uyt die gevanghen hovelinghen , van
de welcke den eenen moell fierven , ende den anderen herilelt in
fynen voorighen ftaet , maer met eene volgende fchande van on-
danckbaerheydt , met de welcke hy Jofefh fynen weldoender teghen
fyn woordt foo fchandelyck by den Coninck quam te vergeten .
Dit fullen wy in de volgende fede-leeringe wat breeder bemerc-
Iccn , als wy van de fchande ende groot quaedt van ondanckbaer-
heydt fullen gaen handelen.
S E D E-L E E R I NG E.
Van het fchandelyck ende groot maedt van de
ondanckbaerheydt .
Wie en foude niet gedacht hebben, of dien eerbaeren, dien
dcughdclyckcn , ende onnoofclen jongelinck Jofeph Ibude
wel haell- verloil gewecft hebben uyt den kercker door J"'-^f"^<'»"'^'«
de forghe van den overften des Coninx fchenckers ? /o/^/?^ hadde hem f'^ff^^J^ ^''^'
lbo hcrtc'yck gebeden, dat hy hem by den Coninck 'Pharao gcdach- it-lZT/nZ
tigh wilJe wefcn , als hy in fyn voorigh ampt foude hcrftclt fyn ; efimurf.-ctis
cnde daer-en-tuflchcn den ongeluckighen Jofephwis vergeten. Ön- -''"• ^'^■^-^o*
danckaerigh menfch ! Jof-ph hadde hem in den kercker foo forge- ^' '^'
lyck gedient , hy hadde hem in iyn lyden ende ongeluck getrooll , fynen
droom foo geluckelyck uytgeleydt tot herllellinge in fyne volle eere .
Macr alles voor niet, het was hem genoegh, dathy wederom in fyn
X i eer.
i(J4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Ciindu,
S. Ambrof.
eerlyckamptlieiftclt was, wel geruft fynde in yo/ê/'/jj gevangenifTe,
a . ofteve rloffinge , gelyck wel bemerckt heeft den -* H. Ambrofius ; Dit is
Oto r'Y/J^ dickwils den handel der menfchen, befonderlyck als fy in eenighen
yiorlL's fê- ft^et gccomcn fyn , dan comen fy fccr lichtelyck te vergeten die ,
van de welckc fy veel goedts ontfanghen hebben .
Jafef'3 voorwaer heel deiightfaem ende onnoofel verdiende meer
verloft te wor.ien, als dien ondanckbaeren overiten des fchenckers,
den welcken om fyn mifdaedt door laft van den Coninck in den kerc-
ker gellelt was.
Jofeph daer-en-tufTchen bleef gevanghen , heel verduldigh noch twee
jaeren lanck volgens de goddelycke beftieringe alles verdraegende ,
ende fich teenemael ov. rgevende aen den wille Godts , den welcken
dacrnaer foo veel te meer glorieufer uyt den kercker van Godt ver-
loft is, gelyck wy fuUen fien, als wy nochtans eerft wat breederful-
len gcfproken hebben van de ondanckbaerheydt haetelyck aen Godt
ende aen de menfchen.
Eerft voor aen ftelle ick dit finnc-beeldt van ondanckbaerheydt ,
het welck wordt toegefchreven aen Luctanm cenen ouden fchryver.
Hy fpreckt aldus ; Ingratm vlr malus dolmm ejl feiforamm , />; ^nod
immittens gratiM , in vanum ejfndtj}t : Eenen ondancbaeren menfch ,
fcght hy, is gelyck aen een vat , het welck doorboort is 3 wanter alles
uytloopt datter ingegoten is.
Het opfchrift is als volght naer de print .
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
!(?)-
Wat comt het hier te baet
Als V al verloren gaet .
Uytlegginge van het finne-bccldt .
WAt doet gliy met dees ton ^ die niet en Jluyt van onder?
Ghy Jiet , het loopt weer ujt -y ''t is vremt e-n al te wonder ,
Dat ghy niet wyfer fyt ; dit vat comt niet te baet ,
Dies breeckt het heel in ftuck , eer V nat verloren gaet .
Ee • ondanckbaerigh menfch en moet hier geenjins wycken j
Chy mooght hem vry hier mê tot fchande vergelycken :
De gnnfl j die hy ontfanght ^ Jirax valt uyt fj» gemoedt y
En dat hy loonen moefti verfloot hj met den voet.
O ondanckbaerigh hert a gehaet van Godt en menfchen
Een teder hem vervloeckt , en geeft hem boofe wenfchen .
Vry ergher als een b ^efl , e-n doodclyck feayn ,
En daiter aen de Jiel can ergens fchad^lyck fjn ,
X 5 Een
2 .Nihillc-
mine terra pc-
jus ingraio
^er;>.Menan.
apud ^ufzn.
fag. Ii2.
b In'rralus
o
«yï ■VIt.ilMIlS
Ut dimm fic-
Itis. Nihil f 0-
tejh cogitari
J>eJ}ilenlius ,
Pet. Crinitii3.
/. z.pnim.de
fuga. inirAi:
rum.
166 DE GODDELYCKE VOÖRSIENIGHEYDT
mxlcdnïTiiL ^^" ondanckhaerigh menfch oock d' and're comt te haetztt;
üa,rumhomi' ■£« "f hy deughdigh fchynt^ dit can hem nimmer baeten ,
n(yr.\nx^ii\Hm Dc dsughdcn hy Verderft ^ jae alle boosheydt voedt,
^;x-frj<. uD . ^^,j 7?if?r hem macr wenfi te treden met den -voet .
b beiieji.ni- rj I ri i ''
cetyiiiiebr-Hi "^e bo'js een menjch magh fyn ^ is boofer in fyn tvfrcken :
<^-M Itiafi m:d- Syn ond.anckb.ierigh hert door boo^hejdt noch fal flenken ,
ZZTafZl'. ^'" ^""f^ '""^'^'' ^ '^'■^ '^''' ^"'^■^ gefchapen kseft .
ihrem'oblnl's /^'^^ l^^'^r , als dat hy fyn boofen adem geeft .
cfl. S. Ambr. " at fchand'' en -wm het niet voor die den ivyn moefi fchencken
c Iit^ratitti- foor 'j- Coninckx mondt ! by hem fyn vrtendt r.iet te ged.encken I
VoJio'.'.n'Ie' ■^ groot ondanckbaerheydt ! als hy naer V tzi'eede jaer
litumho lefl.i' J^et 7isldaedt heel vergat , "f ^■'7 ^^^^ ^ droncken ii^aer !
tii,cumnonrc-
^ST\im"-i-^' TT ^^^ °"^ "" voorts de boosheydt van de ondanckbaerheydt
a.</fyf. iof. I .eerft teghen de menfchen, ende daernaer tcghcn Godt wac
^rt. I. -* breeder voor ooghen ftellen .
d Ly/jatnii- Om beter te vatten de groote ondanckbaerheydt , hoorter eerft
tn-^qJJ'li'i- ^'^^ fpreken den c H. ThomM van Aqmnen: De ondanckbaerheydt,
cjiU in bene. fcght hy , is een mifdaedt , het wclcke wech neemt de phcht van de
jxciorem abf- mcnfchelycke heerlyckheydt in den gcmeencn handel , Tonder dele
que cjus (cn. ^^^ foudemcn anders niet iicn als cicri^hevdt , hoovecrdia;heyüt, eer-
nefiaipereum iLicht, cndc ccnen oorcuclycken lult tot aile boosheydt.
coiinti dejpe- A^en moet weten , datter eene twcederlye ondanckbaerheydt is ,
üione itilmii- j^^g,. ]^(,j. feo-gcn van den geleerden «' Theophtln^ Ra)nnudu-s van de So-
titur,Crdi-bi- . r ^ i-^ ■ ° , , i i r u ^L r
t«m f,-jm«- cietcyt Jelu: Dacrisecne ondanckacrheydt, leght hy, diemen noemt
duns offumm cenc Materiele ondanckbaerheydt , ende eene andere, die gcnocmt
fr.ttermitti. "wordt ccne Formele ondanckacrheydt .
RaynandTrfé ^^''''^ /"flrpwfVi? ondanckacrheydt is recht teghen-ftrydigh aen de on-
■v:rtutibus Cr danckbacrhcydt , die men toont uytv.endelyck met woorden ende
yitrs. wercken, in fyn hert verachtende ende vcrltootcnde den weldocn-
e //.ccrimen ^^j. ^^ . j.^^^^ Wcldacdt .
numnuumpit- '■^ , ii i- ii. ri-jrj J-
r, ,,/,;,;e De Materiele ondanckbaerheydt is , als die gelchiedt londer die
flttUT,
imprub.xttir, miGichtinge , allcenlyck achtcrlaetcndede plicht van danckbaerheydt.
'n''-ij!'''l-}'d ^"^ "" ^'^ verllaen de groote boosheydt van ondanckbaerheydt,
uim' df'jfuihs 'J''^ canmen genoegh bemcicken iiyt dit alleen , leght e Senecn dien
Jit iD^crtx rel Roomlchcn Philoibph , om datmcn nergens en vindt eenigc Itraiïc
'^Jfim.uiojia- gelklt teghen de ondanckbaerheydt} (y wordt van alle natiën ge-
"""" '" '^'21 houden voor een uvtterllc quaedt; daer de Ct»^f« alleen van de lelve
interc.irelin- oordccl conncn gcvcn . Men leelt van die van Athencn, dat iy eene
qnimui, qux ftraftc gcltelt hadden tcghcn alle belbndere quaedldocndcrs , maer
ad ninit;ccs j^j^^j. t^friigni de o.ulanckacriee menfchen, om dat fy hun lieten voor-
mv!. Seneca. Ihicn, dutmcn Hl hacrc Rcpublycke loo groot quacut niet en naaue
l.ydi ben.c.6, tC
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. i(>j
te vreefen , ofte om dat fy niet wel en wiften , wat (IrafFc groot ^ i},,y^ „/.
genocgh foude wefcn voor foo een uytftckende mifiaedt. hi,^r^vif,]»e
De heydenfche Pi-iilofophen ende de oude HH. Vaders en conden >;" W«»r
niet genoegli uytdrucken de onredelycke boosheydt van een ondanc- '^'S'"'^"'"'^'''
baerigh gcmoedt, als wetende teghen de reden, jae teghen de natu- ^~lr.,il'^"f.
te ende handel der menfchen . qiscq:uique,
Den «■ H. Gregomi-s Tatfr/f^ihtr^rts {preekt hiervan wonderlyck wel: ^"".' "'"" »
De ondanckbaerheydt , feght hy, ichynt my cene fwaere ende ge- afuluT/fi,'^
■wichtige faeckete wefen, ende die ten uytterilen te verwonderen is; aUtcrL'n'f'-
want overeen ontfanghen wcldacdt moctmen ten minden eenigedanck- '^fi^ .tgcndiï
b.ierheydt met woorden betoonen , alsmen anders niet en can; doch gee- '''"^"' g"-""^
ne hcrkentenifle te bewyfen, is een claer teecken, dat dien menfch cZ,7r; ',""«"
fonder cere ende fonder finnen is . lek en meync oock niet, gaet hy "'^nu \apt, ,
voort, datter ccnigh quacdt ofte miidaedt is, het wclck den menfch "'•'/"'ƒ«'» ^'f^
meer hactigh macckt , als de ondanckbaerheydt , de wclcke men oóck "hai'el'tJ^ "I
meer verv/yt, als alle andere fond en . Voorts, feght hy, dien en is lom",,''. Efl
niet alleen ondanckbaer, die aen den weldoender ccnigh quaedtdoet, '"""« » '»-
oft iet teghen hem feght, raaer oock die fwyght, ende die het wel- ^J"'"' "'""'
daedt vergeet, ende foo de gedachtemfle daer van tcenemael teniet nih,n,ajf!m
doet. f-tcn,aui di.it,
Het fal de pyne wcerdt fyn, den Philofoph b Seneca hier op noch J'"^ "'•>"> ?»'-
eens te hooren ipreken : Het is fchande , feglit hv, aen den wel- mHUt'"J''^i'
doendergeenedanckbaerheydttetoonen, maer noch meerdere fchan- fm»,/n/fll
de, alsmcn het weldaet corat te loochenen, oft, alsmen daer in fi- "cA'"°>-«»j o-
muleert, maer dien is noch den onCanckbacrighik-n, die het wel- ^''''^'V' '""■ »
daedt vergeet, want hy alsdan niet danckbacr wefen can. mlZnZlT.
Voorts defe ondanckbaerheydt en heeft niet allcenhck plactfc in ""S'>h. s
gemcene menichen, maer oock in groote heeren*endc Princen, iae "^'"^S- Taum.'
oock meer als in andere. - ' ^''^-J^S'
c ErafrAm in fyne wyfe fpreuken verhaelt ons iet tot onfen pro- re 7'Jej,u'i
qii
cn riep e;eenen anderen , om u te befchermen, muer ick hebbe^e^f ?"'«''Svf
gevochten voor het leven van uwe majelievt , toonende famen de '"&•■■'> 'T"""s
tceckenen van fyne wonden, de wclckehy 6ntfanghcn hadde in het ""';'"""• -l"'
leven te bewaeren van den Kev(èr . c '""'' ƒ•'"• ,
Aifp'ftM bclchaemt wordende over fvne ondanckbaerheydt ende '''"^fi"is\.i.
lange vergetcntheydt quam fynea foldaet tcrliondt te hulne' vreefen- ^•4-.-^>'^/;-
tegwutum.
de Eriün\>s.
168 DE GODDELYGKE VOORSIENIGHEYDT
a de anderfins niet nlleen onbermhertigh , maer oock ondanckbaer te
Cutjenfus efl ^yefp^ cndc gaf hcm terftondt het leven.
«f 'i'c/oM/7> • ^•i"' de (chande van andere ondanckbacnge Princen dacr te lae-
,iijhr.imor!um tcn , ick bcvindc noch , dat fy niet alleen in fchande, maei- oock tot
ioiifcr-vft im- verdiende ftrafFe gccomen fyn.
itu"m'r-cft Den Keyfcr 5,7//;;« felf en heeft eene foodanige ftraffe niet ont-
tut 'imoyiim gicn nacr de getuygenin'e van Zonor,is cnde Baronitu : In het jaer ons
M'.Üori , iners Hcercn 8Ö9.
tüeep-, i^ in- j)gj^ Keyfer eens op de jacht fynde , ende eenen erooten hert in-
f nis, eji-.fiHe volgcnde wierdt van den Iclvcn met lyne groote horens ingevaeren,
iriminis re.is, in fyncn gordcl opgevat , ende voort gcvocrt ; eenen van fyn volck
Hintcmagnits datfiendc, quam lerilondt fnellyckaengeloopcn, cnde met fyn fwcerdt
^l/.Cif""^'!'* ^^^' "^"'' doorfnydcndc, verloftc den Keyfer j die dacrnaer aen fyncn
óreg. Taum. dienacr, aen den wclcken hy het leven fchuldigh was, fclf het le-
iit p-i'i. Orig. .ven benam op dit valfch voornemen ofte pretext , om dat hy fyn
fweerdt teghen den Keyfer hadde getrocken> maer Godt heeft dien
Kevfcr oock gevonden, want hy niet lanck dacrnaer teghen de vcr-
wachtinge van de medecyn-meefters door het verdraeyen van fyn
ingewandt ongcluck'elyck quam te fterven ; het wclck van een ieder
wierdt aengenomen als eene llraffe van (yne onredelycke ondanck-
bacrheydt, vervoeght met eene feer groote wreedtheydt .
Tot nu toe hebb-ick befQnd'rlyck gcfproken van de_ groote boos-
heydt van de fonde van ondanckbaerheydt, de welcke van alle volc-
kcn altydt vervloeckt is gewecft , als ftrydende teghen de nature,
ende gemecnen handel der menfchen, ende als eene aenleydinge tot
alle andere fonden , gelyck Stoh^w feght : Ingmtitudmem imptfden-
ti.1 fequitttr , qHi ^ omnem trtrpittidtmm d'^.v efl . Dat is : De on-
befchacmtheydt voight de ondanckbaerheydt, die de aenleydtller is
tot alle vuyligheydt .
Wy moeten nu gaen fien, hoe feer fy aen Godt mishaeght , den
welcken den weldoender is van alle menfchen .
Den menfch, gelyck wy gedcn hebben, is danckbaerheydt fchul-
digh aen een ander, van den welcken hy eenigh weldaedt oftcgunll
ontfanghcn heeft .
Hoe filmen dan danckbacr gcnoegh connen v/efcn aen Godt^ om
de ontallyckc wcldaedcn, die hy ons gedaen heeft, ende noch doet?
Hoorter ecrfl van fprekcn den <« H. Gi-egomu Taumathurgits , van
den welcken ick nnch te vooren gefproken hcbbe . lil fiecke, feght
hy , dattcr iemandt kcnniife heeft van de wcldaeden Godts, ende
daer over geenc kcnniflc en doet hy en is niet alleen fonder herfe-
ncn ende fonder reden, maer goddeloos, cnde ten uytterftcn plich-
tigh 5 foo dat hy van uicmandt of groot of cleyn en verdient gcfpacrt
tc.v.cfen. De
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 169
De woorden van den " H. Ambrofnu fyn noch gewichtiger : De a Quoi. fi
ondanckbacre, feght hy, fynvanvcele mcnfchcnfoogchaet geweeft, horr.int «o»
dattnen hun gcene ilrafFe groo: genoegli binnen hun leven en conde "^■■^^>-'"f^>-^-
fteilen, allccnlyck verdienende uyt het getal der mcnfchen gefchrabt cfJnTlmfll
te worden , ende gcftraft met de doodt . Voorts feght hy , dat de homt'idw y».
ondanckbacrheydt tcghen Godt ccnc alder-grootlle booshcydt is , <^'"'«i" ffl>
ftrydcndc teghen de nature van den mcnfch , de welckc verhe\<l: , ^j"!^'*"'^"/^"*
datmen danckbaerhcydt betoont aen fyncn Godt cndc lchepper,dcn Deo.T.fl er^»
wekken den oerlpronck is van de nature . Hy gact noch voort : Wy fntdmtU ag-
moetcn onfe ooghen, feght hy, maer flaen naer den hemel, den '">f"^J'<i'-
welcken haeren fchcpper looft ende danckt, alsmen den felven maer .iX'wIm"*'"^
aen en fiet, gelyck Vavid gefeydt heelt: Cdli oian-aut ghriam i:>ei, fip/emibuiju-
& ofera maiiiium ejiM annntiat firmamentum, Pf. iS.-y. 2. Dat is : J^q d' ''"■"»' ejhfe-
hemelcn vertellen de glorie Godts, ende de wercken fynder handen """^""' "•"•'-
,. , , _ <^ ■' - ram yiyere ;
vercondight het hrmament . ^,„d efl emm
De zee , als fy effen en IHI is , geeft een teecken van de goddclyc- '■""fiumdum
ke rufté , ende als fy ontftelt is , dient tot fchroom ende fchrick . »■'"'""'. 7'"»
Soo dan die door de aenleydinge van de nature fal willen bemcrcken |^/ ^'^'LZ'i.im
<3e gefteltcnifle van alle goddclycke wercken , fal terllondt oordee- ^ffiiei.th>m
len , datmen danckbaerheydt moet betoonen aen den fchepper ende ''"(y'umqmd
bewaerder van al. Vraeght oock maer van de beellen , feght den T '/'""''"■'
Propheet a Job^ ende ly lullen het u leeren: aen de aerde, ende iy y,dctur? m.tre
fal u antwoorden i ende de viflender zee fullenu 't vertellen, te we- '/'/""> dam
ten, dat de redelycke fchepfels haeren fchepper altydt danckbaerheydt ^'^/^'/'""«•""j'?
moeten betoonen over alle de goddelyckc ontfanghen wcldacden : t^'iïuhul'r
Met het opllaen van de fon fyn de vogeltiens gcwoit haeren lanck indidum-.cHm
te hernemen tot lof ende danck van haeren fchepper. Ende en f ju- '""'^'tur, ur-
ee dan den.menfch, rcdelyck fchepfel niet befchaemr f.-n, den da^ "1LI\ ' d''-"'
te beginnen ende teeyndighcn, fonderGodt over alle de ontfanghen dn-^irationi
weldaeden grootelyckxtebedancken? gemerckt dat den menfch naer opiris,i>:ijule~
IIcl en lichaem alles van Godt he;;ft , foo moe'l hy Godt altydt in "■^■'' /"■"""
fyne gedachten hebben met eenentecren inkeer van we Icrliefde, Sec. ™ri"cu" <^rlt'-
Hoorthier op noch eens fpreken den l> H. Ambrojim : O broeders, .i>n'refZe:,d.i
feght hy, volght de vogels naer, 's morgens ende 's avondts haeren /";"•■-*<'. S.
fchepper danckendej ende wildt ghy godtvruchtiger wcfcn, volght j||*", /;!/,''"
naer den nachtegacl , die felf den nacht met finghen overbrcnght. b '"/«'/ óvo'-^l*
lek en magh hier niet achterlactcn de fchoone woorden van den iament-ia-do-
<: II. Chnfoflonms : Defchaepenendclammeren, feght hy, vcrdracghen "''-'■""•'<■. '^
ende ftreelen haere herders, de peerden toonen gcnegenthcydt aen 'Z'lndnii.-'.'t
de voerlieden , de jacghers worden eerft bewacrt ende bemmt van tibi , Uquert
hunne honden, foo oock alle andere gedierten iKllen HchgL-rullelvck "■'•'••«. <^re-
onder hunne mcefters, die voor hun forghen > cnJe fal den mci-fch i?'»»'^''''"-*''
Y het p,.
170 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
iob"i2r-v!^7. ^'^^^ trefFelyckftefchcpfel , endc met rcdeii ende verftandt begaeft fy-
c/8. c ƒ?»;- ncn fcheppcr endc iyiifn heer niet ccren, niet beminnen, ende over
tare fi-ater rf- ^\\q fynj. gunflcn cndc wcldacdcii niet bcdancken?
■■ves m.me CT- j^Qort dc danckbacrhcvdt van ecni";e beellcn tot haere meefters.
ri ar.it I. tl re- Ehanm verhaelt , gcwcelt teiyn cencn üolphyn . den welckcn eea
fereitdo,a'fi weldaedt ontfanghen hebbende van cehcnichipper, den fclven ineen
eide-»otior,i- fchip-bracck opgenomen heeft, endc gevoert tot aen den oever. /. 3.
noümia }f.i- Het is Gock raerckens Aveerdigh het ghene geleien wordt by So-
tU i>er-vjgili thro}iias van eenen lecnw, die gcduerelyck bleet" by het cloofler van
cAnt,le,i.% rff- j„j^ ^1^^ Gerafimns^ die te voeren eenen doorn uyt fynen voet hadde
Amb.' ƒ£>■(«. getrocken, den welckcn men oock hoorden huylen in de doodt van
43. /» I. ai den ielven Abt, ende die daernaer op het graf van droef heydt quam
Corhvih. 10. jg rterven.
d ^^Um.int Het is dan niet te verwonderen , dat de HH. Vaders ende andere
er pAiiuntur wyfc mannen oock Hcydenfche teghen de ondanckbaerheydt foo ftraf-
oyes O- agiii fefyck gcfchrcven hebben, ende foo frcrck fyn uytgevallcn, oock te-
^e<T: {"«"<-* gbcnden overftenvan des Coninx fchenckers, om dathy by denCo-
gJT->^nato- ninck in fyn ampt hcriklt fynde, Jofefh den geluckightn uytlegger
refq; ^flodiü- fyns drooms , foo ondanckbaerelyck vergat , ende dat twee jaeren
*""^t'mllT ^^"'^'^ ^^^ ^^^ droom van Pharao .
*c^ ahalmili'- Macr mocht hier iemandt peyfcn , wacrom en heeft Jofe^h die twee
terfiMitafiios jacren in fynen kcrcker blyvende fitten , ende te vooren in fyne fla-
amant impe- yemye foo lanck geweeil; hebbende , fyn ongcluck aen fynen vader
'^'^'d'^'frlTo'- J^f^"^ "'^"^ ^^"5 ^^ kennen gegeven ? den -welckcn dit wetende , fy-
fe"iucnsjit,»t Pcn foo beminden fone fónder twyfel foude getracht hebben te ver-
ainmal omni- lonen. Dcn gclecrdcn oudt-Vader a Thcodoienu Bifl'chop van Cy-
""' '""•'■'«f'» ^ mêynt, dit niet gefchiedt te fyn door eene bcfonderc fchickmgc
C«m''->'.'tt<I». Godts, den wekken gcitelt hadde, dat Jacob naèr E^^ypten nnacr en
refcrrè i^no- foudc comcn , nacr dat fynen fone Jofeph ondcr-Coninck daer van
rei^ s-Chryi'. fpyde geilclt wcfcn , tot wclckc eere hy noyt en foude gecomen
'^" "^ hl 'rato hebben, ten waer hy foo lanck in de gevangenifle hadde gebleven,
(i'irn. t.^107. om daernaer den droom van den Coninck Pbarao nacr tv-ee jacren
b Si j.uob met gelcgenthcydt uyt te leggen, van wekkers uytlcgginge wy in
filiijur fn-yi. j^^^ ecrilc capittcl van het derde volehende deel brceder fullcn gaen
tiiumfayijjct ^ , >■ ° °
t.nnuttqiiere- IpieKen.
demiffci , tiim ■ _- , j - j-
fomn'm non e.\pof:iiffei,fomn!a non exponenno ,^j^yptnpr.cfeSliit non ejjct, 'Jacob in MgyptumnondeJi.endijJet ;
titqiie liit'j »<■' Deiti inyiiti.i Jinrum opinne iijiis cfi . Theodor. £ƒ"ƒ. Cyri .
DER-
ÜYTGEBEELDT IN JOSEPH. 171
De Goddelycke Voorfienigheydt is on-
feilbaer ende feker in alle haere vverc-
ken , akydc haer eynde betreckende,
befonderlyck betoont in de verhef-
fin ge van loftph. •
VOOR-REDEN.
Oafe moeder de H. Kercke van Godt verlicht , ende niet con-
nende f aden [lelt ons claerljck. voor de fekere nyf^erckin-
ge l^an de Voorfienigheydc Godts : Dit jyn haere
K>oorden in het H. facrificie der Alijle op den 7.' Jo«-
dagh naer het Hoogheydt van Sinxen:
Deus , cujus ProYidentia in fui difpoficione non fallicur.
Dat is;
O Godt , -^iens Voorfienigheydt: in haere fchickin^re
niit hedroghen en "^ordt ,
VM% ^^^ ^'•'^^'^ fekcrheydt van de Goddelycke T'oornenig-
ii|^P l^eydt in haeie Ichickingefal ick nu in dit derde deel
y>. j^^ g^c" tooncn in de verheffinge cndc glorie van Jofepb,
\^J W^' uls ick eerft een ander geval twee ofte drye tot ge-
É^i^v^^ tuygenifl'e dacrvanial voorgeitelrhebben . Eerllbe-
^^^C^^i^ g'nnc ick van denConinck£>«i;/rt'.
«^iJ^J5..VSVvA,\4X Het was van Godt geitel: Dav.d tot den throon te
verheften , ende Coninck te maecken van Ifrael j .$■«.*/ dat vreelende , de-
Y 2. de
JJ2. DE GODDELYCKE VOÜRSIENIGHEYDT
b Om- Süiil d;i.n, icghr de H. Scrifture, hadde David'izn hem wcch ge-
""ƒ■/'■ƒ' ^ fondcn: Amovit Saki Bavid a fe ^ op dat het volck weten foude, dat
h"i iiayidfib. -^••^^'^ '^^ gunfte niet en hadde van den Coninck, cnde op dat het
T. 16. c s.i- Tclvc D av id h\i<^c verachten, met een woordt gcfeydt , Saül en v/as
'ui juperK.Ï voor David nlct , al hadde hy hem u Oveiilcn gcmaeckt over duy-
■ProyiiUntia f.j-jclj- mannen, het welck hv macr eedacn en hadde, op dat hv er-
fu£i.i,!ifihoeji- ghens inden leghcr te lichter rnochte doodt blyven, maer Godt door
deprcheitjH,, dcfen fclvcn middel bacnde aen David den wech tot fyne verheffin-
1""\ >'"■ƒ- ge, i alsdan winnende de liefde van al het volck.
^Tfl'l Tv/n" Voorts Sa:H willende fynen boofcn haet te2;hcn David bcdecken
^uere Je credit belooft hcm iync dochtcr , ilt dat hy de I-irdifljnen can verilacn ,
dn, yirtutii wenfchende daer-en-tuflchcn, dat hyrdf van hun -mocbte gedoodt
'vm/i/ft'/'T ^oi'^^c"' rn^^*" ^^'^ ^^^' anders uyt. 'David die verflacnde wordt den
Gre". Magii.' fchoon-fone va'n Saiil . Siet Saki werckte mede tegheniVne meynin-
d itjiirrcMi ge met Godt, om David dacrnaer te verheffen, geiyck feght den c H.
Jon.nhas fi. (jregoniu Paus: 5;;/V/, feght hy, door de Goddelycke (■'oorjlenigheydt
Ab'it'^adV.i- ^^ g^^'^'^» ^^^^ bedroghen in den racdt van fyne wyshcydt, want als
fid/njyl-f.itn hy hct Icvcn van fynen aenvvafiendcn foldact gcmeynt hadde te bene-
cy couj'ort.t- men, heeft hy vermeerdert de glorie 'van fyne clocckmoedigheydt.
wrmnujcju, Als Saüls böosheyüt nu volbracht was , cnde als 'hy nu wel fagh ,
j:i Deo,dixit- . , ,LI ) 1 T-> ) • • i"^
aiieeinetime. dat hy met gcveynlthcydtteghen David niet en conae uytwercken,
tis,neq; eiiim hy nam dan op hem, David felf in liet opcnbacr acn te ysiflen, en-
iiiveiiift ie (ie iicm. ti-achtcn te dooden , macr alles oock te vergeefs ; cnde als
t»,mi*s i'i £)^^^,j^ daernaer eens in een proot qevuer was , van m Salils handen
t» re'rniibis tc valicn , Godt Itortcde over 6'rti/ den scelt van i'rophetic , cnde
fnper ïjM'el, fict , als hv nu mct prophetcrcn bcfigh was, David hadde den tydt
C7'c^o fi.»/- p,^ ^g vluchten cnde te fchuylen.
Keo" i-'. d JonatloM den fone van iS,-.v;/ gonck alsdan fynen vricndt David
■>■. iö,° ' felf fprckcn daer hy vcrborghen wils, hem troollendc, cnde het ryck
e Sohis van Ifael hem voorleggende, tc vreden fynde , .den tweeden daer
/►7-^rrf.J,^« van cnde onder David te welen .
iion HeCtcoiit ___ ,11 ■ n r 1 1 /- i
KctiLi, neque Wat condcr clacrdcr gctuygeniiic Avclen van de macht van Godt ,
*'^dorJ>.it e:,m eudc van fyne Goddelycke Voorfie-inghe-jdt ? Den Coninck Saai ver-
.... iratiueft yoigi^i David , cndc Joriaik.ts 's Coninx fone bewacrt hcmj op den
n'ïlïh^Ixn felvcn tydt, als Saii! hem het ryck wilt afnemen, het ryck wordt
i,iii,iMnM,t,- licm belooft, jae Jonathas houdt hem voor den toecomenden Co-'
doihxum mit- ninck, fich te Vreden houdende met de tweede plaetfe in' het ryck.
'/" ^'.It'"" Dcfe macht ofte fcerckte van de Goddelycke Voorfteninhejdt blyckt •
1. y. z. OOCK clacr in dien booien cnac hoovccrdigncu ^ Aman , die op lyn
crachs
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 173
cncln lindue genomen A-iardQchxum met fyne Jodtfche natie uyt te
rocyen ende te vernielen, om dat hy hem, die den eerlten \vas r.aer
den Coninck AJfne-nu ^ gccnc eerbicdingc en wilde betoonen , iync
J'inien boogendc, gelyck alle de andere deden.
Hier tighen haddc Godt valt geltelt Miirdoch^ntm te verheffen.
Godt haddeeerll toegclacten, dat de icboone £y//;e;- de nichte van
Mnrdoc'óA'.-.s lyns broeders dochter ( het welck aen Aman onbekent
v.'as ) van den Coninck AfKerns was aengcnomen tot Iv ne hiiys-vrouwc,
in de plaetfc van de Coninginne Vnfihi^ die verltooten was ; daer-en-tuf-
i'chcn yhnnn ^ den opper-Prins van het ryck endeeerllen Aiimjier ofte
Favoriet van den Coninck, hadde lalt gegeven, om Mardochau?» met
heel het Jodtfch gelLicht te dooden ; maer den / oorfjemghen Godt
quam hier tcghen üoor Ajjnents den Coninck, denv-'elcken gehoort
hebbende uvt de hiflorie van fynen tydt , dat hy door Mardochms
eens was bcwaert gewecft van het pcryckcl des doodts , dede den
felven n\ het publyck vereeren , ende dat felf door de handen van
uiman^ ende daernaer vcrltaen hebbende, dat Eflher de Coninginne
de nichtc vnn Aiardochms was, wierdt in de plaetfe van yiman ge-
flelt, den welckcn om fyne groote boosbcydr van alle de joden te
willen dooden, terllondt wierdt geibaf't met de galghe, uie hy voor
Atardochatis hadde doen bereedt maccken . Aldus wierdt MardoduHs
verheven , gelyck het Godt hadde geltelt , die altvdt feker is ende
onfl-ilbaer in fyne llellingen , ende noyt en can f'aelen.
Van meer andere vaite uytwerckingcir van de Goddclycke Voor-
Jienigheydt en haddc ick niet gcmtcnt ie fprcken , een geval nochtans,
om dat het ongemeen is, fiil ick hier maer bybrenghcn aengacnde
de lict'de van eencn goeden Ibne tot f'vncn wreeden vader, van den
wekken fpreckt den Roomfchcn Philolbph Seneca . j^ji_ (/(,.;^„^_
Delen lone was beticW ende overtuyght van ccnc moordt , cndc tionum dah^
gemerckt, dat fynen vader by óen Roomtchen raedt praemde, dat fy- >"•"■""« *•
nen fone ter doodt fbude veroordeelt worden , vercrcegh hy felf de
macht, om hem in de zee re doen verdrincken •, dcfen wreeden vader
gat den lafi: daer van aen eencn anderen fone, broeder van den plich-
tigen : JJefen uyt mcdelyden tot fynen broeder veranderde de itrafïe
ineene mindere : hy üclde hem dan in een oüdt verlieten fchip fon-
dcr malt cndc fonder zeylen , hem over gevende aen de vrinden en-
de baeren van de zee . Dit fchip me? den plichtighen viel in de han-
den van de zee-roovers , aldus Have gev.orden iynde, wierdt daer-
naer om fyne cloeckheydt ende dapperhcydt Capiteyn van een fchip,
welck ampt hy bediende met eencn wonderen moet , cndc vlyti"-
hcydi tot voldoeninge van een ieder . -Daernaer eens vaerende op
roof, creegh hy voorbuvt een fchip, op hctvv'dck i'yncn rader vas,
Y 3 hy
. 174 DE GODDELYCKE VOORS [ENIGHEYDT
hy hem fiende, ende fich bekent maeckende endenuinfyne macht,
om te doen dat hem beliefde, wierJt evenwel beweeght, ende hem
verlolfende van de llavernye fondt hem met alle belecfthcydt ende
met veel gcldts vry naer Roamen . Den vader daer gecomen fynde,
bcfchuldight tcrilondt by den Raedt lynen anderen lone, om dat hy
het vonnis van fynea broeder niet voibrocht en hadde, datr hy op
antwoordc , het lelve gcdaen te hebben, hem overgevende aen de
wanckelbaerc zee in ecnvdel rot fchip, fondereenige hope mcnlchc-
lyck fprekende, van de doodt te ontgacn, daer by voegende, dat
hy alle pcryckclcn fchecn ontcomen te fyn door den byltandt vin
den opperllen Godt des hemels , ende voorwaer Godt haddei- in
voorlïen , dat hy fynen ongen;)cdighen vader noch Ibude verloiicn
van de flavernye ende pcryckel des doodts , ende hem daerom van
alle peryckelen hadde willen bewaercn, die noyt te vooren gclvck
Seneca feght, en hadde gcvacren, en alsdan door Godlsbcllicrmgc,
wel wifte ie vaeren: Sciret navigare . ^hi fervaturus ejfet ^atrem.
Uyt het welck men claerlyck can mereken de onverwinnelycke
macht Godts teghen alle beletfelen , ende ficn de onfeilbaere uyt-
comfte van de Ichickinge van de Goddelycke Voorjtenigheyt , oock
dickwils onder de Heydenen .
Nu come icktot de beiHeringe Godts acngaende Jofeph.^ den wek-
ken gelyckmcn hoorenial, nacr veele vervolginghen ende veel ly-
dens fal comen tot de eerc ende glorie, tot de wclckc Godt gcftelt
hadde hem te verheften .
Dan fult ghy fien alle de tyden enJe manieren van de Goddelyc-
ke Voorjtenighejdt , met de welcke hy Jofe^h altydt te gemoet ende
te hulpe quam .
Hy wierdt wel'eerft van fyne broeders , gelyck het bekent is,
iiyt haet ende nydt gcfocht ter doodt , de welcke fy gefworen had-
den, maer Goèiis.VoorJiemgheydt was by der handt, om de doodt in
eene foeter ftraff'e te veranderen, daerom. wierdt hy geworpen in
eenen put ofte ciilerne, maer door den raedt van fynen broeuer Jn-
dM daer uyt getrocken ende vercocht aen de Ifmaehtcfche cooplie-
den gaende naer Egypten .
Alaer flet daernaer wader v.'edcr eene nieuwe fwarigheydt : om
Defcct-Jnque ^oj iiy nie[ en wilde toeilemmen aen den vuylen drift van fyne mec-
11'"^ "rl Iterflc, de huvf-vrouwe van Pmiphar fvncn meellcr, wierdt daernaer
yi:n»l,t nsii van hem, te licht geloovcnde aen fyne huyfvrouv/e als cenen over-
dcrdiquit (- fpeelder in den kcrcker geworpen, met een alder-grootfte peryckel
f,'"' f ^P' *°- van de doodt , maer de Goddelycke ende fimen bcrmhertige f-oor-
■*' Jienighejdt en heeft hem hier oock niet verlactcn .
I
■.'ji.wj
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
I/r
O fiiyveren iongclinck wat was alsdan u gepeys ? Wat betrouwen
hadt ghy in dica uytterlkn noodt? De onkiiyfchc vrouv/e wicrdt
gcprefen, endc den fuyveren jongclinck was veroordeelt j hy mocht
met reden vrecfen voor fyn leven, macr die hooghe ende wyfe f'oor-
penighejdt heeft de grammoedigheydt van Pntiph,rr gctemt, gelyck
die van fyne broeders , als fy hem wilden dooden ; ly heek jfofeph
oock vercloeckt, opdat hy den moet niet en foudc laeten fincken,
die het ten lellen alles cloeckelyck heeft verdraeghen .
Men fal oock fien , dat hem Godt in de boeyen ende in de ban-
den niet en fal verlaeten , den welcken den haet ende nydt van fy-
ne vyanden trachtcden te verdrincken .
Dan fal blycken voor de ooghen den fekeren uytvalvan de fchic-
kingc van Godts Foorjiemgheydt , de welcke noch van de menfche-
lyckc, noch door cracht, noch door boosheydt noyt en heeft con-
ncn belet ofr overwonnen worden .
My dunckt , dat ick de vaite uytwerckinge van de Voorjïentghejdt
Godts hacr voorgedelt eynde altydt betreckende wel foude moghen
vergelyckcn met een zee-compas als een bequaem finne-beeldt daer
van, het welcke hoe datmen hetdraeyt ofte wendt, fich altydt keert
naer den Noorde»^ voorwaer tot groot gerief van veel menfchcn.
Voor het boven-fchrift Iklle ick als volght naer de print .
1/5 DE GOI>DELYCKE VOORSïENIGHEY DT *
Geen hedwangh
Belet den gangh .
Het finne-beeldt wordt uytgeleydt.'
NOjt wajjer foo een cracht : als in een fleen te vinden ,
Die met fyn ejghen felf het jfer weet te binden^
Soa datmen Jlaet verjhelt : foo hj het maer en Jiet ,
Terftondt hy V yfer fi-eckt , en V yfer naer hem vliet .
Een heel verhulen cracht^ gevaeght aen V een en 't ander -^
Men canfe ^ foomen voelt ^ fchier fcheyden van malcander .
En ofmen niet en weet , hoe defe faeck gefchiedt ,
V Is immers maer te waer ^ datmen wor d' ooghen Jiet ^
Doch dat het wonderji' if , den Jieen fal ons oock leeren ,
Dat hy tijt fynen aerdt 'jfich naer den noordt fal koeren .
O fchipvers veel gelitckx , hoort .^ wat ick tot (t jpreeck :
Weet , dat het x.ee-com^,u » toaiien fal den Jireeck.
Te
U- i^
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iSi
Den geleerden fchryver endeuytleg<7ervandeH.Scrifture <« Hievony- ^ ^'"^^'' ^"^
m-isOleafler uvt de Orden v.in den H. DnynimcHs , vi-acsht hier, waerom • l"''' "•'*''
dat Godt eerft den droom van de 7. vruchtbaere jaercn aen den Coninck ,,',/ cnm de.
heeft ovcrgcfonden , cndc dacr nacr den droom van de 7. onvruchtbaere <tcr,t,,yi.ijuf.
jaercn? ende daerop antwoordende feght ende meynt, dit gefchiedt •'^"'"""'^'"'"'
tcfyn, om dat Godt geen ónheyloft ongcluck acn de menfchen over ilpnendLl ,
en iendt, tenz-dat hy hem tevoorcnduertcghen verfterckt metfync qtiemadmod»
gratie, ende andere bequaeme ende genoechfaemc middelen. juDeusahun.
Aldus voorfict dien goeden Godt met fyncn byftandt alle bcdruckte '^^)w"''J,7e
menfchen in hunne ellende, de iclve verllerckende , cndenoyt verlae- penunaw.
tendc, gelyck eenen goeden vader fyncn fonc,die cene langlierevfe moet oieaftcr,
acngacn van alles voorfier, van geldt ende van al het ghene, hy van noo- 'l, .•^'^■''*''"
de f oude connen hebben. \Vaer het faeckt,dat Godt eerll hadde overge- cj,!! cHm'yeult
fonden de 7. onvruchtbaere jaeren, waer van foudcn de menfchen op JEgyptumfa.
foo langhen tydt geleeft hebben? fondcr twyfel het meelle deel foude '"^. ^"mare,
van hongher ende miferien gellorven hebben . Maer Godt als eenen ^"T/ r"'"'^'*
go 'den vader is berm hertigher ende voorfïenigher. „ Jibriomi'.
Bemerckt hier, feght den felven Oleafler ^ Godts goedtheydt ende "" fofj'on.
vaderlyckeforge, den welckcn, als hy die van Ep^ten wilde llraffen, ^'"'^";-
hun eeril den middel gaf, om hun te helpen.' Hier moeten alle }or,^Lmit,.
bcdruckte leercnakydt hun vail: betrouwen Hellen op de bermhertig- gerOionfide.
eydtendc mildtheydt Godts, ende oock hun belle doen, ende mede- '"«■"'-wyojej'-
\vercken , om hun felven teghcnallcn noodt te voorfien . j'n"?'''"""^
Dien goeden.ende voorfichtighen^ Godt fcndt ons tot hzt Alterken, -v, 6. e'ri'.
het v/elck inden fomcrfonderophoudcn haerencoll foeckt , om in den <^e>u formi.
winter dacr van te leven . Hoorterbrceder van fprekcn den H. Cynllus: "ƒ" "! -'fi""
Ghy fiet een mierken , fc2;ht h v in den fomer haer aes ende coll neer- r ',1'^'"^"
ftclyck vergaderen ; volght de felve ende vergacdert oock vrucLtcn.van 'tmnurc , c/
goede v/ercken voorde volgende eeuwige tyden . thef-mn/a ti~
Den wcerdighen c Beda heeft hier op noch cene dieper bcmerckinge: ^/ 'l'/'J''"'''"»
Iflfieckc feght hydat een mier , fulck een cleynebecllien fondcr Co- rZ7,''nf,Zll
ninck ende ionder reden , alleenclyck uytternaturedcn coitende fpy- fiado.s.Cyr.
fcvoor i]ch felven beforght voer 'het tcejomcndc, hoe veel te meer ^'"- '^'•"^-
moeteen Chrillen menfch gelchacpennaer het beeldt Godts beforght j"-^;/; ,
fyn om te vergaederen vruchten van göède v-xrcken om altydt te leven . /«„, ' alZLl
Laet ons dit met een rymiien voorfcellcn in een fïnnt -beeldt van ƒ>•'»",''£■ ca-
een mierken hacren coft beforgcnde voor het toecomende met het "'"•*^ '"•"'"-
opfchnft het v/clck volght naer de print. Z'-T''n'
. „ , 1 ■ ■ r^ ■ , , , , Prot'dit im~
fcnerum,m:UtQ n:i^n tii ad .■magiuem Dei coiiditits, a<.x Tid(>u,.v>i gicriam (ju: ■vccatHsdoc'f/nj.t mw^illerioad-
JHtm, rpjiini londitorem habfni dmem, deoes tii fnCenti hcnortim nfciiim Jruïlus con^-re^are ^u'Ihs 'iji
tlcnatm yh-tu . Eïtia. ' .» .i • i, • -»
Z 3
x8i DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYD T
Ghj moet forghen^
Oock voor morahen . '
Uytlegginge van het lïnne-beelt .
COmt hier o traeghen menjch ^ Jiet hoe de mieren forghen
By daghen en by nacht tot aen den vroeghen morghen :
£lck mierken V fomers tjdt tot ivercken htier begeeft j
Waer van het in haer rujl geheel den winter leeft .
Leert oock op mven tydt^ noch forgh noch moejte jpaeren y
En voor een quaeden dagh gewenjie vrucht vergaren
Voor V lichaem en voor ficl , Begeeft h tot de deiight ,
Of dat ghy eens met Godt voor eemvigh leven metight .
Sorghti eer het is te laet -, m ndts wilt forghe draghen y
Of anders te vergeefs fnlt ghy het eens beclaeghen ;
Siet maer dn cleyn gediert } ftet wat het mierken doet ,
Ban altydt feyfen condt , hoe ghy oock wcrcken moet .
Hoort
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 1S5
_ , , I , , , / I Petelal (ifir^
Hoort hier een leerfaen clucht : den krekel met be: mierken miaacailui!-
Dweers wncren onder een , om nier , oft om een fierken : hum ,fi(l fa-
De krekel vande mier een broxkcn hroadt eens bait ^ micamt^imi
Sj hadt het opgejloch , hadt fj het maer gehadt . tJlL/dVca-
Uet mierken tot haer feyd : hoe comt g^iy foo te chiegen? te cineredix-
Hebt ghy voor uwen cojl in tydts geen forgh gedragen? h: HyemejuU
Sec?'' wat ?by hebt vedaen ? dces vraerti' haer wel hetaemt : *" ' ""' "7?
Ejlaes ! de krekel fweegh ten Hjterjten bejchaernt . thoniusJ'o;;/);.
Doch jprack fy : ^k heb te voor in ''s fomers tydt gefonghen ^ finnafologo.
En hier en diier naer lujl al dichfils opgejpronghen j
Het mierken feyd' recht uyt : myn feg-^er. ii/el bemerckt :
Smght tn de winters 'tydt , en in den fomer u erckt ,
HEt ghene het mierken doet, dat fict men oock gefchiedcn
in de bercydtfelcn van den oorlogh , feght Philo den He-
breeufchcn ende geleerden Ichryver; gelyck mca. fiet, feght
hy , dat in den tydt yan peys alles gercedt gcmaeckt wordt dat tot
den crygh noodtCaeckelyck is , foo moetmen oock in den tydt van
ecne overvloedige vruchtbaerheydt befbrght fyn voor den tydt van
gebrcck, ende als het onieker is, ofmen oorlogh ende honger ftaet
te verv/achten , ftrax maccktmen oock gereedt alle cryghs gctuygh,
ende levens middelen , op datter in den noodt niet cncome te ontbre-
ken . Hoe plichtigh dan en fyn die niet, ende mifpryfens weerdigh ,
de welcke in plaetfe van wat te vcrgaederen, gelyck men feght, te-
ghen ccnen quaedcn dagh , cerft alles opmaeckcn , ende onnuttelyck
verquiftcn, ende daernacr gebrcck ende armoede moeten lyden, daer
fy hecrlyck naer hunnen ftaet hadden connen leven, waert datfy wat
gefpacrt hadden, ende neerftelyck ende voorfichtelyck daer in voorfien.
Van te grooten overdacdicndeverquiftingc, feght het fprecck-woordt
comt den honger ende aermoede . Luxm famis & paupertatis efl p-o-
dromiu . De Italiaenen fcgghcn : a grajfa citcina poverta e vicina . Het
gcbreck ende aermoede en is niet verre van een vette keucken . An-
dere hebben di: fpreeck-woordt . Per una mala cj^arefma vioii ad ha-
ver una jnala Pafq:ia . Van eenen quaeden vallen , alfmen niet wel
gevail en heeft, comt cenen quaeden oft armen l'aeffchen.
Hier comt te paffe het ghcne eenen Philofoph eens ieyde aen eenen
pnghelinck, den wekken hy 's avondts laet fagh luttel broodts ëtcn ;
GhycnfoLudt, feyde hy, u avondt-mael foo fober niet nemen, waert
dat ghy u nocn-mael foo hadt genomen, te weten maetelyck . Non
tta ccenares ^ f ita trandijjes .
Daer was oock eenen anderen, die op den avondt ofte vigilie van
eenen grooten fccft-dagh veel verteert hadde , fop dat hy op 'den
fcclt-
184 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
.« Sej^tem fcefl-dagh feer luttel hadde te eten. Si non 'have^i fatto la fefta^ non
'4*/"/?"«^^- -^■'''"'''^' '■'""■' ^"^ -■^i'''-''^- H.ijc ghy giftcrcn de fceil niet geviert, ghy
t.iii't ^iiu'-uos en foudz van daghc de vigilie niet houden.
hoim.-cj^i-oi. Eer ick tluytc, het Tal de pync weeidt fyn, hier noch te hooren
ui,feftemye. ccne fedclvckc bcmcickingc van cencn geleerden ende godtvruchti-
'il^c'lnt^rJlfo's g'''^'^ Religiens ^ Petrus Bercorms acngaende die leven vette ende
iiorum filios His fcvcn maghci c koeyen . Door die feven vette koeyen , feght
V ju.(ej]jrcs, hy , conncn verftaen worden vyckc enue wel hebbende vaders
5"' "">""' des liuyia-efins, de v/eicke mtt hunnen langhcn aerbevdt veel rvck
\ti V tnior- dommcn vergacdert hebben , ende uoor de leven maeghere koeyen
iiinati , cum canuicn vcrltaen hunne boofc ende alles verquiftende kindcrs oftenae-
f:"S'Ki"">n comclinghen , die al hun achtergelaetcn goedt onnuttelyck verteeren,
%trilm(^lZ oi' ah voor niet vcrcoopcn, ende nu niet meer hebbende , te Ie tien
n.xqu^acqm- Vallen in eene uytterile aermoede ende ■ fchande . Soodanighe fonen
fyerittt , Ld- evlacs .' wordender fomtydts al veele gevond:>n , daer den Coninck
fKvrniu deyo. sdomon oock van fprack, clae^ende, dat hy foo fcrr geaerbevdt
rantyyendunt , ,,, ^ ^' '.ö jri r,~
G-tumeitmil- haddc voor iynen ertgenaem , niet wetende ot hy wys ott lot welen
Lim fttiet.i- foudc , cnde fyn erfgocdt quaelyck foudc misbfuycken . Hoort noch
tem i>roinde ggj^^ ^(j,^^. andere uytleggingheendeleeringhe :
'n}'^Ptü!l'er!M Eenen c Grieckfchen l'chryvcr eyghent defc vette cnde maeghere
ïytemiii.ul>u- kosycn toe aen veele rycke ende overvloedige menichcndcferwereldr,
norui^'f'K'rum ^q wclckc in de overvlocdighcydt van de vergauckelycke goederen,
a.lioru,m fie. ^^^^ leven ovcrbrcnghcn , raaer het felvc comen te evndi"hen in het
nitiidinemde- ,, ji j-i 111 ■•
orat <y gebreck van goede wcrckcn , endein hctongciuck van hunne eeuwige
,jujdqilidb<»K verdoemcnifle, gelyckhetgefchiede, feght hy, met den rycken wreek,
fredeieijores ^\q [^ ]^q^ putpcr gccleedt fynde, ende aen fyns tafel te vooren wel
fui cunpi are . „gj-Q^f^- jgf, leftcn ellcndelvck , geitorven is, ende bceracven in de
fuaejforum hcUc, cndc in fulck een gebreck gevallen was, dat hem geweygert
nifortimi'im wierdt ccn weynigh water, om fyne tonge te laven als wanneer hy
deya^f}^t.?e:. clactlyck , fagh , dat al het werclich goet anders niet en was als
o7di'wTB^'i. cenen enckelen droom die de menfchcn in het lefte bcJrieght, ge-
f. 2S. («G>». lyck den d ff- Amhro/ii-i-s wel heeft gefeydt met dele woorden: Den
b Rurfumdc- Jroom vaii de werelfche overvloedigheyJt en can niet ecuwigh due-
teji-atus fum ^^^^ mact den tydtfal eens comen, als wanneer eenen bitteren hon-
jhi.imme.im, ghct dacmacr fil volghen. Van wclcke bedriegclvckcn droom van
haiituruih^- de tydelyckc goederen wy in de volghende fede-Iecringhe breedcr
"''<■'"/"■/ ^^' fuUen fprekcn.
quejn i^noro, ^
iitriim üjiiens aiitfliillus futiirns ft , C dorr-hiulitur in i.ilor/tx^ (Dfi<. C^V. Ecclefiaft.c. 2.t, iS. c Ejiif-
vnd: elhim eJIJj.ilm diyitfim hiijm (xiiih : ,t fertilittite V hon'ts cidinif in:i[>iutU, C* in infertililalcm Vinfeli-
(itutcw aellnunt ^QuenuxJmodttm illcdires , cjut [>nrpKrtZ mdttehatitr C^ tyjjc ^ C" epiflahitur qnPtidie Jj*Undide ,
pefi mor tl!» s CT ni tunt^m yfnit penuriam yut p.inxtLo aq»i titdijiret ,qu.t,irdciitsm i^^nem repigerurct. Gra;c.
^iiüor apud Lipp. d Somniiiw rtdundantix f£.ttl.iris ffrptlHimi ejfe atn fotefr,j'ed erit tempm, qua hii ditra
/S mti j'iiu edet . S. Arobrof,
SS-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 177
Ye VQoren maer alleen aen den magneet gejlreken ^
( De fchifpers naer 't gehruyck de waerhejdt comien jjirek^n )
Hoe /y door ket gevaer van d' ongen^fte z^e
Recht vaeren tn de haef^ of de geivevfle ree .
Te voor iV'is V niet als vrees in V midden van de golven^
In dnyfterbeydt en anghfi van al die ïi'ater--u'olven ^
Die mof'/rers van de z.ee l het fchip dreef hier en daer^
Naer chf en rotfen toe , niet fonder groot gevaer .
Maer nit het ■i.ee-com^As can aï" de 'fchi^fers troofien^
IVaert fchip gedreven wordt ten zj^yden of ten ooflen^'
Gep.ingert hoogh en leegh ^ van d' een en d' ander cant;
De naeW Jich altydt' wendt recht naer het noordtfche landt.
Al waer ghj vaeren wilt ^ naer zjijd\ noord\ ooji\ ofwejlen.
Het z,ee-cor»pas alleen « lej/den /al ten beften .
Of V fchip nu hier nu daer , of op een ancker ri/eeck ,
Strax u de naelde dient tot uwen rechten flreeck'
Siet hier Godts wonder %i/erck , eerfi aen den menfch verholen '^
V ComPsti den fchipper dient om niet als vooor te dolen .
Dit comt van Godes handt, doolt nimmer, maer aaet vajï ^
Dm leertmen , dat hier op Godts wil op alles pafl .
Dat Godt eens heeft geflelt , du niemandt can verbieden,
Godts wil blyft altjdt vaft , dit moet en fal gefchteden.
Niet cahder teghen flaen , als met is al V geweldt
Van alle menfchens er acht , die Jtch daer teghen fldt .
Dit fieimen van de jeught , en loop van Jofephs leven.
Die boven Jyn geflacht van Godt moefi fyn verheven ,
Sao hy het hadt geflelt, dits alles wierdt volbracht.
En al fyn broeders haet verdween haefi in de locht .
Den droom woi Jofephs doodt, hy fou, en moejle fterven.
Of hy hun broeder wm , hy moefi'' het leven derven .
Jl'ïaer Godt daer ttiffchen tjuam j wierdt van de doodt bezir'aert j
En door Godts wys beflier oock in den put gefpaert ,
Voorts naer Egyptens landt als eene fiaef vcrfbnden j
Jilaer al te feer verblindt V geheym nist wel verfionden j
Daer moejien fy voor hem ter aerden vallen neer ,
En foo eerbiedtngh doen aen hunnen opper- Heer .
O broeders onbedacht , met reden mooght ghy fchroomen ;
Codts Wil %i'Ai maer te waer in d' ongeveynfde droomen :
Dat Godt eens heeft gejleit, geen menfch V beletten can •,
Die Godt tn alles volght, is een geluckigh man.
Z • Soo
178 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
SOo moeflen alle Cliriftene menfchcn hun voeghen in alle hunne
vvercken naer den wille Godts, of naer fyne Goddelycke fchic-
kinge cnde Vonrfiemgheydi^ denckcnde', dat Godt tuflchen alle
ellenden endc teghenfpoedt altydt indachtigh is, ende wel lal doen
uytvallen alle het ghcnc hy tot ons mceltc goedt heeft gcfchickt .
Jofefb was in al fyn langhduerigh ongeluck endc flavernye altydt in
Godt geruit, den welckcn door Godts belcydinge ten leflen geco-
men is tot eere cnde glorie , gelyck hy eens hadde geltelt , het welck
wy dacrnaer brecder lullen lien, als hy de droomcn van Pharao lal
hebben uytgeleydt.
I. CAPITTEL.
Ve droomen van den Coninck Pharao aengacnde de feven
vettt ende de Jeven maqhere kpeyen^ loovden van
lojefh uytgeleydt . .
a
^'^"vTS ^^S^^n Iiandel van de Goddelycke roorfamghcjdt in defe hi-
ZTtofepZm ^ TS& ft°"^ ^'^" JofiF^-) foo ick merckc, heelt beginfel gehadt,
ijuafi infaU- ^ -L-' 3!^ hactcn voortganck , ende cynde, van de droomcn: Den
jhk UéUtorè Hg^^ge cerften droom was den droom van Jofeph aengaende de
'itit'-'iiumin- fchooven, ende van de fon ende fterren. Den nvecden droom vari
teüi^ere, ncii dc twcc hovcliiighen , cndc den dcrden droom van den Coninck /-"/^flr^o
hunmiuife 111- acngacndc de koeyen , die ick nu gaen voorllellen met de uytleg-
dHfln.if<:iii- gj,j„(;Yjin 'lofeph^ die den wcgh baende tot fyne cloric in Egypten .
tik iibertatt Dic ondanckbacrheydt van s (^onmx opper Ichencker, oen wclc-
reflnutum ef- ken Jofcph dcn gcluckighcn uytleggcr fyns drooms foo Ichandelyck
/e, cporteUt i^^^^jg vcrgctcn , hcm noch twee jaeren ketende fitten in den kerc-
*fl""""p^wJtn- ^^i"' ^^'^^ ^^" uytterlk-n groot, van de welcke ick te vooren gefpro-
vlm!utwa)o- ken, hcbbe, maer evenwel 't is alles gefchiedt door de foete fchic-
Ti oim jrioria kinge Godts .
cinere edme- j^^^ ^ ^ Chryfoftomiis hccft hier op ecne fchoone bemerckingc :
*p''^fedTs"pit Godt, feght hy, heeft Joferth met cenen nieuwen ftrydt als eencn
(Ci-nurum .f.ite woritclacr in de llrydt-baene gcoefïent , ende willen lecren, dat hy
fomiti.tPhar.i. jj^ j-y[^g vryhcvdt hcrftclt was niet door eenc mcnfchelycke vernuft-
"""/"M": heydt, macr 'door de Goddelvcke roorjïentrbeydt . Men moelle vcr-
jci.fonean- wachten eenen bcquaemcn tydt, op den welcken hy met meerdere
iloriiiite >.t glorie uyt den kercker foude verloll; worden j want waert dat den
ttimliLer.'D^t opper-fchcncker des Coninx hem hadde indachtigh gcwceft voor de
Ct'w'khI droomen van Pkrrao , h v foude hem mifichicn verloll hebben op fyn cy-
""''"'' \,,, ' ghen
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 17^
ghen macht door voorfprake by den Coninck, ende dan en foude /«//«f .j/('« <?.
de deught van Jofeph foo niet bekent gewecft hebben , hier om dan /'" '>"'■'«<■ S.
is hy maer vcrloft naer de droomen des Coninx , ende als hv de fel- ^'^y*"- '"""•
Ve moeite «ftlcggen . a Po/} duos
t Moyfes ftelt ons defen droom voor in het 41 . capittel van het boeck ">*>*'>' '''^"^
Genefis: Den Coninck Pharao^ feght hy, naer de twee jaeren, dat •''^'"^f'' -^7"^
den overften des fchcnckers in fyn arapt herftek was, hadde ecnen fé^fiJrè' ^/er-
droom: Hem docht, dat hy ftondt aen den cant van eene rivicre , A'*''"'" > '''
van waer op quaemen feven vette fchoonc koeyen , die daer weyden 1"" "ƒ/'"''- .
in de broeckachtige plaetfen , ende corts dacrnaer docht hem , dat /.''"^^^ lukhZ
hy oock fagh fcven andere milVallige koeyen ; van magherheydt uyt- o- .r^jjx »i-
geteert, die daer oock weyden op den oever des vloedts in groene n>i<,a-pafie-
plaetfen , maer dit gras en groen en conde hacren hongher niet ^J,"\Zi}rihr'
verfaeden, daerom verflondsn ly de 7. eerile, welckers fchoonheydt "^ulqüoq
ende voUyvigheydt wonder was . Pkarao daer op wacker geworden f«ptem emer-
fyndc, om dat hem dien droom heel verholen ende duyflér fcheen, s^^-^"^'^^fl'*j
Godt, die hem defe faeckeclaerder wilde voorftellcn, gaf hem noch Tali"''/m^.
eenen tweeden droom : Hy f;gh feven coorn-aeyeren , die groeyden a>, (^ptfe-
uyt eenen halm vol ende wel gefteltj daer quaemen oock voort fe- l'-minrinipj^
ven andere dunne ende verfenghdeaeyercn, verllindende de gantfche "i^^' yt-aiZ
fchoonheydt van de eerflc . b:ti,deyoraye.
Pharao naer fync rulle, als 't nu morgh en- ftondt geworden was, runt^iue e.is,,
met verbaeftheydt vervaertfynde, heeft gefonden naer alle de waer- y»"'"'"» "'"■•»
feggers ende wyfe van Egypte» ^ ende heeft hun den droom verhaelt, ^ulZ corpJ-
ende daer en was niemandt , die den felven bedicden conde. Hoort merat. Ruf^
hier op de bemerckinge van den felven l H. Vader Cbryfiflomtu : Siet/'"" '^J''"''''"
hier, feght hy, de mcnighvuldige bcftieringe Godts.-'hy doet voor Zmfo—r,
eerft alle de waerfeggers te racden gaen , van de wclckc hy de uyt- feptem ffnx,
legginge van den droom fochte te weten, maer te vergeefs , als/"''''*'''^*"""*
wanneer men (xah. hunne onwetentheydt ; alsdan wicrdt ten leftcn '"'"""'""/'''-
gcroepen den gevanghen jojeph eenen knecht ende ilavc, een \vc\c- r^,, au,, uon-,
ken alle defe verholentheden aen den Coninck wilt uyt te \eggtn,tot:dem jfiie
waer door te voorfchyn quam de hemclfchc ionlte , die in loCeph'^'"'"'^!',"''
uytfchynende was. . oneLvu;'r,
Hoort nu , hoc dat delaecke in der daedt gcfchiedt is : foo fprcckt d^rvor.mtes'o.
de H. Scrifture : Als nu ten Icften den meeltcr .des fchcnckers bc- mnempnortm
mercktc, darter niemandt van alle de wyfen van Lgjpten den droom ^'*'r'"'''"^'"''j
des Coninx en conde uytleggen, ^ alsdan wierdt hy Jnjeph indach- raó'/jcyf 7«/=?-
tigh, die fynen droom foo wel uytgeleydt hadde, famen bekennen- tem, a-fa.lo
de iyne fchuldt: Confiteor peccatum mettn? . ">•""' ?•'''<"''
Aldus sefchiedt het maer al tedickwils, dat alfmcn tot eenen hoo-''^'','-'''j"' .,
ghcren llaet geco;nen is, tot een treftelyck ampt, tot grootere vyck- caiveaores
Z i dom- ^pï"
i8o DE GODDELYCKE VOÖRSIENIGHEYDT
^^v"'.f»»- dommen , tot meerdere fortune, datmen alsdan de andere flechtcr
=,-j; ,apien- yj^^ coHtatic Hchtclyck comt te vergeten.
f-5
''S'
[T\TrrIy:: ^^'^" o^'^rAcn Van dcs Coninckx Ichenckers was wel geruft in Jofephy
fomni.i,ne.e- als h}' hem niet meer van doen enhadde, liv hadde hefjpllanckver-
rj',-jHnnter- gelen Macr loo hacft als hy bemcrckte , dattcr eenigh intercft ofte be-
G^'n'^ï'"^! l^"ö^ was by den Coninck, daer fyn gcluck oock van hongh , wil-
(^'jé^^q^'^' lende dar. fyn geluck by den Coninck verlekercn, gaf terllondt acn
h ' ridemul- P/Jö/v.o te kennen al het gene hemaengaendefvnen droom oock ovcrco-
tiuhcem Dei ^^p^ -^^^^ Hoort dc bemcrckingc van den ^ H.'yimbroJiMs-.hy heeft de faec-
ntmZ'tl's''nc-r. ke,Pghr hy, acn den Coninck te kennen gegeven niet uytrcnedanck-
atm.
nj:t II omut , baerheydt , maeruyteenefchalckhevdt ende forghe van fyn eygen in-
^K/ Uhtl.. - te "ft cnde profyt , om met des Coninkx geluck oock geluckigh te
'u^'èmui:'^ wefen .
r .itr g'tmaii- Den Coninck dan alles gehoort hebbende van den meeftcr des
ti.„<s'-,..,t4em chenkers dcdcjofeph terftondt uyt den kercker roepen ende by fich brea-
fi -vin-ciitj , g|icn,uie terftondt van clecdcren verandert fynde ende wel opgcfchickt,
t«"'X"tVJI^ ^'' icrdt voor den Coninck gcbroclit, die ftraxuvt fyn acnficht bemerck-
i.i medium ad- tc de tfeckcns vau fyn verftandt ; want naer het gevoelen vande wyfe ,
ttnM,sefl,v de fiele heeft haerverholen licht ende claerhcydt, de wclcke haer oock
noiu fnit comttf vertoonen door de ooghen, ende andere deelen des lichaems met
«Jo omnilui eenen fekeren glans cndc luyfter,'den welcken Godt aen de nr.ture geett.
ma?i.'fe/hire- Uyt die tecckencn dan liet den Coninck fich voorftacn , dat dien jpnge-
titr fu^>en,a ünck lyncn droom welfoude verclaeren , het welck alle de wyfe van
fe'hjte'iu ' s ^^yp'^" ^^^^ ^'^ hadden connen doen .
cUryC ' ' Soo dan hy verclaerde aldus den droom aen PWijo.- Heer Coninck,
c Tune </f- de?, vette ende fchoonekocyen, ende dey. cobrn-aeycrsengeven niet
tnum remiiii- anders te kennen , als de 7. volgende vriichtbaere jaeren» enuede 7. ma-
nunm ma"!- ghcrc kocycn cndc dc 7. dunne ende half verbrande acversbetccckenen
fier,ait:Con. dc 7. dacmacr volgende jacren van onvruchtbaerheydt , van gcbrcck
fileer pecca- ecdc Van grootcn honghcr.
Gea'"^! '"' ''^ ^^7- e^rfts jiieren fal Egypten hebben eene groote overvloedigheydt
a ' inallefoortcn van graericn, van coorn cnde terwe : foodanlyneM.ije-
Vtr^gij.royi. fteyt volgens fyne beliefte candtrin voorficn, daer toe vcrkiclende een
<}erei uomjaa wys^ndc voorfichtigh man voor alle dc landen van Egypteu , met lalt v;ui
iii'S'^-liiia-t) ^^^ vyfdedeel van alle de vruchten van dc7.iaeren , die nu fullcn vol-
futimafu Je- ghcn , in de fchuercnte veigacdcrcn . Men Ibude oock moeten forgl-ico,
ne n rei, s. dat alle dc graenen bcwacrt fouden woi'den- in verfcheydc lieden teghcn
Ainor. /. de ^4;^.^ dieren tydt van dc 7. onvruchbaere iaercn ; het welck htt landt v;ai
Jojepl). irijj ii<-i
b Ptacuit •c^O'/'''^"t)ev.-acren lal, cndc anders van honghcr loude moeten^verga(,-n .
PharaoKi, iS- Dcü racdt bchacghde ten iivttcrftcn acn den i, Coninck , cnde aen alle ■
jJhim o- cuti- fy,-^Q dienaers, van het welck ick cacrnaer brceder lal fprekcn .
',.'' 'r'ol .'^ Laet ons nu eerft tot ons profyt bybrenghen eenijre bemerckinghcn
y 37. opdie7. vrucntb.ierc, cnde7. onvruchtbaerejaeren; Dea]
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iSy
SEDE-LEERINGE.
Vat: alk ver^anckclycke dinghen niet anders en fyn
ah enckele droomen,
DE droomen worden den meederen deel valfch bevonden , ten
minden fy fyn feer onfeker, volghens het leggen vanden Ec-
clefiafiicm met defe woorden : Multos er-rare fecernnt fomnia .
De droomen hebbender veele doen dolen. Endeal is het faeckcdatter
fommi;-; droomen van voorfpoedt, by geval, ofte door Godts bellie-
rcn fomtydts wel uytvallen , droomen fyn evenwel droomen , want
alle wcrelfch geluck comt ten leflen te vergaen , ende fcer dickwils
al vroeghcr alsmen gemeynt hadde, foo datmen met de waerheydc
magh fcgghen , dat alle tydelycke dinghen maer droomen en fyn .
Bona omnia ftfr.t mera fomnia. Dat is.
Het iverelfch qoedt-, en datmen Jïet ^ , _ ,.
Is maer een aroom , en anders niet . fei'iciutes fc
Dat heeftmen genoegh gefien in den droom van den Coninck 'f/^l^^^rj^^
Tbarao : het eertle deel van de 7. vette koeyen , ende van de 7. volle „," J„Jt dor-
coorn-aeyers fcheen voordeeligh ende geluckigh te wefen, maer het mien-hm-.v
tweede deel van de 7. maghere koeyen ende van de 7. dunne, ende q'io»"<to,p'',f
verfenghde aeyers was droef ende beclaegelyck j de welcke te ken- ^^^ /^ p„,^',v'
nen gaeven eenen volghenden hongher, groot gebrcck , ende aer- dormhM di-
moede. Naerde waerheydtgefproken, wat fyn allewereldtfchegoe- -res eft,fei-vt-
deren, ryckdommen eere ende glorie , als eenen droom, de welcke p'-'^"'^/""*-
allegaedcr daer naer iyn verdwenen ? Den <» H. ^ifgalnnus Ichryven- ^^,„4 ,yf,, vj.'
de op defe woorden: Si dedero fomnum oadis mets . Ift dat ick myne nuhuimfxcw
ooghen flaep geve, fpreckt aldus : Alle de gelucken des wereldtsfyn ^'» de i-nUs
als droomen van de Haependc menfchen . Gclyck iemandt in fynen j°,7/"'/iw>/a
droom groote fchatten iïende in fyne handen als dan üch houdt voor ^r inyenitnt
een geluckigh man , ende wacker wordende fich fonder die bevindtj fomnhuiLi f»-
foo gaet het met de ydelheden des wereldts : in de welcke fommige '^^^"^""'"ifj]
hunne genocchte vindende , hebben wel die vreught , maer alles als J^.^j'['^rJ,s.
in eenen droom , want het haeft fal voor by fyn . Aug. mPf-d.
Den H. Vader fpreckt gclyck ^ David : Sy hebben hunnen flaep n. ijl .
geflapen, feght hy, ende alle de mannen der ryckdommen en hebben '' ^''""!~
met het mmltc gevonden m hunne handen. f,mm,u'nihil
Den Propheet c Ifauts maeckt oock mentie vaneenen, den welc- in-vtneniHt
ken droomde, dat hyfat aen eene wel opgeditfte rafel v/el etende en- ■*'" '^''""'|*
de driiickende maer daer naer wacker geworden fynde vondt fyn fel- ^""V". j>^.i/.
A a ven 75.
i8<5 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
' ef'irfe'uü?' ^'"^'^ '^^'*^' hongcrigh cnde dorftigh , in fynen droom feer bedrogen .
"onmediuum Lact OHS ccHs hoorcii Iict ghcnc dcH •' H. yiugiiflims fchvyk uyüeg'
atttem f.ierit gcndc den IJ. Pfalm: Dacrvvas, feght hy, ecnen armen flechtenmenfch,
exper-cfuttm jj^ ggg„ ^j.^^y ^^■^ haddc , om te ruften , dcfcn droomende van het gemac-
Zm'injifl'"'[t'a k^lyck flaepen van groote heeren, meynde oockdat hy flicpenderu-
JIcuc Ji'tiens ftede in een coftelyck cnde (iicht bedde, maer buyten lynen flaep
bibtt ,Kjr ffoji- j^onóit hy fich Hggenop de bloote aerde, wanthy uyt armoede geen
u'jjmMlimc Dan gaet den H. Vader voort, om te betoonen, dat allcdegoe-
fiiii,<^y.iMma deren deler wereldt gelyck fyn aen ecnen foodanighen droom ; dit
ejif,yaiKaeiK fyn de woordcn van dcn H. Vader. Soodanigc, feght hy,rvn fommige
Infi'nmfoyi- menfchcn: fy fyn gccomenindit leven, ende door hunne begctilyck-
dit fe jacen.é heden tot het vergp.nckelyck goedt ende luften, fy fyn in flacp ge-
in uao ebur- vallen, de ryckdoaimenfjai hun acngccomcn, meteerc endegenoch-
neoyelaurec, ^^ ^^^j^ r,j^ haeft als eenen droom vereaen .
er lil bliimii ri- rr ^ i ° i t i
aureu altiui "'C'" comt te palic het geval van eenen aermen dronckaert, den
exflniSlii. vvclcken rhtltppus Bomu Graeve van Vlanderenm eenen duyfteren a-
Snamdindor- yondt op dc Itract vondt liggen in het flyck : Hy dede hem uyt ec-
m'it t^'lyiZ' '""^ clucht Opnemen ende draeghen in fyn palcys^ ende daerwclafge«\
lans iiiyetn kuyft met eerlycke clecderen leggen als flacpende in een koftelyck
fe jaicre in bedde } 's anderdaeghs wacker geworden fynüe vondt fich tuflchcn de
duro,mquo |,ovelinghen ende nagicn . die den Prins treeden mor^hen quacmcn
tenuerat. Ta- wcnlchen, den armen menich en wiltc met wat peylcn, hy meynde
lesfuma-ifti: by fyn felvcn , dat het ecnen droom was, gelyck het fcdelyck ipre-
yenei-unt in ke,-nje maer en was , gemcrckt dat alle die eere met alle die groc-
v'*per'iub"di'- tcniflen,hoffchc wandelinghen, endeprincclycke onthaelinghcn aen
tates tempo dc tafcl , wel haeit gcpafleert waeren als eenen droom > als hy nu
rales cbdor- wederom door het goedt onthaclcn dronckeng'.maeckt was cndege-
micrstitt,exie- leyjj-.Qp jg (c\\'c plaetfc , fmorgens wackcr geworden fyndc en liec
%iti£, CT-Td- hch met anders voorltaen, als dat alks maer en was geweeit eenen
nxpompx yo- enckclcn droom .
laiH£Vtrds- £ndc voorwaer men moet alle foodacnighe ydelheydt van eere,
Aug';)» Pia'l. genocchtc, cndc ryckdommcnniet als eenen droom noemen, die haeft
17. gcp.dicert is.
b Pcefiyo- Men foude moghen fegghcn met eenen !> Treffèlj/cken {chiyver , dat
tart fu mun- ^^j-^ wcrclut eelvck een huvs is, oft hof van droomen, lyn ooeh-
nior.im. Bo- nierck nemende op de woorden van den H. jimbrojtm leggende,
narrius. toio dat dcn handel van defe wereldt maer eenen droom otte flavp en is ,
tiouie, jn (jpjj welcken men geduerelyck vceleverandermghcnfict, gecnfms
vari cnde gcilacdigh , maer als eenen droom van ecnen llucpendcn
mcnfch, enuc dacmaer voeght hyernochby óck grondige voorden:
Alle menfchens hope ende betrouwen is ydel in dele werci r, de
wcickc
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 187
welcke evenwel hun keten voorftaen, dat de werdfche dinghen ge-
luckigh ende voorfpoedigh fyn, de welcke nochtans foo onlbindtva-
fligh ende als niet enfynj want alledeaerdtfche dinghen fyn cygent-
lyck maer enckelefchadüen, de welcke in den droom ons aencomen,
ende corts daernaer vergaen > het fcheynt , datmcnfe befat,' ende fy
waeren verdwenen .
lek magh vry, ende metterwaerheydtbybrcnghcnhct ghcnefeght
dien vermaerden Poet den E. P. Adnanus Pomers in f) nen boeck
genocmt étTdelheydt des wercldts, denwelcken hy in het licht heeft
gegeven voor het Mafker van de wereldt . Hy Ipreckt aldus :
V Is min als eefien droom ^ daer ghy h in verhenght ^
Al datter nvovdt iiierbeeldt y en is geen vajie vreHcht •
Het heeft gebleken in alle tyden, dat allen werelfchenvoorfpoedt
van eere van hooghen fhaet, van ryckdommen ende andere foo dae-
nige voordeden als eenen d)"oom haeil gepafleert fyn : Voor eerll
^bimelech den fone van Gedeon , die naer de doodt fyns vaders geco-
fen was, om het volck te regeren ofte te beflieren, ende die allefy-
nc broeders hadde doen dooden, om fyne regeringe te verfekeren,
wierdt in de ftadt Thebes^ die hy belegert hadde, van eene vrouwe
uyt eenen toorn, wiens inganck hy meynde inbrandt te fteken, met
een ftuck van eenen molen-fteen fyn hooft gecloven.
Slaet oock uwe ooghen op dien ongeluckighen Abfolon weder-
fpannigh aen fynen goeden vader David , den welcken hy van fyne
a-oone wilde berooven . Hy hadde fich uytgegeven voor Coninck >
maer hoe cort was fyn ryck ? tot dat hy met fyn hayr aen de tac-
kcn van eenen boom bleef vaft hanghen , ende van Joab met drye
lancien wierdt doorfteken.
Wat fal ick fegghen van die boofc Coninginne Athalia ? de welc-
ke naer de doodt van haeren fone Ochoji.a Coninck van J^da, dede
vermoorden alle de fonen van haeren man , om felf te regeren ofte te
heeifchappen, maer naer het fesde jaer haers bevel, wierdt op het
onverwachts door laft van den opper-Prieller Joiada buy ten den tem-
pel vermoordt, als fy wilde beletten, dat haeren jonghen neveyoAf,
die in den tempel was verborghen geweeft , tot Coninck Ibude
gcftelt ende aengenoraen worden .
Hctfclve fietmen in denhooveerdighen Aman^ dfeaen de galghe,
die hy voor Aiardochnu hadde doen oprechten, om dat hy hem gee-
ne cerbiedinge en wilde betoonen, door het gebodt vanden Coninck
Ajfnerus wierdt opgehanghen .
Ick laete daer , hoe dat Crcefus eenen alder-ryckflcn Coninck als
hy het ryck van Perjien v.'ilde gaen uytroeycn ende te niet doen ,
A a a niet
iS8 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
niet alleenelyck fyn ryck verloren en heeft, maer is oock in peryckel
gcweeft van in het vier geworpen ende verbrandt te worden.
Hoe haelt en is oock de opperfte eere van Sejanm niet vergaen?
Hy ivas den eeriten JVIinifter van den Kcyfer Tibertw ^ die felf ge-
lyck Keyfer was , den welcken den Keyfer oock noemde den appel
van fyne ooghen: maer hoe onverwachts en is de vriendtfchap des
Keyfcrs niet verandert ! een briefken van den Keyfer aen den Raedt
• gefonden was genocgh, om Sejanm met heel fyn huyfgefin van des
Keyfers genaedc , jae van fyn leven te berooven .
De verandcringe van ftaet om van meer andere te fvvyghen, vinde
ick oock gcweell te hebben in den Hertogh de Luna: Defen by den
Comnck van Spagmen fynde in het meefce aenfien ende audloriteyt,
befticrende alle de gewightighfte faecken van het ryck , als hy het
minftc meyndc , valt uy t de gratie des Coninckx , ende verlieft fyn
hooft > wiens doodt lichaem op hetfchavot drye daghen bleef liggen
met een houte fchoteltien , om te vergaederen het ghene noodigh
foude fyn , om het lichaem te begraeven .
Alle defe verganckelycke, ende cortedroomenvanhoogheftaeten,
van ccre ende glorie met alle de ydclheden des weereldts fyn ons fcer
levendigh voorgeftelt van eenen Edelman met naeme Jacopmus : De-
fen verltaen hebbende , dat fyne lieve huylvrouwe in een fchouw-
fpel nevens veele andere dames van eenen hooghen theater was ne-
der gevallen, de welcke hy corts daernaerfagh fterven, keerde ter-
flondt fyn herte tot Godt , verliet met de naelle gelegentheydt de
-bedriegelycke ende ydele wereldt, gaende in de Orden van den H .
Francifcm in het jaer ons heeren i 304. als wanneer hy in de latyn-
fche taele maeckte dit volgende godtvruchtigh dicht van de ydelheydt
des wereldts, het welck ick daernaer tot gerief van den keurighen
lefer in onle neder- duyatfche taele ende in het rym fal trachten over
te llellcn:
Soo begint het latynfch dicht.
Cur mtmdiu militat f:tb "jana gloria ?
Cujus projperit/ii efl tranjïtoria .
Tam cito labitur ejtts potentia^
Qttam vafa figali , cjh£ funt fiagtlia .
Ftiu fido litterls fcriptis trt glacie ,
Qj^am mmidt fragilis vana fallacta .
Fallax tn tramiis virturU Jpecie ,
Qji£ nurnquam habuit temjun fidnciit.
Jllagis credendum efl vtrii faUacthi^s,^
0'iam m.'iridi mi f er is frngiHtatih-M .
/V/A
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iSp
Talftu in fomniis & voluit atthtt-s ^
Falfa tn fttidiis & njamiattbus .
Dtc , ttbi Salomon nlim tam nobilis ?
Dic^ ubi Samfon d.ix invincbUls ?
Vel ptilcher Abfolon vultit mtrabilü?
Vel dulcis Jonathas multum amabüis?
Qho CtEfiir abiit celfiu imperto?
Vel dives Epulo totus tn p-andio?
Die f ubi Tiillius clanu elotjuio ?
Vel Ariiloteles fummn-s ingento ?
Tot clari Principes , tot Regum fpatia.
Tot fceptra Pnncipum , tot ora fortia .
Tot mu-ndt Prajides ^ tanta ptentia,
In tÜH ocidi clauduntur omnia.
Quam breve fejium efl hac mttndi glprlai
Vt umbra volucris Jic e jus gaudia^
Otta nobis fubtrahunt mterna p'^mia^
Et duciint hominem ad dura devi/i .
O efca vermiuml o majfa puivcris !
O ros! o vdnitiis cttr Jic extolleris ?
Jgnoras femttts utrum cras vixerü^
Fac bonnm omnibiu , tam dm qttam ^iteris ♦-
Htcc mundi gloria cjha magni fendttur^
Sacris in litteris flos foeni dicitur.
Et leve folittm, qmd vento rapitur ^
Sic vita hominum hac via tolliinr .
Nil tttum dtxeris , qmd pot es ^erdere .
Qnod mimdM tnbmt , tntendit radere .
Siioerna cogtta , cor Jit tn dithere .
Feltx , i^Ht Potmt mundum contemnere ,
Dus hebbe ick het getracht in een duytfch rym over te ftellen.
O wereldts jdelheydt ! wie fal op u betrouwen ?
Die foo veel mcnfchen brenght in foo een droevigh rottwe» ,
V /f maer een valjchen fchyn , datmen ob d' aerde Jiet ;
Haer voorjpoedt is bedrogh ^ verdriet^ en anders niet .
Wat fal ick van haer macht met al haer ivercken fpreken .
Die als een aerden vat tn fincken comt te breken^
Als men het minfle meynt ^ dan berfi het tn de handt ^
Dus valt een macht igh heer van V hooghjicfi in het fandt .
Wat broofer als het js^ en dat daer is gefchreven -y
Al ftaen de letters fchoon , volmaeckt , en wel gedreven j
A a 3 mch
190 DE GÖDDELYCKE VOORSTENIGHEYDT
ISTochtans ick min betrouw op V wereldts dobbelheydt
Valfch in den fchjn .der de:tght , en in haer faet helejdt ,
Voorwaer ick min betromv op dobbel valfche menfchen
.Als op het -werelfch goedt met al haer foete wenfchen .
I)e aerd^ is als een droom van luft en vroylyckhevdt ^
Geljck men wordt gewaer , V is met als j/delheydt .
IVaer is nu Siilomon iner voortydts foo verheven ?
En %vaer is Samfon nu met al fin macht gebleven ?
JFaer is oock Abfoloii den fchoonjien diemen vondt?
Waer Jonathas , die V hert van David hadt gewondt ?
Segg , waermen Cïcfar vindt , dièn checken heldt van Roomev. f
Sjn daeden , /«ƒ , en eer fyn niet als enckel droomen .
ll'aer is de Jpys en dranck van dién Rycken wreek ?
Die tm niet anders fmaeckt ^Jils folpher^ vier en peck .
U'aer is nu Cicero fio wonder in het Jpreken?
Bj wiens weljprekentheydt geen tongh wierdt vergeleken .
Haer Ariftoteles den iinflen tn verft andt ?
Eylaes ! Jj fyn voorby en meeft al in den brandt !
j41 datter cleyn of groot op d' aerde comt verfchynen ^
Oock op een ooghenbltck men Jiet het haefl verdwjnen :
Soo menigh edel Prins ^ met landen^ flaet^ en macht ^
En menfchen vol verftandt fyn al te niet gebracht .
Hoe cort is "'s wereldts lnfi ! het eyndt een trenrigh lyden^
Geljck de fchadhve vliedt , foo gaet het met V verblyden.
De valfche wereldts vreught berooft ons van Godts loon^
En lejdt ons uyt den wegh al verr' van d^ hemels croon.
O ftanck ? o wormen aes ! verivorpen hoop dar eerden !
O dauw ! o enkelen niet , o flyck van geender weerden !
Hoe fjt ghy foo ver^vaent ? wat foeckt ghy d' ydelheydt?
Ey d%vinght h trots gemoedt vol van hooveerdtgheyt .
Jf'eet ghy., of u de fon van morghen fal beflraelen?
U pel can oock van daegh naer d' helle neder daelen,
Doet deught aen ieder een, foo lanck ghy hier noch leeft y
Op dat H Godt den loon naer uwe ivercken geeft . |jÉ
ïf'at is des wereldts lof , die ghy foo hoogh ivtfdt prjfen ? ^
iV/>f als een bloem van V veldt dte corts daernaer gaet ryfen?
Celyckmen diigh'lyckx fiet , de bloem "wel haejl ver gaet.
Soa ift met 's wereldts goedt, met glory , eer, en ft ast .
Dat ghy eens derven moet, wildt n niet eyghen maecken ,
Ferfoeyt des wereldts geeft, veracht de aerdtfche faecken ,
.Al dat u d' aerde jont , ftrax tt d.ier van berooft ,
Ghy u hedroghen vindt, eer ghy het hadt gelooft.
Stelt
f
J
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 191
Stelt liever ganfch n hert op Godt met al « Jinnen ^
En wildt ^ dat eemfigh is^ voor goedt eens gae» beminnen.
Celuckigh is den tnenfoh -^ die V wereldis goedt veracht^
En Godt alleen maer foeckt^ en naer den hemel tracht.
Acopo-nu: dien grooten dicnaer Godts hadJe het ten Icftcn vel gevat , l„„,w,"» ,
dat alle goederen des wercluts edeldom , genoeghtcn, ende lioo- hoi j^ado,^»»
ghen, ende het giienc men befit, vrotgheralsmenmeynt, heeft oock /«.!«fie?T.i.
lyn eynde. «sremmj^c-
lek fluytc met den " H. AmbrofinA : Alle hopen van de menfchen hl'LlZToXe.
defer wereldt, leght hy, fyn teenemael y del ende onfeker, de welc- «m.-;», abie-
ke meynen, dat de dingnen, die verachtelyck iyn, in haer felve van >■"»'. e?- fT^j-
eenige weerde fyn. Hy gaetdaernaer aldus voort: De ydele dinghen ""'J,f"i\ "*""
worden ons voorgeitelt als in eenen llaep ende droom , fy comen ons i-, ltiai'u,"ij'
aen, ende gaen voorby, fy verdwynen allensicens, ende men heeftie «»« taienuir,
eeenfins valt, al-.men die mevnde te befittcn . s.Ambrof.
Wy moeten dan met reden feggen , dat alle de wcreldtfche goe- Upo^^rnl"^
deren voorby gaen als eenen droom. Soo pafleert de glorie des we- mflarfuncn,
reldts. Stc tranjït gloria mitndi . ■^■dut jimum
Soo caet voor by de vriendtfchap met de menfchen, van daehc ^■^"'•""r-^
vnendt, morghen vyandtj loo pali eert allen vooripocdt ende biydt- cum/. lob.
fchap . De vreught van eenen geveynidcn , die fich voor bly wildt 20 5. e?- 8.
uytgeven, vlieght wech geh.ck eenen droom, ende paiTcert als een '^ Caduu
gelicht des naciits feght den Propheet ^ Joh. Itmdr.mZr,-
Van alle defe verganckelycke dinghen en ifler niet als fchande en- »ei,-.'ro.ii!«d
defmerte te ver-.vachten fonder eenige winitendc profyt, fcght voor f"'""' 'fi '"•
het letl, den c H. Ambroji-a ^ dit is alleen eenc waerachtige wm/te, "^1""^"'" f"--
van de welcke men can verhopen een altydt diierende profyt ende „s,l.b,Vt'er"I
loon van de eeuwige rulle. ' menes quie-
Laet ons nu keeren tot Jofeph^ den welckcn alle de droomen van "*• ^ ■^™'^-
Ph:i ao wel uytgeleydt hebbende , ende naer allen fynen teghenlpoedt
ende vervolginghcn ten Icften gecomL-n is tot grónfn voorfpoedt,
grootachtinge ende eere, de welcke hem den wcgh baendcn tot een
Coninx geluck ende opperllc glorie, gelyck wy in het volgende ca-
pittei breeder fullcn bcmerckcn .
ca
II. GAP.
ipiDE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
II. CAilTTEL.
E^yt
Vt Infdicul'iri
hidonunc l'UC
tramciint,
nuni rcferuii-
tur tlluc . S'
Pius Papa. <"ĥ
lofeph de cïroomen van Vharao uytgeleydt helle ncie\ etide
aen den Comnck raedt gegeven van in heel
ten veel graenen te coopm , Ipordt van hem
onder-^Coninck gefleh Ipan Egypten,
I^^^É En aenftaenden triomph ende glorie van de goddelycke
S "P^ Ml-^oorJIemgheydt i\\\mcn haeftgacn fien in J"fe^h, den Welc-
i|? JlJ 'M ken fy naer al fyn lyden , ende tegenfpoedt geflclt haddc
^i^"g^^p^^te verheftcn.
De goede ende quaede fortunecn hadde hier gecne plaetfc , van de
welcke de blinde Heydenen dickwils hebben gefprokcn, die gecne
de minfte kenniiïe en hadden van de Fon-Jientgheydt Godts .
Laet ons een woordc van die Fomme hooren, eer wy fprekenful-
len van Jofepb: De Heydenfche Philofophen eerden de Fortune %hQC~
ne Godinne, die fchilderende met vleugels aen de voeten, vliegende
boven eenen cleynen bol , in den wekken het leven en de doodt ,
de plaetfen ende tyden des jaers,met eenwoordt, heelde ongeftadi-
ghe veranderinge van de nature haer bcletteden vaflte blyven ftaen:
fy haddc voorts als een vloers voor de ooghen , om niet te fien haer
veranderlyck ende ftuer gelicht . Haer ha) r in clifTen gevlochten was
van vooren afhangende tot op haer voorhooft, datmenfe gelooven
mocht van achter kael te wcfcn . Haer oppercleedt was van ecne fy-
ne vHegende ftofïe, op haerenriem waeren te lefen verfcheyde cyfer
letters foo onder een gemcnght, datmenfe niet vel onderkennen en
konde, het welck oock pallc ophaere woorden, geilen ende hande-
linge , niet anders fynde als verholcntheden erude twyfelachtigheden.
In het cort gefeydt: Al dat fy hadde, dedc, ende feyde , en was niet
ander als ecne verwerde faecke van ongcllae.ligheydt ende trouwloof-
heydt .
Daer van quam het , dat alle de ghene , die op de Fortune te veel be-
trouwden hun felven dacr naer bcdroghen vonden , ende te vergeefs
beclaeghden .
Dat was de Fortune van de blinde Heydenen , ende nu oock fom-
tydts van veele werelfchemenichen, die in hun affeiren volgens hun-
ne wysheydt, ende vernuftheydt fonder hunnen toevlucht tot Godt
te nemen, onvoorfichtelyck voortgaen .
Soo fpreckter van den ^ H. Pius Paus, feggende , dat alle dinghen
in dcfe wereldt van demenfchen gelyckby geval gehandch worden .
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ip^
Philo a dien hebreeufchen fchryver feght , dat fommige menfchen a J^ejhMoa-
v-'illen opclimmen als lanx eene leeder , van de welckc fy evenwel »;«'»•"*"'"«
moeten atcomen . Daer fynder oock fommige , feght hy , die hun ,marinem'
fclven geluckigh houden met te verfchynen in hunnen verheven llaet , Phiiüiudxua.
wcickers eynde gemeenelyck ongeluckigh comt te wefen. '• '^' ƒ"""»'*'
Het is genoegh aen andere, als fy maer eenen goeden windt heb- ^''' pl'{^,l
ben, omuyt dchaévetevaeren, maer die daernaerfchip-braecklyden. pharaonicen-
Dit fyn de oefteninghen, het fpel,ende uytvallenvan de Fortune ^ f'l'»m er cua.
in de welcke iy meynden vail te Itaen . Men climtop, om vernedert '[" m:nij}rK
te worden. Tolluntttr inaltum, ut la^fu graviore ruant . Men wilt fich iue'eft'jl eoi:
doen fien , om te vergaen, men wilt gacn vaeren , om téghen een clip te Num my*.
ilootcn en te verdrincké.Wat meerder d waesheydt ende verblmdtheydt. """* p'fri.
Heel anders is het in de fchickinarc Godts acngaende de menfchen, ""*'*•'""'*'"
ailes is daer valt ende geltadigh , Godcs weegh-fchaele is rechtreerJigh, m» Dei /./«•-
lyn acnfien is vriendelyck ,fyne fchriften fyn claer, ende fynefoete en va- »»<ƒ(?/?/*•/«
derlycke Fooriïer.i^heydt en heeft geen bedroeh in,noch vreefelyck geval. "'S" •*''^<->^*v'^
Als den Voorfemghen Godt de memchen wat oetrent met eenighen ^; Dcm
teghenfpoedt, het en gefchicdt maer tot hun goedt, als hy hun ver- ommaqutio-
oodtmoedight , het is om hun te verheffen. Het is genoegh , dat Godts '^'♦'«*",f«f-
focte FoorJieniirbe\dt de menfchen beftiert , om wel uyt te comen , en- "" -'"''"'''
de m eene geruite haeve te geraecken . zp-ad tui orit
Om nu tot yo/èp/j te comen, fieldiën Foor/iemghen Godthceit diè'n imperium ch'
onnoofelen jongelinck geleydt door haet ende nydt van fyne onberm- ''^«» /""/"«'«^
hertige broeders, ende andere mocyelyckh eden , gelyck wy te vooren tantum\e^'ni
gehoort hebben . Wie foude oyt gedacht hebben , dat hy foude geco- JoUo tepr-ue-
men hebben tot by denthroonvan Pharao^ om te worden den eerl^en ''•""Gen.^o.
Prins van fyn ryck ? Evenwel den h Coninck laet hem voorftaen , oock '^^'
naer het oordeel van alle fyne hovelinghen , datter niemandt bcquae-
mer en was, om onder-Coninck te weien.
Voor eerft Pharao was gewonnen , door het aenfien van Jofeph ,
die fvnc droomen foo wyfelyck ende geluckelyck hadde uvtgeleydt ,
oock merckende dat Godt fprack door fynen mondt ; datrom itelde
hy byfvn felven , te volghen al het ghene, dat yo/ê'yCi/jgcaordeelt had-
de, noodigh te wefen tot het welvaeren van fyn Ryck. Hierom dan
fich keerende tot Jofeph fprack hem aen met defe woorden : Lieven
jongelinck ick en moet niemandt verre gaen foecken, om neffensrnv Tiditqve an^
myn Ryck te beÜierenj den hemel heeft u daer toe gefchickt. De nuUmdemA-
verfckerinse , die ick hebbe, dat defcn keus eocdt ende geluckigh "'* f"*^ "'
fal wefen, is de goedtheydt ende voorfichtigheydt, die ick in u ge- „u!ej,n,-^eft"
merckt hebbe j hebt dan eene volle macht over heel myn huys,be- \tiq;eumfto-
ftiert myn Ryck, ende gebruyckt m alles myne volle macht . Waer i-'hib""''^
n.ier den Coninck hem gaf den rinck, die hy aen dehadt hadde, oock ",^"Jjr.^m.
B b be- pojiiit. T.42,
iP4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
'Lmufcenl"r'e bckflcndc , datmcn hem coftclyck foude clccden; hydede hem oock
/«pfr currum fclf acii , ccnen gouden hals-bandt . Dit waeren de eerile jonftea van
jKH-m Jecndü pharao^ ende claere teeckens van de Goddelycke Voorfiemghejdt ^ die
'IcZ'llllmnis ^^'^'^ '^^ ^''^^-"'^ verandert , fyne banden in hals-cieraet , fyne boeyen ingou-
couxm to geim de kctcnen ■■, ende fyn coftelyck cleedt heeft op eenen ooghenblick be-
jiccteieiityO- dcckt alle de ongevallen ende verachtingen van fyn voorgaende leven.
fr£oofiu,m Macr dit en was noch niet eenoeiih , hv mocft noch meer bekent
niyerft terne wordcn : hct landt van A_^?v /?« moell noch weten, dat hy vanden Co-
jE^'pti.y 43. ninck Pharao gellelt was als onder-Coninck van heel fyn ryck; a Fharaa
b >-A-vo:A^>n^ dan doet hem opclimmen op fynen tweeden triomph-waghen, als wan-
^'^•r^yiuIT "^^'' ^'^" uytroeper nep , dat fy alle hunne knicn voor hem booghen fou-
fuh:i:orem ^^^n, cn wctcn dat hy was gerraeckt den opperllcn Prins van heel Egjpten.
tmiiidi. T. 45'. Hy wordt dan voortgelevdt met pracht ende luyller van eenen Co-
Ihe.f^iTe '" "üick . Pharao felf vondt fich by het volck , alles toeilcmmcnde, ende
trauïlm 'h- beveiligende de macht , die hy hem gegeven hadde . Hy gaf hem daer-
tm eferi'o dom naer oock den naem van L faligh-maccker ofte bcwacrder van de wereldt,
TnnMm,i y,n- ecncn tytcl , die Godt ende eenen Coninck magh voeren .
t'inJ^^^V,' ^^ic ^n ^il hier niet verwonderen .ie verholen wercken van de God-
cerarit yua- delycicc Voorftentgloe)dt in alle defe beiiieringe van oieptir Hoorter
rio Proregem van fprckcn dien vemiaerdcn c Phdo in fyne hillorie van fufe^h: Wie
jieri,c^re^,a foude vcrwacht hebben, feehthv, dat 'Joreph binnen den tydtvan ee-
mmnpro .ar- "^^ '^''^S" ^'^" ^^^c ilaevc foudc geworden hebben eenen grooten
cercextrema Hccr , van ccncn gcvanghcn Scc. onder-Coninck, cndc dat hy in
ignom:n,.l jg plaetfc van eenen kercker foude woonen in een Coninx huysj
Vem"'t'""" f^^e uvttcrfte fchande foo verkeert fynde in eene alJer-meeltc
mum. Facia glorie: dit alles is nochtans gefchiedt , feght Pinlo, ende dickmacls
tarnen frnt lal het noch gefchieden , als^het Godt gelieven fal , alser in eenen
U , i^-jienc vcrdruckten ende deuphdelycken mcnfch macr een vierigh vonxken
j£pitts ,quan- (-11 ? ■ - 1 1 ,■ 1 . .' 4.
doDecpU,,- ^" i<-'huvk vnn wacrachtige deught, die daernaer met gelegentneydt
9rit,modoj::b- ccncn mcerd ren gl ins ende luylter ial geven. Soo fprcken oock den
fnaUqua j.i- H. ChnTofloniM ende den Abt R::per:Hs , wekkers woorden ick daer
^f;/;;,J;^;';faiiacten.
5».iOT ne.effe ^ Jof^f'^ dan foo langhcn tydt, van het feflhiende jaer fyns jonck-
ifi f:e,-l> .afio- hcydt tot het dertighlle van Godt geoeftent, ende ianx allede trap-
""" "i:"'^^/' pen van deu^rhdcn opü:eclommen fynde, hadde nu tot' loon van fyne
(ere VhxXode ' j , j- , °, , ' ^^ , , • , -^ 1 ? r^ 11"
'iojeph. verduldigheydt ende Itandtvaltigheydt becomcn eene Gonincklyc.ie
d Trigniu v/eerdigheydt . Als wanneer hy, gelyck^foyè^ feght , begon te door-
erat annonym reyfen dc landeu fynder regeeringe.
ÏT'lLJlldl ^^^" Billbhop, Tojhinu leght het aldus wat breeder uyt: Hy door-
%",o-i;r- reylde heel Eoypten^ om overJlen ende bevel-hebbers te llellen in alle
i'uyii omncm dc ftedcn , cndc de vruchten te doen vergacderen, ende om te focc-
Ttxionem A- j^^j^ j» bcquacmlk plactlen tot bcwaereaiflè der felvc
rhi'
ÜYTGEBEELDT IN JOSEPH.
i^r
Phito voeghter noch by, dat hj van een ieder op alle plaetfcn feer ,C->'/'"'-GeMi
vriendelyck onthaelt wicrdc, met geluck-wenfchinge over fviic ver- '^"^^'
heffinge , de welcke hy oock allegaeder met bclecftheydt beandc- ant^'''^tum,
woorde, hunne gocdtjonftigheydt oock winnende , waer door een ieder «e ponerec
aen yo/ê/'/) betoonde eenelbete genegentheydt, beibnderlyck, om dat- p^^'t"'!'!'" "»
men in fyn aenficht bëinercktc eene uytftekcnde vriendelyckhe\dt tlfdmaJ^'i
cndefoetaerdigheydt . Hy vertoonde fich als eenenopitaenden dnghe- UgeiuiM fi».
raedt, van alle canten clacre ftraelen uytfpreyende van vreughr, van £f',crutc</ty
hope, van vrede ende foo voorts. Als wanneer hy oock van nicmandt -'"^""'"•". ?«'
en wierdt benydt , maer fèer groot geacht ende bemindt om iyne iocjadi'nfèt
oodtmocdigheydt ende goedertiercntheydt . Het was eenen gouden y^tiontm f-u-
tydt, die begon te vcrichynen. Noyten iaghmcn foo groote vrucht- o"""- Toiljr.
bacrhevt ende ovcrvloedieheydt van vruchten op deraerden; want de P'J^-^^»^-
graenen van terwc diemen vergaedcrue den tydt van 7. jacren, wae- fuiulHadun.
ren menighvuldigh ende ontelbacr , als de iandekens van de zee, *i*"-itiLi,Ht
gelyck fcght de ^ H. Scrifturc. ZTunrT'"
Men moght alsdan peyfen ende feggen, dat het landt van Egypten c^copJa'ma'.
foo fchoon, ende overvloedigh in vruchten een acrdts Paradjs fcheen f'n^mexcede-
te wefen . Het wclck ick hier in een duytlch rymken in het cort "'-Gen. 41,
b Paradifus
juit in terra
Eden JHxia
Jeptuagmta ,
fal voorllellen als volght
IVoyt faghmeti fchoonder hof ah in het landt van b Eden ,
V Aerdfch faradjs gen^mt^ daer Tygris wat beneden
Met den Euprates vloeyt , recht in den ooflen catit ,
Daer mentah fchoone vrucht van Godts handt WiM geplant .
O wat een foet gejtcht is daer voor alle cruyden !
Waer ghy h keer en wilt naer oofl , noordt , wefl en ftijdcn ,
'/ Is lufl Mom te Jien , hoe dat daer alles Irloeyt ,
En hoe het bly geivas heel <?ƒ het fchoonjie groeyt .
Daer Jtetmen een geley van hoogh epgaende hoornen^
En by het gtüjtgh houdt die claere tvaters flroomen j
Jiien (iet daer het aewo-s van alderhand'' colew .
Alwaer oock wordt verfpreyt een alderfoetjten geur .
Dm 'i-i'as '/ Egypten landt met d" aengenaevie vruchten
Een ander Paradys , een landt vol van genuchten
Door Jofephs wys beleydt ^ maer meeji door Godes handt ^
V Wm lufi te fien V gew.xs van heel 'f Egypten landt ,
Aien fagh firax op fyn tydt de terwe graenen bloeyen .
En door een feghen Godts gcii'enfte vruchten groeyen ,
In volle vruchtbaerheydc faghmen de velden flaen ^
Een ieder was vol vreught , een ieder wm voldaen .
C?" ad Orieii'
tem. Et -vide^
tur fuijjejax»
ta Alejcbatit'
■mi.iniyV^r-
me:iuim,eoltf
co,juuionJ!$i~
un: Tyrr;^ ^
Euphruïei.
Jtn a Lapiide
in c. 2. Gen
Bbi
Dies
ip5 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Dies Jofeph danche Godt om d' onverdienden fsghen .
En van het fonnehcht , en van een foeten reghen ,
Dan van den wnter-firoam van Niius heel bejproejt ^
Die recht ujt Paradys tot in Egypten vloeyt .
IVat heyl ! %vat groot geluck in daimen fagh gefchieden !
O Jolcph he'l het landt tt eer en dien^l'Komt bieden:
Men hoorde r' alle cant ^ dat Joicph , Joleph leeft!
V Js Jofeph , die met Godt ons defen feghen geeft .
Hier trioetmcn nu bemercken , dat dcfen overvlocdighcn fe-
ssen befondcrlyck vooitquam van den coeden raedt van 7o-
-rcntorconpu, J^f^i den welcken hem üoat haddeuigegeven: .
fedxque^om- Hct vvas oock cene groote wysheydt cnde geluck voor Pharao dat
mendMduqui \^y Jefcn nicdt vau fofe^h quam te volghen, want in goeden raedt,
"fAiïT^onfdiii . o^tewyfe Raedts-heeren te volghen veel gelegen is, gemerckt dat den
Lipp. Epiic. raedtlman alleen niet en moet gcpreièn worden, maer oock die den
raedt volghen , gclyck « Lipfomanus l'eght .
Dit lullen wy inde volgende 1'ede-leeringhe breeder gaen toonen.
SEDE-LEhRINGH£.
yan het pofyt , giluck (fids noodtfaeckelyckheydt van
goeden Katdt , ofte goede raedtj-mannm .
Ft en is geencleyn geluck , tehoorcn goeden raedt, gelyck
icR tcrftondt gefeydt hebbe, maer het is grooter wy^heydc
den felven te volghen . '
a Qiianio Men h citer al dickwils gevonden, die goeden raedt gehoort hcb-
'^PilTu^'tm'" bende den friven evenwel hebben vcronachtlKijmt , maer tot hun
Jojepi/ionfi- groot ongeluck , ende fchacde gelyck wy fuUen gaen fien : daer-en-
liD;u-vii,qua tüdchcn bctcr hcctt gedaen den Coninck Pharao: Jofeph haddehem
fi pe uniam oegevcH lecT gocdcn raedt, ende hy heeft dicnloffelyck aeniienomen
peiuniiquip. ^^^ geluck cndc welvacren van heel lyn ryck .
pe uniuiuyi- Dei '' H. AmhrofiMs feght, dat Jofeph metfynen goeden raedt den
tatti non re- CoHinck lécr gcholpcu hecft, jae veel meer, dan ol hy hem ecne
cm,j]eiu er- „j-fjote fommé peldts hadde peeeven , want, fecht hy, het geldt
Jpnie,,,,^ t'.- hadde wel in den nooat ecne Itadt connen bewaeren, maer nietby-
ti"S ^gypti brenghen iulcke eene overvloedigheydt, ende heel Egypten connen
fr leptenm- yooriicn voor bacrcn noodrdruft van feven jaeren .
j'nhuS.Amb. J'harao den Coninck en hadde niet weten wat doen teghen den fe-
l-i-ojf,c.,-'.i^ ve»
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. rpj
ven-jacrighcn tydt van gebreck , ende uyttcrilcn noodt } maer Jofevh
van Godt verlicht hecftciTorghe voor gedraegen . En was den Co-
ninck dan niet ten uytterften geiucki^h , volgende den vvyfen raedt
van Jofepb ? Tonder t\vyfeiy«/ê/;/) \vas.icn /'/rarflocencn goeden racdts-
nian -, hy haddc '■'oorfien die onvruchtbacrb.e\ dt , ende n.et fyncn raedt
heeft hy den Coninck met heel fyn Ryck uyt den noodt g< holpen.
Hy was geweell voor Pharao met al fyn volcic ecne voorlknuc oo-
ghe, gèlyck de goede raedts- mannen gehouden \^ orden als de ooghen
van de Cdningen om dat fy altydt in de ooghen moeten hebben
het profyt ende fchacde van hunne heercn, uen de welcke fy eenen
vooriichtighen raedt. moeten geven.
Didacm Savedra dien verllandighcn fchryver in fyne ftaet-condighe
finne-beclden vcrhr.elt van den Philofoph «■ yJnJIote/es , dat hy voor- rrindpa
ftelde aen den Coninck Alexander den Grootende eyghcndommcn ac^^s^wtd-
van de racdts-mannen , ende de felve vergelccck met de ooghen , '"■>ƒ'"> »ƒ<>■»
naer de gewoonte van de Coningen van Pe;pen , de welcke hun {""p"/'/!" j"
Raedts-hecren oock hunne ooghen noemden , als moetende h t Co- '
nmx intercll goedt of't quaedt altydt in de ooghen hebben, om daer
in hunnen raedt te geven; aldus lïct den Prmce met de ooghen van
fyne Raedts-mannen .
Het felvc gaeven die van Egypten te kennen , de welcke eene oo-
ghe Itelden boven op den fchcprer der Coningen , om te bcteecke-
nen, dat fy ende hunne Racdts-mannen ecne ooghc moeten hebben
op alles, dat hun aengaet.
Het en fal miflchienaen den leferniet onaengenaem wcfen , datick
defe gelyckcnide ofte lïnne-bccldt wat breedcr uytlcgge ende m een
rym-dicht voorftcile met het devies ais volght naer de print .
f
Bb|
ii>8 DE GODD ELYCKE VOORSIENIGHEYDT
tncrttilium hcc
ijuoq; nomine
praya i^fm:-
Jlradicipotefi
qiiod lil J'io
quifqljit .be-
tel tor, qiiam
in alieno,
Currius. /• ^.
J\'einn/litru
prudentie Ine
Prov. 3. 5.
Nemo folus
fapit.Vhutus.
^d res ccn-
fiderand.u a-
licsinconfdi-
usnadhihtmtts
ni/lrn ij>l'! dif'
jUUn.
De ooghen vertooghex
JDruck of geltick .
Het fïnne-becldt \vooi<it uj'tgeleyJr.
HOe "wys men Jïch bedench in al fsn ejghen faechen ,
Af en echter a faelen can : een ander moet oock ïi/aecke»
Voor heyl en ongeval; hoe feer ghy u verjint ^
Naer « verblindt verflnndt n haefl bedroghen vindt.
f/w' blinden aerdt-en Itefd' fal al de faeck verdujjï'ren ,
Aioet naer een anders raedt^ niet naer uws" eyghen Itnjï'ren j
Aiidts ghy foo fjt verblindt , gh-j nimmer wel cont Jien j
Volght hier in , fjde 'uys den raedt van ander Hen .
Doch hoort een raedts-mans ampt , en V Jir.nebeeldt van d' doghen ^
Sy fullen ri'ederzydts malciinders aerdt vertooghen :
Siet^ hoe '/ gejicht van d' oogh een raedts-man wel verbeeldt.
En tC een o^ d'anders aerdt feer aerdigh fawen J^eelt :
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
ipp
jiienus,qua»
ft minus lid e'
AS dejfnien-
dAS C dipidi-
caitdas idont'
»j. Aiill. /. ö.
Etbec .
a O' Il l in ad
rcs etiam di-
jtantes Je ex-
teiulit , itaa-
nimoKoiijilia-
rii cijcry.trt
debet tembns
fruteritiim »
pr£jens<:p' fti-
turum C^i. Hf
de rebus reüe
fiatualiir.Siii-
veinin Sym-
bol is f>oliti(H
de CoiijUio.
Confilium
quippe efl o-
culits futHTO-
rinni. Arift. /.
'^.Sol. c.12.
b TAiita efl
cculoruni lor-
dijque coiifeii~
Jio mm Uil , ut
liiijus ajfeiiiis
Cy Jiajfoties
mox itd illes
CHoaue diri"
yeutnr,Jl tri-
fre^diq:iidft,
BLiili mudeiit
Larymis , Jl
contTit Uil
Jllnt,<^' am<X'
ni.Nifi confi-
liariiis intims
dilexerit do-
miitiim fuiim.
Op it.t ut form.
ruim ejus iid-
yirfam aut frofpernm qniiji fuam reputet, aiit multitm curs Aiit oper.t ponet ia d.jndis ccitjiliii. Idem Saavedi a.
c Non fmimt oculi , ut digitns altqins fe lontredet , tempori iildiint fs ,V ptilpehrULOntegunt. Quimtumyit
imelügens Jït O" prudens in fuis (onfiliis , Ji tame?i f.uilis Cf leyii inpandendis feivetis , plus iiommeiiti .i/-
ferret , quam Lonfiliarius aliquis iiriiorans CT' rudis . IViillum efl bonum ionjilmm fi fecreliim non wniieat.
Idem. d ^deo piiri Jimt oculi tamquam ab omiii- haleitdi cupidttate aheni , ut nepalctimquidcm ndmit-
t.int , Zy J'i quid forte ia eos inciderit , mox turbantiir , nee quidquam ■videre poJJ'iinl . Ita eonfiliurius , qiip
accepetit muner.i , donorum pulyere excxitibitur, neque res concipere poterit , pro ut funt , fcd pro ut e.ts
proprii commodi fludium illi propofiierit . Idem. e Muino quoque ajfeftit a/Jlflunt oatlf flhi inyicem,
ut j; iinus iii hancjejleiliitp.irtem, idem quoque tilter fii:i,tt , C^ rerttm (o^nitio tanto (eniirfit ^ Hm
a '/ Gejtcht haer ver verjfrejt met haerder ooghen ftraelen ,
Om hoogh ^ om leegh^ van z^jdts ^ of wel naer and Ve paclen ,
Dits 00 ck een raedts-mans werck : dm moet hy V alle cant
Stch wenden naer fjn plicht naer V een en V ander landt .
Hy dient fjn oogh te Jlaen op de voorleden tyden
En op die loopt , en volght j dw can pin Prins hevrjden
Van menigb ongeval . Dus geeft hy goeden raedt-^
En (iet , hoe V lucken magh t ot fynder heer en baet .
Men fal noch een b verkondt van '> hert met d' ooghen vinden '.
Sjn famen als een Jiel of twee die Jïch beminden ;
Als 't hert is vol van vrcught , oock d'' oogh'' is hly geflslt )
Doch foo ff traenen fiort , het hert oock lydt getreldt .
Den Raedts-man fal fyn Prins oock metter hert bemin-nen ,
En forghen voor fjn huys , met raedt en al fyn finnen ,
Dies droef fyn om de vrees van 'j- meeflers ongeval ^
En om fyn groot geluck fich bly oock toonen fal .
X*' oogh dit oock e)ghen heeft die maghmen nimmer naecken^
Oock felf met met een flroy , noch met den vina^her raecken j
c De oogh is al te leer ^ dies fy haer ftrax bedeckt ^
lae felf haer ooghe [cheol terflondt daer over treckt .
Dl» moet een raedif-man doen , hoe tiys hy ooch inoght wefen }
Ervaeren in de tvet ^ in alles onderwefen ^
Hy nimmer fyn bcjlnyt oyt openhaeren magh ,
Noch den geheymcn raedt oyt brenghen aen den dagh .
d Voorts dit oock noodigh is : met forgh hy fich fal -wachten
Van alle gift en jonjl ^ fal alle fchenck Verachten^
Oft anders V recht dat lydt in V ghen"" hy on.dertvint :
'Voor w (ter een gift alleen des men fc hen oogh verblindt .
Dit is noch voor het lefi in d' ooghen te bemercketi :
Een famen fiende oogh de ander can verfiercken ,
Daer d" eene voor en gaet ^ de ander volgben fal.y
lot meerder troofi en ruft voor allen ongeval.
e V Is nut y meer als van een , een wvfen raedt /' ontfanghen ,
Men anders is beducht , en met een vrees" bevanghen j
muU'^i ancor-
fio i>alde tn
confilutriis
tfimielfuria,
qiisi-Km cura
requirit , ut
non fvlitm ,
tj^us fitnt fu «
miineriu-i<tê-
dant gn,iitner
fed ad ea eti-
am qu£ ad^x-
Ifornm (oiifi'
li.i pertinent.
a On'i appre-
Iteitdit fapien-
tes in aftmiii
eoriim, Vcon-
filit'.m frayo-
riim dijfpat,
lob. f. V. 13.
b A'o » f/?
Jjjuentia.iioit-
efljirudentiit ,
non ejh conjï-
lium contrei
Domintim.
Fiüv. 21. JO.
C Sine ccnjl'
lic nihil fiLi-
Oi, ZP" pojlfii-
{lum non pee-
nrtebii. Eccl.
32. V. 24.
d Nihil ma-
gnum aut ar'
duum "gere-
dere nijl prx-
yi.i dehlrera-
tioneyel ion.
Jitio habito
cnmaliis , &
fine invocati-
oneutvini au-
.v///(.S.Dioa.
AreopJg.
e ConfiliKm
res qti.idai»
divina efi.
Plato.
ZOO DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
O^ twee men meer betramvt ^ cV een d' ander comt te baet
Adet een gemeenen raedt men altydt vafter gaet .
Gelitckigh wAi den raedt .^ die Jofeph hadt gegeven -y
Die: van den Coninck meer voor al de refl^ verheven j
Al fcheen hy maer alleen , en op Jich felf gegrondt ,
V U'm echter een en raedt ^ die oock in Godt beflondt .
Godts oogh öp Jofeph viel met haer verlichte ft r aaien ; ,
Dm Jofeph met fjn raedt zi/tft alles t' achterhaelen
lot heft van fynen Prins ^ die door veel ooirhen faah -y
Dhs broght hy Godes lnf\ en Jofephs voor den dagh .
Godts raedt is hoven al. Van iolcph moetmen leer en
Sich om een ivyfen raedt altydt nacr Godil re koeren..
Dus tnt ti groot geluck u oogh naer Godt moet ftaen j
Alet Godt en fjnen raedt fal V al ten beften gaen .
It is maer al te waer , datmen in alle iyne beradinghen eerft
van Godt moet beginnen, cnde geencn raedt noch geven,
noch ontfanghen en magh teghen fynen goddcivckcn wille,
wantmen anders vreefen moet voor qiiaede uytcomlte.'
Godt, gelyck den verduldighcniyo/;feyde, veritroyt cnde doet te
niet den raedt van de boofe . Het wclck oock was het leggen van
dcn':Uyfemanmet defe woorden: Daer en isgecne wysheydt, noch-
te voorfichtighcydt, daer en is geenen raedt teghen den Heer .
Men moet dan Godt ende fyne wet eerll voor ooghen hebben,
endc overdenckcn, of dit ampt, dit officie, defen coophandcl, ofc
iet anders met Godt en fyne geboden wel over een comt, want ift
dat het ftrydt teghen den goddelycken- wille, het fil een lellen fe-
kerlyck quaelyck uytvallen, men moet in alle fvneaffiüren Godt eerfl
te raedegaen, foofalhet gefchieden, dat Godt voor ons fal forghen,
ende ons in alles eenen geluckighen uytval verkenen .
Wy moghen nochtans van andere godtvruchtige cnde wyfe man-
nen raedt vraeghen , het welcke Godt iclve raedt by fvntn '' Eccle-
Jiafticus met defe woorden: Sone en doet niet fonder raedt, ende het
en fal u daernier , als het gedaen is , niet berouwen .
Den « H. Dtonyfins Areopagita leghr dit aldus leer wel uyt : Dat
gy niet aen en gaet, het welck van groot gevolgh cnde gewicht is,
fonder raedt met andere te nem.en, ende fonder te vooren aengeroe-
pen te hebben den goddelvcken byllandt .
De Heydenfche Philofjphen waereji oock van gevoelen , datmen oock
geenen raedt en mocht nemen fonder het aenroepen der God"?! .
Hier om was het, dat óen wyfen PLuo feyde, dat de bereydinge
cnde den raedt ccne goddelycke faecke was .
Daer
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 201
Daer en boven naer het fegghen van cenen vermaerden a uytleg- ci»tftituit,ne.,
ghervandc H. Schrifture, Godt heeft foogeftelt: opdatterniemant, ƒ ?»« r'l>u*
als hy in alles wel ervaren foude fyn , de andere en foude verachten, "^'"^^^ /"'
maer fich liever aen een ander onder worpende fynen raedt ende hul- aiios contem*
pc foude verfoecken . nat,fed ^otiu*
Het is de pync weerdt, hier van te hooren fpreken den b H. Ba- ""'^"-["{"'' ^
_ftli!u den groeten fchryvende op de prophccie van Jfaiac. Den wy- ƒft'm/,' '", ,V
fen raedt , feght hy, is eene heylige faecke, eene vereeninghe van iiommq; ccn-
vcrfcheydc willen, eene vrucht van liefde, cnde een teecken van oodt- ƒ'"♦"' ^'"'**
moedigheydt, ter contrarien het is een onverdraegelyck teecken van [l""* -^l^^.
hooverdigheydt , alfmcn fich laet voorllaen, datmen niemandt anders in' EuUfiafl.
raedt van doen en heeft, als ofmen door fyn eyghen raedt alleen al <•• i^ t- *+•
het befte foude connen ftellen ; eenen raedt te ontfanghen van een ^ '^'^"If^'i^
wys en godtvruchtigh man, en is geen weldaedt van een cleyn ge- J^JJm, b-
wicht ende weerde . Oock eenen Overften moet geerne een anders nio yoiunta'
raedt hooren , feght den l> H. B onaventHra ^ ende den felven ootmoe- ''*'"• /■»'^«*
delyck vraegen , in het welck een dry-dobbel profyt gelegen is : 1,'Jni'litat^
Ten eerflen; als de andere fouden geraedigh vinden het ghene hy inJI^ne.Ecorf
goedt vindt, hy fiil gerufterfyn, om niet bedroghen te worden. trariointoiu-
Ten tweeden^ al dathy fal gedaen hebben volgens den raedt van V^'^'i^^J^"^
andere wyfe mannen is dat het anders uytvalt , het fal hem min ^enLm , ƒ«
opgeleydt worden , dan of hy fynen eyghen fin ende raedt alleen »«;/«« j«x/-
hadde gevolght. %ilni'a'tu,t
Ten derden , die raedt vraeght uyt verdienften van fync ootmoe- IJJ'^n-^^Julfi
digheydt fal dickwils van Godt verlicht worden, om kennifle iccry- fcimfojfitfne
ghenvan het ghene hy door fyn felven ofte door een ander niet en confiUodecer-
foude verftaen hebben , ^"^'.^^ ?*;'
Den c H. Gregorins Paus bemerckt hier ter contrarie, dat de Over- „on exiru'i
ften, die hun laeten voorftaen dat fy wyfer fyn als hun onderfaetcn, momenti h-
onvoorfichtelycker voortgaen in het ghene fy te doen hebben, ver- >*^J'"'<"i <^>
duyftert fynde van de wolcke van hunne hooveerdigheydt in hunnen "^ll^lo" on'
hooghcren ftaet, die daerom van Godt met reden geftraft worden. fuUametcon.
Het is dan beter, oock den raedt te volghen van fyne onderdae- //'«wS.Baf.
nen, ende van die minder fyn van conditie, ofte jonghcr van jaeren, ^^g"- "» •(Z'^-
de welcke dickwils van Godt verlicht en gcfchickt fyn, om goeden <^'"' *^^<,r»
raedt te connen geven } gelyck gebleken heeft in den jonghen ende cai,tum,co„fi-
verworpen jongelinck Jofe^h, die oock eene vremde ilave was, jae ''""' iitftcr
felfs van overfpel beticht , ende daerom in den kercker geworpen , ""f '"•'^~ '"**
ende nu verlcn daer uyt geroepen. Hoe voorfichtigh was hier m, rere, m hoe
denConinck Pharao met fyne hovelinghen, denwelcken nietenfach, triplex utiU.
van wiën den raedt quam, maer alleen op den inhoudt van Jofèphs ''^ '""f'fi"-
raedt fynooghmerck nemende, den wekken hy oordeelde heel goedt ^jJ^^j'/'/J^
C c ende o*
zoi DE GODDELYCKE VOORSIENïGHEYDT,
cy/'/./?, /ff«. cndc voorfichtigh te vefen . Soocanmen fomtydts uyt cenacrdepot-
»Z"deap-^t '^^'■^'^"i gelyckmcn fcght, fuyver water drincken : De wceo pn-a ebi-
tw. 2 Onii- bitnr aqua .
qnid fe.crn Voorts hicr fyti noch eenige dinghen te bemerchen acngaende
cum fruda,- ^g jacden :
turn conJUio , t r n_ i j i r t
fiuliudeycne Voor ccrit nacr het oordeel van wyfe mannen en maghmen noyt
rit loiiirarihyte haelHgh fvn in den raedt in het werck te Hellen, om nietquae-
ni,!Uietf,ote- lyck uyt te vallen, cndedaernacr met fchandeendcdlckwilsmetfcha-
'niiam^1ï'''Z'o ^^ te moeten feggen defc onvoorfichtigc woorden: No» futabarn:
t.intiim fe„i„ Dit en haddeick niet gcmocnt , ickenhaddc niet gedacht, dat myne
»i /'fi/y/ff. 3. faecke foo quaelyck foudc afgeloopcn hebben, ick moefte beteren
(jucd jipe m j-aedt genomen hebben : men moet altvdt traegh ende voorfichtigh
iJJtil 'tatu, fy^ i" iynen raedt. Daer en is niet ichadelycker aen den raedt, als
Deiii det tlti tc grootc hacilc : Nthtl conjïliis terntciojim cjuam celerita-s feght Titm
agnoj<ere per Ltvins . Hoort hicr Van fprckcn den Philofoph a yfnjioteles , ghy moet
luldantènon t^i'^^gh voortgaen feght hy, in het beraeden, ende aldus uwen raedt
tnteiitxit. s. genomen hebbende, den ielven tcrftondt in het werck leggen.
Bonav. Den roomi'chen Keyler Tltus fejp/T/iamts fonc van relf^Jianus den
Grooten willende een ieder lecren, op wat maniere hy wyfen i"aedt
tiucdllldnl's nioeft nemen , fteldc oock voor als een finne-beeldt daer. van , eencn
hi,quipr£- Dolphjn gewrongen rondtfom eenen Ancker : want ccnen ancker
fimt , minus ggp, yoorbeeldt is van traegheydt , ende den Dolphyn gclyck A-
f^""^^' ^'"^ nfluteles feght, is het fnelften onder de vifTchcn in het' fwem-
hnrantur , Tatii . Soo dan dcn Ancher ■m&t den Dn/phyn vevvocghx leert ons dat-
fhrumqiivfa, men in den raedt de traegheydt ende de fnelhevdtmoet faeraen voe-
ta'eljlxl' Daer wordt daer-en-bovenin eencn raedtf-man noch verfocht een
genda fiini , gocdt Icvcn , want dic voor fyn felven geene fbrge en draeght, hoe
yideunr,ijutu j^j ^y yoor cen andcr forghen ? ende hem goeden raedt conncnge-
r/7''^ „7""" ven? tc meer om dat de fonden fvn vcrftandt verduyileren, foo dat
LiiLicietiioiiis hy met wel lien en can, ende verltaen , die m fonden lec^t.
ohfairat. s.. Dcn Kcyfcr ^ yi!^cnlh:s fchryvendc teghcn Aiarais Anio:ms fprack
Greg. /. 52. ai(JLis : Het en can niet gel'chieden, dat iemandt, die een boos ende
' a ' "^ ichandclyck leven leeft, aen cen ander goeden raedt geve, ende iet
'^Deliberaii' wccrdiglis uytwerckc .
dum tardcCT- Sophocles den SopI}iil feyde het felve in het cort : improhnm in
; , mentem non cadrnt co:uilia: dat is: \n een boos "emoedt en connen
leriter ngen- 1 11 11 '-' i 1-1
d,ifuni Aiift. geene goede raedcn vallen , want, gelyckmen naer het oudt iprccck-
l.e.EihiL.i..^. woordt feght Tdele Smnen ^Tdele raede», tot fchaede ende oneer van
b Fieri non g^j^ ieder .• Jfiant'im hmnia conjtlia .
pr'frcfaL'^a' Üic^ comt te pafTe het ghene den verdandighcn Kevfervan Roo-
■>£iuptiiari.im mefi c Jfilifis Cafar eens [cydc: aldus fprekende : Alle de mcnfchcn,
■>'■- die
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 203
. yitam tradit-
die in twyfelacntige dinghen laedt nemen ende geven, moeten wy at, yiro all
fynvanhaet, van vriendtfchap, van giamfchap, van medelyden &c het i""l digmim
gemocdt, daer de paflien tufï'chen comen, en fiet niet. Als ghy het ^^"{"^u ^Pt
vcrltandt te wcrck ftek , het is wel, ift dattergcenenongercgcldcn i,tip.* conn^
drift tuflchcn en ipeclt j anderfins en canmen niet goedts voorts- M.irc.^Ant,
brenghen. "/"^ ^""^
Den '' //. AmhroJtHs befchryft ons ten uytterftcn wel eencn goeden j.' o^mm, ho.
racdtf-man: Wilt ghy eenen goeden raedti'-man hebben Icght hy, mines, qui<U
dien fult ghy vinden, daer de deughtis, ènde goedtjonftighcydt . rebus conful-
Want wie taldereeneclaerefonteyne gacn foccken inhct flyck ? Wie '_""'•"'"'''"''
laldcr willen dnncken van een vuyl water ? hy gaet noch voort : bal- aijne mi/er,-
men dan meynen, datmen ergens iet goedts can uytputten, dacran- cordia -rucuot
dcrs niet en is als onkuylchcydt, onmaecigheydt, eene vergaderinge ^'' , ^*"f-
van alle Tonden? Wie falmen nuttigh oordeelen voor iemandts anders anilnusyèrl
profyt, daer hy fchadclyck is aen fyn felvcn? Wie fal connen denc- feryidet,uLii-
ken, dat dien myin raedt foudete boven gacn die ick van minderen ./'■"''/"'""J"^»
racdt moet oordeelen om fyn ongereeelt leven .'' fal my iemandt be- ""''" ''''" ,"'"
quaem diincken om my raedt te geven, den welcken aen lyn Iclvcn j; ui^do „on
gecnen raedt en heeft gegeven, daer en is noyt iet goedts te vcrwach- pojjldet.nbi e,t
ten van den raedt van quaede menfchen, van de welcke men anders '^""""'""■t-i-
■ ^ f , , ' , 1-^ j jr nim:is nihil
nict en Iict, als ongeluck, verdriet, ende verderf. ^^i^^^ q.j.i-^
De boofe endenydigeRaedtf-heeren hadden gcraeden aen den Co- .tpud Salufl.
ninck b Darius , dat hy een gebodt foude uytgeven , dat dcnghenen, ^ /«5»«rf»-
die dertigh daghen lanck van iemandt iet foude verfoecken, als van J^rimu'» '" '
den Coninck alleen, oock niet van Godt, fekerlyck in den kuylder Uc yns pro-
leeuwen foude geworpen worden. Eenen wreeden ende onrechtveer-^"^*'. ">•"•'«-
dighen raedt! door den welcken fy meenden Damel te verderven, """ P'^'^rcg».
ende voor de leeuwen te doen worpen 5 fy lieten hun vooriben, dat èjl„ in'^l'il
Damel binnen dien tydt niet en foude gelaeten hebben, f)nen Godt fontem repe-
te aanbidden, gelyck het oock gefchiede, ende daerom wierdt hy '"-^cT-r, s.
in den kuyl geworpen, maer Co^i bewaerde Daniel van de leeuwen, „-^.Jlm'^'
ende alle de boofe raedlf- mannen wierden felf naer hun verdicnllen b Omnis ,
in den kuyl gefmeten, ende. van de leeuwen, die Dnniel gefpaert '7"' petient
hadden , tcrttondt verfcheurt . nlTm'^^/T
Het gefchicdt v/el fomtydts, dat den raedt van de quacd-^ men- culLZe nJl
fql]cn wel uytvalt , maer evenwel, men magh daer op nict betrou- c^ homheuf.
wen, noch den felven volghen, den welcken Godt daernacr comt 'p'e'idjo.di^
omverre te ftooten ende te vernietiehen tot hun verderf. % L„!\ '!!
Den Racdt van Achitnpbel wierdt foo groot geacht, als of het den ,n U-nm Uo'
raedt Xjodts haddc geweeft ; hierom was David bevreeft, om dat Ar- "iw/i.Uaniel.iï
chtfophtl nu met fynen wcJeripannighen fone Abfolon was gevallen, '^, •^'■y""-
hy badt Godt-^ dat hy fynen raedt wilde vcrydelcn : Injatna Cji^AfimHs \ülodmn]'!fif-
( C c 2 Domme Jft<
204 DE GODDELYCKE VOORSrENIGHEYDT
fetfaflumco' neming cmfilium Architophel ; ende m etter daet den raedt wierdtver-
d,'}l7rJrTo. ^^'oyï? als AhColoti daernaer den racdt van Chi^fai qiiam te volghen,
mofiiajiijfen- wacr door hy het ongeluck crecgh , van met dry lancicn doorlteken
dion>;eri,t.i- te wordcp , om het welck <" y^chnnphel daernaer uyt fpyt ende gevoe-
Kes,.ij-y.z^. jg^ , oin dat Abfilon fynen raedt niet gevolght enhadde, fich infyn
huys quam te verhanghen. Men moet dan altydt den raedt van goe-
de menlchen volghen ;
Soodanige goede Raedtf-mannen fyn geweeft onfen Jofe^h voor
g die van Egypten , Mojfes voor de Jfraeltten , Darnel voor de Joden .
ConfiliurnXo- Den A H. Ambrofiis (Tprcckttr van: Jofeph^ feght hy, is profytigh
feph Mgypto geweeft aen heel het landt van Egypen^ foo dat het geenfins en ge-
T^T^it^non ^'"''l'^^ *^^ opgecomen onvruchtbaerheydt , jae de andere landen felf
Scnt\r,t^.an- byftondt .
nor'tmjierili' Daniël geworden fynde den opperden van des Coninx raedt, heeft
taieme^. D:i- yooj. f,ej- teghcnwoordigh ende het toecomeude forghe gedraeghen.
^olflhlni'm"' ^^^"^ ^^^ ^^^'- fcgghen van Mojfes? naer wiens raedt fich voeghdcal
arbiter f icf;is het volck van /fraïlf het wclck altydt wel luckte.
confiUii emi- Men can nu genoegh merckcn , datmen alleen den raedt Go^/j- .
iAyitprifcn- ^^^^ ^^^ goede menfchen moet volghen , eemerckt hy in Godt ce-
yit futura. vcltight IS, den welcken oock vroegh ott laeteencn geluckighenuyt-
^Ht^d de Mo- val fal hebben.
y(e loquar? Eer ick nu dcfe fede-lefle eyndigc, ick wcnfte wel, dat allctwy-
Tl'''\uot'd,'e felachtighe ende bedruckte menfchen naer Godt hunnen toevlucht
confdtampri- oock nacmeu tot fyne Moeder de alderhcylighde Maeght y^-7>7/z, die
floLihatuT^i. de moeder van goeden racdt genoemt wordt: Mater bom conjihi.
S.Ambr. /. 2. Hacrcn beminden fone , naer het feggen van de HH . Vaders,
"if"-'- • heeft aen fyne moeder de macht gegeven, om fynehemelfche gaeven
ende gratiën aen de menfchen uyt te deelen de wclcke, gelyck den
H. Bernardus feght, allegader moeten paflèeren door de handen van
Serm. ie ri- Mnna . Nihil r:os Deus haiere -volMt ^ cjuod per mnnns Mariic non tranf-
giUNnuy' iret . Sy is de uytdeylfter van den goddelycken feghen , ende fy en
wenft maer, dat alle twyifelachtige ende bedruckte menfchen tot
haer om raedt quacmen .
Daer is veel aen gelcghen altydt goeden raedt te volghen in faec-
ken van groot gewicht, oock in het aenveerden van ecncn ttact des
levens, die ons met meerdere rufteende fekerheydt can brenghen tot
de faligheydt .
Hier voor moetmen feer beforght fyn , ende fich wel beraedcn ,
ende hier toe dickwils raedt vracghen van de H. Maeght, die cene
moeder is van goeden raedt , Mater bom cofjjïlit , de vclcke aenge-
rocpen fynde , aen een ieder maer en wend hier in bchulplaem te
wefen .
De
UYTGEBEELDT in JOSEPH. zof
De woorden, die Rehcca fprack tot hncren fone Jacob : Fili mi Gen.;;.-». 8.
(icijitiefce confiltis mei< . Myncn tbnc volght myne racden , worden ManutftRi-
van de UU. Vaders toegeeygent aen de H. Maghet, als of fy oock ^'"^'j-'^fr^l
feyde: Gomt allcgaeder tot my , belbnderlyck al ghy noch in for- J'','^j'^,'Ji, J"^
ghe ende t>>'yffi'l (yt , van eenen ftaet uws levens , ende ick M u qniefie confi.
daer in helpen ende beftieren, het welck befonderlyck fync plaetfe ii'^mets.Ki.
moet hebben in het beraeden over den werelycken of geellelyckcn ^'™ ' ^^f^
ftaet. ^.dcLud D.
Veele menfchen jonghmans ende dochters fyn hier al te lichtveer- r.lib. i.
digh , van de weicke hun fommighe comente begeven ten houwe-
lycken ftaet .illcenlyck , om in alles hunne vryheydtte hebben, buy-
ten den lall ende vermaeninghen van hunne ouders ofte overften .
Andere willen trouwen uyt enckele blinde finnelyckheydt, oock om
enckel fchoonheydt, om ryckdommen, of om iet fulckx . Maer die
houwelyckenen kicken gemeenelyck niet, om datfy gefchieden fon-
dcr fynen toevlucht te nemen tot Godt oft fync H. moeder Manu.
Die H . Moeder Godts helpt hier in haerc dienaers ende die-
naereffen: fy verlicht hun verftandt, fybeweeght ende onlleeckt den
wille om hier in wyfclyck voort tegaen :foodatmenfomtydts tevoo-
ren fich geneghen voelde tot de wereldt, daernaer tot Godt ofte
Maria fynen toevlucht genomen hebbende, van fin heel comt te ver-
anderen, ende de wereldt te laetenj ende foo in cencn beteren ftaet
fynde geraeckender veele tot de laeligheydt, daer fy anders niet en
fouden toe gccomen hebben .
Het is bekent uyt het leven van den // Thoma-s van Acjuino^ dat
hy van de H. Maghet verweckt is geweeft tot de Orden van den
H. DominictiS .
Het felve wordt oock verhacit in het leven van den falighen Sta-
nijlatis Koftca , gcborf'ii uyt de eerfte Princcn v?n Polen , als hy eens
in eene doodclycke ficcktc van de H. Magct bcfocht wierdt, ende
van haer genefen, eer fv verdween, gaf hem den raedt, dat hygaen
foudc in de Societeyt van Jefus, het welck hy bekent heeft .
Van gelycken den roep van den fdighen AloyJÏHs Go?r^aaa tot de *
felve Orden is oock eene mede-werckinge geweeft van dealder-hey-
lighfte Maghet .
Hy was den oudtftcn fone van den Marquics de Caftillon, van het
huysvan GimTLaga ende Mantua^ ende Prins van het Ryck . Defen jon-
gelinck gecomcn fynde tot het-vyfthienfte jaer fyns jonckheydt, be-
gon te peyfen op eenen ftaet des levens, in den wekken hy geruftcr
ende fekerder fync faligheydt foude connen wercken. Hy was alsdan
te Aiadnd in Spagnien met het hof van den Keyfer, Godt aldaer
gcduerelyck biddende door de voorfpraccke van fyne moeder, om
C c 3 fvnen
aa<> DE GODDELYCKE VOüRSIENIGHE YDT
fyncn wille daer over te verftacn, endefoo hy tot dien eynde op den
fccft-dagb van onfe L. Yyouwc Hemehaen met alleteerc afFeólieont-
fanghen h-^dde de H. Communie, ende goduvruchtelyck aldaer ver-
locht den byibmdt van dcH. Maghet Maria, die dacrgenocmt worde
de moeder van goeden Raedt Aldier bom eonfilii^ fiet, heel onver-
wachts hoorde hy ecnc ftemme twee maels leggende : Jngredcre in
Societatem Jef't-i gaetinde vcrgaederinge van Jefus , inde welcke hy
ten letten met oorlof van fynen vader ontfanglien fynde , in defelve
fvn leven heylighlyck qunm te cyndighen .
Uyt al het welck claerlyckblyckt, dat de goddclycke moeder Z./^-
ria is ecne goede Raedtf-vrouwe voor allede ghcne, die tot hacraen-
gacnde het aenveerden van cenen llaet des levens hunnen toevlucht
lullen willen nemen .
Doch het en is hier in, niet alleen , datmen hacrtc raede behoort
te gaen, maer oock in alle andere dinghen j in fyncn coophandel, in
het bedienen van eenigh ampt, in het maecken van ccnigh accort ,
ofc in iet anders, gelyck het can voorvallen .
Hierom is het, dat fommighe Magillraeten van fledenhaer dick-
maels gecofen hebben voor haere Patronerfle in alle hunne beradinghen.
Den E. P. Jo^mies Nadafi van de focieteyt Jtfu verhaelt , d;it ia
eene ftadt van JtaUen otvacms. <% lJ--be i'etern^tw Magillraet derlelve
a UrbeVcte- dcfe gewoonte hadde acngenomcn, dat als wannecrmen ergens van
ri mos e,f ,>i. r^oelle raedt nemen, datter ccrft eentcecken daer van met de grootc
</«a«j D',. I ] fouje o;en;even worden, op dat den Ma'gilbaet met het volck
isnfilniZuU de H. Maghet ioude comen groeten , ende haeren byltanut verloec-
quotiesud £■ ken toteene geluckige uytcomlle van hunne beraedinghen .
ris i^mp.ini j^/j^^ foodanighen lof heeit oock den Magiftract van de iladt van
lEr''\M.i'r'i'. -Amwerfen door het atnraeden van dien grootcn dicnacr van Maria
jlratuconfii- den E. P. Franc: Cojlcr/zs van de Societc) t Jeüi boven voor het ihidt-
um inimr, huys docn ftellcndat fchoon groot beeldt van de H. Maght ALiria^
V,ls ü-""/v' ""^ ^'^^^' ^^'^"^ ^^^ ^'"'"'^ ^^'^'^ ^'^'^^ goede Raedtf-vrouwe , ter handt
'luL'^ddiU. hebbende, ende haer aenrocpende, in alle bcracdinghen eenegcluc-
r.itio ir.DtU- kigc uytcomlle te vercryghcn.
^.ii,,ral? om. Voor hct leftc alle goede Chriftcncn moeten hun lactcn voorllaen,
'"'■""• ''";"" dat fy naer Godt de alderbeftc Raedtf-vrouwe is voor alle menfchcn
illi prcab.u als haere kinderen , tot elck in het belonder leggende: F.ii TTsiaccjHi-
aJiuvent. efce confilils meis . Mynen fone volght myne racdcn, leeft allcgaeder
Nadaii- "» Q^^^ gedachtish fynde in uwen llact . dracght forge meer voor het ctu-
M^riu'ni. wigh als voor het tydclyclc .
lil dat wy defen raedt van Afaria\'6\ghcn.) wy fullcnfckerlyck mo-
ghcn verhopen, dat wy foofullen palTecrendocr de tydclycke goede-
ren, dat wy de ccuwighc oock fuilca vercrygen. Lact ons wederom
voortgaenin dcHilloric van yo/J^/j. III. CAP-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
III. CAPITTÈL.
Z07
Ve Ie n;ef}[chen in den tydt van onvruchtkterheyck cumm
ttyt honger s noodt 7iaiY Egypten ^ o?n graenentecoopsn,
ende onder andere comen daer oock. nyt het landt
van Chanaan de Broeders van jofeph.
a Igiturlriif-
Ls nu ten Icften de feven-iaf-rige vruchtbaerlievdt '"^'^'-^ jepiem
van graencn geeyndight was dan fyndcr gcvolght de " """" '""
leven jaerenvanonvruchtbacrhcydt, die Jofcphh^iddc
voorfeydt , waer uyt daer naer een aldergrootlte
gebreck ende hongers noodt quam te volghen, niet
alleen in Ej^ypteft, maer in de omliggende ende verre
landen. . . Niemandtencan van degroote mocyelyckheydt van den
hongher beter oordeelen , als die hem felf geprocfr heeft .
Den <! H. Bafiüus Bifchof van Seleucta fcght , dat ecnen fcherpen
hongher het mecfte quaedt is onder alle menfchelyckc ellenden , py-
nelyckcr fynde als alle andere foorten vandoodcnj want alle andere »•»""» <^'^l'»t
foorten de3 doodts de menfchen haefter comen om te brenghen > en- '//""'" • '*:
de het leven te benemen, het welck is eene licht pafTeerende pyne, ^"l'^"rc T,l'o-
ende eene haelHgher doodt > maer den honghers noodt ducrt veel lanr "'» "fferens
gher-, terftondt fmert hy, ende doet den hongerighen menfch trae- fi"'"'- ^'^'"*
ghcr befwycken, ende allenskens fterven, den wclcken te vooren het 'tauThlnl
lichaem heel onfienlyck maeckt teenemacl uvtgmergelt , ende daer- ^i.ümmcmcon-
naer den menfch het leven neemt. Het ghene ons den H. Bifchop ƒ"''«^'^'■'"'■'-
feer wel in tdruckt , dat fal ick hier in een diiydtfch rvm wat bree- '^"* ""'?"':"*
A.^ .ii-»iu„ ■' ^ """i'-"' '^'^''-
itnt; (S" j.iwes
Aiuf-iriiiKs efl
ni.tlnyn ,oiyus
ntcrtatis an-
lus, qui fue-»
ri\nt in JE-
Tff'to, c£pe-
runt •venire
aiini iiioptx ,
qitos prxdjx-
erAt jüjepj}.
Gen. 41.
■"• 53-
b HiimanU'
rum laLimi-
der voorilellen .
IVie fal den honghers noodt dit bitter cjftaedt befchryvefi ?
Een quaedt , dat 't lichaem wraight , en lanck tn fyn doet blyvin? '" "^"clnulèf-
De 7K,:egh' van hongher baj}^ als een verf.onden hondt; dt .[tnfimo:-
Geen quaedt dsn menfch foo quelt als die den hongher wondt .
Den hongher V bloedt verteert, voor d^ ooghen can hét blycken?
Het aenjichts foet coiem- fiet7nen ivel haefl befvycken:
Bleeckverii'igh is den mondt ^ allom een droef Tclaet^
Dat eerfl vol levens ' um ., allenshens meer veraaet .
De hnen fjn machteloos; den ganck comt te beneven ,
Men Jiet t' verteerde Ijf van alle canten beven,
Jiet, fchicr can bljven flacn , heel tqtgeput van bloedt .
Ejld^s den honghers noodt den menfch beflvj eken doe:.
ttin. S.BafiL
Epiic. Seleu.
m DtAWcine 8
ie ^ofcjih.
IFat
zo8 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
JVat fchrael en flauwe ftem ! men hoort hein na»w''lyx fl^reken^
Sy?j foete flem vergaet , en is bjcans befweken .
Nu hoortmen maer een fucht , niet meer een foet gefanck !
Het /inghen is voorby : men hoort geen bly geclanck .
V Is jammer aen te Jien de ingevallen ooghen^
Die heel verduyflert flaen ^ men Jietfe neder boo^hen
Van hongher ^ fonder er acht ^ en fchïer fonder gejicht ^
Claer* firaelen van te voor , nu echter fonder licht .
De beendWen^ en 't gewricht met vel maer overirocken^
Half droogh als eenen ftock , boort m" ujt hun felven fchocken .
'/ Lyf uytgemergelt is; gants fiauw uyt honghers noodt ^
In V ruggebeen maer vafl met een aenjiaende doodt .
OM nu te fpieken van den grooten hongher endc gebreck op
dien tydt vanonvruchtbacrheydt: Den Propheet yT/oiyê^ Ipreck-
ter aldus van : In tmtverfo orbe fames p-Avalttit . den dieren tydt is
machtigh geworden over heel de wercldt, dat is, gelyck de uyt-
leggers leggen, in de groote ende verre omliggende landen .
Als nu al het graen ende coorn verteert was in het landt v.in £V);^-
ten het volck van de gemeente wierdt- gedwonghen tot den Coninclc,
als tot hunnen vader haeren toevlucht te nemen., om noodt druft te
verfoecken : qua efunente clamavh populus ad Pharaonem altmenta fetens .
De welcke hy allegaeder vrindelyck ontfonck , ende tot 'Jofe^h fondt ,
die hun voorllen foude van het ghene fy tot hunnen noodt-aruftfou-
den van doen hebben . Qmbus tlle rejfondtt : Ite ad Jofeph : den wek-
ken volgens den laflvan den Coninck de fchueren opende , ende van
het opgefloten terwe vcrcochte al dat fy van noode hadden.
Het welck oock ftreckte tot lof van den goedthertighen Coninck,
die voor fyne onderfaeten beforght was , al hadde het moeten wefen
met fyn fweet , en bloedt, als eenen Pelltcaen voor fync jonxkens,
die by gebreck van aes , en éten met fynen beek fyne borll opent ,
om met fyn uytgeparft bloedt die te voeden ende in het leven tehouden.
Om die reden was het, dat de Coninghen \m\ Pormgael 'xn hun
wapens altydt gevoert hebben eenen Pellicaen met fyne jonxkens ,
omtebetoonen, dat fy oock met hun bloedt hunne onderdaenengeern
wilden behulpfaem wefen .
Geluckigh ende lofwerdigh is den Coninck, die aen fyn behoef-
tigh volck eene vaderlycke genegentheydt ende mildtheydt betoont,
ofte door fyn felven, oft door een ander, gelyck den Coninck Pha-
rao ende Jofeph dedc, die nacr hem den toevlucht was van alle be-
hoeftige, ende den trooft inden hongeis noodt van Fgypten .
Doch defcn honger en was niet alleen overgecomen in het Ryck
van
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. iop
Tan E^^vpen maer oock in alle omliggende cnde noch verderelanden, a omnesFro.
de welcke oock uyt groot gebrcck gedwonehen wierden , in Evypten "^i»^'^ feme-
1 I u ^ /L ■ j TT c -iV ^ batinJtvyp'
graenen te comen coopcn, gelyck het Itaet in de H. bcnlture met ,„^ ^.t tmt.
óck woorden : «■ Endeallc de Provinciën quaemen in Egjften om éten re»/ «/;.«, ct-
te coopen ende het quaedtvan de armoede te verfoeten . Lippomamu maiummopie
dien geleerden Billchop VAn Maofia hcch hier op eene ibete bemerc- Cen'^'^i T-V
kinge: men moet niet meynen , feght hy , dat de Foor/Fe>nghejdt Godtfi TexmsChaM.
hacrmaer alleen hier en vertoont in de naeft-gelcgen landen , om haer fichuiet-.re-
' 1. TC
tca tydevan haercnhonq-ers noodt byteftaen, rnacrbefonderlvck , op '"f''»'»""^-
dat oock in dic groot gebrcck denalmogenden , ende wylen Godt van „/erent ƒ•«-
Ifraël door delen iynen dienaer Jofeoh foudc bekent worden. maitiimklo-
VooiCsditgcbreck van graenen was daer naer oock overgccomen in %^-
het landt van Cknnaan , in het welck '^acob den vader van Jofeph^mcx. alle yoUn ■\-er"L
fyne andere fonen woonde, die oock verftuen hadde, datterin Egyften care fommum
veel coren en graen was, het welck vercocht wicrdt aende vremdelingc. Jofe/'l, ,ncm-
Maer eer ick voorrgae: dit fchynt, ten uytterften wonder te fyn , t^^"^^ fèrï^".
dat J-ofeph foo veel geleden hebbende ende nu in het negende' jaer ge-.-eltHr 7>
van fyne glorie ende verheffinge, ende met iyne flavernye te lamen ^^yctumi-c-
hct dry-en-twmtighlle, daer en tufTchen niet het minfte van Iynen "'^y-'^'ï^j»-
Ihèt en heeft laeten weten aen fynen ouden ende beminden vader rareThmill
Jucob^ daer hy nochtans wel condc dencken, dathyin eene langh- m Cen.
duerigc drocfheydt moefte geweefl hebben ; macr dit alles en is niet ^ ^udicns
gcfchiedt ibnder de fchickinge van den al Foorjlendea Godt . ""'7' >^.*""^''
h CorneliMs Alapide van onle oocieteyt (prekende daer van leght, ,.( ycnitren-
dat Godt aldus heeft willen waer maecken den droom van Jofeph^ t:,,- ni^.gjp-
dcn v/elcken hy hem hadde ingegeven, te weten, dat fyne broeders '"''"•'« >^"^
• uyt hongers noodt tot Jofeph in Egypen fouden moeten comen, om X'Jhüi^'al',
hem aldaer te aenbidden ofte eerbiedinge te betoonen . i\4et een ini^qucdtvi-
woordt gefeydt: de reden waerom dat Jafeph heel de faecke aen Ja- ''"."iroww-
cob foo lanck verfwcghen heeft, is gewecfc een werck van de l'oor- f'ZJ'l^r^^',',
fisnighcjdt ende fchickinge Godts, gelyck ick te vooren gefeydt hebbe. %ii,--.'\mite
Laet ons nu wederkeercn tot onfe hiftoric . Als wanneer dan dat »"/'« nta-iP.-
c Jacob verllaen hadde, dattcr veel corn ende voedtfel te coopen was ''"'• '^\t"'fl-'
•115 T- 1 1T1! 1 11 ""** "vinere ,
in het landt van Egypten het welck aldaer vergaedert was , ende dat- ^ „^ „ƒ,„.,•.
ter veel graen vercocht ende vervoert was naer andere landen: den manurinopui
ouden vader in groot gebrcck fynde feyde terftondt tot fvne fonen : *^^*" ""'^
Avel waerom dan fyt ghy foo forgeloos ende onachtiaem ? gaet ende ■''^'■'^"
treckt oock naer Egjpten^ cnde coopt oock het ghcne wy van noo-
de hebben om te leven , op dat wy van hongher niet en comen te
befwycken , ende te vergaen .
De Broeders dan naer vaders ^vlïnfch thien in getal fyn met hun ♦
■ gelde daer henen gereyll: , Bemarain den jonghllen broeder 'thuvs
D d lae-
c;en 4^. y. i.
iio DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
ketende tot trooft van den ouden vader, die het oock niet toe en
liet, op dat hem oock geen ongcluck np den wcgh enfoudeover-
com-n, gelyck het eylaes.' met fofe^h gcichiedt was.
. - ^(,.^ a Olcalier trcckt hier uyt defe goede ieeringe voor de kinders te
tonfr'/ <<<%»- weten, dat fy groote forge behoorden te >'raeglien voor hunne bejaer-
detunt,"'fi'' de oud>r«, gelyck de ouders eerll voor hun in haerejonckheydtge-
froyidtrent dacn hebben j by fpieckt aldus: Vcrmaent fynde van hunnen vader iyn
Z/è'umlfn'ei ^v gcrevlt nacr Egj^ien ^ om voor hem cnde voor hun Piven voedt-
'fih,'<^\.i^vn, f.'l te bcforgen ; want gelyck de forghvuldige ouders ibrge drae-
bMproride,:., gg,-, yQQj. h^in fclven cndc vonr hun minderjacrige kinders, lbo moe-
"V"Z'-""u ten oock de mccrderiaerigc kinders bcforght fyn voor hunne ouders,
cr'jeii'il'u^'i''- befonderlyck als fy in hunnen ouderdom hun felven niet en connen
bent proyide- helpen. Jac ; fy fyn daer toe verbonden op groote fonde, als deou-
re. Oleailer. j^^j.^ andei fins in een grooi gebreck ende uytcrilen noodt fouden we-
fcn , het welck de reden ei.de de nature hun gcnoegh leert .
De Heydenfche fclve hebben daer voor aitydt met eene uytterfle
neeritighevdt beforght geweell . Eene preuve ofte twee daer van lal
ick hier maer bybrenghen .
h Patrem ^^ hillorie van die foethertighe cnde medelydende dochter, daer
•velHt i>if.mté l> l'"alert!M Maximm van fpreckt is ten uyterllen prysbaer ende te
fetiori fuo ycr ivondtTcn i dc welcke aen haeren vader in den kercker om eenigh
admotiimalu- g,.Qoj mitdacdt vcroordeclt was, om van hongher te Iterven .
'L^ntToml Defe dochter daer van kennill'eg'cregcn hebbende haddeden wegh
fMmo.u-liyiu gevonden om fomtydts by hem te comen, de welcke alsdan haeren
hHjM facti if verhongerden cnJe doritighen vader met het fogh haerder borllen
tnu^inem pi- j^^^^j, j^^ ^^^ 1 vcn haddc pchouden . Daermen in verlielt Itaet ende
Viler. Max. bc'vecght , ailmen dit alleenlyck in eene Icniiacrye liet verbeidt,
TfW'öExterna. gelyck l alerim oock wel leght
/. y.i.^. «.X. piyaiiu V'Thaelt iet fulx van eene dochter, die orlofgecregen had-
de van den Rechter, om fomtydts by haer veroordeelde moeder in
den kercker te gaen, macr wierdtalt}dt onderlocht, of fy gcene eet-
warre by hacr en hadde, om haer moeder te fpyfjn.
Nu al eenige dagen voorbygcpafieert fynde, was den rechter ver-
wondert, niet wetende, hoe die moeder lbo lanck in hetitvencon-
Az biyven . Maer alles daernaer van den overiten des kerckers wel
afgefpicdt fvnde, figh hytcn leiien die dochter oock met het fogh
haerder borllen haere moeder in het leven bcwacrcn .
Het welck daernaer den Magiftraet verilaen hebbende het leven
fchonck acnde moeder om de groote cnde bermhertige lietde van de
dochter} alwaer oock daernaer lot gedachtcnüTe van de moederen-
de dochter wierdt opgerecht een«n tempel van Bermhertigheydt ,
Soodaenige forge ende liefde moeiten alle kinderen naervolghcn.
Om
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 211
Om nu voort te gaen in onfe hiftorie van Jofefh .
Syne thien broeders waeren nu al op den wegh j maer waerom en
hadde Jacob fyne knechten niet gelbnden , om graenen te coopcn in
de plaetfe van fyne fonen ? Dit was wederom een werck van de God-
delycke Voorftenigheydt ; want het waeren de broeders ende niet de
knechten, die Jofeph hunnen broeder volsjens fvnen droom in ffyn- ., ,. .
ten moeiten aenbiddenj ende üie broeders allegader , iegnt a Cln-yfn- fery,rent, <y
fiomiis , niet dr}e ofte vier , gelyck daernaer Benjamin oock doen 'mterpretatio'
foilde. nemfomni,,
Soo dan door Godts beftieringe ly waeren nu gecomen in Egypten fcLderuntde-
tot in de Ikdt iclve in de welcke Jofephw-x^^ alwaer hy aendehon- '"« fiatres.
gerige ingeboren en vremdehnghen het graen ende terwe vercochte. S.Chryfoft.
Hier is nu de plaetfe, in de welcke lal beginnen voorgcftek te
worden de uytcomfl:e van de crachtige ende ibete roor^entgbeydt
Godts, met eene uytwcrckinge van de liefde van Jofeph tot fyne
broeders , ende van vreefe der ielve : ten leften eyndigende met ccne
gemeync ende onverwachte blydtfchap tunchen mnlckandeixn .
De broeders waeren nu geleydt by Jofeph, voor den welcken fy
terflondt op hunne knien ter aerden vallende den felven aenbaden en-
de eere bewefen .
Daer laghen fy nu op de aerde, alle eerbiedinge aen Jofeph be-
toonende volgens fynen droom , den welcken hy hun rechtfinnelyck
uy tgeleydt hadde . b £ / •
Het welck 6 Procophu ons feer wel voorftelt , feggende ; fiatres nef'L
Sict hier nu de broeders van lofeph volbrenghen den droom van <■«'" 'mphnt
hunnen broeder, die fy nu eerbiedinge bcwyfen. Sy en hadden dit ƒ""""'"" ?"-
noyt gedocht, ende fy en peyfden als dan daer op niet, hem oock ^aL' 'J"""^'".
geenfins kennende , maer lofeph kenden hun . Ende het en was ^nntur. Pro-
niet wonder , dat fy lofeph niet en kenden , want hy nu ncghen- copius.
en-dertigh jaer oudt was , ende van fyn fellhien jaer feer verandert ,
als iy hem aen de voor-bygaende Ifmaelite/che cooplieden vcrcochten,
nu heel gebaert fynde , ende van een treffelyck wefenj ende al of fy
ouder van jaeren waeren, als lofeph wierdt vercocht , fy en waeren
evenwel foo feer niet verandert, of lofeph kende hun allegader , mif-
fchien oock niet fonder de medewerckinge Godts ,
Wy fuUen nu teritondt gaen fien , op wat maniere lofeph fyne broe-
ders ontfangen heeft als wy eerfl in de volgende iedelceringe fullen voor-
geftelt hebben den wonderen ende moeyelycken handel Godts ,
oock met fyne vrienden, de welcke hy door menigh ende verfchey-
den lyden tot hem treckt , om hun aldus te brenghen tot hun ge-
luck ende eeuwighe faligheydt.
D d z SE-
2IZ DE GODDELYCKE VOORSIENICHEYDT
SEDE-LEERÏNGHE.
■ De ellenden ende teghmfpoedt brenghen ons tot Godt.
E liefde ende for^he voor fyn felven is alle menfchen inge-
boren, enje alsnicn in nooat fvnde fyn felven ni t en can
heipen, men neemt fynen toevlucht tot eer» ander. Die heeft
onder andere claer g.-bteken in de broeders van Jofe^b , de welcke
gLXomen fyndc in eenen uytterlten honghers noodt, gclyck \vy ter-
Itondt gchoort hebben , wierden geuwonghen te reyien naer het
landt van Egypen , alwaer menigh cooi n enue graen aen de andere ,
oock aen de vremdelinghen wierdt vercocht . Den goeden (jodt
hadder in voorlien voor de hongerige ende .behoeftige menfchen
door Jofeph f> ncn uytxxrcoren vnendt .
Hier moetmen nu famen mereken eene befondcre bermhertigh-
hc}dt Godts, den welcken oock de menfchen, die in gtluck enóe
voorfpoedt fynde, op hem niet veel en peyfen , door teghenfpocdt
tot hem hunnen toevlucht doet nemen .
Godt fendt iomwylen aen fommige menfchen veel lydens ende
veel fwanghcydt over, om hun de ooghen te openen , de welcke
door den voorfpoedr gefloten waeien.
Een ongeval , eenen llagh , eenen ftoot is dickwils occafie ende
oorlaecke , om ons tot Goot te doen keeren, ende te geraecKen tot
onfe falig'.eydt .
Oodi, loomy dunckt, handelt hier met ons, gelyck fomtyd^s den
herder do.t met lyne Ichacpen : als den herder ergens liet een van
fyne fcha; pen te verre atwycken van de anaere, wat doet hy ? hy
worpt naer het icive met eenen clondt aerde, ende aldus hetlcnaep
ger^cckt iynde, keert terltonüt weder by den herder ; het welde
een clacr nnne-beeldt magh genoemt worden van den handel Gouts
met de men'chen . Een rymken lal uit uytleggen met het üevics
dat volgt naer de print .
w
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
ZIJ
Door teghenfpoedt ^ dnick en verdriet
Men beter wordt , en beter Jïet .
Het finne-beelJt wordt uytgeleydt .
MEt V opflaen van de fon den herder met fjn fchnefen
Recht naer de velden treckt , om hun den cafl te raepen j
Die f. echt hy , waer hy can j en daer hy comt te gaen y
De beeftiens u'el geri^tfi hem volghen achter aen .
\Al is het noch al vroegh^ fy naer den coji verlanirhen ^
Dis Jtetmen (Imx op i' veldt , of van de berghxkens hanghen^
Sy byteti gtiljigly- toe . Dm leydt d.ie over al .
En [onder vi ees van val , oft eemgh ongeval .'
Dan gaet den herder voort naer V hofch oft ander hoecken^
Om voor fyn lieve kudd' den nieinven cofl te foecken ;
En tot noch meerder fo'gh , gaet met ffn fchup in d^ handt
Voor allen ongeval o^ V een of V ander landt ^
"^ D d 5
Df
zi4 DE GODDELYCKE \^OORSIENIGHEYDT
De fcliHp hem vnorder dient voor pfne lieve fchae^en :
^Is een te guljigh fchaep fyn cofl te verr' wilt roeten ,
Strax neemt een aerden dom ^ heel herdt en vaji en Jïjfy
En worft naer f' dertel dier recht henen op het lyf.
'De beefl Jiet achter om; den ivorp doet 't fchaepLen leer en ^
Haefc naer den herder toe ^ en nae de refl te keeren ^
Den worp heel nuttigh is , een flootien van een vriendt ,
D:e aen het plichtigh dter tot weder keeren dient .
Godt oock een herder is: Dit-s handelt met de menfchen
Niet altydt naer hun wtl ^ oft hun verblinde wenfchen
Gants door hun drift vervoert ; altydt naer li'.flen fiacn j
En als een fchaep verleydt eylaes 1 verloren gaen .
Godt Jiet die blindt heydt aen van die verdoolde fchaepen ,
Die f onder forgh' van Jiel meer naer het werelfch gaepen .
O Heer y ^">' J) naer pel in blindtheydt gaen te grondt^
Ey raeckt htm op het lyf met eenen harden clont .
Dïvinght hun bedorven aerdt, laet hun niet verder zi'oelen ^
O Heer V fal heter fyn dat Jj « handt gevoelen ,
Een vaderlycke handt vol van bermhertigheydt y
Die recht hun dienen fal tot haere faeligheydt .
Het blindt verloren kindt , dat foud" , en wilde reyfen j
V Gebreck hem nuttigh was; begon op Jich te pejfen :
M 'eer tot f/n vader cjuam , bedroeft tot in fyn fel ;
Den vader '/ hem vergaf ^ het kindt ter aerden v:el .
De feckty t' verlies van goedt , en vrienden can ons leer en ,
Verlichten ons verflandt , om ti'eer naer Godt te keeren .
Een Vaders handt die dreyght ^ en oock de kinden raeckt j
Die nut en faligh is , en wyfe kinders maeckt .
DEn Coninck David door fyn fchandigh overfpel endc plich-
tige moordt als een dertel ende blindt fchaep was afgeweken
van Godt fynen hemelfchen herder, verder ende verder af-
dwaelende ende teenemael dooiende liep recht naer fyn verderf, hy
bekent het felve in fynen ii8. Pfalm. feggendc: lek hcbbe gedoolt
als een fchaep, dat verloren was. Erravifcut ovis quA pemt . Als den
hemelfchen herder dien genaedighen Godt D^w^^f^gh , hoe heeft hy
met hem gehandelt, om hem tot fyn felven te brenghen? Hy heelt
hem met eene dry-dobbele ilraffc overvallen: fynen legherdoen vcr-
gaen, het geboren kindeken het leven benomen, ence hem laeten
vervolghen van fvncn fonc Alfolon .
David fich foo geftelt liendc , ende van Godt dien hemelfchen
herder geraeckt met ecnen iloot ofte worp van fyn herders fchup
wierdt
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 215-
wier 't in fyn gemocdt beweght fcggende't ó Hccre uwe roede ende a p-o/f<jiiam
uwen liock hebben my getrooll: l i'ga tna & ijiichIiu tum ipfi me ^oangnfluiM
confoiata 0-1»^: dat is, eelyck feelit den geleerden Lnnr.iu van onfe *'„ ' . "'■"■*"
bocietcyt, die vennacndcn my , enuc leden .ny o mynen Oout tot Peumfuum,
u comen ende tot u weder i\eeren. Hier moetincn bemercken, dat <^ egnt>m>ii-
den Coninck Dnvid nu van Godt geuratt fyndc, fich verheu_;hde, "■'•"•""■""'''e
ende voldacn loonde: gcm -rekt hy leyde, dat hy in den ftock en- ex'.i„diyit''^0.
de roede, daer hem GoJt nude hadue gellrart , fynen trooll hadde r.itionemeius
gevonden: f irga tna & bacuhu tmu i fa me confoiata frnt . . re4iixitq;cnm
Gelvck den Coninck Dav^d fatih , dat de goddeh cke ftrafFe hem '" "-"f-'""
faligh was geweclt, waer door hy lich tot Gout Iceerdc; , foo is het „.^.'^Paralip.
oock gefchifdt met veele andere Princen ende Goninghen-. /.2...33.V.12.
Den Coninck a Mm.iffes wefende in volle voorfpoedr, ende alles
hebbende naer fynen iin , leefde heel fchandelyck ende ongoddelyck,
maer als hy van Gndts handt was geraeckt , van fyn ryck berooft,
ende gevanghen naer Baljlonten geleydt, dan heeit hy fich ten le-
ften tot Godt bekeert, ende penitentie gedaen, ende Godtheeit fyn
gebedt gehoort , ende hem veer te Jcrulakm op iynen throon g<- Helt . ^ Cont' 1
Den b H. Ambrojïns (x^\ec\x.e\- oock van: Alnnafes , ieght hy ge- corrcft^s fia-
flaghen met de goddelyckc fweep keert fich terilondt tot den Hce- ?*■"" <-on-\'er-
re , ende nu in de llraffe fynde kent Godt, den welcken hy noch """" ^^'
m lyn ryck iynde niet en hadde geiocht. ccjinuL a-
Wencefaiis Coninck van Bohemen is aldus tot Godt bekeert , als gr,ofn,q„ein
hy van iyne vyanden gevangen was , ende in den kercker fittende '" '■'a'.'" "'-j
gevraeght wierdt, wat verfchil dattcr was tufl'chen eencn gevanghen [^^./nl!,'"' "s
ende vrycn Coninck, Omd inter caf-tivum & liherum Regem mterefet ^ Ambiof. de
antwoorde, dat eenen vryen Coninck maer en peyfde op het tyde- foemt, c.iy.
lyck ende verganckelyck , ende eencn gevanghen Coninck op het
ceuwigh . Voor dat ick gevanghen was, feyde hy, leefde ick maer
voor myn plaiüer ende voldocningej maer nu leve ick voor Godt,
"Tune vivebam mihi , nmic i'eo .
Het is maer al te waer, het ghene den Propheet Jf/ias feyde:
Heere in de benoudthcydt hebben i'y u gefocht: Dnmine m angnfiia
recfHdJiverünt ie. c.i6. \6. h'ci is voorv aer een groot geluck, alf-
men door teghenfpoedt fich tot Godt bekeert . /« ycrla
Het felve feyde fccr wel den H. Gyenurim Paus van Roomen met Compelle m-
defc woorden: Febx necejfitas^ q'ns, ad Denm t^os ire com^elltt ^ het is
et-ne geluckige noodtlacckel}ckheydt die ons dwinght tot Godt te
keeren .
Hel is feker dat den teghenfpoedt eenen van de belle middelen is,
die de goedtheydt Godts dickwils gcbruyckt, om de menfchen tot
hem te treckenj alsdan worden fy gclyck met fpoorca aengedreven,
ora
zi6 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
om tot Godt te loopen , gelyck feyde den H. Thomas k Villa Nova . T>-i-
hidationes calcaria funt , qudi, nos currere ad Deum compellunt . Aldiisf eght
hy is Paulüs tot Godt geloopen, als hy den falighen fpoor-ilagh ge-
voelt hadde: PatihfSiibi calcnna^ ubtfiim-dum Jenjit ^ ad Deum recHrrtt .
Aldus door den nooit ende tcghcnlpoedc ireclct Godc ve-ele mcn-
fchen tot de fa'igheydt, nier alken Chrifteneng mner oock Hejden-
fibe ^ die aldus bekeert lyn tot het Chriften geiooF, dit b'vckt in de
bclcecringc van Ga/iicr.mij den opperilen veldtovcriicn van den Ke}i"cr
ConflanjtfiHJ ^ den welckcn ten houweh'gkgefchickt v.'as met de Prin-
cefie Conflantia fyne dochter. Dcfeniyn fclvcneensomringht vinden-
de van die van Thraaen fyne vyandcn in groot getal , ende hy met
luttel volck, van het welcke noch een groot deel hrm verliet. Soo
gellek iynce in een uyterl'ce benoudtheydt ende niet fiende , hoe hy
fich uyt het pcryckel trecken Ibude, heeft ten lellen door den raedt
van twee hcyligc mannen Joannes ende raula-s , die de camer-heerca
waeren van de Princefle Conftantia^ fynen toevlucht genomen tot
Godt, hem belovende Chriften te worden, wacit dat hy het groot
gevaer condc ontcomenj ende fiet terftondt openbaerde hem cenen
jongelinck meteen cruysop fyne fchouwers tot hem ieggende : neemt
u fweerdt ende volght myj als wanneer hem noch twee gewapende
mannen ftaende aen lyne zydcn hem oock icyden : wy fullen u oock
byitaen, treckt vry door den legher, u bloodt fweerdt met uwe han-
den vafthoudende, gact voort, tot dat gy com.t by den Coninck ,
het welck alles gedaen fynde , hem gevanghen nam , die Ikh cerltondt
ter aerden wofpende voor fyn felven ende voor fyne foldacten het le-
ven vraeghde.
Aldus keerde GaüicanM viftorieus tot Conflarjtin-ts den Kcyfer, en-
de corts daernaer het H. Doopfel ontfanghen hebbende leei^e in al-
le foorten van hevligheydt, ende cotmoediglieydt tot verwondcnn-
ge van alle menfchen .
lek magh daer-en.-tu{rchen wederom feggen : Fel-x neceffhas ^ ejue
ad Denm 7ios irc compellit: Het iseenegeluckigenoodu'aeckclycJdicydf,
die ons dwinght tot Godt te kcercn .
Voorts dit geluckigh bedv/anck in een uytterfle gevacr , en heeft
niet alleen plaetfe gehadt in den oorlogh , ende in groote heeren ;
maer oock in alle foortcn van ellenden, van fchande, van armoede,
van druck , verlaetcntlieydt &c .
Aengaende de Schande: het is fekcr, datteralvcel bekccit fyn om
't)
eenigc oneere ofte uyt vreefc van fchande .
Godt merckende door fyne Voorjiemghe^dt ^ datter fommigc eerfuch-
tige lichter door fchande als door iet anders tot betcrniile huns le-
vens fouden bekeert worden, fendt hun over eenige verachtinge en-
en-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 117
ende verfmaedthcydt , David Cpreckter van feggende: tmple facies eo'
rum tvnominta ; & cjuarent nomen tunm^ Domine . Pf. 82. I7. OHee»
re vervult hun lieder aenfichtmet fchande, ende dan fuUen fyuwen
naem foecken . ^ ^^^^^ .^
a Ayguanus ecncn treffclyckcn fchryver uytleggcnde defe woorden terram ex e.
van Davtd^ feght , dat /'/j«/»j den vervolger van Chrifti nieuwe kerc- ^•io'j.chrifi»
ke van fyn peerdt ter aerden gefmeten fynde , Chriftumalsden waer- /"""/'"'««n
achtighen Godt bekent heeft, ende dit uyt groote fchaemte. 'fèn^ff^'^
Hier comt te palFe het ghene ons van eenen edelman verhaeltden chnflum tt.
E. P. Hteron. Platus van onfe Societeyt: defcn edelman met naeme '■HmDeuma.
Petrus Confalvi'.s neve van den Biflchop van Falencia in Spagnien , tuanós' f'
heel trots ende hoveerdighomfynen grooten edelen ftaet, enderyck- pfalmos.
dommen , die hy misbruyckte tot Ichaede fynder fiele , wilde Godt
tot hem trecken : wat dede hy ? eens rydende met andere Cavalliers
op een feer fchoon ende clocck peerdt door de ftadt tot verwonde-
ringe van veele om fyne groote ervaerentheydt in het reyden , wierdt
evenwel onverfins in het geficht van veele menfchen van fyn peerdt
gefmeten, vallende in het midden van het flyck , als wanneer daer
uytcomende heel beflyckt, van alle de omftaende kinders uytgelac-
chen , ende van andere befpot wierdt , fich aldus in volle fchaemte
vindende ftelde tcrftondt vaft by fyn felven , de wereldt oock uyt te
fpotten , ende die te verbeten , gelyck hy het niet lanck daernaer in
het werck ftelde , gaendc m de Orden van den H. Dominictts . Als
wanneer hy mochtc met David feggen : bonum mihi ^uia hiimilinfii
me. O Heere het is my faligh , datghymy veroodtmoedight hebt,
ende foo door defe fchande tot u , ende tot de faligheydt mynder
fiele hebt getrocken .
gelyck delen edelman door fchande ende befchacmtheydt tot Godt "^'^^''^fm"
getrocken is, andere fynder tot Godt gccomen door gebreck ende MaladiaT.i'.
armoede , daer Godt van ipreckt by fynen Propheet MalicbiAs feg-
gende: lek falu lieden armoede overfenden, op dat ghy, door hongers-
noodt gedwonghen fynde, tot m^ foudt comen Mittam in vos ege-
jiatem .
Wat claerder preuve canmen hier van hebben als in den verloren
fone? Hy was afgeweken van fyn vaders huys, maer als nu al fyn
goedt en geldtin dronckenfchappen, endeinoneerlyckheydt verquift
wasj wat dan gedaen ? eylaes om fynen coH te hebben, hy moeit
fyn felven gaen verhueren ergens aen eenen pac-hter, om de verekens
te dryven , met de welcke hy al dickmaels moeft eten by gebreck
van broodt ende beteren noodtdruftj fich foo geftelt vindende in ee-
ne uytcrfte armoede ende ellende ende van alles berooft begon hy te
dencken op fyn gemackelyck voorgaende leven, ten leften en iagh
E e niet
ii8 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT;
riet beter in fynen grooten noodt als tot fynen goeden vader weder
te keercn, di'- hem vriendelyck ontfanght, den wekken Godt ver-
beelde ten opficht van alle andere bcdruckteende verlaetcn londaers,
die GoJt oock aickwils door armoede, gebreck ende vcrlaetentheydt
tot hein treckt .
^ ^^. lek moet hier noch byvoeghcn , hoe dat Etdoguu ■ door gebreck
thie s ''* weder tot Godt gckccrt is, vanden «velcken in het lanck den E. P.
tmf/f.j.Cauf- Nicola-is Ca:<Jin in fynen boeck genoemt La Cour Sainüe^ het Hey-
^'"- ligh Hof
ïidicvi EulogÏM^ eenen fteen-houwer van fyn ambacht , was feerge-
CiTCA annum negcn tot Godts dicnft cnde tot de aennen, aen de welckehy uyt-
Domtm 51». je^-ije ^ fi^j- ghene hy naer fyn onderhoudt over hadde van dat hy
elcken dagh hadde gewonnen. Onder andere aermengai hy oockfom-
tydts eene almoeiïe aen eenen godtvruchtighen Eremyt met naeme
Daniël den welcken Godt dickwils badt , dat hy aen defen Etübguu
een groot geluck wilde vcrleenen, het welck oock gefchiede, want
hy eenen grooten fchat van goudt en filver in de aerde vondt , al-
waer hy fteencn uytcapte . Maer dien fchat en was hem niet faligh :
want corts daernaer fyn ambacht verlaetende trock hy met fyn geldt
naer Conftinii' opeien ^ ende aldaer allenskens met jonlben ende giften
kenniffe maeckende met eenig; groote heeren geraeckcc hy in hec
hof van den Keyfer y«/?»V//« , vun den welcken hy naer ecnighen tydt
door de vooifpraecke van die gewonnen vrienden Capiteyn geltelt
wierdt van de Keyferlycke wachte , levende alldan in alle hooveer-
digheydt ende irotsheydt. Het gebeurde weynigh daernaer, dat den
Kevfer jpijimm q.iim te ilerven , in wiens plaetfe Jnjiimanti^ Keyfer
wierdt g."itelt, daer hun twee Princen Hyp mms ende PompetHs tegen
ftelden, feggende dat ly felve volle recht hadden tot de keyferlycke
Croone als de eeni jc neve van den Keyfer Anaftajiiu den voorfact
van den overleden J :(itnm . V)<t{<z twee Princen ten lellen wierden
van y'<///«/ö« «overvallen, ende met de doodt gellraü. Alfvvanncer £"«-
lo'TiHs den Cnpitcyn m^t die twee aengcfpannen hebbende met groot
geluck nu alles verloren hebbende door de vlucht de doodt ontquam,
voortaen niet beter fi nde, ais naer fyn eeril: Hecht ambacht weder
te keeren, in het welck hy wederom lïgh begaf tot fyn voorigh oot-
moedigh en goutsdienlligh leven. Siet Godt liet Enlogium comen
tot fynen gebreckelycken itaet , om hem aldus te trecken uyt alle
peryckelen van fyne faliglieydt.
s skut Ca. ^^"-''^ ootmoedighen ende geleerden Idiota feght , dat Godt fom-
gnta. infixK. mige tot hem treckt door ileckten, ende foodanige ongevallen, ge-
ccrdi'nihe'!,: jy^^ als jcmaudr a feght hy, die meteenen pyl in het l)t gefchoten
«f rimcdi:tm ^^ teriloi.üt den byllandt van den chirurgien eebruyckt, alfoo ee-
tiHJiru'.iiT , lic ' ' <j o J ' .
' ni- nigc
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. zip
nige tribulatie ofte tegenfpoedt, dichet herte leeit doet, verweckt trihuUtloi».
oock een be Jruckt menfch , om eenighen trooft te foecken , den welc- [^^"^ jf'J^'^
ken hy niet vindende in de fchepfelcn , ten leden fyncn toevlucht aii^SfouL
ncemt tot Godt fynen fchcpper ,ende waerachrighen medccynende umqu^ratur.
trooft van all'^ menfchen . ^'iaV'^b!^
Hier van hebben wy eene preuf in eenen heydenfchen Prins van f„',^''°'",^^i^
Brafil^ van den wekken den E. P. y/vmcwfprecktinfynehillorie van \&xQX2.ie -vt.
Ind.en in het jaer If88. »■'» ft>>iitnt.
Delen Prins en wilde Ikh eerfl: geenfinsbckeeren tot het Chriften
geloof, macr dacrnaer in een gevecht teghen fyne vyanden met ee-
nen pyl fsvaerlyck gequeft fynde, cnde nergens in byftandt vindende,
keerde fich ten Icften metter herten tot Godt , fcggende aen cenen
van onfe Rcligieiifcn , die hem quam vertrooften dat hy nu het Chriften
geloof wilde acnveerdcn . Alswanneer hy genoegh onderwefen was ,
wierdt hy gedoopt tot fynen grooten trooll. Eenige daghen daernaer
in groot perykel fynde van llerven , gaf hy lail aen eenen van fyne
dienaers, dat hy tot hem roepen foude eenige van onfe Religieufen,
die hem in fyn iterven foudcn wille byftaen , maer fooer niemant on-
der hun gaen en wilde, om dat fy noch hertneckigh bleven in hun
geloof, nam hy felf in fyn handt een crucifix ende het felve met
alle eerbiedinge omhelfende ende in traenen vloeyende quam foctelyck
in den heere te ilerven.
Voorwaer eenen geluckighen fcheut voor dien heydenfchen Prins,
ende eenen ftlighen pyl, den welcken fyne fielededeopvlieghen tot
den hemelfchen medecyn Jefiis, den welcken hem tot fyne faligheydt
hadde genefen .
Uyt alles het welck datter gefeydt is, canmcn genoegh fien, dat
Godt feer dickwils veele mocyelyckhedcn ende ellenden de menfchen
overfcndt tot hun meelte goedt , op dat fy alken op Godt foudcn
peyfen den welcken fy te vooren vergeren ten tyde van geluck en-
de voorfpoedt, die hun waerfchynclyck fouden.gebrocht hebben tot
hun eeuwigh ongcluck ende vcrdocmmenifle . , proflden.
Ende dat is een werck van de Goddclycke roor/Fe^i^'-eydr {eghtócn tianobu aui.
a II. Hierorijmits^ datter ons veele miferien overcomen, op dat wy tl">n iiaU »«
alfdan door al het menfchclyck verdriet fouden moeten tot Godt kce- ''''ƒ'"""« "»
ren. Wy moeten dan dcncken, dat alle die overgefondcn eUaiden i^"-llr'i<''"a.
nier anders en lyn als teeckens van de goddelycke bcrmhertighcydt . itmaauhui
Geluckigh fyn de ghene, die de lelve van'Godts har.dt aenvccr- ''''''" "'"''"''
den, ongcluck igh, dk de klvc verflootcn, ende te-hen Godt on- J.S'"''! '"
vcrduldigh clacghen . s.Hierun. ai
Dien goddeloofen Pharao heeft alle fyne plaeghen van Godt hem '■«' '^«■'''"' ^-
toegefonden tot beterniOc ende fvne bekeerinn;c onircluckelvck mif--^"'''^''?''"'
^ c i bruyckt.fpinis.
lio DE GODDELYCKE VOORS lENIGHEYDT
bruyckt. Doch dat hy fich met een rouwigh hert tot Godt niet
gckent en heeft, dat moet hy wyten aen fyn eyghen felven, ende
aen fvn boos ende hardt gemocdt .
Oiigcluckighen Koninck ! die hierom van de tydelycke plaeghen
ende ellenden gevallen is in de helfche plaeghen , ende llrafFe van het
ecirvvigh vier.
a Popu'w Gelyck het eylaes! met meer andere gefchiedt is volgens hetfeg-
Mnefire^er- gen van « y/Tz^M fpre kende van die , de welcke van Godt met eeneva-
/$t,ü !.enu. derlyckc handt geraeckt fynde tot hem niet weder^ekecrt en fvn.
laias.6.j).-v.i3. Oeluckiger was Davtd^ gelyck wy boven noch aengeraeckt heb-
ben , den welcken van Godt om fyne Tonden geftraft fynde , ende nu
van hem afgefchevden was als een dolende fchaepken tot dien hemel-
fchen herder wederkeerde met een lecdtwefigh hert , feggende ; Jck
hebbe gedoolt als em verloren fchaepken .
O Goddelyclcen herder I als ghy my ftrafte , ben ick door uwe
foete ende crachtige genaede tot u wedcrgekeert ; Erravt ^ficm ovU qut
^eriit , Pf . 1 1 8 . V . 1 7Ö .
Hoort het felve in een rymken :
V Is tvaer , en V wAi myn fchttldr ; tck dwaelden van dien herder^
Die myne Jiele focht . Eylaes ! liep noch al verder ^J^
Aleer als een fchaep verblindt l o herder van mjn Jïely 'ij
vf// tck noch vei der liep.^ ghy ivaert my op ae hiel, f''
JHoe heb'' ick dat verdteni ^ it vader m)n beminden l
Die f als ick vluchtto^h ïiat^foo haefi my •u/ifl te vinden'^-
uiliydt wj volghde naer. Jck h noyt laeten fal^ '■'
Die mynen herder Jjt , en vader , mynen al , ^
SOndaerige fiele , die oock door u boos lever» foo verre (yt afge- *
weken van dien hemellchen herder uwen Godt, die u nochtans
door fyne gratie ende infpraecke foo dickwils heeft comen beloecken, '
ende getracht door voorfppedt ende tegenfpoedt tot fich te treckcn,
hoe en hebt ghy die jonlte niet beter Avaergenomen, jae fyne ge-
nade foo hertneckelyck mifacht ende misbruyckt, ende noch boofcr
geworden fyt om fyne vaderlycke Ibafte? Syt nu wyfer, ende van
Godt wederom ontfanghen hebbende een ilootjen van tegherfpoedt ,
van fit'ckte, van aermocde, van eenigh verlies van vrienden en goe-
deren &c. Ontfanght nu alles geerne van Godt als van eene vader- •,
lycke handt.
Keert u ten leften met David ende met den verloren fon^ ende
meer andere tot Godt , ende fyt in tydts forghvuldigh voo# uwc
faligheydt, om verder van hem afwyckende voor eeuwigh van hem
niet gcfchc)den te worden. lek
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
iZI
lek fluyte met den ■* H AttgHflnuu : De ftrafFe Godts, feght hy,
is een verholen vonnis , dooi het welck een ieder geoeffent wordt
tot fuyveringe ofte vermaent rot bctcrnifle: endc ibohv den roep en-
de onderwyfinge Goets comt te verachten, hy wordt fekerlyck ge-
oeffent tot vie vcrdoemmenillè.
Soo dan die wilt vvys fvn, ende fyne fiele bcwaeren, hy moet al-
len teghcnfpoedt , die Godt hem overfcndt, rypelyck overweghen,
ende daer mede trachten fvne falighevdt te wercken. Nu gaen ick
vooft, om ée Qol^|^ó.'jc)k&VoorJientgke^dt an^Acnde Juf e jih noch voor-
der te bemercktn.
IV. C APITTEL.
De [onen van lacoh Iporrlen van jofeph ^raffelyck onthaelty
die alle^aeder kennende ^ j^ondtr gehnt te "ioorden. De
ypelcke hy daernaer van cooren ende ter'ïi>e "^cl voor~
Jlen jyndt naer Chanaan Jendt , om hunnen jongh-
jlen broeder Benjamin te gaen haelen , Simeon
daer 'in tiijfchen voor horghe houdende in
den k,erckir ,
Et fal de pyne weerdt f^n nu te hooren, hoe dat Jo-
fe^h fyne broeders onthaelt heeft.
Als wanneer , feght *» Aioy(es , dat f'^ne broeders
y-'/è/'// hadden acnbedcn, ende hy hun kende, hyfprack
de felve ftraffclyck aen , als vrcmde , ende vraeghde
hun: Van waer fyt ghy gecomen? Vnde v ent ft is ï die
geantwoordt hebben ; Uyt het landt van Chanaan, om ons levens-
middelen te coopenj evenwel heeft tot hun lieden gefcydt : Ghy fyt
befpieders, ghy fyt gecomen om het cranckile van het landt te be-
llen. Exploratores eftk< , mviieatls infirmjoraterrn veniftis . Gen. 42.- 7.
Maer waerom fpreckt hy hun foo rtraffelyck ~aen ? ^ Li^fomanm
geeft defe reden : Hy toonde fich heel ftuer ende fn-af , daer hv noch-
tans foo foet van gemoedt was j maer dat gefchicde om hun bevreeft
te maccken, ende dat was het ingeven ende fchickmge Godts, die
hun begon'tefuy veren van hun groot mifdaedt, oock om wat wraec-
ke te nemen over hunne boosheydt, ende om fyne vercoopinge.
'■ Iheodoretm BifTchop van Cy-m geeft noch eene andere redene
E e 3 van
a OiCiittum
judicrum f/?
Dei ptena,
(jua «k;z «-
nuf JU f. y, ho-
minum aut
(xenetur ad
purgaliontmf
aut üdmcne"
tur adiOtt-ver-
fto.iemy autfi
contempferit
'vocationem
(^ dijiiplnia,
ey-er etur ad
damnutionem,
5>. Auonil,
a Ciimq; ado'
rajjent eurn
fatrei fHi,i^
agiioyijjet e-
os , qitajl *id
ahenoi durhis
loqttehatttr.
Cc. Gen. 42
T. 7,
b ^lienunt
feillif exhibü-
;/■ , dtirum Z^
Jeyerton , mm
fït' atiinio o.'
mhiff.nius.ln-
fiinÜn Dei
turb.it C" an-
Atos reddit.
DiJ^enf.itio
zit DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
<t«fm Dei e- van die ftraffigheydt : jfofeph., feght hy , indachtigh fynde het ghene
r^f , ad pur- fy^e brocders tegheii hem gedaen hadden , ende om dat hy Bsnja-
ganiu.m,je^^ »?/« by huu niet cii figh , creegh achterdenckcn, dat fy oock mif-
iu„i -vcyAiti- fchicn mst hem oab?rin!icrtigh mochten gehandclt hebben .
ann ey oiii M:icr hoe en wacren fy niet ontlleit eude bevreell , hoorcndc,
f-Aiernt je^- j^j. n, ^^ bcfpieders ffecomcn wacren, om het landt te befpieden en-
Epiic./«G«.. de te verraeden . ^^.Vjp/or/z.'oiw <?/?ƒ_.
c Curfi^iim <« Neen neen ó hecre, fcyden fy terftondt , wy uwe dienaers fyn
Je futribuj maef gecomen , om ontcn noodt-druft te coopen : wy en fyn gee-
duriorem ex- ^^^ f^Qn^j;, y^n eencn jTrooten heer maer van een gemeen man , geen-
•jojeplieonim ims machtigh , om het landt in te vaeren> wy lyn in peys ende vre-
5«<e .« tpjii-m de gecomen, ende fonder cenige wapenen ; ende om hem meer tot
♦""""'•''^'■'''j'' foethertieheydt te beweshen , feyden fy , dat fy twaelf broeders
ret Benj.imin Weeren van eenen vader m het landt Chanaan^ ende dat den jongh-
cmtUtftjfe, ftenbyfynen vader tot fynentrooft, ende voldoeninge gebleven was,
jujl-icauii eji endeden minftcnop eennaer, foo fy meenden, niet meer leefde.
'li\n'^"'eulm Jofip^ dit alles hoorende: dat fynen vader noch leefde, ende dat
peipetrajfe. fvncn jonghften broeder oock noch in het leven was, ende den an-
Theodur. in deren doodt, foo iy meynien, y^luts non cft fnper. Jofesh, fegge ick,
a NonejliiA jjj. ^jjgj hoorende, was fonder twyfel ten uytterllen bewecght.
[eryiTut ye. Hoorter van fpreken dien fi.breuflchen fchryver i Philo: Jofeph^
nerunt , ut e- feght hy, hoorendc fyne broeders van hem fpreken, hoe moet hyP-
merent Liboi. -^^ fy,-j gemoct gcllelt fyn? evenwel ivn felven noch niet willende
^'""" y'r, openbaeren, al was hy boven macten beweeght, hy hiel het cvcn-
Uimus-.pactfi- Vi^el alles 1'til, tot dat hy fynen jonghllen broeder fien foude .
(i yenimifs .. . Daer-en-tufichen gonck hy voort in' fyne gcveynfde lluerheydr ,
D^deci ƒ.»- {^^Q wederom leggende, dat fy befpieders bedrieghers , ende verra-
tres jiitnutp ^^^^ wacren , daer by noch fweerende by het leven van denConinck
in terra cini- Pharao, dat hy het al wel foude onderloecken : jae, leyde hy , ghy
nann; mini- en fult van hier niet vertrecken, ten zy dat uwen jonghllen broeder
mus cum pil- Qgek famen fal gecomen i'vn . Ende mctter daedt hy dede hun alle-
tre noftrvejt , j • J -n- /T. 11
«Ui ;<-« <-/i' goeder in de gevangenide ftellen .
fi'per. Gen. Daer was her, dat degoddelyckeRechtveerdigheydt dieboofeen-
^2. -v, 13. (ie nydige broeders hadde verwacht} daer wacren fy geracckt, om
b H^i e Je ^^ overdencken al het ghene fy foo wreedelyck teghen hun onnoo-
liumdemedto leien btocdcr hadden uytgewerckt, daer conuen ly de droeve ge-
/tibUtutn tjj'e dachtenille hebben van de bcclaegelycke woorden van hunnen broe-
i,Hdieiii,<]u,d ^gj. j^jj i^y j^^j,^ j\jQ jammerlyck uyt de cillerne badtom bermhertigh-
animi habere , , r 1 j j ' 1 1
potuit'qu'i'"- heydt: ly mochten met reden daer voor verwachten eene rcchtvecr-
,K euim ne dige llraffe , ende eene langhe gcvangenifie, om dat fy met Jofeph
turn affiiium j^^p eyghcn bloedt foo onmcnfchelyck gehandelt hadden , hem oock
juu>,:prc-t>. n, ^^.mgpje j^ej- leven nemen, dacrnaerhem vercoopende voor eene flacf
mt. (Om
cunere.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH, 215
om cllentlelvck te leven ende te fierven . urefttur !n
Sy hebben fccr wacrfchynclyck fooJanige droeve eedacliten cehadt, ^ ''''"''■• ''•'^"°
als iy in de gevangenifie waeren. Uoch het teer ende meUelydende „,« mme
gemoedt van Jofepb en liet hun in den kercker niet langher blyvcn ext.erimemA
als drye daghen. Maer waeroni verloit hy hun foo haelt? Jatr hy '*''/'""'/''•'"■'•
drye jaercn gevanghen hadde geweclt, hoeconden fy met drye da- rLrimn/nS
ghcn voldoen? het herte van 'jofej/lj vas al te teer; om diefwilledat egred/emnü
hy hun foo beminde, daerom en konJe hy de felve niet langher in '"" • '''"^^
debenoudtheydtlaetcn, wetende, datly fyn bloedt waeren , hunuock l^Jf^^.' ^^'/^^^
toefeggende het leven naer de meyninge van den BifI'chop'» lofiatus, mBj.Gen.42'
als fy doen fouden hel ghene hy hun hadde beUÜ, te weten hunnen ■" '5"
jonghen broeder gaen haelcn . ^'\ '";"^"'
II -IJ 1 j ^^ 1 • j 1 T II tertia eduClpt
i Hy Wilde evenwel , datter eenen van hun in denkerekerende ban- de
den blyven foude , ter vvylen de andere hun gecochtegraen endeter- •>•. li
we naer huys voeren Ibuden , ende daernacr Benjnmtn^ dicby den vader ^ *
gebleven was, mede brenghen. Defe woorden hoorende fuchtedenfy j^r7iJr7ofTm
allegader, ende den eenen den anderen aenliende feyden fy tot mal- jnem , ciuod
candercn : Voorwaer het is rechtveerdigh , dat dcfe'ellenden endeon- '^roejuserat,
gelucken onsovercomen, ende fondertwytel het is het onnoofel bloedt "J^^^'h"^ ?>* '
van lofeph dat opllaet teghen ons, ende wraecke verfoeckt . ToilatusT'"^'
Defe benoude broeders waeren evenwel wat vry onder een in hun- b Frater
ne tecckcns ende woorden van droefheydt, om dat fy mcynden,dat '"^A'' «««^ ''-
fy van den Prins niet verftaen en wierden , als fprekende eene taele f/J^'^ '" ""^'
van een ander landt, ende om dat hy doorgaens eenen tacl-man ge- temlibite,'iy'
bruyckte . Maer fy waeren bedroghen , i want Jofejih vcrllondt het /"■"" fif"^»-
alles . '•* ' 1"* ""'•
Hier canmen wederom peyfen, hoe hier lofejih in fyn hert moet i^jh-'L /'"ty
geftelt fyn geweeft . fuirem ye-
• De </ H Schriiture feght, dat hy ten uytlerüen van binnen be- ■^''""" """'-
wecghtwa^, ende niet langher connendc fich ophouden van weenen "','dTiuhe ™^
dat hy fich een weynigh omkeerde Hortende te ere traeren . Hy fagh ip. c- 30.
hun oock feer benouüt ende bcdruckttot krytenstoe om hun voor "^ i\cfae.
gaende mifdaedt; ende dat was het ghene, ÓüI Jofej.h wcnile, re we- '"^"'. .'"",^"
ten dat fy hunne fondcn fouden beweencn , ende opcnbaerc getu\ gcnille Tfrei jófeJ,]
daer van geven. " to c^^cd per
Hierdoor was lofeph oock beweeght, endede traenen fynderbroe- '"'^n'""''"
ders trocken oock de traenen uyt fyne ooghen . clT^^r^i
Benediüuf Fernavdm van onfe Socieceyt , daer ick te voeren noch d ^Tfrt//<;;
van gdproken hebbe, bemerckcnde defe traenen van lefe^h ilelt ons •/'' /""■»"'/'''•
voor defe godtvruchtige leeringe : ^ji^yn.y.i^.
De leedtvvefighc traenen van eenen fondaer, feght hy, hebben
noch al meerdere crachtop het herte Godts, het wtick, gelyck het
over-
2i4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
ovcrvloeydt in bermhertighcydt, crachtelyck oock beweeghc wordt,
als hy ecnen (bndaer hertelyck bedroeft (iet over fyne fonden .
S. Ambr. l.^. [.en ootmoedigh traenticn , leght den H. Aryibrojiiu , heeft foo groo-
rwZwum.i.j. jg cracht, dat het eeneii onwinbaerea Godt nubcreedt, om denlon-
daer te itraffen, wederhouat, ende den almogendcn valt bindt, om
geenc wraecke te connen nemen . O lacryma kitmüü vincit mvmcibf
Lem^ ItgAi omriipotefitem. Wy doen Godt geweldt, niet al dwingende ,
maer al weenende . ^^lm faciniM Dommo non cir/j^eliendo , Jed Jieuaa .
Den H. HieronymiM fpreckt aldus : Oratio Dettm lemt ^ lacryma co-
git : Het gebedt vcrfoer Godt , maer eencn traen dwinght Godt . en-
de naerfulcke traenen verlanghtdiën bermhertighen Godt, leght den
a Jofifff lir H. Chrjfolgus , delm^uenttum gemitm eJUrit , & Jïttt lacrj/mas ^eccatorum,
mius ^fre». Scrm • PJ .
fratern* prs.. q^^ weder tc kccrcn tot de traenen van Jofeph : de Broeders had-
■viiifi'et fi-A. den tegen Jofeph fe?r geibndightmaer hy was altydt hunnen broeder
trej fuos -^ere gebleven j fyne traenen betoonden, dut hy lich bekende voor broe-
tnterfeanxt- jg,. j|^[^ cvenwel noch niet opcnbacrende , om het dacrnaer bcquae-
y;,;.ere«,/a. fner te doen.
irymxs -onti- Jofefh feght '^ Toflatus ^ was heel foetacrdigh , ende tot fyne broe-
nerenonpotti. ^ers fcer gcncghen : als hv hun fagh vol van anghlte ende vrejfe,
élr' '"'^*^ '" ^"^^ hunne dachten hadde verftaen, en conde niet ophouden van
fUxiurutjjet traenen te ftortcn > jae hy foude hun allcgaeder omhelll hebben, ten
"'Ji fiiiicri zy hy fich met wyferen raedt noch onbekent foude gehouden heb-
conr,i,oi.oyn- }-y^^ g^de fvuc openbaerinsre noch uytgsltclt . Hy wilde om reden
ailmc il!}:*- ^1'^" noch atkcmgh ende Irrai toonen . byne traenen dan vveuerom
lijfet. Toftat. wat afgedrooght hebbende keerde fich wederom tot fyne broeders,
b ride^m- jg,i jg iclve wecr op een nieuw , ende Ituerder als te vooren hcfi betoo-
7^ ilt Tf"» "ende dede terftondt Simeon vallbinden in hunne tegenwoordigheydt,
lutiat'tu ti- ende in den kercker voor borghertellen, tot dat fy met hunnen min-
morem-fiden. ftcn brocdcr fouden wedergckecrt fyn . Dit dedc Jofeph , feght i Chry-
tiUi -^"^'"^ joflorfiii^ ^ om hun vreefe aen te jaeghen , ende om te fien, of fv met
u'tTenitrred- Simeon eenigh medelyden fouden toonen , willende fimen weten,
dereiKT, an of fv hun x.c'^\\&n Benjamin oock foo fouden gedraeghen hebben.
(um /utre u- Macr wacrom is Simeon meer als iemandt anders van de broeders
paflZm'll. voorborghe inde banden, ende in den kercker gettelt.' De Heylighe
bcrent.OmnU Vaders mcencn , dat Jofe^h eeril niemandt voorborghe noemen en
ergo hx.fe.it, wilde, maer de broeders iemandt itellen fouden, het welck fy wey-
froium eorn „g,.j^^ ^[5 ^^efende techen de liefde van de broeders. Jofeph dan nacr
fcire fJens 'ict gevoclcn van Tojtatui heert inmeon genomen , ende met tonder
num CT- !on- dc fchickinge Godts, nochte fonder reden, want hy meer als de
truBeniumm ^ndcrc Pefondi'yht haedcj OtiagraviM delia/mt ideo plm pi-.mrt debmt
ta.'ej hurun. r \ , T
S.Chryl
6^. in Gen.
Den
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ztf
Den " H. Chryfoflomuj heeft hier noch eene andere bemerckinge, ntannSin'ti
feggendc , dat Jo/eph Cich teghcn Simeon (oo ftraf om niet anders ge- onemfjuebat,
toont en heeft, als op dat fynebroeders met alle forghefouden trach- "' ƒ '«"■f •> ^j-
tcn Benjamin mede te brenghen; op dat Simeon raochte verloft wor- ^i^èrel^ o-'
den . ul:<iUiinciouel.
Maer men moet hier noch bemercken de mildaedige goedthcr- ■*"'"" «'■'♦' ''•
tighevdt van lafefh tot fyne broeders, de welckenu haell liondenre s'chnrfbfl:
vcrtrccken . . _ b -Jufu w-
Joreph dan ^ geeft laft aen fyne dicnaers, dat fy de facken vaa die ni/tm , ut iat.
vremdelinghen met tcrweende coorn foucen vullen , ende boven dien /:^<'''f'"_ """""»
fonder hunne wete elck hun geldt dacr boven in leggen, ende hun (^'Zponetait
mcdegeven eenige eetwaere, ooi op den vcgh tot hun noodtdruft pe.umsé f.n-
te gebruycken . g.>Urum m
Maer w;is het niet genoegh, hun ongeftrafc naer huys te lieten ^^'/.Vj^"^')^
gaen? hy en voorfiet hun niet alleen' van graen ende terwe, macr hir:» m -,i.
geeft hun oock het geldt, het welck fv in den coop befteedt had- ->"»• Gen. 42.
den . ' ^- ^^- j)i„-,jj;
Naer alle defen handel ende vriendelyck bcfteeck waeren fy nu ver- fatrutj-'^j!^.
trocken met hunne terwè, ende geldt, van het welcke fy de min- f. non dimift
fte wete niet en hadden, hunnen geelt meelt fpelende op hunnen broe- re-cenuntur^,
der Simeon , by den welcken fy nu op den wegh fynde metter her- tüm'si^JJone
ten noch waeren. detinentur ;
Men mocht leggen, feght c Ruperttu^ dat fy vcrtrocken* waeren, ennt Len< fe.
ende niet vertrocken , ^elyck wederkeert met afFcftie ende genegent- ^"J-" '""•/""■»
heydt by hunnen broeder . Voorts gelyck hun herte noch gebleven „„.Kupenus.
was by 'Simeon^ het is te dencken, dat hun herte oock was by hun- d ^pem^j:
ren ouden vader, de welcke oock conden peyfcn , dat hy een uyt- »»•*<ƒ••"<'.'•»
terlte gevoelen foude hebben in het achtcrblyven van Simeon . tTp^ilu'"'
lumiii
Maer hoort nu, wat datter aen de broeders van yo/è^^ op den wegh dn-erfor:o ,
gebeurt is: Sy hadden nu hunne reyfe wat voortgefet, ende waeren contempUcn
gecomenin eene herberge, om wat te rulten, als nu ecnen onder hun ^^'^"Z^J^n^^f,
lynen d fack opende, om fyne lalt draegende beeft wat etens te geven, xit fiutrhi^
vindt daer boven- op liggen het geldt , het welck hy tot betalinge /««•• J^ddna
hadde ceo-even, het fehe terftondt aen de andere toonende, gelvck ^fl""^' P'f»-
fy oock het hun m hunne facken vonden, hier over tcenemael ver- „„ ,„ƒ.,„.
wondert ende verftelt fjyden fy : Wat is dit, dat Godt ons gedaen Gen..ia.>27.
heeft ? W:it wilt Godt met ons maecken ? Q^idvam hoc eji , ^y.od e Ideo for-
fectt nobU De.u} Sy hadden hier achterdencken vaniet quaedts, vree- jf'/"'^,',^.
fcnde hierom van disverye befchuldight te worden. j-fJve'ma pc
Hoort hoe dat ' DtonyJÏHs Ca thullanus daer van fpreckt : hfeph c«n;.i rurfus
heeft dit raiffchien gedaen, op dat fy door liet vinden van het geldt ^/fe'"»""'»
wederom fouden bevreell worden , van in hunne wcderkoraite van inr-hui'^c
F f dieve- «/^r»
12.6 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
fH/int/e pr- dievcrye beticht te worden j want hy wilde fyne broeders om alle
to. f'oiinteiu hunne groote mifdaeden foetelyck endc ftrafFelyck verdrucken , om
'txceffills f'i'é i^ voldoen aen de goadelycke Rechtveerdigheydt ende tot hunne
c^ dir'e affii- faclighcydt .
gere frofter^ Macr wat foudcH fy nii doen vol van anghfl: ende vreefe? oft tot
cr'17uie't"ih. J''f-pl' wederkeeren , ende hem alles te kennen geven, ofte de reyfe
Dionyi". Cart. naer Chanaan voorllellcn ?
Sy vinden ten lellen het geraedighfte, beter voort te gaen naer
hunnen ouden Vader, om den felven miflchicn in grooten hongerf-
noot gcftelt fynde vroegher by te ftaen, ftellende oock by hun fel-
ven , het gevonden geldt in het wederkeeren mede te draeghen .
'Z?""^!""^' Sy waercn nu t' huys « eecomen , eerll tot eene aldererootile vreught
tremfmm in ^^" /<JC9p hunnen vader , die naer hunne wedcrkomue leer verlangnt
terram cha. hadcïe , dic oock elck in het befonder met een teer gemoedt begon
man, (sr nar. ^q omhclfen , maer die teere liefde veranderde haeft in eene vreefe ,
Inm^'i'T qi^^ als hy bcmerckte, datter eenen van fyne foonen onbrack, hyenfagh
aaidfjfem f,. Stnteon niet , maer de andere fpraecken Jacob terftondt aen , alles ver-
hi, duenies: haclendc datter gefchiedt was . De H. Srifture fprcckt aldus: Defoo-
\"ob*'"D '^■ï^"- 'y^ gecomen by Jacob hunnen vader m het landt van Chanaan^
'n»s"errI7u'. ^'""^^ vcrtcldcn hem alles, datter geichicdt was, feggende : denHee-
re^c^ fHtaVit TC dcs landts heeft ons hardt acngefprokcn , die feyde, dat wy be-
notexpiora.e- fpicdcrs dcs landts waeren ; aen wie wy andtwoorden : wy fyn in vre-
'^iI.^gJ"^"'"-,' '^^ gecomen, ende en hebben geene lillen ophanden} wy fyn twalf
■V. 29. broeders al van eenen vader, den eenen en leeft niet, ende den min-
'b Suffiilunt flen is by den vader in het landt van Chanami . Den heere feyde, dat
h.'cverki,i,t i^y p,ef .^\ nauwelyck foudc onderfoecken , daer en tulTchen heelt hy
qnlm dijr::p- ^'^^'''' tot verfckeringc der waerheydt in den kercker als borghe ge-
t.-ifiteniitp.i. houden, feggende: Lact eenen van uwe broeders by my^, ende neemt
tril yifteru; noodtdrutt voor UWC huyf-gefinnen ; ende gact wech , ende brenght
V:!'^fhesd°7'- "^^^" jonghllen broeder bymy, dac ick weten magh , dat ghy geene
fepho ademp- bedriegers en fyt, endc dat ghy mooght weder hebben, die hier ge-
rijm»/,/.«m- vangen blyft .
t'-'tenimaU- jj^j^ bcnoudcn Vader dit alles hoorende feyde hun terftondt meteene
N^rS- "yït;erile dro t"heydt: Ghy hebt gemaeckt, dat ick van myne kin-
tuin.
lid^Smcoue cïers berooft ben: Jofejih en leeft niet, Simeon is gevanghen , ende
//-cm foiine- Beiijiimin fuldy wcch nemen. Al dit quaedt is op my gevallen.
^l'o" ' "d'"'i " * ^ 'Ch-nf'>fi(>mpu overdenckende dcfc droeve ende teere woor-
Yr-hl,ii.x>nino '^cn van "facob fpreckt aldus : uyt defe woorden van den bedruckten
jo.-mid.ii.tt . vader condcmen claerlyck merckcn, hoc dat het binnenllc ende het
ü. Chryioft. hertc van Jacob gclyclc gcfchcurt is geweeft, om dat hy geene ho-
pe meer en hadde van Jofeph^ die hy meende van eénige beelle op-
gecccn te fyn, hy en hadde Oück quaclyck hope voor Simeon , ende
vrcef-
I
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 217
vreefde nu oock het felve voor Benjamin^ ende daerom feyde hyhun
ten leften geen redens aenfiende : Benjamin en fiil niet mede gaen,
cnJc ghy en fiilt my hem niet afnemen.
Wat diin gediien , om het gemoedt vivn lacob te bcwcghen , o;n
Benjamin te latten sjacn ?
. rt Ruien den eerilcn geboren ficnde fvnen vader foo ontlTie't ende «
foo wevgerigh , ievde tot hem : Lieven vaderen bedroeft u foo niet , ^"' '•<"/>«'''t
ick hebbe, gclyclc ghy weet, maer twee ionen, ick fal die bv u A: <■»: ■'^"''»
lacccn in de plaetle van Benjamin , ende lit dat iclc hem niet weuer mterjkf, fi
en brenghe, doet met hun, dat u belieft, ick llelle hun leven in u- '-•<"» reditxero
we handen. Geenfins, feyde lacob, ick en fal noyt toeileinmen , dat ^^'""p^tra-'
Benjamin mede gaet j lynen broeder lofe^h is doodt , ende Benjamin J_,^,^ ^^'j^ ^
is.by mv alleen gebleven, wacrt dat hem eenigh ongeluck overquam ego eum uhi
in het landt, daer hy henen gaen foude, ghy foudc my fckerlyck ^^l''"'-'-'»-
doen fier ven. Gen^j.xj;.
Siet hier de afbeeldinge van de menfchen defer wereldt feer wel
uytgedruckt in den Patriarch Jacob: fyne geboorte was in het mid-
den van het ftryden , jae van als hy noch was in het lichaem van
fyne moeder hy worftelde met fynen broeder Efatt . Colltdebantirr tn
mera ejns parvitlt. Gen. zj". v. 2i. Ende quaelyck en was hy ge«
comen tot de jaeren van een man, of Godt felf heeft hem aenge-
vallen . Ten lellen fyne fonen fyn hem tot groet verdriet ende druck
in fynen ouderdom, ende hy heeft hun als beulen gehadt in fyn huys.
O wonderen maer Voorjiemghen Godt ! Wilt ghy hem dan noch
keten berooven van fynen jonghften lóne Betjjamm , wilt ghy noch
toelaeten , dat hy mede gcleydt worde naer Egj^ten , om daer mif-
fchien oock ongeluckigh te iterven .
Alle de broeders daer-en-tuflchen waeren oock in benoudtheydt ,
ende in meerdere ende meerdere vreefe , dat het oock met hun niet
wel en foudc afloopen om alle hunne voorgaende fonden , ende boo-
fen handel teghen hunnen onnoofelen broeder Jofeph , den welcken
fy oock het leven hadden willen nemen . Daer-en-boven waeren (y
in grooten anghft om het geldt, dat fy in hunne facken gevonden
hadden, ende mede gebracht, vreefende daer befchuldight te wor-
den , ende als dieven ende verraders aengevat ; met een woordt , fy
waeren geduerelyck in vreefelyck achterdencken om alle hunne voor-
gaende boosheydt, de welcke eene wroegende confcientie noyt ge-
ruft en laet: van wekkers moeyelyckheydc ick inde volgende fede-
leeringe breeder fal fpreken , ende daernaer voortgaen in onfe hifto-
rie: Eerickdefe fede-lefleaenvatte, fal ick tot eene veranderinge het
groot verlangen van Jofe^h naer de wederkomfte van fyne broeders
mep Benjamin hier in een Rym-dicht aen den lefer voorltellen.
F f i Jofe^h
ii8 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Jofeph preekt alleen'.
^t 'T S waer myn hert bemint j de liefd' blyft niet verhorghef j
JL Den anghfl het claer getuyght ^ en vrees' met and' re forghen ,
Den hongher noch al groeyt j de Borgh^ blyft vafl geflelt .
Tot fynder broeders comji' 'k mejn hy de daghen telt .
JHet recht ü hy onflelt , van vrees 'heel t-ngenomen ,
Als fy felfs op den eedt noch niet te voorfchyn comen .
Wat magh het immers fyn ? mijfchien den ouden haet
JVu hoogher ftejgen wtlt , als hy ten onder gaet .
Mtjfchien o Benjamin nyt Rachel oock geboren
Is door tnv' broeders haet oock uwe doodt gefworen j
£« door een boofen nydt fyt ghy van hun verfaeckt ,
Oft oock om eenen droom tn eentgh Vut geraeckt .
O te êevreefi gemoedt ! waer laet ghy my vervoeren ?
En teghen rnynen danck myn hert en Jiel beroeren ?
Doch de verdachte vrees wel met de liefde ftaety
De vrees uyt liefde groeyt , en is des liefde maet .
Aiaer wat is dit eylaes ? wat fal my wedervaeren ?
Wat onheyl op een yiieitiv comt mjne Jiel befu/aeren ?
lek voel y myn lichaem beeft ^ mijfchten myn vader lydt ^
Om eeniffh ongeval in fjnen ouden tydt ?
Van wederz.yd' ben ick van vrees'' en lièfd'' gedreven j
En Benjamin my trech ^ en Jacob doet my heven.
Aiyn hert is gantfcb onflelt ^ myn fwack en leer gemoet
Tot Jacob en ■ V Itef ktndt myn fiele vreefen doet .
Wel Il/at gedaen ? bedenckt , -wat u is over comen ,
Ghy hebt het wel geproeft van onheyl ingenomen j
Jil waert ghy foo gehaet ^ en voor een flaef vercocbt ,
Godt heeft ti op fyn tydt tn defen flaet gehrocht .
V Is Godt die V al befliert; Gudi can het al hefleden
Tot befl van ieder een; met Godt hen ick te vreden.
De crcnckheydt van een metifch en vreefi en oock bemint ^
Aiaer die met Godt Jich fielt , met Godt is wel gejint ,
Doch Simcon o'ock claeght foo lanck nu vafl gefeten
In V flot en tn den bandt^ hy fchynt eylaes vergeten^
Verlaeten in den druck . met recht hy fuchten magh ,
Bedroeft om hun verbljf; beclaeght Jich heel den dfigh .
Nochtans hy V wet verdient ^ van niemand t te beclaeghen .
Hy magh vry om fyn fchuldt fyn firaf en banden draeghen ,
Magh fuchten , foo hy wilt , magh treuren om fyn quaet j
Want al fyn boos bedryf de Jtraf te boven gaet }
IIj
UYTCEBEELDT IN JOSEPH. zi9
Hy heeft de flraf verdierrt ^ heeft d' ander aengedreven ^
En eerfl tot mjne doodt din hoofen raedt gegeven:
Miffchien hy oock van Godt om fjn moordadigh fiuck ,
De jiraf betaelen moet , en fitten tn den druck .
Voor hem '>t beti wel genifl ; laet hem de Jiraf betaelen ,
'A' En wil fjn boos mifdaedt niet hoogher op gaen haelen ,
Eylties! *k ben voor de reff, voor Ruben meer beducht^
Foor Judas oock al meer mjn banghe Jiel verfmht .
U'at liefd' heeft JuSas met en Ruben my bewefen?
Fan ieder weerdigh fjn , en oock van Godt geSrefen .
^t fal wefen evehwel den meefien troofl van al^^
yils tck o Benjamin « hier aenfchouwen fal .
Aiyn hert is heel voor «, nochtans met vrees' bevanghen ^
'Comt maer , naer u tck wenfch , ghy fyt al mpi verlanghen .
Of u geluck o ktndt « maer bekent en waer !
En wat al jonji voor- u tck in myn Jiel bewaer' }
Strax font ghy vol van trooft , tn blydtfchap tngetoghen
Met al u broeders hier haeji comen aengevloghen .
Doch waerom al die forgW , en waerom dit beclagh ?
Den Jlondt is Godt bekent , Wanneer het wefen magh . -
Codts ivtl is mjnen wtl j hy magh myn Jiel beproeven ,
'iè Wil dan myn broeders comfi naer Godts bejiier vertoeven.
Dat bidd' tck hem alleen , als hy hun fenden fal ,
Dat hy het jonghjle ktndt bewaer van ongeval .
DEfe lange weder-comft van de broeders van lofeph wierdt van
Godt bclliert, die nu naerder Avas, als Jofeph wel meynde, van
de welcke ick terilondt fal Ipreken, naerdat ick eerft fal voor ge-
{telt hebben de fede-lefle van eene ongeruile confcientie ter ooifaec-
ke van het ongcruft gemoedt van de plichtigc broeders van lofeph .
SEDE^LEERINGHE.
Van dt onrufle^ ende moeydyckheydt van eem quaede
confcientie .
NOyt en {budemen genocgh connen voordellen de pyne-
lycke onruile ende quellinge van de plichtige confcientie,
de welcke hadden de nydige broeders van Jofeph, als fy den
felven foo onbcrmhertelyck gehandelt hadden , gelyck wy nu ge-
F f 3 hoort
Merite htc
fec-.af'inus in
f-itrem no-
flmm .v/deii—
tfs angitftiénn
anima lüiuj ,
retur 'los , CP*
«07» audi-ri-
miis , idcirco
"venit fuper
iioj i/fa tri hit •
latio . Gen.
42. V. ai.
zjo DE GODDELYCKE VOORSlENIGHEYDT
hoort hebben. Sy gaeven het genoegh te kennen , als lofeph hun
hoorde fcggen detè woorden , mcyncnde niet veiMben te worden . Met
recht lyd'éii wy dit, want wy te^rhen onlcn broeder milUaen hebben,
ficnde de bedrucktheydt fynder iiele , als hy ons badt , ende wy en
hoorden hem niet , daerom is defe tribuiacie op ons gecomen . Godt
wiil het bell, hoe fy van binnen geftek waeren, als fy hun fclven
nu vonden in eene uytterile benoudtheydt , dan begonden fy ooclc
het felve te gevoelen. Hunplichtigh gemoedt was vol onrufte, ende
in eene geduerige onftelteniire , gelyck eene onftelde zee, die niet
ruften en can . Het is het leggen van IfatM yj . Impii , cjiiaji ma-
re fervens, cjuod qHiefcere non potefl . Het welck meeft plaetfe grypt
in de zee Eurt^ta genaemt volgens de uytlegginge van Vatablm de
welcke in een enghte ingctrocken fynde in holle vloeden opfwilt,
ende die daer-en-boven feven-mael op eenen dagh haeren vloedt en-
de wedervloet heeft , diesvolgens in eene geduerighe roeringe ende
beweginge is, ende dit door een verholen geheym van de nature.
Naer het feggen dan van Ifaias wordt het herte van een boos
menfch vergeleken meteene roerende zee, de welcke daerom met
reden magh genoemt worden een bequaem finne-beeldt van een on-
geruft gemoedt oftequaede confcientie, dat oock noyt ruft en heeft.
Eerllfalick Hellen het devies het welck volght naer de print.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH.
231
tT Onrufle gnet ,
Noyt ftillé flaet..
Het ' finne-bèeldt wordt uytgcleydt .
Wj4t omi'eer ! wat tempeeji ! hos blaefen al die ivinden !
Ejlaes .' V ü een gedi-ujs , om alles te verjltnden !
De TLce is gantfch onfiel' ! Jiet eens den Oceaen 5
Aien Jiet hem heel om hoogh , en weder neder gaen . '
Siet , met ivat groot geiveldt de baeren fyn gedreven ,
jE« door een fnellen windt de waters hoogh verheven
Als berghen in de locht ^ en vallen oock terftondt
uils in een hollen Vujl in '/ diepjle van den grondt 'y
Dan wederom om hoogh ^ dan teghen clip en rot [en
Gcjlingert hier en daer , dan fchielyck wed^r botfen ,
Jïlen hoort van allen cant gedruys en groot ge%veldt ;
Door den verdraeyden wiiidt de T^ee is heel ontjielt .
Dh
i3i DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Dit is het waere beeldt van V hert der hoofe menfchen^
Dte leven fonder ruft , ontflelt in al hun wenfchen .
Die 7iaer fjn luften leeft , en fo^ider maet en toom ,
Ntet anders leven can als tn een vrees' en fchroom .
Selfs de gedachtenis van het vjorgaende leven
In aller Jonden pltcht hun fchndden doet en heven .
Bcfchaemt in hun gemnedt urn h::n verplichte f.el ■y
In vrees ^ dat hun Godts handt m 'r eetningh vier verniel.
Door boosheydt en mifdaedt van de voorleden pinden
Sjn heel en gantfch onftelr , in al hun quaedt verslonden j
Sj fchroomen tn hun vre:ighty van anghji en droeve ïuee;
V is waer een boofe jiel is een onflelae 7.ee .
Den fchroom van V oordeel Godts , en van het vier der hellen
Doet een onfaltgh menfch heel fchudden en ontftellen j
Als hj op d" aerd" noch leeft ^Jich vindt als tn de hel;
Soo bljft een godd'loos menfch tn vrees en droef gecjuel .
Vervloeckt ramfiltgh menfch , feg£ waerorn foo veel fuchten ,
Doodt-ftagher van » broer? %vaer henen wildj vluchten?
Wel vreefl ghy eenigh menfch , daer geen op d aerd* en is ?
De fond' hem hadt gebracht in foo een diiyfternii .
Mtjfchien ghy Abel vreeft ^ die « mocht teghen comen ^
Die ghy door dttyvels lift fyn leven hebt genomen ?
yiiteht vry aldaer ghy wildtj de wereldt ave? al^
De ivraeck tm/s broeders doodt u altydt volghen fat ,
Siet Judas tngelyckx wilt fynen Heer vercoopen ,
Doch t" was hem haeft berouwt ; van vrees begint te loopen ^
Waer henen , weet hy met , van fchrick hy fchud'' en beeft j
* Tot dat hy door de flrop aen d' hel Jich overgeeft .
V Heeft ooci maer al te wel tn Jofcphs bloedi gebleken :
Syn broeders allegaer met haet en nydt ontfteken
Tot die onnoofel was ^ den haet wa,s al te groot \
Sy wenften naer fyn bloedt en fyn verhaefie doodt.
Sy hoorden nyt den put V kindt fuchten ende kermen ,
Doch alles te vergeefs^ en fonder te ontfermen.
Alaer beulen als ghy fyt^ den Rechter ^ Heer van al ^
U fchroomelyck befteeck daernaer eock ftrajfen f il .
Schier hadt de wraecke Godis de broeders overvallen ^
Of feyden allegaer ^ oft een en onder allen:
Ach V is ons 'boofe fchuldt , dat wy fyn m de Pyn ;
Ify in ons broeders doodt maer al te pltchtigh tyn .
Hoe fnchte Jofeph ntet? eylaesl met wat al claechen
^ocht hy berrnhertigheydt l met recht wy al dtes plaeghen y
En
1
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 133
En fmerte» onderflnen ! wner toe jjn wy geraeckt ?
Ons innigh boos gemoedt daer in ons plichtigh maeckt.
Siet hoe de fonde ftraft ; de vrees'' volght op de hielen ^
Sy t>erji de» bnoffn menfch , en tracht hem te vernielen .
De /iel li'ier fuiven vreefl , vol fchraom om al hner e^uaedt ',
JVlei die de boosheydt volght , het alffdt (juaehck gj*et .
ALle de broeders van fofeph voelden ionder ophouden eene a initapi^
groote pyn en fmcrt van hunne wroegende confcientie r)m ttconfurtpt.
het boos bedrvf teehen hunnen broeder lofevh . leji- canfut».
Het was nu meer als twcc-en-twintigh jaer geleden, gelyck « 77;p- /, judiaum,
odnrertis Biilchop van Cyrus beinerckt, dat fy foo ombcrmhcrtelyck ref-icat tmm
met hunnen broeder gehandek hadden ; om het welck fy fonder tu-y- mtmirumft-
fel altydt in hun felven een groot herdtfweer gevoelden, ende eene ^"yf'^i^ti'an-
inwendige wroeginge ende verwytinge, de welckc aen de mifdaedi- nos admiij!.
ge nimmermeer ende bycans geduerelyck voorllelt de bedreven boof- Theodoret.
heydt . Macr befoiifterlyck hadden fy hunne fmerte,als fy hun nu ^yH Epifc.
Cighen in de vreefe van de verdachte dieverye , het geldt vindende in tur cl"'J"^tT-
hunne facken • >■»»» ix .tjpf
Hier op paffen fcer wel de woorden van den Biffchop l Lippoma- ^* ftotnie;
tiH-s fprckende aldus : Hunne herten beginnen eelyck te bcfwvcken , ""■""' iL '
uyt het acnichouwen van het geldt, ly gevoelen wederom Godts tmmmerefcn-
handt,ende fy vreclcn aengevat te worden in hun openbaer mifdaedt. '"""• ^'f^'-
Sv moeftcn nu ten minften geruft geweeft hebben om het cevondcn '"'"'•■'"'" /'
-,,., ,, iiiijj • 1 1 timent in lam
geldt m hunne lackcn, gelyck het geldt, datmen vint, andere droe- p,di,\o malo.
ve menfchcn wat herfttlt; maer de goddeloofe en maeckt het maer Lipp. >» <7f».
bcvreeft feght den c //. Chryfifismw : De broeders waeren maer ver- '^ . ^^fl"P'-
vaert, dehckendc altydt op al het ghenc, dat fy tcghen hunnen hroe- quèd^erlnv
der hadden miidaen: eerft in de boosheydt en vonden fy geenc i\vae- ^idnam tfl
righeydt, jae eene voldoeninge, macr daernaer wierden fy de pvne l'oc? nonntjo-
ende imcrte gewacr . . ' ' '""^ inyenta
Den felven i H. rader geeft ons hier van,drfe gelyckcnifle • Ge- jiTrH^^amml',
lyck als eenen dronckacrt , als hy den wyn ovcrvlocdelyck drinckt /"^ff ü-;«/.
met luft ende voldoeninge geen ongemack alfdan en gevoelt, maer '>">"^'"'p'<>f
alleen ducrnaer, als hy iïch quaclyck geftclt vindt naer 'ficl en lich- "7's Cl'"?
aem j van gelycken gefchict het met de fonde, de wclcke als fyge- dsicinehnM
daen wordt , gemeenelyck voldoeninge geelst , maer allenskens daer 'ïu.inJv mnl-
nacr den geelt vcrduyftert als met eene dicke wolcke, als wanneer """ ^"" '""
de qnaedc confcientie begint on^ te (taen , ende het hert ccl\tk te f''^"'" "" ,"
11 j- • j 1-1 {- . ■ *■ ium leunt a
doorknaeghen , levendigiier ende crachtighcr voorikucnde het "root T/no</jmn«m,
quaedt van het boos feyt, als eenen praemenden befchuldighcr . "•■ peuatum.
Als deboofc ende nlichtige broeders nu Faghen , dat fv „^ '''>»"" ""/»"•-
G g pe- i,,i
134 DE GODDELYCKE VOORSI ENIGHEYDT
/«lyr^XL/J peryckel waeren van hun leven, dan bekendeirfy beter met de ge-
»«Afj,rff<»f5. tuygcnillè haerdcr confciencie al dat fy gcdaen hadden.
j:ie,iia. in- Soo gcfchicdt hct mct alle de boof; menfchen , de welchc vrocgh
j»rgn,<jfq,io- of lact van haere confcientie berchuldiffht worden, gcpynicht endc
mcmem Tra. vcrvuit met grootc vreclc endc bcnoiidtheydt , de wclckc hun bycans
t/k. arrodn. gcduerelyck voorflelt cnde verwyt hunne boosheydt, oock vreefen-
idem hom. de allen ooghenblick van Godt gcllratt te worden. Jjit heeicmen
a^£t?«m'I«. g^fi^" i" het bcginfel des wercldts in yidam ende Cain .
difj'eiit ro.em " ^Idam voor de ionde was gerull in lyn gcmocdt , genietende
£>ni Dei de- mct vrcught alle de fchepfelen van het Paradys > maer eylaes terltondt
tmbuUntmn ^j^^j. Jg fonde was hy bcvrceft ende befchaemt om fync naeckthcydt,
^hfond'it'fe ^^^'^ wclcken alfdan gcwaer geworden hebbende de aencomlte van
^damo- u- Godt fynen fchepper, fich met Eva hadde verborgen, hoori.nde de
xerejHiafA- goddelyckc ftemme, die hem feyde': y^damwzcr 1'yt ghy ? den welc-
cie omini... j^^^^ antwoordc : lek hcbbc uwe llemme eehoort ende eevreelt, om
yoiavitque ,., , JU LI i°l °
DomiiiusDe- dat ick nacckt was, ende hebbe my verborghen.
Hi^damo' Bemerckt hier: Godt fprack Adam Ibctelyck acn, het Paradys
itxiteivbiei'i ^^^ jg plaetfc van genoechte , hy en en wicrdt van Godt geenlins
^'e'm'^tHAm ait- bcfchuldight oftc bcrifpt , ende nochtans om die twee woordekens:
diyiinPara. Ubi es? Waer fyt ghy , Adam begint te beven, hy vlucht ende ver-
difovtimHi, fleeckt fyn felven, ende geett voor antwoórde: üm dat ick nacckt
"iHm^^X '^'^"' '''^^^'' hy f^^lt, ende hy milt, de vreefe en comt hier uyt niet,
fond, me. macr om de Ibndcj het wasfyne plichtigc confcientic, die hem bc-
Gen. ^.T.. 8. rifpte ende overcuyghdc.
b Quare ti- Hoortcr van fpreken den h H.Chhfaflomm: Waerom heeft h y gevreeft? '
'Tidl'ut'''fibi °"^ '^'^'^ hy voor hem iagh Üacn fynen belchuldigcr , te \\ cttn 1) ne con -
tTMem adj}*- fcicntiCjWant hy geentn anderen betichtcr en hadde cnde getuyge als fyn
reauujatore, eyghcn fclven oftc fync boofe conlcicntic , de welcke hy mwendel)ck
ceTifiemium frcvücldc , cndc op allc phctfc hem naervoliihde , cnde die hy allom
nim'objirgj- m^dc drocgh . Die inwendige wrocginge dede hem vrecfcn, gelyck
toremluileUt het mct fyacH fonc Caa gefchiede . Als Cttn iynen onnooll-jen
(^leiïempei' broédcr Abel hadde vermoordt, wierdt oock tcrllondt overvallen
iatcT»m,q»a fchrick cndc vrccfe, als van een ieder vluchtende ende fei^ecn-
5«fw mtrin- dc: Die my lal vinden, lal my het leven benemen; Q_^t tnvenent
jecus iiTcum- fne , occidet me .
ferektt. S. Comeliiu a Lapide IciJht het aldus uyt: Ick ben een vervloeck-
Chrvf. hom. - , . , , , ,■' /-^ t ■ \ .• i i
J7 in Gen. iel? ick ben den hact van (jodt, ick en lal het met ontcomen, le-
•c Sum.tnu- mandt fal my dooden. Dat is de vreefe ende benoudtheydt van de
tl>em<i,fumo- qyjedc confcicntic .
d,Hm /5«;,n« ^ fprcckt dcn d H. AmbrnJjM: Als Cain fynen broeder vermoert
re^cjHinub-a-^ Hebbende van Godt noch mct en wicrüt geltratt , wicrdl evenwel
iia»uo,.id.ir. gcpynight van fyne knaegende conlcientic, ende wilde gaen vluch-
■f' ' ■ ten
ÜYTGEBEELDT IN JOSEPH. ^^f
ten van de tnenCchen, dser nach geene en waefcfi, die liêw Hfaffen /'-s/.-.^p^**.
fouden. Syn boos leven pynighde cnde ihüfte hem , '* '•rijiifn^
« Procopins (^vcckx oock' leer wel : Den moorden3ei'r/j/)>r feght h_v, '^^'^'^f '^P'""*'
liet fich voorftaen , dat alles teghen hem opftondt : als hy \)r\ oo- d Cum „dhui
ghen op de aerde floegh , hem docht, dat de Icrpenten met hacrfe- '"-DommvpM-
nyn fich teghen hem oprechteden, ende dat de briefichende Iccu- "^^ 'J,^''"''
wen op hem aenquaemen, om hem te verfcheuren , ende dat delocht fuorlmT^nfi^,
ende hemellche geeflen hem met vlammende fweerden met de doodt encta feuatt^
dreyghden , ende dat alle de fchepfelen hem wilden aenvallen . '■'""• ^ ^'*^
Op de felve maniere feght den b H. Chrjfoflomm heeft den vcrra- ifXy/fT/^I
der y«^<ïf fyne knaegende confcientie niet langher connende verdrae- fl j, in'jlfii
ghen fich met de llrop verhanghen. Siet dien vervloeckten verrader -'itacrmiatut
gevoelde meerder ftrafte in fyne boofe confcientie als in de doodt ^-jy^^'^^-
felve, fyn felven liever verhangende, als langher te vcrdraeghen het "* a' ^^'
bitter verwyt van fyn wroegende gcmoedt over het fchandigh ende riMatCain
goddeloos veiTaedt van jfefns fynen goeden meefter . ^n^ehs ig.
Om nu een woordt te fprekenbuyten deH. Scrifture : hoort eerft, ","',f ,"''(^'
hoe beroert ende verfchrickt dat was dien wreeden Keyfer A^ero , als nitantei ,/o'.
hy fyne moeder OElavta hadde doen Iterven : Dio Cajfim fpreckter van. <■«'<'•"" '"-ra
Als Ociavia, feght hy omgebracht was, wierdt Nero terftondt met '{""'"'^•"'
eenen uytterften fchrick bevanghcn, foo dat hy bekende, alwacrhy „enoTLlTt
fich keerde, fyne gedoode moeder altydt voor fyne ooghen te fienj ««f^'i»" •'■«••
om wclck geduerigh geficht hy foo benoudt was, dat hy nergens '"''fl'""-""
fyne rufte en conde vinden. Suetomns feght boven dien, dat hy m ^ruZus^,'!'
fynen droom gefien hadde, dat hem vaerende in een fchip het roer l^it. Procop'
wierdt afgenomen ende dat hy van fyne moeder Oüavia getrocken "/""/Alapidc.
wierdt m eene dicke duyfternifTe. Z^'^/""'
\\^aer op paden defe woorden van Seneca; I^Ja nequitiaunehrai ti- conf,:ent'LZ
met . Dat is , io.xtguemem
niinivie Jkfli-
£en boofen menfch is vol van fchrick , »rns , ud la-
Van 'r dnyfter vreefi al onaenbltck . <i>*'um fecon-
■^ -yertit. S .
Wat eenen anghft ende fchroom en heeft onck niet onderftacn Chryi; fp 7.
TheodortcHs Coninck der Gothen volgens het vcrhacl Vun Frocopins^ Procop./ 2.
Cr ,2Wi/«.r, cnde Baromtts : op den felvcn dagh , fcgghen fy , als hyS-m- ƒ^,,,^_ ^^ j^'
/w^c^«/ Borghmeeftervan ^'jowew, ende fynen fchoon-fonc Bocttns dïén. Baron tw, o
geleerden man hadde doen ftervcn , unenckel achterdenckcn , d.itfy 7- """"^u'S.
famen hadden geilaen naer de Coninckivcke croone ; acn tafel fittcn-
dealsmen hem onder andere fpvfcn daer op gebrocht hadde het hooit
vaneenen grootcn vifch . Theokori^ün hrtfcive fiendc wierdt terftondt
overvallen met eenen uytterrten fc'irick , fchuddendc ende bevende,
die meynde te fien het afgeca^ t hooft van Sjmmachw , hem met fy-
G g 1 ne
y. xo
ijö DE GODDELYGKE VOORSIENIGHEYDT
ne tanden ende vlampende ooghen dreygende , foo dat hy half doodt
fynde fich teidondt dede draeghen in eene naelle caincr, alwaer hy
naer drye uercn van vrccfe ende Ichroom quam te fierven : lyne plich-
tige confcicntie dede hem foo fchroomcn , allen ooghenbück ver-
wachtende de ilrafFe Godts .
iCumftent Welckc vrccfc eyghen IS aen alle boosheydt nacr de gctuyge-
timid.ini'j'"- niflb van den •> Ifyfeman leggende: Omdat de boosheydt vreesach-
t,a,dutt€jit- tigh is , foo geeft fy eene getuygenifie der verdoemmeniflc , want
T"""'? 1°"* eene verbaefde confcientie beducht haer altydt van wreede ilrafte.
femper enim V oor hct Icit ccnc cortc gclchiedcniiïe voege ick hier by .
fr*fumit ƒ<• Mofchui eenen hiflorie-fchryver verhaelt van eencn moordcnaer,
>j ftttur- (jjg vermoordt hebbende een cleyn kindeken hem toe lacchende, uyt
"fsTp^'i?' l^cdtwefen ten lellen is Religieus geworden, evenwel altydt by da-
ghe en by nacht gelyck hoorde dele verwytende woorden ; Qnare me
occidifti ? Waerom hebt ghy my verraoort? ende niet langher dit
connende hooren, noch fyne wroegende confcientie, heelt lich in
de handen van den Magillraet overgegeven , om gcllraft ie worden ,
gelyck het gelchiede.
Seer wel dan heeft gcfeydt den H. Chryfoflomw , dat de confcientie
is ccnen rechtveerdighen ende ongefchonden rechter, oplUende te-
ghen den raifdaedighen . Sy roept met clacre Itemme , fy bcichul-
dight hem , ende fy vertoont het al , ende fy Helt als voor de oo-
ghen de grootheydt van de foncien .
Den Vo'ét Jptvenalii in fyne ij. Satyra ofte fchimp-dicht fil ons
genoegh weien .
Soo fpreckt hy :
T-vaJiJfe futes ^ tjuos diri confcia faUi
jMe^yis hahet at tornt os ? & furdo verbere _Cicdit
Occultum ejuattente animo tortore Jlagellum .
Pi.na autsm vehemens ^ Ó" multo f,s.vtor tllii
Ql^Af & Cccditiiu gravis invenit & Rhadamantm ,
ISioüe diec^ue fuum gefiare tn Veüore teftem .
Hel wclck men in een rymken aldus can verduytfchcn:
Soo d' ondervifidinfh leert ^ ?' ü ivaer en heel gewis y.
- Dat nojt een goddeloos hert tn volle ruft en ü .
JHeynt ghy dat eenigh menfch van boosheydt ingenomen
Den anghfl , en druck , en prn van Jiel ojt fal ontcomen ?
De keyniü van het (^uaedt hem memgh geejjel geeft y
't Ij den verdienden leoa voor die tn Jonden leejt .
De
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. t^j
De luetenfchap van V cjnaedt pil hem het bert doen kridegljen ^
De fmert tot Jjn getuygh f al hy tn V bene draegheri .
SYn eyghen felfs gctuvghe te wcfen , fonder ophouden ;;en (yr\ 3 rir /.•»;. .
felven vcrwytenJc het bedreven quaedt is voorwacr cene wree- •j«'*>«^'#/'-
dc gcelTel , jae onvcrdracgclyci^cr voor de liele, als van ecnen '„"^ p°,''j'^"'
mildaedighen , die metcer daedt om iync booiheydt wreedelyck wordt fjtitur,.j»^,n
gCgCcffllt gclyck •» Fll4tarchm wel fcght. qmin.orport
Soo datmcn met reden mach fegfrhcn met eencn ouden fchrv'ver P;"'""" • ^
ir n ] Tl J 1. r ■ • 1 1_ 1 "^ • Ji-'ZrH cxitt~
h Lattnm Pacatm , dat ecne mildaedighe conlcientie veel beulen in ,«^. Piutarc.
haer felven bdluyt, of dat fy voor h.ier- felven eenen wreeden beul b H^betnc
is, ende noch geduerelyck in anghll ende vreeic, van meerdere Itraf- fi""}"" mens
fe te ondcrftaen, fonder ophouden oock haer felven fchuldit'h ken- „'/""'' '"'
nende, dat fv het wel verdient heeft, gelyck het gefchiedt met die /j/;i,io„j;,>-.
veroordeelt fyn tot de doodt , de welcke naer het Icgghen van den "•» 'fi '••mi-
c H. Chnfoflomiis naer alle voorgacnde pynen van branden van geeflè- /''*• Lat. Pac.
len ende andere tormenten ende It^affen ten leflen met de doodt moe- odoji,'^'^'u^.
ten betaelen . c sicui ^üi
In wat eene pyne ende vreefe en leven niet die ellendige ter doodt c^nerem h.i-
veroordeeldemcnfchen, die allen ooghenblick verwachten ecne Itraf- L'^tl'^,]"^" "
fe doodt ! als fy maer nllcenlyck en hoorcn bellen aen den in- penemes ks"
ganck van den kercker , fv hebben tcrflondt achterdencken ende moriem,-vus
vreefe, dat het de dienaers fvn van de juftitie, die hun comen hae- "5'"" '"•'*''- _
len, om te leyden naer de doodt, jae fy hebben bynacr altydt den "pcZl, ,^^,\
clanckvande belle inde ooren meteene uytterftc vreefe ende ichrick, C6nj„tnt,k
gelyck als iemandt die in iVn huys ecne groote horlogie heelt han- "^oUfluntur.
ghen , een gcibdigh gerucht daer van hoort. Hierom ilt, dat ee- ^-ChryL/om,
nen vermaerden fchryver een roerende horologie , die noch by da- „7 «ƒ«/]£
ghe noch by nacht oyt op en houdt, oock feer wel vcrgclyckt met
eene beroerde ende noyt rullende confcicmic .
lek lal dele gelyckenilTe als een finncbeeldt in een rymdicht.yat
bredder uytleggen met het fchritt dat volght naer de priiu.
i^^^A& ^ilFJ^ 4!^'?a&
mm
<^g ;
tjS DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
fietuo nondum
Siety daer Is geen verfchil ^
Het roert , V en flaet myt Jlil .
Het finne-beeldt wordt uytgeleydt .
WAt roeringli' ijfer niet^ nu hier^ nu daer te vinden
Of in een holle z.ee , of de vsrdraeyde winden }
Jiiaer '/ is van geen geduer , fonnvjlen hacjl gedaen j
Aïen hoort d^ onjlelde z.ee , en ^vinden flille fiaen .
Van Roeringh van altjdt wen dickivils comt te Jpreken,
Doch menigh hoo^h verjlandt Jich hier heeft moeten breken.
Dit aller menfch vern/ift tot nu te boven gaet y
Al datmen roeren Jiet , ten leften Jlille ftaet .
Doch in een uerewerck fult eenighfins bemercken :'
Dat heel den da^h en nacht de raejers famen w er eken ^
Die nimmer ftille fiaen . Dit is het ejghen beeldt ,
IVatr of nu mjn gepejs vtet mjne finnen Jpeelt .
Men
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 159
Men Jiet in V uerewerck van hoven en van onder
Peel tanden^ veel gewicht.'^ veel jhtchxkens in V hefonder ^
Dit werck al onder een rondtz.om d* horloqie <raet ,
Elck fliiclcxken heeft fyn werck en nimmer flille flaet .
't Geivicht dat praemt en roert ^ en of V men niet can mercknH j
Geheel V horlogie-iverck flrax Jietmen [amen u er eken :
De raejers keer en om^ V gejuicht drtnght famen neer ^
Elck Jluck van heel het ïverck Jich roert op fynen keer ,
Voorts heel het nerewerck moet op fyn tydt verdraeghen
JVtet fonder groot geiveldt d' hernomen hamers flaeghen .
Hier fiondt ick weynigh ft'l •, en docht in myn gemoet y
Dat eene hoofe Jiel oock veel verdraeghen moet .
De kennis van het cjuaedt heeft oock haer harde flaeghen ^
En doe.' een boofen menfch oock menigh flagh verdraeghen ^
Syn Jiel is vol van pnert ; van anghjl en vreefe heeft .
\Vat onrt'.ji voor een menfch die een hoos leven leeft '^
IVat fan tck noch in V werck gemaeckt van V menfchens handen ?
Jck Jien de raejers aen met al haer yfer-tanden ^
Die vryven teghen een , en flyten V yfer af.
Strax keerd' tck weer tot my^ en voor der my heo-nf:
Ick feyd' , foo gaet het oock met de verplichte Jielen ,
Sy treuren in haer cjitaedt , haer felven gantfch vernielen ,
Den worm een goddeloos menfch verfcheurt , en heel doorkerftj
Tot dat hy in fyn cjuaedt van vrees ellendtgh fierft .
Dtn worm fal oock daernaer voor eeuwtgh hlyven leven .
En in het helfche vier noch meerder fmerte geven .
En '/ lichaem met de Jiel naer al du ongevat
Voor alle eeutvigheydt in V vier noch branden fal .
^ch ! V is dan al te laet voor die verdoemde Jielen ,
Die dan maer te vergeefs haer wenfchen te vernielen.
Sy claeghen vol van pyn y doch V is voor niet geclaeght y
li'af/neer dat wreedt gediert den ii/orm haer heel doorknaeuht.
Alleen een droef gepeys van de voorleden fanden
Die menfchen als vernielt geheel in '/ vier verfonden .
Elck roept: Jf^at haet het ons y en geldt en al ons goet y
u4ls ons verdoemde Jiel voor eemvigh branden moet .
O menfch hewaert u Jiel , wilt h-we liiften derven y
Tracht liever voor de doodt uw' driften te verjlerven .
Draeght forgh' y dat ghy aen Godt een fuyver Jiele geeft y <•
Op dfit fy voor alijdt niet hem in glory leeft .
Soo
140 DE GODDELYCKE VOORSIENICHEYDT
SOodanige glorie cndc ruftc en fal eenc fondaerige fiele niet ge-
nieten maer eene grootc vrccfe ende onrurte van haere wroe-
grnde Confcicntie, Me hiicr geduerelyck voorfteltde boosheydt
cndc fwaci- gewicht hacrder fonden in de gclyckcnifTc van ecnc hnr-
logic , oft ucrewerck, dacr ick nu van gcfprokcn hcbbe, het welck
door het gewicht altydt in roeringe cndc onrufle blvt't .
Hier op defc materie pall (eer wel het gfiene ons verhaelt den
E. P. Huremiax Drexehus : Ferdinandus den I. KeyCcr van Ouflefiryck
was eenen groeten liefhebber van cleyne horlogien, ende hy waÏTtr
van verfcheyde wél voorllcn • Eens op eenen tydt hadder een met
occafie op de tafel geilclt , ofte geheten tot voldoeninge vande ho-
velingen, een wcynigh daernaer eenen van die edelieden hadde die
horlogic met eene bchendigheydt wechgenomen , fonder iemandts
wete , foo hy meynde , de welcke hy daern:ter in fyne ondercleede-
renvcrrtack, het welck den Kevfer zydelinckx met eene ooghe
hadde gemerckt , den hovclinck alfdan niet vermaenende, maermet
hem van verfcheyde dingen fprekende, alsof hy nergens van en wille,
als wanneer tiiffchen de iamen fpraeck de horlogie begon te ilaen,
ende gehoort wierdt tot grooté befchaemtheydt ende eene uytterlte
vreefe van den hovclinck, die de horlogie genomen hadde.
Den Keyfer liet hem evenwel ongellraft wech gaen met eene
fchcrpe berifpinge, hem oock feggende, dat eene quaede confcien-
tie noch ftercker doorflaet , als eene flaende horlogie, die eenen
boofen menfch noch meer ende fonder ophouden vermaent ende
beticht . Clara voce clamat & accufat .
Om weder te kecren naer de plichtige broeders van Jofeph; in wat
ecncn anghll ende vreefe fy gcweeft hebben, hebbc ick begonft
voor te llellcn , diemen daernaer fal ficn in eenen meerderen anghft
ende in eenc uytterlle bcnoudtheydtj daer hunnen onnoofelen ende
Godtsdienftighen broeder heel den tydt van alle fynen tegenfpocdt in
fyn fclven altydt genoten heeft een geruil ende hemelfch leven om
fyne goede ende onberifpelycke confcientie , gelyck wy daernaer
noch fullcn hooren .
Laet ons nu voortgacn in het vcrvolgh van onfe hillorie.
*
UYTGEBEELDT IN JOSEPH;. 141
V. CAPITTEL.
De [onen van lacoh nyt Ch^tnaan nut hunnen {onghjlen
■hroeder T^enjamin yocd^rge keert fynde in Efrypten , Tl? or»
den van lofeph vriendelyck ontfanqen , Simeon
'^ordt los (jslaeten , ende alleqaeder aen df ta-
fel "tffcl onthaeh ,
<R^aei^4 E broeders van '^ofeph en fcndden hunnen vader ^acob l
^m^: ^„_i„.i. .„..„„„ V„,{,»^»„ »_,„. „„ r-r. •^-
Interim
ij^ 3*1'''!^ \- quaelyck connen bewegen , om BeniainiH nacr Egjften tcrrAmpremt.
^J Sf^v/ niedc te Icyden: den ouden man was om te fterven, en- hat^confumf.
'^4-5— iitk^t de hy en conde van Beniamin niet fchevden, cnde laeten *'h"' "'"«»
gaen , tot dat hy •* ten leften fiigh , dat het moe ft welen om den uyt- gypto deude.
teriicn noodt van heel het landt, ende om dat de graenen, die (y '■""• ^'•
van Egj^teti gebrocht hadden nu bycans verteert wacren . Jacob dan ^*"k^jf^'„*l
vol van forge cnde benoudtheydt was te vrcden, dat fy BenjammioM- „,^do f.itru
den mede Icydcn . iteieffït.is ^j».
Den hongcrs noodt dwongh den vader, cnde overwon de teerc "•» »«"^'' ■>'*
liefde tot henjamin feght den H. Chjfoflornnó : Hy ftcmde het oock toe ^c"'cön''e7ti't
om het bidden ende praemen van fyne fonen, famen betrouwende nacjue pater
op Godt, dat hy Benjamin foudc bewaeren , fich nu teenemael voe- •/'•""" »<?''■#'-
gendc nacr de Goddelycke roo>/e«/^/je/i^; volgens het legghenvanden 'f' 'cil^^l'^
BiHchop il Lipf>omaniis . in/tanti.t er
Doch, eer fy foudcn vertrecken , hy belafle hun, dat fy ccnige fi^e in Denm,
aengenaemc vruchten des landts , ende giften fouden mededracsen , '«'«' '«' A"''''*
I • .111/- JJ J-1 J--, bro-vittenlia
oock eenige coltelycke fpcceryen , cnde andere dinghen die in Egyp- %fjere tó<-
ten niet veel te vinden en waeren . Daer en boven feyde hy hun, lut jjpp.Ep.
yirn . V oorts nun DcionucnycK aen ooüt Devcicuuc oaac ej]e qu
hem oock, dat den Princc van Eaypteri hun niociit guniligh wefcn, «"'" <^ft> ^
ende hunnen iievanciien broeder Simeon mee Benjdr/n?! in vrylicvdt '' ^"■" "*
weder icndcn . oicailer.
In al het wclck den ouden vader, gclyck c 0/("7//cr beincrckr,al- e A:!i,lt£ a
Ie mcnfchcn leert, van hunnen cantaltydt te doen, dat in hun macht pfemt^rej'.
j j 1 ,1 /^ j (lone hltprtitri
IS, ende dan hunnen toevlucht te nemen tot Godt. ef,i:id„ntur
Men magh hierdencken met Jofephm den hiilorie-fchryver, dat Lurym£,pa-
den ouden vader gewecnt heeft op het vcrtreck van fvnc fonen nierc ahiu
cnde befondeilvck om Benjamin , die fonder twvicl met de andere ,'"' ''°'^ph"s-
broeders vol traenen was. . c. <.
H h Men
24i DE GODDELYCKE VOORSIENIGH EYDT
a Defiende- Mcn magh van gelycken peyfen , dat den teeren vader naer hun
runtq;tnJE- yertreck noch fomtvdts geweqnt heeft vreefende, datter aen Benja-
^flenrZit f^ ''"" oock wel ecnigh ongcluck mocht overcomen , gelyck het met
mm Jofef,h. Jofefh gefchicdt was.
Quos cumri- ^ Macr Godt lof, het kickte beter, ende fy quaemen allegaeder
dijfety^Beu. p-eluckclyck in EqyPten^ terftondt eaende by loCeph. den wekken als
fniepit dl f- hy hun genen hadde ende lamcn lynen broeder Benjamin^ ieydeter-
penfaiori do- ftondt acn dcn hofmeefler van fvn huys, dat hy die vremdelinghen
mui fi£, di. foude binnen leyden hem oock in ftiltc beladende, een noen-mael voor
"fr'ói domum ^"" ^^ bercydcn, want hy met hun ëtcn wilde.
t^injiruecó- Hier is te bcmcrckcn naer het gevoelen van den BifTchop Toflntiu
')'iv.'iim,quo- ende van meer andere, dat Jofeph fvne broeders ficnde, de felvealf-
"fu^ 7"*"" *^^" "'*^^ aengefproken en heeft, macr dat hy heelblydefynde, fcght
jturi méridu. den h H. ChryfijhwHs grootelyckx beweeght was, om het aenfchouw en
Gen. 43. 15. van fynen eyghen broeder B-enjamm^ naer den welcken hy foo hadde
\ l!^fiLm' verlanght .
qit'emdlnde- ' Ltppomafjw dcfen handel vun f ofeph voorts bemerckende feghtdat
rabat: yidit hy dit alk's in flilte dcde , op dat fy meer vreefen fouden , ende niet
tam oftatum peyfen , dat dit quam van eenen goeden vricndt , ende alles gefchiede
'117,1!)'"^^' & uyt een gocdt herte . Als fy nu hun fclven in huys gefloten faghen
Chryf. " in de macht van eenen rtrafïenheer, waerenfy beanghlt, vrcefendej
c N'on au- gelyck d Chryfijiomtu fcght, om het mede gedraghen geldt van dieve-
dieniibuijia- j-y^ acngefproken te worden, ende dacrom gellraft met eene flavcr-
viuHmanimu "^Y^ ' cndc nict fondcr reden, want fy te vooren onnoofel fynde, als
lonjeüarênt , bcfpiedcrs ende verraders van het landt drye dacghen, ende Stmeort lot
fed timerent nu toc in dcn kcrckcr hadden gefetcn . Hierom mochten fy vry
»w^«. Lipp achterdcncken hebben van eeni"h bedrogh , ende dat al haer geldt
anxii erain, 'ondc acngcilacgncn worden.
fujpn.!ntei,ue Sood.inigh fyu geftelt dc gcmocdercn , ofte de confcientie van de
pe.uniarum goddcloofe icght e Lippo,: iriHs ^ dat fy oock in voorfpoedt bevreed
ttèrin/'^qu^d ^y^^ "> want hun felven plichtigh kennende felfs in het goedt , dat
etuin 'in hoc huu gcfchicdt , vrccfcn iy ict quucdts, dacrvle goede rulle ende vrtught
male fnerint. in fouden vindcn .
^ y'J . Als fy nu dan niet fonder vreefe en anghft en waeren feght//l/ov-
pioriim ron'. P'^ • Scydcn fy tot malckandcren : Wy worden hier binnen gcleydt
f^imtiü f,!„t, om het geldt, dat wy in onfefacken mede gebrocht hebben, om ons
ut etiam ,„ tc overvallcn met valfche bcfchuldighen, ende ons in flavernye te
pro/her IS ex. u -L ö ' •'
ƒ-«;<.,„,, brenghen.
nuionin ent Wat dan gcdacu in defe benoudrheydt ? eerfy dieper in huys gacn
C'im jili ion- fouden, noch wefende in de voorfaele g fpreken fy den hof-mecller
lii'/nn, i.rna aldus aen : W y bidden u, dat ghy ons gelieft te hooren : fy verhae-
/,:jhiiant"Jr,'' ^^" ^'^"''^ ^^^^ ^^ fuccke acngaeude het geldt, feggende, dat fy daer
^«< in
UYTGEBEELDT TN JOSEPH. 14;
in pcene de tTsinftc fchuldt en hadden, liet wclck fy by geval in , , ,
hunne lacken gevonden hadden, (onder te weten, wie het d;ier ut rnate fUcerh
mochte gelleken hebben, het welck wy dacrom mede gcbrocht heb- <^ piid/Jtm.
ben tot teecken onreronnoofelheydt : waeropden " hot-mceller hun V'P?i"""
terilondt andtwoorde- leggende: De vrede zy mctu lieden, en wilt temti^'d'x'.
niet vreclcn -, uwen Godt ende uws vaders Godt heeft u de fchatten
rit'tt
in uwe flicken gegeven j ende aengaende het geldt aen my betaelt, Prof ter p^H'
dat boude ick voor goedt ; ende dit geleydr hebbende heeft den ge- "''"''. ï""""
vanghen Str^/eon by hun lieden uytgebrocht j ende als fy dieper in hety;,(f„ nofirn,
huys geleydt waeren , dede hy '' water brenghen, ende fy hebben nuroditiH ftt-
hunne voeten gcwaflchen tot hunne uytterfte blyfchap , verwonde- """>""'<■■>''>/.
rende die goede genegentheydt van den hof-meefter . llmniam'a^
Daer-en-tudchen fcght de c H. Scrifture, maeckten fy hun giften fioUnterfHb.
voor den Prince gereedt, die ter tafel verwacht wierdt : aen den .''';''" /""^'f»-
welcken fy haelt on fyne comfte hunne qefchencken hebben opee- 'J'^""^'^-
, •'i,'-^! 11'' *° J"^"' noltres,
draegen, ende hem ter aerden aenbeden. Gen. 4^I8.
d ToflutM Bidchop van Axila fyne ooghen flaende op defe eer-bc- g in-^tmmus
Avylinge, fpreckt aldus : Hier is nu ten leften vervult den droom van /'^'■«"'•"n /»»
Jofeph aengaende de elf lierren om dat hier Benjamin die den elfften "^imJslwneii-
broeder was, met de andere Jofeph heeft aenbeden. innoi}r.t ion-
Wat dede nu hier Jofeph? den wclckenalle fyne broeders kennen- /""":«• ?»'*
de, aen hun noch onbekent was? In de H. Scrifture llaetter aldus: ^^'"Jjrr»"'^
e Als hy hun goedertierelyck gegroet hadde, foo vraeghdehy hun lie- noflm.v. %x,
den: Is den ouden man uwen vader noch welvaerende, daer ghy a
my van gefproken hebt, leeft hy noch? ende fy hebben geantwoordt: ^'1'''^ "*
Onfen vaderuwendicnaer is gcfondt ende leeft noch . ƒ Jofeph dat ge- w"/ A-../X*
hoort hebbende, floegh terilondt fyn ooghen op fynen broeder Benja- ümtre. Deus
min uyt eenen vader ende moeder geboren, van de felve evenwel ''^ft^rcj-D^.
vraegende : Is dit uwen minilen broeder, daer ghy my van gefeydt //t/22> -^'"
hebt? Maer waerom vraeght hy dat, als hy hem kende? hy hadde bis thef^urol
hem gefien ende wel gekent, feght den s H. Arnbrofim , maer daer '» /"^f"'j t«-
mede niet te vreden fynde, hy vroca;h evenwel, om te hoeren de /^'"'^v ■^'""
Item van die hy drocgh in fyn hert . [1,^^^, ^^^,
Tot noch toe en geeft hy van fyn felven, noch van fvn geflacht Litam hMo.
niet het minlie te kennen, het wclck hy om redenen noch uytltel- ^"'«a"?; '>''
de, ende daernaer beter foudc gefchieden. . «•«^^Simeoa,
H h z Hoor- b Et fntro.
^ d-icfrs tiomifm
«ttutitaquitm, ^ laternnt ftdes fitas. r. 14. c IUipar.ihitntm»neri,donecin^redcrctUTlofephmericlie.
V. 15'. d CompleliimhocfittttoiiHttr'^oftphifomniitmqit^ntinnadurtde^imftelLis, qiii.x etMm hic Benja^
min, qui undeiimus erat ,(umAliis adtrayit "jofeph. To(ï:iX. m Gen, e lllectementerref^ilittatis eis^snter'
roj^ayit tos diitns : Si*lti»s efl pMer-vefttr fenex , de quodtxeratumihi ^ quirefponderunt , foj^ej tjl- fertm
tit»s pater nojher^adhuc tnyit."*. 27. f ^ttoOeni *utem 'jofeph eculos yidit Benjaminfiatrem fimm uieri-
m»m;C^ nitu/ïe efifatcr yci}erparyulus,Jt']>to dixerttijmihi !' Gen. 43. >. 19. g ^jn»yer4t JoJ'e^h
J^4lrimfu>»m,fedidea lutcrrogat, ut iinem tencbtU animf , yox ftnaret , S. AmbroC
Z44 DE GODDELYCKE VOORSIENIÜHEYDT
a ^encilx'it HooiTei* dcH <» H. AmbroJiM van fprckeii : Hy heeft hem den god»
euwer u,.ki. delycken feghcn wel gewenll Ücrck bcweeght fyndcom hem te om-
'r',', %i fil'nu ^icÜcn, maer hy Helde het noch uyt . Daer-en-tuflchen de ontrtel-
tonjiieLtiiitur tenide van den brandt fyns herten was foo groot, dat hem de trae-
■vijcera eiiu , ncH iiytborltcden , traenen ftortende om den brandt van fyne liefde
Tlind^Ttu- ^^ maetighen .
biriaidiffere- >' ^o^fes verhaclt het aldus in fyne H. hiOorie: Hy haeftede hem,
latur. FUyit want fyne binnenftc waercn beroert over fyncn bi'oeder, ende de trae-
igitur,uta- pg,^ begonden hem te vallen uyt de ooghen, ende gaende in cene ca-
lacrymïsiem. '^''^'' hccft gcweeot } cnde als hy fyne traenen afgewafTehen hadde ,
perarH. S. cnde wedcrom uytgegaen fynde, heeft hy fynfelven onthouden, en-
Ambrof. (je aen fyne dicnaers gefeydt, leght broodt . Het welck gcdaenfyndc
Fej!,nayit- jgr^p/^ j^^^j,], onbckent aen fyne broeders hadde nu de felve aen de ta-
vota juerant ICl doCH fitten ,
yiftra ejui Hy fat tcr zydcn , ende de broeders recht over hem aen cene an-
£iiper f-atre jgj.g j^f^j yolsens dc pewoontc van die van Enpten ten opficht vaa
fehant Ury. ^C Joden .
m£V introj. Alles was nu wel gcfchickt ende op hun orden:, de broeders fa-
tns cuhiaiUm jen nacr hunnen ouderdom, gelyck hun Jofeph gellelt hadde, Ben-
«!'/ rtV i'^"^'" ^^" jonghrtcn Hit op de laetfte plactfe. Voorts Jofej>hï\zmk[£
«o-rtjjTlJ fort'f ^ foi'ge > om hun te .iiencn, aen allegader in het befonder hunne fp)fe
unit j'e,o' uit: fendende . Maer dit was ten uytterlten te verwonderen dut £e/ijamifi
Poniufanes. vyfmael meer creegh als de andere broeders .
'** ^''' In twee dinghen waeren hier de broeders grootelyckx verwon-
dert .
Ten eerden hoe dat Jofeph aen een ieder fyne plaetfe volgens den
oudcrdam hadde weten te geven , daer men tuflchen de broeders bc-
halven den jonghiVen Benjnmin foo groot vcrfchil van oudeidom niet
wel en conde mereken . Sv en hadden geen het niinfie achterdcuc-
ken , dat fy van Jofeph allct;,u'der wierden gekcnt .
Sommige Jodtfche fchryvers n.icr de gctaygeniflè van Saliavus in
f"ne kcrckelycke hilloric fegghcn , d-iiJofephXo[i<^c verllert hebben ,
alles te weten door de conlte, die hy hadde, van eenige dinghen
te connen voor'eggeu, ende dit door cenen filveren croes, ofte be-
ker, die hy voor hem hadde, cnde dat hy op de ccrfte aenraeckinge
van den feiven beker hadde geweten, wie dat dei> oudtllcrs! wa.s,
Kttbea daer op terllondc uytroepcnde, den weieken hy den eerftcn
dede fitten.
Ende aldus ap de tweede aenraeckinge riep hy Simeon^ den wclc-
}ccn hy ncffcns R'éenzh i\tn naeft-geboren opoe tweede plactle de-
de fitten, ende foo voorts aengaende de andere. Al is' d:t maer c^n
verficrfQl, het en is niet quaclyck gevondca van de '^odtfihe Ice-
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 24f
raers ofte Rihè^nen^ om altlus den wegh te baenen tot het h'^flceck a Flar.tf.%.
ma
ofte vrindelyck bedro^h , het welck lofeph tci^hen ivne brnrders ""' . 'K!"""
haeit wilde uytvercken . /,„„ ^„^^.,^^
De tweedereden van vcrwonderinge w;is, ó^tjofeph acnfyne bvor- .:::>orc profe-
ders verrc:"ieyde Ipvfen overrendendcvyf-mael meer aen Beri'iamifi t\id .'•'"-'■.•''>• Ha-
de gelbnden . ' ' . '^''j^'i^';^
Êerll aengaende de maniere, dit heeft aldus connen gcfchiedcn. hiii«',u-e fa-
Te weten als de andere elck in het befonder vyf iborten van ^e- irsmjUumm.
rechten iouJcn gchadt hebben, dat net gerecht van Benjumm elckcn ƒ ^'"''■■' /"■'«-
keer foude verdobbelt geweeli hebben , o'te gelyck den E. P. Mar- ,ll'JZm"wT-
tifiiu del Rto van onle Societf'.t icght, dat de andere broeders m-icr 'ihiiiar h.tbe-
eene oncie van fpyfen , ende Benjamin vyf oncien foude gecregen l"^"<r,tantoq;
hebben. Pro una cxterr,-nm uncta Benjamin qiv.nciHe acciperet . mmusanu ^-
Nu aengaende de reden hier van: iJen geleerden •» Gttil. Haments U,,q„antoa
feght, dat Bcnjami» van fynen broeder ^ofefh meer creegh , ora dat p'itreommLKs
Jofeph hem meer -beminde . TJr "Lr'om'
i L«/'/'ow,'!;.v« geeft noch eene andere reden: Jofeph^ feght by, he'ïft "' rlfuiT^k
fynen broeder met meer fpyfe willen vereeren, om dat hy den ver- honcrare m
vorplten wicrdt gehouden, cnde foo feer niet bemint van de andere ''"' /""* "te-
broeders, oock omdat hy van Jacol' meer bemint wierdt. rf,t,ty, oet
Ten Idten andere feggcn, dat dit alles gefchiedt is, niet foo feer, f^ires .-.w;.
om te achtahaelen de gcnegcnlheydt van de broeders tot Benjamin ^ derent , fuut
eelyck c Lyravu-s meent, als om te betoonen fyne liefde tot hem . die """".'^"''"'f'
lynen eyghen broeder was uyt eenc moeder Rachel^ cnde uyt eenen n/,,^ amüre-
vader Jacb gebooren ; den welcken oock b)* fynen vader in iy neplaet- ""■• Lyranus,
fe was eevol:?ht aen^^aende de vaderlycke liefde ende forehe , oock ^, ^"^^>^'^"'-
om te iien, of ly oock tot hem nydigh waeren. ^^, ~J-^_
Men iagh evenwel, dat de gcmecne vreught cnde foere omhaclin- tate pom in.
ge der genoode nergens in en wicrdt gelloort ; als wanneei- men an- /''/"«i"!. S.
der^ niet en mcrckte als tceckens van blydtfchap , van voldociiinae , ^"&'"V"^''
, , ^ , . , - i > & ' ;;j Geil.
cnde gcluck-wcnlchingcn onder een. e A'^,» e/h
Hel is immers fekcr, dat fy onder malcanderc-n hertel) ck gcdronc- ƒ■» (.redh-c ,.
ken hebben, foo ihietter in de H. Scrifture met defe woorden:. Bt- «"'"'•,"/■'•;-
ier.nitque & ebriaii fani eum eo . Dat is: Sy hebben gedroncken , en- i^.^^" L«l"It
de fyn met hem by drancke geworden, niet dat fy heel droncken toiwnnhon...
waeren ma "f by drancke eenighlins vcrheught ende fonder onmaetige ""*""■*■ '^"'•'^■
dronckenfchap, gelyck den d //. Augtf^imu dat uytleght volgens den "JZ^''(^ii.
Hebreeullchen tixt.
Men magh gecnfins gelooven , feght den ' Girdinact Cajcian^s ^
dat alle die genoode vremdelinghen loo vereert met den Prince ^o-
feph foo onmaetigh in fvne teghenwoordigheydt Ibude gev.'eefl heb-
hen tot fchwdclye dioackenfchap , de wclckê lircckt tot miCtchtin-
Hh X
Z4«5 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
ge ende fchande van een ccrlyck ende v/ys man.
Hoort eenige H. Vaders daer van fprekcn : De dronckenfchap fcght
a F.!>riet.is den ■' H. Bajiiiw^ is de moeder van alle boosheydt, tecnemael Itry-
m.iUti.e mater dcudc teghcii dc deughc.
■vntia^ im- Voorts fy beneemt den menfoh het verflandt, foo dat hy fyn fel-
ferm. de ebri- ven nict cn kcnt . Lnde de vrywiUige dronckcnlchap is eene gro^B^
etate . b £- fondc Ccght den H. Bsrnardm , fchaedelyck aen fiel ende lichaem .' •'•
inetssaltcnat Acngaende het lichaem hoort den ^ H. Angnjlr/wj : De dronc-
ZT'nefaat'rê kcnfchap, feght hy , verkrcnckt alle de lidtmaeten van het lichaem,
ipfam.ipfae. cndc vcrhaelt de doodt, gelyckmen het genoegh fiet. Den felven
hrietM mor- ^ H. Vader op ccn andere plaetfe bcfchryit dc dronckaerts naer hcc
t"^' f^""""" leven : foofpreckt hy : Als fy te veel ende boven maeten drincken , sc-
l.demodo-vi- lyck mct ccnc geraecktheydt geliaeghen ly en connen niet recht op
-i'cndi. c. 25-. hunne voeten il;aen, fy worden in het aenficht verduyltert, fy cry-
c OelmetM g]^c^ dracyinghcn in het hooft j het gelicht is ontireken, daer is ee-
"cunal' mem- "^ bevingé in de litmaeten , ende eene ontitelteniift van het lichaem
bradel'iiitdi? ende van den geeft.
numquid non T)qx\ Poët Lucrettui 'm hct dcrdc bocck fynder dichten befchry-
leJl^^i Au'' vc"de de fchandelycke uytwerckinghen van de dronckcnlchap fprcckt
ferw. ^i. ad alduS :
ad patres in. Confequitur gravitos membrorum : fr£pediumttr
d""pH.otiej, Crnra vacillanti; t arde feit lingua madet mens-y
5«f nimiiim Nant octili ^ clamor ^ Jiiigultuf .^ jwgia gltfcur.t .
Hnutam\»am Het wclck ick mct hct volghende rym-dicht fal trachten uyt te
in faralyfim leggen.
tefolttti fitii
peiiUs ambu. Een dronckaert Jtch hevint heel pivaer in al f}n leden ,
Ure nnt pof- £„ j^g ^y voort wilt gaen en can niet voorder treden j
funt. Hinc o- jj ^ V vallen wilt ; fielt niet een vaflen voet ;
jfo, rertiro, Daer light^ eer hy het 7i>eet^ den droncken armen Oloedt ;
fatigatio, (j?" Wtlt ghy hem rechten »ƒ, hj fal Jich noch verfchoonen ;
^oi^(apitif, Maer cjualyck fprelen kan om fjn ontfclmlt te toonen .
tusfmemi'rl'. Hj ftawelt tn J)n Jpraeck , en feght met een recht ii'oordt ;
rim omnium Dan fwyght den droncken man heel in fyn nat verfmiordt .
tremor, an'f j^ meer als binnen vol, V nat Jietmen oock in d" ooghen,
mea-ment.f ^ ~ ^^^ ^^^^ ^^ ^^,^7 ^r ^ ^^^ ^ƒ ^^^^y^ drooghen -y
JtupoT i.Aug. y , , ir I ■ I .1
ferm. aai. Maer Jtra.v als rechts te voor, die petmett vochtigh jtaen .
Dan werpt (jy . V nat weer njt , V can nict als qtmelyck gaen .
Daer light den drovckaert neer, dan hoort gV hem fl.jcdigh hicken^
Nu fticht hj,jae men vrcsfl, dat hy tn V nat fal jiicke-n.
Als 't uytgeflaepen ii , ?' is heter , niet te wel .
Jae kyft, cn tiert en roe^t de duyvels ryt de hel.
Dat
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 247
Dat comt o droncken menfch van al u guljigh drincketi ,
Leert liever tot tt eer het glas Cao vol niet fchtncken j
Dwinght tnven vnylen lufl , en fielt het Coo niet aen ,
Dan fal V naer lyf en Jiel voor » al beter gaen .
DTt fvn de fchandelycke uytwerckingen van de onbetaemelycke
dronckenfchap .
Hoe fouderaen dan connen feggen, dat dien heylighen ende wy-
fen voor-Coninck '^ofe^h met fyne broeders in alle die onmaetigheydt
foude gevallen fyn ^
Sy fyn wel vroyclyckgeweeft , cnde wat befchoncken, maer niet
met al te groote onmaetigheydt tot dronckenfchap toe, gelyck het
nu gcnoegh betoont is . ^
Men magh eer leggen , dat Jofeph in het onthaelen van fvne broe-
ders gelyck droncken was, ende overwonnen van broederlycke lief-
de, als hy hun fagh , ende bcfonderlyck fynen lieven broeder Benja-
min ^ als wanneer oock de broeders .ils van hun felven waercn om de
onverwachte eere, endegoedthertigheydt, metde welcke fy van dea
Prince ontfanghen wierden.
Wy moghen oock feggen in eenen fedelycken fin , dat dicrgelyc-
ke dronckenfchap naer het feggen van de H. Scrifture, magh geno-
men worden als een voorbeeld t van eene blyde vreught ende opgc-
toogenthevdt van de geluckige fielen in den hemel , die oock ge-
nocmt wo''dt eene fcdelycke dronckenfchap , van de welcke Godt
felve den oorfpronck is, ende David van die geluckige fielen feght,
dat fy droncken fullen wefen van de ovcrvloedigheydt van fyn huys.
Inebriahuntm- ab nbertate domm tux . Pfalm.^^.y^
Duyfendt-mael geluckige fielen, de welcke droncken fyn van die
hemclfche vreught .' Wie en foude niet wenfchcn daer van deelach-
tigh te wefen! daer ons Godt deelachtigh fal maecken vanden vloedt ii;^^,„,,
fynder welluiiigheydt . lorrente voluptans tnn. fotnbis eos .
Om wederom te keeren tor onfen miltdaedighen Jofenh tot fyne
broeders, die fich niet genoeeh en conden verwonderen over de uvt-
ftekende goedtjoniligheydt van defen Prince, den welcken fy noch
niet en kenden, maer die hun allcgaeder feer wel kende.
Dien vermaerden uvtlegger van het boeck Genefis den E. P. Be-
nediclus Perrerim van onfe Societeyt fpreckter oock befonderlyck van:
Wie van de broeders , feght hy, hadde fich laetcn voorllaen , van
te verhopen al dat hun ovcrquam, te weten op ecnen corten tydt foo
groote veranderinge te ficn in dien grooten Prince, den welcken,
daer hv hun niet lanck te vooren als bedrieghers ende bcfpiedcrs des
landtsfoo llrafFdyck hadde ontfanghen, nu met foo eene vriendclyck-
heydt
248 DE GO • elycke:voürsienigheydt
hcydt cndc goe-ici dcrcnthcydt foo mildclyck acn l'yne tnfel onthiick
hadde, liet is w; -.■ fyconden hier over verwondert wdcn, maer even-
wel ly en waercii niet Tonder eenige vrcele, of dacr moclit hun noch
we! eenc donckeve wolck over het hooft hanghen ; foo het in der
dacdt gefchiedt is, gelyck wy daernaeroock lullen iïcn , nis wycerlt
in de volgende ft-dc-lceringe iullen voorgeilelt hebben de geduerige
veranderinge der mcnlchen hier op de wereldt nu van blyfchap, nu
van drocfhcydt, nu van voorlpocdc, nu van teghenTpoctlc ende lbo
voorts.
SEDE-LEERINGHE.
yarf de l^oorfurAgheydt Godts ^ handelende dicfc^ih met
de mcnjchtu nu wet voorhoedt nu met teghenj^oedt ^
hunnen gr/rjc{i^hen oft ongeluckighen jlaet n~
dtierelyck veranderende .
D
,, E broeders van Jofeph, als fy van hem acn tafel foo wel en-
de foo vriendelyck getoeftende onthaclt waeren , gelyck wy
gehoort hebben , waeren ten uyttcrllen blyde ende verhe-Jghr,
doch niet fonder verwondcringe , ende eenige vrcefe, geniere k t fy
te voorcn cerft comendc uyt Chnnaan naer Egypte-fj foo rtrafïclvck
waeren ontfanghen gewceft, fycondenvrcefen, 'dat defc vriendelyckc
onthaelinge ende vreught wel haeft wederom foude connen verande-
ren in eencn nieuwen angh ft endefwaerigheydt ; gelvck het immers
fccr dickwils gefchiedt in defe wereldt , ende dit door de beftieringc
Godts, een ider door defcn oft anderen wcgh van teghenfpoedt en-
de v-oorfpocdt te brenghen tot fyn eeuwigh geluck ende faligheydt ,
Pro^'.i+r.i^. De Iceringe van Saiamon is maer al te waer , als hv feght : Dat
het lacchen met drocfheydt lal gcmenght woorden ende het uytterite
van de blyfchap fil op een fchryen uytcomen . Rifn^ dnlore mifcebnw,
ij oxtrema gardii IhcUi-s nccufat . Vreught ende droefheydt, geluck
en on^cluck volgen malckandercn : alsmen meent, dat den voorfpoedt
lanck fal duercn, dacr wordtracn dickwils bcdroghen, ende den te-
Skut fonUui ghenfpocdt is nae.der, als men gemeent hadde.
/}>i>tar>im ur- Deji Coninck Sahmon geeft ons hier op eene fchoone gclvcke-
dtnitufa fob ^^((.^ ■ trelyck het gcfchctter , Icght hy , der bernende doornen onder
"nVi^Zcdd. eencn pot alfoo is het lacchen van eenendwaefen . Het vier van door-
i.'r! 7.'^'^^' nen gemaeckt, vat hacft aen, het kraeckr, het fpringht , ende ter-
llondt is het vei-gaen, daer is in het bcginfcl meer vlammc als vier,
ende
TJYTGEBEELDT IN JOSEPH.
24P
cnde als de vlam gepafTcerc is, het kraeckcn ende fpringhen houdt
op, ende het vier is uyt; de vlam ende het vier van de doornen fchynt
lanck te willen duercn, maer het is haelt uytgebkilt, meer fchyn-
fel van een lanckduerende vier.
Soo is het gcluck ende blyfchap defer wcreldt, die haefl voor by
is, vvanter tcrltondt de droetheydL, moeyelyckheydt , ende tcghen'
fpoedt op volght , gclyck het met de broeders van Jofe^h daanaer
gefchiedt is ende noch met andere gcfchicden lal .
Soudemen hier niet moghen ieggen, dat het leven der menfchen claer
vertoont wordt in het dracyende rat van de Fortune^ in het wclckedie
boven llaen, hacfl ondcrgeraecken , ende daernaer weder boven comen,
ende dan wederom onder . Welck rat by geval niet en draeyt, maer van
Godr altydt beftiert wordt volgens de redens , die hem bekent lyn , mil-
fchien oock, opdat de ellendige menfchen den moet niet en louden lae-
ten fincké en wanhopen , ofte opdat de voorlpoedige menichen hun niet
en foudcn vcrhoovcerdighen ; ende andere mifachten. Ende lbo voorts.
Immers Godt heett dit het alder-belle voor de menfchen geoor-
deelt, den voorfpoedtende teghenfpoedt onder malckanderen te men»
ghelen , ende gelyck met beurte te veranderen .
Een ryindicht van het radt van de onlekere fortune fal hier wel
palTen .
£i
Siet
z;o DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Ti tacimM
Fortuni Dc'
an> , ;xloqut
lo:amus lu-.
ven. Sai. xo
Slet de Fortuyn daer ftae» op eenen hol verheven.
Die nimmer fl%lle ftaet; onjiaedtgh tn het /weven
Fan d" een of d^ ander cant . Als een Goddinne fiviert ,
De menfchen groot en cleyn met heel de aer£ hejiiert .
Doet immers dat fy wilt j en om haer macht te treffen,
Can die vernedert flaet , wel haeji om hoogh verheffen .
Sj geeft 5 dat haer behaeght , en oock omrecken can .
Als V If.fl , ellendigh mneckt , oft een gelucktgh man .
Dies jiaet fy op een radt , bejlierend' alle menfchen
Tot heyl oft ongelttck , doch niet naer ieders wenfchen .
Sy draeyt haer eyghen radt , het gaet geflaedtgh rondt ,
Dat eerfl ti'as heel om leegh , daernaer het hoven flondt ,
Rondt fom het Radt men Jiet van boven en van onder
E lek naer fjn eyghen (iaet verbeeldt in het befonder :
Een Conincky en fjn knecht, een wyfen , en een geck.
Een edelman , een boer , een arm , een rjcken vreck .
Elck
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. i;t
£lck roert met V draejend!' radt , nn onder , en dan boven \
Ah eenen gonck om Jjoogh , de nnd're neder fchoven :
Nh whs den Coninck knecht ^ den knecht dan Coninck was %
Het radt van de Fortuin draen om al even rM .
Maer dn niet avders fyn als fabels der Po'éten ,
Al in hun valfch hedrogh en dififlerhejdt qefeten :
't^gebeiighen der Fortuyn is lanck tn roock vergaen ^
Al dm oJ> d' aerde roert can maer in Godt heflaen ,
Godr fel f is de Fortuyn , beflierder aller dinghen ;
Aden can fjn oppermacht , en Godthejdt nimmer dzvinghcn .
De cracht van de Natur alleen tn God, bejïaet,
ïf' ant fonder Godts keftier en macht de aerd" vergaet ,
fan Godt het alles hanght , en fchepters ende croonen ,
Dte boven Coninghen fn oPter-macht can toonen^
Die Godt , als V hem belieft , heel op het hooghfte fielt ,
En als men V mtnfle meent , %i'el haefl ter aerden velt .
Dit is het radt van Godt voor aller menfchens leven
Van onheyl en geluck . IVilt dan u overgeven '
Jn al dat Godt behaeght ; feit h in fyn beleydt ,
En tracht in faer en foet naer uwe faltgheydt .
DEn H. Chr)foflomw heeft defen handel Godts befonderlyck be-
merckt, fpi-ekendc aldus: Den bermhcrtighen Godt heeft in
de droeve endc bittere gevallen wat foets tuiïchen gemenght j het
welck hy voorwaer doet in alle heylige mcnfchen, wekkers ellenden en-
de vreughden hy niet en laet lanck dueren, maer door cene wonde-
re verandcringe, heeft hy het leven der rechtvcerdige gelyck door-
weeft met teghenfpoedt ende voorfpoedt .
Godt fchynt, gedient te fyn, gelyck de nature oock doet, met
die geduerighe veranderinge , nu het een, nu het ander toelaetende:
den dagh ende den nacht volghen malckanderen j den winter volght
den fomer, de koude de hitte, de calmte hettempeeft, de verfaedt-
hcydt den hongher , den peys den oorlogh , foo van geU eken den
vooHpocdt den tegheni'poedt . Ende aen dcfe veranderinge fyn alle
yerellche dinghen onderworpen; Soo handelt oock Godt j endefyne
Goddelycke wysheydt ende l'oorjiefugheydt {chyntAicr in haer behae-
ghen te hebben, ende dat totgocdt van de menfchen.
Hier op pall het fegghen van eenen Poet :
Lndit tn bumanis divina totentia rebus .
Ick feggher op:
Aenjïet wat Godt op d^ aerde daet ^
Die alles menght met faer en fuet .
lil Hy
Üf D<tu (}f
u^turA natu-
rans , «4 V
forlHnafortH-
nans.Hoitfl,
Jiiut ipfe efl
auClor naturg
ita O' omnii
fortunti Sic
dixerunt G('
tiles df>ud
Beyerlinck
ytrha Fortua,
Mifernort
Dem mtjfü
rebus autdam
jucundu mtf*
atit.Qu^odctT-
te In amniius
SanClii fa^it,
ijuosncq; tri'
onlat!ones,nt*
quejucundila»
tes fnithahe-
re ioniiniiM ,
fed turnde ad-
yer/ïs, turnde
projperif ju-
Jhrum fitam
fu.ifJ admirti-
bili yarietate
conlexuit- S.
Chryfoft.
Hom.Z.in f.a»
ifz DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Hy fpeelde op dcfe woorden van de Goddelycke wysheydt : Lu~
dens in orhe terrarttm . Dat is : Spelende in den omganck der aerden.
j Prov. 8. v'.T^y. Weicke woorden den geleerden u a. La^tde ■i\A\x% uyt-
' LuAn, nunc leght . De goddelycke wysheydt (peelt op dele wereldt; fommige nu
huideprimen- vernederende, nu de felve verheffende, nu die als met de doodt ovcr-
w»Xr nmü v^illc'ide» nu de felve levendigh maeckende.
occidendo,- Defc veranderinge volgens de fchickinge Godrs vindtmen dick-
nunc -vi-vifi' vvils in dc H.Scritture, gelyck feght den H. Chryfoftomiu , daer ick
w» o.A ap. j.^ voorcn van hcbbe gefproken. Hy brenght by het exempel van on-
.,,. ji len joféfh onder- Conmck van Lgypten .
Wy hebben genoegh gehoort, hoe dat hy door de Goddelycke
Voorftenigheydt nu door fuer nu door foct heeft gepafleert, nu ver-
volght, nu herllelt ende verheven . Hy maeckt oock mcntie van den
Propheet Job ^ van den wekken den H. Paus Leo oock fprcekt,den
welcken Godt gelyckmen weet, foo wonderlyck geoeflPent heeft nu
b ^tMus overvallen met tcghenfpoedt, nu vertrooit met voorfpoedtj nu was
loh alterna.n. hy geluckigh in fyn huyfgefin, nu in volle fwaerigheydt, ende droef-
tibus honu ac hcydt } nu hadde hy goede ende ftille daghen, nu moeyelycke ende
7fl"s'*teo ongeluckige voorvallen. Aldus üuyt den b H. Leo: Job is door eene
'ferm. g. de gcducrigc vcranderingc van goedt ende quacdt geoefFent ende onder-
Quadragefim. wcfen geweell.
c jobirtsa Dien treffelycken (chvyvcr c Methodini ^ bemerckende defe veran-
^rZ^f'l'L derinse in lob^ feeht, dat het tempeeft, het wclck Job overvallen
^Hiüitatem hadde, ten letten m eene calmte verandert is.
itmigrayit . Defe Veranderinge van ilaet , van eene goede ende quaede fortune
Merhodius. ^^ heeft door het bellieren Godts niet min gebleken in de Patriar-
chen Abraham, Jfaac ende lacob , ende daernacr oock in Davtd-X.cn
ophcht van Siitl , ende fynen wedcrfpannighen l'one u4bfo/ on , foo dat-
men van alle dcfe magh fegghen , het welck ick boven uyt den JI.
Chryfifli)mn6 hebbe gc(cydt : Dat Godt het leven van fyne vrienden
' -., enderechtveerdtge met goedt ende quaedt gemengelt heeft, ende dit
rnerlienfit- allcs , tot fyucglorlc, cndc hunn: verdienden ende faligheydt.
pane 17. Ick fal hicr voor het lelie byvoeghen eene wondere hillorie van
LuifiusCoBtd- jg veranderinge van den werellchcn voorfpoedt ende tcghenfpoedt.
riiM! ir, .•■VI' CflJe'ridit-i I irerbie-'iiis hiltorie-fchryvcr van den Kevfer Cö«r«öfw den
(p- y,tior.pag. III . vcrhaclt dic in lyne chronyckeopgedraeghcn aen den Pausc/r^a-
■166. Man. „fij tie^ Jl[. om het V clck hy meer geloof moet hebben.
*'™''"', "* Delen </ Godef'idie-s ende andeie fchryvers fegghen . dat Cowad'ts den
sJs'yu. Ló. ni- Roomfchcn KeyCcv ecrlt om verfcheyde deught ende viétorien
caj"- i, fccr veiiniiert , nvaer gelyck dc fortune volgensde beUicnnge van Godt
Boyt leniandt vourdccli-^h is , daer is hem hacll eeiie gcoote onver-
V achte vlatze op bet hooft gevallen .
M
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. ij-J
Jlli Cétruleiu fuper capnt adflitit imher ,
Hy haat de vlangh op V hooft .y
Eer hy het hadt geloof: .
Eenen fekeren Prince met naeme hnpoldm Palfch-graef van Beyeren ,
als alles nu in rulle fcheen te vvefen , begon eenige oproerige gepcy-
fen ende raeden met fyn fclven te overleggen, macr fiende, dat fy
uytgecomen waercn , ende vrcefcnde , van den Keyfer aehgevat te
worden , ende met de doodt geilraft , en vondt niet genoeghfamer
als de vlucht; foo dan van de menfchcn vreefende vcrtrock fich met
fyne huvf-vrouvvenaereen verlaeten bofch , genaemt Hercima nu ^r-
denne niet verre van fyn callecl, datmen Catva noemde. Alwaer hy
metter haeften een hutteken maeckte, daer trachtende Godts thoorn
te ftillen, ende die van den Keyfer te ontvluchten.
L-tpoldw met fyne huvf-vrouwe was nu eenighen tydt in fvne fchuyl-
placife verholen gebleven, maer wat cander lanck verborghen bly-
ven ? den Keyfer Conradus hadde fyn vennaeck in de jacht , eens de
wilde gedierten te diep in den bofch gevolght hebbende, hadde hy
fvnen wegh ende fyn volck verloren, by geluck inden duyll:eren a-
vonk quim hv alleen tot een cleyn boeren hutteken, daer Lupoldm
in fchuvlde ; dit eenigh leven hadde hem ende fyne huyf-vrouwe foc»
verandert dat fy van den Keyfer niet gekent en wierden . Lnpoldus
was heel bleeck van aenficht, heel magher, verarmoeyt, lanck van
hayr ende baerdt, foo onbekent ontfanght hy den Keyfer, den welc-
ken hy wel kende, voorts onthaelde den Keyfer met wat melck en-
de eenige cruyen. Daer en tuOchen Lufoldus ende fyne huyf-vrouwe
die bevrucht was, ende op haer uytterfte , waeren vol van anghlt
ende vreefe, niet wetende wat doen, oft fy fich onbekent houden-
de, den Keyfer wech fouden laetengaen , ofte fich openbaeren , ende
vergifFeniflè verfoecken . Sy vonden ten leften geraedtlamer te blyven
fchuylen, ende niet het minrte te feggen .
Maer tullchen defe onftclteniflen hoort een groot wonder uyt den
hemel: op dien felfften nacht, als den Keyfer by hun noch was, de
huyf-vrouwe quam in kindcr-bcdde , baerende eenen fone , als wanneer-
men hoorde deie llemme : O Imperator infans hic ent ttbi gener er
h&res . O Keyfer dit landt fal wefcn uwen fc hoon fone en erfge-
naem: welcke woorden drve-maels wierden herhaelt. Hier wierdt
den Keyfer teencmael ontltelt endeongerull , by fvnielven peyfende,
wel lalick mvne dochter aen eenen boer ten hou wclyck geven ? gccn-
fins . Dit en ial noyt gefchieden .
Den Js.eyler mee het aencomen van den dagh terflondt vertroc-
ken f)wle focht allom fyn volck, ende ten leitcn de fyne gevonden
hebbende gaf laft aen twee van fyne dienaers , dat fy dat boeren huvsken,
lij '. ' m
*1
zf4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
in het welck hy daer ergens dien nacht vernacht hadJe, foudengaen
Ibecken , ende den boer ende fync huyf-vrouwe met het kindeken ,
dien nacht eerft geboren, dacr vindende, het felve fouden doeden,
ende het uytgefncden hert tot hem brenghen . De dicnaers aen de
welcke de doodt belafl was, waercn nu in het huyskcn gccomcn,
met hun bloote Iweerden het kindeken vindende op den fchoot van
de moeder, die haer te kennen gaeven, waerom fy gecomen wae-
ren ; maer fiende het Hef kindeken wierden foo beweeght dat , fy
het iclve niet en condcn dooden > ly. nemen het felve evenwel
mede uyt de handen van de ouders. Godt alleen conde het hel-
pen, gelyck het dacrnaer blycken fal . Wat iOcr voorts gcfchicdt ?
Des Keyfers dicnaers niet willende het onnoofel bloedt vergieten , heb-
ben, om cenighfins te voldoen aen 's Keyfers gcbodt, fonder wcte
•van de oudershet kindeken geleydt in eenen grootcn nell; tiidchen
de tacken der boomcn , om daer van hongher te laeten ftervcn ; ten
leften om voldoeninge te geven aen den Keyfer , nemen fy mede
een verfch uytgefneden hert van eenen haes, den welcken fy by ge-
luck gevanG;hen hadden, om het felvè aen den Keyfer te bienghcn.
Maer fiet wederom een weynigh dacrnaer eene andere ende ge-
luckigc uytcomftc: dit verlaeten kindt, het welck haeft van hongher
moell; llerven , door fyn geduerigh jammeren ende jancken wierdt
gchoort van eenen anderen grooten heer, Emeftns eenen Hertogh
van Duydtilandt oock fynde op de jacht, die op het cryten nacrder
comende, het kindt vondt, het felve uyt medelyden nemende op fyn
peerdt fonder iemandts wete naer fyn huys voert.
De Princefle fyne huyf-vrouwc die ontvruchtbaer was, het kinde-
ken fiende , wenile het felve met oorlof van haeren man voor haer
foontjen aen te nemen, het welck hy goedt vondt, ende dat fy vry
feggen foude, dat het haer kindtien was, trachtende op alle manie-
ren de faeckeverborghcn te houden . Als fy nu eenighen tydt geveynft
hadde bevrucht te wefcn, fy laet hacll dacrnaer in den nacht aen al-
le hacre huyf-genoten w^eten , dat fy van eenen jonghen fone gelegen
was; de maerc loopt tcrftondt van alle cantcn, ende wordt gelooft,
ende den Prince ende Princefle worden voor vader ende moeder ge-
houden, aen het kintjen den naem van HenrUm gevende; daer-en-
tulichcn opgcbrocht fynde in goede maniere ende godtvruehtigheydt
tot fyn vyfthiendcjaer.
het «Tcbeurde dacrnaer, dat Conradus den Keyfer Erf/e/las den Hertogh
tot Rui:e?!sberoh ccm quam befoeckcn ; //fvr/cv/fynen fonc verlchcen
oock terllondt neffens andere voor den Keyfer, deri welcken onder
alle de andere uvtihick in hoffche manieren, fchoon van f|;nllchc
ende in ecne cloccke gcllelteniffc des lichacms .
Den
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. zff
Den Keyfer hem wel beficnde , ende fyne edele opvoedtnge be-
merckende , vnicghde van den Hcrtogh, wiens fone hy wa*;, ende
foo den Hcrtogh andtwoorde, dat hctfyncn fone was, die den Key-
fer als dan meer ende meer quam te pryfen . By fyn ielven evenwel
achterdencken crygende, dat hy cenen aengenomcn fone wel mocht
Wefcn , diier de Hertoginne foo lanck onvruchtbacr was gewceit .
Voorts door het ingeven mee II van den helfchen geell, viel hem
in , dat hy het felfflc kindt wel foude fyn, het welck hy in den
bofch door fyne dienacrs belall: hadde te dooden . Soo dan tot meer-
dere fekerheydt ende rufte ftelde den Keyfer by fyn felven , hetfelve
te doen ombrenghen met gelegcntheydt .
Daer-en-tulTchen op het verfoeck van den Keyfer wierdt hy mee
des vaders oorlof neffens andere Prinskens in het hof opgcbrocht .
Den Keyfer nu de gelegcntheydt hebbende om hem het leven te
nemen, fendt dcfcn Prins in volle haeit ende ftilte met cencn vrias-
brief om aen de Keyferinnc dan te Aken fynde fclf in handen te ge-
ven. O wat onverwachts gevallen! ó wondere belHcringc van de
Goddelycke l^oorfientgheydt \
Den onnoofelen Prince nergens van achterdencken hebbende was
nu al op den wegh 's avondts blyvendc vernachten by cenen Prieller,
om dat hy by de Keyferinne niet en hadde connen geraecken, doch
alles door de fchickinge Godts. Henncus van den cerweerdighen
Prieller 's avondts wel onthaelt fynde nam van den felven nu fynaf-
fcheydt, om wat te gaen rulten. Maer liet, foo den Priefter hem
levde naer fyne ruft camer, fagh hy uyt fvn maeltien een deel van
eenen brief uvtlleken ; daernaer nieuwsgierigh neemt den felven , daer
inlefende defcn inhoudt tot de Keyferinnc, dat fy den brengher de-
fer terilondt foude doen fterven : den Priefter hier heel vcrftelt , fcvde
by fyn felven; Wel hoe fal dcfcn vriendelycken ende jonghen Prins
foo het leven moeten laeten? die foo eenvoudigh ende m-iifchienon-
noofel is? neen voorwicr feyJc hv, hy en fil niet fterven, terilondt
uvtdoende de woorden van het gcbodt des doodts in de plactfe llel-
lende defe volgende woorden: C'tmvicierU hnnc juvemm Imperatnx ^
fintim illi d.1 nltam nofirant tn uxorem ^ (ïctit dthaif vitam tunm'. DaC
is : Soo hacft als ghy defcn jongclinck fult geilen hebben ó Keyfer-
innc , geeft hem terftondt onie Dochter ten houwe') ck , gelyck gy
u leven bemint .
Den brief foo verandert heeft den Prieller in het maeltien gcfleken,
's morgens is den jonghen Prms den Priclter bedanckt hebbende mettcr
haeft vertrocken . Tot Aken gecomen fynde las de Kc\icrinne den
brief met groote verwonderinge, den felven briefende den jonghen
Prince toonende aen haere dochter, ende aen de principaellls pcr-
2.r<S DE GODDELYCKE VOüRSIENIGHEYDT
foonen van het hof, ende aen haere Raedts-heercn, die terftondt al-
]cg;iedcr fcydcn, dat de fchoone gedaente des jongeliiickx als eenen
bricF was , endc dat ('yiie hoHche manieren , cnde vooiiïchtige
woorden rcccktns wacrcn van een leer edel cnde groot gciiiocdt, ca-
de of die al ontbraccken , datmen evenwel voldoen moetl uen ücn
openbacren wille des Kcyicrs .
S")o dan alles wordt tcrllondt gcreedt gemaeckt tot het houwelyck ,
het welck voor den avondt voltrocken fynde, de bruylofs feelt wierdt
met eene groote vreught van de gemeente treffelyck gehouden .
's Anderdaghs quaemen andere brieven van den Keyler, vraegendc
of het ghene hy door den brief hadde belaft, voibrocht was. De
Keyfcrinne antwoorde terftondt , te weten, dat het houwelyck van
haere dochter met dien jongelinck, die den brief haer gclevert had-
de, volgens fyn gcbodt gefchiet was.
Den Keyier heel verllaeghen door defe antwoorde van de Keyfc-
rinne , begaf fich terftondt op den wegh , ende metter haeften tot
^ken gecomen fyndc , ontmoet de Keyferinnc ende de getrouwde
dochter met haeren bruydegom, den wekken fy aen de handt heb-
bende aen den Keyfer haeren vader prefenteerde .
Wie foude hier connen voorilellen de bewegingen van 's Keyfers
gemoedt, nu van gramfchap, nu van bcrrahercigheydt, nu van ra-
fernye, nu van de reden, nu van de wraecke, nu van over-eenco-
minge met de wondere beftieringe Godts?
Den jongelinck defe ontftcltenifte van den Keyfer fiende was vol
anghft ende vreefe,de nieuwe bruydt heel blceck, de Keyferinne
tcenemael benoudt , fy vreefdenallegaeder . Ten leftcn de reden crecgh
de overhandt , de nature beweeghde het Keyfers hert, ende Godt tri-
umphecrde in fyne Voorjïenighejdt .
Den Keyfer dan geftilt fyndc in fyn gemoedt, fyne nieuw-getrou-
de dochter aenfiende feyde tot de Keyferinne defe woorden van Da-
vtd: TuterrtbUü es ^ & cfuis rejijiet tibi? Pf.j^.'i. Ghy fyt gcvaerlyck
ó mynen Godt, ende wie fal u wederftaen? De Keyferinne vocgh-
dender by defe woorden van Davtd : Magnm Dominiu nofler ^ & magna
'virtm ejtif ^ & fapiemia ejns non efl nHmerm . Het is alles Godts werck,
groot is fyne macht, ende oneyndelyck is fyne wysheydt. Doch ee-
ne faecke ontileit nw, ieyde den Keyfjr, te weten fyne onbekende
afcomftcj can ick maer achterhaelen, dat defen jongelinck van edel
gcOacht is, ick (lil my geruft ftellen.
Soo dan den Hertogh Ernelha wordt van den Keyfer wederom on-
d;rvraeght, ende de twee dienacrs worden gepraemt , om alies recht
uyt te bekennen , het welck ly deden .
D£n boer ofte Lufoldw verborghen Palsgraeve van Bejeren wordt
, oock
UYTCEBEELDT IN JOSEPH. 277
oock ontboden, ende uyt fyn hutteken tot den Kcyfcr gebroclit,
den welcken anJers niet verwachtende als de doodt, wicrdt in gra-
tie ontlanghen ; als wanneer de wacrhevdt van alles te voorlciiyn
quam, üyt al het welck men clacrlyck bevondt, datdenfone van Lw
foldiu wettelyckende geluckelyck geworden was den rchoon-fone van
den Keylcr, gelyck het uyc den hemel verllaen was, dat het foude
gefchieden .
Hier mede fluvtende canmen bemercken de wondere veranderini^e
van eene goede ende quaedefortunedoorde fchickingevan de God-
dclycke Foorpentgheydt ^ die alles beltiert , ende de menfchen foeckt
IC leyden nu door voorfpoedt nu door tcghenfpoedt tot liunne la-
ligheydt .
VI. CAPITTEL.
De hrueders van lofepb nu al op den "^egh fynde , om naer
bunnen vader te keer en , "borden van den hof- mee (Ier van
Jofeph vervohht ende achterhaelt ^ ende gevonden hebben-
de in den Jack, van Benjamin den ftlveren beker , daer
lofeph fynen meefïer placht uyt te drincken ^ "inorden
als dieven in de Jladt te rugh gebrockt ^ "ïpaer over
met eene geveynfde jlrajfigheydt hunover^aet^ maer
de felve met Benjamin ter aerde [lende liggen , i
"^ordt tot traenen beleeeght , eyndelyck beken-
nende te 'Sfiefen hunnen broeder lojeph , die
hun alles vergeeft,
■f •^''^^^ Y fvn ten leften gecomen tot het tooneel van eene uvt-
_^'^,,^^^Jjf terfle vrecfe ende liefde , foo van de elf broeders als van
f'^^^I JofiP^t t^is <^^" twaelfften was, famen oock tot een on-
'^'''f^^^^Sj feiltiaereuytcomfte van de ItellingeoftefchickingeGodts
aengaende de droomen van de verheffinge van Jofeph , ende dit tot
eene uytterfte vreught van den ouden ende droeven vader y-ïfo^, als
hy het alles daernaer verilondt, oock toteene onverwachteblyfchap
ende geluck van fvne fonen ; het welck Godt alles belliert heeft mee
fterckte ende foetigheydt door eene geduerige veranderinge van
voorfpoedt ende teghênfpoedt aengaende den onnoofelen Jofeph, en-
K k de
zyS DE GODDELYCKE VOORSIEN ICHEYDT
« !iiquit/}io- de (yne broeders, die den felven J^oor/tenighen Godt geoefFent heeft
Thcód'oret.^" "^ ^^^^ vreefe nu met blyfchap , ende daernaer wederom met eene
Epifc. Cyri. uyttcrlle vreefe, ende gerulle vreiight.
b Prscpn Dien wonderen uytval fal ick nu voor ooghen gaen Hellen:
aniem jofcph |^(.j jj fonitvdts gcfchicdt CD dc maeltvdcn fe^ht den Philofoph
domJfu£,di- ■^'>'tJ''A3s , dat den wyn in water verandert ende oocklomwylenmet
eens : ImpU blocdt gemcngelt is .
ficcoi corum Oock fynder op de macltyden veel vonnifPen des doodts gcfchre-
pone'^'pec'uni. ^^" ' ^°° '^'^^ ^^^^ vvyfelvck gefeydt heeft eenen anderen Philofoph ,
tm fiH'ulork dat dc paffien des gcmoedts op de macltyden worden ontfteken cn-
infummitate de opgellockt , den haet ende nydt nemen daer aen, het bedrogh ,
faui.s^yphitm ^^^q verraederyen comen daer dickwils te groeyen, ende men Itelt
ürzenteum , "acr oock , menige quaede voornemens uyt te voeren ende in het werck
er pretium te Hellen .
tritici,t>oiie in Macr daer fyn oock macltyden, daer het al gaet in peys ende vriendt-
l"i) Et'cTti) ^^^^? "ist alle teeckenen van vreught ende voldoeningen foodanigh was
mant dimijl dc macltydt oftc nocnmacl van Jofeph met fyne broeders j en al ift
funt . Ltmqite dat hy aldaer voor hem nam de felve te bedrieghen , ende in ee-
urbtmexicrat j^^ uytterrtc vrccfe te brenghen, dit werck nochtans was heel recht-
KP" pro. efleTctt • . ö '
faaUhim rui vcerdigh , ende niet quacdt-willigh , ende alleen, om aldus te ach-
lojtphaiierff tcrhaelcn hun gemoedt ende genegcntheydt tot hunnen jonghllen
to dijpefaiore brocdcr Benjamin , gelyck a Tl.eodoretns bemerckt .
omm.iurge, Aeneaendc dc eenegenthcydt van de broeders van Beniamin ^ daer
fe^iuere r,ros: was noch eenighlins aen te twytelen, want iy conucn wel eenighen
ü- apprehen' nicuwcn hact teghen hem gecreghen hebben, om de betere ende
^'^'dd7'r}"*' "i^'iio^^'^^'^'S^^'' g^''^'^^''^^" 5 '^'^ hem aen de tafel va.n Jo/èfb toige-
tn^tupr^i-oiio fonden waeren > hierom conden fy hem oock op den v. c-gh met ee-
fypi.ai ijuem nigh vcrwyt ende nydt overvallen hebben, volgens hunnen boofen
furüti ejni , ende nydighen haet, gelyck fy het in de vervolginge ende onberm-
Lr.^n""^"! hertigc handclintre met lofet/h te vooren eedaen hadden.
fnei(i,iirinqH<> Hoort nu , wat dat " Jofeph niet uv t eene quaede meenmge gedaen
au^Kiun /o heeft, om fyne broeders in eenen grooten anghlt ende bcnouUtheydt
y''t^^fe'*^ te brenghen.
J^li- pi^, g.jfi^ct aen eenen hof-meeftcr , dat hyde facken van die vrem-
delinghcn met cooren ende graenen wederom ibude vuHen , ende
fonder hunne wete in een ieders het geldt daer boven inlci^gen,
ende boven dien in denfack van Benjamin fynen filvcren beker oltc cop,
daer hy uyt placht te drincken, ende dit eer fy 'sanderdaeghs fou-
den vertrecken: het welck nu gedaen fynde ende iy nu een v/ey-
nigh tydts vertrocken fynde, beval hy terftondt aen den felven hof-
meedcr, dat hy met eenigh volck te peerdt hun foude vcrvolghen,
o.rn te foecken in hujine 1'ackcn fynen filvet,cn cop , die fy mede ge-
nomcu
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. zfp
romen Viadden, cndediën gevonden hebbende, allcgader als dieven
naer de Itadt weder te mgh foude brenghen , den hofmeefter met de
fyne achterhaelde die wel haell ; aldus hun aenfprekende : O gy die-
ven als ghy fyt, ghy hebt een groot fchelmftuck bedreven, en fyt
ghy niet befchaemt goedt met quaedt te loonen? den lilveren cop,
die ghy geilok-n hebt, isdenghcnen, daer mynenhecr endemecfler
placht uyt te drincken , ende daer mede iet te voorfeggen . Eylaes
andtwoorden >» fy terllondt , wat wilt ghy ons feggen ? meent ghy,
dat wy fulcke ecne onrechtverdigheydt fouden gedaen hebben ? wel
en hebben wy niet tot u medegebrocht het geldt , dat wy onderwe- loq!fi^urDo.
ghen in onfe iacken vonden? hoe is het dan te gelooven, dat wy ">ini*s nojfer,
iet fouden geftolen hebben? wy en connen hier niet anders feggen j "' J""^' '«»
•wy fyn dan teenemael onnoofel , jae ift dat ghy iemandt onder ons 'tt'^m.'^mm^rc.
vindt, die dien beker foude mede genomen hebben, ftraft hem met rintfptcumi
de doodt v/y fyn te vreden : Apud qHemcumqiie fuertt inventum fervo- 9'""" '»•>•"»»«
rum tAomm^ qmd quinris . moriatur . & nos erimm fervi Dommi noltri . ""*""/'*'"'"''
Gen. 44. V.9. reponuyi,„„s.
Seer wel ieyde den l hofmeefter, dat het foo gefchiede naer u ^i^ y.y.a-Z.
woordt, by den welcken men den cop fal vinden, die fal plichtigh ''. •^"''*'»
fyn , ghy lieden fult onrfchuldigh fyn . ^tf;!!
Soo dan ieders fack doorfocht fynde , den filveren cop wierdt ge- tenuum,itpui
vonden in den fack van Benjamin . inemcumque
O goeden Godt ! wat verbaeftheydt , wat verwonderinae , ende ■''"'''" .'""
vreele voorde broeders.' De ongevallen iyniomtydtsloo onverwacht, /f /frv„i„;e.
cnde de ongelucken foo overtuygende, datmcn oockin de onnoofel- "^ ,yos .tutem
heydt verbaeft llaet, ende heel bevangen met anghft endevrecfe. 'C"" "'»«*•''•
Wederom daer fyn oock mifdaeden foo eoddeloos ende fchandieh, n,'^X'''\'^'
dat het gcnoegh is, om heel ellenuigh te weien, daer van macr tm imtpieas
plichtigh gehouden te fyn, daermen nochtans gantfch onnoofel is. '■■mtjore uj,j;
Wat is dan betrapt re worden in het boos werck? in het fcytfelvc? ^^^^"""»""''
fd hy niet voorichuldigh gehouden v.'orden , dicmen vindt met dtn pUum'injaa'o
poignaert in de handt by het doodt lichaem ? falmen niet bctich- Seniami». r.
ten van dievcrye , diemen vindt met de burfe in de handt , die \'crfch *^
geftolen is ?
De broeders van "^ofetih^ hadden eene alder-grootfte reden van ver- ^ ^ sAt M
ftelt ende brnoudt te fyn, daev hun ongcluck fonder ontfchuldinge r'Il'rc^ f»nt
\vas, fy en vonden geenen den minften trooft als in hacre droefhcydt /;»^ oppidmn,
over het quacdt , daer ly alhoewel onnoofel plichtigh in gevonden vvae- ^3-
ren . Sv fcheurden c hurne cleederen maer te vergeefs.
Sy wierden tcrftondt als bevonden ende overtuvghde dieven weder ■ -^ ,""*
•^ -' *^ , enim de 1010
naer de ftadtgelevdt, om voor ■^'ïA/'^^teverfchynen ; iy vonden"^ hem «i
noch op de felve plactfe, daer fy hem gelaeten hadden, hun ter-
K k 1 ftondt
lerat.
z6o DE GODDELYCKE VOORSIENIGIIEYDT
Curftc a- ftondt werpende voor fyne voeten , niet dervende fpreken om dcgroo*
Serc-,oiu,/f^> te vcrbacfthevdt : •» Jofevh fpreckt hun eerftaen: VVaerom hebt i^hv
g«.rf non ft ^idus gcdacH ? hoc lyt ghy ioo Itout, van te bedryven eene loo ichan-
jJii.iiii wei lil dige ende onrechtveerdige dieverye? en weet ghy niet, datter nie-
au^urAiuli fii- mandt myns gelyck en is om iet wacr te feggen?
b" 'o/»ludas. Hier op y Judivs uyt den nacm van al de relt nam het woordt,
cjuid rejfoii- recht Uyt bekennende, dat fy niet en wiften wat leggen, cnde dat
delimus Dho hun ongeval nier te ontfchuldighen en was, en ie dat hun Godt om
""•"T"" hunne boosheydt aLius wilde Itraft^cn, hun alle^aedcr Hellende in (y-
Domiiumei, "c handen, om in üavernyc te leven. Verre van daer leyde Jofevh^
ey-noifZ^a- c dat ick de vryheydt ontnemen fal acn die niet plichtigh en lyn,
fnd q,,em in- (jjën alleen fal myn Haef fyn, die het quacdt heelt gedaen ; ende hec
''phui^t'^ii. ^^ redehck, dat geilralt worde den ghencn, die het heelt verdient,
c j^^ondit Hier ftondt Jitdas met de andere broeders teenemael verllelt om dat
jfo/p^/;: abfit Jen Prince alleen Benjamin voor llaeve wilde houden, wiens weder-
ameut fua- brenghen tot hunnen vader Jacob hy op hem hadde genomen, ende
tlTeji'f.iphu, ^^^ 2en hem op fynen eedt gefworen . JudM ende de andere licnde
tfjefit jeryai dacr-en-tuflfchen geichicdcn het ghene Jacob gevrecft hadde, waeren
t),ei,i,yoi^u. in fulck ecne benoudtheydt, dat fy niet en willen, wat fy doen oft
temhberia ;- fegghcn foudcn, gclyck 'chryfoftomii) bemerckt. IMaer naer het feccen
>. 17. van « Ltppomanm ^ j"/^/'-' Wilde aluus iyne broeders beproeven , wat
d Exj>eriri liefdc ende affeftie ly hadden tot hunnen broeder Betijami» ende toe
eosyoiinhtfito bunnen vader, oock willende voorder iien, ot fy Be>jjamin ;n llaver-
^reZ'v-luirl "7^ alleen foudcn willen laetcn, ende of fy het londer gevoelen ende
jeireniuf , // vrecfe foudcn connen vcrdraeghen, al Vv'acrt dat hunnen vader berooft
j>€>jjent euni bleef vau fynen lieven fonc Benjamm . Maer het en was hicr mede noch
feriLudo expo- j rrencceh , hy wilde noch al meer teeckenen van hunne liefde,
ijM.-e m exi- dacrom toont hy lich noch vervremt, ende meer algekeert, als hy
lio, e>~ fipA- merckte dat Jitdoi met anghlt cnde forghe nacrder tot hem quam,
trem ulierim feggendc ; Ick biddc u ó grooten Fnnce , lact doch uwen dunaer
flii'lmijpone noch een woordt rot ulpreken, endeen wilut op hem niet gram lyn,
éeqiiunimiter Want ghy den eerften fyt naer Pharao . Ick worpe my dan wederom
ƒ.()//£■»(. Lipp. voor de voeten van mynen opper-Heer, cnde rjchler, vtrfoeckende
^^''fh- r "^^'e genaede, ende niet uwerechtvcerdighcyut, ilt dat wy fchuldigh
faterft, "x(^ iyn, ghy condt ons onnoolel maecken. Gelieft indachtigh te fyn
jiuer parvii. het ghcnc wy onlanckx U. L. leyden: e te weten dat vs/y allcgaeder
lu.s,ciiiii>ife- ^£„^gfj fyj-, v^^n eenen ouden ende droeven vader , die alle fyne hope
»(.,.,«/f < iM ggjj^gjj. hcefj op delen Bemamin . fynen left-geboren in lynen ouder-
jM Kteriniu dom, dic bier als plicht;gh wordt gehouden j het lal den vader de
jiatcr moriu- Joodt coilcn , ilt dat hy hem fal moeten derven . Hy is den lellen
"'^^'/'^l''' die hy noch over heeft van fyne tweede huyf-vrovwe Rachel .^ want
lnmüté"l'l' den eerllen fone van die felve moeder is geitorven .
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. i6i
Wy hebben hier defen jonghflen mede - gebracht , om u te j^aer auttm
gchoorfaemen , ende wy hebben met eene ftercke beloite op ons iedere dil:g,t
genomen, den feiven tot Jacjb weder te brenghen > ende •« ick ''""'• ^^°^'
befonder hebbe my oock verbonden in mynen peribon ende myne '^^' ^'^^ '^_
lonen. Synen vader en wenft oock maer te leven, om hem weder pneprvMtu-
te moghen flenj jae hy foiide hondcrt-mae'l liever fterven van hon- »fjum,q»iin
gher, dan te leven in overvloedt, als hy loudc verloren hebben lynen '"«■""";»'«-
£e/n,innf2 de helft van lyne lielc . . b Manebo
lek biddc u dan ó Prince wik het leven jonnen aen den ghenen, nuque jeryus
die ons het leven gegeven heeft j foo veel als my aengaet, fchout my *'^'"pr«p"ero
'in ivnc plaetfe, ende hiet hem met de andere broeders wederkeercn, "U "^""J ""
op dat ick geen getuyge en magh lyn van de droethcyct, de welc- nonenimpof-
ke londer twyfel onfen ouden vader ibude doen llerven, als hy hem P»" redne ad-
met de an iere niet Hen en foude, ende als hy foude verltaen , dathy P-"''^""'^J'^"~
i-ii 11 r n r te biicro,iie ca-
louJe achtergebleven lyn, om een Have te moeten weien. /.;?»//«/«,.,««
Jofeph alle defe redenen gehoort hebbende, ende nu claerlvck oppreffur^ ejh
merckcnde dat nu alle vyandtfchap gepalTeert was, ende dat alles /"f "''"'• ".^'*
wel conck met allede broeders onder malckanderen , ende dat fy hun- W-""-'>''34-
ncn vader Jacub nu oock beminden, londer iich tot dien tydt oyt dernia^r'np'
verclaert te hebben, was boven macten beweeght, ende befwecck "•emuperjua-
allenskens aen de liefde tot fyne broeders gelyck^ Phüo feght. Den -('"/^^'^,'''^'''
Propheet Mojfes feght het heel wel, te weten, dat Jofefh d fich 'bum"doml'jn.
niet meer en conde bedwinghen, noch inhouden, geenmeeller meer '^ (edmoae
fynde van fyne traenen, dede terftondt alle de ghene diedaer tee-hen- "'"">"p»S'"'-
woordiü;h waeren uyt de camer gaen behalvcn i\ nc broeders , om vryer „ ;.„ , ;
met malcandercn te welen, nicmandt anJers willenue voor geruygen tuuouem /».
hebben van lyne bermhertigheydt als die alleen, de welcke foo on- fi'""'^ fi "o"
genaedelyck ende fonder reden met hem ccleeft hadden, oock niet 1'"^'^"/ J"""-
Willende bekent maecken aen icniandt anders het groot mifdaedt van „wn, n„oar.
fyne broeders, gelvck * Oleafter bemerckt. dtUt fiater-
Als hy dan Iich alleen vondt met fyne broeders, de liefde, die an- ""• ''^i'''" lud-
dcrs mcl en is als een vier, betoon hem te dotn Imiltcn in traenen, ,„^, "''J'^P'"
ende de gedenckenille van alles, darter gepafleert wa.<:, trock hem uyr h'Urtjo/eph
het diepitc lyns herten een foct gekerm, ende teere luchten van lief- "'"'ƒ'* "»'""'
de, die van heel het huys gehoort wierden ; ten leücn candtfch over- "'v,''*""'^"'
wonnen van qc liefde, om alles te veixiaercn, ende üch te openbae- ,« e'rcderen.
ren , feyde hy onvej-wacht ende riep : / Ick hen Jofeoh uwen broeder. '»»• """'"' ƒ"-
Ego fnm Jofeoh. Terftoiïdt van hun vraegende , offynen vader noch >'''^'""^_"f'j"'
leefde, Adhuc vtvit pater mexsl O wat eene ontftclteni!]c voor alle ''"""■'''''' "•?'
1 1 , I 1 r- j' I 1 r n 1 11 1 . .-T . lUiioiiimulut
de broeders ! als ly dat hoorden , ly Itonden allegacder verbacft als van Gen. 4j-.v. i.
hun feiven, malckanderen aenfiende, fonder een woordt te connen ^ Meeormn
fpreken. Daerom voor de tweede reyfc levde wederom: Jck ben f o- Z'^"'»"*""'/'»''
* T' 1 I 'xttioidiytu-
■•^ *^ 3 Jej,'b ^.j-
162. DE GODDELYCKE VOO RS lENIGHEYDT
gareiur,omn{ fep'jy kent ghj' TTiy voor uwen broeder? Sy en conden ge^neantwonr-
extrancmn a dcgevon, fcght dcn •» If. C'?nfüfto?^!if ,, uls fy mci veifchricktheydt
i' Et^d'ixn fi^a- '^^'^^'^ochicn , licc iV mcc Iicm geleeit hadden, ende overpeyfende de
trd'UifHu:E. glorie, in de welcke fy hem iaghen, fy wacrcn benoude voor hun le-
gojHmiafeph. vcn . Hct welclc '^ofeph merckendc, /, dedc hy hun met foere woor-
^dluH -vivit^ den tot fich comen , hun wederom fcggi'nde : lek ben Jofeph u^\en
non po7erJ,it broedcr, den welcicen ghy vcrcocht hebt, dieghy minchicn meende
a
pater mens
non poterUK-
rej}hdere nt- doodt te VVcfen ,
mio terrore Wie fal hier genoegh connen verwonderen de overgroote liefde
Gen"""-v X ^'^" Joffph zot lyne broeders? hy en cnweerdight fich niet hun Broe'
ders te noemen, dacr fy teghcn hem foo onbermhertigh hadden ge-
x^onfoie. weeft, ende foo veel fchelm-llucken hadden uytgewerckt.
rantrefpoiide. Evcnweliy wacren noch in anghft ende vrccie, tot de welcke hy
q'-'Jmo'jo enm d^'^™''" wcdérom fjydc : En wik niet verfchrickt fyn, noch en lacc
affeLer<int,Qs- u niet fwacr duncken , dat ghymy vercocht hebt in defe landen , want
qualuipjefu.- Godt heeft my om uwe filigheydt voor u gefonden nacr E^ypten.
erat er^u je , q^ j^ Vadcrs cndc geleerde mannen fuUen dit wat breeder uvclcg:-
sloria in qua ö^^ •
ccnfliiHtusfu- Den H. ChryfojlomM fpreckt aldus: En peyft niet, dat ghy dit al-
erat,dejalute j^j tcghcn my door uwcn eyghen raedt gedaen hebt, het en is u^e
r"»f SChrvf' ^°° groote boosheydt niet, gelvck het is eene onuvtlprekelvck berm-
b ^d quos herrigheydt van de wysheydt Godts, dat ick hier gefonden ben, om
,iiedeme:ner: yoor u allcgacder, cnde voor dit Ryck ende andere landen ipyfen te
"«"t'^i mT. beforghen .
£t\um caef- Soo vricndclyck ende broederlyck fprack J^feph fyne broeders aen ,
j'ijj'ent prcpe: hun troolfcodc, hy noemtfe BroeJers ^ die hy niet en condehacten,
Egojum,att feghi; f Ltj>pomanH6 , en wilt nitt vreefen, comt met betrouwen tot
-Jeflér', cpiem uwcn Broeder, nu met u in vriendrichap hcrfklt, ende tot u heel
yeiididifl-ti in gunlligh CU Wel geneghcH , die u maer en wenft wel te doen.
M;^pt»'n. Svt dan heel geruit > nu bidde ick u maer, d dat ghy rcrilondt
Gen. 4f.v. 4. j^-,yp,pj^ vader eaet vinden, ende hem foü;een, dat 'JofePh leeft, cnd^
vere,neq; yo. dat ghy hem geücn hebt, her>i gelproken, ende uyt fynen naem iyt
bit durf,»! cj]e gefondcn , om hem te gacn haelen uyt vrcelc van eeni^h ongeval,
T.;de.uar.Ljuod j.^^. j^^j^^ |j^ j^j^^ oude jaer^rn mochtc ovcrcomen, ende de dooJt hem
yendidi/hsme . ,' -. -' . - 1 j 1 j
inhUreTioni- "ict cn mocht venilicn , looomlynen ouderdom, als om de gemecne
hin;profaluie ellcndcn v^tn honghers r.oout, die noch ^ iaeren fuUen dueren . Dit
enim -t'eflra gcfcytjt hebbcndc y<)/è^y cn conuc iïch wederom niet langher ophou-
mtfitme eus j^^ ^^^ tracncu tc ilortcn , vallende oock eerft op'denhals van «■ Ben-
jE'^ym'H.-v.ö. )nmin , hem omhclfcnde ende druckende op fyne boril, fy weenden
d DuLner allc bevde, hem niet connende los laeten gaen, ten.fy om fyne an-
j,uierne.y, co- ^^^^.^ btoeders oock tc omhelfea , v. cencnde oock over hun , die oock
IcUtitT SC de- r i
nndut ,a^. famen wxcnden. . .
QH^m o foec
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 26J
O foet fpcftakel van wedcr-liefdc! ó teere omhelfinghen ! ó vrien- <j^„,«;„ f-^trei
delycken kus van wedcr-zvde ! ó goeden ende wondcven Godt! Ttos odiffe nó
IV'Ia-r wat ecne iiytltdcende liefde vm JnCefh ! den wclcken ver- ^^^^^''/''^J'^J
volght gewceit lynde van Tyne broeders totter doodt toe, nochtans form,dute ,ji.
gecnc wr;iecke en wilde nemen over foo menigh ongelyck als door dnaalner ac-
Ihlfvvyghcn, door traenen cndc fiichten, door een teer omhelfen en- "''"^A-"'-'''"
de door alle foortcn van liefde ende goedtjonftighevdt . 'Lni'r'nJm'ac
Van defe novt gehoorde Jofephs liefde, ende vergifFenifTe van alles ban'/i.:tm.
fal ick bnedcr fprcken'in de volgende fede-lelTe, om ons te leeren , Lip.Kpifc.
datmen naer het excmptl van den goedertieren Jofefh , fyne vyan- ^ ^tlU'f'
den oock altydt moet vergeven. adpairemhie-
Te voorcn nochtans tot voldoeninge miflchien van fommige (al »»». y. p.
ick defe teere ende onverwachte verclaeringe van Jofe^h aen fyne
broeders in een dicht voorllcUen. ^ ^ . _
Eer hem Iofe£h verclaert , hy doet alle de andere uyt de camer pUxaZVreTi".
vertrecken. dig'ct /» col.
ItttnBeiijamfH
ftilrif l'ui fle-
Tofeph fpreckr ; '"'' '"" t°'
•I 1 1 que ftmnitef
Jlcnte fitper
Gaet dieneer s ^ u vertreckt . en chy myn troini^^ foldae-'^n . "!-'"? ^^"' '
— . , ' , ^ I ^ -^ I ^ r I OfailatHlque
Tot tck H weder i-oef ^ wilt ons hter (amen laeten : tfl omnes fa.
Dan fprack frn broeders aen : Hoort broeders altemael , tres fuos , er
Hoort wat ick feggen wil in onfe moeder tael : fUn-vn [uper
Vreefi niet hoort zfie ick ben ^ 'k en ii'tl my gesnjins -wreken . J"'.t," "•''■, v^
lek tnven broeder beii , 'X' ben Jofeph , hoort my Jhreken :
Seght ; lieve broeders Jeght of mjnen vader leeft?
Comt nn o broeders comt , mj ecnen kiu maer geeft ,
Aenjiet my vryljck aen , ^vilt myn gejtcht bemercJcen ,
Pejjl nti.y en overpeyji Godts wonderbaere wercken^
Ick tifwen broeder ben ^ om '/ rockxken foo benydt ^
Gefoncken tn den p;tt in eenen broeders firydt .
Maer feght waei-om ghy vreefi, als tot de doodt verwefen?
Het boos en V ejruiedt befleeck fal nogh u ivelvaert ivefen,
XJiv uenfch naer myne doodt met al het ongeval
Het voordeel van het hujs van Tacob wefen fal .
Comt Benjamin , comt hier myn alderlieffle broeder
Af et my oock voortgebracht van een de felfjle moeder ,
Die ha?r het leven cofi ; o alderfoetfle kindt ,
Geeft my een kus , en toont , dat ghy my oock bemint ,
O blycC gewenfien dagh ! V geluck voor altegaeder !
O broeders altemael comt vry my noch wat naeder ,
Comi
2(J4 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Comt Ruben, Ju Ja comt.y efi fyt niet ongemji ^
Comt Dan vjet al de refl ^ dat mj een jeder ktifl ,
Nh Jtet ghy met de daedt den tiytval van myn droomen ,
Waer -voor ahy %vaeyt bevreefl^ en meermaels f lacht te fchroomen:
Jlls ick door Godts hefiier u vaar myn voeten figh^
Dit %i/a.s al mjne wraech , dat ick h t'i'oojïen magh .
JuddS fprecU ;
W^el -wat is dit o Codt ? fjt ghy dan onfen broedef ?
O Jofeph fyt het ghy ? Jof. fpreckt. 'k Ben Jofeph » behoeder.
Van Godt door Pharao felf geftelt tot opperheer
Van '/ landt tot h geluck , o broeders vreefi niet meer .
Dat wraeck" en haet vergae .^ dien wil tck niet meer weten,
Daer op niet feyfen wil , dat alles zy vergeten .
V Is im een bijden daghy verblydt u om het meefl^
V Is nu een dagh van peys , een hlyde broeders feefl .
Jud. Is dit de flraf en wraecF , het qtiaedt met V goedt te loonen ?
Jof. Dit is een beoede'i's ti/raeck' , voor haet een liefd" te toonen .
Jud. O wonder grooten lof naer uii/ oudt-vaders dei-ight , .
Voor alle menfch daer van een voor beeldt wefen meMght .
Jof. yien Godt alleen z,v lof: u wenfch ick in myn ermen,
Jn al u cjHaedt en fchttldt nn meghen te ontfermen .
De liefd'' myn hert verwint tot mynder traenen vloedty
Weent broeders weent nock me, de liefd" my weenen doet.
O lanck-geivenflen dagh ! den blydtflen van myn leven !
Den Coninck met fyn gunfl heeft my veel min gegeven ,
Of my al myn geltick van eer en goedt verheft.
Nochtans myn liefd* tot m verr^ alles over treft .
Godt lof ! V is wel geluckt . Gaet nn myn vader groeten
Den droeven^ ouden man , gaet hem fyn hert verfoeien .
Gaet , fielt u op den iregh ; en fbo ghy Jacob /iet .
Seght hem , dat Jofeph leeft , en fynen dienft hem biedt .
Voorts Godt heeft my bewaert , en op het hooghfl verheven ,
Seght hem dat Pharao, Dees macht my heeft gegeven.
En dat tck nu maer rveufch , ick hem in V leven fagh ,
En foo met allegaer hter famen wefen magh .
SE-
UYTGEBEELDT IN JOSEPHf. ztff
SEDE-LEERINGHE.
Dat men om veel rec^.en^ mde o?}i het exempel 1)an lofeph
alk itnuïien op ongdycK moet vergeven ,
E Heylige Vaders endc andere geleerde mannen en hebhcii
noyt genoegh connen piyfcn endc verheffen die wondere
goedeiticrcntheydt endc bcrmhertigheydt van Jofeph toe fy-
neplichiige broeders, hun vergevende alle vervolgingen tot ter doodt, j^- ,. .
Jofljfh^ leght den H. Bn/Ilmi'Q'iiTcho^ van Selucia ^ neemt wraccke nem,beih,am->
over de becitelyclce vrcedtheydt van iyne broeders met alle foorten i»' ""/"«m-
van bclect'thc^'üt ende dienftigheydt . Soet fyn hier oock de woor- "■"! ''»';"«»'-
Acn van den honinck-vloeyendcn ^«■»«^'«f'''-f : fict, Seghthy, hoe dat ,^ ^'ic'ijhl'r''
Jnfc^h met eenen foeten honinck van bcrmhertigheydt ende medely- s.Bafil. j'e«/»
den was overgoten. De benoude broeders comen tot hem, niet als jp'fi-or.u.Z^
voor hunnen broeder, hem niet kennende, maer voor hunnen opper- ^ "ƒ<•/"♦
heer 5 fy hebben kennillè van alle haere boosheydt endc verraderycj
fy vinden hun felvcn fchuldigh van de verdachte doodt v lofeph üctl'e
aen, ende geenllns indachtigh fynde foo menighvuldigh ongelyck,
haet, ende nydt van hun oncfanghen, vloeycnde in foete traenen ,
ende fonder hun te toonen de minlle grarafchap , ofte teeckens van
wraccke, beloont al hunquaedt met goedt, ende hunne wrecdtheydt
met eene teere liei^ie .
Allegaedcr woorden vanfoetigheydt . Ende voorwaer /o/t'»/? ondcr-
Coninck van heel f.^'ypreny en was niet anders als foctighcydt , ende-
cenen aldcrfoetiten honinck voor fyne broeders . My dunckt, dat ick
Jiem wel foude moghen vergelyckenmet den Co»f!?ck 'Van de Z?/f«,dcn
wclckcn , gclyck Seneca uyt de naturaüflen feght , geen anghcl en
lieeft . Met den wclcken fich oock eens wilde vergelycken cenen Co-
ninck van l^ranckryck .y naerdat hy ingenomen hadde de ftadtvan AÏ!-
Lienen. A.en het volck alsdan willende toonen fyne gocdsrtiercncheydc
ende foethertigheydt , bccleede fich met eenen purpuren mafitel , ge-
borduert met veel bicncnde haerenConinckin het midden met étk.
woorden: Rexmncrone caret ^ Dat is den Coninck der bicn is fonder
angel, willende hier door te kennen geven, dat oock den Coninck
van /■'■Jvz«ci/-^c-(- goedt jonitigh cnds foct hcrtigh foude wcfcn , acn alle
dcghene, die hun felven acn hem fouden onder^vorpen . \^
Delen ConincK der bien als een waerachtigh finnc-beeldt vanfje-
tigheydt palt oock fcer wel op onfen lofsph ^ die acn f.ne broeJc-rs
fich getoont heeft vol van. liefde ende foetighcydt , gdyck ick nu
fal gaen bcmcrcken, byllellendc voor een devies.
L 1
a(J<5 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Vol van hofiinckj
Ij den Conmck .
Het finne-beeldt wordt uytgcleydt .
GOdtj die den hemel moefl als opper- Heer hefiteren^
Vtld' oock met menigh dier , en menfch , de aerd' ■!
Sjn fchcpfeh hy oock voeyt , en als een vader Jpyfl ,
En dickmaels door V gedtert de menfchen onderwijl .
J}£ -voghelen des lochts^ die door den hemel fwieren y
Ons leyden tot den Heer-, Jïet hoe de cleane mieren
In V zi^erck ons i/Soren gaen j dit Jietmen oock gefchie»
In V cleyn gevleugelt dier ^ die alderfoetfle bien :
Den- Coni :ck met fjn bien, fjn foete mêgefellen
Wil ick n'i maer alleen hier voor de ooghen ftellen :
Siet hier Godis wonder werck ^ der bien vryen flaet-j
Geen menfch het vatten can ^ wat hier al omme gaet :
vevcteren :
In 't
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. i6y
In V honinx verf-couleur haer Coninck wordt gefchapen
Uvt 't foete fa^ de;- kloet» ^ dut fym htehins rne-ien -y
Jn 't midden van den corf als Coninck wordt gehuh j
En onder heel 't gefwerm maer eenen vinden ftüt .
Djch d.it merck-iferdigh is ^ veel groot er als de ander j
wtls Coninck oock bewaert de -vrede met malckander-y
En foo een Ipyttgh dier een ander fiooren wilt ,
Den Coninck het belet ^ tot alles wordt gefiilt .
Voorts als V dsn Coninck ///'? de velden i;i te vUeq-hen ,
N-och d' een noch 4' ander bie haer Coninck fal bedrieghen-^
De b ! ekens fyn geresdt; den Coninck iilieght voor i-iyt ,
Wanneer het gnntfch gejhverm ds vlugh des Coninckx jl"-yt .
Doch dat het wonderji' is: der bién weerden Coninck
Gandifch niet als foedthejdt is , een Prins van enckel honinck j
En foo men 't oock gelooft , en fchier voorfeker heeft ,
Den Coninck vol van foet^ ende fonder anghel leeft.
Dit is des Confnx aerdt van Godt hem ingegeven ^
Tot leeringh van den menfch , die oock aldi-ts moet leven .'
Syn ivraeck moet liefde fyn ^ en een faghmoedigh herty
Sao dat fjn boos gemoedt in 't foet verandert it/erdt .
IVtlt dan gehoor den menfch « oogh naer Jofeph keer en ,
End' oock een teer gemoedt van- onfen Jofeph leeren:
Hy Vfllt fyn broeders aen^ en als hun broeder kujf,
Hy weent , vergeeft het al , hier in is al fyn lufi ,
Hy cond hun om hun (j-iaedt met groote (iraf doen fierven ,
Doch neen , hy liever wenfi , dat fy fyn g".nfl verwerven j
A'Iet recht oock Coninck is ^ ende fonder anghel leeft ^
Den hontnck maer alleen aen fyne broeders geeft .
LAet ons nu eer il: gien fien hoe dat de leeringe va!j dit finne-
beeldt aengaende de faghmoedighcydt ende liefde tot de vj'an-
Jcn in veele menfchen plaetfe gehadt heeft alleen volgens de
reden enJe naer het acn'A'yfen vandc natuere.
De reden lick ons dit eerll voor in defe»t\veegrond-regelsvan de
nature.- '■'■■'.
Voor eerfi: het ghene ghy niet en wilt dat u gefchiedti'eri" doet
oock niet aen een ander. Quod tibi non vis fien ^ alteri- hé f e eer is ,
Ten twe-^ien: het ghene g'ny wenft, dat u de andere menfchen
doen, doet het hun va.igelycken . O^odatm^He v:tltls :tt ficiant vobis
homines & vos ftci:e illis .
- Dit leert joas de reden , tn^t het is volgens de nature ingedruckt
in het hert van alle- volckeren .
L 1 z De
Thom Can»
tipi-at. //i_ dt
jQx.fpit meU
Ivi caloru ex
tleilofloref^.
fits, l. 2.f. I,
^(x form.s
egregioi- CT*
duplo Citerit
m.iicr. l, 8.
Migraturo
agmine imlltt
ex ' damibus
e.xire iiudent ,
nifil{ex primo .
fiiCTtt egreffis
c. 14, J^ex a-
pum niilliim
h.tbet aculeum
majeflute tX-
tum arniMur.
Canrip. c, 2.
ex Seii. Uil. I ,
deiri. c. 19.
HiC Recru
I . *^
benignitiu Cy
fe 'licitudo
maxinjA eit
circa apes , O*
apumobedieit-
t'ii' c, 21,
t68 DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
De Heydefi/che'PhWo^ophsn hebben dit wel gevat, oordeelende bo-
ven dien, dat het feer eerlyck ende loffelyck was, alle jniurien oft
ongelyck aen een ander te vergeven . Sommige fouden nu wel mee-
ncn, dat het waere teghen hunne eere, alsfy geenewraccke en fou-
den nemen over hunne vyanden; maer die wraecke is meer eygiien
aen de bceften als aen de redelycke menfchen, gelyckfeyde denPhi-
lofoph Pittacus Alitilenus , foo Stobaas vcrhaelt Senn. ly. defen Pit-
lacifs bcfchimpt ende gelailert fyndevan een ander, daerhy de macht
hadde om fyn felven daer over te wreken , heeft nochtans fynen
vyandt vry laeten gaen ieggende : l'enia ultiotie metior^ illa anten*
mnii eft ingenii^ hac autem fenni . Dat is: De vergiffenifleis beter als
de wraecke de w'elcke van ecnen onredclycken ende beellelyckcn aerdt
is , maer de vergifFcniflc is een teecken van een foet ende verltan-
digh gemoedt.
Men vcrhaelt oock van Socr/ites, den wclcken eens van een ander
met groot geweldt geflaegenfynde, fonder fïchre Itooren, tcrftondt
feydc : defen heeft op myn voorhooft mynen naem gcfchreveu, hy
heeft gedaen gelyck eencn grooten conftenaer ende mecfter, die fy-
nen naem fielt op een fchoon gemacckt werck , cndefchilder opeen
tafereel . Aldus quam hy fich te wreken tot fynen grooten lof.
Sophocles verfieit van Vlyjfes , als hy op iemandt vergramt was ,
dat hem de Godinne Minerva vraeghde , of hy in het ongeluck van
fynen vyantecnighe genoechte foude hebben? waerophy andtwoor-
de, dat het hem eene droeve faecke foude \yefen j de Godinne dit
hoorcnde fcyde hem ill dit ghy alles foo cloeckelyck vcrdraeght , ghy
fult de -Goden aengenacm welen , ende een geluckigh leven hebben :
£ris fi'.peris aratns , vttamcje fehciter exiges .
Wat eenen grooten lof ende eere en heeft Vhocion oock niet ver-
dient dien cloecken veldt-ovcrllen van die van Athenen^ ende fimcn
hunnen meeilcr! naerdat hy vanfyncRepubliecke, die hy veel goedts
hadde gedaen, evenwel ter doodt veroordeelt was, ende van iemandt
alsdan gcvraeght wierdt, of hy voor fynfterven fynen fonc wilde fpre-
ken, te vredenfynde; feydc hem : Lieven fone ickbclaile endcbiddc
u,, dat ghy noy.t daer over eenige wraecke en wik nemen van die
van Athencn : Ego fili jn-KCipio ftbi^ ntqne etiam ohfecro^ iie ob e^m me-
moriam Athenienfibiis male velis . Hoe condc hy treffclycker ende eer-
lycker fpr.eken? waei- in een ieder ten uytterifen verwondert itondt.
Ben Roomfchen orateur Cicero prees den Keyfer Jiduu Cnfar^ om
dat hy de vidtore gevochten hebbende over fynen vyandt Po.mpeuu^^
evenwel fyn glory-beeldt, te vooren opgerecht, liet Itaen fonder af
ic breken , te vrcden fynde met fyn eyghcn beeldt daer ncffcns te
doen ilellen. Soo Iprack Cicero den Keyfer aen ; O gloricufcn ver-
winner.
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 169
•^'inner, als ghy het beeldt van Pnr^peiin niet en hebt ter acrdcn ge- a rm-ennnitt
worpen, dan hebt ghy uwe clorieufe beelden vailer sellelt: O Ctc- P"iriMJ,is.,
f ir , cumjiattuis Pompei coüocijti , ti;m jtabtlivtfii . .^/^^ ^^^^^ ^
Den Keyfer Angf'llns was oock vermacrt geworden om fyne on- <ƒ«/ i:<r,ri-^.m
gehoorde iaglimoedighcydt endc goedtjonftigheydt . Als wanner, chrifli'port.t.
iei^ht Sewoi. dat den Keyfer verftaen hadde, dat Ctrinn ovt fvn leven ^■"""'''''"';J.-
iiyt was, feydc tot hem : Ciy?nr. ick geve 11 wederom u leven, eeril /„ u„d,
t;c-
aen mynen vyandt, nu aen mynen verraeder: dat nu voortaen onfe t!iti,m/:iar:<m
vricndtfchap eerll beginne ; laet ons aüe beydc nu Hen, of ick u met 1"'"" .?"'"'
meerdere 'bermhcrtigheydt het leven hebbe gegeven, of dat ghy my f'-,u'L~''jh;i!^
het felve meer fchulJigh fyt. Voorts den Keyfer metter daedt wil- hsquicueu.
lende betooncn , dathyOw;,? voorfvncn vriendt wiid-r hebben, heeft "«•>■""■ S.
hy hem het volgende jaer RoomfchcnBorgh-meeller gemaeckt, en- ,^/p^j,;l,t//t;'
de Ciiifta heeft oock aen den Keyfer tot het Icire fvns levens i^eti-ouw b -ib-J orü
gebleven , ende ftervcndc heeft den Keyler van alle fyne goederen .%•'""' mafty-
crfgenaeni gemaeckt ; door het welck AttmiiM foo vermacrt ende ''"' '^>'-''7'''-
vau een ieder loo bemmdt is geworden, datter heel den tydt van mimnmüans
fyn Ryck nicmandt getracht en heeft, hem het leven te nemen . ^trimnsuher-
Dit is gcnoegh van de faghmoedigheydt ende beiTnhertigheydt van J"' f''^''''"
de oude Philofi^hen^ cndc Heydenfche Princen tot hunne v vanden , en- vcJrüuc'-7tiis
de dit door eene naturelvcke reden , ofte om daer door ecncn ticffclyc- jeA\,Kmdna-
ken nacm ende eeuwige glorie by de menfchen te cryghen. ""'" panni-
Hoort nu, hoe dat de rcchtveerdiiie menfchen in alle la'lcrinehen *'''" "J.'' "'"'"■•
endc ongclyck voor de geboorte C.hrilti tot hunne vyandcn üch ge- miraiuUs Jo.
dracghen hebben. fcj>h, q,uhcc
meer forgh\uidigh en fyn geweeit, als te bewaeren eene vaftc figh- ""/'"",•!•«»•
moedigheydt ende verduldiizhcydt in alle lalk-rincen ende vcrvolsin- ■''''" """ '"'■
gen, die uytter herten ac-n hunne vyanden om UoQt vergevende. am,fcil ,^r.ui.
Den annoofclen i ^^?/,dic het beginfel gegeven heeft van de •"« /"-o %«;*.
niartelie, ende van het lyden van een rechtveerdi"h menfch ; en Hel- '"'''''' ''''"'''•-
de (ich niet tcghen fynen broeder CV/w, als hy, hem het leven wil- Lh.dc'iof^^h'
de nemen, hy en worllelde niet, tnaei- hy wierdt in fyne faghraöe- r.;-. i. ''^ *
digheydt gcdoodt.
Aldus is het dacrnaer bycans gefchiedt met onfen onnoofelen Ij-
fepb . Den c i/. vsfw^r<?/f;;vf verv/ondert lich ten uyttcriren over die groo-
te foethertigheydt ende verduldigheydt van Jofeph , .te meer, om dat
hy dat gedaen heeft voor de geboorte Chrifti : Hoort fvnc woor-
den : lofeph , feght hy , is met redei-v te verwonderen , om dat
hy dat alles gedaen heeft geen het minlte exempel hebbjeixle van
L 1 3 ■ Chii-
i73 HE goddelycke'voorsienigheydt
g f>rf</.«, Chriflus, wiens Evi'^n.-;;;?!!? noch niet vcrcondight en was; van fync
(o^,caeie •>•■''• broeders foo wrcedclvck onth;ïelt iyndc, hecftie d;icni;itr g'j!"j),u'rt ,
j^n^>:;:.:i>i. ^^~ Quacdt mct quacdt niet celoont, m.ier aüe qocdtionUi/'iicvdt en-
diditiiiiDo- de liet-de voor alle hunne boosneyut vnendclyclc bewclcn.
nnnas uiiiver 't is wacr dcii Couitick Davtd heeft oock voor Chnfli comfce ly-
f» figuine de- j^g vyandcii vcrpcvcn, te weten Se>?iet van het cefluchte van Saul ^
,nvi/7 de" welcken nier. i)«Ty/d vluchtende van het "helicht van ivncn we-
jUre^numpro dcrfpanriighcn lone Ahfolon , met iteenen hadue derven worpen Icg-
eo. 2. Reg gende: d Gaetuyt,gact iiytbloedtgierighenmenlcn , den Hecre hcci'c
i6. 8. j^j betaelt voor al" het bloedt van Saids huys , om dat ghv lyn Rv ck hebt
leJicit canif mgenomcn . t>emei verdiende op den itaendc voet gcltralt te wor-
hic niortitus dcn .
■Domino meo Ghifii cencn van dcsConinx hoveling hen ieyde tot D^wis/: h Waer--
^'^IwIw.iTÓ ^"^ vermaeledydt defen dooden hondt Licn Coninck ? Laet my gaen,
(,tpi'.tejiis.Et ende ick fal hem het hooft af ilaen . Geendns feyde David: want
an^x-.Do. dcfc ftccninge ende lafteringe coir.t van Godt, die aen ^raet alles
'TVZl'. ^^^''^ bevolen .
Vnlret Du- Voorwacr eenc groote fighaioedigheydtl van de welckc den f //.
■vid. -v. ^. ^w^-fl/;.'.'/ aldus fprcckt : Als ^i?;;'??; den Coninck foo vermaeledyde
c Can Se g^de laftcrüe , David fweegh hil, niet een woordt fprekende van
mei ma e ue- gg,-jj„g v.raccke te willcn nemen , al^es lactcndeaenden goddclvcken
J-et D.n>id,cr fc. ^ ,1,-1 i • i
crimina olji- "Wil , cndc oaer voor verwachtende iyne bcrmhertigheyüt .
uret , taiei;:t^ Ick en hcbbc hier niet willen fpreken van Davids verdiildigheydt
T ^''r^'"^hoc ^^'^^ faghmocdigheydt tot 5a.v/, die oock groot ende wonderlycl:
Ift' io'no>-»m 'S geweell; maer evenwel de liefde ende goedthertigheydt van ya/e^Vj
confientia , tot fypc püchtigc brocders is meer te verwonderen, van de wclcke*
deinde wiia ^y Jqq vcclc mocyelyckheydt , lalleringo, ende eene lbo langhduerige
(ila^naL luio ^.^^^,^^.^y^ tottcr doodt tochaddc geleden; over dele nochtans, daer
divinam ex- . . J, i - 1 1 • 1 1 ■ ii
qnirebat mi- hct in iync macht was, en heelt hy de minite wraecke nier aiitcn
fenurdiam. genomcn , maer oock met alle liefde hun omhelfenue , alles uytter
^iiv™'^' '■ s' ^e''^"^" vergeven, hun oock veel deiights ende goeJcjonlligcyhdt be-
d '' rtrfefri'o wyfende. het welckhy, gelyck ick terfcondt leyde , gedacn heeft
Icfephi in eo voor hct H. Evangelie j ende wy daer en tuilchen l^ght den d H.
oj/end.-tnr, "V"ader, en conner. de liefde tot onfe vyanden, noch niet aennemcn
quod non mo-- .,1 j •' /"i -u *
ielafiriilJf- ^""^ bewaerco naer de com.i.e van Ghnitiis.
ceiM doln-e Laet oiis HU voorts blyven in hct nieuw tedament , dac is in de
tnyidii , »« ^ygt: van de liefde > als denfone Gódts de lieitlefeifmenfch worden-
m.t!ori„>, i«- j ^ wereldt aecomen is -, ende laet ons breeder gaen voorlleilen
Atir:imh:iio.'èQ\-\ lof cndc dc nooctlaekelyckhcvdi van de Hef dctot onle vyanden naer
fepb,.]:ii fe.it j-jgj; exempcl van Chiufitis ende andere heylighe menichen , om welc-
anieiy-inge- j.^ ][^{\\q vvy dacfnacr ccnen grooien loon van Godt hebben te vcr-
tH-t:,qiioa fojt ^ '-' I
i-i...^'-''""' v/achten.
o^nnei Ecfft
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 271
Ecrfl: nochtans Ca.\ ick dacr van aenflellcn een fchoon {ïnne-beeldt, cmue! didiii'
het welcke ihut by PiemuJ'nlenaniu in fyncn j"! bocck . miii,<srjeyia-
DcoudePhilolbphen, feghthy, ons willende verbeeldende vriendt- 'V<""s Amb'
fchap eiide verfoeninge tuilclien cenen gefloordcn ende fiighmoedi- ihntau.
ghcn nienfch , fchilderden de ielve neftens eencn Eycken-bonm ende
Olyf-boom, welckers tacken tuflchen malckanderen foo gewaden, en-
de geiyck gevlochten waeren, dat de vrucht van den o4yt'boom,
de vrucht van den eycken-boom Icheen te wefen, ende de bladeren
van den eyckcn-boom de bladeren van den olvt-boom.
Is het laeckcn dat eenen ilueren ende wrceden menfch gclyck is
aen cene harde eycke , wilt den felven met eene tccre lietde maer
voorcomen, ende foo gclyck eenen olyf-boom omhell'cn, hy Hal al-
dus beweeght worden, ende u oock eene wcdcr-licFdc beginnen te
bctoonen.
Condcmen dit beter uytleggeh als in den foethcrtighen Jofeph, fy-
ne grammoedige ende wreede broeders omhelfendc, dic hem (oo dick-
wiis getracht hadden ter doodt te brenghen? Een dichtien iiil ons
dit voorlteilen, met dit boven-fchrift : t
Eerft teghen een ^
IsIh heel nemeen .
Sommige vechten teghen malckanderen .
E/ck wet een avder vecht , het gaeter heel 'voor goedt ,
Tot a' een oft ander valt tot Jlorten van fjn bloedt .
Doch 't is een ander findt van broeders met malcJciinder ^
Een teer en foet gevecht , den eenen met den and er :
'/ is Jofephs Itefde flrjdt ^ en broeders onde'r een;
Den haet is nu ve. gaen , de liefd' is nu nemeen .
Siet hter den Eyckcn boom met al fjn harde tacken^
Ick feg£ den haet en njdt met al fyn ongernacken ,
Nu door 't Olwe-groen gewronghen famen blneydi ^
En dat ecrji wm verhardt in liefd'' nu famen groeyt .
SOo waer het te wenfchen, dat alle de verfchillendemenfchcn mer a j^*'- i'--i'
malckanderen in vrede ende verfoeninge quacmen, tot het welck '<•""■•'■> '^~"*«
den « H.Chrjfoftomits een ieder aldus verv. eckt: Laet ons dcfe foe- '^n!'Z7s /fii'.
tigheydt naervolghen , de vyanden te gemoct comende, ende niet xcre,non,m-
verwytende aen die ons iet mifdacn hebben , alles vcrdraegende met /'«'•'.''"'^ "' >
verduldigheydt ende faghmoedigheydt, geiyck dien wonderen 'ïoreph 'i"' '"'"'' '''f'
gedaen heeft, hrt welck wy nu moeten te meer doen, als den vre- omniaferUes
'de macckcnden fonc Godts gecomen is op der acrdén , om de men- tit^sn-^ l^nc-
fchen te vcrfocnen met fynen hemellehen vader, op dat fy oock met "**'<■"",■'>/'■ "^
n'.rti- dus
iTi DE GODDELYCKE VOORSIENIGIIEYDT
4,!s sefefh. malcican.'cren in vneiidcfchap comcn {csudcn, endc in ecnegeducrige
S Chry'Um. liefde endc vrede i;;vi;n .
f''"p'!,',!^r7r„' Dit heeft ^ Chriftji n^etalle forHie pcdacn foolanck slshv eelccit
ih jer-v-i ecs heett , om al!c gcloovigc mcafchcn in liefde te vcreenighcn, gelyck
in iioitiine tuo hy mct fyncn henielfchen vader vercenight was : door dele lietdecn-
"f;Jt'^a-""»o'' ^^ ^'^'^^^ trachtedc hy alle mcnfchcn kinderen Godts te maecken,
joan.i/.v.ii". op tl^t wy niet alleen vriendtichap en Tonden tooncn aen onievrien-
b liumqir.d den Hiaer oock aen onfe vyanden , ende die als broeders beminnen,
J,xitCl,n/}«s gelvck het den ' H. ChryrÓl}o?K:u wdhemcvckt, fcggcnde, dat Chri-
fiU-ismciMut *'^'-'^ ^^ geloovige noyt verweckt en heeft, om kmüercn iyns vaders
tinxlis cj},)!,- te worden, ten zy dat hy daer altydt by voeghde, dat fy hunne vy-
ƒ giMi.-.'/o.i/f- andcn oock altydt fouden liefhebben , ende bidden fouden voor de
Uc, uigite gf^gpg jjjp j^i^jjj fouden kilteren endc vervolghcn .
firos, or.ue Dcn felvcH H. rader fcght oock, dattcr niet en is, het\vc]ck ons
froccdumr.i.:. foo nacr tot Goat brenght, ende aen hem cenighlins gelyck macckt,
'i'^lZm]"Z '^-^ '^^ ^'^^"'^'^ ^"^^ malkandercn en onfe vyanden .
juT-"el':'"t:it:- Miicr noyt en heeft Chrirtus meer getoont, dat hy wa? een v\'acr-
lj,r\i!im adco achtigh voorbceldt van vrede ende liefde, dan als hy hangende aen
yictimm Deo, \^^^ Ctu'vs badt door die hem aen het felve genagelt hadden , feggen-
conformsmq, ^^ . y^^^j.,. vera;eefc het htm, want fv niet en weten, wat fv doen.
facit Juut ijhi , o ' j ^ jx-i'i
-i-irius. S. Den <: H. Atigt'.ltiniu weeght dele loetc woorden van Chnitus ten
Chiyi'. hom. uytterflen wef op aldus fprekende: Chnjhis vraeghde -van fynen he-
.19. /;; ejujt . „^eifciien vader vereiffeniife voorde ^?ienc, die hem noch tea:hen-
c lii i'impt" woordeuck pvnigh.en, endc iniuru-n aendedcn , want hy en lette-
tcb.it reni.im dc niet, dat hy van hun wierdtgedoodt, maer dat hy itierf voor hun-
ü quiiKJ li- nc filighcydt .
;Mitaifuui j^^ woorden van den honinck-vloeycnden ^ BernirA;'-< fvn oock
enintaLteitJe- bcwcgelyck :,Jelijs , feght hy, ^erfchcurt fvnde door de fweepencn-
bat,,ci"cd .',l> Je roeyen , door het hooft gelteken met doornen , met naghelen door-
tpjis re.,1 a- |-,Qgj.j- rrehccht acn dc Jial^he des cruys, vol van- lalierin^en , alle
i,roi]Cis«iori- dcic tormenten ende vervloeckingen vergietende bidt hy fyncn vader
cLuur. S. voor de felve, feggende vergeeft het hun , want fy en weten niet.
Aug. i-'-f:-^- wat fy doen: Dhfune tllli : uon emm fctunt , cjt'nd facirrt .
a' "ila'-eliil ^yic en fal dan niet gelallert ende vervoight fvnde vanfyne vyan-
c£f:!s, 'Jf'ii'f den de felve oock niet uytter herten vergeven, als ócn Hccrc gcb>
^ icronaius.d.i- jgn l^gcfr yoor dic hcm vervolghden , roept den ' /ƒ.' Ambrn!".-'.! . Hier
J^iHj"''7-''^''''" ^■of'i"^^''i-i' raoerten alle deChriilcnen C/7'v/?.yr'naerv<)lghen , diev.m
]',,lo , cpi'To- Chriilus hunnen -nacra voeren, ende daer in befonderlvck moeiten fv
Iriii faiur.i. trachtcn hem gelyck te wefea. Soo danigh moet wefen hunne gnc-
t,;s , cnmnim dcrticrcnthcydt endc fïfrlimoedi'flieydt , dat fv ireenquaedtmct qu.icdt
;».. »;cmf!-,/V- CU looncn', Gat iy met aile mcnlchen lietde ende pcys ondcrnoudcn,
ifj^e.::t,i!;i', dat fy gccuc wracckc en nemen, dat fy bidden voor die hun leedt
'''■'A " ' _ doen.
^ UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 27J
cloon, düt fy wel doen aen die hun hneren, het welckC^r/zf/'^gcdaen quianffiiunr,
hect'i; ia-lVn fcKcn als het hooft v;iii ailiï Chyiftfnefi ^ loo heeft hvgc- 'j""/ /""'tut
wenil, dut alle Chriilcnen fync litmaeten oock foudcn doen. Hccis ^^'\f'{r""'
het (egghen van den •» //. Chryjojtomiu . e Q^ser^»
. Den eerllcn , den welckcn den goedertieren cnde faghmoedighcn iuejjuus non
Saüghmaeckcr heeft naergevolght , is geweeft den //. Ste^hanr.t , |'^^''' '^""j-
. den eerllen Alartclaer , die , om het geloof van Jellis Chri- ^^/' ^y'""^^°
ilus voor te ilaen, fyn bloedt oock gcftort heeft j het wclck den /• h. ribni Domt.
Angitfiim:! feer wel voorllelt: Siet Siephnmis ^ feght hy wordt gellcc- '"""ra-nt.^.
night, lïct het lidtmact van Chrillus, fiet den campvechter vanden ^/^,/^ ' ' ^'
balighmacckerj aenfiet oock famen den ghcnen , die gehanghen heeft 'a
aen den boom des Cruys : defen wierdt gecniyll, defen Vvierdt ge- ^■^'■' f/tchri-
lleenight, Chrillus heeft gefeydt : Vader vergeeft het hun, want Cy Ji^>'^'>'>ru,n èo.
en weten niet, wat fy doenj laet ons hooren, wat S:e^ham!-s geiëydt Umpr" nLl'o
heeft. Defen Martclaer ilaende heeft voor fyn felven aldus gebeden; «■>« rcdii.mt,
Heere Jelu onrfanght myncn geeft, daernaer oock fcggende met ge- """ <>»""^hs
booshde knicn : Heere Fefu en wildt hun dit tot fonde niet rekenen . {,'!^'''!? '" ^l'''
Dit gcbedt is fonder twyfel aen Chriftus ten uytterften aengenaem ie„t , fro mi-
geweeil, want gebeden hebbende voor fyne vyanden heeft hy ver- »'""'■' crent ,
dient Chriilum in den hemel te fien flaende aen de rechte handt fyns ^"^/'""p'-"-
Vadcrs, daer heeft hy hem geilen, alwaer hy hein in alle godtsdien- eos"''cderu!!t'.
lligheydt gcfocht heeft. - ^todchnfi^s
Den E. P.'Ptnfm van onfe Societeyt uytlcggende het boeck Ecclc- /'■'""» "/■•'f
JP^fiict iprcckt aldus tot onfen propooft; wat ill, feght hy , dat den ",*/,ö^°.;"/^y?'
II. Stephfinpti foo fcherp-fiende gemaeckt heeft, dat hy noch wefende is. s. Chryf.
op der aerden , Godt den Vader gefien heeft, endcfynen Sone Chri- '"Pfi'm.itS.
fius llaende aen fyne rechte handt ? v/at is het dat den hemel geo- j ^"' /'^°*
pent heeft, dat hem heeft voorgeftclt , ende uytgcleydt de H. my- dluu'euè'm'i-
llerien, ende die claerelyck aen hem verclaert? ende antwoordt ten brumChnjh,
Icfcen, feggcnde, dat het is gewecfl de vergetentheydt van alle de "'^ ■ttl'let»
ontfanghen injurien, ende vergifFeniflè van defelve. Dit is gefchicdt ii'il'i'ó'^fpl.
in het beginfel van de H. Kercke. Laet ons wat vooi'der gaen . " penin mbg.
Om daer te lacten den grootcn lof ende loon, ócn wclcken eenen ""'> '^^■^'•jigc-
Iraliaenfchen edelman Joannes GnalbertHs ., die fynen vyandt om Chri- ^•""J'j'.i'-'>'"<^
ftus wille vergeven hebbende, van hem hanghendeaen het cruys daer üud'ixn''pa-
voor bedanckt wierdt, ende met andere jonflen beloont, gelyck het '^r ,g,iof,e il-
llaet by Sfo-ius op den 11. lulii. ''■'• '.""•• £^'-.
Hoort eene andere weerde aefchicdenifTe, die ons verhaelt den E. P. 'J,^'}T ' "
Segneri van onle Societeyt, Predicant vanden Paus over eenige jae- B. Stephanni
ren te Roomcn geltorven . - /•"" ora-m-
Eenen fekercn foldaet, feght hy, hadde op eene publiecke ilractc ƒƒ,; ^ ' ^?'
van eenen anderea ontfanghen een groot aftroat , hetwelck hem noch rJnm'VJJn,
M m meer da.%.
274 I^ E GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
df'tnie gcnii- mccr pync dcdc, om dat hy het niet wreken en conde, om hetvolck,
m';*°" 'ff^°' '^^^^^'^' '^"'^chcn cjuam , cnde het fcive bclettede, ibo dat hy vol van
Miii'nloci"'- 'Py'^ ^ndc gevoelen moslte vertrecken j dacr en tulTchen in lynfelven
catum.s.Ang. vocyendc de begeerte, van op fynen tydt daer over wraccke te ne-
infirm.S.de nien , daer by fwcerende, dat hy noch fynen baerdt noch fyn hayr,
Saiic u. noch de naghclen fynder handen en foude laeten corten , tot dat hy
fyne wraeckgierigheydt foude hebben uytgewerckt . Drye niaenden
was hy gebleven in dat quaedt opfet , middeler tydt geworden fyn-
dc als eene wilde beefle ; verllondt ten leftcn , dat fynen vyanüt was
in fyne ftadt drye daghen reyfens van daer, als wanneer den foldaet
met blyfchap te peerdt fpronck , wel gewapent fynde , oock fwecren-
de dat hy van fyn peerdt niet afcomcn en foude, ten zy hy fynen
vyandt foude hebben gevonden, om fich te wreken. Nu in de Itadt
gecomen fynde, in plaetfe van wat te ruften vol van gramfchap door-
reedt de ftadt endemerckt, om fynen vyandt ergens te vinden. Maer
fiet hier een wonder werck van de Foorfientnhejdt Godts : Het was
het geluck voor defen grammoedighen mcnfch , datter eenen Reli-
gieus van onfc Societeyt naer gewoonte opdemercktvoor het volck
wat begon te prediken, den foldaet quam het vermaen hooren, meer
uyt curieusheydt, als uyt eenigh ander godtvruchtigh cynde . Maer
de goddelycke goedcheydt die hem daer hadde gebrocht, hadde den
Religieus beftiert, dat hy preken foade van de noodtfiieckelyckheydr,
van alles aen fyne vyanden te vergeven, oock de alder-grootftc in-
jurien ende affronten, Gmien oock fprekende van de groote verdien-
ftcn daer van, het welck den foldaet wel beviel > den welcken Ikh
liet vooorftaen, dat hy befonderlyck: daer van fprack om fyncnt wil-
le, op dat hem dit prediken dienen mocht tot verfocninge met fynen
vyandt, cnde tot betcringe fyns levens > waer door hy lich heel be-
\vccght voelende, terftondt waernam de gratie Godts ; want de pre-
dicatic nu geeyndicht fynde, gonck fich terftondt worpen acn de
voet-en van den Religieus, hem biddende fynebiechte te willen hoo-
ren , hem vooVts belovende , alle injurie acn fynen vyanot nu te
vergeven , waer toe hy de gratie met menige traenen van Godt
verfochtc, daer mede noch niet te vrcden fynde, wilde hy nochgeer-
ne aen fynen vyandt eenigen dienft doen, ende verftajnde , dat hy
om eenigc fchuldcn in de gcvangenide fit , vercocht hy terllondt
fvn peerdt cnde wapenen , met al het welck geldt naer het exempel
van J'^f'^i-, die alle onfe fchulden uyt liefde hadde acngenomen, de
fchuidcn van fynen vyandt betaelde , hem aldus in volle vryheydc
flcllenJe , ende dat met fulck een vreught fyns herten , dat hy die
quaelyck verdraeghen en conde, voortaen willende met fynen vyandt
in pey ■: cnde vricndtfchap leven , aen den welcken hy té vooren de
doodt
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 27^-
doodt Too dikkwils hadde gewenft , het we'.ck l'onder twyfel acn » ^odjta*
Godt feer aeneenacm is eeweeft, cnde moell van een ieder naerge- Z"»''-^'""'»'»'™
volght worden . _ _ _ . ,^ '^^„,.j
Ende voorwaer dcfc verfoeninge en lieeit niet alleen pl.ictfe ge- propter lUud
hadt in mcnfclien van minderen Itact, maer in Ciiriilcnc Princcn, ■»■'■'••''■■"".'/«<»-
Coningen cnde Kevlcrs . . """ ^'"i '"'
Den •' H. Chryfojt-imiis verhaelt ; dut den Keyier ConjlantDv.u nu Chn- cur^^tn ufje-
ftcn geworden lynde, als iyn beeldt ofte llatuc v^n cenige mopdr- i'^nur. S.
willige fchandclvck met Iteenen gefchonden was , niet teghenilacnde ^'^''y' • '■"""■
dat hen fommige hovelinghcn opdoekten , om daerover vandeplich- jj ' "oJlld-
tige wnjccke te nemen, al lacchende hun feyde, dat hy nergens in mirM^iU c
iVn aenlicht, noch in Ivn hooft eenifie wonde en gevoelde, alk-som i-'d rn.tgnum
Chriilus wille gecrn vergevende; om het welck hv altvdt van een ''' ".'
. 11-111 ö, _ ' J • nos contume-
leder belonderl/ck geprelen is geweelr, meer als om alle Ivne an- u„,tfeieritnt
derc viftoricn , oni het welck gy oock, gclyck Chnjhjiomns feyde, numremitta-
mecrdercn lof ende leghen by Godt foude behaclen.' m:n homincs
Den felven /' H. Fadsr maeckt pock op de felve plaetfe mentie van 'mimd, Domi-
den Godtvriichtighcn Kevfer ThendoJiM , wicQS beeldt oock eenige »«* m ten^
boofaerdighe menfchen feer onteert hadden; om het welck deltadt deiiiiulens,^'
van u^mmchten van de dienaers des Keyfers ten uytterften ivierdtge- 1,.''[,l\"n;T.
quelt} Den BifTchop der Itadt groot medelyden hebbende trock naer xm procrHci'
den gelloordcn Kevler , biddende om vergiffenifle voor de plichtige, fixoribm f'tis
de welck den Keyfcr om Chriltus wille ten leften toeftemde, aldus •''"'" ^*'.°n'*^
hem andtwoordende: Wat wonder \(i , dat wy aen die ons gelallert ende ^er dimitn </-
onteert hebben , menfchen acn menfchen alles vergeven , als den Heere /«, «o» enim
van alles van den hemel nederdaclende op der aerden uyt liefde ten lellen fauntcju:ifx-
gecruyft is voor de ghene, aen de welcke hy loo groote weldacucn "JX''j*" ^'^'
hadde gedaen , ende fynen hemelfchen vader gebeden voor die, de ^ kHhI itx
welcke hem cruvften, feggende : Vader vergeeft het hun want fy Deum rtdd-c
en weten niet, wat fy doen. Wat is dan wonder, dat u'V aen onfe /"■"/"""'"''''
mede-dienaers alle injunen vergeven: dtli^ere.c-ca-
Dogh gclyck het feer redelyck is, dat wv om delisi'de van Chri- UmuAntthM
llus alle onfe vyanden vergeven, foo is.'t oock aen Godt ten uvtter-^""^'""'''-^'
llcn aengcnaem . ' S"".'"""''"'
Aldus feght den <■ H. Chryf}jhm-ts met defe woorden : Niet en be- j D:li-:^!te
h.ieghter meer aen Godt als fyne vyanden te beminnen, ende wel te hiimi^os *.'-
doen aen die ons lafteren . Soo datmen met de wacrhcvdt magh leg- ^'■"•^"'''^''
ghen, dat de liefde der vyanden een feker tceckcnis v.m onie falig- 'JZJiT-^X-^
heydt . orjiffiro pei-'
d Chrifti-is felf feght het claer by den Hl Matthew. hebt lief, uwcA/'"''»''''''''"^
wanden, doet hun wel , die u hacten, ende bidt voor die u vervol- V' '*■"'"•'"""
; ' ' , bus yos ,Ht If
gncn, cnde ten onrechte quellcn , op dat ghy mocht kinderen lyn tn filnpMu
Mm 2. uwcs ■>«-
i7<5 DE GODDELYCKE VOORS lENIGHEYDT
•»eftn, qui in uwes vadcrs, die in de hemelen is.
cilifejh. atr. Wyt welcke woorden claerlyckblyckt , datmen om vrienden en-
de om kinderen Godts te welen, ende om fyne falighcydt te verle-
keren, het felve mcrcken can uyt de liefde, diemen- heeft tot fyne
_ * vyanden. Den "■ H. ^r^z'^fitniu (cahthct in het cort : Icmandt , fciiht
inimicoritm ^J •) wordt doof de liefde der vyanden eenen vriendt Godts, jae fy-
efficitiir ami- Hen fonC .
c»i, fed non jj^ teehen deel moetmcn oock fcegen, dat den ehcncn, die aen
f,i filius. v"^ vyanden niet en wUt vergeven, oock ccncn vyandt Godc.s is,
b die hem fyne fonden niet en fal vergeven, tcnzyhyhem met de fclve
Sntondimife- verfoent . Aldus fpreckt* Chrtfiitj by den H. Matiheus: lil dat gy de
TitM lomnu- menfchen nier en vergeeft , foo en fal uwen hcmelfchcn vader uwe
bus, nee P.iter ^ , , . ö . '
fffler dunit- tonden oock niet vergeven .
tet yobu pee- Hoort hier op het ghene verhaelt dien vcrmaerden fchryver Hett-
(uta •ve/fr.t. ^-^^^ Aingyiw . Dacr was , feght hy , eenen menfch , den wekken fyn-
f, ^\' ' de in perykel van flervsn fich niet en wilde verfoenen met lynen
vyandt} als hy nu in fyne vyandtfchap gellorven was, .ende naerde
Kercke gedraeghen wicrdt, om begraeven te worden, ende datmen
nu begon de gebeden te finghen van de doodcn voor een Crucifix,
dat op den aulaer ftondt , ende nu gecomen was tot defe woorden :
Parce mihi Domme . Spaert my q Heere , ftrax faghmen den gecruy-
ilen falighmaecker fyne genaeghelde handen van het Cruys los maec-
ken , daer mede fyne oorcn Hoppende , ende men hoorde teritondt
defe woorden : Non pcpercit , «o« j>arcam . Hy en heeft niet gefpaert,
' ick en fal hem niet fpaeren , als of hy feyde : Hy en heeft iyne vy-
anden niet willen vergeven, ick en lal hem oock niet vergeven: Non
trarcam
Welcke woorden gehoort wierden van alle deomftacnders met ee-
nen aldermecften fchrick j om het welck men gocdtvondt, het li-
chacm niet in de kercke maer ergens op hctveldt in deaerdeteftekcn,
fckerlyck oordeclcnde, dat de liele verdoemt was ende begraeven in
de hel .
Eylaes ! het is ten uytterllen re beclaeghen , datter foo veel door
het bedrogh van den duyvcl verloren gaca, om dat fy hun met hun-
ne vyanden niet en willen verfoenen , daer fy nochtans fekerlyck wel
weten, dat fy oock noyt van Godt en fullen vergeven worden. Ick
bekenne, dat den hclichen vyandt in deverdoemcnific van veele een
groot deel heeft, ende dat door het geduerigh opdoken, onmogclyck
Ichynt te wefen, lïch van dien haet, ende vyandtfchap aftetrecken.
Wat dan gcdaen? eenen aldei beften middel- is als dan fyne oo-
ghen te flaen op den gccruy Hen ƒ«//*ƒ , den welcken fynde in het
uytterflenfyns levens fyncn hemeUchen vader foo hertcIycJ: badt voor
alle
UYTGEBELEDT IiST JOSEPH. 277
ille fync vyanden, hunoock uvtter herten vergevende, vanden welcken
\vv oock fnllcn moghen vcrh.open fync foete ende onneyndelycke ge-
nal'de, belbnderlyck door de voorfpraeckevande aldcrlieylighile Ma-
ghct Aiaria iync bcrmhertighc moeder, de welcko oockleer dickwils
gctoont heett , te wefen eene goede moeder van pcys ende vcrfoeninge.
Geene beetere beveftinghe daer van en can ick by brenghen als
het ghcne verhaelt eenen Ickcren Riprd hillorie-fchryver van VtU^-
Vüi Aitgnfl.a Coninck van rranckryck in het jacr ons Heercn 1183.
Volgens fvn vcrhael den Coninck van A-.ragon^ ende den graeve
RemondM van S. Gilis vvaercn tcghen malckanderen in cene alder-
grootlte vyandtfchap, dat noch den cencn, noch den anderen en wil-
de hoeren fpreken van eenige verfoeningej als wanneer de Coningin-
ne des hemels de H. Maghet Alana ^ om peys te maecken, haer
vertoonde aen eenen armen Hechten man , maer dcughdèlyck van le-
ven gcnaemt Dwa-ridus Gchoren van de Üadt /^/.'v.f , aen den welcken fy
bclaltede , defe tweePrinccn invredetevereenighen, gelyck een ieder
wenlle . Het teecken van fynen lafl was een clcyn tafereel , daer
in het midden gcfchildert Üondt het beeldt van Adana met haer H.
tindt Jsfm cuflchen haere ermcn met dit fchrift rondtfom : Ecce Ag-
tiHs Dei , ecce , c^m tolUt feccata 7nttndi Dona nohü pacem. Dat is: Lam
Godts, die afnemt de fonden des wereldts, geeft ons den peys. Dit
mirakel allom vcrfprcyt fynde, wierdt ondcribcht van den Biflchop
van de itadt Puys met al datter gefchiedtwas'aendefen armen mcnfch ,
den welcken hy bevondt een goedt ende cenvoudigh man te wefen. Vol-
gens hetfegghen van den felvcn Durar.dn* dcfé Prelaet macckte foo veel,
dat dietwee verfchillende Princen , die by geluck elck in befonder geco-
mcn waeren, om het miraculeus beeldt van onfe Lieve Vrouwe van
Puys te befoecken, dien man eens fouden willen fpreken , het weick'
fy iichtelyck toellonden : ende liet, foo haeit als fy hem elck in be-
fonder gehoort hadden, him herten wierden bewecght, endefoo figh-
moedigh als lammeren, dewclcke te voorcn alstygers ende leeuwen
teghcn malckanderen waeren geweell .
Daer en was geen ander mirakel vannoode, om te beveftighen den
lafl:, die defen man van den hemel hadde ontfanghen, als ódc hae-
ftige vcranderingc van vyandtfchap in vrieridtfchap ; als wanneer oock
alle de ingefpannen van weder zydc naer het exempel van defe Prin-
cen, hunne opperhoofden oock in verfoeninge quaemen . Om het
welck terltondt van alle canten vertoont wierdt eene algemeene vreucht
ende de vcribende met hunne acnhuigers tot eene eeuwige gcdach-
tcniffe van defe verfoeninge .drocghen dacrnaer heel witte banden of-
te linten, op de welcke gedruckt llondt het beeldt van Mana ^ ge-
lyck aen het gheus dat van haer gegeven was- aen dien Godtvruch-
M m 3 tighcn
z/S DE GODDELYCKE VOORSIENICHEYDT
tighen man Daravdii^ .
h het iieckea dat de H. Mighet Maria van felf foo forghvuldigh
is, om de v\a;iJen \\\ vriendtfchap ce brenghen, \v;it en lul i'y uan
niet doen, alsinen hvieren byilandt daer toe lal vrrfoccken j v.ant ly
anders niet en wenlt, als haere kinderen, dieriuers ende dif nuerclfen
vcreenight te licn in het herte van hacren ('one Jefi-i6^ v\ icns bchae-
ghen oock is, dacmen naer fyn exempel ende om l'yncn't v.iile lync
vyanden uytter herte ("oude willen vergeven .
lek iluvte met de woorden van den H. Chryfofiomiu ^ den welcken
ons die beweegelyck voorÜelt.
Het is redelyck, ieght hy, als ons iemandt ecne injuric ofteailTont
acndoet, ofte met lalteringe overvalt, dat wy het fclve verJuldelyck
vcrdraeghen naer het exempel van den 1'aghmoedighen balighmaec-
ker, die lbo 1'chandelyck onteert, gellaghen, endedaernaer foo wree-
dclyck genagclt is aen het cru)'s, ende die nochtans de rafernye der
loden foo vcrduldighlyck heeft ondcriben, ende van hun, gelyck
hy conde, geene de minlle wraecke en heeft willen nemen , ende
noch foo goedthertigh is geweeft, dat hy niet alleen met vtrdul-
digheydt ende faghmoedigheydt en heeft vcrdrncghen, ende niet ge-
llraft, die hcmcruyllen ende lallerden, maeroock fynen hemellchen
Vader voor hun heeft gebeden, dat hy fyne fchichtcnendc pylcn van
wraecke teghen hun niet en foude willen gebruvcken.
Het waere te wenfcben , dat alle de Chriltencn hunne wracck-
gierige gepeyfcn trachteden af te leggen , ende hunne ooghen altydt
llocghen op "7^/ï<^ dien goedertieren Salighmaccker , lic h oock voor-
lleüende dien onnoofeien ende faghmoedighcn Jofeph^ die nxr foo
veel lalleringhcn ende vervolgingen van fyne onbermhertige broeders
aen de felvc nochtans oock voor de comfte Chriiti alles heeft verge-
ven, ende daer hy nu oock in ftaet ende macht was, om de feive
naer verdienden te connen ftrafFen, hun evenwel fyne goedtjonitig-
heydt ende bermhertigheydt heeft getoont, niet ongelyck aen eencn
palmboom , den welcken hoog opwaflende , nochtans fyne foete vruch-
ten ofte dadels omleegh laetafhanghen tot dicnil ende voldoeninge van
de menfchen . Een waerachtigh lïnne-beeldt van onfen goedtjonlH-
ghcn Jofeph^ van den weJcken ickoock magh leggen:
^l is hy hongh verheven ,
Ntet mm jae meer fal geven .
Wy hebben tot nu toe betoont, dat alles, het welrkc J tfeob ovcr-
corncn is, gcfchiedt is door eene befondcre belHeriuge van de foete
ende Itercke Foor/semgheydt Godts , de welckc Jofefh door foo veel
wondere ende moeyelycke weghen, door fucr en foet ten Icilcn ge-
Itelt
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. 27P
ftelt heeft in eere ende glorie tot groote verwonderinge ende vreught
van fynen ouden vader Jacob , ende tot blylchap ende onverwacht
gcluck van alle lyne broeders, van de welcke hy volgens iyne dvoo-
men eens aenbeden ende geert moelle worden, gelyck het gefchiedt
is .
Met reden fal ick hier, om teeyndighcn byvoeghen den triomph
van de Goddslycke Foorjiemghejdt in de hiftone van 'Jofe^h.
TRIOMPH
f^an de Goddclycke Voorfienigheydt atn^acnde lofeph
ende Jyt2t broeders.
^^ji^h. £r ici^ van defen triomph iet voorftclle, fal ick' voor het
l'Y '-^^ '*^'^ heeldehillorie van Jofefh ineen cortbegryp vervatten.
C^^^ü ^^ nydigc ende boofc broeders van JoCeph op Godt ni.t
^rp^5^ peyfende hadden onder hun vafl: geftelt, hem liever het le-
ven te nemen, als diëndroomer dacrnaer te moeten acnbidden, maer
dien Voorfiemghen Godt heelt .altydt de overhandt gehadt. Als fy de
doodt van Jofeph gefworen hadden de Voorjienigheydt Godts verander-
de de wreede doodt in eene foeter doodt j als wanneer fy hem in ee-
ncn put door hongcrs-noodt wilden doen llervcn, hy wierdt oock
door de Goddclycke /^Var/^ewzV/jeyi^rdacruyt getrocken, ende verkocht
als een flaeve aen de voor-6y-gaende Jfmaeluefche cooplicden , die
nacr Egjpen rcyldcn, aldaev hem wederom voorts vercoopende aen
Piitifhar eenen Prince van den Coninck Pharao } daer fcheen hy wat
tvdts eenighfins w'cl te wefcn ; maer fict daer wederom eene groote
fwaerigheydt : de vrouwe van fynen heer ende meciter /'«rr/j^tf/- doet
hem den oorlogh aen,' ende befchuldight hem valfchelyck vanover-
fpel bv haeren man, den wekken hacr te licht geloovende, hem
doet V. orpen in den kerckcr . n -, r.
Wie louüe gedacht hebben roept hier den wyfen Philo^ dat Jo- a„jj..t „„ra
feph op eenen dagh foudc geworden hebben van eene ilaeve eenen ""*'"' '^'"" ^
crootcn heer, van eenen eevaneen armen opper-Prins voor alle jg ƒ*'"»'<' ,-^'"";-
andere, van eenen onder-mecitcr van een kerker eenen onder-Co- rnnctem <-
cinck van Egyfien ^ ende te woonen in een Conincklyck paleys inde mniun'.,e,ar-
plactfc van den kerker? eene aldergrootvlie fchande verandert te lien '"'■' ■>■'"";'»
in eene alderhooghfxe eere? defc dinghen f', n gefchiedt, ende fouden y^Kj-^R^'-^lm
noch m-er gefchieden, aller in icmandrs fiele wefen foudc een vonx- iahMtarefr»
ken van eene wacre deughr , ende voorwacr de deught moeter we- "i-.oe.cïu-*-
_. _. n/um in Jnn>~
Hier
niujc
i8o DE GODDELYCKE VOOR-STENIGHEYDT
tniin Innerem Hicf {Ictmcn cb.crlvck, hoc dat de t'onr/ie7iiirhcydt Godts in dcfcfi
(ornwataiam. lunjei of:c hiftonc vau Jo/èph altydt tuirdieirgcfpcek heeft in alle
i.mL'lo~/f»f^ ^y"^-cllertden ende perykclen, hem op fyncii tydt altydt te hulpco-
fx/)ii!s, mcdo mende.
fidfitiatfi^e- Men fiet famcn den triomph vnn Godts l^oorfïemo^hejdt over alle
^'ni'uuT'trc- ^'^ boofe liften cnde vervolginghen vanfync broeders, de wclckeals
Litnti<,iiiam cen vicr al hu"nnen groeten hact ende nydt met hun boos befteeck
r.eiejj'e cj} effe. vemiclt cnde in aflchen geleydt heeft .
J • Defc Goddelycke Foorjt^nigheydt dunckt my met recht vergeleken
te moghen worden raft het vier, Ket wekk niet alleen alles envcr-
brant cnde verflindt , maer oock volgens fyncn aert cnde nature altydt
recht om hooghtreckt, niet connende onder gehouden worden, eerll
alles doorbrekende ende vernieleode, tot datmen het naer den hemel
als iyncn center ofte ruft plaets fiet opperwaers dimmen; in defer voe-
ghen de ronrjientgheydt Godts en can door niet dat ter is oyt belet
worden in het uytwercken van het ghene, dat ly vall gcltelt heeft,
eens te volbrenghen .
Hier op Hil eenighfins paflen ecnen triomph ftaeck van een bran-
dende vier , den welcken ick aen de triomphercnde l oorfiemgijejdt
Godts hier op wille rechten met het volghcnde rymdicht.
ME» Jïet naer menigh (Irydt , en naer een bloedigh vechten
Aen die het -veldt behoudt veel TLege-teeckens rechten ,
Alet wiepenen verciert, uyt ^svyandts handt hehaelt .
Dtu naer een cloeck gevecht men viert en z.e^epraelt ,
Den vyandt f lacht hier oj> te ftojfen en te roemen ,
Den ivinnaer magh die nu Jyn glory-teeckens noemen ;
V Trompet hadt -wel te voor fyns hee^en lof gelj>ee!t ,
Maer nu in "s vjandts macht een anders lof verheelt.
En foo van al de refi : de trommels de ttmbaelen
Nu dtenftigh fjn tot lof van ander Generaelen ;
jfae heel het wa^en'werck foo confngh oj>gerecht
Tot eer de Pr ineen dient om V gloriem gevecht .
V // hier me met genoegh ; men rechten fal de Jlacckea
Tot glory van V gevecht , en blyde viere maecken
Met den ■ becomen buyt : die fiaet dan in den brandt
Soo tot den Conwx lof, als d' eer van V vaderlandt .
V V^'as e er ty dis de geii'oont in fieden ende landen.
Dat van den vyandi ^i^amp, in "t irenghde vier te branden^
Het ham AS , fyl en boogh , en fchildt en het kasket ,
Of ander V vyandts buyt wierdt tn de vlam gefet .
Doch
UYTGEBEELDT IN JOSEPH. zSi
Doch wat »« Godt belanght Voordenigh in fyn wercken ^
Dit cnnmen in t gevolgh van Jofephs leven mereken :
Dat Godt hadt vafl gejlelt, als V memandt hadt ged.acht ^
En fchter otimog'ljck fcheen ^ ten lejlen wierdt volbracht.
Siet Jofeph Jacobs foon die moeji , en foude fterven^
En in fyn jonghen tydt fjn jeadigh leven derven 'j
Dit WM den hae't en njdt der broeders teghen hem^
Sy ivenflen naer fyn doodt met een gemeene flem .
Den droomer moeft van cant met al fyn dwaefe droomen ,
Dies waeren fy beducht met fonder vrees en fchroomen :
Wel ho e wy , feyden fy , hem lof en eer e bien ?
Neen neen^ als Godt nu leeft .^ ^t fal nimmermeer gefchien ,
Aiaer echter '/ wefen moefi ; fidt hem de eer e geven ^
Eer ghy het %i>eten fult , in volle vrees van V leven ,
Oft in d* acnflaende doodt ^ fult liggen voor hem neer',
Ghy Jofeph kennen fult als uwen o^f er-Heer .
Dit WM V beflujt van Godt i of fy hem neder Jtnckert
In V dtepfle van een mt ^ niet om hem te verdrincken ,
Die droogh en jdel was , maer door e'en langher doodt
Doen fierven in de fmert van bitter honghers noodt .
Doch wierdt daer uyt verlofi; fy jonnen hem het leven ^
En aen heel vremde Hen voor flaef hem pvergeven
Verr'' naer Eo-ypten toe; daer wederom verkocht,
]fVaer hy in flaverny van droefheydt fierven mocht .
Aiaer "'t was al te vergeefs ^ Godc die den raedt der menfchen
Af et al hun boos befieeckf en hun vervloechte zi/enfchen
Ferdraeyen can in \ befl door fyn Voorfienigheydt ,
Heeft Jofeph op fyn tydt felf tot den throon geleydt .
Hier is het ^uaidt bedryf van Jacobs boofe kind'ren;
En conden V werck van Godt niet in het minfi* ^verhinderen.
Het goddelyck beflnyt moeft hebben fjnen ganck.
Hier -was geen teghenflel , geen menfchelyck bed-wanck .
Hier moet ick tot Godts lof lawiere cranfen vlechten ,
En een verheven fiaeck in vier en vlam gaen rechten:
Het wefen van het vier, en er acht hier in befiaet\
Soo V alles eerfl verflindt , daernaer ten hemel gaet .
Het eyghen beeldt van Godt fult ghy in 't vier 'bemercken :
Dat hy eens heeft geflelt , het feker uyt fal wercken-y
Des broeders boos befleeck %vas al voor niet gedaen.
Dat moefl door V goddelyck vier wel haeji in vlam vergaen.
O wond' ren grooten Godt, uytwercker aller faecken ,
Jck . bidd' tt , neemt in danck , als %i'y dses vieren maecken j
N n Voorts
28z DE GODDELYCKE VOORSIENIGHEYDT
Voorts laet u wil gefchien in 'voorjpoedt en in fyn^
En dat wy voer het lefi met H eens faltglo Jjn .
^ Chept dan moedt, wie dat ghy fyt in al uwen teghenfpoedt ,
^^ en geeft u over met Jofefh uen die focte ende vadcrlycke Voor-
^^ Jiemghejdt Godts } ilt dat ghy hel doet, ghy fult geluckii^h we-
fen, ende al ift dat ly fomtydts comt te Haepen, ende voorugeenc
Ibrghe en fchynt te draeghen, dan is fy aldermeeil voor u bclorghtj
ende als gy fyt in den uytterilen anghll ende vrcefe, meenenue, uat
fy verre van u is , dan isly naerderby , om u de handt te geven, ende te
helpen ; fy en lal u noyt verlaeten, maer op fynentydi beter ende ge-
luckiger byitaen, gelyck eene forgelycke moeder haer lief knidt .
Wy hebben nu Jofe^h in fyn palcys gefien in de plaetle van eene ge-
vangenifle, van i'yne flavernyf is hy geraeckt tot ecnen Conincklyc-
ken llaet, fyn boeyen fyn verandert in goude halsbanden, fyn ge-
bieck in groote ryckdommen, ende fyne ichande ende verworpcnt-
hcydt in eene aldcrmeelte eere .
Een waerachtigh voorbeeldt van het hemelfch geluck .
Betrouwt dan Chrillene fiele met Jo/èj^h op Goüts y oorjienighejdt^
wiltuaen dien goeden ende y oorjiemghen Godt tcenemael overgeven
in alle uwe moeyelyckheydt enae teghenfpoedt, ende hy fal u, ais
. het faüghfte is op lynen tydt byltacn ende vertroolten, ende udacr-
naer brenghen tot u geluck ende faligheydt .
TOT MEER DEK EERB GODTS , EN SYN-
JDLK Llbf^E AiOEDhK AlAklA,
BLADT-
BLADT-WYSER
DEN TYTEL VAN DEN BOECK.
DE GODDELYCKE V OOR SI ENIG HE DT.
Uytgebeeldt in Jofeph Onder-Coninck van Egjpten , verciert
met Sinne-beelden ende Sede-leeringhen .
VOOR-REDEN.
Van de Goddelycke Voorfienigheydt, die alles befiiert. pag. I.
INLEYDINGE TOT DE HISTORIE.
Parag. I. pX^^^ -^'^ ^^^ ge/lachte van Jofeph , den weerdighjlen ende tiefflen
tTf^^^if""^ t/^zw Jacob. pag. 7.
r^', j ^d §• II' ^'f*' de groote booshejdt van den haet ende njdt
|iCa!'i l> jgil ^^y^ ^g afgnnjlige broeders teghen den onnoofelen Jofeph.
pag. II.
$. III. Van de droomen van Jofeph, de welcke hj aen Jynen vader ende broe-
ders verhaelt . pag. lp.
EERSTE DEEL.
VOOK-KEDEN.
DE Goddelycke Voorfienigheydt gebruyckt fomtydts onbeejuaeme jae teghen-
flrydende middelen , foo het fchynt , om de menfchen te brenglöen tot hun ge-
Luck , geljck het blj/cken fal in Jofeph . -P^g- ^f •
I. CAPITTEC.
Jofeph wordt van fyne broeders gefocht ter doodt , daerncer geworpen in eene
Hjtgedrooghde cifterne , dan vercocht aen de voor-hjgaende I/maelttefche coop-
lieden treckende naer Egypten , uyt alle welcke perjckelen hy door Godts
Voorfienigheydt wierdt verlofl . pag. zp.
SEDE-LEERINGE.
Traerom dat de rechtveerdige ende godivrtichtige menfchen door menighen teghen-
jpoedt van Gadt foo geoejfent worde» , gelyck het met den onnoofelen Jofeph
gefchtedt is. pag. 40,
t II- CAP.
Bladt-^tyser.
II. CAPITTEL.
De afgtivflige ende moetwillige broeders van Jofeph fenden ae» hunnen Vader
fyn rock.xken heet bebloejt , als oj Jofeph ergens van eene wreede heefle ver-
fctneurt WM . pag. 48. .
SEDE-t.EERINGE.
De Itefde van de ouders tot hunne kinders moet gelyck fjn , oft , gelychmen feght ,
f) en moghen geene Iteve ktnders maecken, pag. ff.
TWEEDE DEEL.
Van de jleiche ende foetigheydt van de Goddelycke Voorfienigheydt . pag.öï
yOOK:KEDEN,
GOdt \enniffe hebbende van alles ^ handelt met de menfchen wet flerche en-
de foetigheydt , hun altydt laetende volle vryhejdt in het werck hunder falig-
heydt. • pag. 61.
» SEDE-LEERINGE.
Het is oeraedtfaem , iae noodigh^ dat alle overften^ ouders ende meejïers hunne
ktriders ende onderfaeten naer gelegentheydt van tydt regeeren ende beftieren ,
nu met foetigheydt , nu met ftrafheydt . pag. 70.
I. CAPITTEL.
^e Goddelycke VoorCcnigheydt hadde den or.noofelen Jofeph laeten vercoopen
als eene (lave , eerfl aen de Ifmaeliten , ende daernaer aen Putiphar, eenen
Prince van den Coninck Pharao ; hei welck fcheen eene flrafheydt ende onberm-
hertifheydt te ivefen ^.maer het en ivoi ntet fonder reden : 'met hem daernaer
handelende 'met foetigheydt . V^è- 77'
SEDE-LEERINGE.
Van de onderlinr^e ende wedet^ydige plicht van de dienfl-boden , ende van de
mecflers ende mee^erfjen toi malckanderen . pag. 86.
§. I. Van de verbinieniffe van de dierifiboden tot hunne meeflers ende meefierf-
f»n. pag. 86.
§. II. Van de vcrbinteniffe van de meeflers ende meefïerffen tot hunne ^nechien
ende dienfi-maeghden . pag. 9^.
II. CAPITTEL;
Jofeph tot cjuaedt verfocht fynde van fyne meefierffe , de Imf-vrouu-e van Puti-
phar
Bladt-wyser.
pliar, "verfloot de felve , Jïch begevende op de vlucht , fynen mantel Inetende in
haere handen . pag. I o i .
'^ SEDE-LEERINGE.
5. I. Fan den verheven lof van de denght van ftqverhejdt . pag. Iir.
§. 1 1. yan de over groot e hooshejdt van de fonden van onkujsheydt , de -welcke
men hefonderlyck moet vluchten naer het exempel van den fujverea Jofeph .
pag. laj.
III. CAPITTEL.
Jofeph wordt valfcheljck befchuldight van fjne meeflerjfe by haeren man Puti-
phar, den wekken haer te licht gehavende , den felven doet worven in den
kercker; alwaer hj teenemael op Godt betrouwende j ten lejlen de gratie wint
van den overflen des kerckers . Pag- l ? f.
S ED E-LEERINGB.
In de %1'elcke getoont wordt , dat Godt fomwylen de menfchen , oock fjne vrien-
den alleenlyck comt te helpen , als fy fyn in den uytterfien noodt , vreefe ende
benondtheydt . pag. 1 4Ö.
IV. CAPITTEL.
Jofeph verclaert aen twee gevanghen hovelinghen hunne droomen ^ aen den eenen
tot fyn ongeltich van de doodt felve , aen den anderen tot fyn geluck met her-
fielhnge tn fyn voorigh ampt y den tvelcken fynen geluckighen uytlegger Joleph
twee jaeren lanck by den Coninck ondanckbaerlyck vergeet. P^g. If4.
SEDE-LEERINGE.
Van het fchandelyck ende groot quaedt van ondanckbaerheydt . pag. 165.
DERDE DEEL.
DE Goddelycke Voorfienigbeydt is onfetlhaer ende feker in alle haere werc
ken , altydt haer eynde betreckende , befonderlyck betoont in de verhejfnae van
Jolcph. pag^iji.
I^OOK'KEDEN,
I. CAPITTEL.
De droomen van den Coninck Pharao aengaende de feven vette , ende de fe-
^*'« maghere koeyen worden van Jofeph uytgeleydt . paa. 178.
SEDE-l, EERINGE.
Dat alle verganckelycke dinghen met anders, fyn als enckele droomen. pag. i8f.
»
' II.
t 2.
Bladt-wyser.
II. CAPITTEL.
Jofcph de di'nomen vin Pharao uytgeleydt hchhende ^ en de aen den Cotiirch rnedt
^i" neven ^ van in heel E/gypten veel graenen te coooen^ wordt van hem onder-
Contnck gejlelt van Eg) pten . pag. Ipl.
SEDE-LEERINGE.
Van het frofyt , gelitck , ende noodtfaeckeljckhejdt van goeden raedt , ofte goede
raedts-mannen . P^S' ^9^'
III. CAPITTEL.
Veeh menfchen in den tydt van onvruchharrheydt camen uyt honghers-noodt naer
Egypten , om graenen te coo^en , ende onder andere comen daer oock uyt het
landt van Chanaan de Broeders van Jofeph . pag. 107.
SED E-LEERING E.
De ellenden ende teghenjpoedt brenghen de menfchen tot Godt . pag.-2iz.
IV. CAPITTEL.
De fonen van Jacob worden van Jofeph firaffelyck onthaelt ^ die allegaeder ken-
nende fonder gekent te worden ; de welcke hy daernaer , van cooren ende t er-
we %vel voorjien fynde , naer Chanaan fendt , om hunnen jonghflen broeder ^tn^'
\imin te gaen haelen f Sïmeon daer-en-tuffchen houdende in den kercker. pag. zil.
SEDE-LEERINGE.
Fan de onrufle ende moeylyckheydt van eene quaede confcientie . pag. 22p.
V. CAPITTEL.
De fonen van Jacob u^t Chanaan met hunnen jonghflen broeder Benjamin we-
dsr-gekeert fynde in Egypten , worden van Jofeph vriendelyck ontfanghen ; Si-
meon ifO) dt los gelaeten , ende allegaeder aen de tafel van hem wel onthaelt. pag- 241 .
SEDE-LEERINGE.
Van dé Voorfienigheydt Godts handelende dickwils met de menfchen nu met
voorjpocdt , nu met teghenjpoedt , hunnen geluckighen ofte ongeluckigen flaet ge-
duerelyck veranderende . pag. 248.
VI. CAPITTEL.
De Broeders van Jofeph nu al op den we^h fynde y om naer hunnen vader te
keeren , ^^'arden va/i den hof-meefler van Jofeph vervolght ende achterhaelt ,
ende gevonden hebbende in den fack van Benjamin den Jïlveren cop ofte be-
ker ^ dter fofeph fynen meefier placht uyt te drincken^ worden als dieven naer
de Jiadt te ruAs geleydt 5 ■u'^r over Jofeph met eene geveynfde JfrafLeydt
hun overgaet ; maer de felve met Benjamin ter aerdt Jiende lighen wordt tot
traenen
Bladt-vyser.
traenen èe-u eeght , eyndel^ck hekennende te wefen hunnen hroeder JoCc^h : die hun
alles vergeeft. ' pag. Zf/
SEDE-LEERINGE.
Datmen om veele redenen^ ertde om het exempel -van Jofeph alle injftfie ofte on-
pelyck aen fyne vyanden moet vergeven . pag. 2.6f.
TRIOMPH.
Fan de Goddelycke Voorfienigheydt aengaende Jofeph
tnde fyne Broeders . pag. l^p.
MEt Goetkeuringe van den feer Eerw. Heer
P. V. Halmale, Archidiaken en boeck-
Kcurder toe Antwerpen.
Met Oorlof van den Eerw. P. Joannes Bapt.
A R E N D T s , Provinciael der Societeyt J e s u in de
Duyts-nederlandiche Provincie.
Met Privilegie en Gratie van fyne Conincklyke Ma-
jeflcyn gcnadelyck verleent aen l<^Atm Levens Boeck-
vcrcooper tot Antwerpen.
%
L.
!^ -
,OL..^^/vW^^- T^^^
ƒ : /.^^XX^
M
i; ♦".
-%
:t'r
1 \L
'X.. ■
'Hfi
l^
■■vy\;^^